diff --git a/zbo/meetcode-elektriciteit/BWBR0037946/README.md b/zbo/meetcode-elektriciteit/BWBR0037946/README.md index d6b0c323fae..62f1b49564b 100644 --- a/zbo/meetcode-elektriciteit/BWBR0037946/README.md +++ b/zbo/meetcode-elektriciteit/BWBR0037946/README.md @@ -28,7 +28,7 @@ Meetinrichtingen voldoen ten minste aan de daaraan in of krachtens de wet gestel ### Artikel 1.1.4 -Van de in deze code gebruikte begrippen die niet reeds in de Wet zijn gedefinieerd, is de betekenis vastgelegd in de Begrippencode elektriciteit behorende bij de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 31 van de Wet. +Voor de toepassing van deze code gelden de begrippen en bijbehorende begripsbepalingen uit de Begrippencode elektriciteit. ### Artikel 1.1.5 @@ -79,7 +79,7 @@ f. het MEP-meetbedrijf verricht de in artikel 2a, lid 2, onderdeel c van de Rege ### Artikel 1.2.3.4 -In afwijking van 1.2.3.2 is er voor grootverbruikaansluitingen waarbij op grond van 2.1.3.5 van de Netcode elektriciteit geen comptabele meetinrichting aanwezig is, geen meetverantwoordelijke voor alle uit de hoofdstukken 4, 5 en 6 voortvloeiende werkzaamheden. In dat geval is de netbeheerder op grond van 2.1.3.5 van de Netcode elektriciteit in combinatie met 6.3.5.2 van de Informatiecode elektriciteit en gas verantwoordelijk voor de vaststelling van de hoeveelheid getransporteerde energie op het overdrachtspunt van de desbetreffende grootverbruikaansluiting. +In afwijking van 1.2.3.2 is er voor grootverbruikaansluitingen waarbij op grond van artikel 2.30, eerste lid van de Netcode elektriciteit geen comptabele meetinrichting aanwezig is, geen meetverantwoordelijke voor alle uit de hoofdstukken 4, 5 en 6 voortvloeiende werkzaamheden. In dat geval is de netbeheerder op grond van artikel 2.30, eerste lid van de Netcode elektriciteit in combinatie met artikel 6.3.5.2 van de Informatiecode elektriciteit en gas verantwoordelijk voor de vaststelling van de hoeveelheid getransporteerde energie op het overdrachtspunt van de desbetreffende grootverbruikaansluiting. ### Artikel 1.2.3.5 @@ -187,7 +187,7 @@ In het (de) overdrachtspunt(en) van een aansluiting tussen twee netten is een te ### Artikel 2.2.2 -Aan een telemetriegrootverbruikmeetinrichting op een overdrachtspunt van een aansluiting tussen een net en het landelijk hoogspanningsnet, zoals bedoeld in 2.2.1, wordt voor een overdrachtspunt van een dergelijke aansluiting, zoals bedoeld in 7.3.6 van de Netcode elektriciteit, gelijk gesteld een comptabele meetinrichting die gebruik maakt van niet voor comptabele doeleinden geïnstalleerde meettransformatoren aan de hoogspanningszijde waarbij de nauwkeurigheid met inachtneming van 4.3.2.2 wordt verbeterd door toepassing van digitale foutcorrectie en digitale plaatscorrectie. +Aan een telemetriegrootverbruikmeetinrichting op een overdrachtspunt van een aansluiting tussen een net en het landelijk hoogspanningsnet, zoals bedoeld in artikel 2.2.1, wordt voor een overdrachtspunt van een dergelijke aansluiting, zoals bedoeld in artikel 15.2, eerste lid, van de Netcode elektriciteit, gelijk gesteld een comptabele meetinrichting die gebruik maakt van niet voor comptabele doeleinden geïnstalleerde meettransformatoren aan de hoogspanningszijde waarbij de nauwkeurigheid met inachtneming van artikel 4.3.2.2 wordt verbeterd door toepassing van digitale foutcorrectie en digitale plaatscorrectie. ### Paragraaf 2.3. Meetinrichting in het (de) overdrachtspunt(en) van een aansluiting kleiner dan of gelijk aan 3x80A @@ -211,7 +211,7 @@ Blindenergie wordt niet gemeten bij aansluitingen waarvan het gecontracteerde ve ### Artikel 2.4.4 -Bij aansluitingen met een gecontracteerd vermogen van meer dan 0,1 MW en bij aansluitingen die worden gebruikt voor het leveren van energie aan het net wordt blindenergie gemeten als vanwege de aard van de aangesloten belasting kan worden verwacht dat de arbeidsfactor op de aansluiting lager kan worden dan de op grond van 2.1.5.6 of 2.1.5.6a van de Netcode elektriciteit van toepassing zijnde waarde. De meetinrichting is in dat geval uitgerust met één of meer kvarh- meters, waarmee per aansluiting het aantal kvarh per maand wordt bepaald. +Bij aansluitingen met een gecontracteerd vermogen van meer dan 0,1 MW en bij aansluitingen die worden gebruikt voor het leveren van energie aan het net wordt blindenergie gemeten als vanwege de aard van de aangesloten belasting kan worden verwacht dat de arbeidsfactor op de aansluiting lager kan worden dan de op grond van de artikelen 2.27 en 3.15, eerste lid van de Netcode elektriciteit van toepassing zijnde waarde. De meetinrichting is in dat geval uitgerust met één of meer kvarh- meters, waarmee per aansluiting het aantal kvarh per maand wordt bepaald. ### Artikel 2.4.5 @@ -239,11 +239,11 @@ De meterbeheerder van een meetinrichting van een grootverbruikaansluiting is de ### Artikel 2.6.4 -De netbeheerder beheert het eventueel aanwezige primaire deel van de meetinrichting tenzij de netbeheerder en de aangeslotene anders zijn overeengekomen. Dit is ook van toepassing op de meetinrichting bij een “MS- aansluiting met fysieke levering op LS”, zoals bedoeld in bijlage A5 van de Tarievencode elektriciteit. +De netbeheerder beheert het eventueel aanwezige primaire deel van de meetinrichting tenzij de netbeheerder en de aangeslotene anders zijn overeengekomen. Dit is ook van toepassing op de meetinrichting bij een “MS- aansluiting met meting op LS”, zoals bedoeld in bijlage A5 van de Tarievencode elektriciteit. ### Artikel 2.6.5 -Indien aan een aansluiting secundaire allocatiepunten zijn toegekend op grond van artikel 2.1.1.13 van de Netcode elektriciteit, wijst in afwijking van artikel 2.6.4 de aangeslotene een beheerder aan voor het eventueel aanwezige primaire deel van de meetinrichting, als bedoeld in artikel 2.1.1.13, onderdeel g, van de Netcode elektriciteit. De aangeslotene draagt er zorg voor dat deze aangewezen beheerder jegens de meetverantwoordelijke voldoet aan de in paragraaf 4.3.2 van de Meetcode elektriciteit genoemde verplichtingen. +Indien aan een aansluiting secundaire allocatiepunten zijn toegekend op grond van artikel 2.9 van de Netcode elektriciteit, wijst in afwijking van artikel 2.6.4 de aangeslotene een beheerder aan voor het eventueel aanwezige primaire deel van de meetinrichting, als bedoeld in artikel 2.9, onderdeel g, van de Netcode elektriciteit. De aangeslotene draagt er zorg voor dat deze aangewezen beheerder jegens de meetverantwoordelijke voldoet aan de in paragraaf 4.3.2 van de Meetcode elektriciteit genoemde verplichtingen. ## Hoofdstuk 3. Uitrol van op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichtingen ten behoeve van kleinverbruikaansluitingen @@ -310,7 +310,7 @@ Nadat geconstateerd is dat de nieuwe meetinrichting gedurende 5 aaneengesloten d ### Artikel 3.3.1 -Een ander dan de netbeheerder die op verzoek van de aangeslotene, conform artikel 26ad, lid 6 of artikel 26ae, lid 7 van de Wet, er zorg voor draagt dat de afnemer beschikt over een op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting meldt de voorgenomen plaatsing van een door de netbeheerder te leveren op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting aan de netbeheerder en verstrekt daarbij de volgende gegevens: +Een ander dan de netbeheerder die op verzoek van de aangeslotene, conform artikel 26ad, zesde lid, of artikel 26ae, zevende lid, van de Elektriciteitswet 1998, er zorg voor draagt dat de aangeslotene beschikt over een op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting meldt de voorgenomen plaatsing van een door de netbeheerder te leveren op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting aan de netbeheerder en verstrekt daarbij de volgende gegevens: a. de EAN-code van de aansluiting; b. de naam van de aangeslotene met wie de aansluit- en transportovereenkomst is gesloten, alsmede de adresgegevens, zijnde straatnaam, huisnummer met eventuele toevoegingen, postcode en plaatsnaam of eventuele alternatieve locatieaanduidingen, behorend bij het overdrachtspunt van de aansluiting; @@ -329,7 +329,7 @@ e. de meterplaatser is erkend. ### Artikel 3.3.3 -Het resultaat van de in 3.3.2 genoemde vaststelling wordt binnen vijf werkdagen na de in 3.3.1 bedoelde melding door de netbeheerder meegedeeld aan de ander dan de netbeheerder die op verzoek van de aangeslotene conform artikel 26ad, lid 6 of artikel 26ae, lid 7 van de Wet, er zorg voor draagt dat de afnemer beschikt over een op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting. Indien niet aan alle in 3.3.2 genoemde criteria wordt voldaan, wordt de procedure plaatsing door derden van een door de netbeheerder geleverde meetinrichting gestopt door de netbeheerder. +Het resultaat van de in artikel 3.3.2 genoemde vaststelling wordt binnen vijf werkdagen na de in artikel 3.3.1 bedoelde melding door de netbeheerder meegedeeld aan de ander dan de netbeheerder die op verzoek van de aangeslotene conform artikel 26ad, zesde lid, of artikel 26ae, zevende lid, van de Elektriciteitswet 1998, er zorg voor draagt dat de aangeslotene beschikt over een op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting. Indien niet aan alle in artikel 3.3.2 genoemde criteria wordt voldaan, wordt de procedure plaatsing door derden van een door de netbeheerder geleverde meetinrichting gestopt door de netbeheerder. ### Artikel 3.3.4 @@ -394,7 +394,7 @@ De netbeheerder bewaart de op grond van 3.3.10 ontvangen gegevens tenminste twee ### Artikel 3.4.1 -Een ander dan de netbeheerder die op verzoek van de aangeslotene conform artikel 26ad, lid 6 of artikel 26ae, lid 7 van de Wet, er zorg voor draagt dat de afnemer beschikt over een op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting meldt de voorgenomen plaatsing van een niet door de netbeheerder geleverde op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting aan de netbeheerder en verstrekt daarbij de volgende gegevens: +Een ander dan de netbeheerder die op verzoek van de aangeslotene conform artikel 26ad, zesde lid, of artikel 26ae, zevende lid, van de Elektriciteitswet 1998, er zorg voor draagt dat de aangeslotene beschikt over een op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting meldt de voorgenomen plaatsing van een niet door de netbeheerder geleverde op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting aan de netbeheerder en verstrekt daarbij de volgende gegevens: a. de EAN-code van de aansluiting; b. de naam van de aangeslotene met wie de aansluit- en transportovereenkomst is gesloten, alsmede de adresgegevens, zijnde straatnaam, huisnummer met eventuele toevoegingen, postcode en plaatsnaam of eventuele alternatieve locatieaanduidingen, behorend bij het overdrachtspunt van de aansluiting; @@ -415,7 +415,9 @@ f. de te plaatsen op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting voldoet aan ### Artikel 3.4.3 -Het resultaat van de in 3.4.2 genoemde vaststelling wordt binnen vijf werkdagen na de in 3.4.1 bedoelde melding meegedeeld aan de ander dan de netbeheerder die op verzoek van de aangeslotene conform artikel 26ad, lid 6 of artikel 26ae, lid 7 van de Wet, er zorg voor draagt dat de afnemer beschikt over een op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting.Indien niet aan alle in 3.4.2 genoemde criteria wordt voldaan, wordt de procedure plaatsing door derden van een niet door de netbeheerder geleverde meetinrichting gestopt. +Het resultaat van de in artikel 3.4.2 genoemde vaststelling wordt binnen vijf werkdagen na de in artikel 3.4.1 bedoelde melding meegedeeld aan de ander dan de netbeheerder die op verzoek van de aangeslotene conform artikel 26ad, zesde lid, of artikel 26ae, zevende lid, van de Elektriciteitswet 1998, er zorg voor draagt dat de aangeslotene beschikt over een op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting. + +Indien niet aan alle in artikel 3.4.2 genoemde criteria wordt voldaan, wordt de procedure plaatsing door derden van een niet door de netbeheerder geleverde meetinrichting gestopt. ### Artikel 3.4.4 @@ -577,7 +579,7 @@ Indien de meetinrichting zich niet op het overdrachtspunt van de aansluiting bev ### Artikel 4.3.1.4 -Indien aan een aansluiting secundaire allocatiepunten zijn toegekend op grond van artikel 2.1.1.13 van de Netcode elektriciteit zorgt de op grond van artikel 2.6.5 aangewezen beheerder ervoor dat de capaciteit, het ontwerp en de aanleg van de meetinrichting ten behoeve van het secundaire allocatiepunt, met inbegrip van het primaire deel van de meetinrichting, in overeenstemming zijn met de doorlaatwaarde van het betreffende allocatiepunt. +Indien aan een aansluiting secundaire allocatiepunten zijn toegekend op grond van artikel 2.9 van de Netcode elektriciteit zorgt de op grond van artikel 2.6.5 aangewezen beheerder ervoor dat de capaciteit, het ontwerp en de aanleg van de meetinrichting ten behoeve van het secundaire allocatiepunt, met inbegrip van het primaire deel van de meetinrichting, in overeenstemming zijn met de doorlaatwaarde van het betreffende allocatiepunt. #### Paragraaf 4.3.2. Eisen aan het primaire deel van de meetinrichting @@ -591,7 +593,7 @@ Bij bestaande aansluitingen voldoet het primaire deel van de meetinrichting aan ### Artikel 4.3.2.3 -Bij meting aan laagspanningszijde van de MS/LS-transformator zorgt de beheerder van het primaire deel van de meetinrichting voor klemmen op de secundaire zijde van de stroomtransformator(en) waarop het secundaire deel van de meetinrichting kan worden aangesloten. Op de spanningsrail verzorgt de beheerder van het primaire deel van de meetinrichting een aansluitpunt waarop het secundaire deel van de meetinrichting kan worden aangesloten. +Bij meting aan laagspanningszijde van de MS/LS-transformator zorgt de beheerder van het primaire deel van de meetinrichting voor aansluitklemmen in de spannings- en stroomcircuits waarop het secundaire deel van de meetinrichting kan worden aangesloten. De smeltveiligheden (inclusief de zekeringhouder) in de spanningsmeetcircuits maken onderdeel uit van het primaire deel van de meetinrichting. ### Artikel 4.3.2.4