diff --git a/wet/overleveringswet/BWBR0016664/README.md b/wet/overleveringswet/BWBR0016664/README.md index 44582160293..22345e46800 100644 --- a/wet/overleveringswet/BWBR0016664/README.md +++ b/wet/overleveringswet/BWBR0016664/README.md @@ -21,7 +21,7 @@ In deze wet wordt verstaan onder: a. overlevering: de terbeschikkingstelling van een persoon door de justitiële autoriteiten van de ene lidstaat aan de justitiële autoriteiten van een andere lidstaat van de Europese Unie ten behoeve van hetzij een in die andere lidstaat tegen hem gericht strafrechtelijk onderzoek, hetzij de tenuitvoerlegging van een hem opgelegde vrijheidsbenemende straf of maatregel; b. Europees aanhoudingsbevel: de schriftelijk vastgelegde beslissing van een justitiële autoriteit van een lidstaat van de Europese Unie strekkende tot de aanhouding en de overlevering van een persoon door de justitiële autoriteit van een andere lidstaat; c. vrijheidsstraffen: door de rechter op te leggen straffen met een vrijheidsbenemend karakter alsmede de door deze naast of in plaats van een straf op te leggen maatregelen strekkende tot vrijheidsbeneming; -d. opgeëiste persoon: de persoon op wie een Europees aanhoudingsbevel of een signalering in het Schengen-informatiesysteem strekkende tot aanhouding en overlevering betrekking heeft; +d. opgeëiste persoon: de persoon op wie een Europees aanhoudingsbevel een signalering in het Schengen-informatiesysteem of via Interpol strekkende tot aanhouding en overlevering betrekking heeft; e. officier van justitie: voor zover aldus vermeld, elke officier van justitie, en overigens de officier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam; f. rechter-commissaris: de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken, in de rechtbank te Amsterdam; g. rechtbank: de rechtbank te Amsterdam; @@ -63,11 +63,13 @@ g. indien mogelijk, andere gevolgen van het strafbaar feit. ### Artikel 4 -**1.** De uitvaardigende autoriteit kan besluiten de opgeëiste persoon te doen signaleren in het Schengen-informatiesysteem, overeenkomstig artikel 95 van de Uitvoeringsovereenkomst van Schengen. +**1.** De uitvaardigende justitiële autoriteit kan besluiten de opgeëiste persoon te doen signaleren in het Schengen-informatiesysteem, overeenkomstig artikel 95 van de Uitvoeringsovereenkomst van Schengen. -**2.** Een signalering, bedoeld in het eerste lid, dient onmiddellijk nadat de opgeëiste persoon is aangetroffen, te worden gevolgd door toezending van het Europees aanhoudingsbevel aan de in artikel 3 bedoelde autoriteit. +**2.** Met het oog op de opsporing en aanhouding in een lidstaat van de Europese Unie die geen toegang heeft tot het Schengen-informatie systeem kan de uitvaardigende justitiële autoriteit eveneens besluiten de opgeëiste persoon te signaleren via Interpol. -**3.** Een signalering, bedoeld in het eerste lid, wordt voor de toepassing van deze wet gelijkgesteld met een Europees aanhoudingsbevel, mits daarin alle gegevens, bedoeld in artikel 2, tweede lid, zijn opgenomen. +**3.** Een signalering, bedoeld in het eerste en tweede lid, dient onmiddellijk nadat de opgeëiste persoon is aangetroffen, te worden gevolgd door toezending van het Europees aanhoudingsbevel aan de in artikel 3 bedoelde autoriteit. + +**4.** Een signalering, bedoeld in het eerste lid, wordt voor de toepassing van deze wet gelijkgesteld met een Europees aanhoudingsbevel, mits daarin alle gegevens, bedoeld in artikel 2, tweede lid, zijn opgenomen. ## Hoofdstuk II. Overlevering door Nederland @@ -79,11 +81,11 @@ Overlevering geschiedt uitsluitend aan uitvaardigende justitiële autoriteiten v ### Artikel 6 -**1.** De overlevering van een Nederlander kan worden toegestaan voor zover deze is gevraagd ten behoeve van een tegen hem gericht strafrechtelijk onderzoek en naar het oordeel van de uitvoerende justitiële autoriteit is gewaarborgd dat, zo hij ter zake van de feiten waarvoor de overlevering kan worden toegestaan in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld, hij deze straf in Nederland zal mogen ondergaan. +**1.** Overlevering van een Nederlander kan worden toegestaan voor zover deze is gevraagd ten behoeve van een tegen hem gericht strafrechtelijk onderzoek en naar het oordeel van de uitvoerende justitiële autoriteit is gewaarborgd dat, zo hij ter zake van de feiten waarvoor de overlevering kan worden toegestaan in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld, hij deze straf in Nederland zal mogen ondergaan. **2.** Overlevering van een Nederlander wordt niet toegestaan indien deze is gevraagd ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een hem bij onherroepelijk vonnis opgelegde vrijheidsstraf. -**3.** Bij een weigering van de overlevering uitsluitend op grond van het bepaalde in het tweede lid stelt de officier van justitie de uitvaardigende justitiële autoriteit in kennis van de bereidheid om de tenuitvoerlegging van het vonnis over te nemen, overeenkomstig de procedure voorzien in artikel 11 van het op 21 maart 1983 te Straatsburg tot stand gekomen Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen (Trb. 1983, 74), of op basis van een ander toepasselijk verdrag, over te nemen. +**3.** Bij een weigering van de overlevering uitsluitend op grond van het bepaalde in het tweede lid stelt de officier van justitie de uitvaardigende justitiële autoriteit in kennis van de bereidheid om de tenuitvoerlegging van het vonnis over te nemen, overeenkomstig de procedure voorzien in artikel 11 van het op 21 maart 1983 te Straatsburg tot stand gekomen Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen (Trb. 1983, 74), of op basis van een ander toepasselijk verdrag. **4.** De officier van justitie stelt Onze Minister onverwijld in kennis van elke overlevering onder garantie van teruglevering als bedoeld in het eerste lid en elke weigering tot overlevering onder de bereidverklaring om de tenuitvoerlegging van het buitenlandse vonnis over te nemen, bedoeld in het derde lid. @@ -99,7 +101,7 @@ a. een door autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelij 1º. een naar het recht van de uitvaardigende lidstaat benoemd strafbaar feit dat tevens op de in bijlage 1 bij deze wet behorende lijst staat vermeld, waarop naar het recht van de uitvaardigende lidstaat een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld; of 2º. een ander feit dat zowel naar het recht van de uitvaardigende lidstaat als naar dat van Nederland strafbaar is en waarop een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste twaalf maanden is gesteld; -b. de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf van vier maanden, of van langere duur, door de opgeëiste persoon op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat te ondergaan wegens een feit als onder 1° en 2° bedoeld. +b. de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf van vier maanden, of van langere duur, door de opgeëiste persoon op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat te ondergaan wegens een feit als onder 1° of 2° bedoeld. **2.** De in het eerste lid, onderdeel a, onder 1°, bedoelde lijst kan, wanneer de Raad van de Europese Unie besluit tot uitbreiding of wijziging van de daarop vermelde strafbare feiten, bij algemene maatregel van bestuur worden herzien. De voordracht voor deze algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. @@ -139,7 +141,7 @@ Overlevering wordt niet toegestaan indien de opgeëiste persoon ten tijde van he ### Artikel 11 -De overlevering wordt niet toegestaan in gevallen, waarin naar het oordeel van de rechtbank een op feiten en omstandigheden gebaseerd gegrond vermoeden bestaat, dat inwilliging van het verzoek zou leiden tot flagrante schending van de fundamentele rechten van de betrokken persoon, zoals die worden gewaarborgd door het op 4 november 1950 te Rome tot stand gekomen Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. +Overlevering wordt niet toegestaan in gevallen, waarin naar het oordeel van de rechtbank een op feiten en omstandigheden gebaseerd gegrond vermoeden bestaat, dat inwilliging van het verzoek zou leiden tot flagrante schending van de fundamentele rechten van de betrokken persoon, zoals die worden gewaarborgd door het op 4 november 1950 te Rome tot stand gekomen Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. ### Artikel 12 @@ -154,7 +156,7 @@ Overlevering wordt niet toegestaan indien het Europees aanhoudingsbevel betrekki a. geacht wordt geheel of gedeeltelijk op Nederlands grondgebied of buiten Nederland aan boord van een Nederlands vaartuig of luchtvaartuig te zijn gepleegd; of b. buiten het grondgebied van de uitvaardigende staat is gepleegd, terwijl naar Nederlands recht geen vervolging zou kunnen worden ingesteld indien het feit buiten Nederland zou zijn gepleegd. -**2.** Op vordering van de officier van justitie wordt afgezien van een weigering van de overlevering uitsluitend krachtens het eerste lid, onder a en b, tenzij naar het oordeel van de rechtbank de officier van justitie niet in redelijkheid tot zijn vordering heeft kunnen komen. +**2.** Op vordering van de officier van justitie wordt afgezien van een weigering van de overlevering uitsluitend krachtens het eerste lid, onder a of b, tenzij naar het oordeel van de rechtbank de officier van justitie niet in redelijkheid tot zijn vordering heeft kunnen komen. ### Artikel 14 @@ -187,7 +189,7 @@ c. daartoe voorafgaand toestemming wordt gevraagd aan de officier van justitie e ### Artikel 15 -Op basis van een signalering in het Schengen-informatiesysteem, bedoeld in artikel 4, eerste lid, kan de voorlopige aanhouding worden bevolen van een zich in Nederland bevindende opgeëiste persoon. +Op basis van een signalering als bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, kan de voorlopige aanhouding worden bevolen van een zich in Nederland bevindende opgeëiste persoon. ### Artikel 16 @@ -242,11 +244,11 @@ b. zodra de bewaring twintig dagen heeft geduurd en het Europees aanhoudingsbeve **4.** De opgeëiste persoon die overeenkomstig het eerste lid werd aangehouden, wordt binnen vierentwintig uren na zijn aanhouding geleid voor de officier van justitie, of bij diens afwezigheid, voor de hulpofficier van justitie in het arrondissement waar hij werd aangehouden. -**5.** De officier van justitie of hulpofficier van justitie, als bedoeld in het vierde lid, kan bevelen dat de opgeëiste persoon gedurende drie dagen, te rekenen vanaf het tijdstip van de voorlopige aanhouding, in verzekering gesteld zal blijven. +**5.** De officier van justitie of hulpofficier van justitie, als bedoeld in het vierde lid, kan bevelen dat de opgeëiste persoon gedurende drie dagen, te rekenen vanaf het tijdstip van de aanhouding, in verzekering gesteld zal blijven. **6.** Indien de opgeëiste persoon buiten het arrondissement Amsterdam is aangehouden en in verzekering is gesteld, wordt hij binnen de termijn van inverzekeringstelling overgedragen aan de officier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam. -**7.** Het vierde lid kan buiten toepassing blijven indien de opgeëiste persoon tegenover de officier van justitie in het arrondissement waar hij is aangehouden heeft verklaard, in te stemmen met zijn onmiddellijke overlevering, de officier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam heeft beslist dat de opgeëiste persoon ter beschikking zal worden gesteld van de uitvaardigende justitiële autoriteit en de feitelijke overlevering binnen de termijn van de inverzekeringstelling kan plaatsvinden. +**7.** Het zesde lid kan buiten toepassing blijven indien de opgeëiste persoon tegenover de officier van justitie in het arrondissement waar hij is aangehouden heeft verklaard, in te stemmen met zijn onmiddellijke overlevering, de officier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam heeft beslist dat de opgeëiste persoon ter beschikking zal worden gesteld van de uitvaardigende justitiële autoriteit en de feitelijke overlevering binnen de termijn van de inverzekeringstelling kan plaatsvinden. **8.** Na de opgeëiste persoon te hebben gehoord, kan de officier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam bevelen dat deze in verzekering gesteld zal blijven tot het tijdstip waarop de rechtbank over zijn gevangenhouding beslist. @@ -262,17 +264,17 @@ b. zodra de bewaring twintig dagen heeft geduurd en het Europees aanhoudingsbeve **3.** In uitzonderlijke gevallen en onder opgave van redenen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit kan de rechtbank de termijn van zestig dagen met maximaal dertig dagen verlengen. -**4.** Indien de rechtbank binnen de in het derde lid bedoelde termijn, nog geen uitspraak heeft gedaan kan de rechtbank de termijn opnieuw verlengen voor onbepaalde tijd, onder gelijktijdige schorsing, onder het stellen van voorwaarden, van de vrijheidsbeneming van de opgeëiste persoon en inkennisstelling van de uitvaardigende autoriteit. +**4.** Indien de rechtbank binnen de in het derde lid bedoelde termijn, nog geen uitspraak heeft gedaan kan de rechtbank de termijn opnieuw verlengen voor onbepaalde tijd, onder gelijktijdige schorsing, onder het stellen van voorwaarden, van de vrijheidsbeneming van de opgeëiste persoon en inkennisstelling van de uitvaardigende justitiële autoriteit. ### Artikel 23 -**1.** Indien de officier van justitie reeds aanstonds van oordeel is dat de overlevering niet kan worden toegestaan op grond van het voorliggende Europees aanhoudingsbevel, stelt hij de uitvaardigende autoriteit daarvan onmiddellijk in kennis. +**1.** Indien de officier van justitie reeds aanstonds van oordeel is dat de overlevering niet kan worden toegestaan op grond van het voorliggende Europees aanhoudingsbevel, stelt hij de uitvaardigende justitiële autoriteit daarvan onmiddellijk in kennis. **2.** In alle andere gevallen vordert hij uiterlijk op de derde dag na de ontvangst van het Europees aanhoudingsbevel schriftelijk, dat de rechtbank het aanhoudingsbevel in behandeling zal nemen. Hij legt daartoe het Europees aanhoudingsbevel met bijbehorende vertaling en, in voorkomend geval, van de uitvaardigende justitiële autoriteit ontvangen aanvullende informatie aan de rechtbank over. **3.** Een afschrift van de krachtens het tweede lid vereiste vordering, met als bijlage een kopie van het Europees aanhoudingsbevel, de bijbehorende vertaling en, in voorkomend geval, de aanvullende informatie wordt aan de opgeëiste persoon betekend. De eerste volzin geldt eveneens in het geval dat de officier van justitie naar aanleiding van een naderhand ontvangen ander Europees aanhoudingsbevel zijn vordering heeft aangevuld of gewijzigd. Van de ontvangst van aanvullende stukken, die in het dossier worden gevoegd, wordt de opgeëiste persoon mededeling gedaan. -**4.** Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing indien de officier naar aanleiding van een naderhand ontvangen uitleveringsverzoek zijn vordering heeft aangevuld of gewijzigd. +**4.** Het derde lid is van overeenkomstige toepassing indien de officier naar aanleiding van een naderhand ontvangen uitleveringsverzoek zijn vordering heeft aangevuld of gewijzigd. **5.** Indien tegen de opgeëiste persoon in Nederland een strafvervolging gaande is voor het feit dat aan het Europees aanhoudingsbevel ten grondslag ligt, zendt de officier van justitie eveneens een afschrift van zijn vordering ter kennisneming aan de officier van justitie die met de vervolging is belast, met het verzoek hem onverwijld te informeren of de vervolging kan worden gestaakt. @@ -325,7 +327,7 @@ f. de mogelijkheid dat de opgeëiste persoon, nadat hij naar het grondgebied van ### Artikel 28 -**1.** Uiterlijk zeven dagen na de sluiting van het onderzoek ter zitting doet de rechtbank uitspraak over de overlevering. De uitspraak wordt met redenen omkleed. +**1.** Uiterlijk veertien dagen na de sluiting van het onderzoek ter zitting doet de rechtbank uitspraak over de overlevering. De uitspraak wordt met redenen omkleed. **2.** Bevindt de rechtbank, hetzij dat het Europees aanhoudingsbevel niet voldoet aan de vereisten van artikel 2, hetzij dat de overlevering niet kan worden toegestaan, hetzij dat ten aanzien van de opgeëiste persoon geen sprake kan zijn van een vermoeden van schuld aan de feiten waarvoor zijn overlevering is gevraagd, dan weigert zij bij haar uitspraak de overlevering. @@ -333,7 +335,7 @@ f. de mogelijkheid dat de opgeëiste persoon, nadat hij naar het grondgebied van **4.** Indien uitvaardigende justitiële autoriteiten van twee of meer lidstaten de overlevering van dezelfde persoon hebben gevraagd, bevestigt de rechtbank het oordeel van de officier van justitie aan welk van de Europese aanhoudingsbevelen – voor zover de overlevering op basis daarvan kan worden toegestaan – voorrang dient te worden gegeven, tenzij naar het oordeel van de rechtbank de officier van justitie met inachtneming van de daarvoor gestelde criteria niet in redelijkheid tot zijn keuze heeft kunnen komen. -**5.** In een uitspraak als bedoeld in dit artikel worden de toepasselijke wetsbepalingen, alsmede – in voorkomend geval – het feit of de feiten waarvoor de overlevering wordt toegestaan en de letterlijke tekst van de door de uitvaardigende autoriteit afgegeven garanties, bedoeld in artikel 6, eerste lid, en in artikel 12 vermeld. +**5.** In een uitspraak als bedoeld in dit artikel worden de toepasselijke wetsbepalingen, alsmede – in voorkomend geval – het feit of de feiten waarvoor de overlevering wordt toegestaan en de letterlijke tekst van de door de uitvaardigende justitiële autoriteit afgegeven garanties, bedoeld in artikel 6, eerste lid, en in artikel 12 vermeld. **6.** Wordt de overlevering toegestaan niettegenstaande een bewering van de persoon overeenkomstig artikel 26, vierde lid, dan vermeldt de uitspraak hetgeen de rechtbank te dien aanzien heeft bevonden. @@ -391,7 +393,7 @@ b. de overlevering wel is toegestaan, maar de feitelijke overlevering niet binne **2.** Indien door bijzondere omstandigheden de feitelijke overlevering niet binnen de in het eerste lid gestelde termijn kan plaatsvinden, wordt in onderling overleg een nieuwe datum bepaald. De feitelijke overlevering vindt alsdan uiterlijk tien dagen na de vastgestelde datum plaats. -**3.** Feitelijk overlevering kan bij wijze van uitzondering achterwege blijven zolang er ernstige humanitaire redenen bestaan die aan de feitelijke overlevering in de weg staan, in het bijzonder zolang het gelet op de gezondheidstoestand van de opgeëiste persoon niet verantwoord is om te reizen. De uitvaardigende justitiële autoriteit wordt onverwijld hiervan in kennis gesteld. De officier van justitie bepaalt, na overleg met de uitvaardigende justitiële autoriteit, de tijd en plaats waarop de feitelijke overlevering alsnog kan plaatsvinden. De feitelijke overlevering vindt alsdan uiterlijk tien dagen na de vastgestelde datum plaats. +**3.** Feitelijke overlevering kan bij wijze van uitzondering achterwege blijven zolang er ernstige humanitaire redenen bestaan die aan de feitelijke overlevering in de weg staan, in het bijzonder zolang het gelet op de gezondheidstoestand van de opgeëiste persoon niet verantwoord is om te reizen. De uitvaardigende justitiële autoriteit wordt onverwijld hiervan in kennis gesteld. De officier van justitie bepaalt, na overleg met de uitvaardigende justitiële autoriteit, de tijd en plaats waarop de feitelijke overlevering alsnog kan plaatsvinden. De feitelijke overlevering vindt alsdan uiterlijk tien dagen na de vastgestelde datum plaats. **4.** De vrijheidsbeneming van de opgeëiste persoon wordt beëindigd na het verstrijken van de in het eerste tot en met derde lid genoemde termijnen. @@ -421,7 +423,7 @@ Bij de feitelijke overlevering deelt de officier van justitie aan de uitvaardige ### Artikel 39 -**1.** De opgeëiste persoon die in het Schengen-informatiesysteem is gesignaleerd ter fine van aanhouding met het oog op zijn overlevering of ten aanzien van wie een Europees aanhoudingsbevel is ontvangen, kan, uiterlijk op de dag voorafgaande aan die welke overeenkomstig artikel 24 is bepaald voor zijn verhoor door de rechtbank, verklaren dat hij instemt met zijn onmiddellijke overlevering. +**1.** De opgeëiste persoon die overeenkomstig artikel 4, eerste of tweede lid, is gesignaleerd ter fine van aanhouding met het oog op zijn overlevering of ten aanzien van wie een Europees aanhoudingsbevel is ontvangen, kan, uiterlijk op de dag voorafgaande aan die welke overeenkomstig artikel 24 is bepaald voor zijn verhoor door de rechtbank, verklaren dat hij instemt met zijn onmiddellijke overlevering. **2.** Een verklaring overeenkomstig het eerste lid kan op het moment van inverzekeringstelling worden afgelegd voor elke officier van justitie. Nadien kan de verklaring uitsluitend worden afgelegd ten overstaan van de officier van justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam of de rechter-commissaris. De afgelegde verklaring kan niet worden herroepen. @@ -433,7 +435,7 @@ Bij de feitelijke overlevering deelt de officier van justitie aan de uitvaardige ### Artikel 40 -**1.** Uiterlijk tien dagen nadat een verklaring overeenkomstig artikel 39 is afgelegd, beslist de officier van justitie of de opgeëiste persoon ter beschikking zal worden gesteld van de uitvaardigende justitiële autoriteit van wie de signalering in het Schengen-informatiesysteem of het Europees aanhoudingsbevel is uitgegaan. +**1.** Uiterlijk tien dagen nadat een verklaring overeenkomstig artikel 39 is afgelegd, beslist de officier van justitie of de opgeëiste persoon ter beschikking zal worden gesteld van de uitvaardigende justitiële autoriteit van wie de signalering als bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, of het Europees aanhoudingsbevel is uitgegaan. **2.** @@ -458,7 +460,7 @@ b. indien blijkt dat tegen de opgeëiste persoon in Nederland een strafrechtelij **2.** Het eerste lid blijft buiten toepassing, indien de officier van justitie heeft beslist dat aan de verklaring geen gevolg zal worden gegeven en het Europees aanhoudingsbevel, overeenkomstig artikel 23, tweede lid, aan de rechtbank is overgelegd. -**3.** De in het eerste lid van dit artikel gestelde termijn kan, op vordering van de officier van justitie, door de rechtbank telkens met ten hoogste dertig dagen worden verlengd uitsluitend wanneer de feitelijke overlevering door bijzondere omstandigheden niet binnen de termijn van twintig dagen, bedoeld in het eerste lid, heeft kunnen plaats hebben. +**3.** De in het eerste lid van dit artikel gestelde termijn kan, op vordering van de officier van justitie, door de rechtbank telkens met ten hoogste dertig dagen worden verlengd uitsluitend wanneer de feitelijke overlevering door bijzondere omstandigheden niet binnen de termijn van twintig dagen, bedoeld in het eerste lid, heeft kunnen plaatsvinden. ### Artikel 43 @@ -490,7 +492,7 @@ c. indien het strafbare feit dat aan het Europees aanhoudingsbevel ten grondslag **1.** De uitvaardigende officier van justitie is bevoegd rechtstreeks contact te onderhouden met de uitvoerende justitiële autoriteit. -**2.** Een signalering als bedoeld in artikel 4 draagt de uitvaardigende officier van justitie op aan de dienst internationale netwerken, Sirene Nederland van het Korps landelijke politiediensten, onder overlegging van een gewaarmerkt afschrift van het door hem afgegeven Europees aanhoudingsbevel. +**2.** Een signalering als bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, draagt de uitvaardigende officier van justitie op aan de dienst internationale netwerken, Sirene Nederland van het Korps landelijke politiediensten, onder overlegging van een gewaarmerkt afschrift van het door hem afgegeven Europees aanhoudingsbevel. ### Artikel 47 @@ -555,7 +557,7 @@ d. een beschrijving van de omstandigheden waaronder het strafbare feit is begaan ### Artikel 53 -**1.** Aan een verzoek van de uitvaardigende justitiële autoriteit om een opgeëiste persoon die op basis van een door hem afgegeven Europees aanhoudingsbevel is aangehouden voorafgaand aan diens overlevering te horen, geeft door de officier van justitie zo veel mogelijk gevolg. +**1.** Aan een verzoek van de uitvaardigende justitiële autoriteit om een opgeëiste persoon die op basis van een door hem afgegeven Europees aanhoudingsbevel is aangehouden voorafgaand aan diens overlevering te horen, geeft de officier van justitie zo veel mogelijk gevolg. **2.** Op het verhoor zijn de artikelen 552n en 552o van het Wetboek van Strafvordering en artikel 4, eerste tot en met derde lid, van de EU-rechtshulpovereenkomst 2000 van toepassing. @@ -573,7 +575,7 @@ d. een beschrijving van de omstandigheden waaronder het strafbare feit is begaan ### Artikel 55 -Elke officier van justitie kan de uitvoerende justitiële autoriteit verzoeken voorwerpen, aangetroffen in het bezit van degene wiens overlevering hij op basis van een signalering in het Schengen-informatiesysteem of van een Europees aanhoudingsbevel heeft gevraagd, in beslag te nemen en aan hem over te dragen. +Elke officier van justitie kan de uitvoerende justitiële autoriteit verzoeken voorwerpen, aangetroffen in het bezit van degene wiens overlevering hij op basis van een signalering als bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid of van een Europees aanhoudingsbevel heeft gevraagd, in beslag te nemen en aan hem over te dragen. ### Artikel 56 @@ -592,8 +594,6 @@ d. een beschrijving van de omstandigheden waaronder het strafbare feit is begaan ### Artikel 57 -**1.** - De officier van justitie kan de uitvoerende justitiële autoriteit verzoeken om de persoon die op basis van een door hem afgegeven Europees aanhoudingsbevel is aangehouden, voorafgaand aan de beslissing over diens overlevering: a. te horen in zijn aanwezigheid dan wel in de aanwezigheid van een door hem aangewezen vertegenwoordiger; @@ -617,7 +617,7 @@ Krachtens deze wet gegeven bevelen tot inverzekeringstelling of bewaring, dan we **2.** Bevoegd tot het ten uitvoer leggen van Europese aanhoudingsbevelen, Nederlandse bevelen tot aanhouding, voorlopige aanhouding of gevangenneming zijn de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde ambtenaren. -**3.** Op de tenuitvoerlegging van de in het tweede lid bedoelde bevelen tot vrijheidsbeneming en de last daartoe zijn de artikelen 564 tot en met 568 van het Wetboek van Strafvordering van toepassing. +**3.** Op de tenuitvoerlegging van een Europees aanhoudingsbevel, de in het eerste lid bedoelde bevelen tot vrijheidsbeneming en de last daartoe zijn de artikelen 564 tot en met 568 van het Wetboek van Strafvordering van toepassing. ### Artikel 61 @@ -647,6 +647,10 @@ Op bevelen tot beëindiging van vrijheidsbeneming, krachtens deze wet gegeven, e De termijnen, genoemd in de artikelen 19, onder b, 22, en 37, eerste en tweede lid, lopen niet gedurende de tijd dat de betrokkene zich aan de verdere tenuitvoerlegging van de in die artikelen bedoelde bevelen heeft onttrokken. +### Artikel 66a + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ### Artikel 67 **1.** In gevallen waarin de overlevering is geweigerd, kan de rechtbank, op verzoek van de opgeëiste persoon, hem een vergoeding ten laste van de Staat toekennen voor de schade die hij heeft geleden ten gevolge van vrijheidsbeneming, bevolen krachtens deze wet. Onder schade is begrepen het nadeel dat niet in vermogensschade bestaat. De artikelen 89, derde, vierde en zesde lid, en 90, 91 en 93 van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing. @@ -659,8 +663,6 @@ Op betekeningen, kennisgevingen en oproepingen, gedaan krachtens deze wet, zijn ### Artikel 69 -**1.** - De bepalingen van deze wet zijn niet van toepassing op: a. overlevering van gedeserteerde schepelingen aan autoriteiten van de staat waartoe zij behoren; @@ -704,7 +706,7 @@ g. de op 27 september 1996 te Dublin tot stand gekomen Overeenkomst opgesteld op **2.** Het eerste lid blijft buiten toepassing in relatie tot een andere lidstaat van de Europese Unie voorzover en voorzolang die lidstaat niet de maatregelen heeft getroffen die noodzakelijk zijn om aan het op 13 juni 2003 te Brussel totstandgekomen kaderbesluit van de Raad betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten van de Europese Unie (PbEG L 190) te voldoen. -**3.** Voor zover de Raad van de Europese Unie een besluit neemt dat afwijkt van het eerste of tweede lid, kan daaromtrent bij algemene maatregel van bestuur uitvoering worden gegeven. +**3.** Voor zover de Raad van de Europese Unie een besluit neemt dat afwijkt van het eerste of tweede lid, kan daaraan bij algemene maatregel van bestuur uitvoering worden gegeven. **4.** De Uitleveringswet blijft van toepassing op de behandeling van een verzoek tot uitlevering en op de in verband daarmede te nemen beslissingen, in gevallen waarin de stukken betreffende dat verzoek vóór het tijdstip van het in werking treden van deze wet zijn ontvangen door Onze Minister.