diff --git a/amvb/eindexamenbesluit-vwo-havo-mavo-vbo/BWBR0004593/README.md b/amvb/eindexamenbesluit-vwo-havo-mavo-vbo/BWBR0004593/README.md index eb5a0767d65..25511bf45a9 100644 --- a/amvb/eindexamenbesluit-vwo-havo-mavo-vbo/BWBR0004593/README.md +++ b/amvb/eindexamenbesluit-vwo-havo-mavo-vbo/BWBR0004593/README.md @@ -164,9 +164,9 @@ b. welk deel van de examenstof centraal zal worden geëxamineerd en over welke e ### Artikel 8 -**1.** De kandidaten kiezen, met inachtneming van dit hoofdstuk, in welke vakken zij examen willen afleggen. Voor leerlingen geldt deze keuze voorzover het bevoegd gezag, al dan niet in samenwerking met het bevoegd gezag van een of meer andere scholen, hen in de gelegenheid heeft gesteld zich op het examen in die vakken voor te bereiden. Voor wie niet als leerling is ingeschreven geldt deze keuze voorzover het bevoegd gezag hen tot het examen in die vakken toelaat en in voorkomend geval nadat toepassing is gegeven aan artikel 2, derde lid, van het Besluit samenwerking VO-BVE. +**1.** De kandidaten kiezen, met inachtneming van dit hoofdstuk, in welke vakken zij examen willen afleggen. Voor leerlingen geldt deze keuze voorzover het bevoegd gezag, al dan niet in samenwerking met het bevoegd gezag van een of meer andere scholen, hen in de gelegenheid heeft gesteld zich op het examen in die vakken voor te bereiden. Indien sprake is van samenwerking tussen scholen, is artikel 2 van het Besluit samenwerking VO-BVE van toepassing. -**2.** De kandidaten kunnen voor zover het bevoegd gezag hun dat toestaat, in meer vakken of niet-verplichte delen van de examenstof examen afleggen dan in de vakken en examenstof die ten minste tezamen een eindexamen vormen. +**2.** De kandidaten kunnen, voor zover het bevoegd gezag hun dat toestaat, in meer vakken of niet-verplichte delen van de examenstof examen afleggen dan in de vakken en examenstof die ten minste tezamen een eindexamen vormen. Een examen als bedoeld in de eerste volzin heeft geen betrekking op vakken die overeenkomen met vakken die onderdeel zijn van dat eindexamen. **3.** Het bevoegd gezag beslist, welke in artikel 7, derde lid, bedoelde differentiaties worden aangeboden. @@ -267,7 +267,7 @@ c. ten minste één vak met een normatieve studielast van tenminste 320 uur van **2.** Ingeval van toepassing van artikel 14, achtste lid, van de wet is het eerste lid van overeenkomstige toepassing. -**3.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een school voor h.a.v.o., bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken van het gemeenschappelijk deel waarvoor ontheffing is verleend van het volgen van onderwijs op grond van artikel 26e, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O. +**3.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een school voor h.a.v.o. bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken waarvoor ontheffing of vrijstelling is verleend van het volgen van onderwijs op grond van artikel 26e, eerste lid, respectievelijk zesde lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O. **4.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken culturele en kunstzinnige vorming en lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel. @@ -314,18 +314,28 @@ Vervallen Het eindexamen v.m.b.o. voor zover het betreft de theoretische leerweg, genoemd in artikel 10 van de wet, omvat in elk geval: a. de vakken die het gemeenschappelijk deel ingevolge artikel 10, vijfde lid, van de wet, omvat, -b. de twee vakken die het sectordeel ingevolge artikel 10, zesde lid, van de wet omvat, en -c. in het vrije deel twee nog niet in het sectordeel gekozen vakken, bedoeld onderscheidenlijk genoemd in artikel 10, zevende lid, onderdelen a en b, en onderdeel c voor zover het betreft de Friese taal, van de wet, met dien verstande dat het sectordeel en het vrije deel tezamen ten minste twee vakken omvatten die geen moderne taal zijn. +b. de twee vakken die het sectordeel ingevolge artikel 10, zesde lid, van de wet omvat, waaronder tevens begrepen een sectorwerkstuk, en +c. in het vrije deel twee nog niet in het sectordeel gekozen vakken, bedoeld onderscheidenlijk genoemd in artikel 10, zevende lid, onderdelen a en b, van de wet, met dien verstande dat het sectordeel en het vrije deel tezamen ten minste twee vakken omvatten die geen moderne taal zijn. **2.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat in de sector economie of leerwegondersteunend onderwijs ten aanzien van wie toepassing is gegeven aan artikel 26n, tweede lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., bij het eindexamen vrijgesteld van het vak Franse taal of het vak Duitse taal, genoemd artikel 26n, tweede lid. In plaats van het vak waarvoor vrijstelling is verleend, doet de kandidaat eindexamen in het vak Arabisch, het vak Turks, het vak Spaans, het vak maatschappijleer II, het vak aardrijkskunde of het vak geschiedenis en staatsinrichting. **3.** Indien de kandidaat in het vrije deel twee kunstvakken kiest, wordt één kunstvak gekozen uit de vakken behorende tot de beeldende vorming en één kunstvak uit de vakken muziek, dans en drama. -**4.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs vrijgesteld van de vakken lichamelijke opvoeding en de vakken behorende tot de beeldende vorming, muziek, dans of drama van het gemeenschappelijk deel. +**4.** In geval van toepassing van artikel 10, negende lid, van de wet, zijn het eerste tot en met het derde lid van toepassing, met dien verstande dat het vervangen vak niet als extra vak als bedoeld in het zevende lid, gekozen kan worden. -**5.** In afwijking van het eerste lid kan de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, op zijn verzoek bij het eindexamen ontheffing worden verleend van de vakken Franse taal of Duitse taal van het sectordeel of van beide. Artikel 11, zesde en zevende lid, is van overeenkomstige toepassing. +**5.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs vrijgesteld van de vakken lichamelijke opvoeding en de vakken behorende tot de beeldende vorming, muziek, dans of drama van het gemeenschappelijk deel. -**6.** In aanvulling op de voorgeschreven vakken, bedoeld in het eerste lid, kan het eindexamen een vak omvatten als bedoeld in artikel 10, zevende lid, onderdelen a en b, van de wet. +**6.** In afwijking van het eerste lid kan de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, op zijn verzoek bij het eindexamen ontheffing worden verleend van de vakken Franse taal of Duitse taal van het sectordeel of van beide. Artikel 11, zesde en zevende lid, is van overeenkomstige toepassing. + +**7.** + +In aanvulling op de voorgeschreven vakken, bedoeld in het eerste lid, kan het eindexamen omvatten, voor zover nog niet gekozen: + +a. een vak als bedoeld in artikel 10, zevende lid, onderdelen a en b, van de wet, +b. een vak dat behoort tot het eindexamen van de gemengde leerweg als bedoeld in artikel 10d van de wet, of +c. een vak genoemd in, dan wel aangewezen op grond van, artikel 13 of 14 van de wet. + +**8.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een school voor v.m.b.o., voor zover het betreft de theoretische leerweg, bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken waarvoor vrijstelling is verleend van het volgen van onderwijs op grond van artikel 26n, vierde lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O. ### Artikel 23 @@ -335,18 +345,23 @@ Het eindexamen v.m.b.o. voor zover het betreft de basisberoepsgerichte leerweg, a. de vakken die het gemeenschappelijk deel ingevolge in artikel 10b, vijfde lid, van de wet, omvat, b. de twee vakken die het sectordeel ingevolge artikel 10b, zesde lid, van de wet, omvat, en -c. in het vrije deel een tot de sector behorend afdelingsvak of een tot de sector behorend intrasectoraal programma, genoemd in artikel 26j van het Inrichtingsbesluit W.V.O. +c. in het vrije deel een tot de sector behorend afdelingsvak, genoemd in artikel 26h, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O of een tot de sector behorend intrasectoraal programma, genoemd in artikel 26j van het Inrichtingsbesluit W.V.O. **2.** In afwijking van het eerste lid is de kandidaat in de sector economie ten aanzien van wie toepassing is gegeven aan artikel 26n, derde lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., bij het eindexamen vrijgesteld van het vak Franse taal of het vak Duitse taal. In plaats hiervan omvat het eindexamen één van de vakken gekozen op grond van artikel 26n, derde lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O. **3.** Voor zover het betreft een leer-werktraject als bedoeld in artikel 10b1 van de wet, omvat het eindexamen voor de leerling die dat traject heeft gevolgd, het vak Nederlandse taal en het beroepsgerichte programma dat onderdeel is van het leerwerktraject. Bovendien kan de leerling eindexamen afleggen in de andere vakken van de basisberoepsgerichte leerweg, bedoeld in artikel 10b van de wet, waarvan het bevoegd gezag op grond van artikel 10b1, derde lid, van de wet in voorkomend geval heeft beslist dat zij behoren tot het leer-werktraject van de leerling. -**4.** +**4.** In geval van toepassing van artikel 10b, negende lid, onderdelen a en c, van de wet, dan wel artikel 10b, negende lid, onderdeel d, van de wet juncto artikel 26h, tweede lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., zijn het eerste tot en met het derde lid van toepassing, met dien verstande dat het vervangen vak niet als extra vak als bedoeld in het vijfde lid, kan dienen. -In aanvulling op de voorgeschreven vakken, bedoeld in het eerste lid, kan het eindexamen omvatten: +**5.** -a. een vak als bedoeld in artikel 10b, zesde lid, van de wet, of -b. een vak dat op grond van het tweede lid onderdeel kan zijn van de basisberoepsgerichte leerweg. +In aanvulling op de voorgeschreven vakken, bedoeld in het eerste lid, kan het eindexamen omvatten, voor zover nog niet gekozen: + +a. een vak als bedoeld in artikel 10b, zesde lid, van de wet, +b. het vak Friese taal en cultuur, genoemd in artikel 26h, tweede lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., +c. een vak dat op grond van het tweede lid onderdeel kan zijn van de basisberoepsgerichte leerweg, +d. een algemeen vak dat behoort tot het eindexamen van de theoretische leerweg, de kaderberoepsgerichte leerweg of de gemengde leerweg, genoemd in respectievelijk de artikelen 10, 10b of 10d van de wet, of +e. een vak als bedoeld in artikel 13 of 14 van de wet. ### Artikel 24 @@ -356,16 +371,21 @@ Het eindexamen v.m.b.o. voor zover het betreft de kaderberoepsgerichte leerweg, a. de vakken die het gemeenschappelijk deel ingevolge in artikel 10b, vijfde lid, van de wet, omvat, b. de twee vakken die het sectordeel ingevolge artikel 10b, zesde lid, van de wet, omvat, en -c. in het vrije deel een tot de sector behorend afdelingsvak of een tot de sector behorend intrasectoraal programma, genoemd in artikel 26j van het Inrichtingsbesluit W.V.O. +c. in het vrije deel een tot de sector behorend afdelingsvak, genoemd in artikel 26h, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O of een tot de sector behorend intrasectoraal programma, genoemd in artikel 26j van het Inrichtingsbesluit W.V.O. **2.** Artikel 22, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. -**3.** +**3.** In geval van toepassing van artikel 10b, negende lid, onderdeel b, van de wet dan wel artikel 10b, negende lid, onderdeel d, van de wet juncto artikel 26h, tweede lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., zijn het eerste en tweede lid van toepassing, met dien verstande dat het vervangen vak niet als extra vak als bedoeld in het vierde lid, kan dienen. -In aanvulling op de voorgeschreven vakken, bedoeld in het eerste lid, kan het eindexamen omvatten: +**4.** -a. een vak als bedoeld in artikel 10b, zesde lid, onderdelen a tot en met d, van de wet, voorzover van toepassing op de kaderberoepsgerichte leerweg, of -b. een vak dat op grond van het tweede lid onderdeel kan zijn van de kaderberoepsgerichte leerweg. +In aanvulling op de voorgeschreven vakken, bedoeld in het eerste lid, kan het eindexamen omvatten, voor zover nog niet gekozen: + +a. een vak als bedoeld in artikel 10b, zesde lid, van de wet, +b. het vak Friese taal en cultuur, genoemd in artikel 26h, tweede lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O., +c. een vak dat op grond van het tweede lid onderdeel kan zijn van de kaderberoepsgerichte leerweg, +d. een algemeen vak dat behoort tot het eindexamen van de theoretische leerweg of de gemengde leerweg, genoemd in respectievelijk artikel 10 of artikel 10d van de wet, of +e. een vak als bedoeld in artikel 13 of 14 van de wet. ### Artikel 25 @@ -374,13 +394,15 @@ b. een vak dat op grond van het tweede lid onderdeel kan zijn van de kaderberoep Het eindexamen v.m.b.o. voor zover het betreft de gemengde leerweg, genoemd in artikel 10d van de wet, omvat in elk geval: a. de vakken die het gemeenschappelijk deel ingevolge artikel 10d, vijfde lid, van de wet, omvat, -b. de twee vakken die het sectordeel ingevolge artikel 10d, zesde lid, van de wet, omvat, -c. in het vrije deel een nog niet in het sectordeel gekozen algemeen vak, bedoeld onderscheidenlijk genoemd in artikel 10d, zevende lid, onderdelen a en c, en onderdeel d voor zover het betreft de Friese taal, van de wet, en -d. een tot de sector behorend afdelingsvak of een tot de sector behorend intrasectoraal programma, genoemd in artikel 26j van het Inrichtingsbesluit W.V.O. +b. de twee vakken die het sectordeel ingevolge artikel 10d, zesde lid, van de wet, omvat waaronder tevens begrepen een sectorwerkstuk, +c. in het vrije deel een nog niet in het sectordeel gekozen algemeen vak, bedoeld onderscheidenlijk genoemd in artikel 10d, zevende lid, onderdelen a en c, van de wet, en +d. een tot de sector behorend afdelingsvak, genoemd in artikel 26h, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit W.V.O of een tot de sector behorend intrasectoraal programma, genoemd in artikel 26j van het Inrichtingsbesluit W.V.O. **2.** Artikel 22, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. -**3.** In aanvulling op de voorgeschreven vakken, bedoeld in het eerste lid, kan het eindexamen omvatten een vak als bedoeld in artikel 10d, zevende lid, onderdelen a, b en c, van de wet. +**3.** In geval van toepassing van artikel 10d, negende lid, van de wet, zijn het eerste en tweede lid van toepassing, met dien verstande dat het vervangen vak niet als extra vak als bedoeld in het vierde lid, kan dienen. + +**4.** In aanvulling op de voorgeschreven vakken, bedoeld in het eerste lid, kan het eindexamen omvatten, voor zover nog niet gekozen, een vak als bedoeld in artikel 10d, zevende lid, onderdelen a, b en c, van de wet, of als bedoeld in artikel 13 of 14 van de wet. ### Artikel 25a @@ -498,13 +520,13 @@ Het schoolexamen bestaat uit een examendossier. Het examendossier is het geheel ### Artikel 36 -**1.** De Informatie Beheer Groep, dan wel voor zover het landbouwonderwijs betreft Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,wijst voor elke school en voor elke instelling voor educatie en beroepsonderwijs, ten behoeve van het centraal examen een of meer gecommitteerden aan. De aanwijzing geldt tot de afloop van de herkansing. Indien de Informatie Beheer Groep er om verzoekt, stelt het bevoegd gezag gecommitteerden ter aanwijzing voor. De aanwijzing geldt voor het eerste en tweede tijdvak. +**1.** De Informatie Beheer Groep maakt een koppeling van scholen en instellingen voor educatie en beroepsonderwijs voor de uitvoering van de tweede correctie door gecommitteerden. De Informatie Beheer Groep maakt deze koppeling bekend aan het bevoegd gezag van elke school en instelling voor educatie en beroepsonderwijs en kan, zo nodig, zelf een gecommitteerde aanwijzen voor een school of instelling. Op grond van deze koppeling wijst het bevoegd gezag een of meer gecommitteerden aan. Het bevoegd gezag maakt deze aanwijzing bekend aan de scholen waarvoor zij de tweede correctie verrichten. De aanwijzing geldt tot na de afloop van de herkansing. -**2.** De gecommitteerden ontvangen uit ’s Rijks kas een vergoeding van de door hen gemaakte kosten volgens door Onze Minister te stellen regelen. +**2.** Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat de aangewezen gecommitteerde zijn verplichtingen nakomt. -**3.** Indien de Informatie Beheer Groep krachtens dit artikel een leraar van een school heeft aangewezen als gecommitteerde ten behoeve van een andere school, draagt het bevoegd gezag van de eerstgenoemde school er zorg voor, dat de leraar de uit die aanwijzing voortvloeiende verplichtingen nakomt. +**3.** In afwijking van het eerste lid, worden voor het praktisch gedeelte van het centraal examen v.m.b.o. geen gecommitteerden aangewezen. -**4.** In afwijking van het eerste lid, worden voor het praktisch gedeelte van het centraal examen v.m.b.o. geen gecommitteerden aangewezen. +**4.** De gecommitteerde voegt bij het gecorrigeerde werk een verklaring betreffende de verrichte correctie. Deze verklaring wordt mede ondertekend door het bevoegd gezag van de gecommitteerde. ### Artikel 37 @@ -584,7 +606,7 @@ i. het uitoefenen van andere door Onze Minister opgedragen taken. **2.** De directeur doet de van de examinator ontvangen stukken met een exemplaar van de opgaven, de beoordelingsnormen, het proces-verbaal en de regels voor het bepalen van de score, bedoeld in het eerste lid, onverwijld aan de betrokken gecommitteerde dan wel de tweede examinator, bedoeld in artikel 41a, tweede lid toekomen. -**3.** De gecommitteerde dan wel de tweede examinator, bedoeld in artikel 41a, tweede lid beoordeelt het werk zo spoedig mogelijk en past daarbij de in artikel 39, eerste lid, onderdeel e, bedoelde beoordelingsnormen en de in artikel 39, eerste lid, onderdeel f, bedoelde regels voor het bepalen van de score toe. +**3.** De gecommitteerde dan wel de tweede examinator, bedoeld in artikel 41a, tweede lid, beoordeelt het werk zo spoedig mogelijk en past daarbij de in artikel 39, eerste lid, onderdeel e, bedoelde beoordelingsnormen en de in artikel 39, eerste lid, onderdeel f, bedoelde regels voor het bepalen van de score toe. Daarnaast voegt de gecommitteerde bij het gecorrigeerde werk, de in artikel 36, vijfde lid, bedoelde verklaring mede ondertekend door het bevoegd gezag van de gecommitteerde. **4.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven voor de toepassing van het eerste tot en met derde lid. @@ -596,7 +618,7 @@ i. het uitoefenen van andere door Onze Minister opgedragen taken. ### Artikel 42 -**1.** De examinator en de gecommitteerde dan wel de tweede examinator, bedoeld in artikel 41a, tweede lid stellen in onderling overleg de score voor het centraal examen vast. Komen zij daarbij niet tot overeenstemming, dan stellen zij de score vast op het rekenkundig gemiddelde van de twee scores, in voorkomend geval afgerond op het naasthogere gehele getal. +**1.** De examinator en de gecommitteerde dan wel de tweede examinator, bedoeld in artikel 41a, tweede lid, stellen in onderling overleg de score voor het centraal examen vast. Indien de examinator en de gecommitteerde daarbij niet tot overeenstemming komen, wordt het geschil voorgelegd aan het bevoegd gezag van de gecommitteerde. Dit bevoegd gezag kan hierover in overleg treden met het bevoegd gezag van de examinator. Indien het geschil niet kan worden beslecht, wordt hiervan melding gemaakt aan de inspectie. De inspectie kan een derde onafhankelijke gecommitteerde aanwijzen. De beoordeling van de derde gecommitteerde komt in de plaats van de eerdere beoordelingen. **2.** De directeur stelt het cijfer voor het centraal examen in een vak vast op grond van de score, bedoeld in het eerste lid, en met inachtneming van de regels, bedoeld in artikel 39, eerste lid, onderdeel g. @@ -630,7 +652,7 @@ Vervallen **1.** Het eindcijfer voor alle vakken van het eindexamen wordt uitgedrukt in een geheel cijfer uit de reeks 1 tot en met 10. -**2.** De directeur bepaalt het eindcijfer op het rekenkundig gemiddelde van het cijfer voor het schoolexamen en het cijfer voor het centraal examen. Voor de in artikel 10b van de wet genoemde basisberoepsgerichte leerweg geldt in afwijking van de eerste volzin dat voor de bepaling van het eindcijfer het cijfer voor het schoolexamen tweemaal wordt meegerekend, en het cijfer voor het centraal examen éénmaal. Indien de uitkomst van de berekening, bedoeld in de eerste of tweede volzin, niet een geheel getal is, wordt dat getal indien het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, naar beneden afgerond en indien dat cijfer een 5 of hoger is, naar boven afgerond. +**2.** De directeur bepaalt het eindcijfer op het rekenkundig gemiddelde van het cijfer voor het schoolexamen en het cijfer voor het centraal examen. Voor de vakken van de basisberoepsgerichte leerweg, als bedoeld in artikel 10b van de wet en een vak dat op grond van artikel 23, tweede lid, onderdeel kan zijn van de basisberoepsgerichte leerweg geldt in afwijking van de eerste volzin dat voor de bepaling van het eindcijfer, het cijfer voor het schoolexamen tweemaal wordt meegerekend, en het cijfer voor het centraal examen éénmaal. Indien de uitkomst van de berekening, bedoeld in de eerste of tweede volzin, niet een geheel getal is, wordt dat getal indien het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, naar beneden afgerond en indien dat cijfer een 5 of hoger is, naar boven afgerond. **3.** Indien in een vak alleen een schoolexamen is gehouden is het cijfer voor het schoolexamen tevens het eindcijfer. @@ -751,13 +773,15 @@ a. indien het betreft het eindexamen v.w.o. of het eindexamen h.a.v.o.: 1°. de vakken culturele en kunstzinnige vorming en lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel worden niet vermeld op de cijferlijst indien de kandidaat het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs; 2°. de vakken algemene natuurwetenschappen en maatschappijleer waarvoor de kandidaat bij het eindexamen v.w.o. is vrijgesteld op grond van het bezit van een diploma h.a.v.o., worden niet vermeld op de cijferlijst; 3°. vakken waarvoor de kandidaat is vrijgesteld op grond van artikel 9 van dit besluit of artikel 10 van het Besluit staatsexamens vwo-havo-mavo 2000, worden vermeld op de cijferlijst, met vermelding van het eerder behaalde cijfer; -4°. vakken waarvoor de kandidaat bij het eindexamen v.w.o. is vrijgesteld op grond van een eerder afgelegd eindexamen h.a.v.o. waarvan deze v.w.o.-vakken deel uitmaakten, worden vermeld op de cijferlijst, met vermelding van het eerder behaalde cijfer; -5°. andere vakken waarvoor de kandidaat vrijstelling of ontheffing is verleend, worden vermeld op de cijferlijst, zonder vermelding van een cijfer; +4°. vakken waarvoor de kandidaat bij het eindexamen v.w.o. is vrijgesteld op grond van een eerder afgelegd eindexamen h.a.v.o. of eindexamen v.m.b.o. voor zover het betreft de theoretische leerweg waarvan deze v.w.o.-vakken deel uitmaakten, worden vermeld op de cijferlijst, met vermelding van het eerder behaalde cijfer; +5°. vakken waarvoor de kandidaat bij het eindexamen h.a.v.o. is vrijgesteld op grond van een eerder afgelegd eindexamen v.m.b.o. voor zover het betreft de theoretische leerweg waarvan deze vakken dan wel de overeenkomstige vakken, bedoeld in artikel 14, achtste lid, van de wet, deel uitmaakten, worden vermeld op de cijferlijst, met vermelding van het eerder behaalde cijfer; +6°. andere vakken waarvoor de kandidaat vrijstelling of ontheffing is verleend, worden vermeld op de cijferlijst, zonder vermelding van een cijfer; b. indien het betreft het eindexamen v.m.b.o.: 1°. de vakken behorende tot de beeldende vorming, muziek, dans, drama en lichamelijke opvoeding van het gemeenschappelijk deel worden niet vermeld op de cijferlijst indien de kandidaat het eindexamen aflegt aan een instelling voor educatie en beroepsonderwijs; 2°. vakken waarvoor de kandidaat is vrijgesteld op grond van artikel 9 van dit besluit of artikel 10 van het Besluit staatsexamens vwo-havo-mavo 2000, worden vermeld op de cijferlijst, met vermelding van het eerder behaalde cijfer; -3°. andere vakken waarvoor de kandidaat vrijstelling of ontheffing is verleend, worden vermeld op de cijferlijst, zonder vermelding van een cijfer. +3°. vakken waarvoor de kandidaat bij het eindexamen v.m.b.o. voor zover het betreft de theoretische leerweg, is vrijgesteld op grond van een eerder afgelegd eindexamen v.m.b.o. voor zover het betreft de kaderberoepsgerichte leerweg of de basisberoepsgerichte leerweg waarvan deze vakken dan wel de overeenkomstige vakken, bedoeld in artikel 10, negende lid, van de wet, deel uitmaakten, worden vermeld op de cijferlijst, met vermelding van het eerder behaalde cijfer; +4°. andere vakken waarvoor de kandidaat vrijstelling of ontheffing is verleend, worden vermeld op de cijferlijst, zonder vermelding van een cijfer. **6.** De directeur en de secretaris van het eindexamen tekenen de diploma's en de cijferlijsten.