2004-07-23 | BWBR0015703 | Wet werk en bijstand
This commit is contained in:
parent
498eaffe2f
commit
9dbdea8def
1 changed files with 6 additions and 6 deletions
|
|
@ -189,7 +189,7 @@ Geen recht op bijstand heeft degene:
|
|||
a. aan wie rechtens zijn vrijheid is ontnomen;
|
||||
b. die zijn militaire of vervangende dienstplicht vervult;
|
||||
c. die wegens werkstaking of uitsluiting niet deelneemt aan de arbeid, voorzover diens gebrek aan middelen daarvan het gevolg is;
|
||||
d. die langer dan vier weken per kalenderjaar verblijf houdt buiten Nederland, met dien verstande dat deze periode niet aansluit op een verblijf buiten Nederland in het voorafgaande kalenderjaar;
|
||||
d. die per kalenderjaar langer dan vier weken verblijf houdt buiten Nederland dan wel een aaneengesloten periode van langer dan vier weken verblijf houdt buiten Nederland;
|
||||
e. die jonger is dan 18 jaar;
|
||||
f. die bijstand vraagt ter gedeeltelijke of volledige aflossing van een schuldenlast en die overigens bij het ontstaan van de schuldenlast, dan wel nadien, beschikte of beschikt over de middelen om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien.
|
||||
|
||||
|
|
@ -201,9 +201,9 @@ a. van 18, 19 of 20 jaar die in een inrichting verblijft;
|
|||
b. die uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening kunstenaars ontvangt of die gehuwd is met een persoon die een zodanige uitkering ontvangt;
|
||||
c. die onbetaald verlof geniet als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Werkloosheidswet of die gehuwd is met een zodanig persoon, voorzover diens gebrek aan middelen daarvan het gevolg is, tenzij de belanghebbende alleenstaande ouder is en hij verlof geniet als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Wet arbeid en zorg.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing op bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën personen waarbij tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel plaatsvindt buiten een penitentiaire inrichting, een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden of een inrichting voor justitiële jeugdbescherming zijnde een landelijke voorziening als bedoeld in artikel 65 van de Wet op de jeugdhulpverlening.
|
||||
**3.** Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing op bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën personen waarbij tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel plaatsvindt buiten een penitentiaire inrichting, een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden of een inrichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel d, geldt voor personen van 65 jaar of ouder een periode van 13 weken.
|
||||
**4.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel d, geldt voor personen van 57,5 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar, aan wie op grond van artikel 9, tweede lid, ontheffing is verleend van de verplichtingen, bedoeld in artikel 9, eerste lid, alsmede voor personen van 65 jaar of ouder, een periode van 13 weken.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
|
|
@ -374,8 +374,8 @@ f. vergoedingen en tegemoetkomingen, waaronder begrepen de tegemoetkoming ontvan
|
|||
g. vrije vergoedingen en vrije verstrekkingen als bedoeld in Hoofdstuk IIA van de Wet op de loonbelasting 1964, tenzij voor deze vergoedingen en verstrekkingen bijstand wordt verleend;
|
||||
h. inkomsten uit arbeid van de tot zijn last komende kinderen, alsmede door hen ontvangen werkloosheids- en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, tenzij het de verlening van bijzondere bijstand betreft voor bijzondere noodzakelijke kosten van het bestaan van die kinderen;
|
||||
i. rente ontvangen over op grond van artikel 34, tweede lid, onderdelen b en c, niet in aanmerking genomen vermogen en spaargelden;
|
||||
j. een eenmalige premie die door het college kan worden toegekend in het kader van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling van ten hoogste € 1944,00 per 1 juli 2004: € 1.976,00per kalenderjaar;
|
||||
k. een kostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk van ten hoogste € 20,00 per 1 januari 2004: € 20,30 per week met een maximum van € 700,00 per 1 januari 2004: € 711,00 per jaar;
|
||||
j. een eenmalige premie van ten hoogste € 1984,00 per kalenderjaar, voor zover dit naar het oordeel van het college bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling;
|
||||
k. een kostenvergoeding voor het verrichten van vrijwilligerswerk van ten hoogste een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag;
|
||||
l. bij ministeriële regeling aan te wijzen uitkeringen en vergoedingen voor materiële en immateriële schade;
|
||||
m. giften en andere dan de in onderdeel l bedoelde vergoedingen voor materiële en immateriële schade voorzover deze naar het oordeel van het college uit een oogpunt van bijstandsverlening verantwoord zijn;
|
||||
n. een uitkering tot levensonderhoud op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek die de belanghebbende jonger dan 21 jaar van zijn ouder of ouders ontvangt, voorzover deze uitkering op grond van artikel 12 reeds in aanmerking is genomen bij de vaststelling van het recht op bijzondere bijstand;
|
||||
|
|
@ -525,7 +525,7 @@ Met ingang van de dag waarop het netto minimumloon wijzigt, worden herzien:
|
|||
a. met het percentage van deze wijziging, de normen, genoemd in de artikelen 20 en 21, en het bedrag, genoemd in artikel 25, tweede lid;
|
||||
b. het percentage, genoemd in artikel 19, derde lid, zodanig dat dit gelijk is aan de procentuele verhouding tussen de netto aanspraak op minimumvakantiebijslag over het minimumloon en het netto minimumloon.
|
||||
|
||||
**2.** Met ingang van de dag waarop het netto minimumloon, zonder de daarin begrepen aanspraak op vakantiebijslag, wijzigt, worden de bedragen, genoemd in artikel 31, tweede lid, onderdelen j, k en o, herzien met het percentage van deze wijziging.
|
||||
**2.** Met ingang van de dag waarop het netto minimumloon, zonder de daarin begrepen aanspraak op vakantiebijslag, wijzigt, worden de bedragen, genoemd in artikel 31, tweede lid, onderdelen j en o, herzien met het percentage van deze wijziging.
|
||||
|
||||
**3.** Met ingang van de dag waarop het netto ouderdomspensioen en de daarbij behorende vakantie-uitkering ingevolge de Algemene Ouderdomswet wijzigen, worden de normen, genoemd in artikel 22, herzien met het percentage van die wijziging.
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue