diff --git a/amvb/besluit-bijzondere-militaire-pensioenen/BWBR0012222/README.md b/amvb/besluit-bijzondere-militaire-pensioenen/BWBR0012222/README.md index 0de5c7317d6..8dbc5622bc2 100644 --- a/amvb/besluit-bijzondere-militaire-pensioenen/BWBR0012222/README.md +++ b/amvb/besluit-bijzondere-militaire-pensioenen/BWBR0012222/README.md @@ -24,14 +24,13 @@ e. invaliditeit met dienstverband: invaliditeit als bedoeld in artikel 2, derde f. AOW: de Algemene Ouderdomswet; g. Anw: de Algemene nabestaandenwet; h. AOW-pensioen: het tot een jaarbedrag herleid en met de vakantie-uitkering verhoogd pensioen ingevolge de AOW dat de rechthebbende naast zijn pensioen ingevolge dit besluit geniet, in relatie tot het invaliditeitspensioen inclusief het AOW-pensioen van zijn partner en in relatie tot het partnerpensioen tot ten hoogste het AOW-pensioen voor een ongehuwde; -i. Anw-uitkering: de tot een jaarbedrag herleide en met de vakantie-uitkering verhoogde uitkering ingevolge de Anw die een rechthebbende naast zijn pensioen ingevolge dit besluit geniet; -j. pensioengerechtigde leeftijd: de pensioengerechtigde leeftijd die voor de ambtenaar geldt op grond van artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet. +i. Anw-uitkering: de tot een jaarbedrag herleide en met de vakantie-uitkering verhoogde uitkering ingevolge de Anw die een rechthebbende naast zijn pensioen ingevolge dit besluit geniet. ### Paragraaf 2. Aanspraken op eigen pensioen ### Artikel 2 -**1.** De militair bij wie een bepaalde mate van invaliditeit met dienstverband is vastgesteld heeft uit hoofde van de dienstverhouding waarin die invaliditeit is ontstaan vanaf de dag waarop hij de pensioengerechtigde leeftijd bereikt recht op een invaliditeitspensioen. +**1.** De militair bij wie een bepaalde mate van invaliditeit met dienstverband is vastgesteld heeft uit hoofde van de dienstverhouding waarin die invaliditeit is ontstaan vanaf de eerste dag van de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt recht op een invaliditeitspensioen. **2.** Het bedrag van het in het eerste lid bedoelde invaliditeitspensioen is gelijk aan zoveel procent van de bij de betreffende dienstverhouding behorende berekeningsgrondslag als de mate van invaliditeit met dienstverband op het in dat lid bedoelde moment bedraagt, verminderd met hetzelfde percentage van het AOW-pensioen van de rechthebbende. @@ -39,32 +38,17 @@ j. pensioengerechtigde leeftijd: de pensioengerechtigde leeftijd die voor de amb **4.** De berekeningsgrondslag voor het invaliditeitspensioen bedraagt niet minder dan € 17 034,25. -**5.** In afwijking van het eerste lid, heeft de militair, bij wie een bepaalde mate van invaliditeit met dienstverband is vastgesteld recht op invaliditeitspensioen vanaf de dag waarop hij de leeftijd van 65 bereikt indien de militair voor 1 januari 2017 is ontslagen of de militair een aanvraag heeft ingediend als bedoeld in artikel 39a, eerste tot en met vierde lid van het Algemeen militair ambtenarenreglement. - ### Artikel 3 **1.** -De militair met een recht op invaliditeitspensioen wiens ontslag heeft plaatsgevonden vóór 1 juli 2007 heeft recht op een bijzondere invaliditeitsverhoging van: +De militair met een recht op invaliditeitspensioen heeft recht op een bijzondere invaliditeitsverhoging van: a. 40 procent van de in artikel 2 bedoelde berekeningsgrondslag indien de mate van invaliditeit waaraan dat recht op pensioen wordt ontleend 100 procent bedraagt, b. 30 procent van die berekeningsgrondslag indien die mate van invaliditeit ten minste 80 maar minder dan 100 procent bedraagt, c. 20 procent van die berekeningsgrondslag indien die mate van invaliditeit ten minste 60 maar minder dan 80 procent bedraagt, d. 10 procent van die berekeningsgrondslag indien die mate van invaliditeit ten minste 40 maar minder dan 60 procent bedraagt, -e. 5 procent van die berekeningsgrondslag indien die mate van invaliditeit ten minste 20 maar minder dan 40 procent bedraagt; - -De militair met een recht op een invaliditeitspensioen wiens ontslag heeft plaatsgevonden op of na 1 juli 2007 heeft recht op een bijzondere invaliditeitsverhoging van: - -a. 40 procent van de in artikel 2 bedoelde berekeningsgrondslag indien de mate van invaliditeit met dienstverband waaraan dat recht op pensioen wordt ontleend 100 procent bedraagt, -b. 35 procent van die berekeningsgrondslag indien de mate van invaliditeit ten minste 90 maar minder dan 100 procent bedraagt, -c. 30 procent van die berekeningsgrondslag indien de mate van invaliditeit ten minste 80 maar minder dan 90 procent bedraagt, -d. 25 procent van die berekeningsgrondslag indien de mate van invaliditeit ten minste 70 maar minder dan 80 procent bedraagt, -e. 20 procent van die berekeningsgrondslag indien de mate van invaliditeit ten minste 60 maar minder dan 70 procent bedraagt, -f. 15 procent van die berekeningsgrondslag indien de mate van invaliditeit ten minste 50 maar minder dan 60 procent bedraagt, -g. 10 procent van die berekeningsgrondslag indien de mate van invaliditeit ten minste 40 maar minder dan 50 procent bedraagt, -h. 7,5 procent van die berekeningsgrondslag indien de mate van invaliditeit ten minste 30 maar minder dan 40 procent bedraagt, -i. 5 procent van die berekeningsgrondslag indien de mate van invaliditeit ten minste 20 maar minder dan 30 procent bedraagt, -j. 2,5 procent van die berekeningsgrondslag indien de mate van invaliditeit ten minste 10 maar minder dan 20 procent bedraagt. +e. 5 procent van die berekeningsgrondslag indien die mate van invaliditeit ten minste 20 maar minder dan 40 procent bedraagt. **2.** @@ -121,7 +105,7 @@ b. de diensttijd die voor de beroepsmilitair aan het genot van de in artikel 10 ### Artikel 6 -**1.** De nabestaanden van de militair die is overleden tengevolge van verwonding, ziekten of gebreken als bedoeld in artikel 2, derde lid, van het besluit AO/IP, de nabestaanden van een rechthebbende op invaliditeitspensioen krachtens dit besluit of krachtens de artikelen 7 of 11 van het besluit AO/IV of van een militair of gewezen militair die, ware hij niet overleden, recht op een zodanig pensioen zou hebben kunnen doen gelden, hebben te rekenen van de dag volgende op diens overlijden recht op partner- of wezenpensioen. +**1.** De nabestaanden van de militair die is overleden tengevolge van verwonding, ziekten of gebreken als bedoeld in artikel 2, derde lid, van het besluit AO/IP, de nabestaanden van een rechthebbende op invaliditeitspensioen krachtens dit besluit of krachtens de artikelen 7 of 11 van het besluit AO/IV of van een militair of gewezen militair die, ware hij niet overleden, recht op een zodanig pensioen zou hebben kunnen doen gelden, hebben te rekenen van de dag volgende op diens overlijden recht op partner- of wezenpensioen. **2.** @@ -145,9 +129,7 @@ b. naar de mate van invaliditeit met dienstverband die op het overlijdensmoment Het recht op pensioen ingevolge dit artikel vervalt: a. indien de belanghebbende uit hoofde van dezelfde dienstverhouding ingevolge artikel 6 recht heeft op een hoger pensioen en -b. met ingang van de dag waarop de militair aan wiens overlijden het wordt ontleend de pensioengerechtigde leeftijd zou hebben bereikt. - -**4.** In afwijking van het derde lid, onderdeel b, vervalt het recht op tijdelijk verhoogd partner- of wezenpensioen voor de nabestaanden van de militair met ingang van de dag waarop de militair aan wiens overlijden het recht op pensioen wordt ontleend de leeftijd van 65 jaar zou hebben bereikt indien de militair voor 1 januari 2017 is overleden of de militair een aanvraag heeft ingediend als bedoeld in artikel 39a, eerste tot en met vierde lid van het Algemeen militair ambtenarenreglement. +b. met ingang van de maand waarin de militair aan wiens overlijden het wordt ontleend de leeftijd van 65 jaar zou hebben bereikt. ### Artikel 8 @@ -171,7 +153,7 @@ b. met ingang van de dag waarop de militair aan wiens overlijden het wordt ontle **3.** Het partnerpensioen en de korting, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden bij een volgend huwelijk van de rechthebbende of een volgende aanmerking als partner in de zin van het pensioenreglement, te rekenen van de eerste dag van de maand, volgend op die waarin dat huwelijk of die aanmerking heeft plaatsgevonden, blijvend nader vastgesteld. Die nadere vaststelling vindt plaats door vermenigvuldiging van het pensioenbedrag met een breuk waarvan de teller, tot een minimum van 20, bestaat uit de voor pensioen geldige diensttijd die de militair op grond van de betrekking waarin zijn invaliditeit met dienstverband is ontstaan op het moment van zijn overlijden krachtens het pensioenreglement kon aanwijzen, en de noemer gelijk is aan 40. Het tijdelijk partnerpensioen vervalt op de bedoelde dag. -**4.** Tenzij zijn pensioen met toepassing van het vorige lid nader is vastgesteld, heeft de rechthebbende op een partnerpensioen of een tijdelijk partnerpensioen tot de dag waarop hij de leeftijd van 65 jaar bereikt recht op een toeslag ten bedrage van 15 procent van het ingevolge het eerste, tweede en derde lid gevonden pensioenbedrag. Deze toeslag bedraagt niet meer dan 15 procent van € 32 812,76 en behoort voor de verdere toepassing van dit besluit tot het partnerpensioen of het tijdelijk partnerpensioen. +**4.** Tenzij zijn pensioen met toepassing van het vorige lid nader is vastgesteld, heeft de rechthebbende op een partnerpensioen of een tijdelijk partnerpensioen tot de eerste dag van de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt recht op een toeslag ten bedrage van 15 procent van het ingevolge het eerste, tweede en derde lid gevonden pensioenbedrag. Deze toeslag bedraagt niet meer dan 15 procent van € 32 812,76 en behoort voor de verdere toepassing van dit besluit tot het partnerpensioen of het tijdelijk partnerpensioen. **5.** Het partnerpensioen en het tijdelijk partnerpensioen worden uitbetaald voor zolang en voor zover met die pensioenen de som van de krachtens het pensioenreglement aan dezelfde militaire dienstverhouding te ontlenen partner- en bijzondere partnerpensioenen, inclusief de daarop verleende toeslagen, wordt overschreden. @@ -198,16 +180,6 @@ b. in alle andere gevallen, twee zevende gedeelten. Voor de nabestaanden van de dienstplichtige of reservist bedragen de in de artikelen 9 en 10 bedoelde pensioenen niet minder dat het nabestaandenpensioen dat zou kunnen worden vastgesteld indien dat met gebruikmaking van de geldende berekeningsbreuk rechtstreeks werd afgeleid van het in artikel 4 bedoelde garantiepensioen. -### Artikel 11a - -**1.** De nabestaanden van de militair, die op of na 1 juli 2007 overleden is, die als gevolg van dat overlijden aanspraak hebben op een voortdurend partner- of wezenpensioen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, hebben recht op een volledige vergoeding van hun schade indien er verband bestaat tussen het overlijden van de militair en de verwonding, ziekten of gebreken die tot het recht op invaliditeitspensioen zouden hebben geleid. - -**2.** De aanspraak van de nabestaanden van de militair op een volledige schadevergoeding vervalt als aan de militair zelf reeds een volledige schadevergoeding als bedoeld in de artikelen 8a en 11 a van het Besluit aanvullende arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen militairen is toegekend. - -**3.** Bij de vaststelling van de omvang van de in het eerste lid bedoelde schadevergoeding wordt rekening gehouden met het totaal van de aanspraken van en uitkeringen aan de nabestaanden ingevolge het overlijden van de militair. - -**4.** Onze Minister kan nadere voorschriften geven ten aanzien van de uitvoering van dit artikel. - ### Paragraaf 4. Gemeenschappelijke bepalingen ### Artikel 12 @@ -269,29 +241,29 @@ Vanaf de dag waarop het in het eerste lid bedoelde recht in verband met de intre In afwijking van dit besluit wordt: -1e invaliditeit met dienstverband vastgesteld naar de inhoud van artikel E 11 van de Algemene militaire pensioenwet, zoals die voor 1 januari 1998 gold, indien de verwonding, ziekten of gebreken waaraan een recht op invaliditeitspensioen of een recht op nabestaandenpensioen kan worden ontleend voor 1 januari 1998 zijn ontstaan; -2e Indien het recht op invaliditeitspensioen wordt ontleend aan een met een voor 1 januari 1986 liggend ontslag afgesloten periode van militaire dienst, de in artikel III, onderdeel B, van de Wet invoering franchisesysteem militaire pensioenen bedoelde rechten daaronder begrepen, de in artikel 2, tweede lid, bedoelde korting vastgesteld op zoveel maal 0,8 procent als de mate van invaliditeit met dienstverband beloopt, of, indien tevens recht bestaat op een aan dezelfde militaire dienstverhouding te ontlenen ouderdomspensioen ingevolge het pensioenreglement en dat in totaliteit tot een hoger percentage leidt, voor elk vol jaar van de voor de berekening van dat ouderdomspensioen in aanmerking te nemen diensttijd 2 procent en voor elke resterende maand daarvan 1/6 procent; +1e invaliditeit met dienstverband vastgesteld naar de inhoud van artikel E 11 van de Algemene militaire pensioenwet, zoals die voor 1 januari 1998 gold, indien de verwonding, ziekten of gebreken waaraan een recht op invaliditeitspensioen of een recht op nabestaandenpensioen kan worden ontleend voor 1 januari 1998 zijn ontstaan; +2e Indien het recht op invaliditeitspensioen wordt ontleend aan een met een voor 1 januari 1986 liggend ontslag afgesloten periode van militaire dienst, de in artikel III, onderdeel B, van de Wet invoering franchisesysteem militaire pensioenen bedoelde rechten daaronder begrepen, de in artikel 2, tweede lid, bedoelde korting vastgesteld op zoveel maal 0,8 procent als de mate van invaliditeit met dienstverband beloopt, of, indien tevens recht bestaat op een aan dezelfde militaire dienstverhouding te ontlenen ouderdomspensioen ingevolge het pensioenreglement en dat in totaliteit tot een hoger percentage leidt, voor elk vol jaar van de voor de berekening van dat ouderdomspensioen in aanmerking te nemen diensttijd 2 procent en voor elke resterende maand daarvan 1/6 procent; 3e op aanvraag van de rechthebbende bij de vaststelling van de onder 2e bedoelde korting dat deel van het AOW-pensioen buiten beschouwing gelaten waarop recht is verkregen door vrijwillige premiebetaling in de zin van die wet; 4e op aanvraag van de rechthebbende bij de vaststelling van de onder 2e bedoelde korting eveneens dat deel van het AOW-pensioen buiten beschouwing gelaten dat in mindering wordt gebracht of geacht kan worden in mindering te worden gebracht op een ander pensioen, niet zijnde het onder 2e bedoelde ouderdomspensioen; -5e indien het recht op een bijzondere invaliditeitsverhoging wordt ontleend aan een met een voor 1 januari 1998 liggend ontslag afgesloten periode van militaire dienst, dat recht uitsluitend getoets aan de inhoud van de artikelen E 8, E 9, F 8 en F 9 van de Algemene militaire pensioenwet of de daarmee vergelijkbare artikelen in een vroegere militaire pensioenwet, bedoeld in artikel A 1, onder j, van die wet, zoals die artikelen laatstelijk voor intrekking hebben geluid; -6e indien het recht op partner- of wezenpensioen wordt ontleend aan invaliditeit die is ontstaan in een voor 1 januari 1986 met ontslag beëindigd dienstverband, of aan een overlijden in actieve dienst voor die datum, de in artikel 9, tweede lid, en 10, vierde lid, omschreven kortingen vastgesteld zoals hiervoor onder 2e, 3e en 4e bedoeld, met dien verstande dat daar waar het recht op pensioen wordt ontleend aan een overlijden tussen 31 december 1965 en 1 januari 1996 het aan invaliditeit met dienstverband te relateren kortingspercentage, voor de onder 2e bedoelde afweging, tot een maximum van 80 wordt vastgesteld op tien zevende gedeelten daarvan; +5e indien het recht op een bijzondere invaliditeitsverhoging wordt ontleend aan een met een voor 1 januari 1998 liggend ontslag afgesloten periode van militaire dienst, dat recht uitsluitend getoets aan de inhoud van de artikelen E 8, E 9, F 8 en F 9 van de Algemene militaire pensioenwet of de daarmee vergelijkbare artikelen in een vroegere militaire pensioenwet, bedoeld in artikel A 1, onder j, van die wet, zoals die artikelen laatstelijk voor intrekking hebben geluid; +6e indien het recht op partner- of wezenpensioen wordt ontleend aan invaliditeit die is ontstaan in een voor 1 januari 1986 met ontslag beëindigd dienstverband, of aan een overlijden in actieve dienst voor die datum, de in artikel 9, tweede lid, en 10, vierde lid, omschreven kortingen vastgesteld zoals hiervoor onder 2e, 3e en 4e bedoeld, met dien verstande dat daar waar het recht op pensioen wordt ontleend aan een overlijden tussen 31 december 1965 en 1 januari 1996 het aan invaliditeit met dienstverband te relateren kortingspercentage, voor de onder 2e bedoelde afweging, tot een maximum van 80 wordt vastgesteld op tien zevende gedeelten daarvan; 7e het recht op tijdelijk nabestaandenpensioen uitsluitend verleend indien de militair na 31 december 1997 is overleden; -8e de toepassing van de artikelen 4 en 11 uitsluitend gereserveerd voor situaties waarin de invaliditeit met dienstverband waaraan het recht op pensioen kan worden ontleend na 31 december 1997 is ontstaan, tenzij op die datum recht bestond op een pensioen als bedoeld in artikel E 3, eerste lid, onder c, van de Algemene militaire pensioenwet, zoals dat artikel op dat moment luidde, dan wel een naar diensttijd berekend pensioen ter zake van ziekten of gebreken krachtens een vroegere militaire pensioenwet in de zin van artikel A 1, onder j, van die wet; +8e de toepassing van de artikelen 4 en 11 uitsluitend gereserveerd voor situaties waarin de invaliditeit met dienstverband waaraan het recht op pensioen kan worden ontleend na 31 december 1997 is ontstaan, tenzij op die datum recht bestond op een pensioen als bedoeld in artikel E 3, eerste lid, onder c, van de Algemene militaire pensioenwet, zoals dat artikel op dat moment luidde, dan wel een naar diensttijd berekend pensioen ter zake van ziekten of gebreken krachtens een vroegere militaire pensioenwet in de zin van artikel A 1, onder j, van die wet; 9e indien de artikelen 4 en 11 worden toegepast op grond van de onder 8e bedoelde uitzondering, gerekend met de diensttijd die voor de vaststelling van het daar bedoelde recht in aanmerking werd genomen; -10e indien de belanghebbende op de dag waarop hij de leeftijd van 65 jaar bereikt uitsluitend recht heeft op het pensioen, bedoeld in artikel 19, onder 5e, van het Besluit AO/IV, dat pensioen tot hetzelfde bedrag toegekend, waarbij het voor de korting, bedoeld in artikel 2, tweede lid, alsmede de toepassing van het onder 2e, 3e en 4e gestelde, geacht wordt te zijn berekend naar 4 voor 1 januari 1986 liggende dienstjaren en het in verband met de toepassing van artikel 12 geacht wordt te zijn berekend naar de in artikel 2, vierde lid, bedoelde minimumpensioengrondslag; +10e indien de belanghebbende op de eerste dag van de maand waarin hij de leeftijd van 65 jaar bereikt uitsluitend recht heeft op het pensioen, bedoeld in artikel 19, onder 5e, van het Besluit AO/IV, dat pensioen tot hetzelfde bedrag toegekend, waarbij het voor de korting, bedoeld in artikel 2, tweede lid, alsmede de toepassing van het onder 2e, 3e en 4e gestelde, geacht wordt te zijn berekend naar 4 voor 1 januari 1986 liggende dienstjaren en het in verband met de toepassing van artikel 12 geacht wordt te zijn berekend naar de in artikel 2, vierde lid, bedoelde minimumpensioengrondslag; 11e bij overlijden van een onder 10e bedoelde pensioengerechtigde zijn pensioen beschouwd als het invaliditeitspensioen, bedoeld in artikel 9, eerste lid, en artikel 10, eerste lid, waarbij voor de vaststelling van de korting, bedoeld in artikel 9, tweede lid, en artikel 10, vierde lid, wordt gehandeld overeenkomstig het onder 2e, 3e en 4e gestelde. ### Artikel 18 **1.** Op de op de dag voor de inwerkingtreding van dit besluit ten laste van Onze Minister komende wettelijke nabestaandenpensioenen die niet direct zijn afgeleid van een pensioen- of berekeningsgrondslag, van een naar invaliditeit met dienstverband of naar diensttijd berekend pensioen, dan wel van een pensioen, als bedoeld in artikel 17, onder 10e, blijven voor de verdere looptijd daarvan de bepalingen van toepassing die dat pensioen op die datum beheersten. -**2.** Een bijzonder partnerpensioen dat op grond van artikel 22, vierde lid, van het Besluit bijzondere voorzieningen militair nabestaandenpensioen ten laste van Onze Minister komt, wordt, zodra dat artikel is ingetrokken, voor de toepassing van dit besluit gelijkgesteld met een bijzonder partnerpensioen in de zin van het pensioenreglement. Het betreffende pensioen wordt voor de verdere looptijd daarvan geacht te zijn toegekend op grond van dit besluit. De inhoud van artikel H 3 van de Algemene militaire pensioenwet, zoals dat op 31 december 1995 luidde, blijft op dat bijzondere nabestaandenpensioen van toepassing. De in artikel 9, tweede lid, bedoelde korting wordt vervangen door de krachtens dat vierde lid vast te stellen korting. +**2.** Een bijzonder partnerpensioen dat op grond van artikel 22, vierde lid, van het Besluit bijzondere voorzieningen militair nabestaandenpensioen ten laste van Onze Minister komt, wordt, zodra dat artikel is ingetrokken, voor de toepassing van dit besluit gelijkgesteld met een bijzonder partnerpensioen in de zin van het pensioenreglement. Het betreffende pensioen wordt voor de verdere looptijd daarvan geacht te zijn toegekend op grond van dit besluit. De inhoud van artikel H 3 van de Algemene militaire pensioenwet, zoals dat op 31 december 1995 luidde, blijft op dat bijzondere nabestaandenpensioen van toepassing. De in artikel 9, tweede lid, bedoelde korting wordt vervangen door de krachtens dat vierde lid vast te stellen korting. -**3.** Een weduwenpensioen, toegekend krachtens een vroegere militaire pensioenwet, zoals genoemd in artikel A 1, onder j, van de Algemene militaire pensioenwet, zoals die wet voor intrekking luidde, waarvan het recht op uitbetaling is vervallen in verband met een volgend huwelijk en dat bij toepassing van de voormalige artikelen Y 14a van de Algemene militaire pensioenwet of 22, zesde lid van het Besluit bijzondere voorzieningen militair nabestaandenpensioen ten laste van Onze Minister zou zijn gekomen en bij de vaststelling waarvan invaliditeit met dienstverband een rol speelt, kan op aanvraag van de weduwe opnieuw worden toegekend naar de bepalingen van dit besluit. Artikel 8, vierde lid, is op dat pensioen van toepassing. +**3.** Een weduwenpensioen, toegekend krachtens een vroegere militaire pensioenwet, zoals genoemd in artikel A 1, onder j, van de Algemene militaire pensioenwet, zoals die wet voor intrekking luidde, waarvan het recht op uitbetaling is vervallen in verband met een volgend huwelijk en dat bij toepassing van de voormalige artikelen Y 14a van de Algemene militaire pensioenwet of 22, zesde lid van het Besluit bijzondere voorzieningen militair nabestaandenpensioen ten laste van Onze Minister zou zijn gekomen en bij de vaststelling waarvan invaliditeit met dienstverband een rol speelt, kan op aanvraag van de weduwe opnieuw worden toegekend naar de bepalingen van dit besluit. Artikel 8, vierde lid, is op dat pensioen van toepassing. ### Artikel 19 -In afwijking van artikel 2, eerste lid, wordt het invaliditeitspensioen dat wordt ontleend aan een periode van werkelijke dienst die voor 1 januari 1966 met een ontslag is beëindigd berekend naar de mate van invaliditeit met dienstverband die voor de betrokkene laatstelijk is vastgesteld. Op aanvraag van de belanghebbende vindt herkeuring plaats naar de in het Besluit AO/IV daaromtrent gegeven regels. De uitslag van die herkeuring leidt niet tot een lager invaliditeitspercentage dan het percentage waarnaar het pensioen op het moment van indienen van het verzoek wordt berekend. De invaliditeitspercentages worden daarbij naar boven afgerond op veelvouden van 10. Het invaliditeitspensioen en de bijzondere invaliditeitsverhoging worden met ingang van de dag waarop de aanvraag om herkeuring is ontvangen zo nodig aangepast aan de nieuwe situatie. +In afwijking van artikel 2, eerste lid, wordt het invaliditeitspensioen dat wordt ontleend aan een periode van werkelijke dienst die voor 1 januari 1966 met een ontslag is beëindigd berekend naar de mate van invaliditeit met dienstverband die voor de betrokkene laatstelijk is vastgesteld. Op aanvraag van de belanghebbende vindt herkeuring plaats naar de in het Besluit AO/IV daaromtrent gegeven regels. De uitslag van die herkeuring leidt niet tot een lager invaliditeitspercentage dan het percentage waarnaar het pensioen op het moment van indienen van het verzoek wordt berekend. De invaliditeitspercentages worden daarbij naar boven afgerond op veelvouden van 10. Het invaliditeitspensioen en de bijzondere invaliditeitsverhoging worden met ingang van de dag waarop de aanvraag om herkeuring is ontvangen zo nodig aangepast aan de nieuwe situatie. ### Artikel 20 @@ -301,31 +273,7 @@ Indien een lopend invaliditeits- of nabestaandenpensioen krachtens een vroegere ### Artikel 21 -In aanvulling op de bij of krachtens de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Wet langdurige zorg gestelde regels, kan Onze Minister ten behoeve van de krachtens dit besluit gepensioneerde militair, die lijdt aan een ziekte of gebrek waarvoor in de zin van artikel 2, derde lid, van het Besluit AO/IV, verband met de uitoefening van de militaire dienst is aangenomen, nadere en zonodig afwijkende regels stellen op grond waarvan genoemde gepensioneerde militairen in aanmerking kunnen worden gebracht voor, naar het oordeel van Onze Minister, noodzakelijke voorzieningen ter verbetering van de levensomstandigheden en geneeskundige verstrekkingen. De door Onze Minister krachtens dit artikel te stellen regels mogen niet afwijken ten nadele van de belanghebbenden. - -### Artikel 21a - -**1.** De gewezen militair die voor 1 juli 2007 is ontslagen en bij wie als gevolg van inzet tijdens oorlogsomstandigheden of een crisisbeheersingsoperatie op een daartoe voor 1 juni 2012 gedane eerste aanvraag, invaliditeit met dienstverband is vastgesteld heeft aanspraak op een eenmalige bijzondere uitkering. - -**2.** Het bedrag van de bijzondere uitkering is gelijk aan een percentage van de grondslag overeenkomend met de mate van invaliditeit met dienstverband. - -**3.** Een mate van invaliditeit van minder dan 10% wordt voor de toekenning van de bijzondere uitkering afgerond op 5%. - -**4.** Op aanvraag van de rechthebbende wordt in afwijking van het tweede en derde lid het bedrag van de bijzondere uitkering vastgesteld op een percentage van de grondslag overeenkomend met de mate van arbeidsongeschiktheid met dienstverband zoals dat voor de rechthebbende voordat hij 65 jaar werd laatstelijk heeft gegolden, indien deze mate van arbeidsongeschiktheid hoger is dan de mate van invaliditeit met dienstverband. - -**5.** Voor de vaststelling van de bijzondere uitkering wordt de definitieve mate van invaliditeit of arbeidsongeschiktheid met dienstverband gehanteerd die op de peildatum, 1 juni 2012, na het bereiken van een medische eindtoestand is vastgesteld. - -**6.** De bijzondere uitkering wordt eenmalig vastgesteld. In afwijking van artikel 19 leidt een latere wijziging in de mate van invaliditeit niet tot aanpassing van een toegekende bijzondere uitkering. - -**7.** In voorkomend geval wordt de mate van arbeidsongeschiktheid met dienstverband bepaald op het hoogste percentage van de toepasselijke arbeidsongeschiktheidsklasse als bedoeld in artikel 21 tweede lid van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering. - -**8.** De grondslag van de bijzondere uitkering is € 125.000,–. - -**9.** In afwijking van artikel 15 wordt de bijzondere uitkering in een keer uitbetaald. - -**10.** In het geval dat de gewezen militair een schadevergoeding heeft ontvangen voor zijn invaliditeit met dienstverband als bedoeld in het eerste lid bedraagt de bijzondere uitkering slechts het meerdere boven het totaal van de reeds ontvangen materiële schadevergoeding. - -**11.** De over de bijzondere uitkering verschuldigde belasting ingevolge de Wet inkomstenbelasting 2001, de Wet op de loonbelasting 1964 en premie voor de volksverzekeringen ingevolge de Wet financiering sociale verzekeringen komen ten laste van het Rijk. +In aanvulling op de bij of krachtens de Wet voorzieningen gehandicapten en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten gestelde regels, kan Onze Minister ten behoeve van de krachtens dit besluit gepensioneerde militair, die lijdt aan een ziekte of gebrek waarvoor in de zin van artikel 2, derde lid, van het Besluit AO/IV, verband met de uitoefening van de militaire dienst is aangenomen, nadere en zonodig afwijkende regels stellen op grond waarvan genoemde gepensioneerde militairen in aanmerking kunnen worden gebracht voor, naar het oordeel van Onze Minister, noodzakelijke voorzieningen ter verbetering van de levensomstandigheden en geneeskundige verstrekkingen. De door Onze Minister krachtens dit artikel te stellen regels mogen niet afwijken ten nadele van de belanghebbenden. ### Paragraaf 7. Slotbepalingen