2020-10-01 | BWBR0035981 | Verordening op de advocatuur
This commit is contained in:
parent
4b8f3ba9d3
commit
9eed90a7a2
1 changed files with 179 additions and 81 deletions
|
|
@ -22,6 +22,7 @@ In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
- *advocaat bij de Hoge Raad:* de advocaat, bedoeld in artikel 9j, eerste lid, van de Advocatenwet;
|
||||
- *advocatenpas:* het door de Nederlandse orde van advocaten verstrekte middel dat dient ter identificatie van de advocaat als zodanig;
|
||||
- *authenticatiemiddel:* een elektronisch middel dat een set van eigenschappen bevat waarmee de identiteit van een natuurlijk persoon kan worden vastgesteld;
|
||||
- *basistest:* de test, bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, onderdeel a;
|
||||
- *beoefenaar van een toegelaten vrij beroep:* een beroepsbeoefenaar als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, onderdelen b en c;
|
||||
- *beroepsopleiding advocaten:* de opleiding, bedoeld in artikel 9c, van de Advocatenwet;
|
||||
- *buitenstagiaire:* de stagiaire aan wie op grond van artikel 9b, derde lid, van de Advocatenwet vrijstelling is verleend van de verplichting bij een patroon kantoor te houden;
|
||||
|
|
@ -37,6 +38,7 @@ In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
|||
- *houdster-rechtspersoon:* een rechtspersoon die als feitelijke en statutaire activiteit heeft direct of indirect aandelen te houden in een praktijkrechtspersoon, lid te zijn van een coöperatie of op daarmee vergelijkbare wijze deel te nemen in een praktijkrechtspersoon;
|
||||
- *intervisie:* een gestructureerde en periodieke bespreking in een kleine groep hiërarchische gelijkwaardige professionals waarin dilemma’s en vragen over het eigen functioneren, de praktijkvoering en praktijkuitoefening centraal staan;
|
||||
- *klacht:* iedere schriftelijke uiting van ongenoegen van of namens de cliënt jegens de advocaat of de onder diens verantwoordelijkheid werkzame personen over de totstandkoming en de uitvoering van een overeenkomst van opdracht, de kwaliteit van de dienstverlening of de hoogte van de declaratie, niet zijnde een klacht als bedoeld in paragraaf 4 van de Advocatenwet;
|
||||
- *onderwijsaanbieders:* de aanbieder, bedoeld in artikel 3.24, de uitvoeringsorganisatie beroepsopleiding advocaten en een geaccrediteerde opleidingsinstelling;
|
||||
- *patroon:* de advocaat onder wiens begeleiding de stagiaire de praktijk uitoefent;
|
||||
- *peer review:* een gestructureerde inhoudelijke beoordeling van bij een advocaat in behandeling zijnde of behandelde dossiers door een reviewer, gevolgd door een gesprek tussen de advocaat en de reviewer;
|
||||
- *praktijk uitoefenen in dienst:* een advocaat die op grond van een arbeidsovereenkomst of aanstelling een werkgever heeft;
|
||||
|
|
@ -203,6 +205,40 @@ Een door de algemene raad te bepalen aantal leden van de commissie cassatie heef
|
|||
|
||||
#### Paragraaf 2.1.5a. Adviescommissie beroepsopleiding advocaten
|
||||
|
||||
### Artikel 2.19a
|
||||
|
||||
**1.** Er is een adviescommissie beroepsopleiding advocaten.
|
||||
|
||||
**2.** Een lid van de adviescommissie beroepsopleiding advocaten is geen lid van of werkzaam bij een orgaan van de Nederlandse orde van advocaten of een orgaan van de orde van advocaten.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.19b
|
||||
|
||||
De adviescommissie beroepsopleiding advocaten heeft tot taak de algemene raad gevraagd en ongevraagd te adviseren over:
|
||||
|
||||
a. de kwaliteit en de uitvoering van de beroepsopleiding advocaten;
|
||||
b. de beroepsopleiding advocaten, waaronder in ieder geval de eindtermen.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.19c
|
||||
|
||||
**1.** De algemene raad benoemt de leden van de adviescommissie beroepsopleiding advocaten voor een periode van ten hoogste vier jaar.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Bij de benoeming draagt de algemene raad er zorg voor dat in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. ten minste drie leden advocaat zijn;
|
||||
b. ten minste drie leden afkomstig zijn uit het wetenschappelijk onderwijs;
|
||||
c. één lid afkomstig is per organisatie, bedoeld in de artikelen 3.24 en 3.25;
|
||||
d. ten minste twee leden uit de rechterlijke macht.
|
||||
|
||||
**3.** Een lid kan eenmaal worden herbenoemd.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.19d
|
||||
|
||||
**1.** De algemene raad wijst uit de leden een voorzitter aan.
|
||||
|
||||
**2.** De adviescommissie beroepsopleiding advocaten stelt haar werkwijze vast in overleg met de algemene raad.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 2.1.6. Overige adviescommissies
|
||||
|
||||
### Artikel 2.20
|
||||
|
|
@ -267,7 +303,8 @@ De algemene raad voorziet in het secretariaat van:
|
|||
|
||||
a. het dekenberaad;
|
||||
b. de commissie cassatie;
|
||||
c. de adviescommissie regelgeving.
|
||||
c. de adviescommissie regelgeving;
|
||||
d. de adviescommissie beroepsopleiding advocaten.
|
||||
|
||||
**2.** De algemene raad kan voorzien in het secretariaat van de raad van advies en de overige adviescommissies, bedoeld in artikel 2.20.
|
||||
|
||||
|
|
@ -299,13 +336,9 @@ b. de indeling in categorieën, afhankelijk van de hoogte van het bruto-inkomen
|
|||
|
||||
### Artikel 2.28
|
||||
|
||||
**1.** De uitvoeringsorganisatie brengt aan de stagiaire die deelneemt aan de beroepsopleiding advocaten, respectievelijk het in artikel 3.19, eerste lid, genoemde examen, cursus- en examengeld in rekening. De factuur voor het cursus- en examengeld kan op naam worden gesteld van het kantoor van de stagiaire.
|
||||
**1.** De uitvoeringsorganisatie brengt aan de stagiaire die deelneemt aan de beroepsopleiding advocaten, respectievelijk het in artikel 3.19, eerste lid, genoemde examen, cursus- en examengeld in rekening voor het voorportaal, met uitzondering van de basistest, en de onderwijsonderdelen, bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, aanhef en onderdeel b. De aanbieder, bedoeld in artikel 3.23, brengt aan de stagiaire, bedoeld in de eerste volzin, het verschuldigde bedrag voor de basistest in rekening. De factuur kan op naam worden gesteld van het kantoor van de stagiaire.
|
||||
|
||||
**2.** De hoogte van het cursus- en examengeld wordt vastgesteld door de algemene raad.
|
||||
|
||||
**3.** Bij tussentijdse beëindiging van deelname aan de beroepsopleiding advocaten blijft de advocaat het cursus- en examengeld onverminderd verschuldigd.
|
||||
|
||||
**4.** De algemene raad kan van het derde lid afwijken in gevallen waarin toepassing daarvan zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
|
||||
**2.** De hoogte van het cursus- en examengeld onderscheidenlijk het verschuldigde bedrag voor de basistest wordt vastgesteld door de algemene raad.
|
||||
|
||||
### Artikel 2.29
|
||||
|
||||
|
|
@ -325,9 +358,9 @@ De algemene raad kent vacatiegeld en een reiskostenvergoeding toe aan:
|
|||
|
||||
a. de leden van een raad van discipline en het hof van discipline die tevens advocaat zijn;
|
||||
b. de leden en plaatsvervangende leden van het college van afgevaardigden en de leden van het college van afgevaardigden die zijn benoemd in de financiële commissie, bedoeld in artikel 32, derde lid, van de Advocatenwet;
|
||||
c. de leden van de raad van advies en de commissie civiele cassatie;
|
||||
c. de leden van de raad van advies en de adviescommissie civiele cassatie;
|
||||
d. de leden van de redactie van het Advocatenblad die tevens advocaat zijn;
|
||||
e. de leden van de Stichting beroepsopleiding advocaten.
|
||||
e. de leden van de adviescommissie beroepsopleiding advocaten.
|
||||
|
||||
**2.** Onder plaatsvervangende leden als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt verstaan: als zodanig gekozen leden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -501,11 +534,24 @@ d. zodra de patroon en de stagiaire niet langer in hetzelfde arrondissement zijn
|
|||
|
||||
**1.** De raad van de orde is belast met de goedkeuring van de stage en de beoogd patroon.
|
||||
|
||||
**2.** De stagiaire dient het verzoek om goedkeuring van de stage en de beoogd patroon in, door middel van een door de algemene raad vastgesteld formulier met daarbij over te leggen stukken.
|
||||
**2.** De stagiaire dient het verzoek om goedkeuring van de stage en de beoogd patroon in, door middel van een door de algemene raad vastgesteld formulier. Het formulier wordt medeondertekend door de beoogd patroon. De algemene raad stelt nadere regels met betrekking tot de bij het verzoek te verstrekken gegevens.
|
||||
|
||||
**3.** Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op een verzoek van de stagiaire om wijziging van de patroon.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.5a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Een beoogd patroon heeft in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek om goedkeuring, bedoeld in artikel 3.5, tweede lid, een cursus voor patroons gevolgd.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Een cursus als bedoeld in het eerste lid is gevolgd, indien de beoogd patroon ten minste zes uur onderwijs heeft gevolgd dat het patroonschap voor een stagiaire ten goede komt en:
|
||||
|
||||
a. dat onderwijs is gegeven door een of meerdere deskundige docenten; en
|
||||
b. de identiteit en de aanwezigheid van de deelnemers zijn vastgesteld.
|
||||
|
||||
**3.** In afwijking van het tweede lid, aanhef, geldt voor de duur van een cursus ten minste drie uur onderwijs, indien de beoogd patroon in de drie jaar voorafgaand aan de cursus reeds een in het tweede lid bedoelde cursus heeft gevolgd.
|
||||
|
||||
**4.** De algemene raad kan nadere regels stellen over de inhoud van de cursus, bedoeld in het tweede en derde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.6
|
||||
|
||||
|
|
@ -516,11 +562,10 @@ De raad van de orde kan de goedkeuring, bedoeld in artikel 3.5, onthouden indien
|
|||
a. aan de beoogd patroon of zijn kantoor tuchtrechtelijke of strafrechtelijke sancties zijn opgelegd;
|
||||
b. over de beoogd patroon tuchtrechtelijke klachten zijn ontvangen of met betrekking tot hem of zijn kantoor onregelmatigheden of gegronde bedenkingen zijn gebleken;
|
||||
c. de beoogd patroon korter dan een periode van zeven jaar in Nederland als advocaat is ingeschreven of ingeschreven is geweest;
|
||||
d. de beoogd patroon geen cursus of opleiding voor patroons heeft gevolgd;
|
||||
e. de beoogd patroon reeds patroon is hetzij van een buitenstagiaire, hetzij van een stagiaire-ondernemer;
|
||||
f. de beoogd patroon reeds patroon is van twee of meer stagiaires en de duur van de stage van een van die stagiaires korter is dan een jaar;
|
||||
g. de beoogd patroon niet geschikt wordt geacht als patroon;
|
||||
h. op andere gronden te verwachten valt dat er onvoldoende begeleiding zal zijn in de uitoefening van de praktijk.
|
||||
d. de beoogd patroon reeds patroon is hetzij van een buitenstagiaire, hetzij van een stagiaire-ondernemer;
|
||||
e. de beoogd patroon reeds patroon is van twee of meer stagiaires en de duur van de stage van een van die stagiaires korter is dan een jaar;
|
||||
f. de beoogd patroon niet geschikt wordt geacht als patroon;
|
||||
g. op andere gronden te verwachten valt dat er onvoldoende begeleiding zal zijn in de uitoefening van de praktijk.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de advocaat is ingeschreven overeenkomstig artikel 2a van de Advocatenwet bedraagt de periode, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, vier jaar.
|
||||
|
||||
|
|
@ -528,10 +573,13 @@ h. op andere gronden te verwachten valt dat er onvoldoende begeleiding zal zijn
|
|||
|
||||
De raad van de orde onthoudt de goedkeuring in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. indien de beoogd patroon korter dan een aaneengesloten periode van vijf jaar in Nederland als advocaat is ingeschreven of ingeschreven is geweest;
|
||||
b. in geval van een buitenstagiaire of stagiaire-ondernemer, indien de beoogd patroon korter dan een periode van zeven jaar in Nederland als advocaat is ingeschreven of ingeschreven is geweest.
|
||||
a. indien de beoogd patroon geen cursus als bedoeld in artikel 3.5a, eerste lid, heeft gevolgd;
|
||||
b. indien de beoogd patroon korter dan een aaneengesloten periode van vijf jaar in Nederland als advocaat is ingeschreven of ingeschreven is geweest;
|
||||
c. in geval van een buitenstagiaire of stagiaire-ondernemer, indien de beoogd patroon korter dan een periode van zeven jaar in Nederland als advocaat is ingeschreven of ingeschreven is geweest.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de advocaat is ingeschreven overeenkomstig artikel 2a van de Advocatenwet bedraagt de periode, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, twee jaar en de periode, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, vier jaar.
|
||||
**4.** Indien de advocaat is ingeschreven overeenkomstig artikel 2a van de Advocatenwet bedraagt de periode, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, twee jaar en de periode, bedoeld in het derde lid, onderdeel c, vier jaar.
|
||||
|
||||
**5.** De algemene raad kan een beleidsregel vaststellen omtrent het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.7
|
||||
|
||||
|
|
@ -545,17 +593,15 @@ Indien de patroon in de uitoefening van de praktijk is geschorst, de praktijk ni
|
|||
|
||||
**2.** De stagiaire informeert de raad van de orde indien de stage tussentijds is geëindigd of van rechtswege is opgeschort, met uitzondering van de situaties, bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, onderdeel c, en artikel 3.13, zesde lid.
|
||||
|
||||
**3.** De stagiaire verricht de hem door de patroon of werkgever opgedragen werkzaamheden, met dien verstande dat de nakoming van de verplichtingen, genoemd in artikel 3.13, tweede lid, voorrang heeft. Hij verleent zijn medewerking aan de naleving van artikel 3.13, negende lid, door zijn patroon.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.9
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
De stagiaire is aan het eind van de stage in staat zelfstandig en naar behoren de praktijk uit te oefenen en heeft gedurende de stage ten minste de volgende praktijkervaring opgedaan:
|
||||
|
||||
De stagiaire is aan het eind van de stage in staat zelfstandig en naar behoren de praktijk uit te oefenen en heeft ten minste de volgende praktijkervaring opgedaan:
|
||||
|
||||
a. hij is vijf keer in rechte opgetreden in procedures op tegenspraak en de patroon heeft ten minste één pleidooi of mondelinge behandeling bijgewoond;
|
||||
b. hij heeft tien processtukken vervaardigd;
|
||||
c. hij heeft op twee van de drie van de in artikel 3.15, eerste lid, onderdeel b, bedoelde hoofdrichtingen ervaring opgedaan of, indien dat niet mogelijk is, op meerdere rechtsgebieden binnen een hoofdrichting.
|
||||
|
||||
**2.** De stagiaire verricht de hem door de patroon of werkgever opgedragen werkzaamheden, met dien verstande dat de nakoming van de verplichtingen, genoemd in artikel 3.13, tweede lid, voorrang heeft.
|
||||
a. hij is vijf keer in rechte opgetreden in procedures op tegenspraak en de patroon heeft ten minste één mondelinge behandeling bijgewoond;
|
||||
b. hij heeft tien stukken, waaronder ten minste zeven processtukken, vervaardigd;
|
||||
c. hij heeft op twee van de drie rechtsgebieden burgerlijk recht en burgerlijk procesrecht, bestuursrecht en bestuursprocesrecht of strafrecht en strafprocesrecht ervaring opgedaan of, indien dat niet mogelijk is, op meerdere sub-rechtsgebieden binnen een van deze rechtsgebieden.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.10
|
||||
|
||||
|
|
@ -605,33 +651,67 @@ b. stagiaire-ondernemer of buitenstagiaire is, brengt ten minste eenmaal per zes
|
|||
|
||||
**8.** De patroon werkt mee aan de opleiding van een stagiaire en verleent zijn medewerking tevens aan de opleidingsmaatregelen op grond van artikel 3.14, eerste lid.
|
||||
|
||||
**9.** De patroon draagt er zorg voor dat de stagiaire ten minste drie keer een optreden in rechte van een advocaat in een procedure op tegenspraak bijwoont. De advocaat, bedoeld in de eerste volzin, is ten minste een aaneengesloten periode van vijf jaar in Nederland als advocaat ingeschreven of ingeschreven geweest. Indien de advocaat, bedoeld in de eerste volzin, is ingeschreven overeenkomstig artikel 2a van de Advocatenwet, bedraagt de periode, bedoeld in de tweede volzin, twee jaar.
|
||||
|
||||
### Afdeling 3.2. Beroepsopleiding advocaten
|
||||
|
||||
### Artikel 3.14
|
||||
|
||||
**1.** De algemene raad stelt een opleidingsreglement vast, waarin de inhoud van de beroepsopleiding advocaten, de cursusonderdelen, de omvang ervan en de opleidingsmaatregelen zijn opgenomen. De eindtermen, de exameneisen en het curriculum van de beroepsopleiding advocaten zijn daaronder begrepen. In het opleidingsreglement kunnen de taken van een uitvoeringsorganisatie als bedoeld in artikel 3.23, worden opgenomen en bevoegdheden betreffende het onderwijs worden gedelegeerd.
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
**2.** De algemene raad stelt een examenreglement vast met regels over de inrichting en de organisatie van het examen, de wijze en tijdstippen waarop daaraan kan worden deelgenomen, de wijze waarop het examen wordt afgenomen en de instelling, samenstelling en taken van de examencommissie en de delegatie van bevoegdheden betreffende het examen aan de examencommissie.
|
||||
De beroepsopleiding advocaten omvat:
|
||||
|
||||
a. een voorportaal, bestaand uit een basistest en eventueel studiebegeleiding;
|
||||
b. onderwijsonderdelen, bestaande uit:
|
||||
|
||||
1°. ethiek;
|
||||
2°. algemene vaardigheden;
|
||||
3°. kantoorspecifieke vaardigheden;
|
||||
4°. juridisch-inhoudelijke kennis;
|
||||
5°. voorbereiding integratieve dagen; en
|
||||
6°. integratieve dagen.
|
||||
|
||||
**2.** Een negatieve uitkomst van de basistest in het voorportaal vormt geen belemmering voor het volgen van de onderwijsonderdelen van de beroepsopleiding advocaten.
|
||||
|
||||
**3.** De beroepsopleiding advocaten vangt tweemaal per jaar aan.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.15
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De beroepsopleiding advocaten omvat de volgende onderdelen:
|
||||
De algemene raad stelt het curriculum vast. Het curriculum bevat:
|
||||
|
||||
a. vaardigheden en ethiek;
|
||||
b. de hoofdrichtingen burgerlijk recht en burgerlijk procesrecht, bestuursrecht en bestuursprocesrecht of strafrecht en strafprocesrecht;
|
||||
c. overige cognitieve vakken.
|
||||
a. de inhoud van de onderdelen van de beroepsopleiding advocaten, bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b;
|
||||
b. nadere regels over de onderwijsonderdelen en de omvang ervan;
|
||||
c. de eindtermen;
|
||||
d. nadere invulling van de onderdelen van het examen.
|
||||
|
||||
**2.** Het onderwijs van de beroepsopleiding advocaten vangt tweemaal per jaar aan.
|
||||
**2.** De algemene raad stelt een opleidingsreglement vast met de procedures en rechten en plichten met betrekking tot de beroepsopleiding advocaten.
|
||||
|
||||
**3.** In het opleidingsreglement kunnen taken worden opgedragen en bevoegdheden betreffende het onderwijs worden toegekend aan onderwijsaanbieders.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.15a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De algemene raad stelt een examenreglement vast over:
|
||||
|
||||
a. de inrichting en de organisatie van de basistest en het examen, bedoeld in artikel 3.19;
|
||||
b. de wijze waarop daaraan kan worden deelgenomen;
|
||||
c. de wijze waarop de basistest en het examen wordt afgenomen;
|
||||
d. de wijze waarop en de termijn waarbinnen de uitslag bekend wordt gemaakt alsmede of en op welke wijze van deze termijn kan worden afgeweken;
|
||||
e. de wijze waarop en de termijn gedurende welke de stagiaire die de basistest of een schriftelijk onderdeel van het examen heeft afgelegd, inzage verkrijgt in zijn beoordeelde werk;
|
||||
f. de mogelijkheid van een herbeoordeling van de basistest of examen;
|
||||
g. de geldigheidsduur van de studieresultaten;
|
||||
h. de instelling, de samenstelling en de taken van de examencommissie.
|
||||
|
||||
**2.** De examencommissie heeft in ieder geval tot taak op objectieve en deskundige wijze vast te stellen of een stagiaire voldoet aan de eindtermen en de uit het opleidingsreglement voortvloeiende opleidingsverplichtingen die nodig zijn voor het verkrijgen van het certificaat, bedoeld in artikel 3.21, eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** De algemene raad kan in het examenreglement bevoegdheden betreffende het examen delegeren of toekennen aan de examencommissie.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.16
|
||||
|
||||
**1.** Een stagiaire schrijft zich voor of bij aanvang van de stage bij de uitvoeringsorganisatie in voor de beroepsopleiding advocaten via de Nederlandse orde van advocaten.
|
||||
**1.** Een stagiaire schrijft zich voor of bij aanvang van de stage bij de uitvoeringsorganisatie in voor de beroepsopleiding advocaten via de Nederlandse orde van advocaten. Indien een stagiaire voorafgaand aan de aanvang van de beroepsopleiding de basistest heeft afgelegd, legt hij bij de inschrijving, doch uiterlijk voor aanvang van de beroepsopleiding hiervan een bewijsstuk over. Het bewijsstuk dient bij aanvang van de beroepsopleiding advocaten niet ouder te zijn dan één jaar.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -644,25 +724,27 @@ d. de algemene raad de deelname aan de beroepsopleiding advocaten niet heeft be
|
|||
|
||||
**3.** Een stagiaire die niet meer is toegelaten tot de beroepsopleiding advocaten behoudt zijn toetskansen.
|
||||
|
||||
**4.** De algemene raad kan van het tweede lid, aanhef en onderdelen b en c, afwijken in gevallen waarin toepassing daarvan zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
|
||||
**4.** De algemene raad stelt nadere regels vast omtrent het bewijsstuk, bedoeld in het eerste lid, tweede volzin.
|
||||
|
||||
**5.** De algemene raad kan van het tweede lid, aanhef en onderdelen b en c, afwijken in gevallen waarin toepassing daarvan zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.17
|
||||
|
||||
**1.** De stagiaire neemt deel aan het onderwijs in alle onderdelen van de beroepsopleiding advocaten en bereidt zich op de in het opleidingsreglement voorgeschreven wijze voor.
|
||||
**1.** De stagiaire neemt deel aan alle in artikel 3.14, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, bedoelde onderdelen van de beroepsopleiding advocaten.
|
||||
|
||||
**2.** De stagiaire neemt deel aan het onderwijs van de eerste cyclus van de beroepsopleiding advocaten die na aanvang van de stage wordt aangeboden.
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid neemt de stagiaire, bedoeld in artikel 3.16, eerste lid, tweede volzin, deel aan het in artikel 3.14, eerste lid, aanhef en onderdeel b, bedoelde onderdeel van de beroepsopleiding.
|
||||
|
||||
**3.** De stagiaire die niet direct na aanvang van de stage het onderwijs in de onderscheiden onderdelen van de beroepsopleiding advocaten volgt, wordt geacht de voor dat onderdeel afgenomen toetsen niet te hebben behaald.
|
||||
**3.** De stagiaire neemt deel aan de eerste cyclus van de beroepsopleiding advocaten die na aanvang van de stage wordt aangeboden.
|
||||
|
||||
**4.** Met deelname aan het onderwijs in de onderdelen, genoemd in artikel 3.15, eerste lid, onderdelen b en c, wordt gelijkgesteld het deelnemen aan onderwijs in die onderdelen bij een geaccrediteerde opleiding als bedoeld in artikel 3.25.
|
||||
**4.** De stagiaire die niet direct na aanvang van de stage deelneemt aan de beroepsopleiding advocaten, wordt geacht de aangeboden toetsen niet te hebben behaald.
|
||||
|
||||
**5.** De algemene raad kan van het tweede of derde lid afwijken indien toepassing daarvan zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
|
||||
**5.** De algemene raad kan van het derde en vierde lid afwijken indien toepassing daarvan zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.18
|
||||
|
||||
**1.** De algemene raad kan op schriftelijk verzoek van de stagiaire geheel of gedeeltelijk vrijstelling verlenen van de verplichting tot het deelnemen aan het onderwijs, bedoeld in artikel 3.17, eerste en tweede lid. Deze vrijstelling houdt geen vrijstelling in van de verplichting in alle onderdelen van het examen een toets af te leggen.
|
||||
**1.** De algemene raad kan op schriftelijk verzoek van de stagiaire geheel of gedeeltelijk vrijstelling verlenen van de verplichting tot het deelnemen aan onderwijsonderdelen. Deze vrijstelling houdt geen vrijstelling in van de verplichting om alle toetsen, en de daartoe voorgeschreven voorbereiding, van het in artikel 3.19 bedoelde examen af te leggen.
|
||||
|
||||
**2.** Vrijstelling wordt verleend indien de stagiaire genoegzaam aantoont op grond van opleiding en praktijkervaring op elk van de rechtsgebieden waarvoor vrijstelling wordt verzocht een gelijkwaardige theoretische en praktische bekwaamheid te hebben verworven.
|
||||
**2.** Vrijstelling wordt verleend indien de stagiaire genoegzaam aantoont op grond van opleiding en praktijkervaring op het onderwijsonderdeel waarvoor vrijstelling wordt verzocht een gelijkwaardige theoretische en praktische bekwaamheid te hebben verworven.
|
||||
|
||||
**3.** De algemene raad wint advies in van de examencommissie, indien de aard van het verzoek daartoe aanleiding geeft.
|
||||
|
||||
|
|
@ -670,41 +752,44 @@ d. de algemene raad de deelname aan de beroepsopleiding advocaten niet heeft be
|
|||
|
||||
### Artikel 3.19
|
||||
|
||||
**1.** Aan de beroepsopleiding advocaten is een examen verbonden dat bestaat uit een aantal per onderdeel af te nemen toetsen.
|
||||
**1.** Aan de beroepsopleiding advocaten is een examen verbonden dat bestaat uit een aantal toetsen ten aanzien van de onderwijsonderdelen. De basistest is geen toets als bedoeld in de eerste volzin.
|
||||
|
||||
**2.** Een stagiaire legt in alle onderdelen van het examen een toets af.
|
||||
**2.** De stagiaire neemt deel aan de eerste toetsgelegenheid van het onderwijsonderdeel.
|
||||
|
||||
**3.** De stagiaire wordt tot de onderscheiden examenonderdelen toegelaten indien hij aan de verplichtingen, genoemd in artikel 3.17, eerste lid, heeft voldaan of hem daarvoor een vrijstelling als bedoeld in artikel 3.18, eerste lid, is verleend.
|
||||
**3.** Indien de toets, bedoeld in het tweede lid, niet is behaald neemt de stagiaire deel aan de eerstvolgende gelegenheid die wordt geboden.
|
||||
|
||||
**4.** De stagiaire neemt deel aan de eerste toetsgelegenheid van het onderdeel direct nadat hij het onderwijs in dat onderdeel heeft gevolgd.
|
||||
**4.** De stagiaire kan per onderdeel ten hoogste driemaal een toets afleggen.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de toets, bedoeld in het vierde lid, niet is gehaald, neemt de stagiaire deel aan de eerstvolgende toetsgelegenheid die wordt geboden.
|
||||
**5.** Indien de stagiaire geen gebruik maakt van de voor hem geldende gelegenheid, bedoeld in het tweede en derde lid, wordt de toets als niet behaald beschouwd.
|
||||
|
||||
**6.** De stagiaire kan per onderdeel ten hoogste drie maal een toets afleggen.
|
||||
**6.** Indien vrijstelling van onderwijs als bedoeld in artikel 3.18, eerste lid, is verleend, neemt de stagiaire deel aan de eerste toetsgelegenheid nadat de vrijstelling is verleend.
|
||||
|
||||
**7.** Indien de stagiaire geen gebruik maakt van de voor hem geldende toetsgelegenheid, bedoeld in het vierde en vijfde lid, wordt de toets als niet behaald beschouwd.
|
||||
|
||||
**8.** Indien vrijstelling van onderwijs als bedoeld in artikel 3.18, eerste lid, is verleend, of het onderwijs van een geaccrediteerde opleiding wordt gevolgd, zijn het vierde en vijfde lid van overeenkomstige toepassing, alsof het onderwijs bij de beroepsopleiding advocaten is gevolgd.
|
||||
|
||||
**9.** De algemene raad kan afwijken van het derde tot en met achtste lid in gevallen waarin toepassing daarvan zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
|
||||
**7.** De algemene raad kan afwijken van het derde tot en met zesde lid in gevallen waarin toepassing daarvan zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.20
|
||||
|
||||
**1.** De algemene raad kan op schriftelijk verzoek van de stagiaire gehele of gedeeltelijke vrijstelling verlenen van de in artikel 3.19, tweede lid, bedoelde verplichting om in alle onderdelen van het examen een toets af te leggen.
|
||||
|
||||
**2.** De vrijstelling houdt tevens in een vrijstelling van de verplichting tot het deelnemen aan het onderwijs in het betreffende onderdeel van de beroepsopleiding advocaten.
|
||||
**2.** De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, houdt tevens in een vrijstelling van de verplichting tot het deelnemen aan het onderwijs in het betreffende onderwijsonderdeel van de beroepsopleiding advocaten.
|
||||
|
||||
**3.** De algemene raad kan voorwaarden verbinden aan de vrijstelling, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
**3.** De algemene raad wint advies in van de examencommissie, indien de aard van het verzoek daartoe aanleiding geeft.
|
||||
|
||||
**4.** De algemene raad kan voorwaarden verbinden aan de vrijstelling, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.21
|
||||
|
||||
**1.** De stagiaire die het examen met gunstig gevolg heeft afgelegd, ontvangt van de algemene raad het certificaat beroepsopleiding advocaten.
|
||||
**1.** De algemene raad verstrekt aan de stagiaire het certificaat beroepsopleiding advocaten.
|
||||
|
||||
**2.** In het examenreglement, bedoeld in artikel 3.14, tweede lid, kan de algemene raad de verstrekking van de certificaten, bedoeld in het eerste lid, delegeren aan de examencommissie.
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De algemene raad geeft geen certificaat af dan nadat:
|
||||
|
||||
a. de examencommissie heeft geoordeeld dat de stagiaire alle toetsen als bedoeld in artikel 3.19, eerste lid, met goed gevolg heeft afgelegd; en
|
||||
b. de onderwijsaanbieder of onderwijsaanbieders hebben verklaard dat de stagiaire aan alle opleidingsverplichtingen heeft voldaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.22
|
||||
|
||||
**1.** De algemene raad kan een persoon die is geschrapt op grond van artikel 8c, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Advocatenwet, desgevraagd, binnen twee jaar na de schrapping, nog ten hoogste tweemaal toelaten tot een toets in de nog niet behaalde examenonderdelen, tenzij daardoor het aantal toetskansen, bedoeld in artikel 3.19, zesde lid, wordt overschreden.
|
||||
**1.** De algemene raad kan een stagiaire die is geschrapt op grond van artikel 8c, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Advocatenwet, desgevraagd, binnen twee jaar na de schrapping, nog ten hoogste tweemaal toelaten tot een toets in de nog niet behaalde examenonderdelen voor de onderwijsonderdelen, tenzij daardoor het aantal gelegenheden, bedoeld in artikel 3.19, vierde lid, wordt overschreden.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -715,45 +800,47 @@ b. de afwijzing naar het oordeel van de algemene raad zou leiden tot een onbilli
|
|||
|
||||
### Afdeling 3.2a. Kwaliteits- en accreditatiekader beroepsopleiding advocaten
|
||||
|
||||
### Artikel 3.22a
|
||||
|
||||
De algemene raad stelt een kwaliteits- en accreditatiekader vast voor de onderwijsaanbieders die de beroepsopleiding advocaten of onderdelen daarvan verzorgen. Het kwaliteits- en accreditatiekader omvat regels over:
|
||||
|
||||
a. de beoordeling van bestaande onderwijsaanbieders;
|
||||
b. de accreditatie van nieuwe onderwijsaanbieders;
|
||||
c. beoordelingsstandaarden.
|
||||
|
||||
### Afdeling 3.3. Organisatie beroepsopleiding advocaten
|
||||
|
||||
### Artikel 3.23
|
||||
|
||||
De Nederlandse orde van advocaten sluit een overeenkomst met een uitvoeringsorganisatie over de uitvoering van de beroepsopleiding advocaten, met inbegrip van de bevoegdheid om examens af te nemen en met inachtneming van het in de Advocatenwet en bij of krachtens deze verordening bepaalde.
|
||||
De Nederlandse orde van advocaten sluit een overeenkomst met een aanbieder over de uitvoering van de basistest.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.24
|
||||
|
||||
De algemene raad wijst een organisatie aan die tot taak heeft:
|
||||
|
||||
a. de kwaliteit en de uitvoering van de beroepsopleiding advocaten door de uitvoeringsorganisatie en de geaccrediteerde opleidingsinstellingen te beoordelen;
|
||||
b. de Nederlandse orde van advocaten gevraagd en ongevraagd te adviseren over de beroepsopleiding advocaten, waaronder in ieder geval de eindtermen en toetstermen.
|
||||
De Nederlandse orde van advocaten sluit een overeenkomst met een uitvoeringsorganisatie over de uitvoering van de beroepsopleiding advocaten, met uitzondering van de basistest.
|
||||
|
||||
### Afdeling 3.4. Accreditatie beroepsopleiding advocaten
|
||||
|
||||
### Artikel 3.25
|
||||
|
||||
**1.** Een opleidingsinstelling die de in artikel 3.15, eerste lid, onderdelen b en c, genoemde onderdelen van de beroepsopleiding advocaten aan wil bieden, doet een aanvraag om de opleiding te accrediteren bij de algemene raad.
|
||||
**1.** Een opleidingsinstelling die de onderwijsonderdelen, bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, aanhef en onderdeel b, onder 3°, 4° en 5°, aan wil bieden, doet een aanvraag om de opleiding te accrediteren bij de algemene raad.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
De aanvraag wordt in ieder geval vergezeld van:
|
||||
|
||||
a. een advies over de kwaliteit van de opleiding, gegeven door een door de algemene raad aangewezen adviesbureau;
|
||||
b. een beschrijving van de opleiding, de vakken, de docenten en de lesmethode.
|
||||
**2.** De aanvraag wordt in ieder geval vergezeld van een beschrijving van de onderwerpen, bedoeld in artikel 3.22a.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De algemene raad verleent de accreditatie indien:
|
||||
|
||||
a. de opleiding ten minste een van de in artikel 3.15, eerste lid, onderdeel b, genoemde hoofdrichtingen omvat;
|
||||
b. de opleidingsinstelling en de opleiding voldoen aan de door de algemene raad vastgestelde accreditatievoorwaarden, bedoeld in het vierde lid; en
|
||||
a. de opleiding de onderwijsonderdelen, bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, aanhef en onderdeel b, onder 3°, 4° en 5°, omvat;
|
||||
b. de opleidingsinstelling en de opleiding voldoen aan het door de algemene raad vastgestelde kwaliteits- en accreditatiekader, bedoeld in artikel 3.22a; en
|
||||
c. de continuïteit van het onderwijs is gewaarborgd.
|
||||
|
||||
**4.** Aan de accreditatie kan de algemene raad voorwaarden verbinden. Deze voorwaarden kunnen onder meer zien op de duur van de accreditatie, het verlenen van medewerking bij onderzoeken naar de kwaliteit van de opleiding en een verslagleggingsplicht.
|
||||
**4.** Accreditatie wordt voor ten hoogste zes jaar verleend en kan telkens voor ten hoogste zes jaar worden verlengd.
|
||||
|
||||
**5.** De algemene raad kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de beoordeling van de aanvraag en het verlenen van de accreditatie.
|
||||
**5.** De algemene raad kan voorwaarden verbinden aan de accreditatie.
|
||||
|
||||
**6.** De algemene raad kan de accreditatie intrekken indien naar zijn oordeel niet wordt voldaan aan de eisen, voorwaarden en regels, bedoeld in het derde, vierde respectievelijk vijfde lid, dan wel de opleidingsinstelling of de inhoud van de opleiding anderszins niet voldoen.
|
||||
**6.** De algemene raad kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de procedure omtrent het verlenen en verlengen van de accreditatie.
|
||||
|
||||
**7.** De algemene raad kan de accreditatie intrekken indien naar zijn oordeel niet wordt voldaan aan de bij of krachtens het derde en vijfde lid gestelde regels, dan wel de opleidingsinstelling of de inhoud van de opleiding anderszins niet voldoen.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 4. Vakbekwaamheid van de advocaat
|
||||
|
||||
|
|
@ -1652,10 +1739,10 @@ Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede van de Dienstenwet i
|
|||
|
||||
a. de verklaring dat de stage is voltooid, bedoeld in artikel 3.2, tweede lid;
|
||||
b. de goedkeuring van de stage en de beoogd patroon, bedoeld in artikel 3.5, eerste lid;
|
||||
c. de vrijstelling van het onderwijs, bedoeld in artikel 3.18;
|
||||
c. de vrijstelling van onderwijsonderdelen, bedoeld in artikel 3.18;
|
||||
d. de vrijstelling van het examen, bedoeld in artikel 3.20;
|
||||
e. de accreditatie van een opleiding, bedoeld in artikel 3.25;
|
||||
f. de vrijstelling van de opleidingspunten bij civiele cassatie, bedoeld in artikel 4.9, tweede lid, en de vrijstelling van de praktijkeisen, bedoeld in artikel 4.14, tweede lid.
|
||||
f. de vrijstelling van de opleidingspunten bij civiele cassatie, bedoeld in artikel 4.11, derde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.3
|
||||
|
||||
|
|
@ -1706,11 +1793,22 @@ Besluiten genomen op grond van Stageverordening 2012 worden aangemerkt als beslu
|
|||
|
||||
### Artikel 9.2a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Op een stagiaire die uiterlijk in september 2020 de beroepsopleiding advocaten aanvangt en met ingang van 1 oktober 2020 zonder onderbreking op het tableau staat ingeschreven, en op zijn patroon blijft het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2.28, 3.8 en 3.9 en afdeling 3.2, zoals deze artikelen luidden op 30 september 2020, van toepassing totdat hij aan de daaruit voortvloeiende verplichtingen heeft voldaan.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid kan de algemene raad de stagiaire, bedoeld in het eerste lid, die op 1 september 2023 niet in het bezit is van het certificaat beroepsopleiding advocaten, alternatieve maatregelen aanbieden ter afronding van de beroepsopleiding.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Onverminderd artikel 9.1, vierde en vijfde lid, kan de algemene raad een stagiaire op zijn verzoek toelaten tot de beroepsopleiding op grond van de regelgeving, zoals deze gold op 30 september 2020, indien hij:
|
||||
|
||||
a. met onderbreking staat ingeschreven op het tableau; en
|
||||
b. met de beroepsopleiding, op grond van de regelgeving, zoals deze gold op 30 september 2020, was begonnen.
|
||||
|
||||
**4.** Onverminderd artikel 9.1, eerste lid, blijft op een stagiaire die in het bezit is van het certificaat beroepsopleiding advocaten op grond van de beroepsopleiding advocaten, zoals deze gold tot 1 oktober 2020, het bepaalde bij of krachtens de artikelen 3.2, 3.8 en 3.9, zoals deze artikelen luidden op 30 september 2020, van toepassing totdat hij aan de daaruit voortvloeiende verplichtingen heeft voldaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.2b
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Op een geaccrediteerde opleidingsinstelling die vóór 1 oktober 2020 de onderdelen van de beroepsopleiding advocaten, bedoeld in artikel 3.15, eerste lid onderdelen b en c, zoals dit artikel luidde op 30 september 2020, mag aanbieden, blijft het bepaalde bij of krachtens artikel 3.25, zoals dit artikel luidde op 30 september 2020, van toepassing voor de resterende duur van de accreditatie.
|
||||
|
||||
### Afdeling 9.2. Samenwerking
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue