2005-01-01 | BWBR0004045 | Werkloosheidswet
This commit is contained in:
parent
5a1c6aa4a2
commit
9fb98b3c3a
1 changed files with 93 additions and 134 deletions
|
|
@ -100,7 +100,7 @@ b. wordt niet als werknemer beschouwd de persoon op wie op grond van een verdrag
|
|||
|
||||
Als dienstbetrekking wordt mede beschouwd de arbeidsverhouding van de persoon die:
|
||||
|
||||
a. anders dan als zelfstandige als bedoeld in artikel 4 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, en anders dan als thuiswerker, op grond van een overeenkomst tot aanneming van werk als bedoeld in artikel 750 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, persoonlijk een werk tot stand brengt;
|
||||
a. anders dan als zelfstandige en anders dan als thuiswerker, op grond van een overeenkomst tot aanneming van werk als bedoeld in artikel 750 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, persoonlijk een werk tot stand brengt;
|
||||
b. de in onderdeel *a* bedoelde persoon bij het tot stand brengen van dat werk bijstaat;
|
||||
c. krachtens overeenkomst met een ander tegen beloning geregeld zijn bemiddeling verleent tot het tot stand komen van overeenkomsten tussen daartoe door hem te bezoeken personen en die ander, mits hij de bedoelde bemiddeling uitsluitend voor die ander verleent, het verlenen van die bemiddeling niet een voor hem bijkomstige werkzaamheid is en hij zich daarbij doorgaans door niet meer dan twee andere personen laat bijstaan;
|
||||
d. krachtens overeenkomst met een ander tegen beloning geregeld zijn bemiddeling verleent tot het tot stand komen van overeenkomsten tussen daartoe door hem te bezoeken personen en een opdrachtgever van die ander, mits hij de bedoelde bemiddeling uitsluitend voor die ander verleent, het verlenen van die bemiddeling niet een voor hem bijkomstige werkzaamheid is en hij zich daarbij doorgaans door niet meer dan twee andere personen laat bijstaan;
|
||||
|
|
@ -133,10 +133,11 @@ b. worden aangevuld met andere vereisten op grond waarvan de coöperatie kan wor
|
|||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, wordt met een zelfstandige als bedoeld in artikel 4 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen gelijkgesteld:
|
||||
Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, wordt onder zelfstandige verstaan de persoon die:
|
||||
|
||||
a. een directeur-grootaandeelhouder als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel d, die het werk tot stand brengt uitsluitend voor rekening en risico van de onderneming van de rechtspersoon waarvan hij directeur-grootaandeelhouder is;
|
||||
b. de directeur-grootaandeelhouder als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel d, voor wie met betrekking tot de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, onder a, een beschikking geldt als bedoeld in artikel 6a, eerste lid, waarin hij wordt gelijkgesteld met een zelfstandige.
|
||||
a. in Nederland woont en die belastbare winst uit onderneming geniet als bedoeld in paragraaf 3.2.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001, tenzij hij de onderneming niet voor eigen rekening feitelijk drijft; of
|
||||
b. niet in Nederland woont en die belastbare winst uit Nederlandse onderneming geniet als bedoeld in afdeling 7.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, tenzij hij de onderneming niet voor eigen rekening feitelijk drijft;
|
||||
c. directeur-grootaandeelhouder is als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel d, en het werk tot stand brengt uitsluitend voor rekening en risico van de onderneming van de rechtspersoon waarvan hij directeur-grootaandeelhouder is.
|
||||
|
||||
### Artikel 5
|
||||
|
||||
|
|
@ -151,22 +152,21 @@ d. tegen beloning persoonlijk arbeid verricht en wiens arbeidsverhouding niet re
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Als dienstbetrekking wordt niet beschouwd de arbeidsverhouding van de persoon:
|
||||
Als dienstbetrekking wordt niet beschouwd de arbeidsverhouding van een persoon:
|
||||
|
||||
a. bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a of d, van de Ambtenarenwet;
|
||||
a. die minister, staatssecretaris, Nationale ombudsman of substituut-ombudsman is;
|
||||
b. die als vrijwilliger werkzaamheden verricht als politiebeambte, alsmede van degene die als vrijwilliger al dan niet tegen loon werkzaamheden verricht bij de gemeentelijke brandweer;
|
||||
c. die ten behoeve van de natuurlijke persoon, tot wie hij in dienstbetrekking staat, uitsluitend of nagenoeg uitsluitend huiselijke of persoonlijke diensten in diens huishouding verricht en die diensten doorgaans op minder dan drie dagen per week verricht;
|
||||
d. die directeur-grootaandeelhouder is.
|
||||
d. die directeur-grootaandeelhouder is;
|
||||
e. indien degene met wie hij de arbeidsverhouding heeft, met betrekking tot die arbeidsverhouding op grond van artikel 6a van de Wet op de loonbelasting 1964 niet als inhoudingsplichtige wordt beschouwd.
|
||||
|
||||
**2.** Door Onze Minister worden, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, regels gesteld omtrent hetgeen onder directeur-grootaandeelhouder, bedoeld in het eerste lid, onderdeel *d*, wordt verstaan.
|
||||
**2.** Het eerste lid is alleen van toepassing op de aldaar bedoelde arbeidsverhoudingen.
|
||||
|
||||
**3.** Door Onze Minister worden, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, regels gesteld omtrent hetgeen onder directeur-grootaandeelhouder, bedoeld in het eerste lid, onderdeel *d*, wordt verstaan.
|
||||
|
||||
### Artikel 6a
|
||||
|
||||
**1.** De beschikking, bedoeld in artikel 3.157 van de Wet inkomstenbelasting 2001, dat de werkzaamheden, die voortvloeien uit een arbeidsrelatie of uit arbeidsrelaties waarin sprake is van hetzelfde soort van werkzaamheden die onder overeenkomstige condities worden verricht, worden aangemerkt als werkzaamheden uitsluitend verricht voor rekening en risico van de onderneming van de rechtspersoon waarvan de belastingplichtige aanmerkelijk belanghouder is, heeft voor de termijn waarvoor deze beschikking geldt als gevolg dat de directeur-grootaandeelhouder, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel d, met betrekking tot die arbeidsrelaties, voor de toepassing van artikel 4, eerste lid, onder a, en de regels bij of krachtens artikel 5, wordt aangemerkt als zelfstandige als bedoeld in artikel 4 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van de artikelen 81, vijfde lid, 97b, tweede lid, 97c, eerste lid, 97d, vierde lid, en 127b wordt de beschikking, bedoeld in het eerste lid, aangemerkt als een beschikking als bedoeld in artikel 4a van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen waarin de directeur-grootaandeelhouder wordt aangemerkt als zelfstandige als bedoeld in artikel 4 van die wet.
|
||||
|
||||
**3.** Indien de beschikking, bedoeld in het eerste lid, wordt herzien, laat dat het in het eerste en tweede lid bedoelde gevolg onverlet, voor de termijn waarvoor die beschikking gold.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
|
|
@ -330,7 +330,7 @@ Voor de vaststelling van het in artikel 17, onderdeel a, bedoelde aantal van 39
|
|||
|
||||
a. wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid geen arbeid kon verrichten;
|
||||
b. werkzaamheden heeft verricht als bedoeld in artikel 8 en hij op grond van dat artikel de hoedanigheid van werknemer heeft herkregen;
|
||||
c. met toepassing van artikel 23, tweede lid, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten een reïntegratieuitkering ontvangt als bedoeld in het eerste lid van dat artikel;
|
||||
c. vervallen;
|
||||
d. wegens het genieten van onbetaald verlof geen arbeid heeft verricht, tot een maximum van 78 weken; of
|
||||
e. geen arbeid heeft verricht maar wel recht op uitkering heeft op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg.
|
||||
|
||||
|
|
@ -351,37 +351,23 @@ b. het meer keren in aanmerking nemen van weken waarin arbeid is verricht.
|
|||
|
||||
Voor de toepassing van artikel 17, onderdeel b, onder 1°, worden met dagen waarover loon is ontvangen, gelijkgesteld:
|
||||
|
||||
a. dagen waarover een persoon recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 80%, of een reïntegratie-uitkering ontvangt als bedoeld in artikel 23 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, die al dan niet vermeerderd met een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering 70% of meer bedraagt van het dagloon, waarnaar zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering is of zou zijn berekend, dan wel een uitkering ontvangt die naar aard en strekking daarmee overeenkomt;
|
||||
a. dagen waarover een persoon recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 80%, dan wel een uitkering ontvangt die naar aard en strekking daarmee overeenkomt;
|
||||
b. dagen waarover een persoon een uitkering ontvangt op grond van hoofdstuk III van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van ten minste 80% of een toelage op grond van dat hoofdstuk, die al dan niet vermeerderd met de arbeidsongeschiktheidsuitkering 70% of meer bedraagt van het dagloon, waarnaar de arbeidsongeschiktheidsuitkering is of zou zijn berekend.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
**2.** Voor de toepassing van artikel 17, aanhef en onderdeel *b*, onder 1°, worden niet reeds in aanmerking genomen kalenderjaren waarin een persoon recht heeft op kinderbijslag op grond van artikel 7 van de Algemene Kinderbijslagwet of een andere gezinsbijslag als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel h, van verordening (EG) nr. 1408/71 van de Raad van de Europese Gemeenschap van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (PbEG L 149) voor een tot zijn huishouden behorend kind dat bij de aanvang van dat kalenderjaar de leeftijd van vijf jaar niet heeft bereikt, voor de helft gelijkgesteld met kalenderjaren waarin over 52 of meer dagen loon is ontvangen. De in de vorige zin bedoelde persoon wordt aangemerkt als verzorgend persoon.
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van artikel 17, aanhef en onderdeel *b*, onder 1°, worden niet reeds in aanmerking genomen kalenderjaren waarin een persoon een tot zijn huishouden behorend kind verzorgt dat bij de aanvang van dat kalenderjaar:
|
||||
**3.** Het tweede lid vindt geen toepassing indien de verzorgende persoon in een kalenderjaar voor een periode langer dan een half jaar als werknemer in de zin van een wettelijke regeling inzake werkloosheid recht heeft op een uitkering ter zake van werkloosheid.
|
||||
|
||||
a. de leeftijd van zes jaar niet heeft bereikt, gelijkgesteld met kalenderjaren waarin over 52 of meer dagen loon is ontvangen;
|
||||
b. de leeftijd van zes jaar, doch die van twaalf jaar nog niet heeft bereikt, voor de helft gelijkgesteld met kalenderjaren waarin over 52 of meer dagen loon is ontvangen.
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Het tweede lid vindt geen toepassing indien:
|
||||
|
||||
a. de verzorgende persoon in een kalenderjaar voor een periode langer dan een half jaar als werknemer in de zin van een wettelijke regeling inzake werkloosheid recht heeft op een uitkering ter zake van werkloosheid;
|
||||
|
||||
of
|
||||
b. de verzorging uitsluitend of vrijwel uitsluitend buiten Nederland plaatsvindt.
|
||||
|
||||
**4.** Indien er in een gezamenlijke huishouding meer verzorgende personen zijn als bedoeld in het tweede lid, wordt voor de toepassing van dat lid als verzorgende persoon van het kind beschouwd, degene van deze personen die zij als zodanig hebben aangewezen. Ingeval geen verzorgende persoon wordt aangewezen is het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bevoegd een van hen die naar zijn oordeel als verzorgende persoon moet worden beschouwd, als zodanig aan te wijzen.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van het tweede en vierde lid wordt onder:
|
||||
Voor de toepassing van het tweede en derde lid wordt onder:
|
||||
|
||||
a. een kind verstaan een eigen, aangehuwd of pleegkind;
|
||||
b. een pleegkind verstaan een kind dat als een eigen kind wordt onderhouden en opgevoed.
|
||||
|
||||
**6.** Voor de toepassing van artikel 17, onderdeel b, onder 1°, worden dagen, tot een maximum van achttien maanden, waarover de werknemer onbetaald verlof heeft genoten, gelijkgesteld met dagen, waarover loon is ontvangen.
|
||||
**5.** Voor de toepassing van artikel 17, onderdeel b, onder 1°, worden dagen, tot een maximum van achttien maanden, waarover de werknemer onbetaald verlof heeft genoten, gelijkgesteld met dagen, waarover loon is ontvangen.
|
||||
|
||||
**7.**
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van dit artikel en van artikel 17, onderdeel *b*, onder 1°, wordt
|
||||
|
||||
|
|
@ -389,12 +375,7 @@ a. de persoon, bedoeld in artikel 7, geacht als werknemer in een dienstbetrekkin
|
|||
b. niet als loon beschouwd een uitkering op grond van deze wet, met uitzondering van een uitkering op grond van hoofdstuk IV van deze wet, alsmede een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, berekend naar een arbeidsongeschiktheid van minder dan 80%;
|
||||
c. het aantal dagen, waarover loon wordt ontvangen vastgesteld overeenkomstig artikel 9, vijfde en zesde lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering.
|
||||
|
||||
**8.**
|
||||
|
||||
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld:
|
||||
|
||||
a. op grond waarvan voor het bepalen van het aantal van 52 dagen, bedoeld in artikel 17, onderdeel *b*, onder 1°, dagen waarover, anders dan bedoeld in het zesde lid, geen loon is ontvangen worden gelijkgesteld met dagen, waarover loon is ontvangen;
|
||||
b. ter zake van de aanwijzing van de verzorgende persoon bedoeld in het vierde lid.
|
||||
**7.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld op grond waarvan voor het bepalen van het aantal van 52 dagen, bedoeld in artikel 17, onderdeel *b*, onder 1°, dagen waarover, anders dan bedoeld in het vijfde lid, geen loon is ontvangen worden gelijkgesteld met dagen, waarover loon is ontvangen.
|
||||
|
||||
### Artikel 17c
|
||||
|
||||
|
|
@ -430,8 +411,7 @@ i. de eerste dag van de maand waarin hij 65 jaar wordt heeft bereikt;
|
|||
j. op grond van artikel 17 van de Coördinatiewet Sociale Verzekering een vrijstelling wegens gemoedsbezwaren heeft of wiens werkloosheid binnen 3 maanden na de datum van intrekking van een zodanige vrijstelling is aangevangen;
|
||||
k. vakantie geniet;
|
||||
l. werkloos is ten gevolge van werkstaking of uitsluiting;
|
||||
m. een uitkering ontvangt als bedoeld in artikel 23 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten in verband met het volgen van scholing of opleiding:
|
||||
n. een uitkering ontvangt op grond van de Wet arbeid en zorg.
|
||||
m. een uitkering ontvangt op grond van de Wet arbeid en zorg.
|
||||
|
||||
**2.** Indien een uitkering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel *a*, *b*, *c* of *d* niet wordt betaald wegens voor de werknemer geldende wachtdagen of wegens enig handelen of nalaten dat hem redelijkerwijs kan worden verweten, wordt het niet betalen daarvan voor de toepassing van het eerste lid gelijkgesteld met het ontvangen van die uitkering.
|
||||
|
||||
|
|
@ -456,7 +436,7 @@ c. met betrekking tot het buiten aanmerking laten van vakantiebonnen en daarmee
|
|||
|
||||
**7.** Onze Minister is bevoegd voor gevallen waarin toepassing van het eerste lid, onderdeel *a* tot en met *h*, tot onbillijkheden zou kunnen leiden, regels te stellen op grond waarvan kan worden afgeweken van het bepaalde in die onderdelen.
|
||||
|
||||
**8.** Het eerste lid, onderdeel h, is niet van toepassing op bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën personen waarbij tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel plaatsvindt buiten een penitentiaire inrichting, een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden, of een inrichting voor justitiële jeugdbescherming zijnde een landelijke voorziening als bedoeld in artikel 65 van de Wet op de jeugdhulpverlening.
|
||||
**8.** Het eerste lid, onderdeel h, is niet van toepassing op bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën personen waarbij tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel plaatsvindt buiten een penitentiaire inrichting, een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden, of een inrichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 19a
|
||||
|
||||
|
|
@ -705,7 +685,7 @@ In afwijking van artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechter i
|
|||
|
||||
**2.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd uitkering ontvangt op grond van deze wet, de Ziektewet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairenof de Wet arbeid en zorg of een toeslag op grond van de Toeslagenwet, wordt het besluit waarbij de boete is opgelegd tenuitvoergelegd door verrekening met die uitkering of toeslag.
|
||||
|
||||
**3.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd een uitkering ontvangt op grond van de Algemene Ouderdomswet, de Algemene nabestaandenwet, de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen of de Wet inkomensvoorziening kunstenaars, betaalt de Sociale verzekeringsbank, onderscheidenlijk de betrokken gemeente het bedrag van die boete, zonder dat daarvoor een machtiging nodig is van hem, op zijn verzoek aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
|
||||
**3.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd een uitkering ontvangt op grond van de Algemene Ouderdomswet, de Algemene nabestaandenwet, de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen of de Wet werk en inkomen kunstenaars, betaalt de Sociale verzekeringsbank, onderscheidenlijk de betrokken gemeente het bedrag van die boete, zonder dat daarvoor een machtiging nodig is van hem, op zijn verzoek aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
|
||||
|
||||
**4.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd geen uitkering als bedoeld in het tweede of derde lid ontvangt, of meer ontvangt, dan wel ten aanzien van zodanige uitkering toepassing van het tweede of derde lid niet mogelijk is, wordt het besluit waarbij de boete is opgelegd bij gebreke van tijdige betaling met toepassing van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering op zijn kosten betekend en tenuitvoergelegd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -725,19 +705,13 @@ In afwijking van artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechter i
|
|||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid zet het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een weigering van de uitkering over de uren waarover het recht op uitkering ingevolge artikel 21 herleeft niet voort, indien ter zake van arbeid verricht sinds de eerste dag waarop het recht op uitkering is ontstaan, is voldaan aan artikel 52*b*, eerste lid, en op grond van het derde lid van dat artikel geen recht op uitkering ingevolge hoofdstuk II*b* is ontstaan.
|
||||
|
||||
**3.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt een weigering van de uitkering geacht te zijn voortgezet gedurende de periode dat het recht op uitkering geheel is geëindigd op grond van artikel 20, eerste lid, onderdelen a of d, en de betrokkene recht heeft op een reïntegratie-uitkering op grond van artikel 23 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.
|
||||
|
||||
### Artikel 29
|
||||
|
||||
**1.** Bij een besluit tot toekenning van de uitkering wordt, in een bijlage, mededeling gedaan van de rechten en plichten van de werknemer, die verband houden met de toekenning van de uitkering.
|
||||
**1.** Bij een besluit tot herziening van de uitkering wordt mededeling gedaan van de herziening en, in een bijlage, van de op die herziening betrekking hebbende gewijzigde rechten en plichten van de werknemer.
|
||||
|
||||
**2.** Bij een besluit tot herziening van de uitkering wordt mededeling gedaan van de herziening en, in een bijlage, van de op die herziening betrekking hebbende gewijzigde rechten en plichten van de werknemer. Voorts wordt, indien daarvoor aanleiding bestaat, in deze bijlage nogmaals mededeling gedaan van de eerder aan de uitkering verbonden rechten en plichten, bedoeld in het eerste lid.
|
||||
**2.** Indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ter uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 72, ten behoeve van de werknemer, die recht heeft op uitkering op grond van hoofdstuk IIa of IIb, een plan heeft opgesteld of heeft laten opstellen, gericht op het vergroten van de mogelijkheden tot inschakeling in het arbeidsproces, ondertekent de werknemer dit plan voor gezien en verstrekt het aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. De bijlage wordt tevens getekend door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Een afschrift wordt verstrekt aan de werknemer.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ter uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 72, ten behoeve van de werknemer, die recht heeft op uitkering op grond van hoofdstuk IIa of IIb, een plan heeft opgesteld of heeft laten opstellen, gericht op het vergroten van de mogelijkheden tot inschakeling in het arbeidsproces, wordt dit plan opgenomen in een bijlage bij het besluit tot toekenning of herziening van de uitkering.
|
||||
|
||||
**4.** De werknemer tekent, indien een plan als bedoeld in het derde lid wordt opgesteld, een exemplaar van de bijlage, bedoeld in het derde lid, of, indien een dergelijk plan niet wordt opgesteld, een exemplaar van de bijlage, bedoeld in het eerste en tweede lid, voor gezien en verstrekt dit aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. De bijlage wordt tevens getekend door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
|
||||
|
||||
**5.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent dit artikel.
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent dit artikel.
|
||||
|
||||
#### Paragraaf 3. De betaling van de loongerelateerde uitkering
|
||||
|
||||
|
|
@ -971,14 +945,14 @@ en
|
|||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Het arbeidsverleden wordt berekend door samentelling van
|
||||
Het arbeidsverleden wordt berekend door samentelling van:
|
||||
|
||||
a. het aantal kalenderjaren, gelegen in de in artikel 17, onderdeel *b*, onder 1°, bedoelde periode, waarover de werknemer aantoont over 52 of meer dagen per jaar loon te hebben ontvangen;
|
||||
a. het aantal kalenderjaren, vanaf en met inbegrip van 1998 tot en met het kalenderjaar onmiddellijk voorafgaand aan het kalenderjaar waarin zijn eerste werkloosheidsdag is gelegen, waarover de werknemer over 52 of meer dagen loon heeft ontvangen; en
|
||||
b. het aantal kalenderjaren vanaf en met inbegrip van het jaar waarin de werknemer zijn 18e verjaardag bereikte tot 1998.
|
||||
|
||||
en
|
||||
b. het aantal kalenderjaren vanaf en met inbegrip van het jaar waarin de werknemer zijn 18e verjaardag bereikte tot die periode.
|
||||
**4.** Een kalenderjaar wordt in aanmerking genomen bij de berekening, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, indien volgens de beschikking, bedoeld in artikel 33a van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, de werknemer in dat jaar over 52 of meer dagen loon heeft ontvangen.
|
||||
|
||||
**4.** Bij de vaststelling van het aantal kalenderjaren, bedoeld in het derde lid, onderdeel *a*, is artikel 17*b* van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**5.** Bij de toepassing van het derde lid, onderdeel a, wordt, indien over een kalenderjaar een beschikking als bedoeld in het vierde lid niet is afgegeven, dat kalenderjaar in aanmerking genomen indien de werknemer aantoont daarin over 52 of meer dagen loon te hebben ontvangen. Artikel 17*b* is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 43
|
||||
|
||||
|
|
@ -1184,7 +1158,7 @@ Toelating van een persoon tot de vrijwillige werkloosheidsverzekering vindt slec
|
|||
|
||||
### Artikel 56
|
||||
|
||||
De persoon die is toegelaten tot de vrijwillige werkloosheidsverzekering wordt voor de duur van die verzekering als werknemer beschouwd.
|
||||
De persoon die is toegelaten tot de vrijwillige werkloosheidsverzekering wordt voor de toepassing van deze wet voor de duur van die verzekering als werknemer beschouwd.
|
||||
|
||||
### Artikel 56a
|
||||
|
||||
|
|
@ -1353,13 +1327,30 @@ Onze Minister is bevoegd regels te stellen op grond waarvan, in bij die regels a
|
|||
|
||||
### Artikel 76
|
||||
|
||||
**1.** Indien de werknemer die recht heeft op een uitkering op grond van hoofdstuk II*a* of II*b*, deelneemt of gaat deelnemen aan een voor hem, naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, noodzakelijke opleiding of scholing, blijft volgens door Onze Minister te stellen regels het recht op uitkering op grond van het desbetreffende hoofdstuk bestaan totdat die opleiding of scholing is beëindigd.
|
||||
**1.** Indien de werknemer die recht heeft op een uitkering op grond van hoofdstuk II*a* of II*b*, deelneemt of gaat deelnemen aan een voor hem, naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, noodzakelijke opleiding of scholing, blijft volgens door Onze Minister te stellen regels het recht op uitkering op grond van het desbetreffende hoofdstuk bestaan.
|
||||
|
||||
**2.** In de door Onze Minister te stellen regels, die voor verschillende groepen werknemers verschillend kunnen luiden, worden in ieder geval voorschriften en beperkingen gegeven met betrekking tot de aard, de omvang en de duur van de opleiding of scholing als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 76a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan ter uitvoering van de taak, genoemd in artikel 72, toestemming verlenen aan de werknemer, die recht heeft op een uitkering op grond van hoofdstuk IIa of IIb, om op een proefplaats bij een werkgever gedurende maximaal drie maanden onbeloonde werkzaamheden te verrichten.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de werknemer, bedoeld in het eerste lid, blijft het recht op uitkering op grond van hoofdstuk IIa of IIb bestaan, onverminderd artikel 20, eerste lid, aanhef en onderdeel e, gedurende de periode waarover toestemming is verleend tot het verrichten van die werkzaamheden.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
De onbeloonde werkzaamheden op een proefplaats zijn:
|
||||
|
||||
a. werkzaamheden, waartoe de werknemer met zijn krachten en bekwaamheden in staat is;
|
||||
b. werkzaamheden, waarbij de werkgever, bij wie de proefplaatsing geschiedt, een aansprakelijkheids- en ongevallenverzekering ten behoeve van de werknemer heeft afgesloten;
|
||||
c. werkzaamheden, die de werknemer niet reeds eerder onbeloond op een proefplaats bij die werkgever of diens rechtsvoorganger heeft verricht; en
|
||||
d. werkzaamheden, waarbij er, naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, een reëel uitzicht is op een op de onbeloonde werkzaamheden aansluitende dienstbetrekking van dezelfde of grotere omvang voor ten minste 6 maanden.
|
||||
|
||||
**4.** De werknemer die werkzaamheden verricht als bedoeld in het eerste lid, doet daarvan onverwijld mededeling aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, wegens ziekte worden onderbroken, wordt de periode waarin een uitkering bij ziekte wordt ontvangen, voor de toepassing van dat lid buiten beschouwing gelaten.
|
||||
|
||||
**6.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de uitvoering van het eerste tot en met het vijfde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel
|
||||
|
||||
|
|
@ -1367,7 +1358,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 78
|
||||
|
||||
De werknemer, ten aanzien van wie artikel 75, 76 of 77 wordt toegepast, wordt geacht werkloos te zijn en te blijven zolang die toepassing duurt.
|
||||
De werknemer, ten aanzien van wie artikel 75, 76, 76a of 77 wordt toegepast, wordt geacht werkloos te zijn en te blijven zolang die toepassing duurt.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk VII. Financiering
|
||||
|
||||
|
|
@ -1399,13 +1390,6 @@ De premie wordt onderscheiden in een deel dat ten gunste komt van het wachtgeldf
|
|||
|
||||
**4.** Bij de vaststelling van de door werkgevers en werknemers verschuldigde premie die ten gunste komt van het Algemeen Werkloosheidsfonds, blijft de premie, bedoeld in artikel 68 van de Ziektewet, buiten beschouwing.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
In afwijking van de vorige leden is de premie verschuldigd door de werknemer indien:
|
||||
|
||||
a. voor hem een beschikking geldt als bedoeld in artikel 4a van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen waarin hij met betrekking tot de verrichte soort van werkzaamheden wordt aangemerkt als zelfstandige als bedoeld in artikel 4 van die wet;
|
||||
b. het de werkgever niet redelijkerwijs duidelijk kan zijn dat de werknemer tot hem in een privaatrechtelijke dienstbetrekking staat.
|
||||
|
||||
### Artikel 82
|
||||
|
||||
**1.** In afwijking van artikel 81 is de premie geheel door de werkgever verschuldigd ten aanzien van de werknemer, wiens loon geheel bestaat in verstrekkingen in natura, huisvesting en onderricht.
|
||||
|
|
@ -1452,15 +1436,13 @@ b. het de werkgever niet redelijkerwijs duidelijk kan zijn dat de werknemer tot
|
|||
|
||||
**2.** Indien de verschuldigde premie na de loonbetaling met terugwerkende kracht wordt verhoogd, of indien een voorschotpremie wordt gevorderd, mag bij de definitieve vaststelling van de kosten niets van een eventueel door de werkgever bij te betalen of bijbetaald bedrag op de werknemer worden verhaald.
|
||||
|
||||
**3.** Indien artikel 81, vijfde lid, van toepassing is, is, in afwijking van het eerste lid, de werknemer gehouden de verschuldigde premie aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen te betalen.
|
||||
|
||||
### Artikel 84
|
||||
|
||||
De maatstaf voor de heffing van de premies is het loon, over het tijdvak, waarover dat loon wordt betaald.
|
||||
|
||||
### Artikel 85
|
||||
|
||||
**1.** Het deel van de premie dat ten gunste komt van het wachtgeldfonds wordt door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bepaald op een percentage van het loon van de werknemer dat voor verschillende categorieën van werkgevers kan verschillen. Daarbij blijven ten aanzien van eigenrisicodragers als bedoeld in artikel 63 van de Ziektewet, uitkeringen op grond van artikel 29, tweede lid, onderdelen a, b en c, van die wet, vermeerderd met een door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen vast te stellen opslag in verband met kosten ter zake van de betaling van die uitkeringen en van de werkzaamheden, bedoeld in artikel 63a, eerste lid, van die wet, alsmede de op grond van enige wet over die uitkeringen verschuldigde premies die niet op die uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht, buiten beschouwing. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen hieromtrent nadere regels worden gesteld.
|
||||
**1.** Het deel van de premie dat ten gunste komt van het wachtgeldfonds wordt door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bepaald op een percentage van het loon van de werknemer dat voor verschillende categorieën van werkgevers en van werknemers kan verschillen. Daarbij blijven ten aanzien van eigenrisicodragers als bedoeld in artikel 63 van de Ziektewet, uitkeringen op grond van artikel 29, tweede lid, onderdelen a, b en c, van die wet, vermeerderd met een door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen vast te stellen opslag in verband met kosten ter zake van de betaling van die uitkeringen en van de werkzaamheden, bedoeld in artikel 63a, eerste lid, van die wet, alsmede de op grond van enige wet over die uitkeringen verschuldigde premies die niet op die uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht, buiten beschouwing. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen hieromtrent nadere regels worden gesteld.
|
||||
|
||||
**2.** Op gelijke wijze als in het eerste lid bepaald kan een vastgesteld percentage te allen tijde worden herzien.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1620,34 +1602,27 @@ b. de op grond van enige wet over de uitkering, bedoeld in onderdeel a, door het
|
|||
c. de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 97f, onderdeel i;
|
||||
d. de vergoeding, bedoeld in artikel 97h, die betrekking heeft op de persoon die de in onderdeel a bedoelde uitkering ontving.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
**2.** Op het totaal van de bedragen die op de overheidswerkgever op grond van het eerste lid over enig tijdvak wordt verhaald, wordt in mindering gebracht hetgeen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in dat tijdvak ontvangt door de toepassing van artikel 36 of de artikelen 6, derde lid, of 7 van de Wet financiering loopbaanonderbreking, onder aftrek van de daarop betrekking hebbende uitvoeringskosten, voorzover die toepassing betrekking heeft op uitkeringen, premies en tegemoetkomingen die eerder op grond van dat lid op de overheidswerkgever zijn verhaald.
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder uitkering niet verstaan de uitkering aan een persoon:
|
||||
**3.** Indien hetgeen op grond van het tweede lid in mindering wordt gebracht het totaal van de bedragen die op de overheidswerkgever over het betrokken tijdvak wordt verhaald overtreft, wordt dat meerdere door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen betaald aan de overheidswerkgever.
|
||||
|
||||
a. voor wie een beschikking geldt als bedoeld in artikel 4a van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen waarin hij met betrekking tot de, in de in het eerste lid bedoelde dienstbetrekking, verrichte soort van werkzaamheden, wordt aangemerkt als zelfstandige als bedoeld in artikel 4 van die wet;
|
||||
b. waarvan het de overheidswerkgever niet redelijkerwijs duidelijk kon zijn dat deze tot hem in een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking stond.
|
||||
**4.** Indien de overheidswerkgever, bedoeld in het eerste lid, niet meer bestaat, wordt voor de toepassing van het eerste tot en met derde lid onder overheidswerkgever verstaan de rechtsopvolger van die overheidswerkgever. De eerste zin is niet van toepassing met betrekking tot de rechtsopvolger na faillissement.
|
||||
|
||||
**3.** Op het totaal van de bedragen die op de overheidswerkgever op grond van het eerste lid over enig tijdvak wordt verhaald, wordt in mindering gebracht hetgeen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in dat tijdvak ontvangt door de toepassing van artikel 36 of de artikelen 6, derde lid, of 7 van de Wet financiering loopbaanonderbreking, onder aftrek van de daarop betrekking hebbende uitvoeringskosten, voorzover die toepassing betrekking heeft op uitkeringen, premies en tegemoetkomingen die eerder op grond van dat lid op de overheidswerkgever zijn verhaald.
|
||||
**5.** Het besluit waarbij de in het eerste lid bedoelde uitkering, premies, tegemoetkoming of vergoeding worden verhaald, vermeldt de termijn of de termijnen waarbinnen deze moeten worden betaald, alsmede de wijze waarop het besluit bij gebreke van tijdige betaling, overeenkomstig het zesde tot en met achtste lid zal worden ten uitvoer gelegd.
|
||||
|
||||
**4.** Indien hetgeen op grond van het tweede lid in mindering wordt gebracht het totaal van de bedragen die op de overheidswerkgever over het betrokken tijdvak wordt verhaald overtreft, wordt dat meerdere door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen betaald aan de overheidswerkgever.
|
||||
**6.** Het besluit waarbij de in het eerste lid bedoelde uitkering, premies, tegemoetkoming of vergoeding worden verhaald, levert een executoriale titel op in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De titel heeft mede betrekking op de rente en kosten, bedoeld in het achtste lid.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de overheidswerkgever, bedoeld in het eerste lid, niet meer bestaat, wordt voor de toepassing van het eerste tot en met derde lid onder overheidswerkgever verstaan de rechtsopvolger van die overheidswerkgever. De eerste zin is niet van toepassing met betrekking tot de rechtsopvolger na faillissement.
|
||||
**7.** Het besluit waarbij de in het eerste lid bedoelde uitkering, premies, tegemoetkoming of vergoeding worden verhaald, wordt bij gebreke van tijdige betaling met toepassing van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering op kosten van de overheidswerkgever of diens rechtsopvolger betekend en ten uitvoer gelegd.
|
||||
|
||||
**6.** Het besluit waarbij de in het eerste lid bedoelde uitkering, premies, tegemoetkoming of vergoeding worden verhaald, vermeldt de termijn of de termijnen waarbinnen deze moeten worden betaald, alsmede de wijze waarop het besluit bij gebreke van tijdige betaling, overeenkomstig het zesde tot en met achtste lid zal worden ten uitvoer gelegd.
|
||||
**8.** Bij gebreke van tijdige betaling wordt het te verhalen bedrag verhoogd met de wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten.
|
||||
|
||||
**7.** Het besluit waarbij de in het eerste lid bedoelde uitkering, premies, tegemoetkoming of vergoeding worden verhaald, levert een executoriale titel op in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De titel heeft mede betrekking op de rente en kosten, bedoeld in het achtste lid.
|
||||
**9.** De artikelen 13 en 16 van de Coördinatiewet Sociale Verzekering zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot dit artikel.
|
||||
|
||||
**8.** Het besluit waarbij de in het eerste lid bedoelde uitkering, premies, tegemoetkoming of vergoeding worden verhaald, wordt bij gebreke van tijdige betaling met toepassing van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering op kosten van de overheidswerkgever of diens rechtsopvolger betekend en ten uitvoer gelegd.
|
||||
|
||||
**9.** Bij gebreke van tijdige betaling wordt het te verhalen bedrag verhoogd met de wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten.
|
||||
|
||||
**10.** De artikelen 13 en 16 van de Coördinatiewet Sociale Verzekering zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot dit artikel.
|
||||
|
||||
**11.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan nadere regels stellen met betrekking tot het eerste tot en met derde lid en het vijfde lid.
|
||||
**10.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan nadere regels stellen met betrekking tot het eerste tot en met derde lid en het vijfde lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 97c
|
||||
|
||||
**1.** De premie is verschuldigd door de overheidswerkgever. Deze betaalt de premie aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. De premie is evenwel verschuldigd door de overheidswerknemer en wordt door hem betaald indien voor hem een beschikking geldt als bedoeld in artikel 4a van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen waarin hij met betrekking tot de verrichte soort van werkzaamheden wordt aangemerkt als zelfstandige als bedoeld in artikel 4 van die wet, en het de overheidswerkgever niet redelijkerwijs duidelijk kan zijn dat deze tot hem in een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking staat.
|
||||
**1.** De premie is verschuldigd door de overheidswerkgever. Deze betaalt de premie aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
|
||||
|
||||
**2.** De overheidswerkgever mag de door hem verschuldigde premie niet verhalen op de overheidswerknemer. Elk beding waarbij van de eerste zin wordt afgeweken is nietig.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1677,7 +1652,7 @@ b. waarvan het de overheidswerkgever niet redelijkerwijs duidelijk kon zijn dat
|
|||
|
||||
### Artikel 97d
|
||||
|
||||
**1.** De overheidswerkgever mag op het loon van de overheidswerknemer, met uitzondering van de overheidswerknemer, bedoeld in artikel 97c, eerste lid, een bedrag inhouden overeenkomstig hetgeen op grond van de artikelen 81, derde lid, 84 en 86 verschuldigd zou zijn door de overheidswerknemer indien die artikelen op hem van toepassing zouden zijn.
|
||||
**1.** De overheidswerkgever mag op het loon van de overheidswerknemer een bedrag inhouden overeenkomstig hetgeen op grond van de artikelen 81, derde lid, 84 en 86 verschuldigd zou zijn door de overheidswerknemer indien die artikelen op hem van toepassing zouden zijn.
|
||||
|
||||
**2.** Over een uitkering op grond van deze wet, de Ziektewet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en over een toeslag op grond van de Toeslagenwet aan een persoon als bedoeld in artikel 78a wordt premie geheven overeenkomstig de artikelen 81, derde lid, 83, 84, 85, derde en vierde lid, en artikel 86, eerste, derde en vierde lid.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1689,15 +1664,13 @@ a. wordt de bedoelde uitkering niet vermeerderd met de daarover door de werkgeve
|
|||
b. treedt, in afwijking van artikel 11, vierde lid, artikel 10, derde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, en artikel 11, derde lid, van de Ziektewet, voorzover die artikelleden betrekking hebben op de premie, bedoeld in het tweede lid, de overheidswerkgever niet in de plaats van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
|
||||
c. wordt voor de inhouding, bedoeld in het eerste lid, onder loon niet verstaan de uitkering, bedoeld in het tweede lid.
|
||||
|
||||
**4.** Over het loon van de overheidswerknemer, bedoeld in artikel 97c, eerste lid, wordt premie geheven overeenkomstig de artikelen 81, derde en vijfde lid, 83, derde lid, 84 en 86.
|
||||
|
||||
### Artikel 97e
|
||||
|
||||
Ten gunste van het Uitvoeringsfonds voor de overheid komen:
|
||||
|
||||
a. de bedragen die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ontvangt door de toepassing van artikel 97b;
|
||||
b. de premies op grond van artikel 97c;
|
||||
c. de premies op grond van artikel 97d, tweede en vierde lid;
|
||||
c. de premies op grond van artikel 97d, tweede lid;
|
||||
d. de bedragen die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ontvangt door de toepassing van de artikelen 27a en 36, voorzover deze bedragen betrekking hebben op uitkeringen, die ten laste van dat fonds zijn gebracht;
|
||||
e. de bedragen die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ontvangt door de uitoefening van zijn bevoegdheid op grond van artikel 66 indien de in dat artikel bedoelde werkgever een overheidswerkgever is;
|
||||
f. de bedragen die het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ontvangt door de toepassing van artikel 45a van de Ziektewet, voorzover deze bedragen betrekking hebben op uitkeringen, die ten laste van dat fonds zijn gebracht;
|
||||
|
|
@ -1967,9 +1940,7 @@ Een voordracht tot een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 7 w
|
|||
|
||||
### Artikel 127b
|
||||
|
||||
**1.** Indien voor degene, die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen als werknemer als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt aangemerkt, ten tijde van het bestaan van de arbeidsverhouding een beschikking geldt als bedoeld in artikel 4a van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen waarin hij met betrekking tot de verrichte soort van werkzaamheden wordt aangemerkt als zelfstandige als bedoeld in artikel 4 van die wet, dient, indien de belanghebbende zich in rechte op die beschikking beroept, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen te bewijzen dat betrokkene in privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking staat.
|
||||
|
||||
**2.** Indien degene, die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt aangemerkt als werkgever van de werknemer, bedoeld in het eerste lid, zich in verband met de toepassing van hoofdstuk VII in rechte erop beroept, dat het hem ten tijde van het bestaan van de dienstbetrekking niet redelijkerwijs duidelijk kan zijn dat deze tot hem in een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking staat, dient het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen te bewijzen dat dat hem ten tijde van het bestaan van de dienstbetrekking wel redelijkerwijs duidelijk kan zijn.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 128
|
||||
|
||||
|
|
@ -1999,32 +1970,15 @@ Tegen een besluit op grond van artikel 97k, 97l, 97m of 97n kan een belanghebbe
|
|||
|
||||
### Artikel 130
|
||||
|
||||
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kan ten behoeve van een experiment met een tijdsduur van ten hoogste vier jaar, dat ten doel heeft de inschakeling in het arbeidsproces te bevorderen van werknemers die recht hebben op uitkering op grond van hoofdstuk IIa of IIb, worden bepaald dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen werkzaamheden verbonden aan de uitvoering van artikel 72 opdraagt aan derden die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid bevorderen.
|
||||
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kan bij wijze van experiment, met het oog op het onderzoeken van mogelijkheden om deze wet met betrekking tot de inschakeling in de arbeid van werknemers die recht op uitkering hebben op grond van hoofdstuk IIa of IIb, doeltreffender uit te voeren, worden afgeweken van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 24, 26 en 72 tot en met 78 van deze wet. Bij toepassing van de eerste zin wordt bij algemene maatregel van bestuur geregeld op welke wijze van welke artikelen wordt afgeweken.
|
||||
|
||||
**2.** Bij ministeriële regeling wordt het budget bepaald, ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds en het Uitvoeringsfonds voor de overheid, voor de uitvoering van het eerste lid, en kunnen nadere regels worden gesteld in verband met de besteding.
|
||||
**2.** Een experiment als bedoeld in het eerste lid duurt ten hoogste vier jaar. Indien, voor een experiment is afgelopen, een voorstel van wet is ingediend bij de Staten-Generaal om het experiment om te zetten in een structurele wettelijke regeling, kan het experiment worden verlengd tot het tijdstip waarop het voorstel van wet in werking treedt. Het eerste lid, tweede zin, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**3.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen informeert Onze Minister elk jaar voor 1 oktober omtrent de wijze waarop dit instituut het volgende kalenderjaar uitvoering zullen geven aan het eerste lid.
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de uitvoering van een experiment en voorzieningen worden getroffen voor zich gedurende een experiment voordoende onvoorziene gevallen.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
**4.** Onze Minister meldt aan de Staten-Generaal hoe het experiment in de praktijk is verlopen, alsmede zijn standpunt inzake de voortzetting ervan anders dan als experiment.
|
||||
|
||||
In de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur wordt in ieder geval bepaald:
|
||||
|
||||
a. de periode gedurende welke het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de in het eerste lid bedoelde werkzaamheden opdraagt;
|
||||
b. met betrekking tot welke groepen werkloze werknemers de in het eerste lid bedoelde werkzaamheden worden opgedragen;
|
||||
c. het resultaat dat met het experiment wordt beoogd.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Bij of krachtens de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald:
|
||||
|
||||
a. welke instrumenten dienen te worden ingezet voor de uitvoering van het eerste lid;
|
||||
b. het aantal werknemers ten aanzien van wie werkzaamheden worden opgedragen als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**6.** In de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat met betrekking tot bij dat besluit aan te wijzen onderdelen van het experiment door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen nadere regels worden gesteld of kunnen worden gesteld. Die nadere regels behoeven de goedkeuring van Onze Minister.
|
||||
|
||||
**7.** Voor de uitvoering van het eerste lid komt jaarlijks een door Onze Minister te bepalen bijdrage, ten laste van de begroting van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, ten gunste van het Algemeen Werkloosheidsfonds en het Uitvoeringsfonds voor de overheid.
|
||||
|
||||
**8.** Bij algemene maatregel van bestuur kan een experiment als bedoeld in het eerste lid na afloop van de looptijd worden voortgezet tot een structurele wettelijke regeling is getroffen, doch niet langer dan met een tijdsduur van ten hoogste twee jaar. Het tweede tot en met zevende lid zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**5.** De voordracht voor krachtens dit artikel vast te stellen algemene maatregelen van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
|
||||
|
||||
### Artikel 130a
|
||||
|
||||
|
|
@ -2053,21 +2007,7 @@ c. het resultaat dat met het experiment wordt beoogd.
|
|||
|
||||
### Artikel 130b
|
||||
|
||||
**1.** Bij algemene maatregel van bestuur kan ten behoeve van een experiment met een tijdsduur van ten hoogste vier jaar, dat ten doel heeft de inschakeling in het arbeidsproces te bevorderen van werknemers die recht hebben op uitkering op grond van hoofdstuk IIa of IIb, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de bevoegdheid worden gegeven tot toekenning van loonsuppletie bij werkaanvaarding tegen een lager loon dan de uitkering die, als gevolg van de eindiging van het recht daarop wegens de vermindering van het verlies aan arbeidsuren, niet langer wordt betaald.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van de artikelen 22, 22a, 23, 25, 27a tot en met 27g, 30 tot en met 34, 36 tot en met 41, 93, 97b, 97f, 97i en 129 en de daarop berustende bepalingen alsmede voor de toepassing van andere wetten en de daarop berustende bepalingen wordt de loonsuppletie aangemerkt als uitkering op grond van de verplichte verzekering op grond van de Werkloosheidswet.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
In de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur wordt in ieder geval bepaald:
|
||||
|
||||
a. de periode gedurende welke de bevoegdheid tot toekenning van loonsuppletie bestaat;
|
||||
b. aan welke groepen werknemers loonsuppletie kan worden toegekend;
|
||||
c. het resultaat dat met het experiment wordt beoogd.
|
||||
|
||||
**4.** In de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat met betrekking tot bij dat besluit aan te wijzen onderdelen van het experiment door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen nadere regels worden gesteld of kunnen worden gesteld. Die nadere regels behoeven de goedkeuring van Onze Minister.
|
||||
|
||||
**5.** Bij algemene maatregel van bestuur kan een experiment als bedoeld in het eerste lid na afloop van de looptijd worden voortgezet tot een structurele wettelijke regeling is getroffen, doch niet langer dan met een tijdsduur van ten hoogste twee jaar. Het tweede tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 130c
|
||||
|
||||
|
|
@ -2134,6 +2074,25 @@ b. op wie het eerste lid, onderdeel b of c van toepassing is, en wiens recht als
|
|||
|
||||
**4.** Met opzegging als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt gelijkgesteld, ontslag als bedoeld in de artikelen 93 en 94 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement of een overeenkomstige bepaling van een soortgelijke regeling.
|
||||
|
||||
### Artikel 130i
|
||||
|
||||
**1.** De artikelen 42 en 17b, zoals deze luidden op de dag voor inwerkingtreding van de wet van 4 november 2004 tot wijziging van de Werkloosheidswet en de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in verband met de vervanging van fictief arbeidsverleden door feitelijk arbeidsverleden en de beperking van het verzorgingsforfait Stb. 2004, 594, blijven van toepassing op een recht op uitkering waarbij de eerste werkloosheidsdag is gelegen voor of op die dag.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van de eerste zin van artikel 17b, tweede lid, worden voor de toepassing van artikel 17, aanhef en onderdeel b, onder 1°, niet reeds in aanmerking genomen kalenderjaren over de periode tot 1 januari 2005, waarin een persoon recht heeft op kinderbijslag op grond van artikel 7 van de Algemene Kinderbijslagwet of een andere gezinsbijslag als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel h, van verordening (EG) nr. 1408/71 van de Raad van de Europese Gemeenschap van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (PbEG L 149) voor een tot zijn huishouden behorend kind dat bij de aanvang van dat kalenderjaar de leeftijd van vijf jaar niet heeft bereikt, gelijkgesteld met, en worden dergelijke kalenderjaren over de periode van 1 januari 2005 tot 1 januari 2007 voor drie kwart gelijkgesteld met, kalenderjaren waarin over 52 of meer dagen loon is ontvangen.
|
||||
|
||||
### Artikel 130j
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De artikelen 17a, eerste lid, onderdeel c, 17b, eerste lid, onderdeel a, 19, eerste lid, onderdeel m, 28, derde lid, 76, eerste lid, en de daarop berustende bepalingen, zoals die luidden op de dag voor inwerkingtreding van de wet van 23 december 2004 houdende wijziging van enkele socialeverzekeringswetten en enige andere wetten in verband met het aanbrengen van enige vereenvoudigingen, blijven van toepassing op de werknemer die voor de datum van inwerkingtreding van die wet:
|
||||
|
||||
a. een voor hem, naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, noodzakelijke opleiding of scholing volgt, of
|
||||
b. een reïntegratie-uitkering als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, zoals dat artikel luidde op de dag voor de inwerkingtreding van de in de aanhef genoemde wet, ontvangt,
|
||||
|
||||
voor de duur van die opleiding of scholing respectievelijk die reïntegratie-uitkering.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van artikel 76a blijven artikel 130a en het daarop berustende Tijdelijk besluit proefplaatsing WW, zoals die luidden op de dag voor inwerkingtreding van de wet van 23 december 2004 houdende wijziging van enkele socialeverzekeringswetten en enige andere wetten in verband met het aanbrengen van enige vereenvoudigingen, van toepassing op de werknemer die voor de datum van inwerkingtreding van die wet werkzaamheden verricht in het kader van het Tijdelijk besluit proefplaatsing WW, voor de duur van die werkzaamheden.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk XI. Straf- en slotbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 131
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue