diff --git a/zbo/procedure-en-werkwijze-van-het-instituut-mijnbouwschade-groningen-2022/BWBR0046981/README.md b/zbo/procedure-en-werkwijze-van-het-instituut-mijnbouwschade-groningen-2022/BWBR0046981/README.md index a39ef880314..5baab668a94 100644 --- a/zbo/procedure-en-werkwijze-van-het-instituut-mijnbouwschade-groningen-2022/BWBR0046981/README.md +++ b/zbo/procedure-en-werkwijze-van-het-instituut-mijnbouwschade-groningen-2022/BWBR0046981/README.md @@ -228,7 +228,7 @@ e. voor het object niet eerder: (i) schade is behandeld door de NAM, het CVW of de burgerlijke rechter, ongeacht de wijze waarop de schade is afgehandeld; of (ii) een besluit op een aanvraag tot schadevergoeding is genomen door de TCMG of het Instituut; en -f. de aanvrager nog geen drie keer van een vaste vergoeding of daadwerkelijk herstel gebruik heeft gemaakt, of, indien de aanvraag wordt ingediend namens meerdere personen gezamenlijk, geen van de aanvragers drie keer van een vaste vergoeding of daadwerkelijk herstel gebruik heeft gemaakt, waarbij geldt dat bij de bepaling van dit maximum niet meetelt een aanvullende vaste vergoeding van € 5.000 voor een object waarvoor al de vaste vergoeding van € 5.000 is toegekend. +f. de aanvrager nog niet voor drie verschillende objecten van een vaste vergoeding of daadwerkelijk herstel gebruik heeft gemaakt, of, indien de aanvraag wordt ingediend namens meerdere personen gezamenlijk, geen van de aanvragers voor drie verschillende objecten van een vaste vergoeding of daadwerkelijk herstel gebruik heeft gemaakt. **3.** Als de aanvrager een vaste vergoeding aanvraagt, verzoekt het Instituut de aanvrager om alle schade aan het object op te nemen of te laten opnemen op de wijze zoals beschreven in artikel 2.9. @@ -307,7 +307,7 @@ Het Instituut doet geen definitief aanbod als bedoeld in het eerste lid, of wijs a. niet aan één van de in artikel 2.8b genoemde voorwaarden is voldaan; b. het Instituut heeft bepaald dat een opname van de schade plaats dient te vinden en deze opname door toedoen van de aanvrager niet heeft plaatsgevonden; -c. de aanvrager of één van de gezamenlijke aanvragers inmiddels al drie keer van een vaste vergoeding of daadwerkelijk herstel gebruik heeft gemaakt, waarbij geldt dat bij de bepaling van dit maximum niet meetelt een aanvullende vaste vergoeding van € 5.000 voor een object waarvoor al de vaste vergoeding van € 5.000 is toegekend; +c. de aanvrager nog niet voor drie verschillende objecten van een vaste vergoeding of daadwerkelijk herstel gebruik heeft gemaakt, of, indien de aanvraag wordt ingediend namens meerdere personen gezamenlijk, geen van de aanvragers voor drie verschillende objecten van een vaste vergoeding of daadwerkelijk herstel gebruik heeft gemaakt; d. voor het object op 14 december 2023 of later de keuze voor een vaste vergoeding is aangeboden en niet voor die vergoeding is gekozen, tenzij de aanvrager in de procedure waar dat aanbod is gedaan voor de opname van de schade alsnog aangeeft in aanmerking te willen komen voor de vaste vergoeding; e. voor het object eerder is gekozen voor de individuele maatwerkbeoordeling, als bedoeld in hoofdstuk 2a, en in de aanvraagprocedure is aangegeven dat een keuze voor de individuele maatwerkbeoordeling betekent dat later niet meer gekozen kan worden voor de aanvullende vaste vergoeding, tenzij de aanvrager in de aanvraagprocedure waar die informatie is gegeven voor de opname van de schade alsnog aangeeft in aanmerking te willen komen voor de aanvullende vaste vergoeding; f. de aanvrager het definitieve aanbod als bedoeld in het eerste lid, niet heeft aanvaard; of @@ -315,6 +315,44 @@ g. het vermoedt dat er sprake is van fraude of misbruik. **4.** Het derde lid, aanhef en onderdelen d en e, zijn niet van toepassing indien de woning is verkocht en overgedragen en de oude eigenaren door het Instituut niet zijn gevraagd om te bevestigen dat de schade volledig is opgenomen. +### Artikel 2.8d + +**1.** + +Het Instituut kan een vaste herhaalvergoeding toekennen, indien: + +a. de aanvraag betrekking heeft op: + +i. een volledig object, zijnde een onroerende zaak met een eigen kadastrale aanduiding met ten minste één adres als bedoeld in de BAG; en +ii. indien van toepassing, de aangrenzende onroerende zaken met een eigen kadastrale aanduiding die aanhorig zijn aan het object; +b. de aanvrager: + +i. een natuurlijk persoon is die de eigendom heeft van het object en, indien van toepassing, de aanhorige onroerende zaak, tenzij die eigendom is belast met een beklemrecht, een recht van opstal of een recht van erfpacht; of +ii. een natuurlijk persoon is die het beklemrecht, het recht van opstal of het recht van erfpacht op het object en, indien van toepassing, op de aanhorige onroerende zaken, heeft; +c. de aanvraag is ingediend namens alle natuurlijke personen die recht hebben op de vergoeding, als dat meerdere personen zijn; +d. fysieke schade aan het object eerder is behandeld door de NAM, het CVW, de burgerlijke rechter, de TCMG of het Instituut, ongeacht de wijze waarop de schade is afgehandeld; +e. door de aanvrager nieuwe schade als bedoeld in artikel 2.11 wordt gemeld; +f. de finaliteit, bedoeld in de artikelen 2.10 of 2.15 is doorbroken of, indien geen finaliteit is overeengekomen, zich na de laatste opname bij een keuze voor de individuele maatwerkprocedure dan wel na een eigendomsoverdracht in andere gevallen, een aardbeving heeft voorgedaan in het Groningenveld of de gasopslag Norg of de gasopslag bij Grijpskerk die op het adres van het object heeft geleid tot een trillingssnelheid van 2 mm/s, te berekenen met de methode van Bommer met 1% overschrijdingskans; en +g. de aanvrager nog niet voor drie andere objecten van een vaste vergoeding of daadwerkelijk herstel gebruik heeft gemaakt, of, indien de aanvraag wordt ingediend namens meerdere personen gezamenlijk, geen van de aanvragers voor drie andere objecten van een vaste vergoeding of daadwerkelijk herstel gebruik heeft gemaakt. + +**2.** De hoogte van de vaste herhaalvergoeding bedraagt per object € 5.000, dan wel € 2.500, indien het een object als bedoeld in artikel 2.8a betreft. + +**3.** Het Instituut bepaalt of de schade dient te worden opgenomen overeenkomstig artikel 2.9. + +**4.** Het Instituut kan de aanvrager een definitief aanbod voor een vaste herhaalvergoeding doen. Onderdeel van het aanbod is het bepaalde met betrekking tot de finaliteit in artikel 2.10. Als de aanvrager het aanbod accepteert, komt een vaststellingsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:900 BW tot stand. + +**5.** Nadat de vaststellingsovereenkomst als bedoeld in het vierde lid tot stand is gekomen, neemt het Instituut een besluit op de aanvraag en keert het de vaste herhaalvergoeding uit. + +**6.** + +Het Instituut doet geen definitief aanbod als bedoeld in het vierde lid, of wijst een aanvraag voor een vaste herhaalvergoeding af, indien: + +a. niet aan één of meer van de in het eerste lid genoemde voorwaarden is voldaan; +b. het Instituut heeft bepaald dat een opname van de schade plaats dient te vinden en deze opname door toedoen van de aanvrager niet heeft plaatsgevonden; +c. sinds de laatste aardbeving als bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, de keuze voor de vaste herhaalvergoeding is aangeboden en hiervoor niet is gekozen, tenzij de aanvrager voor de opname van de schade alsnog aangeeft in aanmerking te willen komen voor de vaste herhaalvergoeding; +d. de aanvrager het definitieve aanbod als bedoeld in het vierde lid, niet heeft aanvaard; of +e. het vermoedt dat er sprake is van fraude of misbruik. + ### Artikel 2.9 **1.** Het Instituut laat alle schade aan het object opnemen door een deskundige of opnemer, tenzij het Instituut beslist dat kan worden volstaan met het aanleveren van foto’s van de schades aan het object. @@ -323,13 +361,13 @@ g. het vermoedt dat er sprake is van fraude of misbruik. ### Artikel 2.10 -**1.** Met het toekennen van een vaste vergoeding op grond van artikel 2.8, of een aanvullende vaste vergoeding op grond van artikel 2.8b, is alle schade aan het object vergoed en afgehandeld; ongeacht de inhoud van de schademelding, de beschrijving van de schade als bedoeld in artikel 1.3, derde lid, of de opname als bedoeld in artikel 2.9. +**1.** Met het toekennen van een vaste vergoeding op grond van artikel 2.8, een aanvullende vaste vergoeding op grond van artikel 2.8b, of een vaste herhaalvergoeding op grond van artikel 2.8d, is alle schade aan het object vergoed en afgehandeld; ongeacht de inhoud van de schademelding, de beschrijving van de schade als bedoeld in artikel 1.3, derde lid, of de opname als bedoeld in artikel 2.9. -**2.** Met een vaste vergoeding of een aanvullende vaste vergoeding is ook voorzien in een eenmalige en finale vergoeding voor alle bijkomende kosten, materiële gevolgschade en overlast. Alleen waardedaling als bedoeld in hoofdstuk 3 en immateriële schade als bedoeld in hoofdstuk 4 valt hier niet onder. +**2.** Met een vaste vergoeding, een aanvullende vaste vergoeding of een vaste herhaalvergoeding is ook voorzien in een eenmalige en finale vergoeding voor alle bijkomende kosten, materiële gevolgschade en overlast. Alleen waardedaling als bedoeld in hoofdstuk 3 en immateriële schade als bedoeld in hoofdstuk 4 valt hier niet onder. **3.** -Het Instituut zal een nieuwe aanvraag tot schadevergoeding met betrekking tot een object waar een vaste vergoeding of een aanvullende vaste vergoeding voor is toegekend afwijzen, indien tussen het moment van totstandkoming van de vaststellingsovereenkomst als bedoeld in artikel 2.8, vierde lid, en het moment van het indienen van de aanvraag: +Het Instituut zal een nieuwe aanvraag tot schadevergoeding met betrekking tot een object waar een vaste vergoeding, een aanvullende vaste vergoeding of een vaste herhaalvergoeding voor is toegekend afwijzen, indien tussen het moment van totstandkoming van de vaststellingsovereenkomst als bedoeld in artikel 2.8, vierde lid, en het moment van het indienen van de aanvraag: • zich geen aardbeving heeft voorgedaan in het Groningenveld of de gasopslag Norg of de gasopslag bij Grijpskerk die op het adres van het object heeft geleid tot een trillingssnelheid van 5 mm/s, te berekenen met de methode van Bommer met 1% overschrijdingskans; en • geen nieuwe schade aan het object is opgetreden als gevolg van indirecte effecten van diepe bodemdaling, veroorzaakt door mijnbouwactiviteiten in het Groningenveld of de gasopslag Norg of de gasopslag bij Grijpskerk. @@ -384,7 +422,7 @@ In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: **1.** -Een aanvrager kan in aanmerking komen voor daadwerkelijk herstel, indien op het moment van de aanvraag aan de onderdelen a tot en met i is voldaan en op het moment van het nemen van een beslissing op die aanvraag aan de onderdelen a tot en met m is voldaan: +Een aanvrager kan in aanmerking komen voor daadwerkelijk herstel, indien op het moment van de aanvraag aan de onderdelen a tot en met i is voldaan en op het moment van het nemen van een beslissing op die aanvraag aan alle onderdelen hieronder is voldaan: a. er is ten minste één schade die niet identiek is aan een eerder beoordeelde schade aan een gebouw dat in aanmerking komt voor daadwerkelijk herstel; b. de aanvraag betrekking heeft op: @@ -397,8 +435,8 @@ i. een natuurlijk persoon is die de eigendom heeft van het object en, indien van ii. een natuurlijk persoon is die het beklemrecht, het recht van opstal of het recht van erfpacht op het object en, indien van toepassing, op de aanhorige onroerende zaken, heeft; d. de aanvraag is ingediend door alle eigenaren onderscheidenlijk alle houders van de onder c bedoelde rechten; e. aan een voorwaarde als bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, onderdeel d, is voldaan; -f. indien de aanvrager een natuurlijk persoon is, er nog geen drie keer van een vaste vergoeding of daadwerkelijk herstel gebruik is gemaakt, of, indien de aanvraag wordt ingediend namens meerdere personen gezamenlijk, geen van de aanvragers drie keer van een vaste vergoeding of daadwerkelijk herstel gebruik heeft gemaakt, waarbij geldt dat bij de bepaling van dit maximum niet meetelt een aanvullende vaste vergoeding van € 5.000 voor een object waarvoor al de eenmalige vaste vergoeding van € 5.000 is toegekend; -g. indien de aanvrager een rechtspersoon is, er nog geen drie keer van daadwerkelijk herstel gebruik is gemaakt, of, indien de rechtspersoon tevens een onderneming is, de rechtspersonen en natuurlijke personen die onderdeel uitmaken van de onderneming, geen drie keer van daadwerkelijk herstel of een vaste vergoeding gebruik hebben gemaakt, waarbij geldt dat bij de bepaling van dit maximum niet meetelt een aanvullende vaste vergoeding van € 5.000 voor een object waarvoor al de eenmalige vaste vergoeding van € 5.000 is toegekend; +f. de aanvrager nog niet voor drie verschillende objecten van een vaste vergoeding of daadwerkelijk herstel gebruik heeft gemaakt, of, indien de aanvraag wordt ingediend namens meerdere personen gezamenlijk, geen van de aanvragers voor drie verschillende objecten van een vaste vergoeding of daadwerkelijk herstel gebruik heeft gemaakt; +g. indien de aanvrager een rechtspersoon is, er nog geen drie keer van daadwerkelijk herstel gebruik is gemaakt, of, indien de rechtspersoon tevens een onderneming is, de rechtspersonen die onderdeel uitmaken van de onderneming, geen drie keer van daadwerkelijk herstel gebruik hebben gemaakt en natuurlijke personen die onderdeel uitmaken van de onderneming, geen drie keer van daadwerkelijk herstel of voor drie verschillende objecten van een vaste vergoeding gebruik hebben gemaakt; h. er geen sprake van fraude of misbruik is geweest en er bestaat bij het Instituut ook geen gegronde vrees hiervoor; i. op het object rust geen finaliteit, tenzij in een vaststellingsovereenkomst een spijtoptantenbepaling is opgenomen en de aanvrager aan de voorwaarden van die bepaling voldoet; j. indien de aanvrager een rechtspersoon is, ondertekent hij de door het Instituut versterkte standaardverklaring dat voldaan is aan het bepaalde onder g; @@ -420,7 +458,12 @@ f. het een mestsilo of mestsleuf betreft; tenzij naar het oordeel van het Instituut voor een categorie van deze onderdelen of in een concrete situatie het redelijk is daadwerkelijk herstel toch mogelijk te maken. -**3.** Daadwerkelijk herstel is eveneens niet mogelijk, indien een gebouw geen woonfunctie heeft en het in de gegeven situatie naar het oordeel van het Instituut niet passend is daadwerkelijk herstel mogelijk te maken. +**3.** + +Daadwerkelijk herstel is eveneens niet mogelijk, indien; + +a. een gebouw geen woonfunctie heeft en het in de gegeven situatie naar het oordeel van het Instituut niet passend is daadwerkelijk herstel mogelijk te maken; +b. er een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon eigenaar of mede-eigenaar is geworden, dan wel houder van het beklemrecht, het recht van opstal of het recht van erfpacht, van het object waarop het recht op daadwerkelijk herstel ziet en er na verkrijging geen beving van 5 mm/s of hoger, te berekenen via de methode van Bommer, met een overschrijdingskans van 1%, heeft plaatsgevonden. **4.** Indien niet voldaan is aan het eerste of tweede lid, of het derde lid van toepassing is, weigert het Instituut de aanvraag. @@ -452,7 +495,7 @@ c. immateriële schade als bedoeld in hoofdstuk 4. **4.** Artikel 2.10, derde lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de finaliteit niet eerder dan vijf jaar, gerekend vanaf de dag na het sluiten van de vaststellingsovereenkomst, kan worden doorbroken. -**5.** Indien een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon eigenaar of mede eigenaar is geworden van het object waarop het besluit tot daadwerkelijk herstel ziet en dit recht is overgegaan op de nieuwe eigenaar of mede-eigenaar, kan het Instituut het besluit op naam stellen van de nieuwe eigenaar of mede-eigenaar. Artikel 2.13, eerste en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. +**5.** Indien een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon eigenaar of mede-eigenaar is geworden, dan wel houder van het beklemrecht, het recht van opstal of het recht van erfpacht, van het object waarop het besluit tot daadwerkelijk herstel ziet en dit recht is overgegaan op de nieuwe rechthebbende, kan het Instituut het besluit op naam stellen van de rechthebbende, indien hij een vaststellingsovereenkomst als bedoeld in artikel 2.13, eerste lid, onderdeel m, sluit voor het resterende deel van het recht op daadwerkelijk herstel. Artikel 2.13, eerste en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 2.16