2006-02-08 | BWBR0018831 | Wet verplichte beroepspensioenregeling
This commit is contained in:
parent
349dab9587
commit
9e6ce65c7d
1 changed files with 186 additions and 14 deletions
|
|
@ -22,7 +22,10 @@ a. Onze Minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
|
|||
b. pensioen: ouderdoms-, invaliditeits-, weduwen-, weduwnaars-, partner- en wezenpensioen;
|
||||
c. nabestaandenpensioen: weduwen-, weduwnaars-, partner- en wezenpensioen;
|
||||
d. beroepsgenoot: een natuurlijk persoon die deel uitmaakt van een bepaalde beroepsgroep;
|
||||
e. beroepspensioenregeling: door beroepsgenoten overeengekomen rechten en plichten ten aanzien van pensioen ten behoeve van beroepsgenoten en gewezen beroepsgenoten;
|
||||
e. beroepspensioenregeling:
|
||||
|
||||
1°. door beroepsgenoten overeengekomen rechten en plichten ten aanzien van pensioen ten behoeve van beroepsgenoten en gewezen beroepsgenoten, dan wel
|
||||
2°. indien de aan een beroepspensioenregeling deelnemende zelfstandige of beroepsgenoot in een andere lidstaat dan Nederland is gevestigd, een overeenkomst, een trustakte of voorschriften waarin is bepaald welke pensioenuitkeringen worden toegezegd en onder welke voorwaarden;
|
||||
f. deelnemer: de beroepsgenoot die op grond van een beroepspensioenregeling pensioenaanspraken verwerft jegens de pensioenuitvoerder;
|
||||
g. gewezen deelnemer: de beroepsgenoot of gewezen beroepsgenoot die geen pensioenaanspraken op grond van de beroepspensioenregeling meer verwerft jegens de pensioenuitvoerder en die bij beëindiging van de deelneming pensioenaanspraken heeft behouden jegens de pensioenuitvoerder;
|
||||
h. pensioengerechtigde: de persoon voor wie op grond van de beroepspensioenregeling pensioen is ingegaan;
|
||||
|
|
@ -36,7 +39,16 @@ o. premie: de in geld uitgedrukte prestatie verschuldigd aan de pensioenuitvoerd
|
|||
p. basispensioenvoorziening: het deel van de beroepspensioenregeling waaraan elke beroepsgenoot in ieder geval deelneemt;
|
||||
q. vrijwillige pensioenvoorziening: een pensioenvoorziening die deel uitmaakt van de beroepspensioenregeling en waarbij de beroepsgenoot de keuze heeft hieraan deel te nemen;
|
||||
r. beschikbare premieregeling: een beroepspensioenregeling waarbij als uitgangspunt uitsluitend de premie wordt genomen waarbij die premie resulteert in een kapitaal dat wordt omgezet in pensioen;
|
||||
s. lidstaat: een lidstaat van de Europese Unie.
|
||||
s. pensioeninstelling uit een andere lidstaat: een op basis van kapitaaldekking gefinancierde instelling, ongeacht de rechtsvorm, die zetel heeft in een andere lidstaat dan Nederland en die onafhankelijk van enige bijdragende onderneming of bedrijfstak is opgericht met als doel het verstrekken van arbeidsgerelateerde pensioenuitkeringen op basis van een als volgt gesloten overeenkomst:
|
||||
|
||||
1°. individueel of collectief tussen een of meerdere werkgevers en een of meerdere werknemers of hun respectievelijke vertegenwoordigers, of
|
||||
2°. met zelfstandigen,
|
||||
|
||||
en die hiermee rechtstreeks verband houdende werkzaamheden verricht;
|
||||
t. zetel: de plaats waar een rechtspersoon volgens zijn statuten of reglementen is gevestigd of, indien het een beroepspensioenfonds of pensioeninstelling uit een andere lidstaat betreft, de plaats waar deze volgens zijn statuten of reglementen is gevestigd en zijn hoofdbestuur heeft of, indien het een pensioeninstelling uit een andere lidstaat betreft die geen rechtspersoon is of een natuurlijke persoon betreft, de plaats waar die pensioeninstelling of persoon zijn hoofdbestuur heeft;
|
||||
u. lidstaat: een lidstaat van de Europese Unie alsmede een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte;
|
||||
v. richtlijn 2003/41/EG: richtlijn nr. 2003/41/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 3 juni 2003 betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (PbEG L 235/10);
|
||||
w. bevoegde autoriteiten: de nationale autoriteiten van andere lidstaten dan Nederland die op grond van artikel 6, onderdeel g, van richtlijn 2003/41/EG zijn aangewezen om de in die richtlijn vastgelegde taken te verrichten.
|
||||
|
||||
**2.** In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt mede verstaan onder beroepspensioenvereniging: een daarmee door Onze Minister gelijkgestelde instelling.
|
||||
|
||||
|
|
@ -110,7 +122,8 @@ b. een door de beroepspensioenvereniging gewaarmerkt afschrift van de getekende
|
|||
Een beroepspensioenregeling wordt uitgevoerd door:
|
||||
|
||||
a. een daartoe door een beroepspensioenvereniging opgericht beroepspensioenfonds; of
|
||||
b. een verzekeraar, op grond van één daartoe door een beroepspensioenvereniging met die verzekeraar gesloten verzekeringsovereenkomst.
|
||||
b. een verzekeraar, op grond van één daartoe door een beroepspensioenvereniging met die verzekeraar gesloten verzekeringsovereenkomst;
|
||||
c. een pensioeninstelling uit een andere lidstaat, die beschikt over een daartoe verleende vergunning, bedoeld in artikel 71i, onderdeel a, en de bevoegde autoriteiten in kennis heeft gesteld als bedoeld in artikel 71i, onderdeel b.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
|
|
@ -286,6 +299,31 @@ b. premies ten behoeve van vrijwillige pensioenvoorzieningen.
|
|||
|
||||
**4.** De persoon, die de inzage van de boekhouding en bescheiden en de verstrekking van de gegevens weigert, kan zich niet met vrucht beroepen op enige geheimhoudingsplicht, ook al mocht deze hem bij wet zijn opgelegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 22a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het is een beroepspensioenfonds verboden bijdragen te ontvangen van een zelfstandige of beroepsgenoot die is gevestigd in een andere lidstaat dan Nederland:
|
||||
|
||||
a. zonder een daartoe door De Nederlandsche Bank N.V. verleende vergunning; en
|
||||
b. zonder De Nederlandsche Bank N.V. van het voornemen daartoe in kennis te hebben gesteld, op de wijze, bedoeld in artikel 22b, en met inachtneming van artikel 71f.
|
||||
|
||||
### Artikel 22b
|
||||
|
||||
**1.** Een beroepspensioenfonds stelt De Nederlandsche Bank N.V. in kennis van een voornemen bijdragen te gaan ontvangen van een in een andere lidstaat gevestigde zelfstandige of beroepsgenoot.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De kennisgeving, bedoeld in het eerste lid, gaat vergezeld van een opgave van:
|
||||
|
||||
a. de lidstaat waar de zelfstandige of beroepsgenoot is gevestigd;
|
||||
b. de naam van de in de andere lidstaat gevestigde zelfstandige of beroepsgenoot; en
|
||||
c. de voornaamste kenmerken van de beroepspensioenregeling die voor die zelfstandige of beroepsgenoot zal worden uitgevoerd.
|
||||
|
||||
### Artikel 22c
|
||||
|
||||
Het beroepspensioenfonds neemt bij de uitvoering van een beroepspensioenregeling voor een in een andere lidstaat dan Nederland gevestigde zelfstandige of beroepsgenoot de op bedrijfspensioenvoorziening toepasselijke bepalingen van de sociale en arbeidswetgeving en de voorschriften die krachtens de artikelen 11 en 18, zevende lid, van richtlijn 2003/41/EG moeten worden nageleefd, in acht. De Nederlandse sociale en arbeidswetgeving is niet van toepassing op de uitvoering van de beroepspensioenregeling.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. Informatie en gegevensverstrekking
|
||||
|
||||
### Artikel 23
|
||||
|
|
@ -583,7 +621,7 @@ Een beroepspensioenfonds is een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid.
|
|||
|
||||
**1.** Het dagelijks beleid van een beroepspensioenfonds wordt bepaald door ten minste twee personen.
|
||||
|
||||
**2.** De deskundigheid van de personen die het beleid van een beroepspensioenfonds bepalen of mede bepalen, dient naar het oordeel van De Nederlandsche Bank N.V. voldoende te zijn met het oog op de belangen van de bij het beroepspensioenfonds betrokken deelnemers, gewezen deelnemers, pensioengerechtigden en overige belanghebbenden.
|
||||
**2.** De deskundigheid, reputatie, beroepskwalificatie en beroepservaring van de personen die het beleid van een beroepspensioenfonds bepalen of mede bepalen, dient naar het oordeel van De Nederlandsche Bank N.V. voldoende te zijn met het oog op de belangen van de bij het beroepspensioenfonds betrokken deelnemers, gewezen deelnemers, pensioengerechtigden en overige belanghebbenden.
|
||||
|
||||
**3.** De voornemens, handelingen of antecedenten van de personen die het beleid van het beroepspensioenfonds bepalen of mede bepalen, mogen De Nederlandsche Bank N.V. geen aanleiding geven tot het oordeel dat, met het oog op de belangen, bedoeld in het tweede lid, de betrouwbaarheid van deze personen niet buiten twijfel staat.
|
||||
|
||||
|
|
@ -639,29 +677,84 @@ De voor pensioenen bestemde gelden van een beroepspensioenfonds worden, tenzij a
|
|||
|
||||
### Artikel 59
|
||||
|
||||
De bezittingen van een beroepspensioenfonds zijn tezamen met de te verwachten inkomsten, toereikend ter dekking van de uit de statuten en het beroepspensioenreglement voortvloeiende pensioenverplichtingen.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een beroepspensioenfonds stelt toereikende technische voorzieningen vast met betrekking tot het geheel van uit de statuten en reglementen voortvloeiende pensioenverplichtingen en beschikt te allen tijde over voldoende en passende activa om deze technische voorzieningen te dekken. De technische voorzieningen worden elk jaar berekend. De berekening wordt uitgevoerd en gewaarmerkt door een actuaris op grond van de met het bij of krachtens deze wet bepaalde overeenstemmende actuariële methoden en met inachtneming van de volgende beginselen:
|
||||
|
||||
a. het minimumbedrag van de technische voorzieningen wordt berekend aan de hand van een voldoende prudente actuariële waardering, rekening houdend met alle verplichtingen inzake uitkeringen en inzake bijdragen, overeenkomstig de door het beroepspensioenfonds uitgevoerde beroepspensioenregeling. Het minimumbedrag moet voldoende zijn om te waarborgen dat de uitbetaling van reeds verschuldigde pensioenen aan de pensioengerechtigden, kan worden voortgezet, en om de verplichtingen te weerspiegelen die voortvloeien uit de opgebouwde pensioenrechten van de deelnemers. De economische en actuariële hypothesen die voor de waardering van de passiva worden gehanteerd, worden eveneens op prudente wijze bepaald, waarbij een redelijke marge voor negatieve afwijkingen in acht wordt genomen, indien van toepassing;
|
||||
b. de toegepaste maximale rentepercentages worden op prudente wijze bepaald. Bij de bepaling van deze prudente rentepercentages wordt rekening gehouden met:
|
||||
|
||||
1°. het rendement van de overeenkomstige activa die door het beroepspensioenfonds worden beheerd en met de toekomstige beleggingsopbrengsten, of
|
||||
2°. marktrendementen van kwalitatief hoogwaardige of staatsobligaties;
|
||||
c. de voor de berekening van de technische voorzieningen gebruikte tabellen inzake overlijden of arbeidsongeschiktheid en levensverwachting worden gebaseerd op prudente beginselen, rekening houdend met de hoofdkenmerken van de deelnemersgroep en de beroepspensioenregelingen, in het bijzonder de verwachte veranderingen in de relevante risico's;
|
||||
d. de methode en de grondslag van de berekening van de technische voorzieningen blijven van boekjaar tot boekjaar ongewijzigd, tenzij wijzigingen daarin gerechtvaardigd zijn als gevolg van een verandering van de juridische, demografische of economische omstandigheden die aan de hypothesen ten grondslag liggen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Een beroepspensioenfonds dat niet volledig het risico, bedoeld in artikel 57, heeft overgedragen of herverzekerd houdt, naast de technische voorzieningen, permanent bij wijze van buffer een eigen vermogen aan dat:
|
||||
|
||||
a. in overeenstemming is met het soort risico en de aard van het eigen vermogen met betrekking tot het geheel van de uit de statuten en reglementen voortvloeiende pensioenverplichtingen;
|
||||
b. vrij is van alle voorzienbare verplichtingen; en
|
||||
c. dient als veiligheidskapitaal om verschillen op te vangen tussen de verwachte en daadwerkelijke uitgaven en winsten.
|
||||
|
||||
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de berekening van het minimumbedrag van het eigen vermogen, bedoeld in het tweede lid, overeenkomstig de artikelen 27 en 28 van richtlijn nr. 2002/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 november 2002 betreffende levensverzekering (PbEG L 345/24).
|
||||
|
||||
### Artikel 59a
|
||||
|
||||
**1.** Een beroepspensioenfonds kan, indien het geen beroepspensioenregelingen uitvoert voor een of meerdere deelnemers die in een andere lidstaat dan Nederland zijn gevestigd, in afwijking van artikel 59, eerste lid, gedurende een korte periode over onvoldoende activa beschikken, mits het beroepspensioenfonds beschikt over een daartoe opgesteld en door De Nederlandsche Bank N.V. goedgekeurd herstelplan.
|
||||
|
||||
**2.** Wanneer een beroepspensioenfonds niet meer over voldoende activa beschikt, dient het een concreet en haalbaar herstelplan in om tijdig de activa, die noodzakelijk zijn om de technische voorzieningen volledig te dekken, te herstellen. Het herstelplan houdt rekening met de gehele, specifieke situatie van het beroepspensioenfonds.
|
||||
|
||||
**3.** Wanneer een beroepspensioenregeling tijdens de periode, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt beëindigd, stelt het beroepspensioenfonds De Nederlandsche Bank N.V. hiervan op de hoogte en stelt het fonds een procedure vast om de op de beëindigde beroepspensioenregeling betrekking hebbende activa en passiva aan een ander pensioenfonds, beroepspensioenfonds, verzekeraar of pensioeninstelling uit een andere lidstaat over te dragen, welke procedure ter kennis van De Nederlandsche Bank N.V. wordt gebracht.
|
||||
|
||||
**4.** Het beroepspensioenfonds stelt, wanneer het derde lid van toepassing is, een algemeen overzicht van de procedure, bedoeld in het derde lid, beschikbaar voor de deelnemers, gewezen deelnemers, pensioengerechtigden, andere rechthebbenden op pensioen of de vertegenwoordigers van de genoemde personen in overeenstemming met het vertrouwelijkheidsbeginsel.
|
||||
|
||||
### Artikel 60
|
||||
|
||||
Belegging van de daartoe beschikbare gelden van een beroepspensioenfonds geschiedt op solide wijze.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Een beroepspensioenfonds voert een beleggingsbeleid dat in overeenstemming is met de prudent person-regel en met name met de volgende voorschriften:
|
||||
|
||||
a. de activa worden belegd in het belang van de deelnemers, gewezen deelnemers, pensioengerechtigden en andere rechthebbenden op pensioen;
|
||||
b. de activa worden op zodanige wijze belegd dat de veiligheid, de kwaliteit, de liquiditeit en het rendement van de portefeuille als geheel zijn gewaarborgd. Activa die ter dekking van de technische voorzieningen worden aangehouden, worden voorts belegd op een wijze die strookt met de aard en de duur van de verwachte toekomstige pensioenuitkeringen;
|
||||
c. de activa worden hoofdzakelijk op gereglementeerde markten belegd. Beleggingen in niet tot de handel op een gereglementeerde financiële markt toegelaten activa, worden tot een prudent niveau beperkt;
|
||||
d. beleggingen in derivaten zijn toegestaan voorzover deze bijdragen tot een vermindering van het beleggingsrisico of een doeltreffend portefeuillebeheer vergemakkelijken. Dergelijke beleggingen worden op een prudente basis gewaardeerd, met inachtneming van de onderliggende activa, en worden mede in aanmerking genomen bij de waardering van de activa van het beroepspensioenfonds. Het beroepspensioenfonds vermijdt voorts een bovenmatig risico met betrekking tot één en dezelfde tegenpartij en tot andere derivatenverrichtingen;
|
||||
e. de activa worden naar behoren gediversifieerd zodat een bovenmatige afhankelijkheid van of vertrouwen in bepaalde activa, of een bepaalde emittent of groep van ondernemingen en risicoaccumulatie in de portefeuille als geheel worden vermeden. Beleggingen in activa, uitgegeven door dezelfde emittent of door emittenten die tot dezelfde groep behoren, mogen het beroepspensioenfonds niet blootstellen aan bovenmatige risicoconcentratie;
|
||||
f. beleggingen in de bijdragende onderneming worden beperkt tot ten hoogste 5% van de portefeuille als geheel, en ingeval de bijdragende onderneming tot een groep behoort, worden beleggingen in de ondernemingen die tot dezelfde groep als de bijdragende onderneming behoren, beperkt tot ten hoogste 10% van de portefeuille. Wanneer een groep van ondernemingen aan het beroepspensioenfonds bijdragen betaalt, geschieden beleggingen in deze bijdragende ondernemingen prudent, waarbij rekening wordt gehouden met de noodzaak van een behoorlijke diversificatie.
|
||||
|
||||
**2.** Het eerste lid, onderdelen e en f, is niet van toepassing op beleggingen in staatsobligaties.
|
||||
|
||||
**3.** Het eerste lid, onderdeel f, is niet van toepassing tot 23 september 2010, tenzij het beroepspensioenfonds bijdragen ontvangt van een of meerdere ondernemingen die zetel hebben in een andere lidstaat dan Nederland.
|
||||
|
||||
**4.** Het is een beroepspensioenfonds verboden leningen aan te gaan of namens derde partijen als garant op te treden, tenzij de lening tijdelijk wordt aangegaan voor liquiditeitsdoelstellingen.
|
||||
|
||||
**5.** In dit artikel wordt verstaan onder «bijdragende onderneming»: een onderneming of ander lichaam, ongeacht of deze een of meer natuurlijke personen of rechtspersonen die optreden als werkgever of zelfstandige, dan wel een combinatie daarvan, omvat of hieruit bestaat, en die aan een beroepspensioenfonds bijdragen betaalt.
|
||||
|
||||
### Artikel 60a
|
||||
|
||||
Een beroepspensioenfonds verricht slechts activiteiten in verband met pensioenuitkeringen en werkzaamheden die daarmee verband houden.
|
||||
|
||||
### Artikel 61
|
||||
|
||||
**1.** Het beroepspensioenfonds stelt een actuariële en bedrijfstechnische nota vast waarin in elk geval een omschrijving is opgenomen van de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het bepaalde bij en krachtens de artikelen 32, 59, 60 en 62.
|
||||
**1.** Het beroepspensioenfonds stelt een actuariële en bedrijfstechnische nota vast waarin in elk geval een omschrijving is opgenomen van de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het bepaalde in het tweede lid en het bepaalde bij en krachtens de artikelen 32, 59, 59a, 60, en 62.
|
||||
|
||||
**2.** Het bestuur van het fonds legt de in het eerste lid bedoeld nota alsmede iedere wijziging daarvan onverwijld over aan De Nederlandsche Bank N.V.
|
||||
**2.** Een beroepspensioenfonds beschikt over goede administratieve en boekhoudkundige procedures en adequate interne controlemechanismen.
|
||||
|
||||
**3.** De Nederlandsche Bank N.V. kan regels stellen met betrekking tot de tijdstippen en de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het tweede lid.
|
||||
**3.** In de actuariële en bedrijfstechnische nota wordt een verklaring inzake beleggingsbeginselen opgenomen welke verklaring ten minste onderwerpen omvat als toegepaste wegingsmethoden voor beleggingsrisico's, de risicobeheersprocedures en de strategische allocatie van activa in het licht van de aard en de looptijd van de pensioenverplichtingen. Deze verklaring wordt om de drie jaren en voorts onverwijld na iedere belangrijke wijziging van het beleggingsbeleid herzien.
|
||||
|
||||
**4.** Het bestuur van het fonds legt de in het eerste lid bedoeld nota alsmede iedere wijziging daarvan onverwijld over aan De Nederlandsche Bank N.V.
|
||||
|
||||
**5.** De Nederlandsche Bank N.V. kan regels stellen met betrekking tot de tijdstippen en de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan het vierde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 62
|
||||
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de artikelen 59, 60 en 61. Daarbij kan worden bepaald dat ingeval van overdracht of herverzekering als bedoeld in artikel 57, artikel 61 en die regels niet van toepassing zijn dan wel dat daarvan mag worden afgeweken.
|
||||
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de artikelen 59, 59a, 60 en 61. Daarbij kan worden bepaald dat ingeval van overdracht of herverzekering als bedoeld in artikel 57, artikel 61 en die regels, met uitzondering van artikel 61, derde lid, niet van toepassing zijn dan wel dat daarvan mag worden afgeweken.
|
||||
|
||||
### Artikel 63
|
||||
|
||||
**1.** Het boekjaar van een beroepspensioenfonds loopt van 1 januari tot en met 31 december.
|
||||
|
||||
**2.** Het beroepspensioenfonds legt aan De Nederlandsche Bank N.V. jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar een jaarrekening, een jaarverslag en overige gegevens over het verstreken boekjaar over, waarin een volledig beeld van de financiële toestand van het fonds gegeven wordt en waaruit ten genoegen van De Nederlandsche Bank N.V. blijkt dat wordt voldaan aan het bepaalde bij en krachtens deze wet en dat de belangen van de bij het beroepspensioenfonds betrokken deelnemers, gewezen deelnemers, pensioengerechtigden en overige belanghebbenden voldoende gewaarborgd geacht kunnen worden.
|
||||
**2.** Het beroepspensioenfonds legt aan De Nederlandsche Bank N.V. jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar een jaarrekening, een jaarverslag en overige gegevens over het verstreken boekjaar over, waarin een volledig beeld van de financiële toestand van het fonds gegeven wordt en waaruit ten genoegen van De Nederlandsche Bank N.V. blijkt dat wordt voldaan aan het bepaalde bij en krachtens deze wet en dat de belangen van de bij het beroepspensioenfonds betrokken deelnemers, gewezen deelnemers, pensioengerechtigden en overige belanghebbenden voldoende gewaarborgd geacht kunnen worden. In de jaarrekening en het jaarverslag wordt rekening gehouden met iedere door het beroepspensioenfonds uitgevoerde beroepspensioenregeling.
|
||||
|
||||
**3.** Het beroepspensioenfonds ten aanzien waarvan artikel 58 toepassing vindt, legt aan De Nederlandsche Bank N.V. bovendien jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar een actuarieel verslag betreffende het beroepspensioenfonds over, voorzien van de verklaring van een actuaris.
|
||||
|
||||
|
|
@ -739,6 +832,85 @@ De Nederlandsche Bank N.V. brengt jaarlijks aan Onze Minister verslag uit over h
|
|||
|
||||
**2.** De Nederlandsche Bank N.V. raadpleegt de pensioenraad, bedoeld in artikel 3, onderdeel c, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, over de wijze van uitvoering van artikel 70, eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 71a
|
||||
|
||||
De Nederlandsche Bank N.V. beheert een register waarin alle beroepspensioenfondsen met zetel in Nederland worden ingeschreven. In het register wordt, indien een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 22a, een beknopte weergave van de inhoud van de aan het fonds verleende vergunning opgenomen.
|
||||
|
||||
### Artikel 71b
|
||||
|
||||
De Nederlandsche Bank N.V. is verplicht nauw samen te werken met de Europese Commissie en de bevoegde autoriteiten uit andere lidstaten dan Nederland, zoals voorgeschreven door richtlijn 2003/41/EG.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3a. Verlening vergunning grensoverschrijdende activiteiten
|
||||
|
||||
### Artikel 71c
|
||||
|
||||
De vergunning, bedoeld in artikel 22a, onderdeel a, wordt op aanvraag door De Nederlandsche Bank N.V. verleend wanneer het beroepspensioenfonds:
|
||||
|
||||
a. is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 71a; en
|
||||
b. voldoet aan de artikelen 19, tweede lid, onderdeel c, 53, tweede lid, 59, eerste lid, en 26a.
|
||||
|
||||
### Artikel 71d
|
||||
|
||||
De Nederlandsche Bank N.V. kan de vergunning, bedoeld in artikel 22a, onderdeel a, geheel of gedeeltelijk intrekken of daaraan nadere voorschriften verbinden wanneer:
|
||||
|
||||
a. het beroepspensioenfonds niet langer voldoet aan artikel 71c;
|
||||
b. de bij de aanvraag verstrekte gegevens onjuist of onvolledig zijn en de verstrekking van de juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot verlening van de vergunning zou hebben geleid;
|
||||
c. de verlening van de vergunning anderszins onjuist was en het fonds dit wist of behoorde te weten, of
|
||||
d. van de vergunning gedurende twee jaren, na de dagtekening van de beschikking waarbij de vergunning is verleend, geen gebruik is gemaakt.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3b. Toezicht grensoverschrijdende activiteiten beroepspensioenfondsen
|
||||
|
||||
### Artikel 71e
|
||||
|
||||
**1.** De Nederlandsche Bank N.V. doet, binnen drie maanden na ontvangst van de gegevens, bedoeld in artikel 22b, tweede lid, mededeling van deze gegevens aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de zelfstandige of beroepsgenoot is gevestigd, tenzij De Nederlandsche Bank N.V. reden heeft te betwijfelen dat de administratieve structuur of de financiële positie van het beroepspensioenfonds, of de goede reputatie en de beroepskwalificaties of beroepservaring van de personen die het fonds besturen met de in die lidstaat voorgenomen activiteiten verenigbaar zijn.
|
||||
|
||||
**2.** De Nederlandsche Bank N.V. doet gelijktijdig mededeling aan het beroepspensioenfonds van de verstrekking van de gegevens aan de bevoegde autoriteiten, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** De Nederlandsche Bank N.V. doet mededeling aan het fonds van informatie over de toepasselijke bepalingen van sociale en arbeidswetgeving, ontvangen van de bevoegde autoriteiten, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 71f
|
||||
|
||||
Een beroepspensioenfonds kan na ontvangst van de mededeling, bedoeld in artikel 71e, derde lid, dan wel nadat twee maanden zijn verstreken na ontvangst van de mededeling, bedoeld in artikel 71e, tweede lid, beginnen met het uitvoeren van de voorgenomen pensioenregeling.
|
||||
|
||||
### Artikel 71g
|
||||
|
||||
**1.** De Nederlandsche Bank N.V. verbiedt een beroepspensioenfonds bijdragen te ontvangen van een zelfstandige of beroepsgenoot die is gevestigd in een andere lidstaat dan Nederland wanneer De Nederlandsche Bank N.V. reden heeft tot twijfel als bedoeld in artikel 71e, eerste lid, of het fonds niet beschikt over een vergunning, bedoeld in artikel 22a, onderdeel a.
|
||||
|
||||
**2.** De Nederlandsche Bank N.V. kan een beroepspensioenfonds verbieden nog langer bijdragen te ontvangen van een zelfstandige of beroepsgenoot die is gevestigd in een andere lidstaat dan Nederland wanneer door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waarvan de voor bedrijfspensioenvoorziening geldende sociale en arbeidswetgeving van toepassing is, melding heeft gemaakt van een door het fonds gemaakte inbreuk op de toepasselijke sociale en arbeidswetgeving.
|
||||
|
||||
**3.** De Nederlandsche Bank N.V. legt een verbod als bedoeld in dit artikel op in de vorm van een aanwijzing als bedoeld in artikel 81.
|
||||
|
||||
### Artikel 71h
|
||||
|
||||
De Nederlandsche Bank N.V. neemt, in coördinatie met de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waarvan de voor bedrijfspensioenvoorziening geldende sociale en arbeidswetgeving van toepassing is op de beroepspensioenregeling, de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat een beroepspensioenfonds een einde maakt aan een vastgestelde inbreuk op de toepasselijke regelgeving.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 3c. Toezicht grensoverschrijdende activiteiten pensioeninstellingen uit andere lidstaat
|
||||
|
||||
### Artikel 71i
|
||||
|
||||
Het is een pensioeninstelling uit een andere lidstaat verboden bijdragen te aanvaarden van een in Nederland gevestigde zelfstandige of beroepsgenoot zonder:
|
||||
|
||||
a. een daartoe verleende vergunning van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de pensioeninstelling uit een andere lidstaat haar zetel heeft; en
|
||||
b. zonder de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de pensioeninstelling zetel heeft in kennis te hebben gesteld van het voornemen een pensioenregeling uit te voeren voor een in Nederland gevestigde zelfstandige of beroepsgenoot.
|
||||
|
||||
### Artikel 71j
|
||||
|
||||
**1.** De Nederlandsche Bank N.V. informeert, binnen twee maanden na de datum van ontvangst van gegevens als bedoeld in artikel 22b, tweede lid, de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de pensioeninstelling uit een andere lidstaat haar zetel heeft en die deze gegevens hebben verstrekt, over de bepalingen van de Nederlandse sociale en arbeidswetgeving die van toepassing zijn op de pensioenregeling waaraan wordt bijgedragen door de in Nederland gevestigde zelfstandige of beroepsgenoot en de artikelen 25, 26 en 26a.
|
||||
|
||||
**2.** De Nederlandsche Bank N.V. stelt de bevoegde autoriteiten, bedoeld in het eerste lid, in kennis van elke significante wijziging in de op de beroepspensioenregeling toepasselijke sociale en arbeidswetgeving die gevolgen kan hebben voor de kenmerken van de pensioenregeling en voorts van iedere wijziging in de artikelen 25, 26 en 26a.
|
||||
|
||||
### Artikel 71k
|
||||
|
||||
Wanneer bij het toezicht door De Nederlandsche Bank N.V. blijkt dat de pensioeninstelling uit een andere lidstaat bij de uitvoering van een pensioenregeling waaraan door een in Nederland gevestigde zelfstandige of beroepsgenoot wordt bijgedragen in strijd met de Nederlandse sociale en arbeidswetgeving of de artikelen 25, 26 en 26a handelt, stelt De Nederlandsche Bank N.V. de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de pensioeninstelling haar zetel heeft hiervan onverwijld in kennis, onder mededeling van deze kennisgeving aan de pensioeninstelling uit een andere lidstaat.
|
||||
|
||||
### Artikel 71l
|
||||
|
||||
**1.** Indien een pensioeninstelling uit een andere lidstaat inbreuk blijft maken op de op de pensioenregeling toepasselijke Nederlandse sociale en arbeidswetgeving, in weerwil van de door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de pensioeninstelling uit een andere lidstaat haar zetel heeft getroffen maatregelen of omdat die bevoegde autoriteiten geen passende maatregelen hebben getroffen, kan De Nederlandsche Bank N.V., na die bevoegde autoriteiten daarvan in kennis te hebben gesteld, passende maatregelen nemen om de inbreuk op de toepasselijke regelgeving door de pensioeninstelling te beëindigen en, voorzover zulks volstrekt noodzakelijk is, de pensioeninstelling te beletten activiteiten te verrichten voor de Nederlandse bijdragende zelfstandige of beroepsgenoot.
|
||||
|
||||
**2.** De Nederlandsche Bank N.V. kan, ter uitvoering van het eerste lid, de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 81, 85 en 87, toepassen.
|
||||
|
||||
**3.** De Nederlandsche Bank N.V. kan, na toepassing van artikel 71k, de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 81, 85 en 87, toepassen wanneer een pensioeninstelling uit een andere lidstaat artikel 71h niet naleeft.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Toezicht op de naleving; bevoegdheden van De Nederlandsche Bank N.V.
|
||||
|
||||
### Artikel 72
|
||||
|
|
@ -751,7 +923,7 @@ De Nederlandsche Bank N.V. brengt jaarlijks aan Onze Minister verslag uit over h
|
|||
|
||||
**4.** De pensioenuitvoerder en de beroepspensioenvereniging hebben de zakelijke gegevens en bescheiden in Nederland beschikbaar en houden deze gedurende ten minste zeven jaren na het boekjaar waarop ze betrekking hebben beschikbaar.
|
||||
|
||||
**5.** Het vierde lid is niet van toepassing op een verzekeraar met een zetel in een andere lidstaat van de Europese Unie.
|
||||
**5.** Het vierde lid is niet van toepassing op een verzekeraar met een zetel in een andere lidstaat van de Europese Unie of een pensioeninstelling uit een andere lidstaat.
|
||||
|
||||
### Artikel 73
|
||||
|
||||
|
|
@ -894,7 +1066,7 @@ c. één of meer van de aan de ontheffing verbonden beperkingen of voorschriften
|
|||
|
||||
### Artikel 85
|
||||
|
||||
**1.** De Nederlandsche Bank N.V. kan een last onder dwangsom opleggen ter zake van het niet naleven van voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 6, 19, 20, 21, 23, 24, 28, 32, 37, 38, 39, 41, eerste lid, 42, 44, 45, 50, 51, 53, eerste tot en met zevende lid, 54, eerste lid, 55, 57, 58, 59, 60, 61, eerste en tweede lid, 63, eerste tot en met vijfde lid, 71, eerste lid, 72, derde en vierde lid, 73, 74, eerste en tweede lid, 75, eerste lid en 81, tweede lid.
|
||||
**1.** De Nederlandsche Bank N.V. kan een last onder dwangsom opleggen ter zake van het niet naleven van voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 6, 19, 20, 21, 22a, 22c, 23, 24, 26a, 28, 32, 37, 38, 39, 41, eerste lid, 42, 44, 45, 50, 51, 53, eerste tot en met zevende lid, 54, eerste lid, 55, 57, 58, 59, 59a, 60, 61, eerste tot en met vierde lid, 63, eerste tot en met vijfde lid, 71, eerste lid, 72, derde en vierde lid, 73, 74, eerste en tweede lid, 75, eerste lid en 81, tweede lid.
|
||||
|
||||
**2.** De artikelen 5:32, tweede tot en met vijfde lid, en 5:33 tot en met 5:35 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -913,7 +1085,7 @@ b. boete: de bestuurlijke sanctie die bestaat uit de onvoorwaardelijke verplicht
|
|||
|
||||
### Artikel 88
|
||||
|
||||
De Nederlandsche Bank N.V. kan een bestuurlijke boete opleggen terzake van het niet naleven van voorschriften gesteld bij of krachtens de artikelen 6, 19, 20, 21, 23, 24, 28, 32, 37, 38, 39, 41, eerste lid, 42, 44, 45, 50, 51, 53, eerste tot en met zevende lid, 54, eerste lid, 55, 57, 58, 59, 60, 61, eerste en tweede lid, 63, eerste tot en met vijfde lid, 71, eerste lid, 72, derde en vierde lid, 73, 74, eerste en tweede lid, 75, eerste lid, 79, tweede en derde lid, 81, tweede lid en 82, eerste en derde lid.
|
||||
De Nederlandsche Bank N.V. kan een bestuurlijke boete opleggen terzake van het niet naleven van voorschriften gesteld bij of krachtens de artikelen 6, 19, 20, 21, 22a, 22c, 23, 24, 26a, 28, 32, 37, 38, 39, 41, eerste lid, 42, 44, 45, 50, 51, 53, eerste tot en met zevende lid, 54, eerste lid, 55, 57, 58, 59, 59a, 60, 61, eerste tot en met vierde lid, 63, eerste tot en met vijfde lid, 71, eerste lid, 72, derde en vierde lid, 73, 74, eerste en tweede lid, 75, eerste lid, 79, tweede en derde lid, 81, tweede lid en 82, eerste en derde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 89
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue