2001-01-01 | BWBR0005496 | Besluit goederenvervoer over de weg

This commit is contained in:
Coornhert 2001-01-01 12:00:00 +00:00
parent 79da94a24d
commit 9ce41b4ba0

View file

@ -16,18 +16,22 @@ citeertitel: Besluit goederenvervoer over de weg
### Artikel 1
**1.**
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. wet: Wet goederenvervoer over de weg (*Stb.* 1992, 145);
b. Lid-Staat: staat, lid van de Europese Unie;
b. Lid-Staat: staat, lid van de Europese Gemeenschappen;
c. richtlijn nr. 96/26/EG: richtlijn nr. 96/26/EG van de Raad van de Europese Unie van 29 april 1996 inzake de toegang tot het beroep van ondernemer van goederen-, respectievelijk personenvervoer over de weg, nationaal en internationaal, en inzake de wederzijdse erkenning van diploma's, certificaten en andere titels ter vergemakkelijking van de uitoefening van het recht van vrije vestiging van bedoelde vervoerondernemers (PbEG L 124);
d. verordening 881/92: verordening (EEG) nr. 881/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 maart 1992 betreffende de toegang tot de markt van het goederenvervoer over de weg in de Gemeenschap van of naar het grondgebied van een Lid-Staat of over het grondgebied van een of meer Lid-Staten (PbEG L 95);
e. bestuurdersattest: bestuurdersattest als bedoeld in verordening 881/92;
d. Verordening (EEG) 4059/89: Verordening (EEG) nr. 4059/89 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1989 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder niet in een Lid-Staat woonachtige vervoerondernemers aldaar tot het binnenlands goederenvervoer over de weg worden toegelaten (*PbEG* L 390) zoals gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 296/91 (*PbEG* L 36);
e. Verordening (EEG) 3916/90: Verordening (EEG) nr. 3916/90 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1990 betreffende in crisissituaties te nemen maatregelen op de markt voor het goederenvervoer over de weg (*PbEG* L 375);
f. landbouwbedrijf: bedrijf van akkerbouw, weidebouw, veehouderij, pluimveehouderij, fruitteelt, tuinbouw - daaronder begrepen het kweken van bomen, bloemen en bloembollen -, de teelt van griendhout en elke soortgelijke vorm van bodemcultuur;
g. landbouwprodukten: produkten van het landbouwbedrijf;
h. C.E.M.T.-vergunning: de vergunning die door het Secretariaat van de Europese Conferentie van Ministers van Verkeer (C.E.M.T) wordt uitgegeven voor het verrichten van grensoverschrijdend beroepsgoederenvervoer;
i. cabotagevergunning: vergunning voor cabotagevervoer;
j. cabotagevervoer: het verrichten van binnenlands beroepsgoederenvervoer over de weg in een Staat door een ondernemer die in een andere Staat gevestigd is.
i. boekje verslagen van het internationaal vervoer en verslag van internationaal vervoer: boekje en het verslag, bedoeld in artikel 4, eerste lid en bijlage II van Verordening (EEG) 3164/76;
j. cabotagevergunning: de vergunning bedoeld in artikel 2 van Verordening (EEG) 4059/89;
k. cabotagevervoer: het verrichten van binnenlands beroepsgoederenvervoer over de weg in een Staat door een ondernemer die in een andere Staat gevestigd is;
l. boekje verslagen cabotagevervoer: boekje en het verslag bedoeld in artikel 4 van Verordening (EEG) 4059/89.
### Paragraaf 2. Uitzonderingen ingevolge de
@ -88,7 +92,10 @@ Artikel 5, eerste en derde lid, en artikel 15, eerste lid, van de wet zijn niet
### Artikel 6
Artikel 5, derde lid, van de wet is niet van toepassing op beroepsvervoer verricht met een vrachtauto waarvan het maximaal toegestaan gewicht niet meer bedraagt dan 3500 kg.
Artikel 5, derde lid, van de wet is niet van toepassing op:
a. beroepsvervoer verricht met een vrachtauto waarvan het toegestane laadvermogen niet meer bedraagt dan 3500 kg;
b. beroepsvervoer tussen Nederland, België en Luxemburg dat verricht wordt door een in Nederland gevestigde ondernemer die in het bezit is van een vergunning voor binnenlands vervoer.
### Paragraaf 3. Aanwijzing bepalingen als bedoeld in
@ -98,23 +105,21 @@ Als bepalingen als bedoeld in artikel 31 van de wet worden aangewezen artikel 72
## Hoofdstuk II. Beroepsvervoer
### Paragraaf 1. Aan de NIWO opgedragen werkzaamheden ingevolge
### Paragraaf 1. Aan de NIWO opgedragen werkzaamheden ingevolge artikel 32, onderdeel g, van de wet
### Artikel 7
**1.**
De NIWO is, onverminderd het bepaalde in artikel 32, onderdelen a tot en met e, van de wet belast met de volgende taken;
De NIWO is, onverminderd het bepaalde in artikel 32, onderdelen *a* tot en met *f*, van de wet belast met de volgende taken;
a. het bijhouden van een registratie- en signaleringssysteem ter uitvoering van het bepaalde in artikel 12 van de wet;
b. het beheer van gegevensbestanden uit hoofde van haar publieke taken; en
c. deelname aan onderhandelingen in het kader van bilaterale verdragen met andere Staten, dan wel ter afsluiting van bilaterale verdragen.
**2.** De NIWO deelt Onze Minister jaarlijks zo spoedig mogelijk na 1 januari mee hoeveel vervoerders op 31 december van het voorafgaande jaar houder waren van een communautaire vergunning en hoeveel gewaarmerkte kopieën zijn afgegeven.
**2.** De NIWO deelt de Minister jaarlijks zo spoedig mogelijk na 1 januari mee hoeveel vervoerders op 31 december van het voorafgaande jaar houder waren van een communautaire vergunning en hoeveel gewaarmerkte kopieën zijn afgegeven.
**3.** Bij ministeriële regeling kan de NIWO belast worden met overige taken.
**4.** De NIWO is de bevoegde instantie, bedoeld in de artikelen 6, eerste lid, 7, tweede lid, 8 en 11, derde lid, van verordening 881/92.
**3.** Bij ministeriële regeling kan de NIWO belast worden met overige taken, waartoe in ieder geval behoort de uitvoering van Verordening (EEG) nr. 3916/90.
### Paragraaf 2. Vergunningverlening voor binnenlands beroepsvervoer
@ -172,9 +177,9 @@ Het bepaalde in de artikelen 9, 10, 12 en 13 is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 18
**1.** Ter voldoening aan de eis van betrouwbaarheid, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel *a*, van de wet, is overlegging vereist van een niet ouder dan drie maanden zijnde verklaring omtrent het gedrag ten dienste van het verkrijgen van een vergunning voor beroepsvervoer en afgegeven overeenkomstig de bepalingen van de Wet justitiële gegevens.
**1.** Ter voldoening aan de eis van betrouwbaarheid, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel *a*, van de wet, is overlegging vereist van een niet ouder dan drie maanden zijnde verklaring omtrent het gedrag ten dienste van het verkrijgen van een vergunning voor beroepsvervoer en afgegeven overeenkomstig de bepalingen van de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag (*Stb.* 1955, 395).
**2.** Een ondernemer of bestuurder van een onderneming tot het verrichten van beroepsvervoer wiens land van oorsprong of herkomst een andere Lid-Staat is dan Nederland, dan wel een andere staat, die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, voldoet aan de eis van betrouwbaarheid door overlegging van een document of verklaring, in die andere staat afgegeven overeenkomstig het tweede, derde en vierde lid van artikel 8 van richtlijn nr. 96/26/EG en niet ouder dan drie maanden.
**2.** Een ondernemer of bestuurder van een onderneming tot het verrichten van beroepsvervoer wiens land van oorsprong of herkomst een andere Lid-Staat is dan Nederland, dan wel een andere staat, die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte , voldoet aan de eis van betrouwbaarheid door overlegging van een document of verklaring, in die andere staat afgegeven overeenkomstig het tweede, derde en vierde lid van artikel 8 van richtlijn nr. 96/26/EG en niet ouder dan drie maanden.
### Artikel 19
@ -196,14 +201,14 @@ Een verklaring als bedoeld in artikel 18, eerste lid, dient elke vijf jaar opnie
**1.**
Aan de eis van vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel c, van de wet, wordt voldaan door degene die:
Aan de eis van vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel c, van de wet, wordt voldaan door degene die:
a. een door Onze Minister erkend getuigschrift overlegt van met goed gevolg afgelegde examens waarbij ten minste de kennis is vastgesteld van de onderwerpen en het opleidingsniveau van bijlage I van richtlijn nr. 96/26/EG en die overeenkomstig die bijlage zijn georganiseerd, of
b. een verklaring van vakbekwaamheid overlegt die op grond van artikel 3, vierde lid, van richtlijn nr. 96/26/EG, door een andere Lidstaat, dan wel door een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, is afgegeven.
**2.** Bij ministeriële regeling kan bepaald worden van welke onderwerpen, genoemd in bijlage I van richtlijn nr. 96/26/EG, vrijstelling verleend kan worden aan houders van in die regeling genoemde diploma's.
**2.** In geval van overlegging van een na 1 oktober 1999 afgegeven verklaring als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, door een persoon die zijn normale verblijfplaats als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van richtlijn nr. 96/26/EG, in Nederland heeft, legt die persoon een door Onze Minister, na raadpleging van de Europese Commissie, erkend aanvullend examen af als bedoeld in artikel 3, vierde lid, onderdeel f, van richtlijn nr. 96/26/EG.
**3.** Door vernummering vervallen.
**3.** Bij ministeriële regeling kan bepaald worden van welke onderwerpen, genoemd in bijlage I van richtlijn nr. 96/26/EG, vrijstelling verleend kan worden aan houders van in die regeling genoemde diploma's.
**4.** Op het moment dat vijf jaar is verstreken na het tijdstip van de vergunningverlening toont de ondernemer aan dat hij voldoet aan de eis van vakbekwaamheid.
@ -300,17 +305,17 @@ e. overtreding van artikel 5.3.15 juncto 5.1.1, eerste lid, onderdeel c, van het
### Artikel 35
**1.** Er is sprake van herhaaldelijk in strijd handelen met het bepaalde in artikel 14, eerste lid, van de wet indien de vergunninghouder binnen een aaneengesloten periode van drie jaar een bij ministeriële regeling vast te stellen aantal malen onherroepelijk tot straf veroordeeld is wegens overtreding van eerdergenoemd artikel.
**1.** Er is sprake van herhaaldelijk in strijd handelen met het bepaalde in artikel 14, eerste lid, van de wet indien de vergunninghouder dan wel de houder van een toestemmingsbewijs als bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de wet binnen een aaneengesloten periode van drie jaar een bij ministeriële regeling vast te stellen aantal malen onherroepelijk tot straf veroordeeld is wegens overtreding van eerdergenoemd artikel.
**2.** De periode van drie jaar vangt aan op de datum van de eerste onherroepelijke veroordeling.
### Artikel 36
Indien de vergunninghouder zich schuldig maakt aan overtreding van artikel 14 van de wet stelt de NIWO hem ten minste één maal op de hoogte van de mogelijkheid van intrekking van de vergunning op grond van het bepaalde in artikel 35, eerste lid.
Indien de vergunninghouder dan wel de houder van een toestemmingsbewijs zich schuldig maakt aan overtreding van artikel 14 van de wet stelt de NIWO hem ten minste één maal op de hoogte van de mogelijkheid van intrekking van de vergunning dan wel het toestemmingsbewijs op grond van het bepaalde in artikel 35, eerste lid.
### Artikel 37
Indien ingevolge het bepaalde in de artikelen 34 en 35 de betrouwbaarheid dreigt te ontvallen, stelt de NIWO de vergunninghouder daarvan ten minste één maal op de hoogte.
Indien ingevolge het bepaalde in de artikelen 34 en 35 de betrouwbaarheid dreigt te ontvallen, stelt de NIWO de vergunninghouder, onderscheidenlijk de houder van een toestemmingsbewijs, daarvan ten minste één maal op de hoogte.
### Artikel 38
@ -472,43 +477,63 @@ De houder van een inschrijving eigen vervoer is verplicht deze, alsmede de op ba
### Artikel 63
Onder aanvullende documenten als bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de wet worden verstaan:
Onder aanvullende documenten, als bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de wet worden verstaan:
a. een bestuurdersattest;
b. een C.E.M.T.-vergunning;
c. een machtiging op grond van een overeenkomst met een andere staat.
a. een C.E.M.T. vergunning;
b. één of meerdere machtigingen op grond van overeenkomsten met andere Staten; of
c. een combinatie van de onder *a* en *b* bedoelde documenten.
### Artikel 64
**1.** Van de verplichting te beschikken over een bestuurdersattest is vrijgesteld de houder van een communautaire vergunning voorzover het vervoer wordt verricht door een bestuurder die onderdaan is van een Lid-Staat, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland.
Van het bepaalde in artikel 26, eerste lid, van de wet kan bij ministeriële regeling vrijstelling worden verleend indien het grensoverschrijdend beroepsvervoer geschiedt in overeenstemming met het bepaalde in overeenkomsten met andere Staten of ter uitvoering van besluiten van volkenrechtelijke organisaties, betreffende het grensoverschrijdend beroepsvervoer van goederen met vrachtautos en regelende de erkenning van vergunningen, dan wel om redenen van internationaal vervoerbeleid.
**2.** Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden verleend van een aanvullend document als bedoeld in artikel 63, onderdelen b en c, indien het vervoer geschiedt in overeenstemming met een overeenkomst met een andere staat of ter uitvoering van een besluit van een volkenrechtelijke organisatie, betreffende het grensoverschrijdend beroepsvervoer van goederen met vrachtauto's en regelende de erkenning van vergunningen, dan wel om redenen van internationaal vervoerbeleid.
### Paragraaf 2. Communautaire vergunningen
### Paragraaf 2. Bestuurdersattest
### Artikel
### Artikel 65
Vervallen
**1.** De NIWO verleent aan de houder van een communautaire vergunning op diens aanvraag een bestuurdersattest indien wordt voldaan aan artikel 3, derde lid, van verordening 881/92.
### Artikel
**2.** Onze Minister stelt nadere regels ter uitvoering van artikel 3, derde lid, van verordening 881/92.
Vervallen
### Artikel 66
### Artikel
**1.** Het bestuurdersattest wordt verleend voor de periode waarin wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 65, doch ten hoogste voor vijf jaar.
Vervallen
**2.** Indien het attest is verleend voor een kortere periode dan vijf jaar, kan, onverminderd het eerste lid, de geldigheidsduur van het attest worden verlengd.
### Artikel 68
### Artikel 67
Vervallen
**1.** De vergunninghouder en de bestuurder van de vrachtauto handelen overeenkomstig artikel 6, vierde lid, van verordening 881/92.
### Artikel 69
**2.** De vergunninghouder levert het bestuurdersattest bij de NIWO in binnen een week na de dagtekening van de beschikking waarbij de NIWO het bestuurdersattest intrekt.
Vervallen
### Artikel 70
Vervallen
### Artikel 71
Vervallen
### Artikel 72
Vervallen
### Artikel 73
Vervallen
### Artikel 74
Vervallen
### Paragraaf 3. C.E.M.T.-vergunningen
### Artikel 75
**1.** C.E.M.T.-vergunningen worden door de NIWO uitsluitend uitgereikt aan houders van een communautaire vergunning.
**1.** C.E.M.T.-vergunningen worden door de NIWO uitsluitend uitgereikt aan houders van een geldige communautaire vergunning.
**2.** Aanvragen om een C.E.M.T.-vergunning, geldig voor het volgende kalenderjaar, moeten vóór een door de NIWO te bepalen datum bij de NIWO worden ingediend; aanvragen om een C.E.M.T.-vergunning voor het lopende kalenderjaar kunnen gedurende dat jaar bij de NIWO worden ingediend.
@ -556,7 +581,7 @@ Degene, die krachtens een C.E.M.T.-vergunning grensoverschrijdend beroepsvervoer
De C.E.M.T.-vergunning wordt door de NIWO ingetrokken:
a. Op verzoek van de ondernemer;
b. indien de ondernemer niet meer in het bezit is van een communautaire vergunning.
b. indien de ondernemer niet meer in het bezit is van een geldige communautaire vergunning.
**2.** De C.E.M.T.-vergunning kan door de NIWO worden ingetrokken indien blijkt van geen, onvoldoende of een tot bilateraal vervoer beperkt gebruik.
@ -568,7 +593,7 @@ De houder van een C.E.M.T.-vergunning is verplicht deze binnen één week na de
### Artikel 82
Machtigingen als bedoeld in artikel 63, onderdeel c, worden door de NIWO uitsluitend uitgereikt aan houders van een communautaire vergunning.
Machtigingen als bedoeld in artikel 63, onderdeel b, worden door de NIWO uitsluitend uitgereikt aan houders van een geldige communautaire vergunning.
### Artikel 83
@ -597,7 +622,7 @@ Een machtiging wordt verleend voor een vrachtauto al dan niet met een aanhangwag
De machtiging wordt door de NIWO ingetrokken:
a. op verzoek van de ondernemer;
b. indien de ondernemer niet meer in het bezit is van een communautaire vergunning of
b. indien de ondernemer niet meer in het bezit is van een geldige communautaire vergunning of
c. bij geen of onvoldoende gebruik.
**2.** De houder van een machtiging is verplicht deze binnen één week na de dagtekening van een beschikking van de NIWO, waarbij zij wordt ingetrokken, bij de NIWO in te leveren.
@ -612,7 +637,7 @@ Degene die grensoverschrijdend beroepsvervoer met een vrachtauto verricht kracht
### Artikel 88
**1.** Cabotagevergunningen worden door de NIWO uitsluitend uitgereikt aan in Nederland gevestigde ondernemers die in het bezit zijn van een communautaire vergunning.
**1.** Cabotagevergunningen worden door de NIWO uitsluitend uitgereikt aan in Nederland gevestigde ondernemers die in het bezit zijn van een geldige communautaire vergunning.
**2.** Cabotagevergunningen worden verleend voor een periode, die duurt tot en met 31 december van het jaar, waarin zij zijn aangevraagd.
@ -658,6 +683,8 @@ De houder van een cabotagevergunning is verplicht zorg te dragen voor de invulli
**2.** De houder van een cabotagevergunning is verplicht de gebruikte verslagen van een boekje verslagen cabotagevervoer binnen een week na het verstrijken van de maand, waarop zij betrekking hebben aan de NIWO te zenden.
**3.** De NIWO brengt de gegevens met betrekking tot het cabotagevervoer aan het eind van elk kwartaal en binnen acht weken ter kennis van Onze Minister door middel van een tabel die als bijlage IV is opgenomen bij Verordening (EEG) nr. 4059/89.
### Paragraaf 3. Intrekking cabotagevergunning
### Artikel 96
@ -667,7 +694,7 @@ De houder van een cabotagevergunning is verplicht zorg te dragen voor de invulli
Een cabotagevergunning wordt door de NIWO ingetrokken:
a. op verzoek van de ondernemer;
b. indien de ondernemer niet meer in het bezit is van een communautaire vergunning.
b. indien de ondernemer niet meer in het bezit is van een geldige communautaire vergunning.
**2.** Indien door de houder van een cabotagevergunning geen of onvoldoende gebruik is gemaakt van reeds uitgereikte cabotagevergunningen kan de NIWO de afgifte van toegekende maar nog niet uitgereikte cabotagevergunningen weigeren.
@ -699,14 +726,7 @@ De NIWO kan ter uitvoering van een overeenkomst tussen de Staat der Nederlanden
### Artikel 101
Van de machtiging, bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet, is vrijgesteld:
a. de houder van een communautaire vergunning, met dien verstande dat indien de bestuurder geen onderdaan is van een land als bedoeld in artikel 64, eerste lid, de vrijstelling slechts geldt indien de houder van de communautaire vergunning tevens houder is van een bestuurdersattest;
b. de houder van een C.E.M.T.-vergunning, voorzover de daaraan verbonden voorschriften worden nageleefd.
### Artikel 101a
Degene die grensoverschrijdend beroepsvervoer met een vrachtauto verricht krachtens een machtiging als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet, dan wel krachtens een document als bedoeld in artikel 101, alsmede de bestuurder van die vrachtauto, draagt er zorg voor dat die machtiging of dat document in de vrachtauto aanwezig is.
Degene die grensoverschrijdend beroepsvervoer krachtens een machtiging met een vrachtauto verricht alsmede de bestuurder van die vrachtauto is verplicht er voor zorg te dragen dat bij de vrachtauto een geldige machtiging aanwezig is.
### Artikel 102
@ -765,7 +785,7 @@ De NIWO verschaft periodiek aan Onze Minister een overzicht van de houders van C
### Artikel 108
Overtreding van elk der bepalingen in de artikelen 13, 14, 17, 24, 25, 27, 38, 47 , 48, 49, 55, 59, 62, 67, 77, eerste en derde lid, 78, 79, eerste lid, 81, 86, tweede lid, 87, 92, eerste lid, 93, 94, 95, eerste en tweede lid, 97, 98, eerste lid, 99, 101a en 105, eerste en derde lid, laatste volzin, vormt een strafbaar feit in de zin van artikel 1, onder 4*o*, van de Wet op de economische delicten (*Stb.* 1950, 258).
Overtreding van elk der bepalingen in de artikelen 13, 14, 17, 24, 25, 27, 38, 47 , 48, 49, 55, 59, 62, 77, eerste en derde lid, 78, 79, eerste lid, 81, 86, tweede lid, 87, 92, eerste lid, 93, 94, 95, eerste en tweede lid, 97, 98, eerste lid, 99, 101 en 105, eerste en derde lid, laatste volzin, vormt een strafbaar feit in de zin van artikel 1, onder 4*o*, van de Wet op de economische delicten (*Stb.* 1950, 258).
## Hoofdstuk IX. Overgangs- en slotbepalingen