diff --git a/wet/wet-gegevensverwerking-door-samenwerkingsverbanden/BWBR0049962/README.md b/wet/wet-gegevensverwerking-door-samenwerkingsverbanden/BWBR0049962/README.md index 59c7e9f7783..25c6747717f 100644 --- a/wet/wet-gegevensverwerking-door-samenwerkingsverbanden/BWBR0049962/README.md +++ b/wet/wet-gegevensverwerking-door-samenwerkingsverbanden/BWBR0049962/README.md @@ -42,7 +42,7 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: **4.** De aanwijzing als deelnemer brengt geen wijziging aan in de publiekrechtelijke taken en bevoegdheden van de deelnemers. -**5.** Dit lid is nog niet in werking getreden. +**5.** De deelnemers vormen een samenwerkingsverband zonder rechtspersoonlijkheid. **6.** Bij algemene maatregel van bestuur kan de deelname worden beëindigd indien deelname niet meer noodzakelijk is voor het doel van het samenwerkingsverband. @@ -52,7 +52,7 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: **2.** De deelnemers wijzen één van de functionarissen voor gegevensbescherming van de deelnemende overheidsinstanties of overheidsorganen aan die als coördinerend functionaris voor gegevensbescherming voor het samenwerkingsverband optreedt. -**3.** Een private deelnemer wijst ten behoeve van de inzet in het samenwerkingsverband slechts personen aan die niet tevens worden belast met commerciële werkzaamheden voor die private partij. +**3.** De deelnemers wijzen personeel aan ten behoeve van de inzet in het samenwerkingsverband, dat in dienst blijft van de betreffende deelnemers. Een private deelnemer wijst ten behoeve van de inzet in het samenwerkingsverband slechts personen aan die niet tevens worden belast met commerciële werkzaamheden voor die private partij. **4.** @@ -517,7 +517,7 @@ Als deelnemers worden aangewezen: a. de Raad voor de Kinderbescherming, voor de uitvoering van de wettelijke taken en bevoegdheden op grond van de artikelen 255 en 257 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, artikel 2:7 van het Besluit tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen, artikel 3.1 van de Jeugdwet en de artikelen 5, eerste lid, 6, 10 en 25 van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie; b. de Dienst Justitiële Inrichtingen, voor de uitvoering van de wettelijke taken op grond van artikel 2 van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, artikel 2 van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden, artikel 2 van de Penitentiaire beginselenwet, artikel 2.2, eerste en tweede lid, van de Wet forensische zorg, alsmede de daaruit voortvloeiende bevoegdheden en artikel 2:7 van het Besluit tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen; c. de politie, voor de uitoefening van de taak bedoeld in artikel 3 van de Politiewet 2012 en de daaruit voortvloeiende bevoegdheden, en de wettelijke taken en bevoegdheden op grond van de artikelen 5:3, 7:3, 8:1, 8:2, 8:10 en 13:3 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg en de artikelen 28b, tweede lid, en 33 van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten; -d. het openbaar ministerie, voor de uitoefening van de in artikel 124 van de Wet op de rechterlijke organisatie opgedragen taak en de daaruit voortvloeiende bevoegdheden, en de uitoefening van de wettelijke taken en bevoegdheden op grond van de artikelen 5:3, 5:16, 5:17, eerste lid, 5:18, 5:19, 7:7, eerste lid, 7:11, eerste lid, 8:1, eerste en derde lid, 8:17, zevende lid, 8:18, derde lid, onderdeel b, en tiende lid, 8:19, derde lid, aanhef, 13:3, eerste, vierde en vijfde lid, van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, de artikelen 28a, derde lid, aanhef, 28b, eerste lid, van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten en artikel 2.3 van de Wet forensische zorg; +d. het openbaar ministerie, voor de uitoefening van de in artikel 124 van de Wet op de rechterlijke organisatie opgedragen taak en de daaruit voortvloeiende bevoegdheden, en de uitoefening van de wettelijke taken en bevoegdheden op grond van de artikelen 5:3, 5:16, 5:17, eerste lid, 5:18, 5:19, 7:7, eerste lid, 7:11, eerste lid, 8:1, eerste en derde lid, 8:17, zevende lid, 8:18, derde lid, en tiende lid, 8:19, derde lid, aanhef, 13:3, eerste, vierde en vijfde lid, van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, de artikelen 28a, derde lid, aanhef, 28b, eerste lid, van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten en artikel 2.3 van de Wet forensische zorg; e. de burgemeester voor de uitoefening van zijn wettelijke taken en bevoegdheden op het terrein van de handhaving van de openbare orde bij of krachtens hoofdstuk XI van titel III van de Gemeentewet, paragraaf 2.3 van de Politiewet 2012, artikel 13b van de Opiumwet of een gemeentelijke verordening en voor de uitoefening van zijn wettelijke taken en bevoegdheden bij of krachtens de Wet tijdelijk huisverbod en de artikelen 7:1, 7:2, 7:4 en 8:1 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg en de artikelen 29 tot en met 36 van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten; f. het college van burgemeester en wethouders voor de uitoefening van zijn wettelijke taken en bevoegdheden bij of krachtens de artikelen 2.1.1, eerste lid, 2.1.7, 2.3.1 tot en met 2.3.6, 2.3.9, 2.3.10 en 2.4.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de artikelen 2.3 en 2.4 van de Jeugdwet, artikel 7 van de Participatiewet, artikel 3 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, artikel 16 van de Leerplichtwet 1969 en de wettelijke taken en bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 5:1, 5:2, 5:3 en 5:16 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, artikel 28c van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten en artikel 2:7 van het Besluit tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen; g. een instelling voor gemeentelijke gezondheidsdienst voor het in opdracht van het college van burgemeester en wethouders uitvoeren van de wettelijke taken en bevoegdheden bij of krachtens de Wet publieke gezondheid en artikel 2.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. @@ -527,7 +527,7 @@ g. een instelling voor gemeentelijke gezondheidsdienst voor het in opdracht van Als deelnemers worden aangewezen de volgende private partijen die bij of krachtens de wet taken of bevoegdheden uitoefenen of daartoe door een bestuursorgaan gemandateerd zijn of van een bestuursorgaan de opdracht daartoe hebben gekregen of daaraan gerelateerde noodzakelijke werkzaamheden verrichten, of krachtens een behandelingsovereenkomst als bedoeld in afdeling 5 van titel 7 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek of de Jeugdwet diensten verlenen en die verband houden met het doel, bedoeld in artikel 2.25: a. de door Onze Minister op grond van artikel 4, eerste lid, van de Reclasseringsregeling 1995 erkende reclasseringsinstelling voor de taken bedoeld in hoofdstuk 3 van de Reclasseringsregeling 1995 en artikel 2:7 van het Besluit tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen; -b. de door het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 4.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 aangewezen organisatie van een advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling voor de taken bedoeld in artikel 4.1.1, tweede lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; +b. de door het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 4.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 aangewezen organisatie van een Veilig Thuis-organisatie voor de taken bedoeld in artikel 4.1.1, tweede lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; c. de gecertificeerde instelling die in het bezit is van een certificaat of voorlopig certificaat als bedoeld in artikel 3.4 van de Jeugdwet en die jeugdreclassering of een kinderbeschermingsmaatregel als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet uitvoert; d. een instelling voor geestelijke gezondheidszorg die werkzaamheden verricht, bedoeld in de artikelen 1:1 en 2:1 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg, artikel 1.1 van de Wet forensische zorg, de artikelen 1 en 5 tot en met 9 van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten, artikel 1.1 van de Jeugdwet, de artikelen 1.1.1 en 2.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, of een behandeling uitvoert uit hoofde van een behandelingsovereenkomst, bedoeld in artikel 446 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek; e. een instelling die in opdracht van het college van burgemeester en wethouders werkzaamheden verricht ter uitvoering van de artikelen 2.3.1 tot en met 2.3.5 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de artikelen 2.3 en 2.4 van de Jeugdwet, artikel 7 van de Participatiewet of artikel 3 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. @@ -611,6 +611,8 @@ c. ten aanzien van medewerkers van deelnemers en medewerkers van andere instanti **12.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de gezamenlijke verwerking van gegevens bij het casusoverleg, waaronder over de criteria waaraan een casus moet voldoen om te kunnen worden behandeld in het Zorg- en Veiligheidshuis, de eisen van kwaliteit en betrouwbaarheid waaraan de casus moet voldoen, de criteria voor verstrekking van de resultaten van de gezamenlijke verwerking van gegevens aan een derde, over incidentele deelname van derden aan het overleg alsmede de criteria die daarvoor gelden en de werkwijze die daarbij wordt gevolgd. +**13.** Indien de deelnemers van een Zorg- en Veiligheidshuis ten aanzien van een aangemelde of in behandeling genomen casus aanleiding hebben om te vermoeden dat die casus in overeenstemming is met het doel van het casusoverleg ten behoeve van de persoonsgerichte aanpak van radicalisering en terroristische activiteiten, bedoeld in artikel 2 van de Wet gegevensverwerking persoonsgerichte aanpak radicalisering en terroristische activiteiten, dan dragen die deelnemers er zorg voor dat de casus overeenkomstig artikel 5, eerste lid, van die wet voor overleg wordt aangemeld bij de politie, het openbaar ministerie of de burgemeester van de gemeente van verblijf van de betrokkene. Indien de casus op grond van artikel 5, vierde lid, van de Wet gegevensverwerking persoonsgerichte aanpak radicalisering en terroristische activiteiten in behandeling wordt genomen door het casusoverleg als bedoeld in artikel 2 van die wet, dan vindt het onderhavige artikel 2.31 geen verdere toepassing. + ### Artikel 2.32 **1.** De deelnemers, bedoeld in artikel 2.27, eerste lid, stellen objectieve criteria vast op grond waarvan de casus van een betrokkene op de lijst met geprioriteerde casussen van een Zorg- en Veiligheidshuis wordt geplaatst en maken deze criteria openbaar.