From 9f3901bfb0cf3362365f68af5cabbd8c6587abde Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 30 Jul 2004 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2004-07-30 | BWBR0003420 | Wet op het primair onderwijs --- .../BWBR0003420/README.md | 76 +++++++++---------- 1 file changed, 36 insertions(+), 40 deletions(-) diff --git a/wet/wet-op-het-primair-onderwijs/BWBR0003420/README.md b/wet/wet-op-het-primair-onderwijs/BWBR0003420/README.md index 4069c53894d..e63f463d222 100644 --- a/wet/wet-op-het-primair-onderwijs/BWBR0003420/README.md +++ b/wet/wet-op-het-primair-onderwijs/BWBR0003420/README.md @@ -101,7 +101,7 @@ een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18, tenzij het tegendeel blijkt; *personeel*: a. de benoemde directeur, het personeel benoemd in een functie voor het geven van onderwijs en het personeel benoemd in een andere functie dan het geven van onderwijs; -b. het onder a bedoelde personeel dat zonder benoeming is tewerkgesteld, tenzij het betreft de toepassing van de artikelen 33, 34, 37, 38, 52, 53, eerste en tweede lid, 59, eerste tot en met vierde lid, 60 tot en met 62, 64, 68, 138 en 139, voor zover niet anders is bepaald, en de toepassing van daarmee verband houdende wettelijke bepalingen; +b. het onder a bedoelde personeel dat zonder benoeming is tewerkgesteld, tenzij het betreft de toepassing van de artikelen 33, 33a, 34, 37, 38, 52, 53, eerste en tweede lid, 59, eerste tot en met vierde lid, 60 tot en met 62, 68, 138 en 139, voor zover niet anders is bepaald, en de toepassing van daarmee verband houdende wettelijke bepalingen; leerlinggebonden budget: een leerlinggebonden budget voor een leerling als bedoeld in artikel 70a. @@ -178,6 +178,10 @@ b. aan een universiteit een duale opleiding volgen als bedoeld in artikel 7.7 va kan worden afgeweken van de eisen in het eerste lid onder b, met dien verstande dat het tijdelijk dienstverband van de student een periode beslaat die overeenkomt met een volledig dienstverband van vijf maanden. De vorige volzin is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van studenten die ten minste 116 doch nog geen 126 studiepunten hebben behaald, indien door de desbetreffende hogeschool wordt verklaard dat de student beschikt over met 126 studiepunten vergelijkbare en tevens voor het dienstverband relevante kennis, inzicht en vaardigheden. De toepassing van de vorige volzin vervalt ten aanzien van die student die niet binnen vier weken na aanvang van het dienstverband over 126 studiepunten beschikt. De in artikel 7.7, vijfde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek bedoelde overeenkomst vermeldt tevens de leraar onder wiens verantwoordelijkheid de betrokken student werkzaamheden van onderwijskundige aard verricht. +### Artikel 3a + +Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden + ### Artikel 4 **1.** Ten behoeve van het schoolbezoek verstrekken burgemeester en wethouders aan ouders van in de gemeente verblijvende leerlingen op aanvraag bekostiging van de door burgemeester en wethouders noodzakelijk te achten vervoerskosten. De gemeenteraad stelt daartoe een nadere regeling vast, met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden. @@ -756,14 +760,27 @@ b. te voldoen aan de overige vereisten voor de te vervullen functie. ### Artikel 33 -**1.** Het bevoegd gezag benoemt, schorst en ontslaat het personeel. Van een benoeming in vaste dienst en in tijdelijke dienst voor langer dan een half jaar, alsmede van een ontslag uit een zodanige betrekking, doet het bevoegd gezag terstond mededeling aan de inspecteur. +**1.** Met inachtneming van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgestelde voorschriften als bedoeld in het tweede lid regelt het bevoegd gezag van een openbare school de rechtspositie van het personeel en draagt het bevoegd gezag van een bijzondere school zorg voor de regeling van de rechtspositie van het personeel. **2.** -Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voor het personeel bedoeld in artikel 32, vastgesteld: +Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voor het personeel, bedoeld in artikel 32, voorschriften vastgesteld betreffende: -a. voorschriften omtrent vakantie, verlof, aanspraken op salaris in geval van militaire dienst, ziekte of ongeval, ontslaguitkeringen, alsmede omtrent andere rechten en verplichtingen; -b. salarissen en toelagen, door het bevoegd gezag toe te kennen bij uitoefening van een volledige weektaak of een deel daarvan. +a. salarissen en toelagen, door het bevoegd gezag toe te kennen bij uitoefening van een volledige weektaak of een deel daarvan, en +b. vakantie, verlof, aanspraken op salaris in geval van militaire dienst, ziekte of ongeval, ontslaguitkeringen, alsmede omtrent andere rechten en verplichtingen, dan wel de voorwaarden waaronder het bevoegd gezag een of meer onderdelen van in dit onderdeel bedoelde rechten en verplichtingen zelf regelt of voor de regeling daarvan zorg draagt. + +**3.** + +Onder regeling van de rechtspositie als bedoeld in het eerste lid wordt voor de openbare scholen niet begrepen het vaststellen van bepalingen omtrent: + +a. aanstelling, +b. schorsing, +c. disciplinaire maatregelen, en +d. ontslag. + +### Artikel 33a + +Het bevoegd gezag benoemt, schorst en ontslaat het personeel. Van een benoeming in vaste dienst en in tijdelijke dienst voor langer dan een half jaar, alsmede van een ontslag uit een zodanige betrekking, doet het bevoegd gezag terstond mededeling aan de inspecteur. ### Artikel 34 @@ -796,34 +813,11 @@ b. in een schooljaar gelijktijdig niet meer studenten als bedoeld onder a, dan d ### Artikel 37 -**1.** Over aangelegenheden van algemeen belang voor de bijzondere rechtstoestand van het personeel wordt door of namens het bevoegd gezag volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels overleg gevoerd met de daarvoor in aanmerking komende organisaties. Het overleg is gericht op het bereiken van overeenstemming. - -**2.** De algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, wordt aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal overgelegd. De maatregel treedt niet in werking dan nadat 4 weken na de overlegging zijn verstreken en gedurende die termijn niet door of namens de Kamer de wens wordt te kennen gegeven dat het in die maatregel geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld. Alsdan wordt een daartoe strekkend wetsvoorstel zo spoedig mogelijk ingediend. - -**3.** Het bevoegd gezag en de personeelsorganisaties, bedoeld in het eerste lid, kunnen gezamenlijk beslissen dat het overleg over de in dat lid bedoelde aangelegenheden, voor zover dit betrekking heeft op een of meer door het bevoegd gezag in stand gehouden scholen, wordt gevoerd met de personeelsgeleding van de medezeggenschapsraad van de desbetreffende school of scholen volgens de regels, bedoeld in de Wet medezeggenschap onderwijs 1992 (Stb. 1992, 663). Het bevoegd gezag en de personeelsorganisaties bepalen daarbij onder welke voorwaarden in dat overleg beslissingen over de in de eerste volzin bedoelde aangelegenheden kunnen worden genomen. - -**4.** Indien het overleg, bedoeld in het derde lid, niet leidt tot afronding overeenkomstig de op grond van dat lid vastgestelde voorwaarden, wordt alsnog over de desbetreffende aangelegenheden het overleg, bedoeld in het eerste lid, gevoerd. +Over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van het personeel bedoeld in artikel 32, wordt volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels overleg gevoerd met de daarvoor in aanmerking komende personeelsorganisaties en, voor zover zij daarbij belang hebben, organisaties van gemeente- en schoolbesturen. De algemene maatregel van bestuur bepaalt tevens de gevallen waarin in dat overleg overeenstemming met de personeelsorganisaties dient te worden bereikt. ### Artikel 38 -**1.** Elke school is aangesloten bij een geschillencommissie georganiseerd overleg, bestaande uit drie leden en drie plaatsvervangende leden. Een lid en een plaatsvervangend lid worden benoemd door de besturen van de aangesloten scholen en een lid en een plaatsvervangend lid door de personeelsorganisaties, bedoeld in artikel 37, eerste lid. De beide in de tweede volzin bedoelde leden kiezen het derde lid, tevens voorzitter, en diens plaatsvervanger. - -**2.** Een geschillencommissie strekt haar werkzaamheden uit over ten minste 50 scholen. Onze minister kan het in de eerste volzin genoemde aantal scholen lager stellen. - -**3.** De leden en de plaatsvervangende leden mogen geen deel uitmaken van het betrokken bevoegd gezag dan wel bestuurslid zijn van de personeelsorganisaties, bedoeld in artikel 37, eerste lid, of deelnemer zijn aan het overleg, bedoeld in dat artikellid. - -**4.** - -Indien het overleg, bedoeld in artikel 37, eerste lid, niet heeft geleid tot overeenstemming, neemt het bevoegd gezag geen beslissing behorend tot de in dat artikellid bedoelde aangelegenheden dan nadat gebleken is dat - -a. er geen geschil inzake de desbetreffende voorgenomen beslissing aanhangig is gemaakt bij de geschillencommissie, bedoeld in het eerste lid, dan wel -b. indien een geschil inzake de desbetreffende voorgenomen beslissing bij die commissie aanhangig is gemaakt, een advies ingevolge het zesde lid tot stand is gekomen. - -**5.** Geschillen inzake voorgenomen beslissingen van het bevoegd gezag, behorend tot de in artikel 37, eerste lid, bedoelde aangelegenheden, kunnen worden voorgelegd aan de geschillencommissie georganiseerd overleg door een of meer van de personeelsvertegenwoordigers in het overleg. In de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 37, eerste lid, worden tevens voorschriften gegeven omtrent de procedure inzake de vaststelling dat er sprake is van een geschil, voorschriften omtrent de bevoegdheid om een geschil aan de commissie voor te leggen, alsmede voorschriften omtrent de werkwijze van de commissie. - -**6.** De geschillencommissie georganiseerd overleg beoordeelt of het bevoegd gezag bij afweging van de betrokken belangen in redelijkheid de voorgenomen beslissing tot uitvoering kan brengen. De commissie verstrekt het bevoegd gezag een bindend advies. De geschillencommissie neemt bij haar advies, voor zover het bijzonder onderwijs betreft, de grondslag en het doel van de instelling in acht. - -**7.** Indien het overleg, bedoeld in artikel 37, eerste lid, door de bevoegde gezagsorganen van twee of meer scholen gezamenlijk wordt gevoerd, zijn deze scholen aangesloten bij dezelfde geschillencommissie georganiseerd overleg. +Over de door het bevoegd gezag ingevolge artikel 33 te treffen regelingen, alsmede over andere aangelegenheden van algemeen belang voor de bijzondere rechtstoestand van het personeel van de desbetreffende school, wordt door of namens het bevoegd gezag overleg gevoerd met de daarvoor in aanmerking komende vakorganisaties van overheids- en onderwijspersoneel, op een met deze schriftelijk overeengekomen wijze. In geval van een geschil over de deelneming aan het overleg, bedoeld in de eerste volzin, alsmede in geval van een geschil over de aard, de inhoud en de organisatie van het overleg leggen de betrokken partijen het geschil voor aan een geschillencommissie. Deze geschillencommissie bestaat uit drie personen, die door de partijen gezamenlijk worden aangewezen. De uitspraak van de geschillencommissie heeft bindende kracht. ##### Paragraaf 4. Leerlingen @@ -1167,7 +1161,7 @@ Vervallen ### Artikel 64 -Over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van het personeel bedoeld in artikel 32, wordt volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels overleg gevoerd met de daarvoor in aanmerking komende personeelsorganisaties en, indien en voor zover zij daarbij belang hebben, organisaties van gemeente- en schoolbesturen. De algemene maatregel van bestuur bepaalt tevens de gevallen waarin in dat overleg overeenstemming met de personeelsorganisaties dient te worden bereikt. +Vervallen ### Artikel 64a @@ -1205,7 +1199,7 @@ c. niet het maken van winst beoogt, d. wordt gefinancierd met behulp van bijdragen van de bevoegde gezagsorganen waarvoor diensten worden verricht, waaronder begrepen formatierekeneenheden die zijn toegekend op basis van artikel 122, eerste lid onder c, of artikel 132 en e. Onze minister heeft medegedeeld als rechtspersoon in de zin van dit artikel werkzaam te willen zijn, -zijn van toepassing de bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 33, vastgestelde salarissen en toelagen, alsmede de bij of krachtens die algemene maatregel van bestuur vastgestelde voorschriften omtrent vakantie, verlof, aanspraken op salaris in geval van militaire dienst, ziekte of ongeval, ontslaguitkeringen en voorschriften omtrent andere rechten en verplichtingen. +zijn van toepassing de in artikel 33 bedoelde voorschriften en regels. Voor de toepassing van de eerste volzin, onder b, wordt onder het geven van onderwijs niet begrepen het onderwijs dat wordt gegeven door personeel dat is benoemd of aangesteld op formatie als bedoeld in artikel 122, eerste lid onder c, of artikel 132. @@ -2165,7 +2159,7 @@ a. het verbruik van formatierekeneenheden door het bevoegd gezag onderscheidenli b. de wijziging in het verbruik van formatierekeneenheden, bedoeld in onderdeel a, op grond van rechtspositionele aanspraken van de personeelsleden alsmede, indien het een school betreft, op grond van de samenstelling van de schoolleiding, c. de voorwaarden waaronder het bevoegd gezag formatierekeneenheden kan overdragen aan een andere school, een school voor speciaal onderwijs, een school voor voortgezet speciaal onderwijs, een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs van hetzelfde bevoegd gezag of van een ander bevoegd gezag dan wel aan een centrale dienst, d. de voorwaarden waaronder een centrale dienst formatierekeneenheden kan overdragen aan een school, -e. de voorwaarden waaronder het bevoegd gezag recht heeft op de geldswaarde van niet verbruikte formatierekeneenheden, waarbij in elk geval wordt bepaald tot welk percentage het bevoegd gezag telkens voor de periode van een schooljaar kan besluiten minder formatierekeneenheden te besteden dan voor de school mogelijk zou zijn op grond van het beschikbare formatiebudget, en met dien verstande dat in het overleg, bedoeld in artikel 37, onder door Onze minister te stellen voorwaarden een hoger percentage kan worden overeengekomen, +e. de voorwaarden waaronder het bevoegd gezag recht heeft op de geldswaarde van niet verbruikte formatierekeneenheden, waarbij in elk geval wordt bepaald tot welk percentage het bevoegd gezag telkens voor de periode van een schooljaar kan besluiten minder formatierekeneenheden te besteden dan voor de school mogelijk zou zijn op grond van het beschikbare formatiebudget, en met dien verstande dat in het overleg, bedoeld in artikel 38, onder door Onze minister te stellen voorwaarden een hoger percentage kan worden overeengekomen, f. de voorwaarden waaronder een centrale dienst recht heeft op de geldswaarde van niet verbruikte formatierekeneenheden, en g. de verplichte besteding van onderdelen van de formatie. @@ -2214,7 +2208,7 @@ c. de permanente commissie leerlingenzorg van het desbetreffende samenwerkingsve ### Artikel 126 -**1.** Aan de school wordt in verband met de kosten van vervanging van personeel en de kosten van werkloosheidsuitkeringen, suppleties inzake arbeidsongeschiktheid alsmede uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van de Ziektewet bekostiging verstrekt. +**1.** Aan de school wordt in verband met de kosten van vervanging van personeel wegens voorschriften die zijn gegeven bij algemene maatregel van bestuur of bij ministeriële regeling en de kosten van werkloosheidsuitkeringen, suppleties inzake arbeidsongeschiktheid alsmede uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van de Ziektewet bekostiging verstrekt. **2.** De omvang van de in het eerste lid bedoelde bekostiging bedraagt een jaarlijks bij ministeriële regeling vast te stellen percentage van de bekostiging van de salarissen, bedoeld in artikel 137, derde lid, onderdeel a. Bij ministeriële regeling kan het percentage, bedoeld in de eerste volzin, tussentijds worden gewijzigd. De ministeriële regeling kan vaststellen welk deel van de bekostiging van de salarissen wordt gehanteerd bij de berekening, bedoeld in de eerste volzin. @@ -2370,7 +2364,7 @@ b. wettelijk verschuldigde en niet verhaalbare premies. Op de bekostiging van de uitgaven voor het personeel worden in mindering gebracht de salarissen, toelagen, uitkeringen of andere bijdragen waarop aanspraak wordt gemaakt door personeel dat is benoemd met voorbijgaan van personeel dat een gelijksoortige functie uitoefent of heeft uitgeoefend aan een school van het bevoegd gezag, voor zover laatstbedoeld personeel -a. gebruik maakt van de krachtens artikel 33, tweede lid, vastgestelde regeling voor onvrijwillige taakvermindering, of +a. gebruik maakt van een krachtens artikel 33, tweede lid, vastgestelde regeling voor onvrijwillige taakvermindering, of b. voor zover zich geen geval voordoet als bedoeld onder a, in het genot is van wachtgeld of van een andere ontslaguitkering en direct aan die ontslaguitkering voorafgaand langer dan een jaar onafgebroken in dienst is geweest van het bevoegd gezag. Voor de toepassing van de eerste volzin wordt, indien het betreft openbaar onderwijs, onder «school van het bevoegd gezag» verstaan elke binnen de desbetreffende gemeente gelegen school, met uitzondering van de binnen die gemeente gelegen nevenvestigingen waarvan de hoofdvestiging in een andere gemeente is gelegen. @@ -2618,7 +2612,7 @@ b. de overeenkomst is langer dan 1 jaar voor het niet meer voldoen van een der s c. in de overeenkomst is in elk geval opgenomen de verplichting voor elk bevoegd gezag om geen personeel te benoemen met voorbijgaan van personeel van een der scholen waarvan het bevoegd gezag aan de overeenkomst deelneemt en dat 1°. werkzaam is met gebruikmaking van formatie die is toegekend op grond van artikel 120, vijfde lid, wegens samenvoeging van scholen, -2°. voor zover zich geen geval voordoet als bedoeld onder 1° gebruik maakt van de krachtens artikel 33, tweede lid, vastgestelde regeling voor onvrijwillige taakvermindering, dan wel +2°. voor zover zich geen geval voordoet als bedoeld onder 1° gebruik maakt van een krachtens artikel 33, tweede lid, vastgestelde regeling voor onvrijwillige taakvermindering, dan wel 3°. voor zover zich geen geval voordoet als bedoeld onder 1° en 2° in het genot is van wachtgeld of van een andere ontslaguitkering en direct aan die ontslaguitkering voorafgaand langer dan een jaar onafgebroken in dienst is geweest van het bevoegd gezag. **4.** Met toepassing van het derde lid juncto het tweede lid kan in afwijking van artikel 153, eerste tot en met derde lid, de bekostiging van een bijzondere school slechts worden voortgezet of een openbare school slechts in stand worden gehouden, indien zich binnen een straal van 2,5 km van de desbetreffende school geen andere school van dezelfde richting, dan wel, indien het openbaar onderwijs betreft geen andere school met openbaar onderwijs bevindt. @@ -2918,6 +2912,8 @@ b. voert die rechtspersoon met betrekking tot de kwaliteit van het onderwijs een **2.** Het toezicht op het door een rechtspersoon als bedoeld in het eerste lid verzorgde onderwijs in allochtone levende talen is opgedragen aan de inspectie. De artikelen 3 en 9 van de Wet op het onderwijstoezicht zijn van overeenkomstige toepassing. +#### Afdeling 11A. Zij-instroom in het beroep + #### Afdeling 12. Overige bepalingen ### Artikel 177 @@ -3003,11 +2999,11 @@ Het bevoegd gezag van een bijzondere school is verplicht de uit de overheidskass Het bevoegd gezag van een school onderscheidenlijk het bestuur van een centrale dienst voor zover het betreft personeel dat is benoemd op formatie als bedoeld in artikel 122, eerste lid onder c, of artikel 132 is aangesloten bij een door Onze minister aan te wijzen rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die zich ten doel stelt waarborgen te bieden voor a. de kosten voor vervanging bij afwezigheid van personeel, en -b. de kosten voortvloeiend uit rechtspositionele verplichtingen ten aanzien van personeel dat gebruik maakt van de krachtens artikel 33, tweede lid, vastgestelde regeling voor onvrijwillige taakvermindering. +b. de kosten voortvloeiend uit rechtspositionele verplichtingen ten aanzien van personeel dat gebruik maakt van een krachtens artikel 33, tweede lid, vastgestelde regeling voor onvrijwillige taakvermindering. **2.** Het bevoegd gezag van een school onderscheidenlijk het bestuur van een centrale dienst voor zover het betreft personeel dat is benoemd op formatie als bedoeld in artikel 122, eerste lid onder c, of artikel 132 is voorts verplicht jaarlijks een door de in het eerste lid bedoelde rechtspersoon te bepalen bijdrage te voldoen aan die rechtspersoon in verband met de kosten voor vervanging. -**3.** Van de in het eerste juncto tweede lid bedoelde verplichting kan Onze minister op verzoek van het bevoegd gezag onderscheidenlijk het bestuur van de centrale dienst ontheffing verlenen op grond van bezwaren van godsdienstige of levensbeschouwelijke aard. Onze minister verleent de ontheffing slechts indien het bevoegd gezag onderscheidenlijk het bestuur van de centrale dienst aantoont dat een afdoende andere voorziening is getroffen met betrekking tot de gevolgen van vervanging bij afwezigheid van personeel en de gevolgen die voortvloeien uit rechtspositionele verplichtingen ten aanzien van personeel dat gebruik maakt van de krachtens artikel 33, tweede lid, vastgestelde regeling voor onvrijwillige taakvermindering. Onze minister besluit binnen zes maanden na ontvangst van een verzoek als bedoeld in de eerste volzin. Indien de beschikking niet binnen zes maanden kan worden gegeven, stelt Onze minister het bevoegd gezag onderscheidenlijk het bestuur van de centrale dienst daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. +**3.** Van de in het eerste juncto tweede lid bedoelde verplichting kan Onze minister op verzoek van het bevoegd gezag onderscheidenlijk het bestuur van de centrale dienst ontheffing verlenen op grond van bezwaren van godsdienstige of levensbeschouwelijke aard. Onze minister verleent de ontheffing slechts indien het bevoegd gezag onderscheidenlijk het bestuur van de centrale dienst aantoont dat een afdoende andere voorziening is getroffen met betrekking tot de gevolgen van vervanging bij afwezigheid van personeel en de gevolgen die voortvloeien uit rechtspositionele verplichtingen ten aanzien van personeel dat gebruik maakt van een krachtens artikel 33, tweede lid, vastgestelde regeling voor onvrijwillige taakvermindering. Onze minister besluit binnen zes maanden na ontvangst van een verzoek als bedoeld in de eerste volzin. Indien de beschikking niet binnen zes maanden kan worden gegeven, stelt Onze minister het bevoegd gezag onderscheidenlijk het bestuur van de centrale dienst daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. **4.** De rechtspersoon kan regels vaststellen ter uitvoering van het eerste lid. @@ -3102,7 +3098,7 @@ f. het diploma van de applicatiecursus volledig bevoegd onderwijzer of dat van d Onze minister is ten aanzien van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 183, bevoegd tot: a. instemming met de statuten van de rechtspersoon, alsmede van wijziging van de statuten; -b. instemming met de bijdrage, bedoeld in artikel 183, tweede lid; +b. instemming met de bijdrage, bedoeld in artikel 183, tweede lid, voor zover die betrekking heeft op de kosten van vervanging van personeel wegens voorschriften die zijn gegeven bij algemene maatregel van bestuur of bij ministeriële regeling; c. het geven van algemene aanwijzingen aan de rechtspersoon in verband met de minimaal door de rechtspersoon te geven waarborgen, bedoeld in artikel 183, eerste lid, zulks in verband met de goede voortgang van het onderwijs; d. het geven van algemene aanwijzingen aan de rechtspersoon met het oog op de afstemming van activiteiten van de rechtspersoon op het algemene beleid inzake preventie van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid; e. het geven van algemene aanwijzingen aan de rechtspersoon om de nakoming te verzekeren van verplichtingen die bij deze wet aan de rechtspersoon zijn opgedragen; @@ -3120,7 +3116,7 @@ h. intrekking van de aanwijzing van de rechtspersoon. Krachtens bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen voorschriften kan Onze minister subsidie verlenen aan de rechtspersoon ten behoeve van: -a. bedragen die, gedurende een vooraf vastgestelde periode en tot een vooraf vastgestelde maximale hoogte, strekken ter vervanging van de vergoeding ten behoeve van de kosten voor vervanging, bedoeld in artikel 126, eerste lid, en de bijdrage, bedoeld in artikel 183, tweede lid, +a. bedragen die, gedurende een vooraf vastgestelde periode en tot een vooraf vastgestelde maximale hoogte, strekken ter vervanging van de vergoeding ten behoeve van de kosten voor vervanging, bedoeld in artikel 126, eerste lid, en de bijdrage, bedoeld in artikel 183, tweede lid, voor zover die betrekking heeft op de kosten van vervanging van personeel wegens voorschriften gegeven bij algemene maatregel van bestuur of bij ministeriële regeling, b. een bijdrage aan de kosten van de bedrijfsvoering van de rechtspersoon, en c. een bijdrage ten behoeve van de uitoefening van landelijke taken in het kader van de bedrijfsgezondheidszorg.