diff --git a/wet/mediawet-2008/BWBR0025028/README.md b/wet/mediawet-2008/BWBR0025028/README.md index f532d7d5e64..60a0b7e0717 100644 --- a/wet/mediawet-2008/BWBR0025028/README.md +++ b/wet/mediawet-2008/BWBR0025028/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Mediawet 2008 bwb_id: BWBR0025028 type: wet status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2009-01-01' +datum_inwerkingtreding: '2020-09-30' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0025028 citeertitel: Mediawet 2008 --- @@ -22,6 +22,7 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: - *aanbieder van een omroepzender:* natuurlijke persoon of rechtspersoon die transmissiecapaciteit door middel van een omroepzender ter beschikking stelt; - *aanbodkanaal:* geordende geheel van media-aanbod dat onder een herkenbare naam via een elektronisch communicatienetwerk als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet wordt aangeboden; - *alcoholhoudende drank:* alcoholhoudende drank als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet; +- *audiovisueel media-aanbod:* media-aanbod van een mediadienst dat betrekking heeft op producten met bewegende beeldinhoud al dan niet mede met geluidsinhoud; - *catch-up:* afname als mediadienst op aanvraag van media-aanbod gedurende een beperkte periode die begint tijdens of kort na de verspreiding van dat media-aanbod op een programmakanaal; - *commerciële mediadienst:* mediadienst die verzorgd wordt op grond van hoofdstuk 3; - *commerciële media-instelling:* natuurlijke persoon of rechtspersoon die een commerciële mediadienst verzorgt en die voor de toepassing van deze wet onder de bevoegdheid van Nederland valt; @@ -49,6 +50,7 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: 1°. het tarief dat een pakketaanbieder als bedoeld in artikel 6.9a aan zijn abonnees in rekening brengt voor de ontvangst van het programma-aanbod van een door die aanbieder met inachtneming van de artikelen 6.13 tot en met 6.14b vast te stellen aantal programmakanalen; of 2°. de kosten van aankoop of gebruik van technische voorzieningen die de ontvangst van televisieprogramma’s mogelijk maken; +- *overlay:* toevoeging aan het audiovisueel media-aanbod die niet afkomstig is van de media-instelling die de mediadienst verzorgt; - *politieke partij:* vereniging waarvan de aanduiding op grond van artikel G 1, Q 6 of Y 10 van de Kieswet is geregistreerd in het register van aanduidingen voor de verkiezing van leden van de Tweede Kamer, de Eerste Kamer of het Europees Parlement; - *productplaatsing:* het tegen betaling of soortgelijke vergoeding opnemen van of het verwijzen naar een product, dienst of (beeld)merk binnen het kader van een programma, of met een programma overeenkomend onderdeel van het media-aanbod; - *programma:* elektronisch product met beeld- of geluidsinhoud dat duidelijk afgebakend is en als zodanig herkenbaar onder een afzonderlijke titel via een omroepdienst wordt verspreid; @@ -887,13 +889,18 @@ d. de wijze waarop de raad van bestuur het tot stand komen van afspraken als bed ### Artikel 2.58 +**1.** + De NPO stuurt jaarlijks vóór 1 mei aan het Commissariaat en Onze Minister een verslag over het afgelopen kalenderjaar met daarin in elk geval: a. een beschrijving van de wijze waarop door de NPO en de landelijke publieke media-instellingen op de verschillende aanbodkanalen uitvoering is gegeven aan de publieke mediaopdracht; b. de samenstelling van het media-aanbod van de publieke mediadienst op de programmakanalen en voor zover mogelijk op de overige aanbodkanalen, waaronder de uren die besteed zijn aan media-aanbod op de terreinen genoemd in artikel 2.1, eerste lid; c. een rapportage over de realisering van de doelstellingen van de prestatieovereenkomst, bedoeld in artikel 2.22; -d. de naleving van de artikelen 2.115 tot en met 2.123; en -e. de naleving van de gedragscode, bedoeld in artikel 2.3, tweede lid. +d. de naleving van de artikelen 2.115 tot en met 2.123; +e. de naleving van de gedragscode, bedoeld in artikel 2.3, tweede lid; en +f. de maatregelen die de NPO treft om de toegankelijkheid van het audiovisueel media-aanbod voor personen met een handicap verder te ontwikkelen. + +**2.** Het Commissariaat brengt uiterlijk 19 december 2022 en vervolgens om de drie jaar verslag uit aan de Europese Commissie over de uitvoering van het eerste lid, onderdeel f. ### Artikel 2.59 @@ -1307,6 +1314,8 @@ b. waarborgen voor redactionele onafhankelijkheid ten opzichte van adverteerders **4.** De NTR en omroeporganisaties, waaraan omroepverenigingen die een voorlopige erkenning als bedoeld in artikel 2.23, tweede lid, hebben verkregen, de verzorging van hun media-aanbod hebben opgedragen, dragen ervoor zorg dat de verantwoordelijkheid van die omroepverenigingen in de samenwerking is gewaarborgd. +**5.** Een publieke media-instelling neemt passende maatregelen om te voorkomen dat het aanbod van haar mediadiensten aanzet tot geweld of haat jegens een groep personen of een lid van een groep, op een van de gronden genoemd in artikel 21 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, of uitlokt tot het plegen van een terroristisch misdrijf. + ### Artikel 2.88a Publieke media-instellingen stellen ten minste de volgende gegevens van de media-instelling gemakkelijk, rechtstreeks en permanent beschikbaar voor het publiek: @@ -1379,15 +1388,24 @@ Het programma-aanbod bevat geen reclame- en telewinkelboodschappen voor: a. medische behandelingen; en b. alcoholhoudende dranken tussen 06.00 uur en 21.00 uur. +**3.** + +Het televisieprogramma-aanbod bevat voorts geen reclame- en telewinkelboodschappen voor: + +a. kansspelen waarvoor een vergunning als bedoeld in de artikelen 14a, 15, 23 en 27g van de Wet op de kansspelen vereist is, of die gespeeld worden op een automaat in een speelautomatenhal voor de aanwezigheid waarvan een vergunning vereist is, tussen 06.00 en 21.00 uur; +b. overige kansspelen waarvoor ingevolge de Wet op de kansspelen een vergunning vereist is, tussen 06.00 en 19.00 uur. + +**4.** Het derde lid, onder a, is van overeenkomstige toepassing op radioprogramma-aanbod. + ### Artikel 2.95 **1.** -Het aandeel reclame- en telewinkelboodschappen, inclusief omlijsting, in het programma-aanbod bedraagt: +Het aandeel reclame- en telewinkelboodschappen in het programma-aanbod bedraagt: a. per programmakanaal niet meer dan een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen percentage van de totale duur van het programma-aanbod op het programmakanaal per jaar, welk percentage niet meer bedraagt dan tien en voor radio- en televisieprogramma-aanbod kan verschillen; b. per programmakanaal niet meer dan vijftien procent van de totale duur van het programma-aanbod op het programmakanaal per dag; en -c. per uur niet meer dan twaalf minuten. +c. niet meer dan twintig procent van de tijdvakken tussen 06:00 uur en 18:00 uur en tussen 18:00 uur en 24:00 uur. **2.** Ten hoogste een derde van de tijd die wordt gebruikt voor reclame- of telewinkelboodschappen in het programma-aanbod wordt gebruikt voor omlijsting. @@ -1564,7 +1582,15 @@ De artikelen 2.107 tot en met 2.113 zijn van overeenkomstige toepassing als een ### Artikel 2.115 -Op elk televisieprogrammakanaal van de landelijke en regionale publieke mediadienst bestaat het programma-aanbod voor ten minste vijftig procent van de duur uit Europese producties in de zin van artikel 1 van de Europese richtlijn. +**1.** Op elk televisieprogrammakanaal van de landelijke en regionale publieke mediadienst bestaat het programma-aanbod voor ten minste vijftig procent van de duur uit Europese producties in de zin van artikel 1 van de Europese richtlijn. + +**2.** Het audiovisueel media-aanbod op aanvraag bestaat per aanbodkanaal voor ten minste dertig procent uit Europese producties als bedoeld in artikel 1 van de Europese richtlijn. + +**3.** De Europese producties van een aanbodkanaal als bedoeld in het tweede lid worden door de aanbieder van het aanbodkanaal onder de aandacht van het publiek gebracht. + +**4.** Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing op een mediadienst op aanvraag van een publieke media-instelling met een lage omzet of een klein publiek. + +**5.** Het Commissariaat kan aan een publieke media-instelling of aan de NPO ontheffing verlenen van het tweede en het derde lid indien de toepassing van deze leden gelet op de aard of het onderwerp van deze mediadienst op aanvraag praktisch onhaalbaar of ongerechtvaardigd zou zijn. ### Artikel 2.116 @@ -2460,8 +2486,12 @@ b. overigens niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens deze wet of artikel **2.** Een commerciële media-instelling brengt in overeenstemming met de werknemers die zijn belast met de verzorging en samenstelling van het programma-aanbod een redactiestatuut tot stand waarin de journalistieke rechten en plichten van deze werknemers worden geregeld. +**3.** Een commerciële media-instelling neemt passende maatregelen om te voorkomen dat het aanbod van haar mediadiensten aanzet tot geweld of haat jegens een groep personen of een lid van een groep, op een van de gronden genoemd in artikel 21 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, of uitlokt tot het plegen van een terroristisch misdrijf. + ### Artikel 3.5a +**1.** + Een commerciële media-instelling stelt ten minste de volgende gegevens van de media-instelling gemakkelijk, rechtstreeks en permanent beschikbaar voor het publiek: a. naam; @@ -2469,6 +2499,8 @@ b. plaats van vestiging; c. contactgegevens waaronder e-mailadres of internetadres; en d. de naam van het Commissariaat als het orgaan dat is belast met het toezicht op de naleving op grond van titel 7.2. +**2.** Een commerciële media-instelling informeert het Commissariaat onverwijld over wijzigingen die van invloed kunnen zijn op de bevoegdheid van Nederland over deze commerciële media-instelling. + ### Artikel 3.5b **1.** Reclame- en telewinkelboodschappen, gesponsord programma-aanbod en productplaatsing zijn als zodanig herkenbaar. @@ -2500,9 +2532,18 @@ b. alcoholhoudende dranken tussen 06.00 uur en 21.00 uur. **4.** Het Commissariaat kan nadere regels stellen voor de vermelding of vertoning, bedoeld in het derde lid, welke regels de goedkeuring behoeven van Onze Minister. +**5.** + +Het televisieprogramma-aanbod bevat voorts geen reclame- en telewinkelboodschappen voor: + +a. kansspelen waarvoor een vergunning als bedoeld in de artikelen 14a, 15, 23 en 27g van de Wet op de kansspelen vereist is, of die gespeeld worden op een automaat in een speelautomatenhal voor de aanwezigheid waarvan een vergunning vereist is, tussen 06.00 en 21.00 uur; +b. overige kansspelen waarvoor ingevolge de Wet op de kansspelen een vergunning vereist is, tussen 06.00 en 19.00 uur. + +**6.** Het vijfde lid, onder a, is van overeenkomstige toepassing op radioprogramma-aanbod. + ### Artikel 3.8 -**1.** Het programma-aanbod op een programmakanaal bestaat voor ten hoogste twaalf minuten per uur uit reclame- of telewinkelboodschappen. +**1.** Het programma-aanbod op een programmakanaal bestaat voor niet meer dan twintig procent van de tijdvakken tussen 06:00 uur en 18:00 uur en tussen 18:00 uur en 24:00 uur uit reclame- of telewinkelboodschappen. **2.** Met inachtneming van deze afdeling kunnen in het programma-aanbod bestaande uit het verslag of de weergave van sportevenementen afzonderlijke reclame- of telewinkelboodschappen worden geplaatst en in het overige programma-aanbod bij uitzondering. @@ -2520,13 +2561,18 @@ b. alcoholhoudende dranken tussen 06.00 uur en 21.00 uur. **2.** In programma’s die bestaan uit de weergave van kerkelijke of geestelijke samenkomsten worden geen reclame- of telewinkelboodschappen opgenomen. +**3.** In programma’s die in het bijzonder bestemd zijn voor kinderen jonger dan twaalf jaar worden geen telewinkelboodschappen opgenomen. + ### Artikel 3.11 +**1.** + In de volgende programma’s worden ten hoogste eenmaal per geprogrammeerd tijdvak van dertig minuten reclame- of telewinkelboodschappen opgenomen: a. programma’s bestaande uit films; -b. programma’s bestaande uit nieuws of commentaar op het nieuws; en -c. programma’s die in het bijzonder bestemd zijn voor kinderen jonger dan twaalf jaar, mits de geprogrammeerde duur van het programma meer dan dertig minuten bedraagt. +b. programma’s bestaande uit nieuws of commentaar op het nieuws. + +**2.** In programma’s die in het bijzonder bestemd zijn voor kinderen jonger dan twaalf jaar worden ten hoogste eenmaal per geprogrammeerd tijdvak van dertig minuten reclameboodschappen opgenomen, mits de geprogrammeerde duur van het programma meer dan dertig minuten bedraagt. ### Artikel 3.12 @@ -2597,16 +2643,9 @@ Artikel 3.16, eerste tot en met derde lid, is van overeenkomstige toepassing als ### Artikel 3.19a -**1.** Productplaatsing in het programma-aanbod, voor zover dat aanbod is geproduceerd na 19 december 2009, is niet toegestaan. +**1.** Productplaatsing in het programma-aanbod is toegestaan met uitzondering van nieuws- en actualiteitenprogramma’s, programma's over consumentenzaken, programma’s van kerkelijke of geestelijke aard en programma’s die in het bijzonder bestemd zijn voor kinderen jonger dan twaalf jaar. -**2.** - -Tenzij het programma-aanbod in het bijzonder bestemd is voor kinderen jonger dan twaalf jaar, is het eerste lid niet van toepassing op programma-aanbod bestaande uit: - -a. films; -b. series; -c. sportprogramma’s; en -d. lichte amusementsprogramma’s. +**2.** Deze afdeling is niet van toepassing op aanbod dat is geproduceerd voor 19 december 2009. ### Artikel 3.19b @@ -2632,7 +2671,7 @@ b. alcoholhoudende dranken tussen 06.00 uur en 21.00 uur. ### Artikel 3.19c -Vervallen +Artikel 3.19b, vierde lid, is niet van toepassing op programma-aanbod met productplaatsing dat niet geproduceerd of besteld is door of in opdracht van de commerciële media-instelling dan wel door of in opdracht van een aan haar verbonden onderneming. #### Afdeling 3.2.4. Europese producties, onafhankelijke producties, Nederlands- en Friestalige producties en films @@ -2713,7 +2752,9 @@ In het programma-aanbod worden geen films opgenomen buiten de met de rechthebben ### Artikel 3.27 -Vervallen +**1.** Een commerciële media-instelling brengt jaarlijks verslag uit aan het Commissariaat over de maatregelen die zij treft om de toegankelijkheid van het audiovisuele media-aanbod voor personen met een handicap verder te ontwikkelen. + +**2.** Het Commissariaat brengt uiterlijk 19 december 2022 en vervolgens om de drie jaar verslag uit aan de Europese Commissie over de uitvoering van het eerste lid. ### Artikel 3.28 @@ -2744,13 +2785,21 @@ c. contactgegevens waaronder e-mailadres of internetadres. **2.** Een media-instelling die een commerciële mediadienst op aanvraag verzorgt, stelt eveneens ten minste de gegevens, bedoeld in het eerste lid, gemakkelijk, rechtstreeks en permanent beschikbaar, alsmede de naam van het Commissariaat als het orgaan dat is belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze titel. +**3.** Een media-instelling die een commerciële mediadienst op aanvraag verzorgt informeert het Commissariaat onverwijld over wijzigingen die van invloed kunnen zijn op de bevoegdheid van Nederland over deze media-instelling. + ### Artikel 3.29c -Een media-instelling die een commerciële mediadienst op aanvraag verzorgt, bevordert de vervaardiging en de toegang tot Europese producties in de zin van artikel 1 van de Europese richtlijn. +**1.** Het audiovisueel media-aanbod van een commerciële mediadienst op aanvraag bestaat voor ten minste dertig procent uit Europese producties als bedoeld in artikel 1 van de Europese richtlijn. + +**2.** De Europese producties op een commerciële mediadienst op aanvraag worden door de media-instelling die de commerciële mediadienst op aanvraag verzorgt onder de aandacht van het publiek gebracht. + +**3.** Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op een media-instelling die een commerciële mediadienst op aanvraag met een lage omzet of een klein publiek verzorgt. + +**4.** Het Commissariaat kan voor een media-instelling die een commerciële mediadienst op aanvraag verzorgt ontheffing verlenen van het eerste en tweede lid indien de toepassing van het derde lid gelet op de aard of het onderwerp van deze mediadienst op aanvraag praktisch onhaalbaar of ongerechtvaardigd zou zijn. ### Artikel 3.29d -Op commerciële mediadiensten op aanvraag zijn de artikelen 3.5, 3.5b, 3.6, 3.7, tweede lid, aanhef en onderdeel a, 3.15 tot en met 3.19c en 3.26 van overeenkomstige toepassing met uitzondering van de artikelen 3.16, tweede lid, aanhef en onderdeel a, en 3.19b, derde lid, onderdeel b. +Op commerciële mediadiensten op aanvraag zijn de artikelen 3.5, 3.5b, 3.6, 3.7, tweede lid, aanhef en onderdeel a, 3.15 tot en met 3.19c, 3.26 en 3.27 van overeenkomstige toepassing met uitzondering van de artikelen 3.16, tweede lid, aanhef en onderdeel a, en 3.19b, derde lid, onderdeel b. ### Titel 3.3. Toezichtskosten @@ -2772,15 +2821,88 @@ c. rekening kan worden gehouden met de gemiddelde duur van de uitzendingen en me Vervallen +## Hoofdstuk 3a. Videoplatformdiensten + +### Artikel 3a.1 + +In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: + +- *aanbieder van een videoplatform:* de natuurlijke persoon of rechtspersoon die een videoplatformdienst aanbiedt; +- *audiovisuele commerciële communicatie:* beelden, al dan niet met geluid, die dienen om direct of indirect de goederen, de diensten of het imago van een natuurlijke of rechtspersoon die een economische activiteit verricht, te promoten en deel uitmaken van audiovisueel media-aanbod of van een door gebruikers gegenereerde video, tegen betaling of een soortgelijke vergoeding of ten behoeve van zelfpromotie; +- *door gebruiker gegenereerde video:* een reeks bewegende beelden, al dan niet met geluid, die ongeacht de duur ervan een afzonderlijk element vormt, die door een gebruiker is gecreëerd en door die gebruiker of een andere gebruiker naar een videoplatform is geüpload; +- *gedragscode:* gedragscode voor een of meer videoplatformen, gericht op de gebruikers van een videoplatformdienst, waarin in ieder geval regels als bedoeld in artikel 3a.3 zijn opgenomen. +- *productplaatsing:* het tegen betaling of soortgelijke vergoeding opnemen van of het verwijzen naar een product, dienst of (beeld)merk binnen het kader van een programma, met een programma overeenkomend onderdeel van het media-aanbod, of door een gebruiker gegenereerde video; +- *sponsoring:* het verstrekken van financiële of andere bijdragen door een onderneming of een natuurlijke persoon die zich gewoonlijk niet bezighoudt met de verzorging van mediadiensten of videoplatformdiensten, of met de vervaardiging van audiovisuele werken, ten behoeve van de totstandkoming of aankoop van media-aanbod of door gebruikers gegenereerde video’s, teneinde de verspreiding daarvan naar het algemene publiek of een deel daarvan te bevorderen of mogelijk te maken; +- *videoplatformdienst:* dienst of een losstaand gedeelte daarvan, + +a. waarvan het hoofddoel of een essentiële functie bestaat uit het aan het algemene publiek aanbieden van audiovisueel media-aanbod of door gebruikers gegenereerde video’s ter informatie, vermaak of educatie; +b. waarvoor de aanbieder van het videoplatform geen redactionele verantwoordelijkheid draagt; +c. waarvan de organisatie met automatische middelen of algoritmen wordt bepaald door de aanbieder van het videoplatform; en +d. die wordt aangeboden door middel van openbare elektronische communicatienetwerken als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet. + +### Artikel 3a.2 + +**1.** Onder de bevoegdheid van Nederland valt een aanbieder van een videoplatformdienst die krachtens artikel 28bis, eerste tot en met vierde lid, van de Europese richtlijn in Nederland is gevestigd of geacht wordt in Nederland te zijn gevestigd. + +**2.** + +Een aanbieder van een videoplatform stelt, gemakkelijk, rechtstreeks en permanent ten minste de volgende gegevens beschikbaar voor het publiek: + +a. naam; +b. plaats van vestiging; +c. contactgegevens waaronder e-mailadres of internetadres; en +d. de naam van het Commissariaat als het orgaan dat is belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens dit hoofdstuk. + +### Artikel 3a.3 + +**1.** Een aanbieder van een videoplatform heeft een gedragscode die maatregelen voorschrijft als bedoeld in artikel 28ter, eerste lid, en tweede lid, tweede en vierde alinea, van de Europese richtlijn, en past deze gedragscode en maatregelen op dit videoplatform toe. + +**2.** De gedragscode, bedoeld in het eerste lid, omvat daartoe naargelang het geval de maatregelen als genoemd in artikel 28ter, derde lid, van de Europese richtlijn. + +**3.** + +De gedragscode, bedoeld in eerste lid, bevat duidelijke en ondubbelzinnige doelstellingen en voorziet in: + +a. regelmatige, transparante en onafhankelijke toezicht- en evaluatiemaatregelen ten aanzien van de mate waarin de doelstellingen worden bereikt; en +b. doeltreffende handhaving, met inbegrip van doeltreffende en evenredige sancties. + +**4.** De aanbieder van een videoplatform zorgt ervoor dat de gedragscode voldoende draagvlak heeft onder de belangrijkste betrokkenen. + +### Artikel 3a.4 + +**1.** Een aanbieder van een videoplatform die audiovisuele commerciële communicatie in de handel brengt, verkoopt of organiseert, is aangesloten bij de Nederlandse Reclame Code of een vergelijkbare door de Stichting Reclame Code tot stand gebrachte regeling en ter zake onderworpen aan het toezicht van de Stichting Reclame Code. + +**2.** Aansluiting wordt aangetoond door een schriftelijke verklaring van de Stichting Reclame Code aan het Commissariaat over te leggen. + +### Artikel 3a.5 + +**1.** Audiovisuele commerciële communicatie op een videoplatformdienst is als zodanig herkenbaar. + +**2.** In audiovisuele commerciële communicatie wordt geen subliminale technieken gebruikt. + +**3.** Audiovisuele commerciële communicatie wordt niet aangeboden in de vorm van sluikreclame. + +**4.** Indien audiovisueel media-aanbod of door gebruikers gegenereerde video's audiovisuele commerciële communicatie bevatten en de aanbieder van een videoplatform daarvan op de hoogte is, informeert de aanbieder van een videoplatform de gebruiker van de videoplatformdienst hierover op een manier die voor de gebruiker duidelijk is. + ## Hoofdstuk 4. Bescherming jeugdigen ### Artikel 4.1 -**1.** Het televisieprogramma-aanbod van de publieke mediadiensten en van commerciële mediadiensten bevat geen aanbod dat de lichamelijke, geestelijke of zedelijke ontwikkeling van personen jonger dan zestien jaar ernstige schade zou kunnen toebrengen. +**1.** Het audiovisueel media-aanbod mag alleen dan aanbod bevatten dat schade kan toebrengen aan de lichamelijke, geestelijke of morele ontwikkeling van personen jonger dan zestien jaar, als de instelling die verantwoordelijk is voor de inhoud van het aanbod is aangesloten bij de door Onze Minister erkende organisatie, bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, en ter zake gebonden is aan de regels en het toezicht daarop van die organisatie met betrekking tot het verspreiden van het hiervoor bedoelde aanbod. -**2.** Het televisieprogramma-aanbod van de publieke mediadiensten en van commerciële mediadiensten mag alleen dan aanbod bevatten dat schade kan toebrengen aan de lichamelijke, geestelijke of zedelijke ontwikkeling van personen jonger dan zestien jaar, als de instelling die verantwoordelijk is voor de inhoud van het aanbod is aangesloten bij de door Onze Minister erkende organisatie, bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, en ter zake gebonden is aan de regels en het toezicht daarop van die organisatie met betrekking tot het verspreiden van het hiervoor bedoelde aanbod. +**2.** De instelling die is aangesloten bij de door Onze Minister erkende organisatie, bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, toont dit aan door een schriftelijke verklaring van de erkende organisatie aan het Commissariaat over te leggen. -**3.** De instelling die is aangesloten toont dit aan door een schriftelijke verklaring van de erkende organisatie aan het Commissariaat over te leggen. +**3.** Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing voor zover het audiovisueel media-aanbod wordt aangeboden in een andere lidstaat van de Europese Unie en de aanbieder daarvan aan het Commissariaat heeft aangetoond dat de bescherming van personen jonger dan zestien jaar tegen het betreffende audiovisuele media-aanbod ten minste overeenkomstig is aan het beschermingsniveau als bedoeld in artikel 4.2. + +### Artikel 4.1a + +**1.** Audiovisueel media-aanbod dat schade kan toebrengen aan de lichamelijke, geestelijke of morele ontwikkeling van personen jonger dan zestien jaar wordt door de instelling die verantwoordelijk is voor de inhoud van het aanbod zodanig beschikbaar gesteld dat personen jonger dan zestien jaar deze normaliter niet te horen of te zien krijgen. + +**2.** De meest schadelijke inhoud als nodeloos geweld en pornografie wordt door de instelling die verantwoordelijk is voor de inhoud van het aanbod ontoegankelijk gemaakt voor personen jonger dan zestien jaar. + +**3.** Voor zover het televisieprogramma-aanbod betreft dat niet als meest schadelijke inhoud kan worden gekwalificeerd, worden de maatregelen die volgen uit de regelingen als bedoeld in artikel 4.2, tweede lid, beschouwd als maatregelen als bedoeld in het eerste lid. + +**4.** De op grond van dit artikel door media-instellingen verzamelde of anderszins gegenereerde persoonsgegevens van minderjarigen worden niet verwerkt voor commerciële doeleinden. ### Artikel 4.2 @@ -2797,7 +2919,7 @@ a. criteria voor de classificatie van aanbod, waaronder in ieder geval de mate w 3°. het gebruik van drugs aantrekkelijk wordt voorgesteld of vergoelijkt; 4°. sprake is van pornografie; en 5°. op andere gronden volgens algemeen geldende opvattingen producten niet geschikt zijn voor vertoning aan bepaalde categorieën personen jonger dan zestien jaar; -b. de tijdstippen van verspreiding van het hiervoor bedoelde aanbod; en +b. de tijdstippen van verspreiding van het hiervoor bedoelde aanbod op een programmakanaal; en c. de wijze waarop de verspreiding van dit aanbod wordt voorafgegaan door of is voorzien van symbolen of waarschuwingen. ### Artikel 4.3 @@ -2826,9 +2948,7 @@ Van een beschikking tot erkenning en intrekking van een erkenning wordt mededeli ### Artikel 4.6 -**1.** Dit hoofdstuk is van overeenkomstige toepassing op het overige media-aanbod van de publieke mediadiensten. - -**2.** Een media-instelling die een commerciële mediadienst op aanvraag als bedoeld in artikel 3.29a verzorgt, zorgt ervoor dat het media-aanbod dat de lichamelijke, geestelijke of zedelijke ontwikkeling van personen jonger dan zestien jaar ernstige schade zou kunnen toebrengen, uitsluitend zodanig beschikbaar wordt gesteld dat zij dat aanbod normaliter niet te horen of te zien krijgen. +Vervallen ## Hoofdstuk 5. Evenementen van aanzienlijk belang voor de samenleving en evenementen van groot belang @@ -3006,7 +3126,7 @@ De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op een pakketaanbieder. **1.** Als een pakketaanbieder een of meer digitale programmapakketten verspreidt of laat verspreiden, ontvangen alle abonnees die met hem een overeenkomst met betrekking tot de ontvangst van een of meer digitale programmapakketten hebben gesloten, in elk geval een digitaal standaardprogrammapakket. -**2.** Het standaardprogrammapakket bestaat uit ten minste dertig televisieprogrammakanalen en een door de pakketaanbieder met inachtneming van het vierde lid te bepalen aantal radioprogrammakanalen. De programmakanalen worden ongewijzigd verspreid. Bij ministeriële regeling kunnen diensten worden aangewezen waarvan het signaal als integraal onderdeel van de programmakanalen moet worden doorgegeven en kunnen nadere regels worden gesteld voor de doorgifte van deze diensten. +**2.** Het standaardprogrammapakket bestaat uit ten minste dertig televisieprogrammakanalen en een door de pakketaanbieder met inachtneming van het vierde lid te bepalen aantal radioprogrammakanalen. Bij ministeriële regeling kunnen diensten worden aangewezen waarvan het signaal als integraal onderdeel van de programmakanalen moet worden doorgegeven en kunnen nadere regels worden gesteld voor de doorgifte van deze diensten. **3.** @@ -3123,7 +3243,22 @@ Artikel 6.23 is niet van toepassing op: a. de frequentieruimte die wordt gebruikt voor de verspreiding van programma-aanbod van de publieke mediadiensten; en b. frequentieruimte die wordt gebruikt ten behoeve van verspreiding via een satelliet. -### Titel 6.4. Buitengewone omstandigheden en omroepdiensten voor buitenlandse militairen +### Titel 6.3a. Ongewijzigd verspreiden van media-aanbod van een publieke of commerciële media-instelling + +### Artikel 6.25a + +**1.** Het media-aanbod van een publieke of commerciële media-instelling wordt ongewijzigd verspreid, tenzij de betreffende publieke of commerciële media-instelling toestemming heeft gegeven voor een gewijzigde vorm van verspreiding. + +**2.** + +Gewijzigde verspreiding van audiovisueel media-aanbod door de toevoeging van een overlay is mogelijk indien: + +a. de ontvanger van de dienst daartoe voor privégebruik het initiatief heeft genomen of toestemming heeft gegeven; +b. het besturingselementen van gebruikersinterfaces of waarschuwingen, informatie van algemeen belang of ondertiteling betreft; +c. in geval van commerciële doeleinden: door de publieke of commerciële media-instelling uitdrukkelijk toestemming is gegeven; of +d. het commerciële communicatie betreft die door de publieke of commerciële media-instelling van de mediadienst wordt aangeboden. + +### Titel 6.4. Buitengewone omstandigheden, crisiscommunicatie en omroepdiensten voor buitenlandse militairen ### Artikel 6.26 @@ -3139,6 +3274,10 @@ Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, is bevoegd in de algemene ### Artikel 6.27 +In geval van rampen of crises als bedoeld in artikel 1 van de Wet veiligheidsregio’s, bieden mediadiensten het audiovisuele media-aanbod bestaande uit informatie bedoeld in artikel 46, tweede lid, van de wet veiligheidsregio’s, in samenwerking met het bestuur van de veiligheidsregio’s zoveel mogelijk op een voor personen met een auditieve of visuele beperking toegankelijke wijze aan. + +### Artikel 6.28 + Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over het verzorgen van omroepdiensten die uitsluitend bestemd zijn voor de in Nederland gelegerde militairen van buitenlandse strijdkrachten en hun gezinnen. ## Hoofdstuk 7. Toezicht en bestuursrechtelijke handhaving @@ -3230,7 +3369,7 @@ b. hoofdstuk 8. **2.** De bestuurlijke boete bij overtreding van het bepaalde in artikel 2.34, eerste lid, bedraagt tien procent van het totale bedrag aan gelden dat gemiddeld in de kalenderjaren voorafgaand aan de overtreding tijdens de lopende erkenningperiode aan de omroeporganisatie ter beschikking is gesteld voor de verzorging van media-aanbod voor de landelijke publieke mediadienst. -**3.** Bij overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet, met uitzondering van de artikelen 2.34, tweede lid, 2.35, 2.58, onderdeel d, 2.70, 2.71, derde en vierde lid, 2.88b tot en met 2.92, 2.94 tot en met 2.99, 2.106 tot en met 2.108, 2.111, eerste lid, 2.115 tot en met 2.124, 2.150, tweede en derde lid, 2.151, tweede lid, 2.170 en 2.170b, 3.5b tot en met 3.14, 3.15, tweede lid, 3.16, 3.17, 3.19 tot en met 3.19b, 3.20 tot en met 3.26, 3.29, 3.29d, 4.1, 4.6, 5.1 tot en met 5.4, 6.4, 6.6, tweede lid, en 6.23 tot en met 6.25, of van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht kan het Commissariaat aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen. +**3.** Bij overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet, met uitzondering van de artikelen 2.34, tweede lid, 2.35, 2.58, onderdeel d, 2.70, 2.71, derde en vierde lid, 2.88b tot en met 2.92, 2.94 tot en met 2.99, 2.106 tot en met 2.108, 2.111, eerste lid, 2.115 tot en met 2.124, 2.150, tweede en derde lid, 2.151, tweede lid, 2.170 en 2.170b, 3.5b tot en met 3.14, 3.15, tweede lid, 3.16, 3.17, 3.19 tot en met 3.19b, 3.20 tot en met 3.26, 3.29, 3.29d, 3a.5, 4.1, 4.6, 5.1 tot en met 5.4, 6.4, 6.6, tweede lid, en 6.23 tot en met 6.25, of van artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht kan het Commissariaat aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen. ### Artikel 7.13 @@ -3332,6 +3471,12 @@ b. bedrijfsruimten en voorwerpen te verzegelen gedurende de tijd gelegen tussen **3.** Het Commissariaat maakt zijn bevindingen openbaar, met uitzondering van gegevens die naar hun aard vertrouwelijk zijn. +### Artikel 7:22 + +**1.** Het Commissariaat houdt een lijst bij met publieke en commerciële media-instellingen die op grond van artikel 1.2, eerste lid, onder de bevoegdheid van Nederland vallen, met de vermelding op welk criterium als bedoeld in artikel 2, tweede tot en met vijfde lid, van de Europese richtlijn de rechtsmacht van de betreffende aanbieder is gebaseerd. + +**2.** Het Commissariaat houdt een lijst bij met de aanbieders van videoplatformen die op grond van artikel 3a.2, eerste lid, onder de bevoegdheid van Nederland vallen, met de vermelding op welk criterium als bedoeld in artikel 28bis, eerste tot en met vierde lid, van de Europese richtlijn de rechtsmacht van de betreffende aanbieder is gebaseerd. + ## Hoofdstuk 8. De pers ### Titel 8.1. Stimuleringsfonds voor de pers