2012-10-23 | BWBR0022762 | Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer

This commit is contained in:
Coornhert 2012-10-23 12:00:00 +00:00
parent 37d3c74d1d
commit 9f4420d816

View file

@ -36,7 +36,11 @@ In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
*autodemontagebedrijf:* inrichting voor het demonteren van autowrakken;
*autowrak:* voertuig dat een afvalstof is in de zin van artikel 1.1, eerste lid, van de wet;
*autowrak:*
1°. bedrijfsauto als bedoeld in de Regeling voertuigen, met een maximum gewicht van ten hoogste 3500 kilogram;
2°. personenauto als bedoeld in de Regeling voertuigen en
3°. bromfiets als bedoeld in de Regeling voertuigen, niet zijnde een voertuig op twee wielen, die een afvalstof is in de zin van artikel 1.1, eerste lid, van de wet;
*autowrakkenrichtlijn:* richtlijn nr. 2000/53/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 18 september 2000 betreffende autowrakken (PbEG L 269);
@ -240,12 +244,6 @@ c. de met 10 dB(A) verhoogde waarde van het langtijdgemiddelde beoordelingsnivea
*vluchtige organische stoffen:* stoffen als bedoeld in het Oplosmiddelenbesluit omzetting EG-VOS-richtlijn milieubeheer;
*voertuig:*
1°. bedrijfsauto als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen met een maximum gewicht van ten hoogste 3500 kilogram;
2°. personenauto als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen, of
3°. bromfiets als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen, niet zijnde een voertuig op twee wielen;
*voorziening voor het beheer van afvalwater:* een openbaar vuilwaterriool, openbaar hemelwaterstelsel, openbaar ontwateringstelsel, een andere voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, een zuiveringtechnisch werk of een zuiveringsvoorziening;
*vuilwaterriool:*
@ -366,6 +364,10 @@ In afwijking van artikel 1.2 worden gedeputeerde staten van de provincie waarin
Dit besluit berust mede op de artikelen 6.2, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, onderdeel b, 6.6 en 6.7 van de Waterwet.
### Artikel 1.3b
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
#### Paragraaf 1.1.2. Reikwijdte en andere procedurele bepalingen
### Artikel 1.4
@ -381,7 +383,7 @@ Degene die een inrichting type C drijft voldoet aan de regels gesteld bij of kra
a. hoofdstuk 3;
b. artikel 4.6 voor zover het het opslaan van ten hoogste 3.000 liter gasolie, smeerolie en afgewerkte olie bij een inrichting als bedoeld in artikel 3.17, betreft;
c. paragraaf 4.8.2, voor zover het gaat om een inrichting waar gelegenheid wordt geboden voor het afmeren van pleziervaartuigen die gewoonlijk wordt aangedaan door zeegaande pleziervaartuigen;
d. hoofdstuk 1, afdelingen 2.1 tot en met 2.4, en 2.10 en hoofdstuk 6 voor zover deze betrekking hebben op activiteiten binnen de inrichting waarop de regels, bedoeld in de onderdelen a tot en met d van toepassing zijn.
d. hoofdstuk 1, afdelingen 2.1 tot en met 2.4, en 2.10 en hoofdstuk 6 voor zover deze betrekking hebben op activiteiten binnen de inrichting waarop de regels, bedoeld in de onderdelen a tot en met c van toepassing zijn.
**4.** Onverminderd het eerste en tweede lid, voldoet een ieder die loost vanuit een inrichting type A of B voor het lozen waarvoor de beheerder bevoegd gezag is aan de bij of krachtens dit besluit gestelde regels, met uitzondering van afdeling 1.2.
@ -389,6 +391,14 @@ d. hoofdstuk 1, afdelingen 2.1 tot en met 2.4, en 2.10 en hoofdstuk 6 voor zover
**6.** In afwijking van het derde lid voldoet degene die een inrichting type C drijft waartoe een gpbv-installatie behoort die betrekking heeft op het afleveren van lichte olie aan motorvoertuigen, aan artikel 3.20 en aan hoofdstuk 1, afdelingen 2.1 tot en met 2.4, afdeling 2.10 en hoofdstuk 6, voor zover deze betrekking hebben op de activiteit binnen de inrichting waarop artikel 3.20 van toepassing is.
### Artikel 1.4a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 1.4b
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 1.5
Vervallen
@ -452,7 +462,7 @@ Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet,
**1.** Degene die een inrichting opricht, meldt dit ten minste vier weken voor de oprichting aan het bevoegd gezag.
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het veranderen van een inrichting en het veranderen van de werking daarvan. Deze melding is niet vereist, indien eerder een melding overeenkomstig dit artikel is gedaan en door dit veranderen geen afwijking ontstaat van de bij die melding verstrekte gegevens en op grond van de artikelen 1.11, 1.12, 1.13 en 1.14 geen andere gegevens zouden moeten worden verstrekt.
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het veranderen van een inrichting en het veranderen van de werking daarvan. Deze melding is niet vereist, indien eerder een melding overeenkomstig dit artikel is gedaan en door dit veranderen geen afwijking ontstaat van de bij die melding verstrekte gegevens.
**3.**
@ -467,6 +477,10 @@ f. een situatieschets, met een schaal van ten minste 1:10.000 waarop de ligging
**4.** Het bestuursorgaan dat een melding ontvangt waarvoor een ander bestuursorgaan mede bevoegd gezag is, stuurt onverwijld een kopie van de melding aan dat andere bevoegde gezag. De melding wordt geacht mede bij dat andere bevoegde gezag te zijn gedaan.
### Artikel 1.10a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 1.11
**1.** Bij de melding, bedoeld in artikel 1.10, wordt een rapport van een akoestisch onderzoek gevoegd indien tussen 19.00 en 7.00 uur naar verwachting gemiddeld meer dan vier transportbewegingen plaatsvinden met motorvoertuigen waarvan de massa van het ledig voertuig vermeerderd met het laadvermogen meer is dan 3.500 kilogram en binnen een afstand van 50 meter van de grens van de inrichting gevoelige objecten aanwezig zijn. Het gemiddelde als bedoeld in de eerste volzin betreft een gemiddelde gemeten over de periode van een jaar. De eerste volzin is niet van toepassing op inrichtingen die uitsluitend of in hoofdzaak bestemd zijn voor de openbare verkoop aan derden van vloeibare brandstof, mengsmering en aardgas voor het wegverkeer en inrichtingen waar uitsluitend of in hoofdzaak horeca-activiteiten plaatsvinden.
@ -559,6 +573,18 @@ Uit het rapport van een geuronderzoek, bedoeld in het eerste lid, blijkt:
a. op grond van de verrichte geurberekeningen of aan de waarden, bedoeld in artikel 3.5b, eerste en tweede lid, dan wel artikel 6.19b, tweede tot en met vijfde lid, is voldaan, en
b. welke voorzieningen worden getroffen om de geuremissie te beperken.
### Artikel 1.18
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 1.19
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 1.20
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
## Hoofdstuk 2. Algemene regels ten aanzien van alle activiteiten
### Afdeling 2.1. Zorgplicht
@ -633,7 +659,7 @@ f. NEN-EN-ISO 6468 ten aanzien van aromatische organohalogeenverbindingen;
g. NEN-EN-ISO 10301 ten aanzien van chlooretheen (vinylchloride), dichloormethaan, tetrachlooretheen (PER), tetrachloormethaan, trichlooretheen, trichloormethaan, 1,1-dichloorethaan, 1,2-dichloorethaan, 1,2-dichlooretheen, cis-1,2-dichlooretheen, trans-1,2-dichlooretheen 1,1,1-trichloorethaan en 1,1,2-trichloorethaan;
h. NEN 6676 ten aanzien van extraheerbare organohalogeenverbindingen;
i. NEN-EN-ISO 9377-2 ten aanzien van olie;
j. NEN-EN-ISO 17993 ten aanzien van polyaromatische koolwaterstoffen;
j. NEN-EN-ISO 17993 ten aanzien van polycyclische aromatische koolwaterstoffen;
k. ISO 5815-1/2 of NEN-EN 1899-1/2 ten aanzien van het biochemisch zuurstof verbruik;
l. NEN 6633 ten aanzien van het chemisch zuurstof verbruik;
m. NEN-EN-ISO 13395 ten aanzien van nitrietstikstof en nitraatstikstof;
@ -916,7 +942,7 @@ f. de in tabel 2.17a aangegeven waarden niet gelden op gevoelige objecten die zi
**2.**
Ten aanzien van een inrichting die is gelegen op een gezoneerd industrieterrein, waarbij binnen een afstand van 50 meter geen gevoelige objecten, anders dan gevoelige objecten gelegen op het gezoneerde industrieterrein, zijn gelegen, bedraagt in afwijking van het eerste lid, het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (L_Ar,LT) veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door die inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten niet meer dan de in tabel 2.17b bij het betreffende tijdstip aangegeven waarde. De eerste volzin is niet van toepassing op windturbines.
Ten aanzien van een inrichting die is gelegen op een gezoneerd industrieterrein, waarbij binnen een afstand van 50 meter geen gevoelige objecten, anders dan gevoelige objecten gelegen op het gezoneerde industrieterrein, zijn gelegen, bedraagt in afwijking van het eerste lid, het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (L_Ar,LT) veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door die inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten niet meer dan de in tabel 2.17b bij het betreffende tijdstip aangegeven waarde.
| | 07.0019.00 uur | 19.0023.00 uur | 23.0007.00 uur |
| --- | --- | --- | --- |
@ -968,20 +994,20 @@ g. het traditioneel schieten, tenzij en voor zover daarvoor bij gemeentelijke ve
h. het stemgeluid van kinderen op een onverwarmd of onoverdekt terrein dat onderdeel is van een inrichting voor primair onderwijs, in de periode vanaf een uur voor aanvang van het onderwijs tot een uur na beëindiging van het onderwijs;
i. het stemgeluid van kinderen op een onverwarmd of onoverdekt terrein dat onderdeel is van een instelling voor kinderopvang.
**2.** Bij het bepalen van de geluidsniveaus, bedoeld in artikel 2.17 wordt voor muziekgeluid geen bedrijfsduurcorrectie toegepast.
**2.** Bij het bepalen van de geluidsniveaus, bedoeld in artikel 2.17, 2.20 dan wel 6.12, wordt voor muziekgeluid geen bedrijfsduurcorrectie toegepast.
**3.**
Bij het bepalen van het maximaal geluidsniveau (L_Amax), bedoeld in artikel 2.17 blijft buiten beschouwing het geluid als gevolg van:
Bij het bepalen van het maximaal geluidsniveau (L_Amax), bedoeld in artikel 2.17, 2.20 dan wel 6.12, blijft buiten beschouwing het geluid als gevolg van:
a. het komen en gaan van bezoekers bij inrichtingen waar uitsluitend of in hoofdzaak horeca-, sport- en recreatieactiviteiten plaatsvinden;
b. het verrichten in de open lucht van sportactiviteiten of activiteiten die hiermee in nauw verband staan.
**4.**
De maximale geluidsniveaus (L_Amax), bedoeld in artikel 2.17 zijn tussen 23.00 en 7.00 uur niet van toepassing ten aanzien van aandrijfgeluid van motorvoertuigen bij laad- en losactiviteiten indien:
De maximale geluidsniveaus (L_Amax), bedoeld in artikel 2.17, 2.20 dan wel 6.12, zijn tussen 23.00 en 7.00 uur niet van toepassing ten aanzien van aandrijfgeluid van motorvoertuigen bij laad- en losactiviteiten indien:
a. degene die de inrichting drijft aantoont dat het maximaal geluidsniveau (L_Amax), genoemd in tabel 2.17a, niet te bereiken is door het treffen van maatregelen; en
a. degene die de inrichting drijft aantoont dat het voor de betreffende inrichting in die periode geldende maximale geluidsniveau (LA_max), niet te bereiken is door het treffen van maatregelen; en
b. het niveau van het aandrijfgeluid op een afstand van 7,5 meter van het motorvoertuig niet hoger is van 65dB(A).
**5.**
@ -1067,6 +1093,8 @@ Degene die een tankstation voor het wegverkeer drijft, draagt er zorg voor dat d
Burgemeester en wethouders van de gemeenten Amsterdam, 's-Gravenhage, Rotterdam en Utrecht, van gemeenten die zijn aangewezen krachtens artikel 88, negende lid, van de Wet bodembescherming, en een regionaal openbaar bestuur als bedoeld in de Kaderwet bestuur in verandering, treden voor de toepassing van artikel 2.24, vierde lid, in de plaats van gedeputeerde staten. Een regionaal openbaar lichaam als bedoeld in de vorige volzin treedt slechts in de plaats van gedeputeerde staten, indien de in dit artikel bedoelde bevoegdheden bij die algemene maatregel van bestuur zijn overgedragen.
### Afdeling 2.11. Oplosmiddelen
## Hoofdstuk 3. Bepalingen met betrekking tot activiteiten in inrichtingen, tevens geldend voor inrichtingen type c
### Afdeling 3.1. Afvalwaterbeheer
@ -1654,6 +1682,14 @@ b. alle bewijzen van gecertificeerde of geaccrediteerde aanleg en inspectie die
**3.** Deze paragraaf is niet van toepassing op het inwendig reinigen van tanks en tankwagens en het inwendig reinigen en ontsmetten van vrachtwagens en andere transportmiddelen.
### Artikel 3.23b
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 3.23c
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 3.24
Bij het wassen van motorvoertuigen of carrosserie-onderdelen daarvan wordt ten behoeve van het realiseren van een verwaarloosbaar bodemrisico voldaan aan de bij ministeriële regeling te stellen eisen.
@ -1735,14 +1771,14 @@ voldaan aan de bij ministeriële regeling te stellen eisen.
**2.**
Onverminderd het eerste lid is deze paragraaf van toepassing op een inrichting type B bij:
Onverminderd het eerste lid is deze paragraaf voor zover het betreft inrichtingen type B van toepassing op:
a. het op- en overslaan van goederen, niet zijnde inerte goederen, voor zover dat niet is geregeld in de paragrafen 3.3.4, 3.3.5, 3.3.7, 4.1.1 tot en met 4.1.4 en 4.1.7;
b. het composteren van groenafval.
**3.**
Onverminderd het eerste lid is deze paragraaf van toepassing op een inrichting type C bij:
Onverminderd het eerste lid is deze paragraaf voor zover het betreft inrichtingen type C van toepassing op:
a. het op- en overslaan van goederen, niet zijnde inerte goederen, voor zover dat niet is geregeld in de paragrafen 3.3.4, 3.3.5, 3.3.7, 4.1.1 tot en met 4.1.4 en 4.1.7, bij:
@ -3303,6 +3339,14 @@ de bij ministeriële regeling voorgeschreven maatregelen toegepast.
#### Paragraaf 4.8.1. Inwendig reinigen van tanks, tankwagens, vrachtwagens en andere transportmiddelen
### Artikel 4.103g
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 4.103h
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 4.104
**1.** Bij het inwendig reinigen van tanks en tankwagens wordt het in het afvalwater geraken van het product zo veel mogelijk voorkomen.
@ -3325,6 +3369,10 @@ Bij het inwendig reinigen en ontsmetten van vrachtwagens en andere transportmidd
Bij het in het vuilwaterriool lozen van afvalwater afkomstig van het inwendig reinigen van veegwagens en vuilniswagens bevat het afvalwater in enig steekmonster niet meer dan 300 milligram onopgeloste stoffen per liter.
### Artikel 4.104d
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
#### Paragraaf 4.8.2. Bieden van gelegenheid tot het afmeren van pleziervaartuigen
### Artikel 4.105
@ -3639,6 +3687,10 @@ Wijzigt het Vuurwerkbesluit.
**5.** Voor de toepassing van dit artikel worden gegevens die in de aanvraag staan en die geacht worden onderdeel te zijn van de voorschriften van de vergunning, aangemerkt als voorschriften van de vergunning.
### Artikel 6.2a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 6.3
**1.** Een ontheffing op grond van de artikelen 14, tweede lid, 24, tweede lid, en 25, tweede lid, van het Lozingenbesluit bodembescherming met betrekking tot het lozen, bedoeld in artikel 2.2, eerste of tweede lid, wordt gedurende de resterende termijn van die ontheffing aangemerkt als een maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 2.2, derde lid.
@ -3666,6 +3718,10 @@ Indien op het tijdstip van het van toepassing worden van artikel 1.4, eerste, tw
a. een melding overeenkomstig artikel 1.10, voor zover het lozen bij of krachtens de in hoofdstuk 3 of 4 van dit besluit gestelde voorschriften is toegestaan;
b. een verzoek tot het stellen van een maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 3.1, zesde lid, onderdeel b, voor zover de aanvraag lozen betreft als bedoeld in artikel 3.1, vijfde lid.
### Artikel 6.5a
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
### Artikel 6.6
Voor de toepassing van dit besluit wordt als eerste dag van de termijn waarbinnen wordt gekeurd aangemerkt: de dag waarop voor het laatst is gekeurd.
@ -3722,7 +3778,7 @@ d. de kosten die daarvoor worden geraamd en de wijze waarop hiervoor financiële
**4.** Het plan van aanpak, bedoeld in het derde lid, waarmee het bevoegd gezag heeft ingestemd maakt deel uit van het maatwerkvoorschrift.
**5.** Onder een aanvaarbaar bodemrisico als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: een situatie als bedoeld in de NRB waarin een bodemrisico aanvaardbaar is gemaakt met risicobeperkend bodemonderzoek en door het anticiperen op het beperken en zoveel mogelijk ongedaan maken van eventueel optredende verontreiniging of aantasting van de bodem.
**5.** Onder een aanvaardbaar bodemrisico als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: een situatie als bedoeld in de NRB waarin een bodemrisico aanvaardbaar is gemaakt met risicobeperkend bodemonderzoek en door het anticiperen op het beperken en zoveel mogelijk ongedaan maken van eventueel optredende verontreiniging of aantasting van de bodem.
**6.** Het risicobeperkend bodemonderzoek als bedoeld in het derde en vijfde lid, voldoet aan paragraaf 1.5 van onderdeel B1 van de NRB en wordt uitgevoerd door een persoon of instelling die daartoe beschikt over een erkenning op grond van het Besluit bodemkwaliteit.
@ -3799,10 +3855,10 @@ b. voor 1 maart 1997 een slibvangput of een olieafscheider zijn geplaatst, die o
**2.**
In afwijking van de artikelen 3.25, derde lid, 3.44, derde lid4.71, tweede lid, 4.75, vierde lid, en 4.105, vierde lid zijn die artikelen van overeenkomstige toepassing indien het afvalwater niet wordt geleid door een slibvangput en olieafscheider die voldoen aan NEN-EN 858-1 en 2, maar door:
In afwijking van de artikelen 3.25, derde lid, 3.34, achtste lid, 3.44, derde lid, 4.71, tweede lid, 4.75, tweede lid en 4.105, derde lid, zijn die artikelen van overeenkomstige toepassing indien het afvalwater niet wordt geleid door een slibvangput en olieafscheider die voldoen aan NEN-EN 858-1 en 2, maar door:
a. een slibvangput en een olieafscheider zijn geplaatst die voldoen aan en worden gebruikt conform NEN 7089;
b. voor 1 maart 1997 een slibvangput en een olieafscheider zijn geplaatst, die op de hoeveelheid afvalwater zijn afgestemd.
a. een slibvangput en een olieafscheider die voldoen aan en worden gebruikt conform NEN 7089; of
b. een slibvangput en een olieafscheider die zijn geplaatst voor 1 maart 1997 en op de hoeveelheid afvalwater zijn afgestemd.
### Paragraaf 6.7. Overgangsrecht met betrekking tot het lozen van afvloeiend hemelwater
@ -3854,7 +3910,7 @@ In afwijking van artikel 3.9, eerste lid, haalt een warmtekrachtinstallatie die
Artikel 3.12, zesde lid, is niet van toepassing op een gasdrukmeet- en regelstation:
a. waarop onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel 3.10 het Besluit voorzieningen en installaties milieubeheer van toepassing was, is opgericht voor 1 december 2001 en waarvoor onmiddellijk voorafgaand aan de laatstgenoemde datum een vergunning in werking en onherroepelijk was; of
a. waarop onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel 3.12 het Besluit voorzieningen en installaties milieubeheer van toepassing was, is opgericht voor 1 december 2001 en waarvoor onmiddellijk voorafgaand aan de laatstgenoemde datum een vergunning in werking en onherroepelijk was; of
b. dat voor de inwerkingtreding van artikel 3.12 is opgericht en waarvoor onmiddellijk voorafgaand aan die datum een vergunning in werking en onherroepelijk was;
voor zover de afstanden opgenomen in de vergunning afwijken van de afstanden, bedoeld in tabel 3.12.
@ -3899,6 +3955,8 @@ Artikel 3.15a is niet van toepassing op een windturbine of een combinatie daarva
**3.** Op het inpandig afleveren van lichte olie, bedoeld in het tweede lid, is artikel 3.20, derde tot en met achtste lid, alsmede de krachtens die leden en krachtens artikel 3.19 gestelde regels van toepassing.
### Paragraaf 6.11a. Overgangsrecht met betrekking tot het uitwendig wassen van motorvoertuigen of werktuigen
### Paragraaf 6.12. Overgangsrecht tandheelkunde
### Artikel 6.23
@ -3929,6 +3987,22 @@ Artikel 3.26 is tot 1 januari 2011 niet van toepassing indien het afvalwater afk
**2.** De voorschriften van een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, voor een inrichting type C die betrekking hebben op de activiteiten, bedoeld in paragraaf 3.3.7 en onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 3.41 in werking waren en niet vallen binnen de bevoegdheid van het bevoegd gezag tot het stellen van maatwerkvoorschriften worden indien op grond van paragraaf 3.3.7 van het besluit strengere bepalingen gelden gedurende zes maanden aangemerkt als maatwerkvoorschriften.
### Paragraaf 6.13c. Overgangsrecht met betrekking tot het opslaan van agrarische bedrijfsstoffen
### Paragraaf 6.13d. Overgangsrecht met betrekking tot het opslaan van drijfmest
### Paragraaf 6.13e. Overgangsrecht met betrekking tot telen of kweken van gewassen in een kas
### Paragraaf 6.13f. Telen van gewassen in de open lucht
### Paragraaf 6.13g. Overgangsrecht met betrekking tot de waterbehandeling voor agrarische activiteiten
### Paragraaf 6.13h. Overgangsrecht met betrekking tot het behandelen van gewassen
### Paragraaf 6.13i. Overgangsrecht met betrekking tot composteren
### Paragraaf 6.13j. Overgangsrecht met betrekking tot het houden van landbouwhuisdieren in dierenverblijven
### Paragraaf 6.14. Overgangsrecht met betrekking tot het opslaan van gevaarlijke stoffen in verpakking, niet zijnde vuurwerk, vaste kunstmeststoffen en andere ontplofbare stoffen
### Artikel 6.25