2016-05-25 | BWBR0037981 | Beleidsregel verlagen subsidie POP

This commit is contained in:
Coornhert 2016-05-25 12:00:00 +00:00
parent fe2ef8bcd6
commit 9ded54bfc2

View file

@ -17,34 +17,32 @@ citeertitel: Beleidsregel verlagen subsidie POP
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. *verordening 1698/2005:*
verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van de Europese Unie van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) (PbEU 2005, L277);
b. *verordening 1303/2013:* Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PbEU 2013, L347);
c. *verordening 1305/2013:* Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad (PbEU 2013, L347);
d. *verordening 1306/2013:* Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PbEU 2013, L 347);
e. *verordening 1307/2013:* Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 637/2008 van de Raad en Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad (PbEU 2013, L 347);
f. *verordening 640/2014:* Verordening (EU) nr. 640/2014 van de Commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem en de voorwaarden voor weigering of intrekking van betalingen en voor administratieve sancties in het kader van rechtstreekse betalingen, plattelandsontwikkelingsbijstand en de randvoorwaarden (PbEU 2014, L 181);
g. *uitvoeringsverordening 809/2014:* Uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014 van de Commissie van 17 juli 2014 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem, plattelandsontwikkelingsmaatregelen en de randvoorwaarden (PbEU 2014, L227);
verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad van de Europese Unie van 20 september 2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) (PbEU 2005, L277);
b. *verordening 1303/2013:* Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PbEU 2013, L347);
c. *verordening 1305/2013:* Verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad (PbEU 2013, L347);
d. *verordening 1306/2013:* Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad (PbEU 2013, L 347);
e. *verordening 1307/2013:* Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 637/2008 van de Raad en Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad (PbEU 2013, L 347);
f. *verordening 640/2014:* Verordening (EU) nr. 640/2014 van de Commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem en de voorwaarden voor weigering of intrekking van betalingen en voor administratieve sancties in het kader van rechtstreekse betalingen, plattelandsontwikkelingsbijstand en de randvoorwaarden (PbEU 2014, L 181);
g. *uitvoeringsverordening 809/2014:* Uitvoeringsverordening (EU) nr. 809/2014 van de Commissie van 17 juli 2014 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het geïntegreerd beheers- en controlesysteem, plattelandsontwikkelingsmaatregelen en de randvoorwaarden (PbEU 2014, L227);
h. *richtlijn 2004/18/EG:*
richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten (PbEU 2004, L 134);
richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten (PbEU 2004, L 134);
i. *POP2:* Nederlands plattelandsontwikkelingsprogramma 20072013 als bedoeld in artikel 15 van verordening 1698/2005;
j. *POP3:* Nederlands plattelandsontwikkelingsprogramma 20142020 als bedoeld in artikel 6 van verordening 1305/2013;
k. *controle:* uitoefening door ambtenaren van RVO.nl of NVWA van de bevoegdheid tot toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de van toepassing zijnde wetgeving;
l. *baselinevoorwaarden:* voorwaarden, bedoeld in titel VI, hoofdstuk I, van verordening 1306/2013, de relevante criteria en minimumactiviteiten zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c), ii) en iii), van verordening 1307/2013, en relevante minimumvereisten voor het gebruik van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen en andere ter zake relevante dwingende voorschriften die bij nationaal recht zijn vastgesteld, zoals opgenomen in bijlage 3 bij onderhavige beleidsregel;
m. *beheer onder de SVNL:* beheer als bedoeld in hoofdstuk 4 en de afdelingen 5.1.2 en 5.1.3 van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer van de onderscheiden provincies;
m. *beheer onder de SVNL of PSAN:* beheer als bedoeld in de hoofdstukken 3, 5 en 7 van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer van de onderscheiden provincies, hoofdstuk 4 en de afdelingen 5.1.2 en 5.1.3 van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016 van de onderscheiden provincies;
n. *beheer onder de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016:* beheer door een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid bestaande uit landbouwers en andere grondgebruikers van landbouwgrond als bedoeld in artikel 3.1 van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016 van de onderscheiden provincies;
o. *beschikte hectareprijs:* het gemiddelde bedrag per hectare per jaar voor het realiseren van een leefgebied of onderdeel van een leefgebied, zoals opgenomen in de beschikking tot subsidieverlening op grond van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016 van de onderscheiden provincies;
p. *jaarbetaling:* jaarlijkse uitbetaling van een gedeelte van het totale bedrag van een verleende oppervlakte gebonden subsidie;
q. *maximale vergoeding:* de maximale vergoeding die betaald mag worden voor het uitvoeren van beheeractiviteiten als bedoeld in paragraaf 2.3 van deze beleidsregel;
r. *randvoorwaarden:* voorschriften, bedoeld in artikel 3.1 en bijlagen 3 en 4 van de Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB;
s. *minister:* Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
t. *verenigingslid:* landbouwer of andere grondgebruiker van landbouwgrond die lid is van een vereniging als bedoeld in onderdeel n;
u. *bedrijfsperceel:* oppervlakte die de gebruiker als behorende tot zijn bedrijf heeft geregistreerd bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland op de door die Dienst aangegeven wijze.
s. *minister:* Minister van Economische Zaken.
### Artikel 1.2
**1.** De minister, onderscheidenlijk Gedeputeerde Staten van de onderscheiden provincies, besluit, onderscheidenlijk besluiten, voor subsidies voor plattelandsontwikkeling in het kader van verordening 1305/2013 tot het verlagen van subsidie in de in deze beleidsregels genoemde gevallen op basis van de in de afdelingen 4.2.5 en 4.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde bevoegdheden en met inachtneming van verordening 1306/2013 en verordening 640/2014.
**2.** Deze beleidsregel is van toepassing op subsidies die worden verstrekt ter uitvoering van POP3. Zij is tevens van toepassing op (termijn- of eind-) betalingsaanvragen voor projecten waarvoor onder het POP2 subsidie is verstrekt, die zijn ingediend na 31 december 2014 en die nog niet zijn afgehandeld op het tijdstip van inwerkingtreding van deze beleidsregel.
**2.** Deze beleidsregel is van toepassing op subsidies die worden verstrekt ter uitvoering van POP3. Zij is tevens van toepassing op (termijn- of eind-) betalingsaanvragen voor projecten waarvoor onder het POP2 subsidie is verstrekt, die zijn ingediend na 31 december 2014 en die nog niet zijn afgehandeld op het tijdstip van inwerkingtreding van deze beleidsregel.
### Artikel 1.3
@ -54,7 +52,7 @@ De bepalingen inzake het verlagen van subsidies of van subsidiabele kosten zoals
**1.** Verlagingen of intrekkingen als bedoeld in deze beleidsregel worden niet toegepast indien de niet-nalevingen of tekortkomingen het gevolg zijn van overmacht of uitzonderlijke omstandigheden als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van verordening 1306/2013, mits voldaan is aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van verordening 640/2014.
**2.** Artikel 4, eerste lid, van verordening 640/2014 is van overeenkomstige toepassing op de verlaging of intrekking van subsidies als bedoeld in hoofdstuk 4 en de afdelingen 5.1.3 en 5.1.4 van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer en hoofdstuk 3 van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016 van de onderscheiden provincies.
**2.** Artikel 4, eerste lid, van verordening 640/2014 is van overeenkomstige toepassing op de verlaging of intrekking van subsidies als bedoeld in de hoofdstukken 3, 5 en 7 van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer, hoofdstuk 4 en de afdelingen 5.1.3 en 5.1.4 van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer en hoofdstuk 3 van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016 van de onderscheiden provincies.
## Hoofdstuk 2. Voorschriften inzake oppervlakte gebonden subsidies
@ -68,11 +66,7 @@ De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op subsidies die zijn verstr
De uniforme buffertolerantie, bedoeld in artikel 38, vierde lid, van verordening 809/2014, bedraagt 1 meter.
### Artikel 2.2a
De verlagingen die op grond van dit hoofdstuk opgelegd worden, kunnen niet meer dan 100% van de subsidie of de jaarbetaling bedragen.
### Paragraaf 2.2. Beheer onder de SVNL
### Paragraaf 2.2. Beheer onder de SVNL of PSAN
### Artikel 2.3
@ -87,17 +81,13 @@ b. herstel niet meer mogelijk is.
**3.** Bij de bepaling van de hersteltermijn, als bedoeld in het tweede lid, wordt rekening gehouden met de fysieke omstandigheden ter plaatse.
**4.**
Indien sprake is van een herhaalde niet-naleving van de voorschriften inzake het beheer als bedoeld in artikel 35, derde lid, vijfde alinea, van verordening 640/2014, wordt het kortingspercentage dat voortvloeit uit het eerste lid verhoogd met:
a. 10% bij een eerste herhaling;
b. 20% bij een tweede herhaling;
c. 30% bij een derde of verdere herhaling.
**4.** Indien sprake is van herhaalde niet-naleving van voorschriften inzake het beheer als bedoeld in artikel 35, derde lid, van Verordening 640/2014, wordt de subsidie verlaagd door het overeenkomstig Bijlage 1 vastgestelde percentage te verdubbelen.
**5.** Indien meerdere niet-nalevingen zijn geconstateerd, wordt per geconstateerde niet-naleving een verlaging vastgesteld en worden de verlagingen gecumuleerd.
**6.** De verlaging, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, wordt berekend als een percentage van de jaarbetaling voor de betreffende beheereenheid.
**6.** De verlaging, bedoeld in het eerste, vierde en vijfde lid van dit artikel, wordt berekend als een percentage van de jaarbetaling voor de betreffende beheereenheid.
**7.** Indien door de geconstateerde niet-naleving de realisatie van de doelstelling van de subsidie permanent niet meer behaald kan worden, wordt de subsidieverlening voor de desbetreffende beheereenheid geheel ingetrokken.
### Artikel 2.4
@ -113,7 +103,7 @@ Indien een subsidieontvanger één of meerdere baselinevoorwaarden niet naleeft,
### Artikel 2.6
**1.** Indien een subsidieontvanger een of meerdere randvoorwaarden niet naleeft, wordt de jaarbetaling verlaagd overeenkomstig artikel 97 van verordening 1306/2014, de artikelen 39 en 40 van verordening 640/2014 en de artikelen 74 en 75 van uitvoeringsverordening 809/2014.
**1.** Indien een subsidieontvanger een of meerdere randvoorwaarden niet naleeft, wordt de jaarbetaling verlaagd overeenkomstig artikel 97 van verordening 1306/2013 en de artikelen 39 en 40 van verordening 640/2014.
**2.** Artikel 2, eerste tot en met vierde lid, en artikel 3 van de Beleidsregel Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB zijn van overeenkomstige toepassing. Waar in voornoemde artikelen gesproken wordt van minister en landbouwgrond wordt voor de toepassing van het onderhavige artikel gelezen Gedeputeerde Staten respectievelijk subsidiabele oppervlakte.
@ -129,29 +119,18 @@ Indien een subsidieontvanger één of meerdere baselinevoorwaarden niet naleeft,
**4.** De berekeningswijzen, bedoeld in het tweede en derde lid, worden slechts toegepast voor zover de subsidiabele activiteit gelijk is aan de activiteit die de subsidieontvanger moet verrichten als onderdeel van de verplichting om een ecologisch aandachtsgebied te realiseren.
### Artikel 2.7a
De jaarbetaling wordt geweigerd indien de subsidieontvanger verhindert dat door of vanwege Gedeputeerde Staten van de betreffende provincie monitoringswerkzaamheden inzake het beheer worden uitgevoerd.
### Paragraaf 2.3. Beheer onder de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016
### Artikel 2.8
**1.**
Indien sprake is van een herhaalde niet-naleving als bedoeld in artikel 35, derde lid, vijfde alinea, van verordening 640/2014, van de in artikel 2.9, eerste lid, artikel 2.9a, eerste lid, artikel 2.11 of artikel 2.11a bedoelde subsidieverplichtingen, worden de op grond van die artikelen op te leggen verlagingen verhoogd met:
Indien uit de verantwoording als bedoeld in artikel 3.11, onderdeel h, van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016 van de onderscheiden provincies blijkt dat de beheeractiviteiten die de subsidieontvanger in een kalenderjaar heeft verricht niet volledig passen bij:
a. 10% bij een eerste herhaling;
b. 20% bij een tweede herhaling;
c. 30% bij een derde of verdere herhaling.
a. de beheerfunctie of het cluster van beheeractiviteiten zoals beschikt, of
b. het bijhorende leefgebied aangewezen in het natuurbeheerplan, wordt de subsidieontvanger in de gelegenheid gesteld de verantwoording zodanig aan te passen dat deze past binnen de beschikking tot subsidieverlening.
**2.**
Indien sprake is van een herhaalde niet-naleving van de in artikel 2.14, eerste of derde lid, bedoelde subsidieverplichtingen, worden de op grond van die leden op te leggen kortingspercentages verhoogd tot:
a. 2% bij een eerste herhaling;
b. 3% bij een tweede herhaling;
c. 5% bij een derde of verdere herhaling.
**2.** De aangepaste verantwoording vormt de basis voor de berekening van de hoogte van de jaarbetaling en de verlagingen in deze paragraaf.
### Artikel 2.9
@ -166,17 +145,11 @@ b. herstel niet meer mogelijk is.
**3.** Bij de bepaling van de hersteltermijn, als bedoeld in het tweede lid, wordt rekening gehouden met de fysieke omstandigheden ter plaatse.
**4.** Indien meerdere niet-nalevingen zijn geconstateerd, wordt per geconstateerde niet-naleving een verlaging vastgesteld en worden de verlagingen gecumuleerd.
**4.** Indien sprake is van herhaalde niet-naleving van voorschriften inzake de beheeractiviteit zoals bedoeld in artikel 35, derde lid, van verordening 640/2014, wordt de subsidie verlaagd door het overeenkomstig Bijlage 2 vastgestelde percentage te verdubbelen.
**5.** De verlaging, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt toegepast op de jaarbetaling. De verlaging wordt berekend als een percentage van de maximale vergoeding voor de betreffende beheeractiviteit.
**5.** Indien meerdere niet-nalevingen zijn geconstateerd, wordt per geconstateerde niet-naleving een verlaging vastgesteld en worden de verlagingen gecumuleerd.
### Artikel 2.9a
**1.** Indien in een beheeractiviteit is opgenomen dat die activiteit op een bepaald minimumpercentage van het leefgebied uitgevoerd moet worden en de subsidieontvanger hieraan niet voldoet, dan wordt de subsidiabele omvang van dat leefgebied, voor zover daarop de betreffende activiteit is uitgevoerd, zodanig verlaagd dat de oppervlakte waarop de betreffende beheeractiviteit is uitgevoerd gelijk is aan het vereiste minimumpercentage van het leefgebied.
**2.** Indien in een beheeractiviteit is opgenomen dat die activiteit op niet meer dan een bepaald maximumpercentage van het leefgebied uitgevoerd mag worden en de subsidieontvanger dit maximumpercentage overschrijdt, dan is de betreffende beheeractiviteit niet subsidiabel voor zover die boven dat maximumpercentage is uitgevoerd.
**3.** Indien een beheeractiviteit meerdere minimum- of maximumpercentages kent, dan worden voor de toepassing van het eerste en tweede lid slechts die oppervlaktes bij elkaar geteld waarvoor hetzelfde minimum- én maximumpercentage geldt voor de betreffende beheeractiviteit.
**6.** De verlaging, zoals bedoeld in het eerste en vierde lid, wordt toegepast op de jaarbetaling. De verlaging wordt berekend als een percentage van de maximale vergoeding voor de betreffende beheeractiviteit.
### Artikel 2.10
@ -188,27 +161,7 @@ b. herstel niet meer mogelijk is.
### Artikel 2.11
Indien een subsidieontvanger ten aanzien van één of meerdere leefgebieden niet voldoet aan het minimum aantal hectares zoals opgenomen in de beschikking tot subsidieverlening, dan wordt de jaarbetaling voor het betreffende leefgebied en kalenderjaar:
a. verlaagd met het bedrag dat wordt gevormd door het verschil tussen de geconstateerde oppervlakte en het minimum aantal hectares te vermenigvuldigen met de beschikte hectareprijs, wanneer de afwijking kleiner dan of gelijk is aan 3%;
b. verlaagd met twee keer het bedrag dat voortvloeit uit onderdeel a, wanneer de afwijking meer dan 3% bedraagt, maar kleiner is dan of gelijk is aan 20%;
c. verlaagd met drie keer het bedrag dat voortvloeit uit onderdeel a, wanneer de afwijking meer dan 20% bedraagt, maar kleiner is dan of gelijk is aan 50%;
d. niet verstrekt wanneer de afwijking meer dan 50% bedraagt.
### Artikel 2.11a
Indien de subsidieontvanger in de verantwoording, bedoeld in artikel 3.11, onderdeel h, van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016 van de onderscheiden provincies, oppervlaktes opgeeft die geen bedrijfsperceel zijn, dan wordt de jaarbetaling verlaagd overeenkomstig artikel 2.11.
### Artikel 2.11b
**1.**
De jaarbetaling wordt geweigerd indien de subsidieontvanger verhindert dat:
a. door of vanwege Gedeputeerde Staten van de betreffende provincie monitoringswerkzaamheden inzake het beheer worden uitgevoerd, óf
b. een auditor van de Auditdienst Rijk van het Ministerie van Financiën de gegevensgerichte toetsing als bedoeld in artikel 7, derde lid, van verordening 908/2014 kan uitvoeren.
**2.** In afwijking van het eerste lid wordt, indien een verenigingslid de uitvoering van de monitoringswerkzaamheden of de audit verhindert, geen jaarbetaling verstrekt voor de hectares waarmee dat verenigingslid in het betreffende jaar deelneemt aan het beheer.
Indien een subsidieontvanger ten aanzien van een of meerdere leefgebieden niet voldoet aan het minimum aantal hectares opgenomen in de beschikking tot subsidieverlening wordt de subsidie voor het betreffende kalenderjaar overeenkomstig artikel 19 van Verordening 640/2014 berekend.
### Artikel 2.12
@ -226,17 +179,17 @@ b. een auditor van de Auditdienst Rijk van het Ministerie van Financiën de gege
**4.** Indien het bedrag, bedoeld in het eerste lid, na toepassing van de verlagingen, bedoeld in het tweede lid, lager is dan het bedrag in het betaalverzoek, bedoeld in artikel 3.11, onderdeel g, van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016 van de onderscheiden provincies betalen Gedeputeerde Staten het lagere bedrag uit.
**5.** Het eerste tot en met vierde lid zijn niet van toepassing op de verlaging van de jaarbetaling overeenkomstig artikel 2.10.
### Artikel 2.14
**1.** Indien de subsidieontvanger niet voldoet aan de subsidieverplichtingen, bedoeld in artikel 3.11, onderdelen b en h, van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016, wordt de jaarbetaling verlaagd met 1% per werkdag dat niet voldaan wordt aan de betreffende subsidieverplichting.
**2.** De jaarbetaling wordt niet verstrekt indien de subsidieontvanger de in artikel 3.11, onderdelen b en h, van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016 genoemde termijnen met meer dan 25 werkdagen overschrijdt.
**3.** Indien de subsidieontvanger niet voldoet aan de subsidieverplichting, bedoeld in artikel 3.11, onderdelen d of n, van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016, wordt de jaarbetaling voor de desbetreffende beheeractiviteit verlaagd met 1% per werkdag dat niet voldaan wordt aan de desbetreffende subsidieverplichting. De basis voor de in de eerste volzin bedoelde verlaging wordt gevormd door de maximale vergoeding.
**3.** Indien de subsidieontvanger niet voldoet aan de subsidieverplichting, bedoeld in artikel 3.11, onderdelen d, n of o, van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016, wordt de jaarbetaling voor de desbetreffende beheeractiviteit verlaagd met 1% per werkdag dat niet voldaan wordt aan de desbetreffende subsidieverplichting. De basis voor de in de eerste volzin bedoelde verlaging wordt gevormd door de maximale vergoeding.
**4.** In afwijking van het derde lid bedraagt de jaarbetaling voor de betreffende jaaractiviteit € 0, indien de subsidieontvanger de, in voorkomend geval gewijzigde, activiteit later meldt dan is aangegeven in bijlage 5, derde kolom van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016 van de onderscheiden provincies.
**5.** Indien uit de verantwoording, bedoeld in artikel 3.11, onderdeel h, van de Subsidieverordening natuur- en landschapsbeheer 2016, blijkt dat de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de subsidieverplichting, bedoeld in artikel 3.11, onderdeel p, van die subsidieverordening, wordt geen subsidie verstrekt voor de beheeractiviteit waarvan het leefgebied en de beheerfunctie niet overeenkomt met het leefgebied en de beheerfunctie van de als eerste opgegeven beheeractiviteit.
**4.** In afwijking van het derde lid bedraagt de vergoeding voor de desbetreffende beheeractiviteit € 0, indien de subsidieontvanger de in artikel 3.11, onderdelen d, n of o, genoemde termijn zodanig overschrijdt dat de correcte uitvoering van de, in voorkomend geval gewijzigde, activiteit niet meer gecontroleerd kan worden.
## Hoofdstuk 3. Voorschriften inzake niet-oppervlakte gebonden subsidies
@ -260,7 +213,9 @@ De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op subsidies die op grond va
### Artikel 3.3
Indien de subsidieontvanger aanbestedingplichtig is op grond van de Aanbestedingswet 2012 en de Aanbestedingswet 2012 niet of niet volledig is nageleefd bij een aanbestedingplichtige activiteit, dan worden de gedeclareerde kosten die betrekking hebben op de desbetreffende opdracht gecorrigeerd overeenkomstig het kortingspercentage in Bijlage 4, deel II.
**1.** Indien de subsidieontvanger aanbestedingplichtig is op grond van de Aanbestedingswet 2012 en de Aanbestedingswet 2012 niet of niet volledig is nageleefd bij een aanbestedingplichtige activiteit, dan worden de gedeclareerde kosten die betrekking hebben op de desbetreffende opdracht gecorrigeerd.
**2.** Indien de verlaging meer dan 10% van de correcte bedragen in de betalingsaanvraag betreft, vindt daarnaast korting op de uitbetaling plaats met het verschil tussen het berekende en het aangevraagde bedrag conform het bepaalde in Bijlage 4, deel II.
### Artikel 3.4
@ -276,41 +231,76 @@ Indien een subsidieontvanger niet voldoet aan de voorwaarden inzake communicatie
### Artikel 3.6
Indien een subsidieontvanger niet voldoet aan andere verplichtingen dan bedoeld in de artikelen 3.3, 3.4 of 3.5, die zijn opgenomen in de Regeling POP3 subsidies van de onderscheiden provincies of in de beschikking tot subsidieverlening, worden correcties of sancties toegepast waarbij voor de kortingspercentages wordt aangesloten bij de kortingspercentages zoals opgenomen in Bijlage 4, deel I.
Indien een subsidieontvanger niet voldoet aan andere verplichtingen dan bedoeld in de artikelen 3.3, 3.4 of 3.5, die zijn opgenomen in de Regeling POP3 subsidies van de onderscheiden provincies of in de beschikking tot subsidieverlening, worden correcties of sancties toegepast overeenkomstig het kortingspercentage in Bijlage 4, deel I.
### Artikel 3.7
Indien een subsidieontvanger een op grond van de Regeling POP3 subsidies van de onderscheiden provincies of de beschikking tot subsidieverlening voorgeschreven verslag omtrent de voortgang niet of niet tijdig aanlevert of het verslag voldoet niet aan de eisen die daaraan worden gesteld, wordt de vast te stellen subsidie verlaagd overeenkomstig het kortingspercentage in Bijlage 4, deel I.
Indien een subsidieontvanger een op grond van de Regeling POP3 subsidies van de onderscheiden provincies of de beschikking tot subsidieverlening voorgeschreven verslag omtrent de voortgang bij herhaling niet of niet tijdig aanlevert of het verslag omtrent de voortgang bij herhaling niet of niet volledig voldoet aan de eisen die daaraan worden gesteld, wordt de toegekende subsidie voor iedere week dat het verslag niet aan deze eisen voldoet verlaagd met 0,5% van de totaal verleende subsidie, met een maximum van 2%.
### Artikel 3.8
**1.**
Ingeval van herhaalde niet-naleving als bedoeld in artikel 35, derde lid, vijfde alinea, van verordening 640/2014, worden de in onderhavige beleidsregel en in Bijlage 4 opgenomen kortingspercentages als volgt verhoogd:
Ingeval van herhaalde niet-naleving worden de in onderhavige beleidsregel en in Bijlage 4 opgenomen kortingspercentages als volgt verhoogd:
bij een eerste herhaling van dezelfde niet-naleving 0,5 procentpunt;
bij een 2^e herhaling 1 procentpunt; en
bij een derde of frequentere herhaling 2 procentpunt.
bij een eerste herhaling van dezelfde niet-naleving 0,5%;
bij een 2^e herhaling 1%; en
bij een derde of frequentere herhaling 2%.
**2.** Indien sprake is van een herhaalde niet-naleving wordt, indien op grond van onderhavige beleidsregel of Bijlage 4 een maximum wordt gesteld aan de op te leggen correctie of sanctie, dit maximum naar rato verhoogd overeenkomstig het eerste lid.
**3.** Indien bij een eerste niet-naleving geen correctie of sanctie werd opgelegd, wordt bij een herhaling van dezelfde niet-naleving een sanctie opgelegd overeenkomstig het eerste lid.
**2.** Indien bij een eerste niet-naleving geen sanctie werd opgelegd, wordt bij een herhaling van dezelfde niet-naleving een sanctie opgelegd overeenkomstig het eerste lid.
### Artikel 3.9
**1.** In geval van cumulatie van op te leggen sancties worden verlagingen toegepast in de volgorde van de hoogte van de op te leggen sancties, van hoog naar laag . Bij de achtereenvolgende verlagingen wordt steeds rekening gehouden met de reeds toegepaste verlaging. Het kortingspercentage bedraagt maximaal 100% van de subsidieverlening.
In geval van cumulatie van op te leggen sancties worden verlagingen toegepast in de volgorde van de hoogte van de op te leggen sancties, van hoog naar laag . Bij de achtereenvolgende verlagingen wordt steeds rekening gehouden met de reeds toegepaste verlaging. Het kortingspercentage bedraagt maximaal 100% van de subsidieverlening.
**2.** Indien meerdere aanbestedingsfouten in één en dezelfde opdracht worden geconstateerd is slechts de hoogste van de van toepassing zijnde correcties van toepassing.
## Hoofdstuk 4. Voorschriften inzake subsidiemodules binnen het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling op grond van de
## Hoofdstuk 4. Sanctieregels met betrekking tot subsidies brede weersverzekering
### Artikel 4.1
Voor subsidies die worden verstrekt op grond van hoofdstuk 4, titel 4.1, van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies geldt dat indien blijkt dat de totale oppervlakte van de te verzekeren percelen zoals aangegeven in de subsidieaanvraag lager is dan de oppervlakte vermeld in de verzekeringspolis, de subsidie evenredig procentueel wordt verlaagd met het vastgestelde verschil.
De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op subsidies die worden verstrekt op grond van hoofdstuk 4, Titel 4.1, van de Regeling Europese EZ-subsidies.
### Artikel 4.2
De bepalingen uit hoofdstuk 3 en bijlage 4 zijn van overeenkomstige toepassing op niet-oppervlakte gebonden subsidies die worden verstrekt op grond van hoofdstuk 4 van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies, met uitzondering van titel 4.1 daarvan.
**1.** De subsidie wordt berekend op grond van de subsidiabele oppervlakte.
**2.** De subsidiabele oppervlakte is de verzekerde oppervlakte, verminderd met het verschil tussen de verzekerde oppervlakte en de geconstateerde oppervlakte.
**3.** De geconstateerde oppervlakte is de oppervlakte zoals deze is vastgesteld na controle door het betaalorgaan.
**4.** De verzekerde oppervlakte is de oppervlakte welke door de subsidieontvanger is verzekerd onder een goedgekeurde verzekering, als bedoeld in artikel 4.1.10. eerste lid, van de Regeling Europese EZ-subsidies.
**5.** In afwijking van het tweede lid vindt geen vermindering van de subsidiabele oppervlakte plaats indien bij controle als bedoeld in het derde lid blijkt dat verzekerde oppervlakte 3% of minder afwijkt van de geconstateerde oppervlakte.
### Artikel 4.3
**1.** Indien de totale oppervlakte van de te verzekeren percelen zoals aangegeven in de subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 4.1.2, tweede lid, van de Regeling Europese EZ-subsidies afwijkt van de oppervlakte vermeld in de bewijsstukken welke op grond van artikel 4.1.2, derde lid, van de Regeling Europese EZ-subsidies, vóór 1 november aangeleverd moeten worden, dan is er sprake van een inconsistente aanvraag.
**2.** Bij een inconsistente aanvraag wordt de kleinste van de oppervlaktes, bedoeld in het eerste lid, aangemerkt als aangevraagde oppervlakte.
### Artikel 4.4
Indien de premie van de verzekering is gebaseerd op een groter verzekerde oppervlakte dan de subsidiabele oppervlakte, wordt het premiebedrag dat in aanmerking komt voor subsidie evenredig percentueel verlaagd met het vastgestelde verschil.
### Artikel 4.5
**1.** Indien de subsidiabele oppervlakte kleiner is dan de aangevraagde oppervlakte, is er sprake van een te grote aanvraag.
**2.**
Bij een te grote aanvraag worden de volgende sancties toegepast:
a. bij een afwijking tussen de totale subsidiabele oppervlakte en de totale aangevraagde oppervlakte van 10% of minder, wordt de subsidie niet verlaagd.
b. bij een afwijking tussen de totale subsidiabele oppervlakte en de totale aangevraagde oppervlakte van meer dan 10% tot en met 20%, wordt een verlaging van de subsidie toegepast die gelijk is aan het verschil tussen de subsidie op basis van de subsidiabele oppervlakte en de subsidie op basis van de aangevraagde oppervlakte.
c. bij een afwijking tussen de totale subsidiabele oppervlakte en de totale aangevraagde oppervlakte van meer dan 20% tot en met 50%, wordt geen subsidie uitgekeerd.
d. bij een afwijking tussen de totale subsidiabele oppervlakte en de totale aangevraagde oppervlakte van meer dan 50%, wordt geen subsidie uitgekeerd en wordt de subsidieaanvrager uitgesloten van de mogelijkheid om subsidie aan te vragen voor het volgende jaar.
### Artikel 4.6
Indien er sprake is van een herhaling van een te grote aanvraag, als bedoeld in artikel 4.5, dan zal ingeval er sprake is van:
a. een afwijking als bedoeld in artikel 2.4, tweede lid, onderdeel a, een verlaging worden toegepast overeenkomstig artikel 4.5, tweede lid, onderdeel b.
b. een afwijking als bedoeld in artikel 2.4, tweede lid, onderdeel b, een verlaging worden toegepast overeenkomstig artikel 4.5, tweede lid, onderdeel c;
c. een afwijking als bedoeld in artikel 2.4, tweede lid, onderdeel c, een verlaging worden toegepast overeenkomstig artikel 4.5, tweede lid, onderdeel d.
## Hoofdstuk 5. Slotbepalingen
@ -326,10 +316,6 @@ De bepalingen uit hoofdstuk 3 en bijlage 4 zijn van overeenkomstige toepassing o
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel verlagen subsidie POP.
### Artikel 5.2a
Voor gedeclareerde kosten die vóór 15 mei 2019 zijn ingediend en op grond van artikel 3.3 worden gecorrigeerd blijven de kortingspercentages in bijlage 4, deel II, zoals die luidden vóór 14 mei 2019, van toepassing.
### Artikel 5.3
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
@ -342,8 +328,8 @@ De hoogte van de subsidieverlaging wordt vastgesteld volgens de onderstaande tab
De hoogte van de verlaging wordt vastgesteld volgens de onderstaande tabel:
## Bijlage 3. Baselinevoorwaarden zoals die per 1 januari 2020 gelden voor beheer op grond van de SVNL en de SVNL 2016
## Bijlage 3. Baselinevoorwaarden zoals die per 1 januari 2015 gelden voor beheer op grond van de PSAN en de SVNL, en vanaf 1 januari 2016 voor beheer op grond van de SVNL16
## Bijlage 4. Tabel correctie en sanctieregels POP niet-oppervlakte gebonden subsidies
## Bijlage 4. Tabel correctie en sanctieregels POP niet-oppervlaktegebonden
Vooraf: