2009-04-02 | BWBR0012287 | Vreemdelingencirculaire 2000 (A)
This commit is contained in:
parent
a19c6fb4f8
commit
9ffcaed46a
1 changed files with 38 additions and 27 deletions
|
|
@ -1130,14 +1130,16 @@ b. vreemdelingen die een verblijf van langer dan drie maanden beogen.
|
|||
|
||||
Het verblijf in de vrije termijn bedraagt ten hoogste drie maanden binnen een tijdvak van zes maanden. Het tijdvak van zes maanden vangt aan op het moment van eerste binnenkomst van de vreemdeling in het Schengengebied (eventueel) met het op dat moment geldige visum.
|
||||
|
||||
De termijn van drie maanden wordt berekend door op de datum van inreis in Nederland vast te stellen of de vreemdeling in de voorafgaande zes maanden in het Schengengebied heeft verbleven. Indien dat niet het geval is kan de volle termijn van drie maanden worden benut vanaf de datum van inreis in Nederland. Indien de vreemdeling in de voorafgaande zes maanden reeds in het Schengengebied heeft verbleven wordt aan de hand van de datum van inreis in het Schengengebied berekend hoeveel dagen van de in totaal drie maanden vrije termijn resteert, ook al ligt deze datum van inreis vóór de zes maanden vanaf datum binnenkomst. Na deze eerste termijn van zes maanden, gaat er dan een nieuwe termijn van zes maanden lopen waarbinnen een derdelander drie maanden in het Schengengebied mag verblijven. De eerder binnen de tweede termijn verbleven periode wordt dan afgetrokken van de drie maanden vrije termijn. Bij de berekening van de vrije termijn zijn inreisstempels in één van de Schengenlanden leidend.
|
||||
|
||||
Categorieën van vreemdelingen: duur vrije termijn niet-visumplichtigen: drie maanden (zie artikel 3.3, eerste lid, aanhef, onder c en d, Vb);
|
||||
|
||||
– visumplichtigen (C-visum): voor de duur aangegeven in het visum;
|
||||
– houders van een luchthaventransitvisum (A-visum): geen;
|
||||
– houders van een doorreisvisum met recht van oponthoud (B-visum): voor de duur aangegeven in het visum (ten hoogste vijf dagen. Zie artikel 3.3, eerste lid, aanhef en onder b, Vb);
|
||||
– houders van een reisvisum: voor de duur aangegeven in het visum (ten hoogste drie maanden. Zie artikel 3.3, eerste lid, aanhef en onder b, Vb);
|
||||
– houders van een reisvisum geldig voor meerdere reizen: voor de duur aangegeven in het visum waarbij voor elke binnenkomst geldt dat deze ten hoogste drie maanden per zes maanden bedraagt (zie artikel 11, eerste lid, onder a, SUO);
|
||||
– houders van een bijzonder doorlaatbewijs: voor de duur aangegeven in het bewijs (zie model M6).
|
||||
• visumplichtigen (C-visum): voor de duur aangegeven in het visum;
|
||||
• houders van een luchthaventransitvisum (A-visum): geen;
|
||||
• houders van een doorreisvisum met recht van oponthoud (B-visum): voor de duur aangegeven in het visum (ten hoogste vijf dagen. Zie artikel 3.3, eerste lid, aanhef en onder b, Vb);
|
||||
• houders van een reisvisum: voor de duur aangegeven in het visum (ten hoogste drie maanden. Zie artikel 3.3, eerste lid, aanhef en onder b, Vb);
|
||||
• houders van een reisvisum geldig voor meerdere reizen: voor de duur aangegeven in het visum waarbij voor elke binnenkomst geldt dat deze ten hoogste drie maanden per zes maanden bedraagt (zie artikel 11, eerste lid, onder a, SUO);
|
||||
• houders van een bijzonder doorlaatbewijs: voor de duur aangegeven in het bewijs (zie model M6).
|
||||
|
||||
Zie voor de geldigheidsduur van visa A2/4.3.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1832,16 +1834,15 @@ Op grond van artikel 2.2a Vb dient de luchtvervoerder die passagiers van buiten
|
|||
|
||||
De passagiersgegevens die op vordering van de grensbewakingsautoriteiten door de luchtvervoerder dienen te worden aangeleverd bevatten:
|
||||
|
||||
het nummer en de aard van het gebruikte reisdocument;
|
||||
|
||||
a. de nationaliteit;
|
||||
b. de volledige naam;
|
||||
c. de geboortedatum;
|
||||
d. de grensdoorlaatpost van binnenkomst;
|
||||
e. het vluchtnummer;
|
||||
f. het tijdstip van vertrek en de aankomst van het vervoermiddel;
|
||||
g. het totale aantal met dat vervoermiddel vervoerde passagiers, en
|
||||
h. het eerste instappunt.
|
||||
a. het nummer en de aard van het gebruikte reisdocument;
|
||||
b. de nationaliteit;
|
||||
c. de volledige naam;
|
||||
d. de geboortedatum;
|
||||
e. de grensdoorlaatpost van binnenkomst;
|
||||
f. het vluchtnummer;
|
||||
g. het tijdstip van vertrek en de aankomst van het vervoermiddel;
|
||||
h. het totale aantal met dat vervoermiddel vervoerde passagiers, en
|
||||
i. het eerste instappunt.
|
||||
|
||||
De passagiersgegevens worden elektronisch door de luchtvervoerder verstrekt. De ambtenaar belast met de grensbewaking, die vordert tot het verzamelen en verstrekken van de passagiersgegevens, schrijft steeds een specifieke wijze van elektronische verstrekking voor (zie artikel 2.1a VV). Voorgeschreven kan worden om de gegevens middels een daartoe ter beschikking gesteld geautomatiseerd systeem of middels een beveiligde internetverbinding aan te leveren. De door de luchtvervoerder verzamelde gegevens dienen voor het einde van de instapcontrole, de zogenaamde ‘flightclosure’, te worden overgelegd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -2299,22 +2300,22 @@ Een in bewaring genomen document moet op grond van artikel 52, tweede lid, Vw aa
|
|||
|
||||
##### 5.3.2. Gevallen waarin tijdelijke bewaring geoorloofd is
|
||||
|
||||
In bepaalde gevallen zijn de ambtenaren belast met het toezicht op vreemdelingen bevoegd het grensoverschrijdingsdocument of het verblijfsdocument van een persoon in bewaring te nemen. Bij inname van het grensoverschrijdingsdocument of het verblijfsdocument dient aan de vreemdeling een ontvangstbewijs te worden verstrekt (zie model M101).
|
||||
In bepaalde gevallen zijn de ambtenaren belast met het toezicht op vreemdelingen bevoegd het grensoverschrijdingsdocument of het verblijfsdocument van een persoon in bewaring te nemen. Bij inname van het grensoverschrijdingsdocument of het verblijfsdocument dient aan de vreemdeling een ontvangstbewijs te worden verstrekt (zie model M101) alsmede een informatiefolder te worden overhandigd.
|
||||
|
||||
Het in bewaring nemen van het grensoverschrijdingsdocument of het verblijfsdocument kan op grond van artikel 4.23 Vb in de onderstaande gevallen plaatsvinden:
|
||||
|
||||
– het in bewaring nemen van het document is tijdelijk nodig voor het verkrijgen van de gegevens, bedoeld in Afdeling 5.2 van de Awb, met name artikel 5:17 (zie A3/7.3.8).
|
||||
• het in bewaring nemen van het document is tijdelijk nodig voor het verkrijgen van de gegevens, bedoeld in Afdeling 5.2 van de Awb, met name artikel 5:17 (zie A3/7.3.8).
|
||||
|
||||
Voor het toepassen van deze maatregel bestaat aanleiding indien een vreemdeling niet de vereiste medewerking aan het verkrijgen van de gevraagde gegevens verleent, met name indien hij weigert het paspoort, of ander identiteitspapier dat hij in zijn bezit heeft, daartoe aan de controlerende ambtenaar te overhandigen.
|
||||
|
||||
Voorts kan een grensoverschrijdingsdocument tijdelijk in bewaring worden genomen als in het document een aantekening moet worden gesteld omtrent verwijdering of ongewenstverklaring en de vreemdeling weigert het document voor dat doel te overhandigen;
|
||||
– bij een controle blijkt niet aanstonds dat het de vreemdeling is toegestaan in Nederland te verblijven, terwijl de gelegenheid ontbreekt, of het is – gelet op de omstandigheden – minder gewenst, hem met toepassing van artikel 50, derde lid, Vw naar een plaats, bestemd voor verhoor, over te brengen (zie A3/3.5).
|
||||
• bij een controle blijkt niet aanstonds dat het de vreemdeling is toegestaan in Nederland te verblijven, terwijl de gelegenheid ontbreekt, of het is – gelet op de omstandigheden – minder gewenst, hem met toepassing van artikel 50, derde lid, Vw naar een plaats, bestemd voor verhoor, over te brengen (zie A3/3.5).
|
||||
|
||||
De controlerende ambtenaar kan het identiteitbewijs van de vreemdeling dan tijdelijk in bewaring nemen en hem mededelen, dat hij zich voor het verstrekken van nadere gegevens terzake en voor het eventueel terugverkrijgen van het document bij de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen moet vervoegen (zie artikel 4.23, eerste lid, aanhef en onder b, Vb);
|
||||
– de vreemdeling is rechtens zijn vrijheid ontnomen hetzij met het oog op een tegen hem ingestelde strafvervolging, of wegens het ondergaan van een vrijheidsstraf, hetzij met toepassing van artikel 59 Vw (zie artikel 4.23, eerste lid, aanhef en onder c, Vb);
|
||||
– voor zover dat nodig is met het oog op de uitzetting of de overgave aan de buitenlandse grensautoriteiten van de vreemdeling (zie artikel 4.23, eerste lid, aanhef en onder d, Vb).
|
||||
• de vreemdeling is rechtens zijn vrijheid ontnomen hetzij met het oog op een tegen hem ingestelde strafvervolging, of wegens het ondergaan van een vrijheidsstraf, hetzij met toepassing van artikel 59 Vw (zie artikel 4.23, eerste lid, aanhef en onder c, Vb);
|
||||
• voor zover dat nodig is met het oog op de uitzetting of de overgave aan de buitenlandse grensautoriteiten van de vreemdeling (zie artikel 4.23, eerste lid, aanhef en onder d, Vb).
|
||||
|
||||
In deze gevallen dient de begeleidende ambtenaar de desbetreffende documenten bij het verlaten van Nederland te overhandigen aan de vreemdeling zelf of aan een ambtenaar van de KMar door wiens tussenkomst de vreemdeling aan de buitenlandse autoriteiten wordt overgegeven.
|
||||
Indien de redenen aan de tijdelijke inbewaringneming van een document ontvallen wordt het zo spoedig mogelijk aan de vreemdeling geretourneerd. In het geval van een inbewaring gestelde uit te zetten vreemdeling dient de begeleidende ambtenaar de desbetreffende documenten bij het verlaten van Nederland te overhandigen aan de vreemdeling zelf of aan een ambtenaar van de KMar door wiens tussenkomst de vreemdeling aan de buitenlandse autoriteiten wordt overgegeven.
|
||||
|
||||
### 6. Binnentreden
|
||||
|
||||
|
|
@ -2894,6 +2895,8 @@ In voorkomende gevallen kan het vertrek uit Nederland plaatsvinden met behulp va
|
|||
|
||||
Bij elke verwijdering van een vreemdeling dient steeds zoveel mogelijk te worden nagegaan door de vreemdelingenpolitie dan wel de KMar of de door de Minister gegeven voorschriften en aanwijzingen omtrent het doorhalen van in het paspoort gestelde aantekeningen, het inhouden van afzonderlijke inlegbladen en het inhouden van identiteitsdocumenten zijn nageleefd (zie A3/5).
|
||||
|
||||
Indien inlegbladen en identiteitsdocumenten als hier bedoeld bij de vreemdelingen worden aangetroffen, dienen deze te worden ingehouden en door tussenkomst van de DT&V te worden toegezonden aan de betrokken ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen. Bij inname van het reis- of identiteitsdocument dient aan de vreemdeling een ontvangstbewijs te worden verstrekt (zie model M101) alsmede een informatiefolder te worden overhandigd.
|
||||
|
||||
#### 4.4. Het stellen van aantekeningen in reisdocumenten
|
||||
|
||||
Ten aanzien van het stellen van aantekeningen omtrent verwijdering in het reisdocument van de vreemdeling, gelden de volgende hoofdregels:
|
||||
|
|
@ -2917,9 +2920,15 @@ Voor het stellen van aantekeningen in het algemeen, zie A3/5.
|
|||
|
||||
Voor de eventuele intrekking van de resterende geldigheidsduur van een visum, zie A2/4.3.7.
|
||||
|
||||
#### 4.5. Toezending van reisdocumenten aan de doorlaatpost van uitreis
|
||||
#### 4.5. Toezending van reisdocumenten aan de grensdoorlaatpost van uitreis
|
||||
|
||||
In gevallen waarin het vertrek van de vreemdeling onder toezicht geschiedt, wordt zijn reisdocument met toepassing van het bepaalde in artikel 4.23 Vb tijdelijk in bewaring genomen en toegezonden aan het hoofd van de grensdoorlaatpost of het overgave-overnamepunt waarlangs de betrokkene Nederland zal verlaten. Zie in dit verband ook A3/5. De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen stelt de vreemdeling in het bezit van een ontvangstbewijs (zie model M101).
|
||||
In gevallen waarin het vertrek van de vreemdeling onder toezicht geschiedt, wordt zijn reisdocument met toepassing van het bepaalde in artikel 4.23 Vb tijdelijk in bewaring genomen en toegezonden aan het hoofd van de grensdoorlaatpost of het overgave-overnamepunt waarlangs de betrokkene Nederland zal verlaten. Zie in dit verband ook A3/5. De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen stelt de vreemdeling in het bezit van een ontvangstbewijs (zie model M101) alsmede een informatiefolder.
|
||||
|
||||
De ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen zendt het reisdocument tijdig per aangetekende brief aan het hoofd van de betreffende grensdoorlaatpost of het overgave-overnamepunt, onder nauwkeurige opgave van het tijdstip waarop de vreemdeling langs deze doorlaatpost/ overgave-overnamepunt zal uitreizen.
|
||||
|
||||
Het hoofd van de desbetreffende grensdoorlaatpost of het overgaveovernamepunt geeft het reisdocument aan de vreemdeling terug nadat deze het ontvangstbewijs voor terugontvangst (zie model M101) heeft ondertekend en controleert of de vreemdeling inderdaad het land verlaat. Vervolgens stelt het hoofd van de grensdoorlaatpost of het overgave-overnamepunt op het ingehouden ontvangstbewijs een verklaring waaruit blijkt dat het vertrek van de vreemdeling is gecontroleerd en zendt hij het ontvangstbewijs terug aan de ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen die het heeft afgegeven.
|
||||
|
||||
Indien de vreemdeling zich niet op de afgesproken tijd en plaats bij het hoofd van de grensdoorlaatpost of het overgave-overnamepunt heeft vervoegd, of indien de uitreis van de vreemdeling vertraging ondervindt, dan wel op moeilijkheden stuit, geeft het hoofd van de grensdoorlaatpost of het overgave-overnamepunt aanstonds kennis aan de betrokken vreemdelingenpolitie, ZHP of KMar, teneinde overleg te plegen omtrent de ter zake te volgen gedragslijn.
|
||||
|
||||
### 5. Zelfstandig vertrek gefaciliteerd door IOM
|
||||
|
||||
|
|
@ -3181,7 +3190,9 @@ Ten aanzien van andere procedurele bepalingen zij hierbij verder verwezen naar A
|
|||
|
||||
#### 7.7. Procedure bij vreemdelingen met TBC
|
||||
|
||||
De uitzetting van de vreemdeling en van zijn gezinsleden wordt opgeschort indien bij de vreemdeling of een van zijn gezinsleden TBC is geconstateerd. TBC wordt vastgesteld door overlegging aan de IND van een gedagtekende verklaring van een GG&GD-arts. Deze verklaring dient te vermelden dat de betrokkene TBC heeft en wat de te verwachten behandeltermijn is. De verklaring mag niet ouder zijn dan twee weken.
|
||||
De uitzetting van de vreemdeling en van zijn gezinsleden wordt opgeschort indien bij de vreemdeling of een van zijn gezinsleden TBC is geconstateerd. Uitzondering hierop vormt de situatie waarbij gesloten TBC is geconstateerd bij deze vreemdeling of een van zijn gezinsleden en de overdracht van de vreemdeling zal plaatsvinden op grond van de verordening 343/2003 (Dublin verordening) dan wel overdracht zal plaatsvinden aan een bij de Dublinverordening aangesloten land waarmee een terug- en overname overeenkomst is gesloten. In dat geval kan de vreemdeling op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel worden overgedragen omdat de medische voorzieningen in beginsel vergelijkbaar worden verondersteld tussen de lidstaten, tenzij de betrokken vreemdeling aannemelijk maakt met concrete aanwijzingen dat dit uitgangspunt in zijn of haar geval niet opgaat (zie hiervoor C3/ 2.3.6.4). In het geval open TBC is geconstateerd bij de vreemdeling of een van zijn gezinsleden blijft de opschorting van uitzetting van kracht ongeacht het land waarnaar de uitzetting wordt beoogd.
|
||||
|
||||
Voor de toepassing van artikel 64 Vw wegens TBC is geen advies van het BMA nodig en is evenmin een toestemmingsverklaring M39-A vereist. TBC wordt vastgesteld door overlegging aan de IND van een gedagtekende verklaring van een GG&GD-arts. Deze verklaring dient te vermelden dat de betrokkene TBC heeft en wat de te verwachten behandeltermijn is. De verklaring mag niet ouder zijn dan twee weken.
|
||||
|
||||
De behandeling van TBC duurt in het algemeen 9 tot 12 maanden. Na het verstrijken van de behandeltermijn kan de DT&V tot uitzetting overgaan.
|
||||
|
||||
|
|
@ -4807,9 +4818,9 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
*[afbeelding]*
|
||||
|
||||
## Bijlage M102. Verzoek tot doorgeleiding met het oog op verwijdering door de lucht (overeenkomstig art. 4 van
|
||||
## Bijlage M102. Maatregel ex
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
*[afbeelding]*
|
||||
|
||||
## Bijlage M102-A. Transit request for the purposes of removal by air
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue