diff --git a/wet/wet-tot-behoud-van-cultuurbezit/BWBR0003659/README.md b/wet/wet-tot-behoud-van-cultuurbezit/BWBR0003659/README.md index 134594ca555..1f7ddd0e39c 100644 --- a/wet/wet-tot-behoud-van-cultuurbezit/BWBR0003659/README.md +++ b/wet/wet-tot-behoud-van-cultuurbezit/BWBR0003659/README.md @@ -161,7 +161,7 @@ c. bedenkingen zijn aangevoerd tegen verplaatsing naar de - buiten Nederland gel De in het eerste lid bedoelde termijn wordt opgeschort, zolang over een aanbod van de Staat tot aankoop van een beschermd voorwerp: -a. bij de rechtbank te 's-Gravenhage een procedure als bedoeld in artikel 12, tweede lid, aanhangig is, of +a. bij de rechtbank Den Haag een procedure als bedoeld in artikel 12, tweede lid, aanhangig is, of b. tussen de Staat en de eigenaar een overeenkomst tot arbitrage bestaat. **4.** Het aanvoeren van bedenkingen geldt niet als een aanbod tot aankoop, indien bij de kennisgeving daarvan een mededeling is gedaan als bedoeld in artikel 8. @@ -174,7 +174,7 @@ Vervallen **1.** Onze Minister treedt onverwijld na de kennisgeving van bedenkingen als bedoeld in artikel 7, vierde lid, met de eigenaar in onderhandeling over de koopprijs en de overige verkoopvoorwaarden. -**2.** Indien de onderhandelingen niet tot overeenstemming leiden, wordt de prijs op verzoek van de meest gerede partij vastgesteld door de rechtbank te 's-Gravenhage, tenzij de eigenaar te kennen geeft af te zien van de in artikel 7, eerste lid, bedoelde handeling of Onze Minister de daartegen aangevoerde bedenkingen intrekt. +**2.** Indien de onderhandelingen niet tot overeenstemming leiden, wordt de prijs op verzoek van de meest gerede partij vastgesteld door de rechtbank Den Haag, tenzij de eigenaar te kennen geeft af te zien van de in artikel 7, eerste lid, bedoelde handeling of Onze Minister de daartegen aangevoerde bedenkingen intrekt. **3.** Alvorens te beslissen wint de rechtbank advies van deskundigen in. De griffier zendt een afschrift van het deskundigenadvies aan de verzoeker en de wederpartij. Deze kunnen binnen een door de rechter te bepalen termijn hun beschouwingen over het advies ter griffie indienen. @@ -210,9 +210,9 @@ c. de inventarislijst die door Onze Minister wordt bijgehouden van roerende zake Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt bovendien voor: -a. beschermde monumenten en onderdelen daarvan in de zin van artikel 1 onder d van de Monumentenwet; +a. beschermde monumenten en onderdelen daarvan in de zin van artikel 1, onder d, van de Monumentenwet 1988; b. onrechtmatig opgegraven voorwerpen; -c. archiefbescheiden en onderdelen daarvan in de zin van artikel 1 onder c, nummers 1°, 2° en 3° van de Archiefwet 1995, mits zij ouder zijn dan vijftig jaren. +c. archiefbescheiden en onderdelen daarvan in de zin van artikel 1, onder c, nummers 1°, 2° en 3°, van de Archiefwet 1995, mits zij ouder zijn dan vijftig jaren. **4.** Artikel 9, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. @@ -220,7 +220,7 @@ c. archiefbescheiden en onderdelen daarvan in de zin van artikel 1 onder c, numm ### Artikel 14b -**1.** Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister of van een andere bevoegde autoriteit als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van verordening (EEG) nr. 3911/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 9 december 1992 betreffende de uitvoer van cultuurgoederen (*PbEG* L 395), cultuurgoederen die behoren tot een categorie, vermeld in de bijlage bij genoemde verordening, uit te voeren buiten het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie. +**1.** Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister of van een andere bevoegde autoriteit als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van verordening (EG) nr. 116/2009 van de Raad van de Europese Unie van 18 december 2008 betreffende de uitvoer van cultuurgoederen (PbEU L. 39), cultuurgoederen die behoren tot een categorie, vermeld in de bijlage bij genoemde verordening, uit te voeren buiten het grondgebied van de lidstaten van de Europese Unie. **2.** Onze Minister kan bepalen dat het verbod, bedoeld in het eerste lid, niet geldt ten aanzien van oudheidkundige voorwerpen ouder dan honderd jaren, die afkomstig zijn van opgravingen en vondsten op het land en in de zee dan wel van oudheidkundige locaties, wanneer deze goederen van beperkt archeologisch of wetenschappelijk belang zijn en mits zij niet rechtstreeks afkomstig zijn van opgravingen, vondsten en archeologische locaties in een lidstaat van de Europese Unie, en zij zich legaal op de markt bevinden.