2022-01-01 | BWBR0015711 | Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004

This commit is contained in:
Coornhert 2022-01-01 12:00:00 +00:00
parent 4c910f2326
commit 9fb4991efa

View file

@ -1,14 +1,15 @@
---
titel: Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004
titel: "Besluit bijstandverlening\n zelfstandigen 2004"
bwb_id: BWBR0015711
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2021-10-01'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0015711
citeertitel: Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004
citeertitel: "Besluit bijstandverlening\n zelfstandigen 2004"
---
# Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004
# Besluit bijstandverlening
zelfstandigen 2004
## Hoofdstuk I. Begripsomschrijvingen
@ -17,23 +18,53 @@ citeertitel: Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. wet: Participatiewet;
b. zelfstandige: de belanghebbende van 18 jaar tot aan de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet die voor de voorziening in het bestaan is aangewezen op arbeid in eigen bedrijf of zelfstandig beroep hier te lande en die:
b. zelfstandige: de belanghebbende van 18 jaar tot aan de pensioengerechtigde
leeftijd, bedoeld in artikel 7a,
eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet die voor de voorziening in het
bestaan is aangewezen op arbeid in eigen bedrijf of zelfstandig beroep hier te
lande en die:
1°. voldoet aan de wettelijke vereisten voor de uitoefening daarvan;
2°. voldoet aan het urencriterium, bedoeld in artikel 3.6 van de Wet inkomstenbelasting 2001, en
3°. alleen of samen met degenen met wie hij het bedrijf of zelfstandig beroep uitoefent de volledige zeggenschap in dat bedrijf of zelfstandig beroep heeft en de financiële risico's daarvan draagt;
c. levensvatbaar bedrijf of zelfstandig beroep: het bedrijf of zelfstandig beroep waaruit de zelfstandige naar verwachting na bijstandsverlening een inkomen zal verwerven dat, samen met het overige inkomen, toereikend is voor de voortzetting van het bedrijf of zelfstandig beroep en voor de voorziening in het bestaan;
d. boekjaar: de periode van 12 maanden waarover de administratie van de zelfstandige wordt gevoerd;
e. netto inkomen: het over het boekjaar verworven inkomen, bedoeld in hoofdstuk 3, paragraaf 3.4 van de wet, met toepassing van artikel 6, tweede lid;
f. bruto inkomen: het over het boekjaar verworven inkomen, bedoeld in hoofdstuk 3, paragraaf 3.4 van de wet, zonder toepassing van artikel 31, derde lid, van de wet en artikel 6, tweede lid;
g. jaarnorm: de tot een bedrag per boekjaar omgerekende som van de bijstandsnorm, bedoeld in hoofdstuk 3, paragraaf 3.2 en 3.3 van de wet, verhoogd met de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet en de verleende bijzondere bijstand;
h. totaal vermogen: het vermogen, bedoeld in artikel 34, eerste lid, onderdeel a, van de wet, zonder aftrek van de aanwezige schulden en zonder de in artikel 34, tweede lid, onderdelen a en e, van de wet, bedoelde bezittingen in aanmerking te nemen;
i. eigen vermogen: het verschil tussen het totaal vermogen en de aanwezige schulden;
j. bank: bank als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht;
2°. voldoet aan het urencriterium, bedoeld in artikel 3.6 van de Wet
inkomstenbelasting 2001, en
3°. alleen of samen met degenen met wie hij het bedrijf of zelfstandig beroep
uitoefent de volledige zeggenschap in dat bedrijf of zelfstandig beroep heeft
en de financiële risico's daarvan draagt;
c. levensvatbaar bedrijf of zelfstandig beroep: het bedrijf of zelfstandig beroep
waaruit de zelfstandige naar verwachting na bijstandsverlening een inkomen zal
verwerven dat, samen met het overige inkomen, toereikend is voor de voortzetting
van het bedrijf of zelfstandig beroep en voor de voorziening in het bestaan;
d. boekjaar: de periode van 12 maanden waarover de administratie van de
zelfstandige wordt gevoerd;
e. netto inkomen: het over het boekjaar verworven inkomen, bedoeld in hoofdstuk 3, paragraaf 3.4 van de
wet, met toepassing van artikel 6, tweede
lid;
f. bruto inkomen: het over het boekjaar verworven inkomen, bedoeld in hoofdstuk 3, paragraaf 3.4 van de
wet, zonder toepassing van artikel 31, derde lid, van de
wet en artikel 6, tweede
lid;
g. jaarnorm: de tot een bedrag per boekjaar omgerekende som van de bijstandsnorm,
bedoeld in hoofdstuk 3, paragraaf 3.2
en 3.3 van de wet, verhoogd
met de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van
de Zorgverzekeringswet en de verleende bijzondere bijstand;
h. totaal vermogen: het vermogen, bedoeld in artikel 34, eerste lid, onderdeel
a, van de wet, zonder aftrek van de aanwezige schulden en zonder de in
artikel 34, tweede lid, onderdelen
a en e, van de wet, bedoelde bezittingen in aanmerking te nemen;
i. eigen vermogen: het verschil tussen het totaal vermogen en de aanwezige
schulden;
j. bank: bank als bedoeld in artikel 1:1 van
de Wet op het financieel toezicht;
k. ondernemer in de binnenvaart: de zelfstandige die arbeid verricht door:
1°. het vervoeren of opslaan van goederen met behulp van een schip dat bestemd is of gebruikt wordt voor het vervoer van goederen op de Nederlandse binnenwateren, stromen en riviermonden, alsmede op de Dollard, de Waddenzee en het IJsselmeer;
2°. het slepen of duwen van de in onder 1 bedoelde schepen met een boot die blijkens zijn bouw daarvoor is bestemd en niet tevens is ingericht voor het vervoer van goederen.
1°. het vervoeren of opslaan van goederen met behulp van een schip dat bestemd
is of gebruikt wordt voor het vervoer van goederen op de Nederlandse
binnenwateren, stromen en riviermonden, alsmede op de Dollard, de Waddenzee en
het IJsselmeer;
2°. het slepen of duwen van de in onder 1 bedoelde schepen met een boot die
blijkens zijn bouw daarvoor is bestemd en niet tevens is ingericht voor het
vervoer van goederen.
## Hoofdstuk II. Algemene bepalingen
@ -45,34 +76,67 @@ k. ondernemer in de binnenvaart: de zelfstandige die arbeid verricht door:
Algemene bijstand kan worden verleend aan:
a. de zelfstandige die gedurende een redelijke termijn als zodanig werkzaam is geweest en wiens bedrijf of zelfstandig beroep levensvatbaar is;
b. de persoon of de echtgenoot van de persoon die uit hoofde van werkloosheid een uitkering ontvangt en die een bedrijf of zelfstandig beroep begint dat levensvatbaar is;
c. de zelfstandige geboren voor 1 januari 1960, wiens bedrijf of zelfstandig beroep niet levensvatbaar is en die het bedrijf of zelfstandig beroep gedurende een aaneengesloten periode van 10 jaar onmiddellijk voorafgaand aan de aanvraag heeft uitgeoefend en hieruit een inkomen geniet dat duurzaam ontoereikend is om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien;
d. de zelfstandige wiens bedrijf of zelfstandig beroep niet levensvatbaar is en die zich verplicht de activiteiten in het bedrijf of zelfstandig beroep zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 12 maanden, te beëindigen.
a. de zelfstandige die gedurende een redelijke termijn als zodanig werkzaam is
geweest en wiens bedrijf of zelfstandig beroep levensvatbaar is;
b. de persoon of de echtgenoot van de persoon die uit hoofde van werkloosheid
een uitkering ontvangt en die een bedrijf of zelfstandig beroep begint dat
levensvatbaar is;
c. de zelfstandige geboren voor 1 januari 1960, wiens bedrijf of zelfstandig
beroep niet levensvatbaar is en die het bedrijf of zelfstandig beroep
gedurende een aaneengesloten periode van 10 jaar onmiddellijk voorafgaand aan
de aanvraag heeft uitgeoefend en hieruit een inkomen geniet dat duurzaam
ontoereikend is om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te
voorzien;
d. de zelfstandige wiens bedrijf of zelfstandig beroep niet levensvatbaar is en
die zich verplicht de activiteiten in het bedrijf of zelfstandig beroep zo
spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 12 maanden, te beëindigen.
**2.** Bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal kan slechts worden verleend aan de zelfstandige, bedoeld in de onderdelen a, b en c van het eerste lid.
**2.** Bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal kan slechts worden
verleend aan de zelfstandige, bedoeld in de onderdelen a, b en c van het eerste
lid.
**3.**
Bijstandsverlening aan een persoon die algemene bijstand ontvangt, die voornemens is een bedrijf of zelfstandig beroep te beginnen en zich in verband hiermee niet beschikbaar stelt voor arbeid in dienstbetrekking kan gedurende een voorbereidingsperiode van ten hoogste 12 maanden worden voortgezet. In een zodanig geval:
Bijstandsverlening aan een persoon die algemene bijstand ontvangt, die
voornemens is een bedrijf of zelfstandig beroep te beginnen en zich in verband
hiermee niet beschikbaar stelt voor arbeid in dienstbetrekking kan gedurende een
voorbereidingsperiode van ten hoogste 12 maanden worden voortgezet. In een zodanig
geval:
a. zijn de artikelen 9, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel c, en 10 van de wet niet van toepassing;
b. is de belanghebbende verplicht mee te werken aan door het college aangewezen begeleiding.
a. zijn de artikelen 9, met
uitzondering van het eerste lid, onderdeel c, en 10 van de wet niet van
toepassing;
b. is de belanghebbende verplicht mee te werken aan door het college aangewezen
begeleiding.
### Artikel 3
**1.**
Bijstand in de vorm van een bedrag om niet, waaronder kwijtschelding van rente, als bedoeld in de artikelen 12, 19, 21 en 22:
Bijstand in de vorm van een bedrag om niet, waaronder kwijtschelding van rente,
als bedoeld in de artikelen 12,
19, 21 en 22:
a. wordt niet verleend indien het eigen vermogen meer bedraagt dan   204.171,00;
b. wordt, indien het eigen vermogen meer bedraagt dan € 48.583,00, doch minder dan € 204.171,00 slechts verleend indien dit eigen vermogen niet meer bedraagt dan 30 procent van het totaal vermogen.
a. wordt niet verleend indien het eigen vermogen meer bedraagt dan
  204.171,00;
b. wordt, indien het eigen vermogen meer bedraagt dan € 48.583,00, doch minder
dan € 204.171,00 slechts verleend indien dit eigen vermogen niet meer bedraagt
dan 30 procent van het totaal vermogen.
**2.** In afwijking van het eerste lid wordt aan de zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, bijstand in de vorm van een bedrag om niet als bedoeld in de artikelen 12 en 26 niet verleend, indien het eigen vermogen meer bedraagt dan € 142.920,00.
**2.** In afwijking van het eerste lid wordt aan de zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid,
onderdeel c, bijstand in de vorm van een bedrag om niet als bedoeld in
de artikelen 12
en 26 niet
verleend, indien het eigen vermogen meer bedraagt dan € 142.920,00.
### Artikel 4
De bijstand die wordt verleend in de vorm van een bedrag om niet met toepassing van artikel 12 wordt verhoogd met een forfaitair bedrag dat overeenkomt met de loonbelasting en de premies volksverzekeringen waarvoor de gemeente die de bijstand verleent krachtens de Wet op de loonbelasting 1964 inhoudingspichtige is.
De bijstand die wordt verleend in de vorm van een bedrag om niet met toepassing
van artikel 12 wordt
verhoogd met een forfaitair bedrag dat overeenkomt met de loonbelasting en de
premies volksverzekeringen waarvoor de gemeente die de bijstand verleent krachtens
de Wet op de loonbelasting 1964 inhoudingspichtige
is.
### Artikel 5
@ -82,106 +146,186 @@ De algemene bijstand wordt per boekjaar vastgesteld.
### Artikel 6
**1.** In afwijking van artikel 32, eerste lid, onderdeel b, van de wet wordt bij de bijstandsverlening aan een zelfstandige rekening gehouden met het inkomen over een boekjaar. Een teruggave van inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen wordt bij een zelfstandige niet als inkomen aangemerkt.
**1.** In afwijking van artikel 32,
eerste lid, onderdeel b, van de wet wordt bij de bijstandsverlening aan
een zelfstandige rekening gehouden met het inkomen over een boekjaar. Een
teruggave van inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen wordt bij een
zelfstandige niet als inkomen aangemerkt.
**2.** Bij de bijstandsverlening aan een zelfstandige worden de verschuldigde inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen over inkomen waarover geen loonbelasting is geheven gesteld op 20 procent per 1 januari 2021: 17 procent van dat inkomen.
**2.** Bij de bijstandsverlening aan een zelfstandige worden de verschuldigde
inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen over inkomen waarover geen
loonbelasting is geheven gesteld op 20 procent per 1
januari 2021: 17 procent van dat inkomen.
### Paragraaf 3. Vermogen
### Artikel 7
Niet als vermogen wordt in aanmerking genomen het voor de uitoefening van het bedrijf of zelfstandig beroep noodzakelijke vermogen, waaronder mede begrepen het vermogen gebonden in de door de zelfstandige of zijn gezin in eigendom bewoonde woning met bijbehorend erf.
Niet als vermogen wordt in aanmerking genomen het voor de uitoefening van het
bedrijf of zelfstandig beroep noodzakelijke vermogen, waaronder mede begrepen het
vermogen gebonden in de door de zelfstandige of zijn gezin in eigendom bewoonde
woning met bijbehorend erf.
### Artikel 8
**1.** De voor de uitoefening van het bedrijf of zelfstandig beroep noodzakelijke bezittingen en de aanwezige schulden van de zelfstandige worden gewaardeerd op basis van de waarde in het economisch verkeer.
**1.** De voor de uitoefening van het bedrijf of zelfstandig beroep noodzakelijke
bezittingen en de aanwezige schulden van de zelfstandige worden gewaardeerd op
basis van de waarde in het economisch verkeer.
**2.**
In afwijking van het eerste lid worden de volgende vermogensbestanddelen als volgt gewaardeerd:
In afwijking van het eerste lid worden de volgende vermogensbestanddelen als
volgt gewaardeerd:
a. onderhanden werken, halffabrikaten, eindproducten en te velde staande gewassen worden gewaardeerd op basis van de gemaakte kosten, arbeidskosten daaronder begrepen;
b. handelsvoorraden en grondstoffen worden gewaardeerd op basis van de aanschaffingswaarde, voor zover nodig gecorrigeerd met een aftrek wegens incourantheid;
c. immateriële activa, zoals goodwill en melkquotum worden gewaardeerd op basis van de aankoopprijs, waarbij rekening wordt gehouden met de afschrijving;
d. levensverzekeringen, die zijn aangegaan voor de financiering van onroerende zaken, worden opgenomen tegen de contante waarde;
e. aandelen in coöperaties en inkoopverenigingen alsmede andere vormen van ledenkapitaal worden gewaardeerd op basis van de fiscale boekwaarde;
f. land en tuinbouwgrond wordt gewaardeerd op de waarde in verpachte staat.
a. onderhanden werken, halffabrikaten, eindproducten en te velde staande
gewassen worden gewaardeerd op basis van de gemaakte kosten, arbeidskosten
daaronder begrepen;
b. handelsvoorraden en grondstoffen worden gewaardeerd op basis van de
aanschaffingswaarde, voor zover nodig gecorrigeerd met een aftrek wegens
incourantheid;
c. immateriële activa, zoals goodwill en melkquotum worden gewaardeerd op basis
van de aankoopprijs, waarbij rekening wordt gehouden met de afschrijving;
d. levensverzekeringen, die zijn aangegaan voor de financiering van onroerende
zaken, worden opgenomen tegen de contante waarde;
e. aandelen in coöperaties en inkoopverenigingen alsmede andere vormen van
ledenkapitaal worden gewaardeerd op basis van de fiscale boekwaarde;
f. land en tuinbouwgrond wordt gewaardeerd op de waarde in verpachte
staat.
**3.** In afwijking van het tweede lid, onderdeel a, kunnen de meerjarige te velde staande gewassen of de plantopstanden in een bepaalde bedrijfstak worden gewaardeerd op de waarde in het economisch verkeer op het moment dat er in deze bedrijfstak sprake is van een crisissituatie; van een crisissituatie is sprake in het geval dat er in meer dan twee opeenvolgende jaren lage opbrengstprijzen zijn verkregen al dan niet in combinatie met lage fysieke opbrengsten als gevolg van slechte weersomstandigheden.
**3.** In afwijking van het tweede lid, onderdeel a, kunnen de meerjarige te velde
staande gewassen of de plantopstanden in een bepaalde bedrijfstak worden
gewaardeerd op de waarde in het economisch verkeer op het moment dat er in deze
bedrijfstak sprake is van een crisissituatie; van een crisissituatie is sprake in
het geval dat er in meer dan twee opeenvolgende jaren lage opbrengstprijzen zijn
verkregen al dan niet in combinatie met lage fysieke opbrengsten als gevolg van
slechte weersomstandigheden.
**4.**
Onder schulden wordt mede verstaan:
a. uit de jaarrekening blijkende schulden wegens niet uitbetaald loon aan kinderen;
b. reserveringen in verband met belastingclaims, die voortvloeien uit de vaststelling van de waarde van de bezittingen, bedoeld in het eerste en tweede lid.
a. uit de jaarrekening blijkende schulden wegens niet uitbetaald loon aan
kinderen;
b. reserveringen in verband met belastingclaims, die voortvloeien uit de
vaststelling van de waarde van de bezittingen, bedoeld in het eerste en tweede
lid.
**5.** Het college laat, indien daartoe aanleiding bestaat, de onroerende zaken taxeren door een taxateur.
**5.** Het college laat, indien daartoe aanleiding bestaat, de onroerende zaken taxeren
door een taxateur.
**6.** Het college laat de waarde van de bezittingen opnieuw vaststellen indien gewijzigde omstandigheden daartoe aanleiding geven.
**6.** Het college laat de waarde van de bezittingen opnieuw vaststellen indien
gewijzigde omstandigheden daartoe aanleiding geven.
### Artikel 9
Bij de verlening van bijstand aan een zelfstandige die het bedrijf of zelfstandig beroep tezamen met een of meer anderen uitoefent, wordt onder vermogen mede verstaan het vermogen van die anderen.
Bij de verlening van bijstand aan een zelfstandige die het bedrijf of zelfstandig
beroep tezamen met een of meer anderen uitoefent, wordt onder vermogen mede verstaan
het vermogen van die anderen.
### Paragraaf 4. Algemene bijstand
### Artikel 10
Algemene bijstand kan naar de regels van dit besluit worden verleend in de vorm van een renteloze geldlening, die al dan niet geheel of gedeeltelijk kan worden omgezet in een bedrag om niet of in de vorm van een bedrag om niet.
Algemene bijstand kan naar de regels van dit besluit worden verleend in de vorm
van een renteloze geldlening, die al dan niet geheel of gedeeltelijk kan worden
omgezet in een bedrag om niet of in de vorm van een bedrag om niet.
### Artikel 11
**1.** Algemene bijstand heeft voorlopig de vorm van een renteloze geldlening die in maandelijkse termijnen wordt uitbetaald.
**1.** Algemene bijstand heeft voorlopig de vorm van een renteloze geldlening die in
maandelijkse termijnen wordt uitbetaald.
**2.** Zodra het inkomen bekend is over het boekjaar waarin de in het eerste lid bedoelde bijstand is verleend, wordt de hoogte van deze bijstand definitief vastgesteld en vindt, voor zover het vermogen van de zelfstandige de van toepassing zijnde grens van artikel 3 niet te boven gaat, tot die hoogte omzetting plaats in een bedrag om niet.
**2.** Zodra het inkomen bekend is over het boekjaar waarin de in het eerste lid
bedoelde bijstand is verleend, wordt de hoogte van deze bijstand definitief
vastgesteld en vindt, voor zover het vermogen van de zelfstandige de van
toepassing zijnde grens van artikel 3 niet
te boven gaat, tot die hoogte omzetting plaats in een bedrag om niet.
### Artikel 12
**1.** Het college neemt een nadere beslissing met betrekking tot de verleende bijstand, bedoeld in artikel 11, eerste lid, nadat het college het netto inkomen uit bedrijf of zelfstandig beroep definitief heeft vastgesteld.
**1.** Het college neemt een nadere beslissing met betrekking tot de verleende
bijstand, bedoeld in artikel 11, eerste
lid, nadat het college het netto inkomen uit bedrijf of zelfstandig
beroep definitief heeft vastgesteld.
**2.**
Indien de verleende bijstand, vermeerderd met het in het desbetreffende boekjaar behaalde netto inkomen:
Indien de verleende bijstand, vermeerderd met het in het desbetreffende boekjaar
behaalde netto inkomen:
a. minder is dan de jaarnorm, wordt ambtshalve voor het verschil bijstand verleend, met dien verstande dat de in totaal te verlenen bijstand niet meer bedraagt dan de jaarnorm berekend naar evenredigheid over de periode waarin over het desbetreffende boekjaar bijstand is verleend, waarbij de als geldlening verstrekte bijstand wordt omgezet in een bedrag om niet;
b. gelijk is aan de jaarnorm, wordt de als geldlening verstrekte bijstand omgezet in een bedrag om niet;
c. meer is dan de jaarnorm, kan de bijstand ter grootte van het verschil worden teruggevorderd en wordt de rest van de als geldlening verstrekte bijstand omgezet in een bedrag om niet.
a. minder is dan de jaarnorm, wordt ambtshalve voor het verschil bijstand
verleend, met dien verstande dat de in totaal te verlenen bijstand niet meer
bedraagt dan de jaarnorm berekend naar evenredigheid over de periode waarin
over het desbetreffende boekjaar bijstand is verleend, waarbij de als
geldlening verstrekte bijstand wordt omgezet in een bedrag om niet;
b. gelijk is aan de jaarnorm, wordt de als geldlening verstrekte bijstand
omgezet in een bedrag om niet;
c. meer is dan de jaarnorm, kan de bijstand ter grootte van het verschil worden
teruggevorderd en wordt de rest van de als geldlening verstrekte bijstand
omgezet in een bedrag om niet.
### Artikel 13
In afwijking van artikel 12 wordt, voor zover het eigen vermogen de van toepassing zijnde vermogensgrens, genoemd in artikel 3 overschrijdt, de renteloze geldlening gehandhaafd na afloop van het tijdvak waarin bijstand is verleend. Met ingang van het jaar volgend op het laatste jaar van de bijstandsverlening wordt hierop een jaarlijkse aflossing van ten minste 10 procent voldaan.
In afwijking van artikel 12
wordt, voor zover het eigen vermogen de van toepassing zijnde vermogensgrens,
genoemd in artikel 3
overschrijdt, de renteloze geldlening gehandhaafd na afloop van het tijdvak waarin
bijstand is verleend. Met ingang van het jaar volgend op het laatste jaar van de
bijstandsverlening wordt hierop een jaarlijkse aflossing van ten minste 10 procent
voldaan.
### Paragraaf 5. Bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal
### Paragraaf 5. Bijstand ter voorziening in de behoefte aan
bedrijfskapitaal
### Artikel 14
**1.** Bijstand aan een zelfstandige ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal wordt naar de regels van dit besluit verleend in de vorm van een rentedragende lening, een renteloze lening, borgtocht of een bedrag om niet.
**1.** Bijstand aan een zelfstandige ter voorziening in de behoefte aan
bedrijfskapitaal wordt naar de regels van dit besluit verleend in de vorm van een
rentedragende lening, een renteloze lening, borgtocht of een bedrag om niet.
**2.** Een voorschot als bedoeld in artikel 52, van de wet, kan geen betrekking hebben op bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal.
**2.** Een voorschot als bedoeld in artikel 52, van
de wet, kan geen betrekking hebben op bijstand ter voorziening in de
behoefte aan bedrijfskapitaal.
**3.** Bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal wordt niet verleend aan personen als bedoeld in artikel 34a, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen met een naar het oordeel van het UWV structurele functionele beperking die arbeid als zelfstandige verrichten of gaan verrichten.
**3.** Bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal wordt niet verleend
aan personen als bedoeld in artikel 34a,
eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen met een
naar het oordeel van het UWV structurele functionele beperking die arbeid als
zelfstandige verrichten of gaan verrichten.
### Artikel 15
Bijstand in de vorm van een rentedragende geldlening ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal wordt verleend met inachtneming van het volgende:
Bijstand in de vorm van een rentedragende geldlening ter voorziening in de
behoefte aan bedrijfskapitaal wordt verleend met inachtneming van het volgende:
a. de rente van de geldlening bedraagt 5 procent per 1 juli 2009: 8 procent per jaar gedurende de gehele looptijd van de geldlening;
a. de rente van de geldlening bedraagt 5 procent per 1
juli 2009: 8 procent per jaar gedurende de gehele looptijd van de
geldlening;
b. de looptijd van de geldlening is ten hoogste tien jaar.
### Artikel 16
Bijstand in de vorm van borgtocht ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal wordt verleend met inachtneming van het volgende:
Bijstand in de vorm van borgtocht ter voorziening in de behoefte aan
bedrijfskapitaal wordt verleend met inachtneming van het volgende:
a. de borgtocht heeft geen betrekking op de rente en kosten van die geldlening waarvoor borgtocht wordt aangegaan;
b. de looptijd van de geldlening waarvoor borgtocht wordt aangegaan is ten hoogste tien jaar;
c. de borgtocht kan alleen worden aangegaan met een bank of een daartoe door het college erkende rechtspersoon, die zonder winstoogmerk kredieten verstrekt aan ondernemers;
d. het bedrag dat de zelfstandige na uitwinning verschuldigd is, wordt aangemerkt als een lening, waarop de artikelen 40 tot en met 43 van toepassing zijn;
e. uitwinning door de bank kan slechts plaatsvinden na toestemming van het college.
a. de borgtocht heeft geen betrekking op de rente en kosten van die geldlening
waarvoor borgtocht wordt aangegaan;
b. de looptijd van de geldlening waarvoor borgtocht wordt aangegaan is ten
hoogste tien jaar;
c. de borgtocht kan alleen worden aangegaan met een bank of een daartoe door het
college erkende rechtspersoon, die zonder winstoogmerk kredieten verstrekt aan
ondernemers;
d. het bedrag dat de zelfstandige na uitwinning verschuldigd is, wordt aangemerkt
als een lening, waarop de artikelen 40 tot en met 43 van toepassing zijn;
e. uitwinning door de bank kan slechts plaatsvinden na toestemming van het
college.
### Artikel 17
Het college kan bijstand verlenen aan de zelfstandige ter gedeeltelijke of volledige betaling van een bedrijfsschuld, mits de bijstand wordt verleend op grond van artikel 2, tweede lid.
Het college kan bijstand verlenen aan de zelfstandige ter gedeeltelijke of
volledige betaling van een bedrijfsschuld, mits de bijstand wordt verleend op grond
van artikel 2, tweede
lid.
## Hoofdstuk III. Nadere bepalingen voor groepen zelfstandigen
@ -189,61 +333,127 @@ Het college kan bijstand verlenen aan de zelfstandige ter gedeeltelijke of volle
### Artikel 18
Aan een zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, wordt gedurende ten hoogste 12 maanden algemene bijstand verleend. Verlenging van deze termijn met ten hoogste 24 maanden is mogelijk indien de oorzaak van de behoefte aan bijstand is gelegen in externe omstandigheden van tijdelijke aard.
Aan een zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid,
onderdeel a, wordt gedurende ten hoogste 12 maanden algemene bijstand
verleend. Verlenging van deze termijn met ten hoogste 24 maanden is mogelijk indien
de oorzaak van de behoefte aan bijstand is gelegen in externe omstandigheden van
tijdelijke aard.
### Artikel 19
In afwijking van artikel 11 wordt aan een zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, algemene bijstand verleend als een bedrag om niet indien:
In afwijking van artikel 11 wordt
aan een zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid,
onderdeel a, algemene bijstand verleend als een bedrag om niet
indien:
a. de uitkeringsduur ten hoogste zes maanden is;
b. de inkomensvorming in het betreffende bedrijf of zelfstandig beroep regelmatig over het jaar verloopt en het inkomen duurzaam lager is dan de som van de bijstandsnorm, bedoeld in hoofdstuk 3, paragraaf 3.2 en 3.3, van de wet, en de verleende bijzondere bijstand; en
c. het vermogen van de zelfstandige, het bedrag, bedoeld in artikel 3, eerste lid, niet te boven gaat.
b. de inkomensvorming in het betreffende bedrijf of zelfstandig beroep regelmatig
over het jaar verloopt en het inkomen duurzaam lager is dan de som van de
bijstandsnorm, bedoeld in hoofdstuk 3,
paragraaf 3.2 en 3.3, van de
wet, en de verleende bijzondere bijstand; en
c. het vermogen van de zelfstandige, het bedrag, bedoeld in artikel 3, eerste
lid, niet te boven gaat.
### Artikel 20
Aan een zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, kan ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal bijstand in de vorm van een rentedragende geldlening of borgtocht worden verleend tot een bedrag van ten hoogste € 212.147,00. Dit bedrag geldt per bedrijf of zelfstandig beroep.
Aan een zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid,
onderdeel a, kan ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal
bijstand in de vorm van een rentedragende geldlening of borgtocht worden verleend
tot een bedrag van ten hoogste € 212.147,00. Dit bedrag geldt per bedrijf of
zelfstandig beroep.
### Artikel 21
**1.** De op grond van de artikelen 15 en 20 verschuldigde rente wordt ambtshalve kwijtgescholden en reeds betaalde rente terugbetaald, indien het netto inkomen in een of beide boekjaren volgend op het boekjaar van de aanvraag, lager is dan de jaarnorm, tenzij in een boekjaar aan de zelfstandige ook algemene bijstand, bedoeld in artikel 10, is verleend. Het bedrag is ten hoogste de voor dat boekjaar geldende renteverplichting op grond van artikel 15, doch niet meer dan het verschil tussen de jaarnorm en het netto inkomen in het boekjaar.
**1.** De op grond van de artikelen 15
en 20
verschuldigde rente wordt ambtshalve kwijtgescholden en reeds betaalde rente
terugbetaald, indien het netto inkomen in een of beide boekjaren volgend op het
boekjaar van de aanvraag, lager is dan de jaarnorm, tenzij in een boekjaar aan de
zelfstandige ook algemene bijstand, bedoeld in artikel 10, is
verleend. Het bedrag is ten hoogste de voor dat boekjaar geldende
renteverplichting op grond van artikel 15, doch niet meer dan het verschil tussen
de jaarnorm en het netto inkomen in het boekjaar.
**2.** Indien de bijstand is verleend in de vorm van borgtocht op grond van de artikelen 16 en 20, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing op de door de bank verstrekte lening. Het aldus berekende bedrag wordt verstrekt als een bedrag om niet. Aan deze bijstand wordt de voorwaarde verbonden dat deze wordt aangewend ter aflossing of tot rentebetaling op de door de bank verstrekte lening.
**2.** Indien de bijstand is verleend in de vorm van borgtocht op grond van de artikelen 16
en 20, is het
eerste lid van overeenkomstige toepassing op de door de bank verstrekte lening.
Het aldus berekende bedrag wordt verstrekt als een bedrag om niet. Aan deze
bijstand wordt de voorwaarde verbonden dat deze wordt aangewend ter aflossing of
tot rentebetaling op de door de bank verstrekte lening.
**3.** Het bedrag van de op grond van het eerste lid kwijtgescholden of terugbetaalde rente, of het op grond van het tweede lid berekende bedrag om niet, kan tezamen met de over hetzelfde boekjaar verleende bijstand ingevolge hoofdstuk II, paragraaf 4, niet meer bedragen dan de jaarnorm.
**3.** Het bedrag van de op grond van het eerste lid kwijtgescholden of terugbetaalde
rente, of het op grond van het tweede lid berekende bedrag om niet, kan tezamen
met de over hetzelfde boekjaar verleende bijstand ingevolge hoofdstuk II, paragraaf
4, niet meer bedragen dan de jaarnorm.
### Artikel 22
Bijstand in de behoefte aan bedrijfskapitaal kan aan een zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, worden verleend in de vorm van een bedrag om niet tot ten hoogste € 10.607,00, indien het inkomen van de zelfstandige duurzaam lager is dan de som van de bijstandsnorm, bedoeld in hoofdstuk 3, paragraaf 3.2 en 3.3, van de wet, en de verleende bijzondere bijstand en diens vermogen de grens genoemd in artikel 3, eerste lid, niet te boven gaat. Deze bijstand gaat niet samen met bijstand als bedoeld in artikel 20.
Bijstand in de behoefte aan bedrijfskapitaal kan aan een zelfstandige als bedoeld
in artikel 2, eerste lid,
onderdeel a, worden verleend in de vorm van een bedrag om niet tot ten
hoogste € 10.607,00, indien het inkomen van de zelfstandige duurzaam lager is dan de
som van de bijstandsnorm, bedoeld in hoofdstuk 3, paragraaf 3.2
en 3.3, van de wet, en de
verleende bijzondere bijstand en diens vermogen de grens genoemd in artikel 3, eerste
lid, niet te boven gaat. Deze bijstand gaat niet samen met bijstand als
bedoeld in artikel
20.
### Paragraaf 2. Beginnende zelfstandigen
### Artikel 23
**1.** Aan de persoon, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, wordt na de beëindiging van de uitkering uit hoofde van werkloosheid gedurende ten hoogste 36 maanden algemene bijstand verleend. Verlenging van deze termijn is mogelijk indien de zelfstandige om redenen van medische of sociale aard niet volledig beschikbaar is voor de uitoefening van het bedrijf of zelfstandig beroep.
**1.** Aan de persoon, bedoeld in artikel 2, eerste lid,
onderdeel b, wordt na de beëindiging van de uitkering uit hoofde van
werkloosheid gedurende ten hoogste 36 maanden algemene bijstand verleend.
Verlenging van deze termijn is mogelijk indien de zelfstandige om redenen van
medische of sociale aard niet volledig beschikbaar is voor de uitoefening van het
bedrijf of zelfstandig beroep.
**2.** Toekenning van algemene bijstand als bedoeld in het eerste lid wordt beëindigd zodra het bedrijf of zelfstandig beroep niet meer levensvatbaar is.
**2.** Toekenning van algemene bijstand als bedoeld in het eerste lid wordt beëindigd
zodra het bedrijf of zelfstandig beroep niet meer levensvatbaar is.
**3.** Het college is bevoegd te onderzoeken of het bedrijf of zelfstandig beroep nog levensvatbaar is, indien daartoe naar het oordeel van het college aanleiding bestaat.
**3.** Het college is bevoegd te onderzoeken of het bedrijf of zelfstandig beroep nog
levensvatbaar is, indien daartoe naar het oordeel van het college aanleiding
bestaat.
### Artikel 24
Aan een zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, kan ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal uitsluitend bijstand in de vorm van een rentedragende geldlening of borgtocht worden verleend tot een bedrag van ten hoogste € 39.057,00. Dit bedrag geldt per bedrijf of zelfstandig beroep.
Aan een zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid,
onderdeel b, kan ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal
uitsluitend bijstand in de vorm van een rentedragende geldlening of borgtocht worden
verleend tot een bedrag van ten hoogste € 39.057,00. Dit bedrag geldt per bedrijf of
zelfstandig beroep.
### Paragraaf 3. Oudere zelfstandigen
### Artikel 25
Aan een zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, wordt algemene bijstand verleend voor de duur dat hij uit het bedrijf of zelfstandig beroep naar verwachting een bruto inkomen zal behalen dat gemiddeld minstens € 8.425,00 per boekjaar bedraagt.
Aan een zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid,
onderdeel c, wordt algemene bijstand verleend voor de duur dat hij uit
het bedrijf of zelfstandig beroep naar verwachting een bruto inkomen zal behalen dat
gemiddeld minstens € 8.425,00 per boekjaar bedraagt.
### Artikel 26
Bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal wordt aan de zelfstandige, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, slechts verleend tot ten hoogste € 10.607,00. Deze bijstand wordt verstrekt in de vorm van een bedrag om niet of, voor zover het eigen vermogen meer bedraagt dan het bedrag, genoemd in artikel 3, tweede lid, in de vorm van een renteloze lening. Artikel 13 is van overeenkomstige toepassing.
Bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal wordt aan de
zelfstandige, bedoeld in artikel 2, eerste lid,
onderdeel c, slechts verleend tot ten hoogste € 10.607,00. Deze bijstand
wordt verstrekt in de vorm van een bedrag om niet of, voor zover het eigen vermogen
meer bedraagt dan het bedrag, genoemd in artikel 3, tweede
lid, in de vorm van een renteloze lening. Artikel 13 is
van overeenkomstige toepassing.
### Paragraaf 4. Beëindigende zelfstandigen
### Artikel 27
Aan een zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel d, wordt algemene bijstand verleend gedurende ten hoogste 12 maanden. Verlenging van deze termijn met ten hoogste 12 maanden is op verzoek van de zelfstandige mogelijk voor zover de beëindiging naar het oordeel van het college een langere termijn noodzakelijk maakt.
Aan een zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid,
onderdeel d, wordt algemene bijstand verleend gedurende ten hoogste 12
maanden. Verlenging van deze termijn met ten hoogste 12 maanden is op verzoek van de
zelfstandige mogelijk voor zover de beëindiging naar het oordeel van het college een
langere termijn noodzakelijk maakt.
### Paragraaf 5. Arbeidsongeschikte zelfstandigen
@ -251,11 +461,14 @@ Aan een zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel d, wordt al
Vervallen
### Paragraaf 6. Voorziening in met voorbereiding van bedrijf of zelfstandig beroep samenhangende kosten
### Paragraaf 6. Voorziening in met voorbereiding van bedrijf of zelfstandig
beroep samenhangende kosten
### Artikel 29
**1.** Bijstand in de met de voorbereiding samenhangende kosten, bedoeld in artikel 2, derde lid, kan worden verleend aan een persoon als bedoeld in artikel 2, derde lid.
**1.** Bijstand in de met de voorbereiding samenhangende kosten, bedoeld in artikel 2, derde
lid, kan worden verleend aan een persoon als bedoeld in artikel 2,
derde lid.
**2.** Deze bijstand heeft voorlopig de vorm van een renteloze geldlening.
@ -263,41 +476,75 @@ Vervallen
Indien de belanghebbende in aansluiting op de voorbereidingsperiode:
a. geen bedrijf of beroep als zelfstandige begint, dan wordt de geldlening omgezet in een bedrag om niet, tenzij de belanghebbende niet voldoet aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 17 van de wet, of een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in het bestaan;
b. een bedrijf of beroep als zelfstandige begint, dan wordt de geldlening omgezet in een rentedragende geldlening.
a. geen bedrijf of beroep als zelfstandige begint, dan wordt de geldlening
omgezet in een bedrag om niet, tenzij de belanghebbende niet voldoet aan de
verplichtingen, bedoeld in artikel 17
van de wet, of een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
betoont voor de voorziening in het bestaan;
b. een bedrijf of beroep als zelfstandige begint, dan wordt de geldlening
omgezet in een rentedragende geldlening.
### Paragraaf 7. Zelfstandigen die een bedrijf of zelfstandig beroep alleen of samen met anderen uitoefenen in een samenwerkingsverband of in de vorm van een rechtspersoon
### Paragraaf 7. Zelfstandigen die een bedrijf of zelfstandig beroep alleen
of samen met anderen uitoefenen in een samenwerkingsverband of in de vorm van een
rechtspersoon
### Artikel 30
**1.**
Bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal aan de zelfstandige die het bedrijf of zelfstandig beroep uitoefent in de vorm van een maatschap, een vennootschap onder firma, een commanditaire vennootschap, een besloten vennootschap of een coöperatieve vereniging met wettelijke aansprakelijkheid, wordt slechts verleend indien hoofdelijke aansprakelijkheid voor de uit de bijstandsverlening voortvloeiende verplichtingen wordt aanvaard door:
Bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal aan de zelfstandige
die het bedrijf of zelfstandig beroep uitoefent in de vorm van een maatschap, een
vennootschap onder firma, een commanditaire vennootschap, een besloten
vennootschap of een coöperatieve vereniging met wettelijke aansprakelijkheid,
wordt slechts verleend indien hoofdelijke aansprakelijkheid voor de uit de
bijstandsverlening voortvloeiende verplichtingen wordt aanvaard door:
a. alle vennoten of leden waarmee het bedrijf of zelfstandig beroep wordt uitgeoefend;
b. de besloten vennootschap en de coöperatieve vereniging met wettelijke aansprakelijkheid.
a. alle vennoten of leden waarmee het bedrijf of zelfstandig beroep wordt
uitgeoefend;
b. de besloten vennootschap en de coöperatieve vereniging met wettelijke
aansprakelijkheid.
**2.** De eis van aanvaarding van hoofdelijke aansprakelijkheid geldt niet voor de commanditaire vennoot wiens inbreng uitsluitend uit kapitaal bestaat.
**2.** De eis van aanvaarding van hoofdelijke aansprakelijkheid geldt niet voor de
commanditaire vennoot wiens inbreng uitsluitend uit kapitaal bestaat.
**3.** Bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal wordt niet verleend aan de vennoot in een maatschap die daar alleen arbeid inbrengt. Deze vennoot behoeft geen hoofdelijke aansprakelijkheid te aanvaarden voor de aan de andere vennoten verleende bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal.
**3.** Bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal wordt niet verleend
aan de vennoot in een maatschap die daar alleen arbeid inbrengt. Deze vennoot
behoeft geen hoofdelijke aansprakelijkheid te aanvaarden voor de aan de andere
vennoten verleende bijstand ter voorziening in de behoefte aan
bedrijfskapitaal.
### Artikel 31
Op de bijstandsverlening, bedoeld in artikel 30, is artikel 21 op ieder van de vennoten of leden van overeenkomstige toepassing, mits de zelfstandige is aan te merken als een persoon als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a.
Op de bijstandsverlening, bedoeld in artikel 30, is
artikel 21 op
ieder van de vennoten of leden van overeenkomstige toepassing, mits de zelfstandige
is aan te merken als een persoon als bedoeld in artikel 2, eerste lid,
onderdeel a.
### Artikel 32
Indien bijstand wordt verleend aan een zelfstandige die zijn bedrijf of zelfstandig beroep uitoefent in een samenwerkingsverband of in de vorm van een rechtspersoon, gelden de bedragen van de vermogensgrenzen, bedoeld in artikel 3, voor ieder van de vennoten of leden afzonderlijk.
Indien bijstand wordt verleend aan een zelfstandige die zijn bedrijf of
zelfstandig beroep uitoefent in een samenwerkingsverband of in de vorm van een
rechtspersoon, gelden de bedragen van de vermogensgrenzen, bedoeld in artikel 3, voor
ieder van de vennoten of leden afzonderlijk.
### Artikel 33
Ten aanzien van de zelfstandige die het bedrijf of zelfstandig beroep uitoefent in de vorm van een besloten vennootschap of een coöperatieve vereniging met wettelijke aansprakelijkheid, wordt onder netto inkomen als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, mede verstaan de naar evenredigheid van het aantal zelfstandigen in een boekjaar omgerekende winst van deze rechtspersoon verminderd met de hierover verschuldigde vennootschapsbelasting.
Ten aanzien van de zelfstandige die het bedrijf of zelfstandig beroep uitoefent in
de vorm van een besloten vennootschap of een coöperatieve vereniging met wettelijke
aansprakelijkheid, wordt onder netto inkomen als bedoeld in artikel 1, onderdeel e, mede
verstaan de naar evenredigheid van het aantal zelfstandigen in een boekjaar
omgerekende winst van deze rechtspersoon verminderd met de hierover verschuldigde
vennootschapsbelasting.
### Paragraaf 8. Zelfstandigen in het buitenland
### Artikel 34
De bijstand die met toepassing van artikel 37 wordt verleend heeft voorlopig de vorm van een renteloze geldlening. Het bepaalde bij en krachtens artikel 11, tweede lid, is op deze geldlening van overeenkomstige toepassing.
De bijstand die met toepassing van artikel 37 wordt verleend
heeft voorlopig de vorm van een renteloze geldlening. Het bepaalde bij en krachtens
artikel 11, tweede
lid, is op deze geldlening van overeenkomstige toepassing.
## Hoofdstuk IV. De aanvraag
@ -305,19 +552,32 @@ De bijstand die met toepassing van artikel 37 wordt verleend heeft voorlopig de
**1.** De aanvraag wordt ingediend bij het college.
**2.** Indien het een aanvraag betreft om als zelfstandige bijstand te ontvangen stelt het college binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag vast of recht op bijstand bestaat.
**2.** Indien het een aanvraag betreft om als zelfstandige bijstand te ontvangen stelt
het college binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag vast of recht op
bijstand bestaat.
**3.** Het college kan de termijn bedoeld in het tweede lid verlengen met ten hoogste dertien weken, indien het college niet in staat is tijdig een besluit te nemen. Van de verlenging doet het college mededeling aan de zelfstandige, onder vermelding van het tijdstip waarop de termijn voor het nemen van een besluit zal verstrijken.
**3.** Het college kan de termijn bedoeld in het tweede lid verlengen met ten hoogste
dertien weken, indien het college niet in staat is tijdig een besluit te nemen. Van
de verlenging doet het college mededeling aan de zelfstandige, onder vermelding van
het tijdstip waarop de termijn voor het nemen van een besluit zal verstrijken.
### Artikel 36
Indien de ondernemer in de binnenvaart geen woonplaats heeft als bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de wet, bestaat het recht op bijstand jegens het college van de gemeente waar de ondernemer in de binnenvaart op het moment van zijn aanvraag zijn feitelijke ligplaats heeft.
Indien de ondernemer in de binnenvaart geen woonplaats heeft als bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de wet, bestaat het recht
op bijstand jegens het college van de gemeente waar de ondernemer in de binnenvaart op
het moment van zijn aanvraag zijn feitelijke ligplaats heeft.
### Artikel 37
**1.** Bij zeer dringende redenen van tijdelijke aard kan aan de zelfstandige, die als ingezetene in de basisregistratie personen is ingeschreven en die zich uit hoofde van zijn bedrijf of beroep tijdelijk in het buitenland bevindt, door Onze Minister bijstand worden verleend volgens door hem te stellen regels.
**1.** Bij zeer dringende redenen van tijdelijke aard kan aan de zelfstandige, die als
ingezetene in de basisregistratie personen is ingeschreven en die zich uit hoofde
van zijn bedrijf of beroep tijdelijk in het buitenland bevindt, door Onze Minister
bijstand worden verleend volgens door hem te stellen regels.
**2.** Hoofdstuk 6, paragraaf 6.5, van de wet, en hoofdstuk VI zijn van toepassing op terugvordering en verhaal van kosten van bijstand die door Onze Minister is verleend, met dien verstande dat het Rijk in plaats van de gemeente treedt.
**2.** Hoofdstuk 6, paragraaf 6.5, van de
wet, en hoofdstuk VI zijn van toepassing op
terugvordering en verhaal van kosten van bijstand die door Onze Minister is
verleend, met dien verstande dat het Rijk in plaats van de gemeente treedt.
## Hoofdstuk V. Verplichtingen
@ -325,41 +585,67 @@ Indien de ondernemer in de binnenvaart geen woonplaats heeft als bedoeld in arti
### Artikel 38
**1.** Het college legt bij de bijstandsverlening verplichtingen op die het college nodig acht voor een doelmatige bedrijfs- of beroepsuitoefening.
**1.** Het college legt bij de bijstandsverlening verplichtingen op die het college
nodig acht voor een doelmatige bedrijfs- of beroepsuitoefening.
**2.**
De zelfstandige aan wie bijstand wordt verleend is verplicht naar behoren een administratie te voeren. De zelfstandige legt deze binnen 6 maanden na afloop van het boekjaar op de volgende wijze over aan het college:
De zelfstandige aan wie bijstand wordt verleend is verplicht naar behoren een
administratie te voeren. De zelfstandige legt deze binnen 6 maanden na afloop van
het boekjaar op de volgende wijze over aan het college:
a. uit eigener beweging over ieder boekjaar waarover uitkering is verleend als bedoeld in hoofdstuk II, § 4, of aanspraak kan worden gemaakt op bijstand als bedoeld in artikel 21; of
a. uit eigener beweging over ieder boekjaar waarover uitkering is verleend als
bedoeld in hoofdstuk II, § 4,
of aanspraak kan worden gemaakt op bijstand als bedoeld in artikel
21; of
b. op verzoek van het college.
**3.** Ten aanzien van de zelfstandige die zijn bedrijf of zelfstandig beroep gedurende ten minste een half jaar niet of nagenoeg niet uitoefent, zijn de artikelen 9 en 10 van de wet van toepassing.
**3.** Ten aanzien van de zelfstandige die zijn bedrijf of zelfstandig beroep gedurende
ten minste een half jaar niet of nagenoeg niet uitoefent, zijn de artikelen 9 en 10 van de wet van
toepassing.
### Paragraaf 2. Verplichtingen verbonden aan de bijstand ter voorziening aan de behoefte aan bedrijfskapitaal en maatregelen bij het niet nakomen van deze verplichtingen
### Paragraaf 2. Verplichtingen verbonden aan de bijstand ter voorziening aan
de behoefte aan bedrijfskapitaal en maatregelen bij het niet nakomen van deze
verplichtingen
### Artikel 39
**1.**
Het college legt in de beschikking waarin de bijstand wordt toegekend in elk geval vast:
Het college legt in de beschikking waarin de bijstand wordt toegekend in elk
geval vast:
a. indien de bijstand wordt verstrekt in de vorm van een rentedragende geldlening op grond van de artikelen 20 of 24:
a. indien de bijstand wordt verstrekt in de vorm van een rentedragende
geldlening op grond van de artikelen
20 of 24:
1°. de bestemming van de geldlening;
2°. de verplichtingen tot betaling van rente en aflossing alsmede de betalingstermijnen;
3°. dat het bedrag van de lening, behoudens in de gevallen waarin artikel 21, eerste lid, van toepassing is en met inachtneming van artikel 41, terstond opeisbaar is bij het niet nakomen van de verplichtingen tot betaling van rente en aflossing;
b. indien de bijstand wordt verstrekt in de vorm van borgtocht op grond van artikel 16, dat aan de verplichtingen opgenomen in de leningsovereenkomst met de bank dient te worden voldaan.
2°. de verplichtingen tot betaling van rente en aflossing alsmede de
betalingstermijnen;
3°. dat het bedrag van de lening, behoudens in de gevallen waarin artikel 21,
eerste lid, van toepassing is en met inachtneming van artikel
41, terstond opeisbaar is bij het niet nakomen van de
verplichtingen tot betaling van rente en aflossing;
b. indien de bijstand wordt verstrekt in de vorm van borgtocht op grond van
artikel
16, dat aan de verplichtingen opgenomen in de leningsovereenkomst met
de bank dient te worden voldaan.
**2.**
In de beschikking tot toekenning van de bijstand wordt voorts opgenomen dat het bedrag van de lening terstond opeisbaar is:
In de beschikking tot toekenning van de bijstand wordt voorts opgenomen dat het
bedrag van de lening terstond opeisbaar is:
a. indien zij niet overeenkomstig de bestemming is besteed;
b. op het moment dat de zelfstandige het bedrijf of zelfstandig beroep overdraagt of beëindigt;
c. ingeval van surséance van betaling of faillissement van de zelfstandige, van één van de vennoten of leden waarmee het bedrijf of zelfstandig beroep in een samenwerkingsverband wordt uitgeoefend, of van de rechtspersoon.
b. op het moment dat de zelfstandige het bedrijf of zelfstandig beroep
overdraagt of beëindigt;
c. ingeval van surséance van betaling of faillissement van de zelfstandige, van
één van de vennoten of leden waarmee het bedrijf of zelfstandig beroep in een
samenwerkingsverband wordt uitgeoefend, of van de rechtspersoon.
**3.** Het college kan aan het verlenen van bijstand in de vorm van een geldlening verplichtingen verbinden die zijn gericht op meerdere zekerheid voor de nakoming van de aan deze bijstand verbonden rente- en aflossingsverplichtingen.
**3.** Het college kan aan het verlenen van bijstand in de vorm van een geldlening
verplichtingen verbinden die zijn gericht op meerdere zekerheid voor de nakoming
van de aan deze bijstand verbonden rente- en aflossingsverplichtingen.
### Artikel 40
@ -367,66 +653,136 @@ Vervallen
### Artikel 41
**1.** De zelfstandige die geheel of gedeeltelijk niet in staat is aan de rente- en aflossingsverplichtingen te voldoen, kan een met redenen omkleed verzoek om uitstel van betaling bij het college indienen.
**1.** De zelfstandige die geheel of gedeeltelijk niet in staat is aan de rente- en
aflossingsverplichtingen te voldoen, kan een met redenen omkleed verzoek om
uitstel van betaling bij het college indienen.
**2.** Uitstel van aflossing en betaling van rente wordt ten hoogste voor een periode van een jaar verleend. Het college kan zonodig deze periode tweemaal met ten hoogste een jaar verlengen. Over de gehele looptijd van de lening kan maximaal gedurende een aaneengesloten of onderbroken periode van drie jaar uitstel worden verleend.
**2.** Uitstel van aflossing en betaling van rente wordt ten hoogste voor een periode
van een jaar verleend. Het college kan zonodig deze periode tweemaal met ten
hoogste een jaar verlengen. Over de gehele looptijd van de lening kan maximaal
gedurende een aaneengesloten of onderbroken periode van drie jaar uitstel worden
verleend.
**3.** Het uitstel heeft bij voorrang betrekking op de aflossing. De vordering wegens uitstel van betaling van rente is niet rentedragend.
**3.** Het uitstel heeft bij voorrang betrekking op de aflossing. De vordering wegens
uitstel van betaling van rente is niet rentedragend.
**4.** Indien blijkt dat de zelfstandige duurzaam niet aan de verplichtingen kan voldoen of, indien de periode van drie jaar bedoeld in het tweede lid is verstreken, zijn de lening en de eventuele achterstallige rente terstond opeisbaar en kunnen deze worden teruggevorderd.
**4.** Indien blijkt dat de zelfstandige duurzaam niet aan de verplichtingen kan
voldoen of, indien de periode van drie jaar bedoeld in het tweede lid is
verstreken, zijn de lening en de eventuele achterstallige rente terstond opeisbaar
en kunnen deze worden teruggevorderd.
**5.** Indien blijkt dat de financiële omstandigheden van de zelfstandige zodanig zijn dat deze geacht kan worden aan de verplichtingen te kunnen voldoen, kunnen de vanaf de vervaldatum achterstallige rente- en aflossingsbedragen terstond worden teruggevorderd. Indien hierbij sprake is van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming, is over de achterstallige rente- en aflossingsbedragen de wettelijke rente verschuldigd.
**5.** Indien blijkt dat de financiële omstandigheden van de zelfstandige zodanig zijn
dat deze geacht kan worden aan de verplichtingen te kunnen voldoen, kunnen de
vanaf de vervaldatum achterstallige rente- en aflossingsbedragen terstond worden
teruggevorderd. Indien hierbij sprake is van een toerekenbare tekortkoming in de
nakoming, is over de achterstallige rente- en aflossingsbedragen de wettelijke
rente verschuldigd.
**6.** In de gevallen, bedoeld in het vierde en vijfde lid, blijft het resterende deel van de lening vanaf het moment van de opeisbaarheid van de lening rentedragend.
**6.** In de gevallen, bedoeld in het vierde en vijfde lid, blijft het resterende deel
van de lening vanaf het moment van de opeisbaarheid van de lening
rentedragend.
### Artikel 42
Indien op grond van dit besluit een lening is verstrekt werkt het college mee aan een schuldregeling of aan een akkoord voor zover dit noodzakelijk is voor de voortzetting van het bedrijf of zelfstandig beroep, of dit bij de beëindiging van het bedrijf of zelfstandig beroep tot stand kan komen. Deze medewerking wordt slechts verleend indien:
Indien op grond van dit besluit een lening is verstrekt werkt het college mee aan
een schuldregeling of aan een akkoord voor zover dit noodzakelijk is voor de
voortzetting van het bedrijf of zelfstandig beroep, of dit bij de beëindiging van
het bedrijf of zelfstandig beroep tot stand kan komen. Deze medewerking wordt
slechts verleend indien:
a. het gedeelte van de lening dat door gestelde zekerheden wordt gedekt, buiten het akkoord blijft, en
a. het gedeelte van de lening dat door gestelde zekerheden wordt gedekt, buiten
het akkoord blijft, en
b. alle concurrente schuldeisers evenredige medewerking verlenen.
### Artikel 43
**1.** Bij beëindiging van het bedrijf of zelfstandig beroep wordt de lening, behoudens in het geval artikel 42 toepassing vindt, volledig terugbetaald. Gestelde zekerheden worden volledig uitgewonnen. In afwijking daarvan blijft, op verzoek van de betrokkene en voor zover mogelijk, een lening onder hypothecair verband, verbonden aan de eigen woning met bijbehorend erf, gehandhaafd of wordt deze tot de onbelaste waarde van deze woning gevestigd.
**1.** Bij beëindiging van het bedrijf of zelfstandig beroep wordt de lening, behoudens
in het geval artikel 42
toepassing vindt, volledig terugbetaald. Gestelde zekerheden worden volledig
uitgewonnen. In afwijking daarvan blijft, op verzoek van de betrokkene en voor
zover mogelijk, een lening onder hypothecair verband, verbonden aan de eigen
woning met bijbehorend erf, gehandhaafd of wordt deze tot de onbelaste waarde van
deze woning gevestigd.
**2.** Indien na beëindiging van het bedrijf of zelfstandig beroep een deel van de lening resteert en deze niet met toepassing van het vorige lid onder hypothecair verband is verleend, kan in het geval van niet verwijtbaarheid het resterende deel van de lening vanaf de beëindiging renteloos worden gemaakt. In het geval van een renteloos gemaakte lening dient gedurende de periode van vijf jaar na beëindiging van het bedrijf of zelfstandig beroep 50 procent van het netto inkomen boven de bijstandsnorm, bedoeld in hoofdstuk 3, paragrafen 3.2 en 3.3, van de wet, besteed te worden voor aflossing van deze lening.
**2.** Indien na beëindiging van het bedrijf of zelfstandig beroep een deel van de
lening resteert en deze niet met toepassing van het vorige lid onder hypothecair
verband is verleend, kan in het geval van niet verwijtbaarheid het resterende deel
van de lening vanaf de beëindiging renteloos worden gemaakt. In het geval van een
renteloos gemaakte lening dient gedurende de periode van vijf jaar na beëindiging
van het bedrijf of zelfstandig beroep 50 procent van het netto inkomen boven de
bijstandsnorm, bedoeld in hoofdstuk 3,
paragrafen 3.2 en 3.3, van de
wet, besteed te worden voor aflossing van deze lening.
**3.** De lening, die de zelfstandige bij de beëindiging op grond van het eerste lid gehouden is terug te betalen, is een lening als bedoeld in artikel 58, tweede lid, onderdeel b, van de wet.
**3.** De lening, die de zelfstandige bij de beëindiging op grond van het eerste lid
gehouden is terug te betalen, is een lening als bedoeld in artikel 58, tweede lid, onderdeel
b, van de wet.
### Artikel 43a
**1.** Bij beëindiging van het bedrijf of zelfstandig beroep vangt de aflossing van de geldlening onder verband van hypotheek of verpanding aan op het moment van beëindiging van de bijstandsverlening.
**1.** Bij beëindiging van het bedrijf of zelfstandig beroep vangt de aflossing van de
geldlening onder verband van hypotheek of verpanding aan op het moment van
beëindiging van de bijstandsverlening.
**2.** De aflossing van de geldlening onder verband van hypotheek of verpanding vindt maandelijks plaats gedurende ten hoogste tien jaar.
**2.** De aflossing van de geldlening onder verband van hypotheek of verpanding vindt
maandelijks plaats gedurende ten hoogste tien jaar.
**3.** Het college stelt het maandbedrag van de aflossing vast aan de hand van het inkomen, bedoeld in paragraaf 3.4 van de wet, en de noodzakelijke, voor rekening van de zelfstandige en zijn gezin komende, bijzondere bestaanskosten. Indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven, wijzigt het college het maandbedrag van de aflossing.
**3.** Het college stelt het maandbedrag van de aflossing vast aan de hand van het
inkomen, bedoeld in paragraaf 3.4
van de wet, en de noodzakelijke, voor rekening van de zelfstandige en
zijn gezin komende, bijzondere bestaanskosten. Indien de omstandigheden daartoe
aanleiding geven, wijzigt het college het maandbedrag van de aflossing.
**4.** Bij een inkomen van de zelfstandige en zijn gezin als bedoeld in het derde lid dat niet uitgaat boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm, bedoeld in de paragrafen 3.2 en 3.3 van de wet, wordt geen aflossing gevergd.
**4.** Bij een inkomen van de zelfstandige en zijn gezin als bedoeld in het derde lid
dat niet uitgaat boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm, bedoeld in de
paragrafen 3.2 en 3.3 van de wet, wordt geen
aflossing gevergd.
**5.** Indien de zelfstandige en zijn gezin tijdens de aflossingsperiode van tien jaar schuldig nalatig zijn in het voldoen van de vastgestelde aflossing, is het nog niet afgeloste deel van de geldlening terstond opeisbaar en is daarover tevens de wettelijke rente verschuldigd.
**5.** Indien de zelfstandige en zijn gezin tijdens de aflossingsperiode van tien jaar
schuldig nalatig zijn in het voldoen van de vastgestelde aflossing, is het nog
niet afgeloste deel van de geldlening terstond opeisbaar en is daarover tevens de
wettelijke rente verschuldigd.
### Artikel 43b
**1.** Indien door toepassing van artikel 43a, derde of vierde lid, na afloop van de aflossingsperiode van tien jaar de geldlening nog niet is afgelost, is vanaf dat moment maandelijks rente verschuldigd over het nog niet afgeloste deel van de geldlening.
**1.** Indien door toepassing van artikel 43a, derde of
vierde lid, na afloop van de aflossingsperiode van tien jaar de
geldlening nog niet is afgelost, is vanaf dat moment maandelijks rente
verschuldigd over het nog niet afgeloste deel van de geldlening.
**2.** De rente, bedoeld in het eerste lid, is de wettelijke rente, verminderd met drie procent.
**2.** De rente, bedoeld in het eerste lid, is de wettelijke rente, verminderd met drie
procent.
**3.** Indien de zelfstandige naar het oordeel van het college de rente geheel of gedeeltelijk kan betalen, doch niet kan aflossen, wordt een betaling eerst tot ten hoogste het bedrag van de verschuldigde maandrente aangemerkt als aflossing en wordt de rente die daardoor niet wordt betaald bijgeschreven bij het nog niet afgeloste deel van de geldlening.
**3.** Indien de zelfstandige naar het oordeel van het college de rente geheel of
gedeeltelijk kan betalen, doch niet kan aflossen, wordt een betaling eerst tot ten
hoogste het bedrag van de verschuldigde maandrente aangemerkt als aflossing en
wordt de rente die daardoor niet wordt betaald bijgeschreven bij het nog niet
afgeloste deel van de geldlening.
**4.** Indien de zelfstandige naar het oordeel van het college geen rente kan betalen wordt de verschuldigde rente bijgeschreven bij het nog niet afgeloste deel van de geldlening.
**4.** Indien de zelfstandige naar het oordeel van het college geen rente kan betalen
wordt de verschuldigde rente bijgeschreven bij het nog niet afgeloste deel van de
geldlening.
**5.** Over een bijgeschreven rentevordering is geen rente verschuldigd.
### Artikel 43c
**1.** Bij verkoop van de woning dan wel bij vererving van de woning na het overlijden van de zelfstandige of, indien het een echtpaar betreft, na het overlijden van de langstlevende echtgenoot, wordt het nog niet afgeloste deel van de geldlening, alsmede de op grond van artikel 43b, vierde lid, bijgeschreven rente, terstond afgelost.
**1.** Bij verkoop van de woning dan wel bij vererving van de woning na het overlijden
van de zelfstandige of, indien het een echtpaar betreft, na het overlijden van de
langstlevende echtgenoot, wordt het nog niet afgeloste deel van de geldlening,
alsmede de op grond van artikel 43b, vierde
lid, bijgeschreven rente, terstond afgelost.
**2.** Indien bij de verkoop van de woning op basis van de waarde in het economisch verkeer bij vrije oplevering het voor de afrekening beschikbare bedrag lager is dan het resterende bedrag van de geldlening en van de rentevordering, wordt het verschil kwijtgescholden.
**2.** Indien bij de verkoop van de woning op basis van de waarde in het economisch
verkeer bij vrije oplevering het voor de afrekening beschikbare bedrag lager is
dan het resterende bedrag van de geldlening en van de rentevordering, wordt het
verschil kwijtgescholden.
### Artikel 43d
Aan de zelfstandige of langstlevende echtgenoot, bedoeld in artikel 43c, eerste lid, wordt, telkens na afloop van een kalenderjaar, een opgave verstrekt van de stand van de geldlening en van de rentevorderingen.
Aan de zelfstandige of langstlevende echtgenoot, bedoeld in artikel 43c, eerste
lid, wordt, telkens na afloop van een kalenderjaar, een opgave verstrekt
van de stand van de geldlening en van de rentevorderingen.
## Hoofdstuk VI. Terugvordering
@ -452,27 +808,57 @@ Vervallen
### Artikel 48
Onze Minister verstrekt jaarlijks ten laste van s Rijks kas aan het college een uitkering als onderdeel van de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de wet, voor de kosten van algemene bijstand aan zelfstandigen, bedoeld in artikel 2, eerste lid.
Onze Minister verstrekt jaarlijks ten laste van s Rijks kas aan het college een
uitkering als onderdeel van de uitkering, bedoeld in artikel 69, eerste lid, van de
wet, voor de kosten van algemene bijstand aan zelfstandigen, bedoeld in
artikel 2, eerste
lid.
### Artikel 49
**1.** Onze Minister verstrekt jaarlijks ten laste van s Rijks kas aan het college een bedrag van 100% van de lasten van de bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal, met dien verstande dat Onze Minister in de daaropvolgende vijf jaar in totaal 75% van dit verstrekte bedrag terugvordert van het college, in jaarlijkse stappen van achtereenvolgens 20%, 20%, 15%, 10% en 10%.
**1.** Onze Minister verstrekt jaarlijks ten laste van s Rijks kas aan het college een
bedrag van 100% van de lasten van de bijstand ter voorziening in de behoefte aan
bedrijfskapitaal, met dien verstande dat Onze Minister in de daaropvolgende vijf
jaar in totaal 75% van dit verstrekte bedrag terugvordert van het college, in
jaarlijkse stappen van achtereenvolgens 20%, 20%, 15%, 10% en 10%.
**2.** Onze Minister vordert jaarlijks 75% van de baten van vóór 1 januari 2020 door het college verstrekte bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal terug van het college.
**2.** Onze Minister vordert jaarlijks 75% van de baten van vóór 1 januari 2020 door
het college verstrekte bijstand ter voorziening in de behoefte aan
bedrijfskapitaal terug van het college.
### Artikel 50
**1.** Onze Minister stelt de lasten van bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal, bedoeld in artikel 49, eerste lid, en de baten van vóór 1 januari 2020 verstrekt bedrijfskapitaal, bedoeld in artikel 49, tweede lid, vast binnen een jaar na ontvangst door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet.
**1.** Onze Minister stelt de lasten van bijstand ter voorziening in de behoefte aan
bedrijfskapitaal, bedoeld in artikel 49, eerste
lid, en de baten van vóór 1 januari 2020 verstrekt bedrijfskapitaal,
bedoeld in artikel 49, tweede lid, vast binnen een jaar na ontvangst door Onze
Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van de
verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de
Financiële-verhoudingswet.
**2.** De lasten van de bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal worden bij de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, buiten aanmerking gelaten indien deze lasten blijkens het verslag van bevindingen, bedoeld in artikel 213, vierde lid, van de Gemeentewet, dat deel uit maakt van de informatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, als fout of onzeker worden aangemerkt.
**2.** De lasten van de bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal
worden bij de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, buiten aanmerking gelaten
indien deze lasten blijkens het verslag van bevindingen, bedoeld in artikel 213, vierde lid, van de
Gemeentewet, dat deel uit maakt van de informatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de
Financiële-verhoudingswet, als fout of onzeker worden aangemerkt.
**3.** Indien de verantwoordingsinformatie, bedoeld in het eerste lid, niet binnen achttien maanden na het kalenderjaar waarop het betrekking heeft is ontvangen door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties worden de lasten en baten van bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal ambtshalve door Onze Minister vastgesteld.
**3.** Indien de verantwoordingsinformatie, bedoeld in het eerste lid, niet binnen
achttien maanden na het kalenderjaar waarop het betrekking heeft is ontvangen door
Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties worden de lasten en
baten van bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal ambtshalve
door Onze Minister vastgesteld.
### Paragraaf 2. Vergoeding centrumgemeenten bijstandsverlening ondernemers in de binnenvaart
### Paragraaf 2. Vergoeding centrumgemeenten bijstandsverlening ondernemers
in de binnenvaart
### Artikel 51
Deze paragraaf is in afwijking van de artikelen 48 tot en met 50 van toepassing op de vergoeding van de kosten van bijstandsverlening aan ondernemers in de binnenvaart waarvan de bijstand, op grond van artikel 36 zoals dat luidde op 31 december 2019, wordt verstrekt door het college van de gemeenten Groningen, Zwolle, Nijmegen, Nieuwegein, Amsterdam, Rotterdam, Terneuzen, Geertruidenberg of Maasgouw.
Deze paragraaf is in afwijking van de artikelen 48 tot en met
50 van toepassing op de vergoeding van de kosten van bijstandsverlening
aan ondernemers in de binnenvaart waarvan de bijstand, op grond van artikel 36 zoals dat luidde
op 31 december 2019, wordt verstrekt door het college van de gemeenten Groningen,
Zwolle, Nijmegen, Nieuwegein, Amsterdam, Rotterdam, Terneuzen, Geertruidenberg of
Maasgouw.
### Artikel 52
@ -480,20 +866,104 @@ Deze paragraaf is in afwijking van de artikelen 48 tot en met 50 van toepassing
Onze Minister vergoedt ten laste van s Rijks kas aan het college:
a. 100% van de kosten van algemene bijstand en bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal;
b. de kosten van aan derden opgedragen onderzoek inzake verlening van algemene bijstand en bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal, voor zover deze kosten een bij ministeriële regeling te bepalen maximumbedrag per onderzoek niet overschrijden.
a. 100% van de kosten van algemene bijstand en bijstand ter voorziening in de
behoefte aan bedrijfskapitaal;
b. de kosten van aan derden opgedragen onderzoek inzake verlening van algemene
bijstand en bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal, voor
zover deze kosten een bij ministeriële regeling te bepalen maximumbedrag per
onderzoek niet overschrijden.
**2.** Onder onderzoek als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt verstaan, een bedrijfseconomisch of bedrijfstechnisch onderzoek, waaronder begrepen taxatie van vermogensbestanddelen, afgerond met een schriftelijke rapportage, voor zover dit onderzoek noodzakelijk is voor de uitvoering van dit besluit.
**2.** Onder onderzoek als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt verstaan, een
bedrijfseconomisch of bedrijfstechnisch onderzoek, waaronder begrepen taxatie van
vermogensbestanddelen, afgerond met een schriftelijke rapportage, voor zover dit
onderzoek noodzakelijk is voor de uitvoering van dit besluit.
### Artikel 53
**1.** Onze Minister stelt de vergoeding, bedoeld in artikel 52, vast binnen een jaar na ontvangst door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet.
**1.** Onze Minister stelt de vergoeding, bedoeld in artikel 52,
vast binnen een jaar na ontvangst door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties van de verantwoordingsinformatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de
Financiële-verhoudingswet.
**2.** De kosten van algemene bijstand, de kosten van de bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal, de uitvoeringskosten en de kosten voor onderzoek worden bij de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, buiten aanmerking gelaten indien deze kosten blijkens het verslag van bevindingen, bedoeld in artikel 213, vierde lid, van de Gemeentewet, dat deel uit maakt van de informatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, als fout of onzeker worden aangemerkt.
**2.** De kosten van algemene bijstand, de kosten van de bijstand ter voorziening in de
behoefte aan bedrijfskapitaal, de uitvoeringskosten en de kosten voor onderzoek
worden bij de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, buiten aanmerking gelaten
indien deze kosten blijkens het verslag van bevindingen, bedoeld in artikel 213, vierde lid, van de
Gemeentewet, dat deel uit maakt van de informatie, bedoeld in artikel 17a, eerste lid, van de
Financiële-verhoudingswet, als fout of onzeker worden aangemerkt.
**3.** Indien de verantwoordingsinformatie, bedoeld in het eerste lid, niet binnen achttien maanden na het kalenderjaar waarop het betrekking heeft is ontvangen door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt de vergoeding ambtshalve door Onze Minister vastgesteld.
**3.** Indien de verantwoordingsinformatie, bedoeld in het eerste lid, niet binnen
achttien maanden na het kalenderjaar waarop het betrekking heeft is ontvangen door
Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt de vergoeding
ambtshalve door Onze Minister vastgesteld.
## Hoofdstuk VIIa. Tijdelijke afwijkende regels voor instroom tijdens vierde kwartaal 2021
## Hoofdstuk VIIa. Tijdelijke afwijkende regels voor instroom tijdens eerste
kwartaal 2022
### Artikel 54
Dit hoofdstuk is met betrekking tot het verlenen van algemene bijstand van
toepassing op de rechthebbende, bedoeld in artikel 2, voor
zover:
a. het verlenen van algemene bijstand op grond van dit besluit aanvangt in de
periode van 1 januari 2022 tot en met 31 maart 2022, of sprake is van een nieuwe
aanvraag als bedoeld in artikel 60aa; en
b. de algemene bijstand ziet op de kalendermaanden december 2021, en januari,
februari of maart 2022.
### Artikel 55
De artikelen 3,
4, 5, 6, eerste lid, eerste
zin, en 19, en hoofdstuk II, paragrafen 3 en 4, zijn niet van
toepassing.
### Artikel 56
**1.**
Voor de toepassing van artikel 44, eerste
lid, derde zinsdeel, van de wet wordt de aanvraag die is ingediend in de
periode, bedoeld in artikel 54, geacht te zijn ingediend op de eerste dag van de
kalendermaand voorafgaand aan de kalendermaand waarin de aanvraag is ingediend, met
dien verstande dat:
a. de aanvraag niet wordt geacht te zijn gedaan voor 1 december 2021; en
b. indien voor de kalendermaand december 2021 reeds algemene bijstand is verleend
op grond van hoofdstuk
VIIa, zoals dat luidde op 31 december 2021, de aanvraag niet wordt
geacht te zijn gedaan voor 1 januari 2022.
**2.**
De aanvrager verklaart schriftelijk en geeft de volgende informatie:
a. dat hij voor de kalendermaanden waarover algemene bijstand wordt aangevraagd,
verwacht een in aanmerking te nemen inkomen te hebben dat lager is dan de
bijstandsnorm;
b. voor de kalendermaanden waarover algemene bijstand wordt aangevraagd een
opgave van het inkomen dat hij heeft verworven of verwacht te gaan
verwerven.
**3.** De gehuwde zelfstandige betrekt bij de verklaring, bedoeld in het tweede lid, het
inkomen van beide echtgenoten.
### Artikel 57
In afwijking van artikel 34 van de
wet wordt vermogen niet in aanmerking genomen.
### Artikel 58
Algemene bijstand wordt verleend in de vorm van een bedrag om niet.
### Artikel 59
Vervallen
## Hoofdstuk VIIa. Tijdelijke afwijkende regels voor instroom tijdens vierde
kwartaal 2021
### Artikel 54
@ -523,27 +993,75 @@ Vervallen
### Artikel 60
**1.** De bedragen, genoemd in de artikelen 3, 20, 22, 24, 25 en 26, worden met ingang van 1 januari van elk kalenderjaar gewijzigd met het percentage waarmee het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie over de maand oktober daaraan voorafgaand afwijkt van het prijsindexcijfer waarop de laatste vaststelling van de bedragen is gebaseerd. De gewijzigde bedragen worden door of namens Onze Minister medegedeeld in de Staatscourant.
**1.** De bedragen, genoemd in de artikelen 3,
20, 22, 24, 25 en 26, worden met
ingang van 1 januari van elk kalenderjaar gewijzigd met het percentage waarmee het
prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie over de maand oktober daaraan voorafgaand
afwijkt van het prijsindexcijfer waarop de laatste vaststelling van de bedragen is
gebaseerd. De gewijzigde bedragen worden door of namens Onze Minister medegedeeld in
de Staatscourant.
**2.** Onze Minister herziet het rentepercentage, genoemd in artikel 15, voor zover de rente die banken in rekening brengen bij het verstrekken van leningen aan bedrijven, daartoe aanleiding geeft.
**2.** Onze Minister herziet het rentepercentage, genoemd in artikel 15, voor
zover de rente die banken in rekening brengen bij het verstrekken van leningen aan
bedrijven, daartoe aanleiding geeft.
**3.** Onze Minister stelt het in artikel 6, tweede lid, genoemde percentage zodanig vast dat dit gelijk is aan het gemiddeld bedrag dat voor personen die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, nog niet hebben bereikt over de algemene bijstand verschuldigd is aan loonbelasting en premies volksverzekeringen, uitgedrukt als een percentage van de algemene bijstand verhoogd met deze loonbelasting en premies.
**3.** Onze Minister stelt het in artikel 6, tweede
lid, genoemde percentage zodanig vast dat dit gelijk is aan het gemiddeld
bedrag dat voor personen die de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de
Algemene Ouderdomswet, nog niet hebben bereikt over de algemene bijstand
verschuldigd is aan loonbelasting en premies volksverzekeringen, uitgedrukt als een
percentage van de algemene bijstand verhoogd met deze loonbelasting en premies.
### Artikel 60a
**1.** Artikel 2, eerste lid, onderdeel c, zoals dat luidde op 31 december 2019, blijft van toepassing op de zelfstandige die zijn aanvraag uiterlijk 31 december 2019 heeft ingediend.
**1.** Artikel 2, eerste lid,
onderdeel c, zoals dat luidde op 31 december 2019, blijft van toepassing
op de zelfstandige die zijn aanvraag uiterlijk 31 december 2019 heeft
ingediend.
**2.** De artikelen 20, tweede lid, en 21, eerste tot en met vierde lid, zoals die luidden op 31 december 2019, blijven van toepassing op de zelfstandige, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, die zijn aanvraag om algemene bijstand en bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal, uiterlijk 31 december 2019 heeft ingediend.
**2.** De artikelen 20, tweede
lid, en 21, eerste tot en met
vierde lid, zoals die luidden op 31 december 2019, blijven van toepassing
op de zelfstandige, bedoeld in artikel 2, eerste lid,
onderdeel a, die zijn aanvraag om algemene bijstand en bijstand ter
voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal, uiterlijk 31 december 2019 heeft
ingediend.
**3.** Hoofdstuk VII zoals dat luidde op 31 december 2019, blijft van toepassing op de vaststelling van de ten laste van de gemeente gebleven kosten, de vergoeding en de aanvullende uitkering, bedoeld in de artikelen 54 en 58, voor kosten die betrekking hebben op de kalenderjaren gelegen voor het jaar 2020.
**3.** Hoofdstuk VII zoals dat luidde op
31 december 2019, blijft van toepassing op de vaststelling van de ten laste van de
gemeente gebleven kosten, de vergoeding en de aanvullende uitkering, bedoeld in de
artikelen 54 en 58, voor kosten die betrekking hebben op de kalenderjaren gelegen voor
het jaar 2020.
### Artikel 60aa
Indien op grond van hoofdstuk VIIa algemene bijstand is toegekend en met ingang van het tijdstip waarop dit hoofdstuk vervalt, op of na dat tijdstip algemene bijstand op grond van dit besluit is benodigd, wordt hiertoe een nieuwe aanvraag om algemene bijstand ingediend.
Indien op grond van hoofdstuk VIIa
algemene bijstand is toegekend en met ingang van het tijdstip waarop dit hoofdstuk
vervalt, op of na dat tijdstip algemene bijstand op grond van dit besluit is benodigd,
wordt hiertoe een nieuwe aanvraag om algemene bijstand ingediend.
### Artikel 60ab
Indien in de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 maart 2022 op grond van
hoofdstuk VIIa,
zoals ingevoegd bij Besluit van 18 februari 2022 tot wijziging van het Besluit
bijstandverlening zelfstandigen 2004 in verband met het verlengen van de tijdelijke
regels voor bijstandverlening aan zelfstandigen als gevolg van de verhoogde instroom
door de crisis in verband met COVID-19 tot en met maart 2022 (Stb. 2022, 82), algemene
bijstand is toegekend en op of na 1 april 2022 algemene bijstand op grond van dit
besluit is benodigd:
a. wordt hiertoe een nieuwe aanvraag om algemene bijstand ingediend; en
b. wordt, indien nadien in hetzelfde boekjaar algemene bijstand op grond van dit
besluit wordt verleend, de algemene bijstand die op grond van dit hoofdstuk VIIa
is verleend bij de toepassing van de artikelen 11
en 12 tot het
inkomen gerekend.
### Artikel 60b
Dit besluit berust op artikel 78f van de Participatiewet.
Dit besluit berust op artikel 78f van de
Participatiewet.
### Artikel 61