2023-08-01 | BWBR0044028 | Beleidsregel verstrekking licentie Topsporttalentschool VO 2020
This commit is contained in:
parent
001b45e4f1
commit
9fa0923289
1 changed files with 56 additions and 34 deletions
|
|
@ -3,7 +3,7 @@ titel: Beleidsregel verstrekking licentie Topsporttalentschool VO 2020
|
|||
bwb_id: BWBR0044028
|
||||
type: beleidsregel
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2021-12-07'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2023-08-01'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0044028
|
||||
citeertitel: Beleidsregel verstrekking licentie Topsporttalentschool VO 2020
|
||||
---
|
||||
|
|
@ -15,57 +15,60 @@ citeertitel: Beleidsregel verstrekking licentie Topsporttalentschool VO 2020
|
|||
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
- *bevoegd gezag:* bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1 van de wet;
|
||||
- *Expertisecentrum:* Expertisecentrum Voortgezet Onderwijs & Topsport;
|
||||
- *KNVB:* Koninklijke Nederlandse Voetbalbond;
|
||||
- *licentie Topsporttalentschool:* beschikking van de minister aan het bevoegd gezag van een school waarin een aanvraag als bedoeld in artikel 3 wordt ingewilligd;
|
||||
- *Loot-leerling:* leerling waarvan is vastgesteld dat deze wordt beschouwd als talent of topsporter met een officiële talent-, of topsportstatus van NOC*NSF;
|
||||
- *minister:* Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media;
|
||||
- *minister:* Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs;
|
||||
- *NOC*NSF:* Nederlands Olympisch Comité*Nederlandse Sport Federatie;
|
||||
- *school:* school of scholengemeenschap voor voortgezet onderwijs waar uit de openbare kas bekostigd onderwijs wordt verzorgd als bedoeld in de artikelen 2.4, 2.5 en 2.6 van de wet;
|
||||
- *Stichting LOOT:* Stichting Landelijk Overleg Onderwijs en Topsport;
|
||||
- *reisafstand:* reisafstand op basis van de snelste route met de auto van het woonadres van de topsporttalentleerlingen naar het vestigingsadres van de Topsporttalentschool, bepaald door gebruikmaking van de ANWB-autorouteplanner;
|
||||
- *school:* hoofdvestiging of nevenvestiging van een school of scholengemeenschap voor voortgezet onderwijs waar uit de openbare kas bekostigd onderwijs wordt verzorgd als bedoeld in de artikelen 2.4, 2.5, 2.6 en 2.7 van de wet;
|
||||
- *topsporttalentleerlingen:* leerling waarvan is vastgesteld dat deze wordt beschouwd als talent of topsporter met een officiële talent-, of topsportstatus van het NOC*NSF of een beloftestatus van de KNVB;
|
||||
- *Topsporttalentschool:* school met een licentie Topsporttalentschool als bedoeld in artikel 3;
|
||||
- *vmbo:* middelbaar algemeen voortgezet onderwijs artikel 2.6 van de wet en voorbereidend beroepsonderwijs artikel 2.7 van de wet;
|
||||
- *wet:*
|
||||
Wet voortgezet onderwijs 2020.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
Het doel van deze regeling is om sporttalenten met een officiële talent-, of topsportstatus van NOC*NSF op een Topsporttalentschool in staat te stellen topsport en onderwijs zo optimaal mogelijk te combineren. De beleidsregel draagt bij aan het bevorderen van talentontwikkeling op het hoogst mogelijke sportniveau in het voortgezet onderwijs.
|
||||
Het doel van deze regeling is om sporttalenten met een officiële talent-, of topsportstatus van het NOC*NSF of een beloftestatus van de KNVB op een Topsporttalentschool in staat te stellen topsport en onderwijs zo optimaal mogelijk te combineren. De beleidsregel draagt bij aan het bevorderen van talentontwikkeling op het hoogst mogelijke sportniveau in het voortgezet onderwijs.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.** De minister kan op verzoek van het bevoegd gezag van een school een licentie Topsporttalentschool verstrekken.
|
||||
|
||||
**2.** Een aanvraag van het bevoegd gezag van een school wordt in behandeling genomen indien is voldaan aan de vereisten in de artikelen 4 en 6. De Minister kan in uitzonderlijke gevallen van de genoemde aantallen in artikel 5 afwijken indien leerlingendaling of schoolsplitsing hier aanleiding toe geeft.
|
||||
**2.** Een aanvraag van het bevoegd gezag van een school wordt in behandeling genomen indien is voldaan aan de vereisten in de artikelen 4 en 5. De Minister kan in uitzonderlijke gevallen van de genoemde aantallen in artikel 5 afwijken indien leerlingendaling of schoolsplitsing hier aanleiding toe geeft.
|
||||
|
||||
**3.** Scholen waar op het moment van de aanvraag of op het moment van besluiten de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is als bedoeld in artikel 2.94, eerste en derde lid, van de wet of door de inspectie ingevolge artikel 11 van de Wet op het onderwijstoezicht het onderwijs als onvoldoende is beoordeeld, komen niet in aanmerking voor een licentie Topsporttalentschool.
|
||||
|
||||
**4.** De aanvraag voor een licentie Topsporttalentschool wordt jaarlijks op uiterlijk 1 oktober ingediend. Aanvragen ingediend na deze datum worden in een volgend kalenderjaar in behandeling genomen.
|
||||
**4.** De aanvraag voor een licentie Topsporttalentschool wordt op uiterlijk 1 oktober van het schooljaar ingediend.
|
||||
|
||||
**5.** Stichting LOOT adviseert de minister over de aanvraag op uiterlijk 1 december van het desbetreffende jaar.
|
||||
**5.** Het Expertisecentrum adviseert de minister over de aanvraag op uiterlijk 1 december van het desbetreffende jaar.
|
||||
|
||||
**6.** De minister besluit over het verstrekken van een licentie Topsporttalentschool op uiterlijk 1 februari van het volgende kalenderjaar.
|
||||
**6.** De minister beslist binnen 26 weken na ontvangst van een aanvraag.
|
||||
|
||||
### Artikel 4
|
||||
|
||||
De aanvraag gaat vergezeld van de volgende documenten:
|
||||
|
||||
a. een verklaring van de school dat op de desbetreffende school een door het NOC*NSF goedgekeurde lijst met de namen en sport met talent-, of topsportniveau van de Loot-leerlingen aanwezig is;
|
||||
b. het schoolplan, met daarin een beleidsnotitie waaruit blijkt op welke wijze de school voldoet aan artikel 5, onderdeel c, en hoe de school zorg draagt voor flexibiliteit in de onderwijsprogramma’s, en flexibiliteit bij het afleggen van toetsen en schoolexamens en centrale examens, rekening houdend met de belangen van de betrokken Loot-leerling.
|
||||
a. een verklaring van de school dat op de desbetreffende school een door het NOC*NSF of de KNVB goedgekeurde lijst met de namen en sport met talent-, of topsportniveau van de topsporttalentleerlingen aanwezig is;
|
||||
b. het schoolplan, met daarin een beleidsnotitie waaruit blijkt op welke wijze de school voldoet aan artikel 5, onderdeel c, en hoe de school zorg draagt voor flexibiliteit in de onderwijsprogramma’s, en flexibiliteit bij het afleggen van toetsen en schoolexamens en centrale examens, rekening houdend met de belangen van de betrokken topsporttalentleerling.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
De school, waarvoor het bevoegd gezag een aanvraag als bedoeld in artikel 3 heeft ingediend, voldoet aan de volgende voorschriften:
|
||||
|
||||
a. op de meest recente teldatum van 1 oktober die voorafgaat aan de aanvraag, zijn op de school ten minste 35 Loot-leerlingen ingeschreven, waarbij per sport maximaal 15 leerlingen meetellen, tenzij:
|
||||
a. op de meest recente teldatum van 1 oktober die voorafgaat aan de aanvraag, zijn op de school ten minste 35 topsporttalentleerlingen ingeschreven, waarbij per sport maximaal 15 leerlingen meetellen, tenzij:
|
||||
|
||||
1°. deze voorwaarde tot gevolg heeft dat in een bepaalde provincie geen enkele licentie Topsporttalentschool kan worden verstrekt. In dat geval kan een licentie Topsporttalentschool worden verleend aan een school in die provincie waar ten minste tien Loot-leerlingen staan ingeschreven en maximaal één derde deel van die Loot-leerlingen dezelfde sport beoefent; of
|
||||
2°. het een school betreft met ten minste 20 Loot-leerlingen die onderwijs volgen in het vmbo en maximaal één derde van die Loot-leerlingen dezelfde sport beoefent;
|
||||
1°. deze voorwaarde tot gevolg heeft dat in een bepaalde provincie geen enkele licentie Topsporttalentschool kan worden verstrekt. In dat geval kan een licentie Topsporttalentschool worden verleend aan een school in die provincie waar ten minste tien topsporttalentleerlingen staan ingeschreven en maximaal één derde deel van die topsporttalentleerlingen dezelfde sport beoefent; of
|
||||
2°. het een school betreft met ten minste 20 topsporttalentleerlingen die onderwijs volgen in het vmbo en maximaal één derde van die topsporttalentleerlingen dezelfde sport beoefent;
|
||||
b. er is een samenwerkingsverband met tenminste drie sportbonden of verenigingen die op het hoogste landelijk niveau actief zijn;
|
||||
c. op de school is personeel aanwezig en aanspreekbaar op de afstemming van de werkzaamheden die verband houden met de licentie Topsporttalentschool en het voorzien in de begeleiding van de Loot-leerlingen, met als uitgangspunt dat het onderwijsniveau van deze leerlingen wordt behouden.
|
||||
c. op de school is personeel aanwezig en aanspreekbaar op de afstemming van de werkzaamheden die verband houden met de licentie Topsporttalentschool en het voorzien in de begeleiding van de topsporttalentleerlingen, met als uitgangspunt dat het onderwijsniveau van deze leerlingen wordt behouden.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
**1.** Stichting LOOT visiteert een school met een licentie Topsporttalentschool elk derde jaar na de datum waarop de licentie Topsporttalentschool is verstrekt.
|
||||
**1.** Het Expertisecentrum visiteert een school met een licentie Topsporttalentschool elk derde jaar na de datum waarop de licentie Topsporttalentschool is verstrekt.
|
||||
|
||||
**2.** Op basis van de visitaties adviseert Stichting LOOT de minister of een school met een licentie Topsporttalentschool nog steeds voldoet aan de voorschriften, bedoeld artikel 5.
|
||||
**2.** Op basis van de visitaties adviseert het Expertisecentrum de minister of een school met een licentie Topsporttalentschool nog steeds voldoet aan de voorschriften, als bedoeld in artikel 5.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
|
|
@ -73,16 +76,16 @@ Alleen een school met de licentie Topsporttalentschool kan zich profileren als e
|
|||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
Indien uit het advies van Stichting LOOT als bedoeld in artikel 6, tweede lid, volgt dat Topsporttalentschool niet meer aan de voorschriften voldoet kan de minister besluiten:
|
||||
Indien uit het advies van het Expertisecentrum als bedoeld in artikel 6, tweede lid, volgt dat Topsporttalentschool niet meer aan de voorschriften voldoet kan de minister besluiten:
|
||||
|
||||
a. tot intrekking van de licentie Topsporttalentschool;
|
||||
b. de Topsporttalentschool eenmalig twee jaar de tijd te geven om zich te verbeteren.
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1.** Indien NOC*NSF oordeelt dat een betrokken leerling niet langer kan worden beschouwd als een Loot-leerling, neemt die leerling vanaf dat moment weer deel aan het reguliere onderwijsprogramma.
|
||||
**1.** Indien het NOC*NSF of de KNVB oordeelt dat een betrokken leerling niet langer kan worden beschouwd als een topsporttalentleerling, neemt die leerling vanaf dat moment weer deel aan het reguliere onderwijsprogramma.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het voor de leerling als bedoeld in het eerste lid redelijkerwijs niet mogelijk is om de gemiste vakonderdelen nog in te halen, blijft Een reeds geëffectueerde ontheffing op grond van artikel 10 tot en met 14 van kracht, evenals een reeds lopende spreiding van het examen op grond van artikel 15.
|
||||
**2.** Indien het voor de leerling als bedoeld in het eerste lid redelijkerwijs niet mogelijk is om de gemiste vakonderdelen nog in te halen, blijft een reeds geëffectueerde ontheffing op grond van artikel 10 tot en met 14 van kracht, evenals een reeds lopende spreiding van het examen op grond van artikel 15.
|
||||
|
||||
### Artikel 10
|
||||
|
||||
|
|
@ -90,11 +93,11 @@ Indien de licentie Topsporttalentschool wordt ingetrokken, behouden de betrokken
|
|||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag dat beschikt over een licentie Topsporttalentschool kan in afwijking van de artikelen 2.14, tweede lid, en 2.33 van de wet, de Loot-leerling in de eerste twee leerjaren ontheffing verlenen van de onderdelen van het onderwijsprogramma die betrekking hebben op de kerndoelen bewegen en sport, in onderdeel G van bijlage 1, behorende bij artikel 2.1 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020.
|
||||
Het bevoegd gezag dat beschikt over een licentie Topsporttalentschool kan in afwijking van de artikelen 2.14, tweede lid, en 2.33 van de wet, de topsporttalentleerling in de eerste twee leerjaren ontheffing verlenen van de onderdelen van het onderwijsprogramma die betrekking hebben op de kerndoelen bewegen en sport, in onderdeel G van bijlage 1, behorende bij artikel 2.1 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020.
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag dat beschikt over een licentie Topsporttalentschool kan, in afwijking van artikel 2.33 van de wet en de artikelen 2.20, 2.22, 2.24, 2.26, 3.4, eerste lid, onder a en c, 3.5, eerste lid, onder a en c, 3.6, eerste lid, onder a en c en 3.7, eerste lid, onder a en c, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020, een Loot-leerling in het vmbo ontheffing verlenen voor:
|
||||
Het bevoegd gezag dat beschikt over een licentie Topsporttalentschool kan, in afwijking van artikel 2.33 van de wet en de artikelen 2.20, 2.22, 2.24, 2.26, 3.4, eerste lid, onder a en c, 3.5, eerste lid, onder a en c, 3.6, eerste lid, onder a en c en 3.7, eerste lid, onder a en c, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020, een topsporttalentleerling in het vmbo ontheffing verlenen voor:
|
||||
|
||||
a. lichamelijke opvoeding;
|
||||
b. maatschappijleer;
|
||||
|
|
@ -103,50 +106,69 @@ d. in de theoretische leerweg één vak uit het vrije deel als bedoeld in artike
|
|||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag dat beschikt over een licentie Topsporttalentschool kan, in afwijking van artikel 2.33 van de wet, paragraaf 3 van hoofdstuk 2 en artikel 3.1, eerste lid van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020, een DAMU-leerling in de havo ontheffing verlenen voor:
|
||||
Het bevoegd gezag dat beschikt over een licentie Topsporttalentschool kan, in afwijking van artikel 2.33 van de wet, paragraaf 3 van hoofdstuk 2 en artikel 3.3, eerste lid van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020, een topsporttalentleerling in de havo ontheffing verlenen voor:
|
||||
|
||||
a. lichamelijke opvoeding;
|
||||
b. maatschappijleer;
|
||||
c. culturele en kunstzinnige vorming; en
|
||||
d. een vak als bedoeld in de artikelen 2.11 en 2.12 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020.
|
||||
d. een profielkeuzevak als bedoeld in artikel 2.11 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 of een keuzevak als bedoeld in artikel 2.12 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag dat beschikt over een licentie Topsporttalentschool kan, in afwijking van artikel 2.33 van de wet en paragraaf 2 van hoofdstuk 2 van de wet, en artikel 3.1 dan wel 3.1 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020, een Loot-leerling in het vwo ontheffing verlenen voor:
|
||||
Het bevoegd gezag dat beschikt over een licentie Topsporttalentschool kan, in afwijking van artikel 2.33 van de wet, paragraaf 2 van hoofdstuk 2 en artikel 3.1 dan wel 3.2 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020, een topsporttalentleerling in het vwo ontheffing verlenen voor:
|
||||
|
||||
a. lichamelijke opvoeding;
|
||||
b. maatschappijleer;
|
||||
c. culturele en kunstzinnige vorming; en
|
||||
d. een vak als bedoeld in artikel 2.6 of 2.7 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020.
|
||||
d. een profielkeuzevak als bedoeld in artikel 2.6 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 of een keuzevak als bedoeld in artikel 2.7 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020.
|
||||
|
||||
### Artikel 15
|
||||
|
||||
**1.** In uitzonderlijke gevallen kan het bevoegd gezag, dat beschikt over een licentie Topsporttalentschool, voor een Loot-leerling beroep doen op artikel 3.56 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 voor het doen van gespreid examen.
|
||||
**1.** In uitzonderlijke gevallen kan het bevoegd gezag, dat beschikt over een licentie Topsporttalentschool, voor een topsporttalentleerling beroep doen op artikel 3.56 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 voor het doen van gespreid examen.
|
||||
|
||||
**2.** Alleen een LOOT-leerling die in het laatste leerjaar wordt geconfronteerd met activiteiten in het kader van uitoefening van de sport, waardoor het niet mogelijk is het eindexamen in het laatste leerjaar volledig af te leggen, komt voor toepassing van artikel 3.56 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 in aanmerking.
|
||||
**2.** Alleen een topsporttalentleerling die in het laatste leerjaar wordt geconfronteerd met activiteiten in het kader van uitoefening van de sport, waardoor het niet mogelijk is het eindexamen in het laatste leerjaar volledig af te leggen, komt voor toepassing van artikel 3.56 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 in aanmerking.
|
||||
|
||||
### Artikel 16
|
||||
|
||||
De minister evalueert deze beleidsregel voor 1 januari 2025.
|
||||
**1.** De minister kan op aanvraag van het bevoegd gezag van een school, niet zijnde een Topsporttalentschool, waarbij een topsporttalentleerling is ingeschreven, voor de duur van het schooljaar waarin de aanvraag wordt gedaan, toestaan om de topsporttalentleerling ontheffingen te verlenen als bedoeld in de artikelen 11 tot en met 14 of een beroep te doen op de mogelijkheid voor het doen van een gespreid examen als bedoeld in artikel 15.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Uit de aanvraag bedoeld in het eerste lid moet het volgende blijken:
|
||||
|
||||
a. de topsporttalentleerling staat ingeschreven op een school van het bevoegd gezag;
|
||||
b. de topsporttalentleerling woont op meer dan 25 kilometer reisafstand van een Topsporttalentschool of is ingeschreven voor een schoolsoort als bedoeld in artikel 2.1. van de wet die niet wordt aangeboden op een nabijgelegen Topsporttalentschool;
|
||||
c. de school kan blijkens een positief advies van het Expertisecentrum de topsporttalentleerling een optimale combinatie tussen sport en onderwijs aanbieden; en
|
||||
d. de kwaliteit van het onderwijs van de schoolsoort waar de topsporttalentleerling bij de school staat ingeschreven is niet zeer zwak als bedoeld in artikel 2.94, eerste en derde lid, van de wet of door de inspectie ingevolge artikel 11 van de Wet op het onderwijstoezicht als onvoldoende beoordeeld.
|
||||
|
||||
**3.** De aanvraag bedoeld in het eerste lid kan tot 1 oktober van het lopende schooljaar worden gedaan. De minister beslist binnen 26 weken na ontvangst van de aanvraag.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de topsporttalentleerling bedoeld in het eerste en tweede lid niet meer beschouwd kan worden als een topsporttalentleerling, is artikel 9 van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**5.** De minister kan afwijken van het tweede lid, onder b, als toepassing daarvan gelet op het belang van de topsporttalentleerling om sport en onderwijs optimaal te kunnen combineren, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
|
||||
|
||||
### Artikel 17
|
||||
|
||||
De minister evalueert deze beleidsregel voor 1 januari 2025.
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
**1.** Een school die voorafgaand aan deze beleidsregel al beschikt over een gelijkwaardige licentie op grond van de Beleidsregel verstrekking licentie Topsporttalentschool VO, blijft deze behouden.
|
||||
|
||||
**2.** Reeds bestaande ontheffingen en vrijstellingen die op basis van de Beleidsregel verstrekking licentie Topsporttalentschool VO zijn verstrekt, blijven behouden.
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
De Beleidsregel verstrekking licentie Topsporttalentschool VO wordt per 1 september 2020 ingetrokken.
|
||||
|
||||
### Artikel 18a
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
Deze beleidsregel is mede gebaseerd op artikel 9.3 van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
|
||||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 september 2020.
|
||||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel verstrekking licentie Topsporttalentschool VO 2020.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue