From 9f836db17a8dcf92bdf2f8b88f12a11ddb8fc8fc Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Tue, 1 Jun 2021 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2021-06-01 | BWBW33099 | Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003 --- .../BWBW33099/README.md | 62 +++++++++++++++---- 1 file changed, 51 insertions(+), 11 deletions(-) diff --git a/circulaire/handleiding-rijkswet-op-het-nederlanderschap-2003/BWBW33099/README.md b/circulaire/handleiding-rijkswet-op-het-nederlanderschap-2003/BWBW33099/README.md index fe7de209f17..2ced7c40ad8 100644 --- a/circulaire/handleiding-rijkswet-op-het-nederlanderschap-2003/BWBW33099/README.md +++ b/circulaire/handleiding-rijkswet-op-het-nederlanderschap-2003/BWBW33099/README.md @@ -2608,6 +2608,21 @@ Vreemdelingen, die in de BRP zijn opgenomen als staatloos, en die in het bezit z Op www.ind.nl is een rapport uit 2016 opgenomen over staatloosheid in de wereld. Daarin is ook informatie opgenomen over mogelijkheden van geboorteregistratie bij staatlozen. +Met ingang van 1 juni 2021 is de meerderjarige optant, die minderjarig was op de ingangsdatum van zijn Ranov-verblijfsrecht, vrijgesteld van: + +• het overleggen van een geldig buitenlands paspoort (of anderszins een bewijs van het actuele bezit van een vreemde nationaliteit);en +• het overleggen van een (buitenlands) geboorteakte/ geboorteregistratiebewijs. + +Om hiervoor in aanmerking te komen, moet betrokkene sinds de Ranov-vergunning hoofdverblijf in Nederland hebben gehad. Dit omdat het huidige verblijfsrecht rechtstreeks moet kunnen worden herleid tot de eerder verstrekte Ranov-vergunning. + +Betrokkene heeft een Ranov-vergunning gekregen en was op de ingangsdatum (vaak 15 juni 2007) minderjarig. Betrokkene is op dit moment meerderjarig. Betrokkene is vrijgesteld van het overleggen van de hiervoor genoemde documenten. + +Betrokkene is als minderjarige Nederland ingereisd. Betrokkene was meerderjarig op de ingangsdatum (vaak 15 juni 2007) van zijn Ranov-verblijfsrecht. Betrokkene is niet vrijgesteld van het overleggen van de hiervoor genoemde documenten. + +Betrokkene is geboren na Ranov-vergunning verlening aan de ouder(s). Betrokkene heeft zelf geen Ranov-vergunning, maar een reguliere verblijfsvergunning voor verblijf bij ouder(s) gekregen. + +Als betrokkene meerderjarig wordt, is betrokkene niet vrijgesteld van het overleggen van een geldig buitenlands paspoort. Omdat betrokkene is geboren in Nederland, zal hij wel beschikken over een geboorteakte. + In principe wordt geen bewijsnood aangenomen indien gebleken is dat sprake is van één van de onderstaande omstandigheden: • de verzoeker beschikt over een document (bijvoorbeeld een identiteitsbewijs) dat ná de datum van de verleende reguliere verblijfsvergunning aan hem in persoon is afgegeven door de autoriteiten van het land van herkomst; @@ -3201,12 +3216,14 @@ Een optant die in beginsel afstandsplichtig is, hoeft als één van de onderstaa 7. de optant van wie niet kan worden verlangd dat hij contact opneemt met de autoriteiten van de staat waarvan hij de nationaliteit bezit; 8. de optant die bijzondere en objectief waardeerbare redenen heeft om geen afstand te doen van zijn oorspronkelijke nationaliteit; 9. de optant die onderdaan is van een staat welke niet door Nederland wordt erkend; -10. de optant die onderdaan is van een staat die partij is bij het zogenaamde Tweede Protocol; -11. de optant die is geboren in Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten en daar zijn hoofdverblijf heeft ten tijde van de optieverklaring; -12. de optant die is gehuwd met een Nederlander; -13. de optant die in Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten is erkend als vluchteling. +10. de meerderjarige optant die minderjarig was op de ingangsdatum van zijn Ranov-verblijfsrecht; -Voor de toelichtingen wordt verwezen naar artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, RWN, paragraaf 3. Zie tevens artikel 6 Regeling verkrijging en verlies Nederlanderschap. +11. de optant die onderdaan is van een staat die partij is bij het zogenaamde Tweede Protocol; +12. de optant die is geboren in Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten en daar zijn hoofdverblijf heeft ten tijde van de optieverklaring; +13. de optant die is gehuwd met een Nederlander; +14. de optant die in Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten is erkend als vluchteling. + +Voor de toelichtingen wordt verwezen naar artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, RWN, paragraaf 3. Zie tevens artikel 6 Regeling verkrijging en verlies Nederlanderschap. Een optant die in de BRP is ingeschreven als staatloze en daarom wordt aangemerkt als staatloze in de zin van de RWN (zie de toelichting bij artikel 1, eerste lid, aanhef en onder f, RWN), kan logischerwijs geen afstand doen. Hij wordt immers door geen enkele staat als onderdaan beschouwd. Dit geldt niet voor een optant die in de BRP is ingeschreven als zijnde van onbekende nationaliteit, omdat zijn nationaliteit niet kan worden vastgesteld (zie de toelichting bij artikel 1, eerste lid, aanhef en onder f, RWN). Hij zal in de meeste gevallen immers wel in het bezit zijn van een nationaliteit. Pas als deze optant aan de hand van de daarvoor geldende regels (artikel 2.15 Wet BRP) in de BRP wordt opgenomen als zijnde staatloos, kan worden aangenomen dat hij geen afstand van een nationaliteit kan doen. @@ -3619,6 +3636,21 @@ Vreemdelingen, van wie is vastgesteld dat zij als staatloos moeten worden aangem Op www.ind.nl is een rapport uit 2016 opgenomen over staatloosheid in de wereld. Daarin is ook informatie opgenomen over mogelijkheden van geboorteregistratie bij staatlozen. +Met ingang van 1 juni 2021 is de meerderjarige verzoeker, die minderjarig was op de ingangsdatum van zijn Ranov-verblijfsrecht, vrijgesteld van: + +• het overleggen van een geldig buitenlands paspoort (of anderszins een bewijs van het actuele bezit van een vreemde nationaliteit);en +• het overleggen van een (buitenlands) geboorteakte/ geboorteregistratiebewijs. + +Om hiervoor in aanmerking te komen, moet de verzoeker sinds de Ranov-vergunning hoofdverblijf in Nederland hebben gehad. Dit omdat het huidige verblijfsrecht rechtstreeks moet kunnen worden herleid tot de eerder verstrekte Ranov-vergunning. + +Betrokkene heeft een Ranov-vergunning gekregen en was op de ingangsdatum (vaak 15 juni 2007) minderjarig. Betrokkene is op dit moment meerderjarig. Betrokkene is vrijgesteld van het overleggen van de hiervoor genoemde documenten. + +Betrokkene is als minderjarige Nederland ingereisd. Betrokkene was meerderjarig op de ingangsdatum (vaak 15 juni 2007) van zijn Ranov-verblijfsrecht. Betrokkene is niet vrijgesteld van het overleggen van de hiervoor genoemde documenten. + +Betrokkene is geboren na Ranov-vergunning verlening aan de ouder(s). Betrokkene heeft zelf geen Ranov-vergunning, maar een reguliere verblijfsvergunning voor verblijf bij ouder(s) gekregen. + +Als betrokkene meerderjarig wordt, is betrokkene niet vrijgesteld van het overleggen van een geldig buitenlands paspoort. Omdat betrokkene is geboren in Nederland, zal hij wel beschikken over een geboorteakte. + In principe wordt geen bewijsnood aangenomen indien gebleken is dat sprake is van één van de onderstaande omstandigheden: • de verzoeker beschikt over een document (bijvoorbeeld een identiteitsbewijs) dat ná de datum van de verleende reguliere verblijfsvergunning aan hem in persoon is afgegeven door de autoriteiten van het land van herkomst; @@ -5315,7 +5347,7 @@ Hoofdregel is dat een vreemdeling die verzoekt om naturalisatie afstand moet doe #### 3. Uitzonderingscategorieën -Niet alle verzoekers zijn verplicht om afstand te doen van hun oorspronkelijke nationaliteit(en). In artikel 9, derde lid, RWN wordt een vijftal uitzonderingen genoemd. Daarnaast zijn er vreemdelingen van wie redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat zij afstand doen van hun oorspronkelijke nationaliteit(en) (artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, RWN). Samengevat komt het erop neer dat de hieronder genoemde categorieën verzoekers geen afstand hoeven te doen van hun oorspronkelijke nationaliteit: +Niet alle verzoekers zijn verplicht om afstand te doen van hun oorspronkelijke nationaliteit(en). In artikel 9, derde lid, RWN wordt een viertal uitzonderingen genoemd. Daarnaast zijn er vreemdelingen van wie redelijkerwijs niet kan worden verlangd dat zij afstand doen van hun oorspronkelijke nationaliteit(en) (artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, RWN). Samengevat komt het erop neer dat de hieronder genoemde categorieën verzoekers geen afstand hoeven te doen van hun oorspronkelijke nationaliteit: 1. de verzoeker die door de naturalisatie tot Nederlander zijn oorspronkelijke nationaliteit automatisch verliest; 2. de verzoeker die onderdaan is van een staat die niet toestaat dat afstand van die nationaliteit wordt gedaan; @@ -5326,12 +5358,14 @@ Niet alle verzoekers zijn verplicht om afstand te doen van hun oorspronkelijke n 7. de verzoeker van wie niet kan worden verlangd dat hij contact opneemt met de autoriteiten van de Staat waarvan hij de nationaliteit bezit; 8. de verzoeker die bijzondere en objectief waardeerbare redenen heeft om geen afstand te doen van zijn oorspronkelijke nationaliteit; 9. de verzoeker die onderdaan is van een staat welke niet door Nederland wordt erkend; -10. de verzoeker die onderdaan is van een staat die partij is bij het zogenaamde Tweede Protocol (zie hierna); -11. de verzoeker die is geboren in Nederland, Curaçao en Sint Maarten of Aruba en daar zijn hoofdverblijf heeft ten tijde van het indienen van het verzoek om naturalisatie; -12. de verzoeker is gehuwd met een Nederlander; -13. de verzoeker die in Nederland, Curaçao en Sint Maarten of Aruba is erkend als vluchteling. +10. de meerderjarige verzoeker die minderjarig was op de ingangsdatum van zijn Ranov-verblijfsrecht; -Hieronder worden de uitzonderingscategorieën 1 tot en met 9 toegelicht. De overige vijf categorieën worden behandeld bij artikel 9, derde lid, RWN. +11. de verzoeker die onderdaan is van een staat die partij is bij het zogenaamde Tweede Protocol (zie hierna); +12. de verzoeker die is geboren in Nederland, Curaçao en Sint Maarten of Aruba en daar zijn hoofdverblijf heeft ten tijde van het indienen van het verzoek om naturalisatie; +13. de verzoeker is gehuwd met een Nederlander; +14. de verzoeker die in Nederland, Curaçao en Sint Maarten of Aruba is erkend als vluchteling. + +Hieronder worden de uitzonderingscategorieën 1 tot en met 10 toegelicht. De overige vier categorieën worden behandeld bij artikel 9, derde lid, RWN. ##### 3.1. Verzoeker bezit de nationaliteit van een Staat, wier wetgeving bepaalt dat de verkrijging van de Nederlandse nationaliteit leidt tot het verlies van die nationaliteit. Verzoeker behoeft geen bereidheidsverklaring te ondertekenen @@ -5462,6 +5496,12 @@ Indien verzoeker om die reden de oorspronkelijke nationaliteit wenst te behouden Indien een staat niet wordt erkend, wordt vanzelfsprekend ook de nationaliteit van deze staat niet erkend. In een dergelijk geval afstand eisen, betekent ook dat van een niet-erkende staat afkomstige bewijsstukken inzake het verlies van de nationaliteit door de Nederlandse autoriteiten in ontvangst en in behandeling worden genomen. Omdat dit niet strookt met het beginsel dat met een niet-erkende staat geen uitwisseling van officiële stukken plaatsvindt, wordt aan personen afkomstig uit staten die niet worden erkend door Nederland niet gevraagd afstand te doen van de oorspronkelijke nationaliteit. Voorbeeld van een niet-erkende staat is Taiwan. +##### 3.10. Meerderjarige verzoeker die minderjarig was op de ingangsdatum van zijn Ranov-verblijfsrecht + +Met ingang van 1 juni 2021 is de meerderjarige verzoeker, die minderjarig was op de ingangsdatum van zijn Ranov-verblijfsrecht en sinds de Ranov-vergunning zijn hoofdverblijf in Nederland heeft gehad, vrijgesteld van de verplichting om afstand te doen van de oorspronkelijke nationaliteit (en daarvan een bewijsstuk te overleggen). + +De verzoeker hoeft geen bereidheidsverklaring tot afstand van de oorspronkelijke nationaliteit (model 2.4) te ondertekenen. + #### 4. Bewijsstukken In de toelichting op bovenstaande uitzonderingscategorieën wordt op verschillende plaatsen aangegeven dat er verklaringen en/of documenten dienen te worden overgelegd indien verzoeker meent onder één van de uitzonderingscategorieën te vallen. Alleen authentieke akten worden in dit verband geaccepteerd als bewijsstukken. Authentieke akten zijn akten in de vereiste vorm en bevoegdelijk opgemaakt door ambtenaren aan wie bij of krachtens de wet is opgedragen op die wijze te doen blijken van door hen gedane waarnemingen of verrichtingen. Authentieke akten zijn tevens akten, waarvan het opmaken aan ambtenaren is voorbehouden, doch waarvan de wet het opmaken in bepaalde gevallen aan anderen dan ambtenaren opdraagt (zie artikel 183, tweede lid, WBRv). Onderhandse akten worden niet geaccepteerd. Onderhandse akten zijn alle akten die niet authentieke akten zijn (zie artikel 183, derde lid, WBRv).