2003-06-30 | BWBR0008498 | Arbeidsomstandighedenbesluit
This commit is contained in:
parent
bbaf38ec04
commit
9f6cd71da8
1 changed files with 82 additions and 14 deletions
|
|
@ -942,7 +942,7 @@ Deze afdeling is niet van toepassing op arbeid verricht in winningsindustrieën
|
|||
Voor de aanvang van het werk wordt een veiligheids- en gezondheidsdocument opgesteld, waarin ten minste vermeld worden:
|
||||
|
||||
a. de risico-inventarisatie en -evaluatie van de gevaren, bedoeld in artikel 5 van de wet;
|
||||
b. de maatregelen, bedoeld in artikel 5 van de wet, waarbij met name aandacht is besteed aan de maatregelen die zijn of worden genomen om aan de voorschriften van deze afdeling en de afdelingen 1, 3 en 3a van hoofdstuk 3 van dit besluit te voldoen;
|
||||
b. de maatregelen, bedoeld in artikel 5 van de wet, waarbij met name aandacht is besteed aan de maatregelen die zijn of worden genomen om aan de voorschriften van deze afdeling en de afdelingen 1, met uitzondering van paragraaf 2a van die afdeling, 3, 3A, 3B en 3C van hoofdstuk 3 van dit besluit te voldoen;
|
||||
c. de maatregelen die zijn genomen om herhaling van ongevallen met ernstig letsel, dodelijke ongevallen of situaties als bedoeld in artikel 2.41, vierde lid, te voorkomen;
|
||||
d. de wijze waarop voldaan is aan artikel 19, tweede lid, van de wet, indien op de arbeidsplaats in de winningsindustrie meerdere werkgevers arbeid doen verrichten;
|
||||
e. de gegevens waaruit blijkt dat het ontwerp, het gebruik en het onderhoud van de arbeidsplaats in de winningsindustrie alsmede de arbeidsmiddelen veilig zijn.
|
||||
|
|
@ -1069,9 +1069,10 @@ In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
a. elektrische installatie: een samenstel van elektrisch materieel, leidingen en bijbehoren van leidingen;
|
||||
b. elektrisch materieel: delen of gedeelten van een elektrische installatie die dienen voor de opwekking, het transport en de toepassing van elektrische energie;
|
||||
c. gebruik van elektriciteit: iedere activiteit met betrekking tot een elektrische installatie waaronder in ieder geval wordt begrepen de bouw, ingebruikneming of buitengebruikstelling, bediening, reparatie, ombouwing, onderhoud en inspectie alsmede het werken in de nabijheid van een elektrische installatie;
|
||||
d. hoogspanning: een spanning waarvan de waarde bij wisselspanning hoger is dan 1000 Volt effectief tussen de fasen of 600 Volt effectief tussen een fase en aarde en bij gelijkspanning hoger is dan 1500 Volt tussen de polen of 900 Volt tussen een van de polen en aarde;
|
||||
e. laagspanning: een spanning met een waarde lager dan hoogspanning.
|
||||
c. explosieve atmosfeer: een mengsel van lucht en brandbare stoffen in de vorm van gassen, dampen, nevels of stof, onder atmosferische omstandigheden waarin de verbranding zich na ontsteking uitbreidt tot het gehele niet verbrande mengsel;
|
||||
d. gebruik van elektriciteit: iedere activiteit met betrekking tot een elektrische installatie waaronder in ieder geval wordt begrepen de bouw, ingebruikneming of buitengebruikstelling, bediening, reparatie, ombouwing, onderhoud en inspectie alsmede het werken in de nabijheid van een elektrische installatie;
|
||||
e. hoogspanning: een spanning waarvan de waarde bij wisselspanning hoger is dan 1000 Volt effectief tussen de fasen of 600 Volt effectief tussen een fase en aarde en bij gelijkspanning hoger is dan 1500 Volt tussen de polen of 900 Volt tussen een van de polen en aarde;
|
||||
f. laagspanning: een spanning met een waarde lager dan hoogspanning.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.1a
|
||||
|
||||
|
|
@ -1145,27 +1146,92 @@ c. de werknemers zich met de arbeidsmiddelen waarmee zij fysiek in contact staan
|
|||
|
||||
### Artikel 3.5a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Deze paragraaf is niet van toepassing op:
|
||||
|
||||
a. gebieden die direct gebruikt worden voor en gedurende de medische behandeling van patiënten;
|
||||
b. het gebruik van gastoestellen die vallen onder het Besluit gastoestellen;
|
||||
c. de vervaardiging, de bewerking, het gebruik, de opslag en het transport van springstoffen of chemisch instabiele stoffen;
|
||||
d. de winningsindustrie in dagbouw, de ondergrondse winningsindustrie en de winningsindustrie die delfstoffen wint met behulp van boringen;
|
||||
e. het gebruik van vervoermiddelen over land, over het water en door de lucht, met uitzondering van de voertuigen bedoeld voor gebruik op plaatsen waar zich een explosieve atmosfeer kan voordoen.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.5b
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Voor de toepassing van artikel 19, tweede lid, van de wet worden aangewezen de werkzaamheden verricht op arbeidsplaatsen waar explosieve atmosferen heersen of kunnen optreden.
|
||||
|
||||
**2.** In aanvulling op artikel 19, tweede lid, van de wet coördineert de werkgever die verantwoordelijk is voor de arbeidsplaats, bedoeld in het eerste lid, de uitvoering van alle maatregelen inzake veiligheid en gezondheid.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.5c
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** De gevaren in verband met explosieve atmosferen en de bijzondere risico's die daaruit kunnen voortvloeien, worden in het kader van de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, voor de aanvang van de arbeid en bij iedere belangrijke wijziging, uitbreiding of verbouwing van de arbeidsplaats, de arbeidsmiddelen of het arbeidsproces, in hun geheel beoordeeld en schriftelijk vastgelegd in een explosieveiligheidsdocument.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Bij de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval rekening gehouden met:
|
||||
|
||||
a. de waarschijnlijkheid van het voorkomen en het voortduren van explosieve atmosferen;
|
||||
b. de waarschijnlijkheid dat ontstekingsbronnen, elektrostatische ontladingen daaronder begrepen, aanwezig zijn, actief worden en daadwerkelijk ontsteken;
|
||||
c. de aanwezige installaties, de gebruikte stoffen, de processen en hun mogelijke wisselwerkingen;
|
||||
d. de omvang van de te verwachten gevolgen.
|
||||
|
||||
**3.** Bij de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, worden tevens ruimten in aanmerking genomen die via openingen verbonden zijn of kunnen worden verbonden met ruimten waar explosieve atmosferen kunnen voorkomen.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
In het explosieveiligheidsdocument zijn ten minste vermeld:
|
||||
|
||||
a. een identificatie en beoordeling van de explosierisico's;
|
||||
b. de wijze waarop de arbeidsplaatsen en de arbeidsmiddelen, met inbegrip van de alarminstallaties, met de vereiste aandacht voor de veiligheid zijn ontworpen, worden gebruikt of bediend en onderhouden;
|
||||
c. welke gebieden zijn ingedeeld in zones als bedoeld in artikel 3.5d, vijfde lid;
|
||||
d. de wijze waarop uitvoering is gegeven aan de maatregelen, bedoeld in de artikelen 3.5d, 3.5e en 3.5f;
|
||||
e. indien op arbeidsplaatsen als bedoeld in artikel 3.5b, eerste lid, meerdere werkgevers arbeid doen verrichten, de wijze waarop voldaan is aan artikel 19, tweede lid, van de wet en het doel, de maatregelen en de wijze van uitvoering van de coördinatie, bedoeld in artikel 3.5b, tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.5d
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Doeltreffende maatregelen zijn genomen om het ontstaan van een explosieve atmosfeer op de arbeidsplaats te voorkomen.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Indien het voorkomen van het ontstaan van een explosieve atmosfeer, gezien de aard van het werk niet mogelijk is, worden in de hieronder aangegeven volgorde de volgende maatregelen genomen:
|
||||
|
||||
a. de ontsteking van explosieve atmosferen wordt voorkomen, waarbij rekening wordt gehouden met elektrostatische ontladingen die van werknemers of de arbeidsplaats als ladingsdrager of ladingsproducent kunnen uitgaan;
|
||||
b. de schadelijke gevolgen van een explosie worden beperkt.
|
||||
|
||||
**3.** In aanvulling op de maatregelen, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt de mogelijkheid tot uitbreiding van een explosie beperkt.
|
||||
|
||||
**4.** Indien werknemers of anderen door explosieve atmosferen gevaar kunnen lopen, wordt, in aanvulling op het eerste tot en met het derde lid, de arbeidsplaats zodanig ingericht dat veilig kan worden gewerkt en wordt er op de arbeid passend toezicht, met inbegrip van het gebruik van passende technische middelen, uitgeoefend. De inhoud en de mate van het toezicht is afhankelijk van de uit de beoordeling, bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid, gebleken gevaren.
|
||||
|
||||
**5.** Indien uit de beoordeling, bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid, is gebleken dat er explosieve atmosferen kunnen voorkomen, worden gebieden waar deze atmosferen kunnen heersen ingedeeld in gevarenzones als bedoeld in bijlage I bij richtlijn nr. 1999/92/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 december 1999 (PbEG 2000, L 23) betreffende minimumvoorschriften voor de verbetering van de gezondheidsbescherming en van de veiligheid van werknemers die door explosieve atmosferen gevaar kunnen lopen (vijftiende bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, eerste lid, van richtlijn nr. 89/391/EEG).
|
||||
|
||||
**6.** Gevarenzones worden gemarkeerd door middel van waarschuwingsborden die voldoen aan de bepalingen, vastgesteld bij of krachtens afdeling 2 van hoofdstuk 8.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.5e
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
In de gevarenzones, bedoeld in artikel 3.5d, vijfde lid, en met betrekking tot de installaties in gebieden zonder explosiegevaar die vereist zijn voor of bijdragen tot het explosieveilig gebruik van installaties die zich op plaatsen bevinden waar explosiegevaar heerst, worden in ieder geval de volgende maatregelen genomen:
|
||||
|
||||
a. vrijkomende gassen, dampen, nevels of brandbaar stof die explosiegevaar kunnen doen ontstaan, worden op passende wijze afgevoerd en onschadelijk gemaakt;
|
||||
b. indien een explosieve atmosfeer meerdere soorten ontvlambare of brandbare gassen, dampen, nevels of stoffen bevat, wordt bij de veiligheidsmaatregelen uitgegaan van het grootste mogelijke risico op basis van de beoordeling, bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid;
|
||||
c. installaties, apparaten, beveiligingssystemen en het installatiemateriaal, worden, met inachtneming van onderdeel e, slechts in gebruik genomen indien uit het explosieveiligheidsdocument op basis van de beoordeling, bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid, is gebleken dat aan het gebruik ervan geen explosiegevaar is verbonden;
|
||||
d. onderdeel c is van overeenkomstige toepassing op arbeidsmiddelen en de verbindingsstukken ervan die geen apparaten en beveiligingssystemen zijn als bedoeld in het Besluit explosieveilig materieel, indien hun opneming in de installaties aanleiding kan geven tot ontstekingsgevaar;
|
||||
e. voor zover het explosieveiligheidsdocument op basis van de beoordeling, bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid, geen andere eisen stelt, worden in de gevarenzones apparaten en beveiligingssystemen gebruikt overeenkomstig de categorieën als bedoeld in het Besluit explosieveilig materieel en toegepast volgens de navolgende principes:
|
||||
|
||||
1°. gevarenzone 0 of 20: categorie 1-apparatuur;
|
||||
2°. gevarenzone 1 of 21: categorie 1- of categorie 2-apparatuur;
|
||||
3°. gevarenzone 2 of 22: categorie 1-, categorie 2- of categorie 3-apparatuur;
|
||||
f. de nodige maatregelen worden getroffen ter voorkoming van verwisseling van installatiemateriaal;
|
||||
g. in gebieden waar een explosieve atmosfeer kan ontstaan wordt aan werknemers werkkleding ter beschikking gesteld die voldoet aan afdeling 1 van hoofdstuk 8 en die door de werknemers bij de arbeid steeds wordt gedragen;
|
||||
h. indien een toestand ontstaat waarin een explosie zich kan gaan voordoen, worden werknemers optisch of akoestisch gewaarschuwd en teruggetrokken;
|
||||
i. voor de eerste inbedrijfstelling van een arbeidsplaats en bij iedere belangrijke wijziging, uitbreiding of verbouwing van de arbeidsplaats, arbeidsmiddelen of het arbeidsproces waarbij explosieve atmosferen kunnen voorkomen, wordt de explosieveiligheid van de gehele installatie gecontroleerd door een ter zake deskundig persoon.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.5f
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Voor zover uit de resultaten van de beoordeling, bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid, hiertoe de noodzaak is gebleken, worden in aanvulling op artikel 3.5e de volgende maatregelen genomen:
|
||||
|
||||
a. schriftelijke instructies worden verstrekt met betrekking tot de uitvoering van de arbeid;
|
||||
b. voor de aanvang van arbeid dat gevaar kan opleveren, wordt toestemming verleend door een daartoe bevoegde persoon om deze arbeid te verrichten;
|
||||
c. apparaten en beveiligingssystemen worden, wanneer stroomuitval extra gevaren teweeg kan brengen, onafhankelijk van de rest van de installatie, bij stroomuitval in een veilige bedrijfstoestand gehandhaafd;
|
||||
d. automatisch gestuurde apparaten en beveiligingssystemen die van de voorziene bedrijfsomstandigheden afwijken, worden zonder gevaar manueel uitgeschakeld. Deze ingrepen worden door bevoegde werknemers uitgevoerd;
|
||||
e. indien de noodstopinrichtingen in werking worden gesteld, wordt de opgeslagen energie zo snel en zo veilig mogelijk afgevoerd of geïsoleerd, zodat zij niet langer een bron van gevaar vormt;
|
||||
f. vluchtmiddelen worden beschikbaar en gebruiksklaar gehouden zodat werknemers de gevaarlijke gebieden snel en veilig kunnen verlaten.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 3. Voorzieningen in noodsituaties
|
||||
|
||||
|
|
@ -1412,7 +1478,7 @@ Op een bouwplaats zijn naast de voorschriften van afdeling 1 tevens de voorschri
|
|||
|
||||
### Artikel 3.32
|
||||
|
||||
**1.** Op een arbeidsplaats in de winningsindustrie zijn naast de voorschriften van afdeling 1 tevens de voorschriften van deze afdeling van toepassing.
|
||||
**1.** Op een arbeidsplaats in de winningsindustrie zijn naast de voorschriften van afdeling 1, met uitzondering van paragraaf 2a van die afdeling, tevens de voorschriften van deze afdeling van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** Deze afdeling is niet van toepassing op arbeid verricht in winningsindustrieën in dagbouw met behulp van baggermaterieel.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4427,7 +4493,7 @@ Als beboetbaar feit ter zake waarvan een boete kan worden opgelegd van de eerste
|
|||
|
||||
a. van hoofdstuk 1: de artikelen 1.36, 1.37, eerste lid, 1.38, 1.41, 1.42 en 1.44 tot en met 1.46;
|
||||
b. van hoofdstuk 2: de artikelen 3.1b 2.17, 2.18, 2.19, eerste tot en met vierde lid, 2.20, 2.21, eerste lid, 2.22, 2.26, 2.27, eerste en derde lid, 2.28 tot en met 2.30, 2.31, onderdelen b en c, 2.32, tweede lid, 2.33 tot en met 2.35, 2.37, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, 2.38, eerste en derde lid, 2.41, 2.42, tweede tot en met vierde lid, 2.42a, eerste en tweede lid, 2.42b, 2.42c, eerste en tweede lid, 2.42g, 2.42h en 2.43, tweede lid;
|
||||
c. van hoofdstuk 3: de artikelen 3.2, 3.4, derde lid, 3.5, eerste en tweede lid, 3.7, derde tot en met zesde lid, 3.8, 3.9, 3.11 tot en met 3.15, 3.18, tweede en derde lid, 3.19 tot en met 3.25, 3.27, 3.28, tweede lid, 3.29, eerste en vierde lid, 3.31, eerste lid, 3.33, 3.34, tweede lid, 3.35, derde lid, 3.36, 3.37, 3.37b, 3.37f, eerste lid, 3.37i, 3.37l, eerste lid, onder b, en derde lid, 3.37s, eerste, vijfde en zesde lid, 3.37w, eerste lid, derde en vierde lid, 3.37x, 3.39, eerste lid, onderdelen a tot en met c, tweede en derde lid, 3.40, onderdelen a tot en met d, en 3.48;
|
||||
c. van hoofdstuk 3: de artikelen 3.2, 3.4, derde lid, 3.5, eerste en tweede lid, 3.5b, tweede lid, 3.5c, 3.5d, vierde, vijfde en zesde lid, 3.5e, onder c, d, f, g en i, 3.5f, onder a tot en met e, 3.7, derde tot en met zesde lid, 3.8, 3.9, 3.11 tot en met 3.15, 3.18, tweede en derde lid, 3.19 tot en met 3.25, 3.27, 3.28, tweede lid, 3.29, eerste en vierde lid, 3.31, eerste lid, 3.33, 3.34, tweede lid, 3.35, derde lid, 3.36, 3.37, 3.37b, 3.37f, eerste lid, 3.37i, 3.37l, eerste lid, onder b, en derde lid, 3.37s, eerste, vijfde en zesde lid, 3.37w, eerste lid, derde en vierde lid, 3.37x, 3.39, eerste lid, onderdelen a tot en met c, tweede en derde lid, 3.40, onderdelen a tot en met d, en 3.48;
|
||||
d. van hoofdstuk 4: de artikelen 4.2, eerste tot en met zevende lid, 4.2a, eerste en tweede lid, 4.2b, 4.3, tweede en derde lid, 4.4, zesde, zevende lid en achtste lid, 4.5, derde lid, 4.6a, eerste, tweede, vierde lid, onder b, d en e, zesde en zevende lid, 4.7, tweede, vierde en vijfde lid, 4.8, eerste tot en met vierde lid, 4.8a, tweede en derde lid, 4.9, negende lid, 4.10a, eerste, tweede en vierde lid, 4.10b, eerste en tweede lid, 4.10c, tweede lid, 4.10d, vierde en vijfde, 4.10e, eerste, derde en vierde lid, 4.13, 4.15, 4.18, vijfde lid, 4.19, onderdelen a, b en c, 4.20, 4.23, tweede lid, 4.46, derde lid, 4.49, 4.50, eerste, tweede en vierde lid, en zevende tot en met negende lid, 4.51, 4.52, eerste en vierde lid, 4.53, eerste en tweede lid, 4.54, tweede tot en met vijfde lid, 4.57, 4.60, derde en vierde lid, 4.79, 4.80, 4.85, 4.86, derde lid, 4.88 tot en met 4.90, 4.91, eerste tot en met derde lid, zesde en tiende lid, 4.94, eerste, derde en vijfde lid, 4.95 tot en met 4.97, 4.102, 4.111, 4.112, tweede lid, en 4.114;
|
||||
e. van hoofdstuk 5: de artikelen 6.2, vijfde lid 5.3, tweede lid, 5.4, 5.5, 5.9, 5.10, 5.11 en 5.15, eerste lid;
|
||||
f. van hoofdstuk 6: de artikelen 6.1, 6.2, eerste tot en met derde lid, 6.3, 6.4, eerste lid, 6.5, 6.7, eerste tot en met derde lid, en vijfde lid, 6.8, vierde lid, en achtste tot en met twaalfde lid, 6.9, tweede lid, 6.10, eerste tot en met derde lid, 6.11, 6.12, vijfde lid, 6.14, 6.14a, eerste tot en met derde en vijfde lid, 6.15, eerste lid, onderdelen a en c, en tweede lid, 6.15a, derde lid, 6.16, derde, en vijfde tot en met achtste lid, 6.17, eerste, tweede en derde lid, 6.19, tweede tot en met vierde lid, 6.20b, derde lid, onder b en vierde lid, 6.23, vierde, zesde en achtste lid, en 6.30, eerste lid;
|
||||
|
|
@ -4446,7 +4512,7 @@ Als beboetbaar feit ter zake waarvan een boete kan worden opgelegd van de tweede
|
|||
|
||||
a. van hoofdstuk 1: artikel 1.37, tweede lid;
|
||||
b. van hoofdstuk 2: artikel 2.42, zesde lid en 2.42f, tweede lid;
|
||||
c. Abusievelijk is door Stb. 2000/211 onderdeel a. i.p.v. c gewijzigd.van hoofdstuk 3: de artikelen 3.1b, 3.3, 3.4, eerste en tweede lid, 3.5, derde, vierde en zevende lid, 3.6, 3.7, eerste en tweede lid, 3.10, 3.16, eerste en derde lid, 3.17, 3.18, eerste lid, 3.28, eerste lid, 3.29, tweede, derde en vijfde lid, 3.30, 3.31, tweede lid, 3.34, eerste lid, 3.35, eerste en tweede lid, 3.37c, 3.37d, 3.37e, 3.37f, tweede lid, 3.37g, 3.37h, 3.37k, 3.37l, eerste lid, onder a, 3.37m, 3.37n, 3.37p, 3.37q, eerste en derde lid, 3.37r, 3.37s, tweede tot en met vierde lid, 3.37t, 3.37u, 3.37w, tweede lid, en 3.37y en 3.46;
|
||||
c. Abusievelijk is door Stb. 2000/211 onderdeel a. i.p.v. c gewijzigd.van hoofdstuk 3: de artikelen 3.1b, 3.3, 3.4, eerste en tweede lid, 3.5, derde, vierde en zevende lid, 3.5d, eerste, tweede en derde lid, 3.5e, onder a, b, e en h, 3.5f, onder f, 3.6, 3.7, eerste en tweede lid, 3.10, 3.16, eerste en derde lid, 3.17, 3.18, eerste lid, 3.28, eerste lid, 3.29, tweede, derde en vijfde lid, 3.30, 3.31, tweede lid, 3.34, eerste lid, 3.35, eerste en tweede lid, 3.37c, 3.37d, 3.37e, 3.37f, tweede lid, 3.37g, 3.37h, 3.37k, 3.37l, eerste lid, onder a, 3.37m, 3.37n, 3.37p, 3.37q, eerste en derde lid, 3.37r, 3.37s, tweede tot en met vierde lid, 3.37t, 3.37u, 3.37w, tweede lid, en 3.37y en 3.46;
|
||||
d. van hoofdstuk 4: de artikelen 4.3a, 4.4, eerste tot en met vierde lid, 4.6, derde lid, 4.6a, derde en vierde lid, onder a en c, 4.7, derde lid, 4.8a, eerste lid, 4.8b, derde en vierde lid, 4.9, eerste tot en met achtste lid, 4.10, eerste lid, 4.16, tweede en derde lid, 4.17, 4.18, eerste tot en met vierde lid, 4.19, onderdelen d en e, 4.36, tweede en derde lid, 4.45, eerste lid, 4.46, eerste, tweede en vijfde lid, 4.47, eerste lid, 4.52, derde lid, 4.55, tweede lid, 4.56, tweede en derde lid, 4.61, derde tot en met vijfde lid, 4.62b, 4.87, eerste tot en met derde lid, 4.91, vijfde lid, 4.98, 4.99, 4.100, eerste lid, 4.101, 4.106, 4.113 en 4.115;
|
||||
e. van hoofdstuk 5 : de artikelen 5.2 en 5.3, eerste lid;
|
||||
f. van hoofdstuk 6: de artikelen 6.2, vijfde lid, 6.8, eerste tot en met derde lid, vijfde en zevende lid, 6.9, eerste lid, 6.12, eerste tot en met vierde lid, 6.15, eerste lid, onderdelen b en d, 6.15a, eerste en tweede lid, 6.16, eerste lid, 6.16, tweede lid, 6.18, 6.19, eerste lid, 6.20, 6.20b, eerste, tweede en derde lid, onder a, 6.20c, 6.20e en 6.23, eerste tot en met derde lid, vijfde en zevende lid;
|
||||
|
|
@ -4713,7 +4779,9 @@ De artikelen 7.17a, 7.17b, met uitzondering van het tweede lid, onder b en g, 7.
|
|||
|
||||
### Artikel 9.37
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Paragraaf 2a van afdeling 1 van hoofdstuk 3 is tot 1 juli 2006 niet van toepassing op arbeidsplaatsen die gebieden bevatten waar een explosieve atmosfeer kan voorkomen die voor 30 juni 2003 in gebruik zijn genomen, behoudens indien de arbeidsplaats na deze laatste datum is gewijzigd, uitgebreid of verbouwd.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 3.5e, onder e, is niet van toepassing op arbeidsmiddelen voor gebruik op plaatsen waar een explosieve atmosfeer kan voorkomen die voor 30 juni 2003 in gebruik zijn genomen.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.37a
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue