diff --git a/amvb/besluit-bovenwettelijke-uitkeringen-bij-werkloosheid-van-rechterlijke-ambtenaren/BWBR0011826/README.md b/amvb/besluit-bovenwettelijke-uitkeringen-bij-werkloosheid-van-rechterlijke-ambtenaren/BWBR0011826/README.md index 50dbaf06754..7b4c3e890b3 100644 --- a/amvb/besluit-bovenwettelijke-uitkeringen-bij-werkloosheid-van-rechterlijke-ambtenaren/BWBR0011826/README.md +++ b/amvb/besluit-bovenwettelijke-uitkeringen-bij-werkloosheid-van-rechterlijke-ambtenaren/BWBR0011826/README.md @@ -40,7 +40,7 @@ j. diensttijd voor zover gelegen vóór 1 januari 1996:de tijd zoals die voor be 3°. bedoeld in artikel 5.4 van het pensioenreglement; bij de bepaling van de diensttijd wordt in voorkomend geval de diensttijd, bedoeld in artikel D1, tweede lid, van de Algemene burgerlijke pensioenwet zoals dat luidde op 31 december 1995, mede in aanmerking genomen; het verzoek, bedoeld in artikel D2 van de Algemene burgerlijke pensioenwet wordt daarbij geacht te zijn gedaan; indien en voor zover diensttijd die bij de berekening van de bovenwettelijke uitkering in aanmerking is genomen, met een overheidspensioen, anders dan ten laste van de Stichting Pensioenfonds ABP, wordt vergolden, worden de duur en het bedrag van de bovenwettelijke uitkering met ingang van de dag waarop dit pensioen is ingegaan, herberekend, waarbij die diensttijd buiten beschouwing wordt gelaten; -k. suppletie: een suppletie krachtens de suppletieregeling, bedoeld in artikel 33 van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren. +k. arbeidsongeschiktheidsuitkering: een ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen toegekende uitkering. **2.** Indien op het salaris van de betrokkene op de dag voorafgaande aan het ontslag een korting wordt toegepast op grond van artikel 6, 8d of 8e van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren, wordt voor het dagloon, bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, uitgegaan van het dagloon zoals dat zou zijn vastgesteld indien geen sprake was geweest van bedoelde korting. @@ -64,9 +64,9 @@ c. die op de dag van ontslag 60 jaar of ouder is, met een duur gelijk aan 78% va **1.** De betrokkene heeft gedurende de periode dat recht bestaat op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet, recht op een aanvullende uitkering, met dien verstande dat het recht op een aanvullende uitkering niet eerder ingaat dan op de dag waarop het ontslag in werking treedt. -**2.** Op de aanvullende uitkering, bedoeld in het eerste lid, zijn de afdelingen I van hoofdstukken IIA en IIB, alsmede de artikelen 47, tweede en derde lid, 75, 76 en 78 van de Werkloosheidswet van overeenkomstige toepassing. +**2.** Op de aanvullende uitkering, bedoeld in het eerste lid, zijn hoofdstuk II, paragrafen 1 tot en met 3, alsmede de artikelen 47, tweede en derde lid, 75, 76, 76a, 77a en 78 van de Werkloosheidswet van overeenkomstige toepassing. -**3.** In afwijking van het tweede lid, is artikel 41 van de Werkloosheidswet niet van overeenkomstige toepassing op de aanvullende uitkering, bedoeld in het eerste lid, en zijn de artikelen 34 en 35 van de Werkloosheidswet slechts van overeenkomstige toepassing op de aanvullende uitkering voor zover de hoogte van de in mindering te brengen inkomsten de uitkering krachtens de Werkloosheidswet overstijgen. +**3.** In afwijking van het tweede lid, is artikel 41 van de Werkloosheidswet niet van overeenkomstige toepassing op de aanvullende uitkering, bedoeld in het eerste lid, en zijn de artikelen 34, 35a en 35aa van de Werkloosheidswet slechts van overeenkomstige toepassing op de aanvullende uitkering voor zover de hoogte van de in mindering te brengen inkomsten de uitkering krachtens de Werkloosheidswet overstijgen. ### Artikel 4 @@ -94,7 +94,7 @@ c. die op de dag van ontslag 60 jaar of ouder is, met een duur gelijk aan 78% va ### Artikel 6 -**1.** Zo spoedig mogelijk na het overlijden van betrokkene wordt de uitkering, bedoeld in artikel 35 van de Ziektewet aangevuld tot 100% van het voor betrokkene geldende dagloon. +**1.** Zo spoedig mogelijk na het overlijden van betrokkene wordt de uitkering, bedoeld in artikel 35 of 36 van de Ziektewet aangevuld tot 100% van het voor betrokkene geldende dagloon. **2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt de uitkering krachtens de Ziektewet steeds geacht onverminderd door de betrokkene te zijn genoten. @@ -108,17 +108,17 @@ Indien ten aanzien van de uitkering die betrokkene krachtens de Werkloosheidswet **1.** Indien op het moment van ontslag de duur van de uitkering berekend op basis van artikel 2, langer is dan de duur van de uitkering berekend op basis van de Werkloosheidswet, heeft de betrokkene, die het einde van de uitkeringsduur krachtens de Werkloosheidswet heeft bereikt, met ingang van dat moment recht op een aansluitende uitkering, met dien verstande dat de verloren arbeidsuren waarvoor hij geen betrokkene is, geen aanspraak geven op een uitkering krachtens dit besluit. -**2.** Op de aansluitende uitkering zijn afdeling I van hoofdstuk IIA en de artikelen 75, 76 en 78 van de Werkloosheidswet van overeenkomstige toepassing. +**2.** Op de aansluitende uitkering zijn hoofdstuk II, paragrafen 1 tot en met 3 en de artikelen 75, 76, 76a, 77a en 78 van de Werkloosheidswet van overeenkomstige toepassing. **3.** In afwijking van het tweede lid eindigt het recht op een aansluitende uitkering niet voor zover de betrokkene: -a. recht heeft op een uitkering als bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel a of b, van de Werkloosheidswet; of +a. recht heeft op een uitkering als bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdelen a, b en c, van de Werkloosheidswet; of b. geen recht heeft op een uitkering als bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel a of b van de Werkloosheidswet vanwege het enkele feit dat zijn verzekering op grond van de in artikel 19 van de Werkloosheidswet genoemde wetten is geëindigd; of c. niet beschikbaar is om arbeid te aanvaarden in verband met een situatie als bedoeld in onderdeel a of b. -**4.** In afwijking van het tweede lid zijn de artikelen 19, eerste lid, onderdeel i, en 20, eerste lid, onderdeel e, van de Werkloosheidswet niet van overeenkomstige toepassing op de aansluitende uitkering, bedoeld in het eerste lid. +**4.** In afwijking van het tweede lid zijn de artikelen 19, eerste lid, onderdeel h, en 20, eerste lid, onderdeel e, van de Werkloosheidswet niet van overeenkomstige toepassing op de aansluitende uitkering, bedoeld in het eerste lid. **5.** Het recht op een aansluitende uitkering eindigt na ommekomst van de duur van de aansluitende uitkering, doch uiterlijk op de eerste dag van de kalendermaand volgend op die waarin de betrokkene de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt. @@ -144,17 +144,11 @@ De duur van de aansluitende uitkering is de op het moment van ontslag berekende ### Artikel 12 -**1.** Voor de betrokkene, die ter zake van een zelfde ontslag recht op een bovenwettelijke uitkering en recht op een suppletie heeft, komt gedurende de termijn dat hij recht heeft op die suppletie het recht op een bovenwettelijke uitkering niet tot uitbetaling. - -**2.** De betrokkene, bedoeld in het eerste lid, heeft met ingang van de eerste dag volgende op die waarop de suppletie is geëindigd, recht op een bovenwettelijke uitkering, voor de periode dat de duur van de bovenwettelijke uitkering, waarop betrokkene recht zou hebben gehad indien hij geen recht op suppletie zou hebben gehad, langer is dan de duur van de suppletie. - -**3.** Ter bepaling van de hoogte van de bovenwettelijke uitkering wordt uitgegaan van de datum van het ontslag, bedoeld in het eerste lid. - -**4.** De bovenwettelijke uitkering eindigt na ommekomst van de duur van de bovenwettelijke uitkering. +Vervallen ### Artikel 13 -**1.** De betrokkene, die recht heeft op een uitkering krachtens de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer, heeft recht op een bovenwettelijke uitkering krachtens dit besluit op het moment dat de mate van arbeidsongeschiktheid op een lager percentage wordt vastgesteld dan 80% waardoor recht ontstaat op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet. Indien de uitkering krachtens de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, bedoeld in de eerste volzin, is ontstaan uit twee of meer dienstbetrekkingen wordt het recht op een bovenwettelijke uitkering krachtens dit besluit toegerekend aan de dienstbetrekking ter zake waarvan hij betrokkene is in de zin van dit besluit, naar rato van de feitelijk genoten inkomsten uit hoofde van de desbetreffende dienstbetrekkingen. +**1.** De betrokkene, die recht heeft op een uitkering krachtens de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer dan wel een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80% of meer, of ingevolge hoofdstuk 6 of 7 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, heeft recht op een bovenwettelijke uitkering krachtens dit besluit op het moment dat de mate van arbeidsongeschiktheid op een lager percentage wordt vastgesteld dan 80% waardoor recht ontstaat op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet. Indien de in de eerste volzin bedoelde arbeidsongeschiktheidsuitkering is ontstaan uit twee of meer dienstbetrekkingen wordt het recht op een bovenwettelijke uitkering krachtens dit besluit toegerekend aan de dienstbetrekking ter zake waarvan hij betrokkene is in de zin van dit besluit, naar rato van de feitelijk genoten inkomsten uit hoofde van de desbetreffende dienstbetrekkingen. **2.** Ter bepaling van de duur van de bovenwettelijke uitkering krachtens artikel 2 wordt uitgegaan van de datum van het ontslag, bedoeld in het eerste lid. @@ -204,7 +198,7 @@ In afwijking van de artikelen 4 en 10 bedraagt het percentage 77% in plaats van ### Artikel 20 -Het dagloon wordt steeds aangepast overeenkomstig een algemene wijziging van het salaris en van de vakantie-uitkering van rechterlijke ambtenaren, met ingang van de dag waarop de salariswijziging respectievelijk de wijziging van de vakantie-uitkering van kracht wordt. +Het dagloon wordt steeds aangepast overeenkomstig een algemene wijziging van het salaris, van de vakantieuitkering en van de eindejaarsuitkering van rechterlijke ambtenaren, met ingang van de dag waarop die wijziging van het salaris, de vakantieuitkering respectievelijk de eindejaarsuitkering van kracht wordt. ### Artikel 21