From 9ed345923e39ea70c613fa568f2361771fe5d108 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sat, 1 Dec 2012 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2012-12-01 | BWBR0003482 | Algemeen militair ambtenarenreglement --- .../BWBR0003482/README.md | 106 ++++++++++++++---- 1 file changed, 87 insertions(+), 19 deletions(-) diff --git a/amvb/algemeen-militair-ambtenarenreglement/BWBR0003482/README.md b/amvb/algemeen-militair-ambtenarenreglement/BWBR0003482/README.md index c46371a7b4d..43c9b328d4d 100644 --- a/amvb/algemeen-militair-ambtenarenreglement/BWBR0003482/README.md +++ b/amvb/algemeen-militair-ambtenarenreglement/BWBR0003482/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Algemeen militair ambtenarenreglement bwb_id: BWBR0003482 type: AMvB status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2006-03-10' +datum_inwerkingtreding: '2012-11-02' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0003482 citeertitel: Algemeen militair ambtenarenreglement --- @@ -84,7 +84,10 @@ t. *rang:* een militaire rang en stand of klasse, voor zover niet titulair toegekend; u. *functionele chef:* -de functionaris onder wiens directe toezicht en rechtstreekse leiding de toegewezen functie wordt vervuld, dan wel die als zodanig door het hoofd defensieonderdeel is aangewezen. +de functionaris onder wiens directe toezicht en rechtstreekse leiding de toegewezen functie wordt vervuld, dan wel die als zodanig door het hoofd defensieonderdeel is aangewezen; +v. *passende functie* + +een functie als bedoeld in artikel 53b. **2.** Voor de toepassing van dit besluit wordt mede begrepen onder «rang», «stand» of «klasse»: de bij het koninklijk besluit van 20 juni 1956 (Stb. 361) met die rang, stand of klasse gelijkgestelde rang, stand of klasse. @@ -296,13 +299,13 @@ b. een opleiding benodigd voor de vervulling van functies in een andere groep va ### Artikel 16a -**1.** De militair kan een aanvraag indienen bij Onze Minister om te worden aangewezen voor een opleiding, gericht op een loopbaan buiten het ministerie van Defensie. De aanvraag gaat vergezeld van een advies van de loopbaanbegeleider of, wanneer sprake is van een extern bemiddelingstraject, als bedoeld in artikel 31a, van een advies van het Dienstencentrum externe bemiddeling defensiepersoneel. +**1.** De militair kan een aanvraag indienen bij Onze Minister om te worden aangewezen voor een opleiding, gericht op een loopbaan buiten het ministerie van Defensie. De aanvraag gaat vergezeld van een advies van de loopbaanbegeleider of, wanneer sprake is van een extern bemiddelingstraject, als bedoeld in artikel 31a, van een advies van de organisatie-eenheid belast met de externe bemiddeling van defensiepersoneel. **2.** Bij een besluit van Onze Minister tot aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, wordt rekening gehouden met: -a. het bij de aanvraag gevoegde advies van de loopbaanbegeleider of van het Dienstencentrum externe bemiddeling defensiepersoneel; +a. het bij de aanvraag gevoegde advies van de loopbaanbegeleider of van de organisatie-eenheid belast met de externe bemiddeling van defensiepersoneel; b. de beroepswensen van de militair; c. de arbeidsmarkt relevantie van de gewenste opleiding en de verhouding tot het werkervarings- en opleidingsniveau van de militair. @@ -757,7 +760,7 @@ c. de geschiktheid van de militair voor functievervulling in de hogere rang. **2.** Voor officieren in de rang van luitenant ter zee der 2^e klasse oudste categorie, kapitein der mariniers of kapitein bij de Koninklijke landmacht, luchtmacht of marechaussee bedraagt de maximum looptijd in rang in fase een en twee negen jaren. -**3.** Aan onderofficieren en officieren, genoemd in het eerste en tweede lid, wordt uiterlijk drie jaar voor het verstrijken van de periode van de maximum looptijd in rang,een besluit genomen over zijn mogelijkheden tot doorstroom naar fase drie. +**3.** Voor een onderofficier bedoeld in het eerste lid en een officier bedoeld in het tweede lid, wordt uiterlijk drie jaar voor het verstrijken van de periode van de maximum looptijd in rang, een besluit genomen over zijn mogelijkheden tot doorstroom naar fase drie. **4.** Bij ministeriële regeling kunnen voor specifieke functiegroepen nadere regels worden gesteld over een afwijkende maximale looptijd in rang. Daarbij wordt rekening gehouden met de noodzaak van een zo goed en tijdig mogelijke bezetting van alle functies binnen die functiegroep in samenhang met de arbeidsmarktpositie van de militairen, behorende tot de aan te wijzen functiegroep. @@ -807,9 +810,9 @@ c. niet doorstroomt naar fase drie. ### Artikel 31a -**1.** De soldaat, genoemd in artikel 29a, de korporaal of de militair met een overeenkomstige rang, genoemd in artikel 29b, of de militair aan wie een besluit, als bedoeld in artikel 31, vierde lid onder b of c, is meegedeeld en aan wie ontslag zal worden verleend op grond van artikel 39, tweede lid, onder i, wordt door de commandant van het operationeel commando, waarbij hij is ingedeeld, uiterlijk één jaar voor het beoogde ontslagmoment aangemeld bij het Dienstencentrum externe bemiddeling defensiepersoneel, voor begeleiding bij de overgang naar een betrekking op de civiele arbeidsmarkt. +**1.** De soldaat, genoemd in artikel 29a, de korporaal of de militair met een overeenkomstige rang, genoemd in artikel 29b, of de militair aan wie een besluit, als bedoeld in artikel 31, vierde lid onder b of c, is meegedeeld en aan wie ontslag zal worden verleend op grond van artikel 39, tweede lid, onder i, wordt door de commandant van het operationeel commando, waarbij hij is ingedeeld, uiterlijk één jaar voor het beoogde ontslagmoment aangemeld bij de organisatie-eenheid belast met de externe bemiddeling van defensiepersoneel, voor begeleiding bij de overgang naar een betrekking op de civiele arbeidsmarkt. -**2.** De militair die om ontslag verzoekt, kan op zijn aanvraag, onder regie van het Dienstencentrum externe bemiddeling defensiepersoneel, gedurende ten hoogste een periode van een jaar, voorafgaand aan de datum van ontslag, worden begeleid bij de overgang naar een betrekking op de civiele arbeidsmarkt. +**2.** De militair die om ontslag verzoekt, kan op zijn aanvraag, onder regie van de organisatie-eenheid belast met de externe bemiddeling van defensiepersoneel, gedurende ten hoogste een periode van een jaar, voorafgaand aan de datum van ontslag, worden begeleid bij de overgang naar een betrekking op de civiele arbeidsmarkt. **3.** Afspraken, gemaakt in het kader van de bemiddeling, worden vastgelegd in het persoonlijk ontwikkelplanformulier, genoemd in artikel 28a, zesde lid. Artikel 28a, zevende tot en met tiende lid, zijn van overeenkomstige toepassing. @@ -877,16 +880,16 @@ Aan de militair kan verder uitsluitend ontslag worden verleend: a. ter zake van het bereiken of overschrijden van de leeftijd van 60 jaar; b. wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd; c. wanneer zijn diensten door het ingevolge artikel 38 bevoegde gezag niet langer nodig worden geoordeeld, nadat hij ingevolge artikel 8 van de Uitkeringswet gewezen militairen weder is aangesteld; -d. wegens overtolligheid indien er voor hem geen functie beschikbaar is, onverminderd het bepaalde in artikel 43; +d. wegens overtolligheid indien er voor hem geen functie beschikbaar is, onverminderd het bepaalde in artikel 42; e. wanneer hij, bij ontslag uit een ambt, voor het bekleden waarvan hij op non-activiteit was gesteld: 1°. het ingevolge artikel 38 bevoegde gezag niet doet blijken van zijn verlangen om in werkelijke dienst te worden gehandhaafd; dan wel 2°. ofschoon hij dat verlangen te kennen heeft gegeven, naar verwachting niet binnen twee jaren bij het krijgsmachtdeel waartoe hij behoort, of indien dat niet mogelijk is bij een ander krijgsmachtdeel, kan worden geplaatst; f. ter zake van blijvende ongeschiktheid voor het vervullen van de dienst uit hoofde van een ziekte of een gebrek; -g. wanneer hij is ingedeeld bij de zeemacht en een officiersrang heeft, dan wel wanneer hij is ingedeeld bij de landmacht, luchtmacht of marechaussee - ongeacht welke rang hij heeft -, ter zake van het bereiken of overschrijden van de leeftijd van vijftig jaar, wanneer hij naar het oordeel van het ingevolge artikel 38 bevoegde gezag - in verband met zijn leeftijd voor het vervullen van de dienst niet meer ten volle geschikt is; +g. ter zake van het bereiken of overschrijden van de leeftijd van vijftig jaar, wanneer hij naar het oordeel van het ingevolge artikel 38 bevoegde gezag - in verband met zijn leeftijd voor het vervullen van de dienst niet meer ten volle geschikt is; h. wegens ontheffing van de initiële opleiding tot het volgen waarvan hij bij zijn aanstelling is aangewezen, om reden dat hij niet voldoet aan de bij die opleiding gestelde eisen; i. voor soldaten en korporaals wegens het niet kunnen worden bevorderd op basis van een besluit als bedoeld in artikel 29a, derde lid, respectievelijk 29b, derde lid, uiterlijk twee jaar na dat besluit dan wel voor onderofficieren en officieren wegens het niet kunnen doorstromen naar fase drie op basis van een besluit als bedoeld in artikel 31 vierde lid onder c, uiterlijk drie jaar na dat besluit; -j. wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid voor de vervulling van zijn functie of voor de vervulling van functies binnen de groepen van functies, waarvoor hij is bestemd, wat de ongeschiktheid betreft, voor zover het bepaalde onder f of g niet toepasselijk is; een en ander onverminderd het bepaalde in artikel 43, eerste lid; +j. wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid voor de vervulling van zijn functie of voor de vervulling van functies binnen de groepen van functies, waarvoor hij is bestemd, wat de ongeschiktheid betreft, voor zover het bepaalde onder f of g niet toepasselijk is; een en ander onverminderd het bepaalde in artikel 43; k. wegens verregaande nalatigheid in de vervulling van zijn plichten; l. wegens wangedrag in de dienst, dan wel buiten de dienst voor zover dit gedrag schadelijk is of kan zijn voor zijn dienstvervulling of niet in overeenstemming is met het aanzien van zijn ambt; m. wegens een vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan en is gewezen in verband met een feit van zodanige aard, dat, mede gelet op het algemeen gedrag van de militair, diens ontslag in het belang van de dienst noodzakelijk is; @@ -1009,13 +1012,11 @@ Het ontslag wordt "eervol" verleend, behoudens in de gevallen, genoemd in artike ### Artikel 42 -Vervallen +Ontslag op grond van artikel 39, tweede lid, aanhef en onder d, kan slechts plaatsvinden indien het naar het oordeel van Onze Minister na een zorgvuldig onderzoek bedoeld in artikel 53c, eerste en tweede lid, niet mogelijk is gebleken de militair binnen het gezagsbereik van Onze Minister een andere passende functie toe te wijzen. Het ontslag zal worden verleend na ommekomst van het volledige herplaatsingsonderzoek bedoeld in artikel 53c of eerder indien zulks met de militair wordt overeengekomen dan wel sprake is van een situatie bedoeld in artikel 53e, derde lid. ### Artikel 43 -**1.** Ontslag van een militair om de reden, genoemd in artikel 39, tweede lid, aanhef en onder d of j kan slechts plaatsvinden indien het naar het oordeel van de minister na een zorgvuldig onderzoek niet mogelijk is gebleken de militair binnen zijn krijgsmachtdeel, of indien dit niet mogelijk is bij een ander krijgsmachtdeel, een andere, mede in verband met zijn persoonlijkheid en omstandigheden passende, functie toe te wijzen, dan wel indien hij een zodanige functie weigert te aanvaarden. In het onderzoek wordt de mogelijkheid tot bij- of omscholing van de militair betrokken. - -**2.** Indien meerdere functies worden opgeheven in verband met een reorganisatie of een wijziging van de personeelssamenstelling van een krijgsmachtdeel, vindt ontslag wegens overtolligheid plaats naar een vooraf vastgesteld en bekendgemaakt plan. +Ontslag op grond van artikel 39, tweede lid, aanhef en onder j, kan slechts plaatsvinden indien het naar het oordeel van Onze Minister na een zorgvuldig onderzoek niet mogelijk is gebleken de militair binnen het gezagsbereik van Onze Minister een andere, mede in verband met zijn persoonlijkheid en omstandigheden passende, functie toe te wijzen, dan wel indien hij een zodanige functie weigert te aanvaarden. In het onderzoek wordt de mogelijkheid tot bij- of omscholing van de militair betrokken. ### Artikel 44 @@ -1087,6 +1088,71 @@ b. zodra een tegen hem gewezen vonnis waarbij de bijkomende straf van ontzetting In deze gevallen wordt de militair door Onze Minister schriftelijk in kennis gesteld van het feit dat, de datum met ingang waarvan en de reden waarom hij van rechtswege ontslagen is. +## Hoofdstuk 6a. Rechten en verplichtingen bij het vervallen dan wel het niet toewijzen van een functie + +### Artikel 53a + +Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder: + +- *militair* + +de militair die is aangesteld bij het beroepspersoneel; +- *boventalligheid* + +de situatie dat een militair zijn functie verliest omdat binnen de te reorganiseren organisatie of een onderdeel daarvan, meerdere militairen een vergelijkbare of uitwisselbare functie vervullen en het totale aantal van die functies zodanig wordt verminderd dat onvoldoende van die functies resteren; + +### Artikel 53b + +**1.** Een functie is in beginsel passend wanneer de daaraan verbonden werkzaamheden op de capaciteiten en ervaring van de militair zijn berekend, tenzij aanvaarding om redenen van lichamelijke, geestelijke of sociale aard niet van de militair kan worden gevergd. + +**2.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld ter uitvoering van het eerste lid. + +### Artikel 53c + +**1.** + +De militair wordt door de commandant operationeel commando aangewezen als herplaatsingskandidaat indien: + +a. hem met toepassing van artikel 17 binnen drie maanden na het vervallen van zijn functie of de vaststelling van zijn boventalligheid geen functie is of kan worden toegewezen; +b. hem met toepassing van artikel 17 binnen drie maanden na afloop van de duur van een functievervulling of na het afronden van een opleiding geen functie is of kan worden toegewezen. + +**2.** De militair wordt over zijn aanwijzing als herplaatsingskandidaat bedoeld in het eerste lid, schriftelijk geïnformeerd. + +**3.** In afwijking van het eerste lid kan Onze Minister in een ministeriële regeling bepalen dat specifieke categorieën militairen, aan wie geen functie is of kan worden toegewezen bedoeld in het eerste lid, niet worden aangewezen als herplaatsingskandidaat. + +### Artikel 53d + +**1.** Onze Minister onderzoekt gedurende drie maanden, te rekenen vanaf het moment dat de militair is aangewezen als herplaatsingskandidaat, of herplaatsing van de militair op een passende functie binnen het gezagsbereik van Onze Minister mogelijk is. + +**2.** Indien het onderzoek bedoeld in het eerste lid niet heeft geleid tot herplaatsing, onderzoekt Onze Minister, aansluitend aan de periode bedoeld in het eerste lid, gedurende drie maanden of herplaatsing van de militair op een passende functie binnen of buiten het gezagsbereik van Onze Minister mogelijk is. + +**3.** Indien het onderzoek bedoeld in het tweede lid niet heeft geleid tot herplaatsing, onderzoekt Onze Minister, aansluitend aan de periode bedoeld in het tweede lid, gedurende zes maanden of herplaatsing van de militair op een passende functie buiten het gezagsbereik van Onze Minister mogelijk is. + +**4.** De periode van zes maanden bedoeld in het derde lid, wordt voor elk volledig jaar dat de militair is aangesteld bij het Ministerie van Defensie, verlengd met een halve maand tot maximaal twaalf maanden. + +**5.** Onze Minister kan op verzoek van de militair die is aangewezen als herplaatsingskandidaat de duur van de herplaatsingsperiode, zoals vastgesteld op grond van het eerste tot en met het vierde lid, verlengen indien de omstandigheden naar zijn oordeel daartoe aanleiding geven. + +**6.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld ter uitvoering van dit artikel. + +### Artikel 53e + +**1.** De herplaatsingskandidaat is verplicht al het mogelijke te doen om een passende functie te vinden en mee te werken aan het herplaatsingsonderzoek bedoeld in artikel 53d. + +**2.** De herplaatsingskandidaat is verplicht een passende functie te aanvaarden tijdens het herplaatsingsonderzoek bedoeld in artikel 53d, derde en vierde lid. + +**3.** De herplaatsingskandidaat die zonder deugdelijke grond weigert of heeft geweigerd te voldoen aan een hem op grond van dit artikel opgelegde verplichting, kan in verband daarmee een ontslag bedoeld in artikel 39, tweede lid, aanhef en onder d, worden verleend. + +### Artikel 53f + +**1.** + +Onze Minister kan voorzieningen treffen: + +a. om dreigende overtolligheid te voorkomen door ontslag op aanvraag te stimuleren; +b. ten behoeve van militairen die zijn aangewezen als herplaatsingskandidaat bedoeld in artikel 53c. + +**2.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld ter uitvoering van dit artikel. + ## Hoofdstuk 7. Werk- en rusttijden ### Paragraaf 1. Algemene bepalingen inzake werk- en rusttijden @@ -1185,7 +1251,7 @@ c. de commandant de verlenging van de arbeidsduur beëindigt omdat hij van oorde **5.** Indien de militair een andere functie wordt toegewezen vervalt met ingang van de datum waarop hij de nieuwe functie gaat vervullen de verlenging van de arbeidsduur. In dat geval kan de militair bij zijn nieuwe commandant een aanvraag als bedoeld in het eerste lid indienen. -**6.** Voor het deel dat de arbeidsduur wordt verlengd ontvangt de militair een maandelijkse toeslag. Deze toeslag bedraagt 12 maal 1/165 deel van het voor de betrokken militair geldende maandsalaris, of een evenredig deel daarvan voor de militair die in verband met deeltijdverlof een arbeidsduur heeft van gemiddeld minder dan 38 uur per week. +**6.** Voor het deel dat de arbeidsduur wordt verlengd ontvangt de militair een maandelijkse toeslag. Deze toeslag bedraagt acht maal 1/165 deel van het voor de betrokken militair geldende maandsalaris, of een evenredig deel daarvan voor de militair die in verband met deeltijdverlof een arbeidsduur heeft van gemiddeld minder dan 38 uur per week. ### Artikel 54e @@ -2714,7 +2780,7 @@ bij het Ministerie van Defensie, of bij een andere organisatie indien de militai d. *melder:* de militair die een vermoeden van een misstand meldt overeenkomstig dit besluit; e. *melding:* de melding van een vermoeden van een misstand door een melder; f. *commissie:* de Commissie integriteit overheid, bedoeld in het Besluit melden vermoeden van misstand bij Rijk en Politie; -g. *vertrouwenspersoon:* de vertrouwenspersoon, bedoeld in artikel 126i. +g. *vertrouwenspersoon:* Centrale adviseur integriteit Defensie of Functionaris Integriteitzorg. ### Artikel 126h @@ -2740,7 +2806,7 @@ g. het afwijzen van verlof. **2.** -De vertrouwenspersoon heeft tot taak: +Lokale vertrouwenspersoon heeft tot taak: a. een militair op diens verzoek te adviseren over een melding; b. de Secretaris-Generaal te informeren over een melding; en @@ -2762,7 +2828,7 @@ Indien een melder niet meer werkzaam is bij de organisatie waarop de melding bet ### Artikel 126l -De vertrouwenspersoon maakt de identiteit van de melder niet bekend zonder instemming van de melder. +Lokale vertrouwenspersoon, Centrale adviseur integriteit Defensie of Functionaris Integriteitzorg maakt de identiteit van de melder niet bekend zonder instemming van de melder. ### Artikel 126m @@ -3006,7 +3072,9 @@ Vervallen ### Artikel 138 -De militair in werkelijke dienst kan door het hoofd defensieonderdeel worden verplicht tot sportbeoefening in dienstverband. +**1.** De militair in werkelijke dienst kan door Onze Minister worden verplicht tot sportbeoefening in dienstverband. + +**2.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld ter uitvoering van dit artikel. ### Artikel 139