2020-01-01 | BWBR0002629 | Wet op de omzetbelasting 1968

This commit is contained in:
Coornhert 2020-01-01 12:00:00 +00:00
parent 2c2c7c1709
commit 9de2e21c63

View file

@ -143,6 +143,50 @@ h. bestaat in gas dat via een op het grondgebied van de Unie gesitueerd aardgass
**3.** In geval ten aanzien van een goed als bedoeld in het tweede lid, aanhef, en onderdelen a tot en met h, op enig tijdstip niet meer wordt voldaan aan de in het van toepassing zijnde onderdeel gestelde voorwaarden, wordt het goed geacht op dat tijdstip te zijn overgebracht naar een andere lidstaat.
### Artikel 3b
**1.** In afwijking van artikel 3a, eerste lid, wordt de overbrenging door een ondernemer van goederen die deel uitmaken van zijn bedrijfsvermogen naar een andere lidstaat in het kader van de regeling inzake voorraad op afroep niet gelijkgesteld met een levering van goederen onder bezwarende titel.
**2.**
Voor de toepassing van dit artikel en de daarop berustende bepalingen wordt geacht sprake te zijn van de regeling inzake voorraad op afroep wanneer:
a. de goederen door een ondernemer zelf worden verzonden of vervoerd of voor zijn rekening door een derde partij worden verzonden of vervoerd naar een andere lidstaat om die goederen daar, in een later stadium en na aankomst, aan een andere ondernemer te leveren doordat die de macht krijgt overgedragen om over deze goederen als eigenaar te beschikken krachtens een bestaande overeenkomst tussen de beide ondernemers;
b. de ondernemer die de goederen verzendt of vervoert, zijn bedrijf niet heeft gevestigd of geen vaste inrichting heeft in de lidstaat waarnaar de goederen worden verzonden of vervoerd;
c. de ondernemer voor wie de te leveren goederen zijn bestemd, voor btw-doeleinden is geïdentificeerd in de lidstaat waarnaar de goederen worden verzonden of vervoerd, en zowel zijn identiteit als het btw-identificatienummer dat door die lidstaat aan hem is toegekend, bij de ondernemer, bedoeld in onderdeel b, bekend zijn op het tijdstip waarop de verzending of het vervoer aanvangt; en
d. de ondernemer die de goederen verzendt of vervoert of dit voor zijn rekening door een derde laat doen, het vervoer van de goederen opneemt in het register, bedoeld in artikel 34, tweede lid, onderdeel c, en, overeenkomstig artikel 37a, eerste lid, onderdeel d, in de lijst de identiteit vermeldt van de ondernemer die de goederen afneemt, evenals het btw-identificatienummer dat aan deze is toegekend door de lidstaat waarnaar de goederen worden verzonden of vervoerd.
**3.**
Wanneer aan de voorwaarden, bedoeld in het tweede lid, en de periode, genoemd in het vierde lid, is voldaan, zijn op het tijdstip van overdracht van de macht aan de ondernemer, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, om als eigenaar over de goederen te beschikken, de volgende regels van toepassing:
a. een levering van goederen als bedoeld in tabel II, onderdeel a, post 6, wordt geacht te zijn verricht door de ondernemer die de goederen zelf heeft verzonden of vervoerd of voor zijn rekening door een derde heeft laten verzenden of vervoeren in de lidstaat vanwaar de goederen zijn verzonden of vervoerd;
b. een intracommunautaire verwerving van goederen wordt geacht te zijn verricht door de ondernemer aan wie deze goederen worden geleverd in de lidstaat waarnaar de goederen werden verzonden of vervoerd.
**4.** Indien de goederen niet binnen twaalf maanden na aankomst in de lidstaat waarnaar zij zijn verzonden of vervoerd, zijn geleverd aan de ondernemer, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, of het zesde lid, en geen van de situaties, genoemd in het zevende lid, zich heeft voorgedaan, wordt een overbrenging als bedoeld in artikel 3a geacht te zijn verricht op de dag na het verstrijken van de periode van twaalf maanden.
**5.**
In afwijking van het vierde lid wordt geen overbrenging als bedoeld in artikel 3a geacht te zijn verricht indien:
a. de macht om als eigenaar te beschikken over de goederen niet is overgedragen en die goederen worden teruggezonden naar de lidstaat vanwaar zij zijn verzonden of vervoerd binnen de periode, genoemd in het vierde lid; en
b. de ondernemer die de goederen heeft verzonden of vervoerd, de retour ontvangen goederen opneemt in het register, bedoeld in artikel 34, tweede lid, onderdeel c.
**6.**
Indien de ondernemer, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, binnen de periode, genoemd in het vierde lid, wordt vervangen door een andere ondernemer, wordt op het tijdstip van de vervanging geen overbrenging als bedoeld in artikel 3a geacht te zijn verricht, op voorwaarde dat:
a. alle andere voorwaarden, bedoeld in het tweede lid, zijn vervuld; en
b. de ondernemer, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, de vervanging opneemt in het register, bedoeld in artikel 34, tweede lid, onderdeel c.
**7.**
Indien ten minste één van de voorwaarden, bedoeld in het tweede of zesde lid, binnen de periode, genoemd in het vierde lid, niet langer is vervuld, wordt een overbrenging van goederen in de zin van artikel 3a geacht te zijn verricht op het tijdstip dat de desbetreffende voorwaarde niet langer is vervuld. Dit tijdstip is, afhankelijk van de niet-vervulde voorwaarden, bepaald op de volgende momenten:
a. indien de goederen worden geleverd aan een andere persoon dan de ondernemer, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, of in het zesde lid: onmiddellijk vóór een dergelijke levering;
b. indien de goederen na aankomst in de lidstaat van bestemming worden verzonden of vervoerd naar een ander land dan de lidstaat vanwaar zij oorspronkelijk werden verplaatst: onmiddellijk vóór de aanvang van een dergelijke verzending of een dergelijk vervoer; of
c. indien de goederen worden vernietigd of gestolen of verloren zijn gegaan: op de datum waarop de goederen daadwerkelijk werden vernietigd of gestolen of verloren zijn gegaan, of indien het onmogelijk is om deze datum te bepalen, op de datum waarop werd vastgesteld dat de goederen waren vernietigd of gestolen of verloren zijn gegaan.
### Artikel 4
**1.** Diensten zijn alle prestaties, niet zijnde leveringen van goederen in de zin van artikel 3.
@ -192,6 +236,14 @@ c. in afwijking van onderdeel *b*, in geval van een levering van goederen aan bo
**3.** In afwijking van artikel 5 wordt de levering van gas via een op het grondgebied van de Unie gesitueerd aardgassysteem of een op een dergelijk systeem aangesloten net, van warmte of koude via warmte- of koudenetten of van elektriciteit in andere gevallen dan bedoeld in het eerste lid verricht op de plaats waar de afnemer het werkelijke gebruik en verbruik van de goederen heeft. Ingeval het gas, de warmte, de koude of de elektriciteit geheel of ten dele niet daadwerkelijk door de afnemer wordt verbruikt, worden deze niet-verbruikte goederen geacht te zijn gebruikt en verbruikt op de plaats waar hij de zetel van zijn bedrijfsuitoefening of een vaste inrichting heeft gevestigd waarvoor de goederen worden geleverd. Bij gebreke van een dergelijke zetel of vaste inrichting wordt de afnemer geacht de goederen te hebben gebruikt en verbruikt in zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats.
### Artikel 5c
**1.** Indien dezelfde goederen het voorwerp van opeenvolgende leveringen uitmaken en die goederen van een lidstaat naar een andere lidstaat rechtstreeks van de eerste leverancier naar de laatste afnemer in de keten worden verzonden of vervoerd, wordt de verzending of het vervoer uitsluitend toegeschreven aan de levering aan de tussenhandelaar, bedoeld in het derde lid.
**2.** In afwijking van het eerste lid wordt de verzending of het vervoer uitsluitend aan de levering van goederen door die tussenhandelaar toegeschreven indien de tussenhandelaar aan zijn leverancier het btw-identificatienummer heeft meegedeeld dat de lidstaat vanwaar de goederen worden verzonden of vervoerd, aan hem heeft toegekend.
**3.** Voor de toepassing van dit artikel wordt onder tussenhandelaar verstaan de leverancier in de keten die de goederen ofwel zelf verzendt of vervoert ofwel voor zijn rekening door een derde laat verzenden of vervoeren. De hier bedoelde tussenhandelaar kan niet de eerste leverancier in de keten zijn.
### Afdeling 1b. Plaats van een dienst
#### Paragraaf 1. Algemene bepalingen
@ -398,7 +450,7 @@ b. de verhuur (de verpachting daaronder begrepen) van onroerende zaken, met uitz
2°. de verhuur binnen het kader van het hotel-, pension-, kamp- en vakantiebestedingsbedrijf aan personen, die daar slechts voor een korte periode verblijf houden;
3°. de verhuur van parkeerruimte voor voertuigen en de verhuur van lig- en bergplaatsen voor vaartuigen;
4°. de verhuur van safeloketten;
5°. de verhuur van onroerende zaken, andere dan gebouwen en gedeelten daarvan welke als woning worden gebruikt, aan personen die de onroerende zaak gebruiken voor doeleinden waarvoor een volledig of nagenoeg volledig recht op aftrek van de belasting op de voet van artikel 15 bestaat mits de verhuurder en de huurder blijkens de schriftelijke huurovereenkomst daarvoor hebben gekozen of in andere gevallen gezamenlijk een verzoek daartoe aan de inspecteur hebben gedaan en overigens voldoen aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden;
5°. de verhuur van onroerende zaken, andere dan gebouwen en gedeelten daarvan welke als woning worden gebruikt, door een verhuurder, die niet de vrijstelling, bedoeld in artikel 25, eerste lid, toepast, aan personen die de onroerende zaak gebruiken voor doeleinden waarvoor een volledig of nagenoeg volledig recht op aftrek van de belasting op de voet van artikel 15 bestaat mits de verhuurder en de huurder blijkens de schriftelijke huurovereenkomst daarvoor hebben gekozen of in andere gevallen gezamenlijk een verzoek daartoe aan de inspecteur hebben gedaan en overigens voldoen aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden;
onder verhuur van onroerende zaken wordt mede verstaan iedere andere vorm waarin onroerende zaken voor gebruik, anders dan als levering, ter beschikking worden gesteld;
c. het verzorgen en het verplegen van in een inrichting opgenomen personen, alsmede de handelingen die daarmee nauw samenhangen, waaronder begrepen het verstrekken van spijzen en dranken, geneesmiddelen en verbandmiddelen aan die personen;
@ -820,6 +872,8 @@ b. op goederen die tijdelijk zijn uitgevoerd uit de Unie met het oog op hun wede
**4.** Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op verzoeken tot aanwijzing op grond van bepalingen krachtens het eerste lid.
**5.** Dit artikel is niet van toepassing voor ondernemers die de vrijstelling van belasting bedoeld in artikel 25, eerste lid, toepassen.
## Hoofdstuk IV. Uitvoer van goederen
### Artikel 24
@ -830,21 +884,44 @@ b. op goederen die tijdelijk zijn uitgevoerd uit de Unie met het oog op hun wede
## Hoofdstuk V. Bijzondere regelingen
### Afdeling 1. Vermindering van belasting (kleine ondernemers)
### Afdeling 1. Vrijstelling van belasting (kleine ondernemers)
### Artikel 25
**1.** Indien een ondernemer een natuurlijk persoon is die in Nederland woont of is gevestigd dan wel aldaar een vaste inrichting heeft en de door hem in een kalenderjaar verschuldigde belasting na toepassing van de in artikel 15 bedoelde aftrek niet hoger is dan € 1883, wordt het bedrag van de belasting verminderd met een bedrag, gelijk aan 2,5 maal het verschil tussen € 1883 en het bedrag van die belasting. De vermindering bedraagt ten hoogste het bedrag van de belasting.
**1.** Een ondernemer die in Nederland is gevestigd of aldaar een vaste inrichting heeft en van wie de omzet in een kalenderjaar in Nederland niet meer bedraagt dan € 20.000 kan kiezen voor toepassing van vrijstelling van belasting ter zake van door hem in dat en volgende kalenderjaren verrichte leveringen van goederen en diensten. De vrijstelling is niet van toepassing op leveringen van nieuwe vervoermiddelen die door of voor rekening van de verkoper of afnemer worden verzonden of vervoerd naar een plaats in een andere lidstaat en op de levering van onroerende zaken en rechten waaraan deze zijn onderworpen die de ondernemer in zijn bedrijf heeft gebruikt.
**2.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld inzake de toerekening van de in het eerste lid bedoelde vermindering aan de tijdvakken in het kalenderjaar.
**2.**
**3.** Bij ministeriële regeling worden regels gesteld volgens welke een ondernemer die op grond van het eerste lid geen belasting behoeft te voldoen, op zijn verzoek kan worden ontheven van verplichtingen, opgelegd bij of krachtens de artikelen 34 en 34b tot en met 35. De ondernemer mag alsdan op een factuur op generlei wijze melding maken van omzetbelasting; teruggaaf op de voet van artikel 17 wordt aan hem niet verleend. De ontheffing geldt niet met betrekking tot intracommunautaire verwervingen.
De omzet, bedoeld in het eerste lid, wordt gevormd door de som van de vergoedingen voor de door de ondernemer verrichte leveringen van goederen en diensten:
**4.** De in het eerste lid bedoelde vermindering wordt niet toegepast, indien de ondernemer in het desbetreffende kalenderjaar niet voldoet aan hetgeen bij of krachtens artikel 34, de artikelen 34b tot en met 35, of het derde lid is voorgeschreven.
a. voor zover deze zonder toepassing van het eerste lid belast zouden zijn in Nederland;
b. die in Nederland zijn vrijgesteld bij of krachtens artikel 11, eerste lid, onderdelen a, b, i en j, en verzekeringsdiensten, tenzij die leveringen van goederen en diensten met andere handelingen samenhangende handelingen zijn;
c. waarvoor aan de afnemer teruggaaf of ontheffing wordt verleend op de voet van artikel 24, eerste of tweede lid; of
d. waarvoor bij of krachtens artikel 39 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen aan de afnemer vrijstelling van omzetbelasting wordt verleend.
**5.** De vorige leden zijn niet van toepassing op leveringen van nieuwe vervoermiddelen met toepassing van de bij deze wet behorende tabel II, onderdeel *a*, post 6.
**3.**
**6.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld inzake de toepassing van dit artikel.
In afwijking van het tweede lid wordt bij de vaststelling van de omzet niet in aanmerking genomen de vergoeding voor de levering van door de ondernemer in zijn bedrijf gebruikte:
a. onroerende zaken en rechten waaraan deze zijn onderworpen;
b. roerende zaken waarop de ondernemer voor de inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting afschrijft of waarop hij zou kunnen afschrijven indien hij aan een zodanige belasting zou zijn onderworpen.
**4.** De ondernemer die de vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, toepast, heeft geen recht op aftrek van belasting als bedoeld in artikel 2 en mag op de factuur op geen enkele wijze melding maken van omzetbelasting.
**5.**
De ondernemer die de vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, toepast, is ontheven van verplichtingen, opgelegd bij of krachtens de artikelen 34, 34c tot en met 35b en 37a. De ontheffing geldt niet met betrekking tot de aan deze ondernemer verrichte leveringen van goederen en diensten, bedoeld in:
a. artikel 12, tweede, derde en vijfde lid; en
b. artikel 17f, tenzij het een verworven goed betreft als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, onderdeel a.
**6.** Indien de ondernemer kiest voor de toepassing van de vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, dient deze ondernemer hiervan melding te doen uiterlijk vier weken voorafgaand aan het belastingtijdvak waarin de vrijstelling toepassing vindt op een door de inspecteur voorgeschreven wijze. De inspecteur kan bij voor bezwaar vatbare beschikking beslissen dat de ondernemer niet in aanmerking komt voor toepassing van de vrijstelling, indien aannemelijk is dat niet zal worden voldaan aan de gestelde voorwaarden voor de toepassing van de vrijstelling.
**7.** De toepassing van de vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, geldt tot wederopzegging door de ondernemer doch ten minste voor drie jaren na aanvang van de toepassing van de vrijstelling. De ondernemer kan pas drie jaren na die wederopzegging opnieuw kiezen voor de toepassing van de vrijstelling.
**8.** Bij overschrijding van de omzetdrempel, genoemd in het eerste lid, gedurende een kalenderjaar is de vrijstelling niet van toepassing op de levering van het goed of de dienst waardoor die overschrijding tot stand komt en op alle daaropvolgende leveringen van goederen en diensten. De ondernemer kan pas drie jaren na die overschrijding van de omzetdrempel opnieuw kiezen voor de toepassing van de vrijstelling.
**9.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld inzake de toepassing van dit artikel.
### Afdeling 2. Voldoening naar ontvangsten
@ -880,7 +957,7 @@ Het eerste lid is slechts van toepassing indien het goed aan de wederverkoper is
a. een ander dan een ondernemer;
b. een ondernemer, met toepassing van artikel 11, eerste lid, onderdeel r;
c. een ondernemer die ingevolge artikel 25, derde lid, is ontheven van de verplichtingen, opgelegd bij of krachtens de artikelen 34 en 34b tot en met 35, mits het een in zijn bedrijf gebruikt bedrijfsmiddel betreft;
c. een ondernemer die de vrijstelling, bedoeld in artikel 25, eerste lid, toepast, mits het een in zijn bedrijf gebruikte roerende zaak betreft waarop de ondernemer voor de inkomstenbelasting of de vennootschapsbelasting afschrijft of waarop hij zou kunnen afschrijven indien hij aan een zodanige belasting zou zijn onderworpen;
d. een andere wederverkoper, met toepassing van het eerste lid; of
e. een ondernemer of een wederverkoper uit een andere lidstaat, mits het een levering is als bedoeld in artikel 314, onder b, c of d, van de BTW-richtlijn 2006.
@ -1526,7 +1603,9 @@ c. valt onder de in artikel 25 opgenomen regeling voor kleine ondernemers.
De ondernemer is tevens, met inachtneming van bij ministeriële regeling te stellen regels, gehouden:
a. een register bij te houden van de goederen die door hem of voor zijn rekening zijn verzonden of vervoerd naar een andere lidstaat om aldaar te worden gebruikt voor de in artikel 3a, tweede lid, onderdelen e, f en g, bedoelde doeleinden;
b. afzonderlijk aantekening te houden van de goederen die vanuit een andere lidstaat naar hem zijn verzonden of vervoerd door of voor rekening van een ondernemer aan wie een btw-identificatienummer is toegekend in een andere lidstaat, ten behoeve van een dienst als bedoeld in artikel 6e, tweede lid, onderdeel b.
b. afzonderlijk aantekening te houden van de goederen die vanuit een andere lidstaat naar hem zijn verzonden of vervoerd door of voor rekening van een ondernemer aan wie een btw-identificatienummer is toegekend in een andere lidstaat, ten behoeve van een dienst als bedoeld in artikel 6e, tweede lid, onderdeel b;
c. een register bij te houden van de goederen die hij in het kader van de regeling inzake voorraad op afroep, bedoeld in artikel 3b, al dan niet door een derde partij verzendt of vervoert, en welk register de inspecteur in staat stelt de correcte toepassing van dat artikel te controleren;
d. een register bij te houden van de goederen die aan hem in het kader van de regeling inzake voorraad op afroep, bedoeld in artikel 3b, zijn geleverd.
**3.** De rechtspersoon, andere dan ondernemer, is gehouden, met inachtneming van bij ministeriële regeling te stellen regels, aantekening te houden van de door hem verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen.
@ -1683,15 +1762,16 @@ Hij die op een factuur op enigerlei wijze melding maakt van omzetbelasting welke
**1.**
De ondernemer, uitgezonderd die bedoeld in het artikel 7, zesde lid, is verplicht uiterlijk de laatste dag van de maand volgend op een kalendermaand bij de inspecteur op de daartoe opengestelde wijze een formulier langs elektronische weg in te dienen met een lijst voor dat tijdvak waarop zijn vermeld de afnemers:
De ondernemer, uitgezonderd die bedoeld in artikel 7, zesde lid, of artikel 25, is verplicht uiterlijk de laatste dag van de maand volgend op een kalendermaand bij de inspecteur op de daartoe opengestelde wijze een formulier langs elektronische weg in te dienen met een lijst voor dat tijdvak waarop zijn vermeld de afnemers:
a. aan wie goederen zijn geleverd met toepassing van de bij deze wet behorende Tabel II, onderdeel a, post 6;
b. aan wie in een andere lidstaat goederen zijn geleverd in aansluiting op de ingevolge artikel 17b, derde lid, in die lidstaat door de ondernemer verrichte intracommunautaire verwervingen;
c. voor wie hij diensten heeft verricht die met toepassing van artikel 6, eerste lid, niet belastbaar zijn in Nederland en waarover de belasting ingevolge artikel 196 van BTW-richtlijn 2006 in de lidstaat van de afnemer wordt geheven van de afnemer, tenzij het verrichten van die dienst in die lidstaat is vrijgesteld.
c. voor wie hij diensten heeft verricht die met toepassing van artikel 6, eerste lid, niet belastbaar zijn in Nederland en waarover de belasting ingevolge artikel 196 van BTW-richtlijn 2006 in de lidstaat van de afnemer wordt geheven van de afnemer, tenzij het verrichten van die dienst in die lidstaat is vrijgesteld;
d. voor wie, met inbegrip van diens btw-identificatienummer, de goederen zijn bestemd die in het kader van de regeling inzake voorraad op afroep, bedoeld in artikel 3b, worden verzonden of vervoerd en geeft hij kennis van iedere wijziging in de ingediende informatie.
**2.** In de lijst wordt opgave verlangd van de gegevens, bedoeld in de artikelen 264 en 265 van de BTW-richtlijn 2006.
**3.** In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt als tijdvak in plaats van een kalendermaand naar keus van de ondernemer een kalenderkwartaal indien het totaalbedrag van de in het eerste lid, onderdelen a en b genoemde leveringen noch voor het desbetreffende kalenderkwartaal, noch in één van de vier daaraan voorafgaande kalenderkwartalen, hoger is dan het daartoe bij ministeriële regeling vastgestelde bedrag. Deze afwijking geldt niet meer vanaf het einde van de maand waarin dit bedrag wordt overschreden, in welk geval uiterlijk de volgende maand een lijst moet worden opgesteld en ingediend voor alle maanden die sinds de aanvang van dat kwartaal zijn verlopen.
**3.** In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt als tijdvak in plaats van een kalendermaand naar keus van de ondernemer een kalenderkwartaal indien het totaalbedrag van de in het eerste lid, onderdelen a en b genoemde leveringen noch voor het desbetreffende kalenderkwartaal, noch in één van de vier daaraan voorafgaande kalenderkwartalen, hoger is dan het daartoe bij ministeriële regeling vastgestelde bedrag. Deze afwijking geldt niet meer vanaf het einde van de maand waarin dit bedrag wordt overschreden, in welk geval uiterlijk de volgende maand een lijst moet worden opgesteld en ingediend voor alle maanden die sinds de aanvang van dat kwartaal zijn verlopen. In afwijking van het eerste lid geldt voor de informatie, bedoeld in onderdeel d, hetzelfde tijdvak als bepaald voor leveringen als bedoeld in de onderdelen a en b
**4.** In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt naar keus van de ondernemer als tijdvak een kalenderkwartaal indien de ondernemer de onder het eerste lid onderdeel c genoemde diensten verricht.
@ -1736,7 +1816,7 @@ b. andere in het kader van de wet passende nadere regels worden gesteld ter aanv
### Artikel 40
**1.** Indien de ondernemer de in artikel 28s, eerste lid, bedoelde melding telecommunicatiediensten, omroepdiensten of elektronische diensten of de in artikel 37a bedoelde lijst niet of niet tijdig heeft ingediend, dan wel een onvolledige of een onjuiste lijst of melding telecommunicatiediensten, omroepdiensten of elektronische diensten heeft ingediend, vormt dat een verzuim ter zake waarvan de inspecteur hem een bestuurlijke boete van ten hoogste € 5.278 kan opleggen.
**1.** Indien de ondernemer de in artikel 28s, eerste lid, bedoelde melding telecommunicatiediensten, omroepdiensten of elektronische diensten of de in artikel 37a bedoelde lijst niet of niet tijdig heeft ingediend, dan wel een onvolledige of een onjuiste lijst of melding telecommunicatiediensten, omroepdiensten of elektronische diensten heeft ingediend, vormt dat een verzuim ter zake waarvan de inspecteur hem een bestuurlijke boete van ten hoogste € 5.514 kan opleggen.
**2.** De bevoegdheid tot het opleggen van de in het eerste lid bedoelde boete vervalt, in afwijking van artikel 5:45, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, door het verloop van vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de in artikel 28s, eerste lid, of artikel 37a, eerste lid, genoemde verplichting is ontstaan.