2014-01-25 | BWBR0032775 | Wet voorraadvorming aardolieproducten 2012

This commit is contained in:
Coornhert 2014-01-25 12:00:00 +00:00
parent 439c00bf78
commit 9f92e7c6aa

View file

@ -16,30 +16,30 @@ citeertitel: Wet voorraadvorming aardolieproducten 2012
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
*bilateraal akkoord:* tussen Nederland en een andere staat geldend verdrag als bedoeld in artikel 3 van de bijlage bij de Overeenkomst inzake een Internationaal Energieprogramma (Trb. 1975, 47);
*bilateraal akkoord:* tussen Nederland en een andere staat geldend verdrag als bedoeld in artikel 3 van de bijlage bij de Overeenkomst inzake een Internationaal Energieprogramma (Trb. 1975, 47);
*binnenlands verbruik:* het overeenkomstig bijlage II van richtlijn 2009/119/EG berekende totaal van de in Nederland geleverde hoeveelheden aardolieproducten voor energie- en niet-energiedoeleinden, met dien verstande dat dit totaal bestaat uit de leveringen aan de omzettingssector, de industrie, de vervoersector, de huishoudens en andere sectoren met het oog op eindverbruik; dit totaal omvat mede het eigen gebruik van de energiesector zelf (met uitzondering van het verbruik van raffinaderijbrandstof);
*biobrandstof:* voor vervoer bestemde vloeibare of gasvormige brandstof gemaakt uit biomassa, waarbij onder «biomassa» wordt verstaan het biologisch afbreekbare deel van producten, afvalstoffen en residuen van de landbouw (met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen), de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, alsmede het biologisch afbreekbare deel van industrieel en huishoudelijk afval;
*bunkervoorraden van de internationale zeescheepvaart:* totaal dat is gedefinieerd in bijlage A, punt 2.1, van Verordening (EG) nr. 1099/2008 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 oktober 2008 (PbEU 2008, L 304) betreffende energiestatistieken;
*bunkervoorraden van de internationale zeescheepvaart:* totaal dat is gedefinieerd in bijlage A, punt 2.1, van Verordening (EG) nr. 1099/2008 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 oktober 2008 (PbEU 2008, L 304) betreffende energiestatistieken;
*centrale entiteit:* instelling of dienst als bedoeld in artikel 7 van richtlijn 2009/119/EG waaraan de bevoegdheid is gegeven om te handelen met het oog op het kopen, in stand houden en verkopen van olievoorraden, met inbegrip van veiligheidsvoorraden en speciale voorraden;
*COVA:* Stichting Centraal Orgaan Voorraadvorming Aardolieproducten, zijnde voor Nederland de centrale entiteit;
*internationale verplichtingen:* verplichtingen tot het aanhouden van een voorraad aardolieproducten, voortvloeiend uit de Overeenkomst inzake een Internationaal Energieprogramma (Trb. 1975, 47) en uit richtlijn 2009/119/EG;
*internationale verplichtingen:* verplichtingen tot het aanhouden van een voorraad aardolieproducten, voortvloeiend uit de Overeenkomst inzake een Internationaal Energieprogramma (Trb. 1975, 47) en uit richtlijn 2009/119/EG;
*marktdeelnemer:* vergunninghouder als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a;
*olievoorraden:* voorraden ruwe aardolie of andere aardolieproducten, gedefinieerd in bijlage C, punt 3.1, van Verordening (EG) nr. 1099/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 betreffende energiestatistieken (PbEG 2008, L 304);
*olievoorraden:* voorraden ruwe aardolie of andere aardolieproducten, gedefinieerd in bijlage C, punt 3.1, van Verordening (EG) nr. 1099/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 betreffende energiestatistieken (PbEG 2008, L 304);
*Onze Minister:* Onze Minister van Economische Zaken;
*referentiejaar:* kalenderjaar dat voorafgaat aan het voorraadjaar;
*richtlijn 2009/119/EG:*
Richtlijn 2009/119/EG van de Raad van 14 september 2009 houdende verplichting voor de lidstaten om minimumvoorraden ruwe aardolie en/of aardolieproducten in opslag te houden (PbEU 2009, L 265);
Richtlijn 2009/119/EG van de Raad van 14 september 2009 houdende verplichting voor de lidstaten om minimumvoorraden ruwe aardolie en/of aardolieproducten in opslag te houden (PbEU 2009, L 265);
*speciale voorraad:* olievoorraad die voldoet aan de in artikel 9, eerste tot en met vierde lid, van richtlijn 2009/119/EG genoemde voorwaarden;
*toevoegingen:* andere stoffen dan koolwaterstoffen die aan een product worden toegevoegd of erdoor worden gemengd om de eigenschappen ervan te veranderen;
*uitslag:* uitslag tot verbruik als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de accijns, met uitzondering van afleveringen met bestemming internationale zeevaart;
*veiligheidsvoorraden:* olievoorraden die elke lidstaat van de Europese Unie op grond van artikel 3 van richtlijn 2009/119/EG verplicht is aan te houden;
*voorraadjaar:* tijdvak van 12 maanden dat begint op 1 april van enig jaar;
*voorraadjaar:* tijdvak van 12 maanden dat begint op 1 april van enig jaar;
*voorraadplichtige:* degene die op grond van deze wet een voorraad aardolieproducten moet aanhouden;
*wettelijke voorraad:* voorraad aardolieproducten waarmee wordt beoogd aan de voor Nederland geldende internationale verplichtingen te voldoen.
### Artikel 2
Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde worden aardolieproducten, zoals die nader worden omschreven in bijlage B, punt 4.1, van Verordening (EG) nr. 1099/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 betreffende energiestatistieken (PbEG 2008, L 304), verdeeld in de volgende categorieën:
Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde worden aardolieproducten, zoals die nader worden omschreven in bijlage B, punt 4.1, van Verordening (EG) nr. 1099/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 betreffende energiestatistieken (PbEG 2008, L 304), verdeeld in de volgende categorieën:
a. ruwe aardolie en aardgascondensaat,
b. motorbenzine,
@ -66,7 +66,7 @@ De wettelijke voorraad is ten minste gelijk aan de grootste van de twee volgende
**1.**
Onze Minister stelt jaarlijks uiterlijk 31 maart voor het daarop volgende voorraadjaar de omvang en samenstelling van de in voorraad aan te houden aardolieproducten vast:
Onze Minister stelt jaarlijks uiterlijk 31 maart voor het daarop volgende voorraadjaar de omvang en samenstelling van de in voorraad aan te houden aardolieproducten vast:
a. voor elke vergunninghouder voor een of meer accijnsgoederenplaatsen voor minerale oliën als bedoeld in artikel 39 van de Wet op de accijns, die in het referentiejaar een hoeveelheid aardolieproducten heeft uitgeslagen dan wel een hoeveelheid reactiemotorbrandstof van het kerosinetype voor de voortstuwing van luchtvaartuigen heeft geleverd, die in totaal ligt boven de in het tweede lid bedoelde drempel, en
b. voor COVA.
@ -218,8 +218,12 @@ d. een bedrijf in Nederland, mits de overdracht vooraf aan Onze Minister is geme
### Artikel 15
**1.**
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere voorschriften en beperkingen worden gesteld aan het buiten Nederland aanhouden van een voorraad aardolieproducten als onderdeel van de wettelijke voorraad.
**2.** Onze Minister kan nadere regels stellen met betrekking tot de melding van overdrachten als bedoeld in de artikelen 11, vierde lid, en 14, eerste lid, onder d.
#### Paragraaf 4. Informatie- en administratieverplichtingen
### Artikel 16
@ -305,9 +309,9 @@ d. ambtshalve, indien dit naar het oordeel van Onze Minister om gewichtige reden
**1.** De begroting van inkomsten en uitgaven en de jaarrekening van COVA behoeven, na door het bestuur van COVA te zijn vastgesteld, de goedkeuring van Onze Minister.
**2.** Het bestuur van COVA biedt jaarlijks vóór 1 februari aan Onze Minister ter goedkeuring de begroting voor het betreffende kalenderjaar aan, vergezeld van de nodige toelichting en bescheiden. Indien de begroting niet vóór de aanvang van het kalenderjaar waarvoor zij moet dienen, is goedgekeurd, kan Onze Minister COVA machtigen bepaalde uitgaven te doen.
**2.** Het bestuur van COVA biedt jaarlijks vóór 1 februari aan Onze Minister ter goedkeuring de begroting voor het betreffende kalenderjaar aan, vergezeld van de nodige toelichting en bescheiden. Indien de begroting niet vóór de aanvang van het kalenderjaar waarvoor zij moet dienen, is goedgekeurd, kan Onze Minister COVA machtigen bepaalde uitgaven te doen.
**3.** Het bestuur van COVA biedt Onze Minister jaarlijks vóór 1 juli aan de rekening van inkomsten en uitgaven over het afgelopen kalenderjaar, alsmede een overzicht van de grootte en samenstelling van het vermogen aan het einde van dat jaar en een bijbehorende toelichting. De overgelegde stukken behoeven een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, die door het bestuur van COVA is aangewezen. Zij gaan verder vergezeld van een verslag van de accountant, bevattende opmerkingen waartoe diens onderzoek aanleiding geeft.
**3.** Het bestuur van COVA biedt Onze Minister jaarlijks vóór 1 juli aan de rekening van inkomsten en uitgaven over het afgelopen kalenderjaar, alsmede een overzicht van de grootte en samenstelling van het vermogen aan het einde van dat jaar en een bijbehorende toelichting. De overgelegde stukken behoeven een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, die door het bestuur van COVA is aangewezen. Zij gaan verder vergezeld van een verslag van de accountant, bevattende opmerkingen waartoe diens onderzoek aanleiding geeft.
**4.** De goedkeuring van de jaarrekening strekt, voor zover het de daarbij goedgekeurde inkomsten en uitgaven betreft, tot decharge van het bestuur, behoudens in geval van later gebleken valsheid in bewijsstukken of andere onregelmatigheden.
@ -337,10 +341,10 @@ De staat is aansprakelijk voor schulden van COVA, die mochten overblijven na haa
De heffing bedraagt voor:
a. lichte olie, per 1 000 liter bij een temperatuur van 15 graden Celsius: € 8,00;
b. halfzware olie, per 1 000 liter bij een temperatuur van 15 graden Celsius: € 8,00;
c. gasolie, per 1 000 liter bij een temperatuur van 15 graden Celsius: € 8,00;
d. vloeibaar gemaakt petroleumgas, per 1 000 kilogram: € 8,00.
a. lichte olie, per 1 000 liter bij een temperatuur van 15 graden Celsius: € 8,00;
b. halfzware olie, per 1 000 liter bij een temperatuur van 15 graden Celsius: € 8,00;
c. gasolie, per 1 000 liter bij een temperatuur van 15 graden Celsius: € 8,00;
d. vloeibaar gemaakt petroleumgas, per 1 000 kilogram: € 8,00.
**2.** Onder de in het eerste lid genoemde producten wordt verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan ingevolge de artikelen 26 en 28 van de Wet op de accijns.
@ -369,16 +373,7 @@ Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere voorschriften en beperkingen wo
### Artikel 31
**1.**
Bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren zijn belast met het toezicht op de naleving van:
a. het bij of krachtens de hoofdstukken 2 en 3 bepaalde, met uitzondering van artikel 26, en
b. het bepaalde bij of krachtens een bilateraal akkoord, voor zover dit betrekking heeft op het in Nederland aanhouden van een voorraad aardolieproducten ter naleving van internationale verplichtingen van een andere staat dan Nederland dan wel voor een onderdaan van die staat.
**2.** Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
**3.** De krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren zijn belast met het verlenen van bijstand aan inspecties op grond van richtlijn 2009/119/EG door personen die de Europese Commissie daartoe heeft gemachtigd. Op deze inspecties is afdeling 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
De voor het uitoefenen van toezicht aangewezen ambtenaren zijn belast met het verlenen van bijstand aan inspecties op grond van richtlijn 2009/119/EG door personen die de Europese Commissie daartoe heeft gemachtigd. Op deze inspecties is afdeling 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 32
@ -400,9 +395,9 @@ Wijzigt deze wet en de Algemene wet bestuursrecht.
**1.** De Wet voorraadvorming aardolieproducten 2001 wordt ingetrokken.
**2.** De bepalingen van de Wet voorraadvorming aardolieproducten 2001 blijven van toepassing met betrekking tot feiten die leiden tot de verschuldigdheid van voorraadheffing of tot de voldoening van voorraadheffing, die hebben plaatsgevonden voor 1 april 2013 en met betrekking tot strafbare feiten die hebben plaatsgevonden voor die datum.
**2.** De bepalingen van de Wet voorraadvorming aardolieproducten 2001 blijven van toepassing met betrekking tot feiten die leiden tot de verschuldigdheid van voorraadheffing of tot de voldoening van voorraadheffing, die hebben plaatsgevonden voor 1 april 2013 en met betrekking tot strafbare feiten die hebben plaatsgevonden voor die datum.
**3.** In afwijking van artikel 4, eerste lid, stelt Onze Minister met betrekking tot een periode liggende tussen 31 december 2012 tot en met 31 maart 2013 de omvang en samenstelling van de in voorraad aan te houden aardolieproducten vast overeenkomstig artikel 3, derde lid, van richtlijn 2009/119/EG.
**3.** In afwijking van artikel 4, eerste lid, stelt Onze Minister met betrekking tot een periode liggende tussen 31 december 2012 tot en met 31 maart 2013 de omvang en samenstelling van de in voorraad aan te houden aardolieproducten vast overeenkomstig artikel 3, derde lid, van richtlijn 2009/119/EG.
### Artikel 37