2012-08-01 | BWBR0003549 | Wet op de expertisecentra
This commit is contained in:
parent
a9be5b7fb3
commit
9d75e00e46
1 changed files with 13 additions and 6 deletions
|
|
@ -172,7 +172,7 @@ b. in het bezit is van een bij ministeriële regeling aangewezen getuigschrift d
|
|||
|
||||
**4.** Onze minister kan met betrekking tot een vak waarvoor geen lerarenopleiding bestaat en ook anderszins niet aan de hand van enig bewijsstuk kan worden aangetoond dat betrokkene voldoet aan de bekwaamheidseisen, verklaren dat een leraar wordt geacht te voldoen aan de bekwaamheidseisen tot het geven van voortgezet speciaal onderwijs in dat vak.
|
||||
|
||||
**5.** Bij tijdelijke afwezigheid van een leraar kan ten aanzien van degene die hem vervangt, telkens voor ten hoogste 1 jaar worden afgeweken van de eisen van benoembaarheid, gesteld in het eerste lid onder b. Indien in een vacature niet terstond kan worden voorzien door de benoeming van een leraar die aan de genoemde eisen voldoet, is het bepaalde in de vorige volzin van overeenkomstige toepassing. Het bevoegd gezag beschikt over geordende gegevens met betrekking tot de toepassing van de eerste en tweede volzin.
|
||||
**5.** Bij tijdelijke afwezigheid van een leraar kan ten aanzien van degene die hem vervangt voor ten hoogste twaalf maanden worden afgeweken van de eisen, gesteld in het eerste lid, onderdeel b, met dien verstande dat de periode van twaalf maanden is verstreken vanaf de dag dat perioden van vervanging als bedoeld in dit lid elkaar met tussenpozen van niet meer dan drie maanden hebben opgevolgd en een periode van twaalf maanden, deze tussenpozen inbegrepen, is overschreden. Indien in een vacature niet terstond kan worden voorzien door de benoeming of tewerkstelling zonder benoeming van een leraar die aan de genoemde eisen voldoet, is het bepaalde in de vorige volzin van overeenkomstige toepassing. Deze termijn van een jaar kan met ten hoogste twee jaren worden verlengd indien het bevoegd gezag en de betrokkene schriftelijk verklaren dat betrokkene verplicht is zich in te spannen binnen twee jaren alsnog te voldoen aan de eisen gesteld in het eerste lid, onderdeel b. Het bevoegd gezag kan onder de voorwaarden, genoemd in de vorige volzin, een verlenging van nog eens twee jaren geven indien het dat noodzakelijk oordeelt vanwege de kwaliteit en de voortgang van het onderwijs op de school. Het bevoegd gezag beschikt over geordende gegevens met betrekking tot de toepassing van dit lid.
|
||||
|
||||
**6.** Onverminderd het vijfde lid kan ten aanzien van studenten die een duale opleiding volgen als bedoeld in artikel 7.7 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek leidend tot een getuigschrift als bedoeld in het eerste lid, onder b.1°, en aan die opleiding ten minste 180 studiepunten hebben behaald, worden afgeweken van de eisen in het eerste lid onder b, met dien verstande dat het tijdelijk dienstverband van de student een periode beslaat die overeenkomt met een volledig dienstverband van vijf maanden. De vorige volzin is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van studenten die ten minste 166 doch nog geen 180 studiepunten hebben behaald, indien door de desbetreffende hogeschool wordt verklaard dat de student beschikt over met 180 studiepunten vergelijkbare en tevens voor het dienstverband relevante kennis, inzicht en vaardigheden. De toepassing van de vorige volzin vervalt ten aanzien van die student die niet binnen vier weken na aanvang van het dienstverband over 180 studiepunten beschikt. De in artikel 7.7, vijfde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek bedoelde overeenkomst vermeldt tevens de leraar onder wiens verantwoordelijkheid de betrokken student werkzaamheden van onderwijskundige aard verricht.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1093,7 +1093,9 @@ De commissie kan bij het uitoefenen van haar taak gebruik maken van bestaande on
|
|||
|
||||
### Artikel 43
|
||||
|
||||
Over iedere leerling die de school verlaat, stelt de directeur, na overleg met het onderwijzend personeel en de commissie voor de begeleiding, bedoeld in artikel 40b, dan wel de commissie, bedoeld in artikel 41, tweede lid, ten behoeve van de ontvangende school of school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs dan wel als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs een onderwijskundig rapport op. De commissie kan daartoe de leerling aan een onderzoek onderwerpen. Afschrift van dit rapport wordt verstrekt aan de ouders van een minderjarige of handelingsonbekwame leerling en aan de leerling die meerderjarig en handelingsbekwaam is. Desgewenst wordt tevens een afschrift verstrekt aan de leerling die de leeftijd van 16 jaar en nog niet die van 18 jaar heeft bereikt. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere voorschriften omtrent dit rapport worden gegeven.
|
||||
**1.** Over iedere leerling die de school verlaat, stelt de directeur, na overleg met het onderwijzend personeel en de commissie voor de begeleiding, bedoeld in artikel 40b, dan wel de commissie, bedoeld in artikel 41, tweede lid, ten behoeve van de ontvangende school of school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs of de Wet educatie en beroepsonderwijs een onderwijskundig rapport op. De commissie kan daartoe de leerling aan een onderzoek onderwerpen. Afschrift van dit rapport wordt verstrekt aan de ouders van een minderjarige of handelingsonbekwame leerling en aan de leerling die meerderjarig en handelingsbekwaam is. Desgewenst wordt tevens een afschrift verstrekt aan de leerling die de leeftijd van 16 jaar en nog niet die van 18 jaar heeft bereikt. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere voorschriften omtrent dit rapport gegeven.
|
||||
|
||||
**2.** De in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur wordt aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en gedurende die termijn niet door of namens een van beide kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend.
|
||||
|
||||
### Artikel 44
|
||||
|
||||
|
|
@ -3209,18 +3211,21 @@ e. het leerjaar of de groep;
|
|||
f. indien van toepassing de aanduiding dat het betreft een leerling met een niet-Nederlandse culturele achtergrond als bedoeld in artikel 1 van het Formatiebesluit WEC;
|
||||
g. het registratienummer van de school of, indien sprake is van een nevenvestiging, het registratienummer daarvan;
|
||||
h. bekostigingsindicatie;
|
||||
i. de onderwijssoort dan wel het cluster, bedoeld in artikel 2, vierde lid, onder d, de begindatum van de periode waarvoor de leerling toelaatbaar is verklaard door een commissie voor de indicatiestelling als bedoeld in artikel 28c, het registratienummer van het regionaal expertisecentrum dat de indicatiestelling heeft verricht en, indien het een leerling betreft, bedoeld in artikel 8a, derde lid, onderdeel b, het registratienummer van de school, bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs of de Wet educatie en beroepsonderwijs, waar de leerling is ingeschreven na afloop van de periode gedurende welke de leerling door een commissie voor de indicatiestelling toelaatbaar is verklaard tot een bepaalde onderwijssoort; en
|
||||
i. de onderwijssoort dan wel het cluster, bedoeld in artikel 2, vierde lid, onder d, de begindatum van de periode waarvoor de leerling toelaatbaar is verklaard door een commissie voor de indicatiestelling als bedoeld in artikel 28c, het registratienummer van het regionaal expertisecentrum dat de indicatiestelling heeft verricht en,
|
||||
|
||||
1°. indien het een leerling betreft als bedoeld in artikel 8a, eerste lid, het registratienummer van de school, bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs of de Wet educatie en beroepsonderwijs, waar de leerling is ingeschreven en de begin- en einddatum van de ondersteuning, bedoeld in artikel 8a, eerste lid;
|
||||
2°. indien het een leerling betreft als bedoeld in artikel 8a, derde lid, onderdeel b, het registratienummer van de school, bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs of de Wet educatie en beroepsonderwijs, waar de leerling is ingeschreven na afloop van de periode gedurende welke de leerling door een commissie voor de indicatiestelling toelaatbaar is verklaard tot een bepaalde onderwijssoort; en
|
||||
j. indien een leerling is toegelaten met toepassing van artikel 40, derde lid, tweede volzin, de indicatie voor het soort verblijf.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kan een nadere specificatie worden gegeven van de gegevens, bedoeld in het tweede en achtste lid, en kan worden bepaald welke van de gegevens, bedoeld in het tweede en achtste lid, niet langer behoeven te worden verstrekt. Bij ministeriële regeling kunnen voorts regels worden gesteld omtrent de tijdstippen en de wijze van verstrekking van de gegevens, bedoeld in het tweede en achtste lid.
|
||||
|
||||
**4.** Het bevoegd gezag kan het persoonsgebonden nummer van een leerling, al dan niet tezamen met een of meer van de gegevens, bedoeld in het tweede en achtste lid, gebruiken in het verkeer met Onze minister ten behoeve van de vaststelling van de bekostiging van de school.
|
||||
**4.** Het bevoegd gezag kan het persoonsgebonden nummer van een leerling, al dan niet tezamen met een of meer van de gegevens, bedoeld in het tweede en achtste lid, gebruiken in het verkeer met Onze minister ten behoeve van de vaststelling van de bekostiging van de school. De vorige volzin is van overeenkomstige toepassing op het persoonsgebonden nummer van een leerling als bedoeld in artikel 8a, eerste lid, die is ingeschreven bij een school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs of de Wet educatie en beroepsonderwijs.
|
||||
|
||||
**5.** Het bevoegd gezag en het hoofd, bedoeld in artikel 1, onder d, van de Leerplichtwet 1969, gebruiken het persoonsgebonden nummer van een leerling in contacten met een gemeente in het kader van de Leerplichtwet 1969, tezamen met de gegevens die noodzakelijk zijn voor het toezicht op de naleving van die wet door de gemeente.
|
||||
|
||||
**6.** Het bevoegd gezag gebruikt bij de opgave aan burgemeester en wethouders, bedoeld in artikel 47a, eerste lid, het persoonsgebonden nummer van de betrokkene.
|
||||
|
||||
**7.** Het bevoegd gezag gebruikt het persoonsgebonden nummer van een leerling in het contact met een andere school of een school of instelling voor ander onderwijs ten behoeve van de in- en uitschrijving van die leerling.
|
||||
**7.** Het bevoegd gezag gebruikt het persoonsgebonden nummer van een leerling in het contact met een andere school of een school of instelling voor ander onderwijs ten behoeve van de in- en uitschrijving van die leerling en bij het overleggen van het onderwijskundig rapport, bedoeld in artikel 43.
|
||||
|
||||
**8.** Indien de gegevens over de nationaliteit van de leerling niet zijn opgenomen in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens worden deze gegevens door het bevoegd gezag verstrekt aan Onze minister.
|
||||
|
||||
|
|
@ -3228,6 +3233,8 @@ j. indien een leerling is toegelaten met toepassing van artikel 40, derde lid, t
|
|||
|
||||
**10.** Het bevoegd gezag verstrekt geen persoonsgebonden nummer van een leerling ter uitvoering van artikel 107, tweede en vijfde lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
|
||||
|
||||
**11.** Het bevoegd gezag gebruikt het persoonsgebonden nummer van een leerling in contacten met een school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs of de Wet educatie en beroepsonderwijs in het kader van de ondersteuning van de school op grond van artikel 8a, eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 164b
|
||||
|
||||
**1.** Onze minister neemt de door het bevoegd gezag verstrekte persoonsgebonden nummers en andere gegevens, bedoeld in artikel 164a, tweede en achtste lid, op in het basisregister onderwijs, nadat zij deze gegevens heeft getoetst op juistheid en volledigheid. Onze minister verstrekt de gegevens, inclusief de gegevens, bedoeld in artikel 24c, eerste lid, onderdeel g, van de Wet op het onderwijstoezicht, zoals zij voornemens is die gegevens in het basisregister onderwijs op te nemen, aan het bevoegd gezag. Onverminderd artikel 164c, tweede lid, kan Onze minister de door het bevoegd gezag verstrekte gegevens uitsluitend met instemming van het bevoegd gezag wijzigen.
|
||||
|
|
@ -3253,7 +3260,7 @@ b. de inspectie voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor het uitoefenen v
|
|||
|
||||
**4.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld ter uitvoering van het eerste en derde lid, in ieder geval omtrent de inhoud en de samenstelling van de gegevens, de wijze waarop de gegevens uit het basisregister onderwijs worden verstrekt, de tijdstippen waarop de gegevens worden verstrekt, en de perioden waarop de gegevens betrekking hebben.
|
||||
|
||||
**5.** In afwijking van het derde lid wordt bij algemene maatregel van bestuur bepaald in welke gevallen en onder welke voorwaarden Onze minister gegevens als bedoeld in artikel 164a, tweede en derde lid, kan gebruiken tezamen met het persoonsgebonden nummer van een leerling ten behoeve van de vaststelling van de bekostiging van een school, alsmede welke gegevens dit gebruik kan betreffen.
|
||||
**5.** In afwijking van het derde lid wordt bij algemene maatregel van bestuur bepaald in welke gevallen en onder welke voorwaarden Onze minister gegevens uit het basisregister kan gebruiken tezamen met het persoonsgebonden nummer van een leerling ten behoeve van de vaststelling van de bekostiging van een school, alsmede welke gegevens dit gebruik kan betreffen.
|
||||
|
||||
**6.** In afwijking van het derde lid, kan Onze minister uit het basisregister onderwijs ten behoeve van het zenden van de samenvatting van het inspectierapport aan de ouders van de leerlingen ingevolge artikel 48a, tweede lid, het persoonsgebonden nummer van die leerlingen gebruiken.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue