2025-11-01 | BWBR0006516 | Besluit algemene rechtspositie politie

This commit is contained in:
Coornhert 2025-11-01 12:00:00 +00:00
parent b402090203
commit 9f020d7801

View file

@ -436,45 +436,44 @@ b. Nieuwjaarsdag, Tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, Tweede Pinksterdag, de beide k
**7.** Het aantal te werken uren, bedoeld in het vijfde en zesde lid, wordt rekenkundig op hele uren afgerond.
**8.** Het bevoegd gezag stelt voorafgaand aan ieder kalenderjaar voor de bij hem werkzame ambtenaren een indicatief jaarrooster op, waarin voor iedere ambtenaar wordt vermeld op welke dagen hij zal werken en op welke dagen hij vrij zal zijn in dat kalenderjaar. De ambtenaar kan aan dit indicatieve jaarrooster geen rechten ontlenen.
**8.** Uiterlijk 28 dagen voor aanvang van de periode van 28 dagen waarop het betrekking heeft, maakt het bevoegd gezag het perioderooster bekend waarin op grond van artikel 4:2, derde lid, van de Arbeidstijdenwet de vrije zondagen en wekelijkse rust worden vastgesteld. Een verschuiving van een vastgestelde vrije zondag of wekelijkse rust wordt vastgesteld in het dienstrooster, bedoeld in het negende lid.
**9.** Uiterlijk 28 dagen voor aanvang van de periode van 28 dagen waarop het betrekking heeft, maakt het bevoegd gezag het perioderooster bekend waarin op grond van artikel 4:2, derde lid, van de Arbeidstijdenwet de vrije zondagen en wekelijkse rust worden vastgesteld. Een verschuiving van een vastgestelde vrije zondag of wekelijkse rust wordt vastgesteld in het dienstrooster, bedoeld in het tiende lid.
**9.** Uiterlijk zeven dagen voor aanvang van de periode van 28 dagen waarop het betrekking heeft, maakt het bevoegd gezag het dienstrooster bekend waarin wordt vastgesteld op welke dagen arbeid wordt verricht en welke dagen vrije dagen zijn. Een verschuiving van een vastgestelde vrije dag wordt vastgesteld in het dagrooster, bedoeld in het elfde lid.
**10.** Uiterlijk zeven dagen voor aanvang van de periode van 28 dagen waarop het betrekking heeft, maakt het bevoegd gezag het dienstrooster bekend waarin wordt vastgesteld op welke dagen arbeid wordt verricht en welke dagen vrije dagen zijn. Een verschuiving van een vastgestelde vrije dag wordt vastgesteld in het dagrooster, bedoeld in het twaalfde lid.
**10.** In dit artikel wordt onder vrije dag verstaan een kalenderdag waarop geen dienst dan wel activiteiten door het bevoegd gezag zijn vastgesteld. Een kalenderdag waarop vakantie is vastgesteld en geen dienst dan wel activiteiten zijn vastgesteld wordt gelijkgesteld aan een vrije dag.
**11.** Een vrije dag, als bedoeld in het tiende lid, is een kalenderdag waarop geen dienst dan wel activiteiten door het bevoegd gezag zijn vastgesteld. Een kalenderdag waarop vakantie is vastgesteld en geen dienst dan wel activiteiten zijn vastgesteld wordt gelijkgesteld aan een vrije dag, als bedoeld in het tiende lid.
**12.**
**11.**
Uiterlijk zeven dagen voor de dag waarop dienst moet worden gedaan, maakt het bevoegd gezag het dagrooster bekend waarin wordt vastgesteld welke de tijdstippen zijn van aanvang en einde van de dienst. Een verschuiving van de vastgestelde tijdstippen van aanvang en einde van de dienst binnen deze zeven dagen kan uitsluitend:
a. met instemming van de betrokken ambtenaar en na schriftelijke vastlegging of
b. indien op grond van artikel 2:2 of 2:5 van de Arbeidstijdenwet die wet niet van toepassing is.
**13.** Een verschuiving als bedoeld in het twaalfde lid heeft niet tot gevolg dat in het dagrooster een minder aantal te werken uren wordt opgenomen dan het voorafgaande aan die verschuiving in het dagrooster reeds vastgestelde aantal te werken uren.
**12.** Een verschuiving als bedoeld in het elfde lid heeft niet tot gevolg dat in het dagrooster een minder aantal te werken uren wordt opgenomen dan het voorafgaande aan die verschuiving in het dagrooster reeds vastgestelde aantal te werken uren.
**14.**
**13.**
Consignatie wordt slechts opgedragen:
a. boven de voor de ambtenaar krachtens dit artikel vastgestelde diensttijden, en
b. tot een door het bevoegd gezag of een daartoe aangewezen ambtenaar vast te stellen aantal uren per jaar. De opgedragen consignatie is geen dienst of activiteit in de zin van het elfde lid.
b. tot een door het bevoegd gezag of een daartoe aangewezen ambtenaar vast te stellen aantal uren per jaar. De opgedragen consignatie is geen dienst of activiteit in de zin van het tiende lid.
**15.**
**14.**
Geen consignatie wordt opgedragen tijdens:
a. de periode van wekelijkse rust, bedoeld in artikel 5:5 van de Arbeidstijdenwet;
b. vakantie als bedoeld in hoofdstuk IV;
c. verlof als bedoeld in hoofdstuk VI en artikel 27, zevende, achtste, tiende en twaalfde lid, van het Besluit bezoldiging politie.
c. verlof als bedoeld in hoofdstuk VI;
d. opname van levensfase-uren.
De uren waarmee de gemiddelde arbeidstijd per week wordt verminderd, bedoeld in artikel 13a, vierde lid, worden voor de toepassing van dit lid niet aangemerkt als verlof.
**16.** Indien het bevoegd gezag de ambtenaar niet houdt aan het verrichten van de dienst, zoals vastgesteld in het dagrooster, of indien het bevoegd gezag die dienst verkort zonder instemming van de ambtenaar, en een van deze gevallen aan de ambtenaar meedeelt in de periode vanaf vier dagen tot aan de dag waarop de dienst moest worden gedaan, wordt de ambtenaar geacht de volledige dienst te hebben verricht.
**15.** Indien het bevoegd gezag de ambtenaar niet houdt aan het verrichten van de dienst, zoals vastgesteld in het dagrooster, of indien het bevoegd gezag die dienst verkort zonder instemming van de ambtenaar, en een van deze gevallen aan de ambtenaar meedeelt in de periode vanaf zeven dagen tot aan de dag waarop de dienst moest worden gedaan, wordt de ambtenaar geacht de volledige dienst te hebben verricht.
**17.** De dienst voorafgaand aan een vrije dag dient uiterlijk om 23.00 uur te eindigen en na een vrije dag kan de dienst niet eerder beginnen dan om 07.00 uur. Het tijdstip van 07.00 uur kan door het bevoegd gezag in overeenstemming met de ondernemingsraad worden vervroegd naar 06.00 uur.
**16.** De dienst voorafgaand aan een vrije dag dient uiterlijk om 23.00 uur te eindigen en na een vrije dag kan de dienst niet eerder beginnen dan om 07.00 uur. De tijdstippen van 23.00 uur en 07.00 uur kunnen door het bevoegd gezag in overeenstemming met de ambtenaar of op diens verzoek worden gewijzigd in 24.00 uur respectievelijk 06.00 uur.
**18.**
**17.**
Een ambtenaar heeft in een kalenderjaar recht op:
@ -483,11 +482,15 @@ b. 22 periodes van twee aaneengesloten vrije dagen waarbij de aaneengesloten per
Het bevoegd gezag verdeelt de te werken zondagen zo evenredig mogelijk over de ambtenaren. Deze verdeling wordt jaarlijks bezien.
**19.** Op verzoek van de ambtenaar kan worden afgeweken van het vijftiende lid, onderdeel a, het zeventiende en het achttiende lid, onderdeel a.
**18.** Op verzoek van de ambtenaar kan worden afgeweken van het veertiende lid, onderdeel a, en het zeventiende lid, onderdeel a.
**20.** Indien op verzoek van de ambtenaar wordt afgeweken van het achttiende lid, onderdeel a, heeft de ambtenaar in een kalenderjaar recht op 22 periodes van twee aaneengesloten vrije dagen.
**19.** Indien op verzoek van de ambtenaar wordt afgeweken van het zeventiende lid, onderdeel a, heeft de ambtenaar in een kalenderjaar recht op 22 periodes van twee aaneengesloten vrije dagen.
**21.** Onze Minister kan ter uitvoering van dit artikel nadere regels stellen.
**20.** Het elfde lid is niet van toepassing op de ambtenaar die vanwege de aard van de werkzaamheden niet gebonden is aan vaste begin- en eindtijden van de door hem te verrichten diensten.
**21.** Het vijftiende lid is niet van toepassing op de ambtenaar die bij het volgen van een meerdaagse opleiding in totaal niet minder uren werkt dan voor hem voor het volgen van de opleiding zijn vastgesteld.
**22.** Onze Minister kan ter uitvoering van dit artikel nadere regels stellen.
### Artikel 12a
@ -2607,7 +2610,7 @@ b. In het tweede lid wordt «onderdelen a, b en d,» vervangen door «onderdelen
**3.** De artikelen 28a en 28b zijn niet van toepassing op de aspirant die vanaf 1 januari 2021 begint met een krachtens artikel 2c, eerste lid, aangewezen politieopleiding.
**4.** De artikelen 10, eerste lid, onderdeel d, 12, vierde tot en achttiende lid, 12a, 25, 43 tot en met 48, 58, 61, 62, 64, 64a, 71 en 72 zijn op de ambtenaar in opleiding en de vrijwillige ambtenaar in opleiding niet van toepassing.
**4.** De artikelen 10, eerste lid, onderdeel d, 12, vierde tot en met eenentwintigste lid, 12a, 25, 43 tot en met 48, 58, 61, 62, 64, 64a, 71 en 72 zijn op de ambtenaar in opleiding en de vrijwillige ambtenaar in opleiding niet van toepassing.
**5.** De artikelen 10, eerste lid, onderdeel d, 13, 15 tot en met 28, 30 tot en met 30e, 43 tot en met 48, 58, 59, 61, 64, en 71 zijn op de vakantiewerker niet van toepassing.