From 9f7fd48096c7d9c57055ffb0f789f7a37567ce4d Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Sat, 1 Jan 2005 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2005-01-01 | BWBR0013798 | Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur --- .../BWBR0013798/README.md | 26 +++++++++---------- 1 file changed, 13 insertions(+), 13 deletions(-) diff --git a/wet/wet-bevordering-integriteitsbeoordelingen-door-het-openbaar-bestuur/BWBR0013798/README.md b/wet/wet-bevordering-integriteitsbeoordelingen-door-het-openbaar-bestuur/BWBR0013798/README.md index 6f9f356ce42..b4e298b3e99 100644 --- a/wet/wet-bevordering-integriteitsbeoordelingen-door-het-openbaar-bestuur/BWBR0013798/README.md +++ b/wet/wet-bevordering-integriteitsbeoordelingen-door-het-openbaar-bestuur/BWBR0013798/README.md @@ -28,7 +28,7 @@ c. beschikking: een beschikking terzake van een subsidie, alsmede een beschikkin 2°. artikel 3 van de Drank- en Horecawet; 3°. artikel 6 van de Opiumwet; 4°. artikel 5, eerste en derde lid, van de Wet goederenvervoer over de weg; -5°. artikel 5 van de Wet personenvervoer; +5°. artikel 4 van de Wet personenvervoer 2000; 6°. artikel 8.1 van de Wet milieubeheer; 7°. de artikelen 40, eerste lid, en 61a van de Woningwet; d. bestand: elk gestructureerd geheel van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Wet bescherming persoonsgegevens; @@ -166,7 +166,7 @@ a. feiten en omstandigheden die grond kunnen opleveren voor de toepassing ten aa 1°. artikel 29 van de richtlijn nr. 92/50/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 18 juni 1992, betreffende de coördinatie voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor dienstverlening (Pb EG L 209/1), 2°. artikel 20 van de richtlijn nr. 93/36/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 1993, betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen (Pb EG L 199/1), of 3°. artikel 24 van de richtlijn nr. 93/37/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 1993, betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken (Pb EG L 199/54); -b. feiten en omstandigheden die grond kunnen opleveren voor de overeenkomstige toepassing ten aanzien van een gegadigde of, voorzover het gaat om diens acceptatie als bedoeld in artikel 5, derde lid, onderdeel c, een onderaannemer van de in onderdeel a genoemde bepalingen, indien de richtlijn nr. 93/38/EEG van de Raad van Europese Gemeenschappen van 14 juni 1993, betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en telecommunicatie (Pb. EG L 199/84) op de aanbesteding van toepassing is; +b. feiten en omstandigheden die grond kunnen opleveren voor de overeenkomstige toepassing ten aanzien van een gegadigde of, voorzover het gaat om diens acceptatie als bedoeld in artikel 5, derde lid, onderdeel c, een onderaannemer van de in onderdeel a genoemde bepalingen, indien de richtlijn nr. 93/38/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 14 juni 1993, betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en telecommunicatie (Pb. EG L 199/84) op de aanbesteding van toepassing is; c. de mogelijkheid dat een gegadigde of onderaannemer wordt gefinancierd met uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen; d. de mate van gevaar dat een gegadigde, indien de overheidsopdracht aan hem zou worden gegund, of de onderaannemer bij de uitvoering van die opdracht strafbare feiten zal plegen. @@ -265,7 +265,7 @@ c. ten behoeve van de uitoefening van de controlerende of toezichthoudende bevoe 1°. de Algemene Rekenkamer; 2°. de Nationale ombudsman; -3°. de Registratiekamer; +3°. het College bescherming persoonsgegevens; d. indien toepassing wordt gegeven aan: 1°. artikel 125i of 126a van het Wetboek van Strafvordering, of @@ -331,12 +331,12 @@ b. Onze Minister van Justitie, voorzover het bestanden betreft waarvan de gegeve 3°. het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties en die ingevolge artikel 4, tweede lid, van de Wet melding ongebruikelijke transacties kunnen worden verstrekt op grond van de Wet politieregisters; 4°. het openbaar ministerie; 5°. het registratiesysteem Vennoot; -c. Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, voorzover het bestanden betreft die worden bewerkt door de Algemene Inspectiedienst; -d. Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, voorzover het bestanden betreft waarvan de gegevens worden verwerkt door de Inspectiedienst SZW; -e. Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, voorzover het bestanden betreft waarvan de gegevens worden verwerkt door de Dienst Recherchezaken; +c. Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, voorzover het bestanden betreft waarvan de gegevens worden verwerkt door de Algemene Inspectiedienst; +d. Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, voorzover het bestanden betreft waarvan de gegevens worden verwerkt door de Arbeidsinspectie of de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst; +e. Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, voorzover het bestanden betreft waarvan de gegevens worden verwerkt door de VROM inlichtingen- en opsporingsdienst; f. de in artikel 1, onderdeel f, van de Wet politieregisters bedoelde bestuursorganen, voorzover het een politieregister betreft; -g. het college van burgemeester en wethouders van een gemeente, voorzover het bestanden betreft waarvan de gegevens worden verwerkt door de gemeentelijke dienst die is belast met de uitvoering van de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; -h. het Landelijk instituut sociale verzekeringen, voorzover het bestanden betreft waarvan de gegevens worden verwerkt door de uitvoeringsinstellingen sociale verzekeringen; +g. het college van burgemeester en wethouders van een gemeente, voorzover het bestanden betreft waarvan de gegevens worden verwerkt door het Inlichtingenbureau, bedoeld in artikel 63 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, of door de gemeentelijke dienst die is belast met de uitvoering van de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; +h. de Centrale organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank; i. op voordracht van Onze Ministers, gedaan in overeenstemming met Onze Ministers wie het mede aangaat, bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bestuursorganen. De voordracht voor een krachtens dit lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. **2.** @@ -368,7 +368,7 @@ b. de gegadigde of de partij aan wie een overheidsopdracht is gegund, uitsluiten c. de derde die in de motivering, bedoeld in de onderdelen a en b, wordt vermeld, uitsluitend voorzover de in die motivering opgenomen gegevens hem betreffen; d. de Algemene Rekenkamer; e. de Nationale ombudsman; -f. de Registratiekamer; +f. het College bescherming persoonsgegevens; g. de rechter. **3.** Indien de betrokkene gebruik wenst te maken van de in artikel 33, eerste, tweede en derde lid, bedoelde mogelijkheid om zijn zienswijze kenbaar te maken, wordt hem door het bestuursorgaan, onderscheidenlijk de aanbestedende dienst, de gelegenheid geboden het advies in te zien. @@ -383,7 +383,7 @@ Het bestuursorgaan dat of de aanbestedende dienst die een advies ontvangt, kan d ### Artikel 30 -**1.** In de formulieren die dienen voor het aanvragen van een beschikking of die worden gebruikt in het kader van een aanbesteding, worden vragen opgenomen die erop gericht zijn het Bureau in staat te stellen het onderzoek naar feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 3, tweede, derde en zesde lid, respectievelijk artikel 9, tweede lid, onder a. en b. uit te voeren alsmede onderzoek te verrichten naar de aspecten, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onder c. en d. +**1.** In de formulieren die dienen voor het aanvragen van een beschikking of die worden gebruikt in het kader van een aanbesteding, worden vragen opgenomen die erop gericht zijn het Bureau in staat te stellen het onderzoek naar feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 3, tweede, derde en zesde lid, of artikel 9, tweede lid, respectievelijk artikel 9, tweede lid, onder a. en b. uit te voeren alsmede onderzoek te verrichten naar de aspecten, bedoeld in artikel 9, tweede lid, onder c. en d. **2.** @@ -411,13 +411,13 @@ Indien het bestuursorgaan een advies aanvraagt, wordt de wettelijke termijn waar ### Artikel 32 -Het bestuursorgaan, onderscheidenlijk de aanbestedende dienst, informeert de betrokkene dat het om advies heeft verzocht. +Het bestuursorgaan of de aanbestedende dienst informeert de betrokkene dat het Bureau om advies is verzocht. ### Artikel 33 -**1.** Voordat een bestuursorgaan een voor de betrokkene negatieve beslissing neemt op grond van ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3, eerste lid, dan wel op grond van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 3, zesde lid, stelt het de betrokkene in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen. +**1.** Voordat een bestuursorgaan aan een beschikking voorschriften verbindt als bedoeld in artikel 3, zevende lid, en voordat een bestuursorgaan een voor de betrokkene negatieve beslissing neemt op grond van ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3, eerste lid, dan wel op grond van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 3, zesde lid, stelt het de betrokkene in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen. -**2.** Indien een bestuursorgaan een beschikking geeft, is in elk geval de persoon die in de beschikking wordt genoemd tot een belanghebbende in de zin van artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht. +**2.** Indien een bestuursorgaan een beschikking geeft, is in elk geval de persoon die in de beschikking wordt genoemd een belanghebbende in de zin van artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht. **3.** Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de aanbestedende dienst die een besluit neemt terzake van de gunning van een overheidsopdracht, onderscheidenlijk inzake de toestemming, bedoeld in artikel 5, derde lid, onderdeel c, of de ontbinding van de overeenkomst met de partij aan wie de overheidsopdracht is gegund.