From 9e56496c5d5ff8df9b94632ba13ebb9e2498abce Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 11 Apr 2001 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2001-04-11 | BWBR0008934 | Reglement Rijnpatenten 1998 --- .../BWBR0008934/README.md | 78 +++++++++---------- 1 file changed, 38 insertions(+), 40 deletions(-) diff --git a/kb/reglement-rijnpatenten-1998/BWBR0008934/README.md b/kb/reglement-rijnpatenten-1998/BWBR0008934/README.md index 7d1ea2e16b3..78da90380b8 100644 --- a/kb/reglement-rijnpatenten-1998/BWBR0008934/README.md +++ b/kb/reglement-rijnpatenten-1998/BWBR0008934/README.md @@ -24,7 +24,7 @@ In dit reglement wordt verstaan onder: 4. *drijvend werktuig:* een drijvend bouwsel waarop zich werkinstallaties bevinden, zoals kranen, baggermolens, hei-installaties of elevatoren; -5. *pleziervaartuig:* een schip dat is bestemd voor sportieve of recreatieve doeleinden en dat niet is een passagiersschip; +5. *pleziervaartuig:* een schip dat is bestemd voor sportieve of recreatieve doeleinden; 6. *passagiersschip:* een schip dat is gebouwd en ingericht voor het vervoer van meer dan 12 passagiers; @@ -32,7 +32,7 @@ In dit reglement wordt verstaan onder: 8. *duwboot:* een schip dat speciaal is gebouwd voor het voortbewegen van een duwstel; -9. vervallen; +9. *kanaalspits:* een schip waarvan de lengte niet meer dan 38,50 m en de breedte niet meer dan 5,05 m bedraagt en dat gewoonlijk op het Rijn-Rhône kanaal vaart; 10. *overheidsvaartuig:* een schip waarvan de lengte niet meer dan 25 m bedraagt en dat ter uitvoering van overheidstaken wordt ingezet; @@ -44,7 +44,7 @@ In dit reglement wordt verstaan onder: 14. *gekoppeld samenstel:* een hecht samenstel van langszijde van elkaar vastgemaakte schepen, waarvan er geen is geplaatst vóór het motorschip dat dient voor het voortbewegen van het samenstel; -15. *dekbemanning:* de bemanning met uitzondering van machinisten; +15. *dekbemanning:* de minimum bemanning met uitzondering van machinisten; 16. *matroos, matroos-motordrijver, volmatroos, stuurman:* een persoon, die de bekwaamheid bedoeld in de bemanningsvoorschriften van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn bezit; @@ -62,10 +62,13 @@ Dit reglement regelt de verplichting tot het hebben van een Rijnpatent voor de b **3.** -Voor de vaart benedenstrooms van het Spijksche Veer (km 857,40) en op het riviergedeelte tussen de Mittlere Rheinbrücke te Bazel (km 166,64) en de sluizen te Iffezheim (km 335,92) kan worden volstaan met, +Voor de vaart benedenstrooms van het Spijksche Veer (km 857,40) kan worden volstaan met, -a. in plaats van het patent bedoeld in artikel 2.01, een vaarbewijs als bedoeld in de bijlage I van de Richtlijn van de Raad 91/672/EEG of een vaarbewijs afgegeven ingevolge de Richtlijn van de Raad 96/50/EG; -b. in plaats van het patent bedoeld in de artikelen 2.02 tot en met 2.04, een ander door de bevoegde autoriteit als gelijkwaardig erkend bewijs van vaarbekwaamheid. +a. voorzover de Duits-Nederlandse grens in de ene of de andere richting niet wordt overschreden, in plaats van het patent bedoeld in artikel 2.01, + +– een vaarbewijs als bedoeld in de bijlage I van de Richtlijn 91/672/EEG, of +– een vaarbewijs afgegeven ingevolge de Richtlijn 96/50/EG; +b. in plaats van het patent, bedoeld in de artikelen 2.02 tot en met 2.05, een ander door de bevoegde autoriteit als gelijkwaardig erkend bewijs van vaarbekwaamheid. **4.** Voor schepen met een lengte van minder dan 15 m, met uitzondering van passagiersschepen, duw- en sleepboten, kan worden volstaan met een bewijs van vaarbekwaamheid voor de binnenwateren, dat in overeenstemming is met de nationale voorschriften van de Rijnoeverstaten en België. @@ -85,7 +88,7 @@ Rijnpatenten als bedoeld in dit reglement zijn: a. het grote patent voor het voeren van alle schepen, b. het kleine patent voor het voeren van een schip met een lengte van minder dan 35 m, mits het geen sleep- of duwboot is dan wel het niet voor het voortbewegen van een gekoppeld samenstel dient, of voor het voeren van een schip, dat bestemd is voor het vervoer van niet meer dan 12 passagiers, c. het sportpatent voor het voeren van een pleziervaartuig met een lengte van minder dan 25 m, -d. vervallen, +d. het kanaalspitsenpatent voor het voeren van kanaalspitsen op het riviergedeelte tussen de Mittlere Rheinbrücke te Basel (km 166,64) en de sluizen te Iffezheim (km 335,92), e. het overheidspatent voor het voeren van overheidsschepen en van brandweerboten. **2.** De patenten bedoeld in het eerste lid mogen eveneens worden gebruikt voor het voeren van een schip als bedoeld in artikel 1.03, vierde lid. @@ -94,40 +97,35 @@ e. het overheidspatent voor het voeren van overheidsschepen en van brandweerbote De Centrale Commissie voor de Rijnvaart kan voor de toepassing van dit reglement richtlijnen vaststellen. De bevoegde autoriteiten dienen zich aan deze richtlijnen te houden. -### Artikel 1.06 - -De Centrale Commissie voor de Rijnvaart kan voorschriften van tijdelijke aard vaststellen, wanneer het voor een aanpassing aan de technische ontwikkeling van de binnenscheepvaart noodzakelijk wordt geacht om in dringende gevallen afwijkingen van dit reglement toe te laten dan wel proefnemingen mogelijk te maken, waardoor de veiligheid en de vlotte afwikkeling van het scheepvaartverkeer niet worden benadeeld. Deze voorschriften van tijdelijke aard worden door de bevoegde autoriteit gepubliceerd en hebben een geldigheidsduur van ten hoogste drie jaren. Zij worden in alle Oeverstaten en in België op hetzelfde tijdstip in werking gesteld en worden onder dezelfde voorwaarden buiten werking gesteld. - ## Hoofdstuk 2. – Voorwaarden voor het verkrijgen van een rijnpatent ### Artikel 2.01 -**1.** Degene die het grote patent wil verkrijgen moet ten minste 21 jaar oud zijn en de nodige kwalificatie bezitten, alsmede een vaartijd aantonen van ten minste vier jaar als lid van een dekbemanning, waarvan aan boord van een motorschip in de binnenvaart ten minste twee jaren als matroos of matroos-motordrijver dan wel ten minste één jaar als volmatroos. De gegadigde moet tevens in het bezit zijn van een marifoonbedieningscertificaat als bedoeld in bijlage 5 van de Regionale regeling betreffende de marifoondienst in de Binnenvaart. +**1.** Degene die het grote patent wil verkrijgen moet ten minste 21 jaar oud zijn en de nodige kwalificatie bezitten, alsmede een vaartijd aantonen van tenminste vier jaar als lid van een dekbemanning, waarvan aan boord van een motorschip in de binnenvaart tenminste twee jaren als matroos of matroos-motordrijver dan wel ten minste één jaar als volmatroos. **2.** Gekwalificeerd is degene die: a. lichamelijk en geestelijk geschikt is om een schip te voeren. - De geschiktheid wordt aangetoond door het overleggen van een medische verklaring, als bedoeld in de bijlagen B1 en B2, afgegeven door een arts, die door de bevoegde autoriteit is aangewezen; b. geen strafbare feiten in de scheepvaart heeft begaan, terwijl uit voorgaand gedrag verwacht mag worden dat een schip veilig gevoerd en het bevel over een bemanning uitgeoefend kan worden; c. bekwaam is, dat wil zeggen beschikt over de noodzakelijke beroepsmatige vaardigheden en kennis, ook in nautisch opzicht, alsmede over voldoende kennis van de reglementen en van de vaarweg, in het bijzonder van het riviergedeelte waarvoor het patent wordt aangevraagd. Aan de voorwaarden wordt geacht te zijn voldaan wanneer de gegadigde het daartoe ingestelde examen met goed gevolg heeft afgelegd. **3.** -De vaartijd moet zijn doorlopen op een schip voor het voeren waarvan respectievelijk het grote patent of het kleine patent vereist zou zijn. Als één jaar vaartijd gelden 180 effectieve vaardagen in de binnenvaart. Binnen een periode van 365 opeenvolgende dagen kunnen maximaal 180 dagen als vaartijd worden meegerekend. +De vaartijd moet zijn doorlopen op een schip voor het voeren waarvan respectievelijk het grote patent, het kleine patent of het kanaalspitsenpatent vereist zou zijn. Als één jaar vaartijd gelden 180 effectieve vaardagen in de binnenvaart. Binnen een periode van 365 opeenvolgende dagen kunnen maximaal 180 dagen als vaartijd worden meegerekend. Tot de vaartijd als bedoeld in het eerste lid, die niet als matroos, matroos-motordrijver of volmatroos verricht hoeft te zijn, wordt meegerekend: a. de tijd van de opleiding, met een maximum van twee jaren, indien de gegadigde in het bezit is van een door de bevoegde autoriteit erkende verklaring inzake een met goed gevolg afgesloten beroepsopleiding met praktijkgedeelten op het gebied van de binnenvaart, -b. de aangetoonde vaartijd, met een maximum van twee jaren, die op zee als lid van een dekbemanning is doorgebracht, waarbij 250 zeedagen als één jaar vaartijd gelden. +b. de aangetoonde vaartijd, met een maximum van één jaar, die op zee als lid van een dekbemanning is doorgebracht, waarbij 250 zeedagen als één jaar vaartijd gelden. **4.** Bovendien moet het riviergedeelte, waarvoor het grote patent wordt aangevraagd als matroos, matroos-motordrijver, volmatroos of stuurman aan boord van een motorschip, voor het voeren waarvan een groot patent is vereist, in een tijdvak van tien jaren voorafgaand aan de aanvraag tenminste zestien maal zijn bevaren, waarvan binnen de laatste drie jaren tenminste drie maal in elke richting. Deze eis is niet van toepassing voor het riviergedeelte benedenstrooms van het Spijksche Veer. ### Artikel 2.02 -**1.** Degene die het kleine patent wil verkrijgen moet ten minste 21 jaar oud zijn en de nodige kwalificatie bezitten, alsmede een vaartijd aantonen van ten minste één jaar aan boord van een motorschip in de binnenvaart als matroos of als matroos-motordrijver. De gegadigde moet tevens in het bezit zijn van een marifoonbedieningscertificaat als bedoeld in bijlage 5 van de Regionale regeling betreffende de marifoondienst in de Binnenvaart. +**1.** Degene die het kleine patent wil verkrijgen moet ten minste 21 jaar oud zijn en de nodige kwalificatie bezitten alsmede een vaartijd aantonen van ten minste één jaar aan boord van een motorschip in de binnenvaart als matroos of matroos-motordrijver. **2.** @@ -139,9 +137,9 @@ De geschiktheid wordt aangetoond door het overleggen van een medische verklaring b. geen strafbare feiten in de scheepvaart heeft begaan, terwijl uit voorgaand gedrag verwacht mag worden dat een schip veilig gevoerd en het gezag over een bemanning uitgeoefend kan worden; c. bekwaam is, dat wil zeggen beschikt over de noodzakelijke beroepsmatige vaardigheden en kennis, ook in nautisch opzicht, alsmede over voldoende kennis van de reglementen en van de vaarweg, in het bijzonder van het riviergedeelte waarvoor het patent wordt aangevraagd. Aan de voorwaarden wordt geacht te zijn voldaan wanneer de gegadigde het daartoe ingestelde examen met goed gevolg heeft afgelegd. -**3.** De vaartijd moet zijn doorlopen op een schip voor het voeren waarvan respectievelijk het grote patent of het kleine patent vereist zou zijn. Als één jaar vaartijd gelden 180 effectieve vaardagen in de binnenvaart. +**3.** De vaartijd moet zijn doorlopen op een schip voor het voeren waarvan respectievelijk het grote patent, het kleine patent of het kanaalspitsenpatent vereist zou zijn. Als één jaar vaartijd gelden 180 effectieve vaardagen in de binnenvaart. -**4.** Bovendien moet het riviergedeelte, waarvoor het kleine patent wordt aangevraagd, als matroos, matroos-motordrijver, volmatroos of stuurman aan boord van een motorschip, voor het voeren waarvan een groot patent of een klein patent vereist zou zijn, in een tijdvak van tien jaren voorafgaand aan de aanvraag tenminste zestien maal zijn bevaren, waarvan binnen de laatste drie jaren tenminste drie maal in elke richting. Deze eis is niet van toepassing voor het riviergedeelte benedenstrooms van het Spijksche Veer. +**4.** Bovendien moet het riviergedeelte, waarvoor het kleine patent wordt aangevraagd, als matroos, matroos-motordrijver, volmatroos of stuurman aan boord van een motorschip, voor het voeren waarvan een groot patent, een klein patent of een kanaalspitsenpatent vereist zou zijn, in een tijdvak van tien jaren voorafgaand aan de aanvraag tenminste zestien maal zijn bevaren, waarvan binnen de laatste drie jaren tenminste drie maal in elke richting. Deze eis is niet van toepassing voor het riviergedeelte benedenstrooms van het Spijksche Veer. ### Artikel 2.03 @@ -164,12 +162,21 @@ Bovendien moet het riviergedeelte waarvoor het sportpatent wordt aangevraagd met a. hetzij ten minste zestien maal in een tijdvak van tien jaren voorafgaand aan de aanvraag, waarvan binnen de laatste drie jaren tenminste drie maal in elke richting, b. hetzij binnen het kader van een vakkundige opleiding tenminste viermaal in elke richting in het laatste jaar voorafgaand aan de aanvraag zijn bevaren. -Deze eis is niet van toepassing voor het riviergedeelte benedenstrooms van het Spijksche Veer, noch op het riviergedeelte tussen de Mittlere Rheinbrücke te Bazel (km 166,64) en de sluizen te Iffezheim (km 335,92). +Deze eis is niet van toepassing voor het riviergedeelte benedenstrooms van het Spijksche Veer. **4.** Slechts reizen gemaakt vanaf de leeftijd van 15 jaar komen in aanmerking. ### Artikel 2.04 +Degene die het kanaalspitsenpatent wil verkrijgen moet: + +a. ten minste 18 jaar oud zijn; +b. voldoen aan de voorwaarden noodzakelijk voor het voeren van kanaalspitsen op het Rijn-Rhônekanaal. + +Het kanaalspitsenpatent wordt niet uitgebreid tot de riviergedeelten buiten het gebied tussen Basel en de sluizen te Iffezheim. + +### Artikel 2.05 + **1.** Degene die het overheidspatent wil verkrijgen moet: @@ -187,7 +194,7 @@ f. binnen een tijdvak van tien jaren voorafgaand aan de aanvraag moet het rivier **2.** De dienst waarvan de aanvrager deel uitmaakt moet een verklaring hebben afgegeven, waarin de informatie bedoeld in het eerste lid, onderdelen *b*, *e* en *f*, wordt bevestigd. -### Artikel 2.05 +### Artikel 2.06 **1.** De vereiste vaartijd en de reizen op bepaalde riviergedeelten van de Rijn moeten worden aangetoond aan de hand van een behoorlijk ingevuld en gewaarmerkt dienstboekje, als bedoeld in de bijlage F van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn. Het dienstboekje moet door de bevoegde autoriteit zijn afgegeven. Het kan zijn opgesteld in de Duitse, Franse of Nederlandse taal. @@ -232,14 +239,13 @@ c. gedeelte van de Rijn waarvoor het patent wordt aangevraagd. Bij de aanvraag moeten worden overgelegd: a. een recente pasfoto; -b. een medische verklaring als bedoeld in bijlage B2, die niet ouder dan drie maanden mag zijn. Ingeval van twijfel aan de lichamelijke en geestelijke geschiktheid kan de bevoegde autoriteit verlangen dat verklaringen van een arts of een specialist worden overgelegd; de lichamelijke en geestelijke geschiktheid kan eveneens worden aangetoond met een geldig vaarbevoegdheidsbewijs, dat door de Centrale Commissie voor de Rijnvaart is erkend en waarvoor dezelfde eisen gelden als bedoeld in bijlage B1 en B2 en als bedoeld in artikel 4.01; -c. voor zover vereist, een bewijs van de vaartijd en van de reizen op bepaalde riviergedeelten; -d. een kopie van de identiteitskaart of het paspoort; -e. voor zover vereist, een kopie van het marifoonbedieningscertificaat als bedoeld in bijlage 5 van de Regionale regeling betreffende de marifoondienst in de Binnenvaart. +b. een medische verklaring als bedoeld in de bijlage B2, die niet ouder dan 3 maanden mag zijn. Ingeval van twijfel aan de lichamelijke en geestelijke geschiktheid kan de bevoegde autoriteit verlangen dat verklaringen van een arts of een specialist worden overgelegd; +c. voorzover vereist, een bewijs van de vaartijd en van de reizen op bepaalde riviergedeelten; +d. een kopie van de identiteitskaart of het paspoort. **3.** -Het vereiste met betrekking tot de kwalificatie als bedoeld in de artikelen 2.01, tweede lid, onderdeel b, 2.02, tweede lid, onderdeel b, of 2.03, tweede lid, onderdeel b, moet door middel van +Het vereiste met betrekking tot de kwalificatie als bedoeld in de artikelen 2.01, tweede lid, onderdeel *b*, 2.02, tweede lid, onderdeel *b*, of 2.03, tweede lid, onderdeel *b*, moet door middel van – een uittreksel uit het strafregister of – een ander gelijkwaardig document worden aangetoond. Personen die hun domicilie hebben buiten het toepassingsgebied van dit reglement moeten een overeenkomstig geldig document overleggen dat is afgegeven ingevolge het geldende recht van hun woonplaats. @@ -250,7 +256,9 @@ Deze documenten mogen in elk geval niet ouder zijn dan 6 maanden. Indien het patent tot een ander riviergedeelte moet worden uitgebreid, behoeft bij de aanvraag slechts een kopie van het patent en het bewijs van de reizen op het bedoelde riviergedeelte te worden bijgevoegd. -Wanneer een houder van een Rijnpatent een ander type Rijnpatent wenst te verkrijgen, kan de bevoegde autoriteit beslissen dat de bescheiden bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, of de documenten, bedoeld in het derde lid, niet opnieuw moeten worden overgelegd. +Wanneer een houder van een Rijnpatent een ander type Rijnpatent wenst te verkrijgen, kan de bevoegde autoriteit beslissen dat de bescheiden bedoeld in het tweede lid, onderdeel *b*, of de documenten, bedoeld in het derde lid, niet opnieuw moeten worden overgelegd. + +**5.** De aanvraag voor de afgifte van een kanaalspitsenpatent is niet aan een bepaalde vorm gebonden. ### Artikel 3.03 @@ -295,7 +303,7 @@ De bevoegde autoriteit geeft aan degene die het examen met goed gevolg heeft afg Het model voor het kanaalspitsenpatent wordt vastgesteld door de bevoegde autoriteit. -Het is voorzien van respectievelijk één der navolgende opdrukken: «Groot Patent», «Klein Patent», «Sportpatent», of «Overheidspatent». +Het is voorzien van respectievelijk één der navolgende opdrukken: «Groot Patent», «Klein Patent», «Sportpatent», «Kanaalspitsenpatent», of «Overheidspatent». **2.** De voorwaarden bedoeld in artikel 3.03, eerste lid, of de beperkingen bedoeld in artikel 5.02, derde lid, worden in het patent aangetekend. @@ -360,21 +368,11 @@ b. de kandidaat voor een nieuw patent, teneinde tot een nieuw examen te worden t **6.** De autoriteit die het patent intrekt deelt dit aan de Centrale Commissie voor de Rijnvaart mede. Indien een bevoegde autoriteit feiten vaststelt, die tot het intrekken van een patent kunnen leiden, stelt hij de autoriteit die het patent heeft afgegeven hiervan in kennis. -### Artikel 4.04 - -**1.** Indien er dringende redenen aanwezig zijn om het patent in te trekken als bedoeld in artikel 4.03 of om de geldigheid daarvan op te schorten als bedoeld in artikel 4.02 eerste lid, aanhef en onderdeel a, kan de bevoegde autoriteit besluiten dat het patent tijdelijk wordt ingevorderd. - -**2.** Een patent dat tijdelijk is ingevorderd wordt onverwijld en onder opgave van redenen bij de autoriteit die het heeft afgegeven of bij de ingevolge de nationale voorschriften bevoegde rechtbank, overgelegd. - -**3.** De autoriteit die het patent heeft afgegeven moet onverwijld, nadat zij van het besluit van de tijdelijke invordering kennis heeft genomen, besluiten over het opschorten van de geldigheid van het patent of het intrekken daarvan. Indien een rechtbank bevoegd is, wordt besloten volgens de nationale voorschriften. Totdat een besluit als bedoeld in dit lid is genomen, geldt het besluit van de tijdelijke invordering tevens als een besluit als bedoeld in artikel 4.02, eerste lid, onderdeel a. - -**4.** Het tijdelijk invorderen van het patent moet worden opgeheven en het patent moet aan de houder worden teruggegeven, wanneer de reden daarvoor is komen te vervallen of een opschorting niet wordt voorgeschreven, dan wel het patent niet wordt ingetrokken. - ## Hoofdstuk 5. – Overgangsbepalingen ### Artikel 5.01 -**1.** Patenten, afgegeven overeenkomstig de voorschriften die van toepassing zijn tot aan de inwerkingtreding van dit reglement dan wel waarvan de geldigheid volgens die voorschriften is verlengd, blijven geldig met inachtneming van die voorschriften tot de eerste vernieuwing van het bewijs van lichamelijke en geestelijke geschiktheid. +**1.** Patenten, afgegeven overeenkomstig de voorschriften die van toepassing zijn tot aan de inwerkingtreding van dit reglement dan wel waarvan de geldigheid volgens die voorschriften is verlengd, blijven geldig met inachtneming van die voorschriften. **2.** Artikel 4.01 met betrekking tot de controle van de lichamelijke en geestelijke geschiktheid is van toepassing op het in het eerste lid bedoelde Rijnschipperspatent, kleine patent en sportpatent, waarbij het anomaalquotiënt bij het kleuronderscheidingsvermogen 0,7 tot 3,0 mag bedragen. De houders van een patent die bij de inwerkingtreding van dit reglement reeds de leeftijd, bedoeld in artikel 4.01, eerste lid, onderdeel *a*, hebben bereikt moeten hun lichamelijke en geestelijke geschiktheid bij de eerstvolgende voorgeschreven onderzoeksdatum laten controleren. Bij de eerste verlenging van de gebleken lichamelijke en geestelijke geschiktheid wordt aan hun een patent volgens het model van de bijlage A1 afgegeven. @@ -400,7 +398,7 @@ Geldige patenten als bedoeld in artikel 5.01, eerste lid, komen als volgt overee **3.** -De gegadigde die aantoont, dat hij voor de inwerkingtreding van dit reglement +3. De gegadigde die voor 1 januari 2002 aantoont, dat hij voor de inwerkingtreding van dit reglement a. een pleziervaartuig met een lengte van meer dan 15 m heeft gevoerd, krijgt op aanvraag een sportpatent voor het voeren van pleziervaartuigen met een waterverplaatsing van ten hoogste 15 m^3, zonder daarvoor examen te doen. Als bewijs is een verklaring, afgegeven door een door de bevoegde autoriteit erkende watersportbond of een tot de erkende watersportbond behorende watersportvereniging, toereikend; b. een ander schip met een lengte van meer dan 15 m heeft gevoerd, krijgt op aanvraag een klein patent voor het voeren van schepen met een waterverplaatsing van ten hoogste 15 m^3, zonder daarvoor examen te doen. Als bewijs is een verklaring, afgegeven door de voor het te bevaren riviergedeelte bevoegde autoriteit, toereikend. @@ -423,7 +421,7 @@ Autoriteit die het patent afgeeft (slechts geldig indien getoond met een identiteitskaart of paspoort) -**Groot patent*) / Klein patent*) / Sportpatent*)/ Overheidspatent*)** +**Groot patent*) / Klein patent*) / Sportpatent*)/ Kanaalspitsenpatent*) / Overheidspatent*)** Mevrouw*) / Mijnheer*) ....................