2008-10-22 | BWBR0007625 | Wet educatie en beroepsonderwijs
This commit is contained in:
parent
c811c7d6ce
commit
9fa6e3f1f7
1 changed files with 5 additions and 9 deletions
|
|
@ -92,7 +92,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**2.** Het regionaal opleidingencentrum dat daarvoor op grond van artikel 2.1.3, eerste en tweede lid, in aanmerking komt, heeft aanspraak op bekostiging uit 's Rijks kas voor het verzorgen van beroepsopleidingen die op de voet van artikel 2.1.1 voor bekostiging in aanmerking komen.
|
||||
|
||||
**3.** De regionale opleidingencentra die daarvoor op grond van artikel 2.3.3 in aanmerking komen, ontvangen voor het verzorgen van opleidingen educatie een bedrag van het gemeentebestuur.
|
||||
**3.** De regionale opleidingencentra die daarvoor op grond van artikel 2.3.3 in aanmerking komen, ontvangen voor het verzorgen van opleidingen educatie een bedrag van het college van burgemeester en wethouders.
|
||||
|
||||
**4.** Aan de met goed gevolg afgelegde examens of onderdelen van examens van opleidingen als bedoeld in het tweede en derde lid, is een bewijsstuk als bedoeld in artikel 7.4.6 dan wel artikel 7.4.15 verbonden.
|
||||
|
||||
|
|
@ -489,7 +489,7 @@ Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente waaraan een rijksbij
|
|||
|
||||
### Artikel 2.3.4
|
||||
|
||||
**1.** Bedragen die Onze Minister op grond van artikel 2.3.1 ten behoeve van de educatie aan een gemeente verstrekt, worden door het gemeentebestuur betaald aan een of meer regionale opleidingencentra. In afwijking van titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht berust de betaling van de bedragen aan die instelling of regionale opleidingencentra op een door het gemeentebestuur met het bevoegd gezag gesloten overeenkomst. De titels 4.1 en 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing.
|
||||
**1.** Bedragen die Onze Minister op grond van artikel 2.3.1 ten behoeve van de educatie aan een gemeente verstrekt, worden door het college van burgemeester en wethouders betaald aan een of meer regionale opleidingencentra. In afwijking van titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht berust de betaling van de bedragen aan die instelling of regionale opleidingencentra op een door de gemeente met het bevoegd gezag gesloten overeenkomst. De titels 4.1 en 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing.
|
||||
|
||||
**2.** De rijksbijdrage per gemeente wordt aan de gemeente verstrekt onder de voorwaarde dat gedurende het jaar waarvoor de middelen worden toegekend, een of meer overeenkomsten als bedoeld in het eerste lid van kracht zijn op grond waarvan die gemeente jegens het desbetreffende bevoegd gezag gehouden is tot betaling van het totale bedrag van de rijksbijdrage gedurende de looptijd van die overeenkomst of overeenkomsten.
|
||||
|
||||
|
|
@ -502,7 +502,7 @@ b. het aantal deelnemers, in voorkomende gevallen onderscheiden naar doelgroepen
|
|||
c. de periode,
|
||||
d. de omvang van het bedrag, dan wel de wijze waarop dit berekend wordt,
|
||||
e. de wijze waarop het bedrag ter beschikking wordt gesteld, en
|
||||
f. de wijze waarop verantwoording jegens het gemeentebestuur wordt afgelegd.
|
||||
f. de wijze waarop verantwoording jegens het college van burgemeester en wethouders wordt afgelegd.
|
||||
|
||||
**4.** Ten aanzien van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs, bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onder a, bevat een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid geen bepalingen omtrent de combinaties van vakken waarop de diploma’s betrekking dienen te hebben.
|
||||
|
||||
|
|
@ -972,7 +972,7 @@ Het bevoegd gezag en het personeel van de instelling verstrekken aan de commissi
|
|||
|
||||
Tot docent aan een instelling kan slechts worden benoemd of tewerkgesteld zonder benoeming degene die:
|
||||
|
||||
a. in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag, die op het tijdstip van overlegging aan het bevoegd gezag niet ouder is dan 6 maanden, en
|
||||
a. in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, die op het tijdstip van overlegging aan het bevoegd gezag niet ouder is dan 6 maanden, en
|
||||
b. voldoet aan de bekwaamheidseisen, bedoeld in artikel 4.2.3, eerste lid, blijkend uit het bezit van:
|
||||
|
||||
1°. een getuigschrift als bedoeld in artikel 7.11, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek van een met goed gevolg afgelegd afsluitend examen van een aan een hogeschool verbonden opleiding gericht op het beroep van leraar in het voortgezet onderwijs,
|
||||
|
|
@ -998,7 +998,7 @@ d. niet krachtens rechterlijke uitspraak is uitgesloten van het geven van onderw
|
|||
|
||||
Onderwijsondersteunende werkzaamheden waarvoor op grond van artikel 4.2.3, tweede lid, bekwaamheidseisen zijn vastgesteld, mogen slechts worden verricht door degene die:
|
||||
|
||||
a. in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven ingevolge de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag, die op het tijdstip van overlegging aan het bevoegd gezag niet ouder is dan 6 maanden, en
|
||||
a. in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven ingevolge de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, die op het tijdstip van overlegging aan het bevoegd gezag niet ouder is dan 6 maanden, en
|
||||
b. in het bezit is van een bij ministeriële regeling aangewezen getuigschrift waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de in artikel 4.2.3, tweede lid, bedoelde bekwaamheidseisen, voor zover vastgesteld, of
|
||||
c. in het bezit is van een ten aanzien van de door hem te verrichten werkzaamheden, al dan niet bedoeld in artikel 4.2.3, tweede lid, verleende erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties, of
|
||||
d. volgens bij algemene maatregel van bestuur te geven regels zijn bekwaamheid heeft aangetoond, en
|
||||
|
|
@ -2332,10 +2332,6 @@ Diploma’s en certificaten ingevolge de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet
|
|||
|
||||
### Artikel 12.2.3
|
||||
|
||||
De vakinstelling die op grond van artikel 12.3.5, zoals dat luidde op 30 juni 2004, de rijksbijdrage ten aanzien van huisvesting voortgezet onderwijs ontving en nadien is blijven ontvangen, wordt voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen, alsmede voor de toepassing van artikel 76v.1 van de Wet op het voortgezet onderwijs, aangemerkt als scholengemeenschap in de zin van artikel 2.6.
|
||||
|
||||
### Artikel 12.2.3
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 12.2.4
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue