From a00c2124dd30dd5c8771de33d89fae8ac09163e6 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Tue, 1 Jan 2013 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2013-01-01 | BWBR0011823 | Vreemdelingenwet 2000 --- .../BWBR0011823/README.md | 66 +++++++++---------- 1 file changed, 32 insertions(+), 34 deletions(-) diff --git a/wet/vreemdelingenwet-2000/BWBR0011823/README.md b/wet/vreemdelingenwet-2000/BWBR0011823/README.md index 1cf412c2658..5c6d92de93a 100644 --- a/wet/vreemdelingenwet-2000/BWBR0011823/README.md +++ b/wet/vreemdelingenwet-2000/BWBR0011823/README.md @@ -29,7 +29,7 @@ e. gemeenschapsonderdanen: 5°. onderdanen van de Zwitserse Bondsstaat, indien zij verblijven op grond van de op 21 juni 1999 te Luxemburg totstandgekomen Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen (Trb. 2000, 16 en 86); 6°. familieleden van de onder 5° genoemden die de nationaliteit van een derde staat bezitten en die krachtens de onder 5° genoemde Overeenkomst gerechtigd zijn een lidstaat binnen te komen en er te verblijven; f. herhaalde aanvraag: een aanvraag, die op grond van artikel 4:6, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan worden afgewezen; -g. de korpschef: de korpschef, bedoeld in artikel 24 van de Politiewet 1993; +g. de korpschef: de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012; h. machtiging tot voorlopig verblijf: het bij een Nederlandse diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in het land van herkomst, het land van bestendig verblijf of, bij gebreke daarvan, het dichtstbijzijnde land waar wel een vertegenwoordiging is gevestigd, dan wel bij het Kabinet van de Gouverneur van de Nederlandse Antillen of het Kabinet van de Gouverneur van Aruba aldaar, door de vreemdeling in persoon aangevraagde en aldaar door die vertegenwoordiging of dat Kabinet na voorafgaande machtiging van Onze Minister van Buitenlandse Zaken afgegeven visum voor een verblijf van langer dan drie maanden; i. Onze Minister: Onze Minister van Justitie; j. verblijf op reguliere gronden: het verblijf van een vreemdeling in Nederland op grond van deze wet anders dan op de gronden bedoeld in de artikelen 29 en 34; @@ -237,7 +237,7 @@ h. de vreemdeling, die niet behoort tot een der categorieën, bedoeld in artikel ### Artikel 16a -**1.** De aanvraag tot het wijzigen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 kan worden afgewezen op de gronden, bedoeld in artikel 16, eerste lid, onder b tot en met g, alsmede indien de vreemdeling het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 13 van de Wet inburgering, niet heeft behaald. +**1.** De aanvraag tot het wijzigen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 kan worden afgewezen op de gronden, bedoeld in artikel 16, eerste lid, onder b tot en met g, alsmede indien de vreemdeling het examen, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, van de Wet inburgering, of een diploma, certificaat of ander document, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van die wet, niet heeft behaald. **2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de toepassing van de gronden, bedoeld in het eerste lid. @@ -274,7 +274,9 @@ c. de vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achte d. de vreemdeling niet meer zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan dan wel de persoon bij wie de vreemdeling verblijft niet meer zelfstandig en duurzaam beschikt over voldoende middelen van bestaan; e. de vreemdeling een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid; f. niet wordt voldaan aan de beperking waaronder de vergunning is verleend of een voorschrift dat aan de vergunning is verbonden; -g. de vreemdeling voor een werkgever arbeid verricht, zonder dat aan de Wet arbeid vreemdelingen is voldaan. +g. de vreemdeling voor een werkgever arbeid verricht, zonder dat aan de Wet arbeid vreemdelingen is voldaan; +h. dit onderdeel is nog niet in werking getreden; +i. de vreemdeling niet heeft voldaan aan de inburgeringsplicht, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet inburgering, binnen de in dat artikel genoemde termijn, of binnen de met toepassing van artikel 7, derde lid, van die wet of van de krachtens artikel 7, vierde lid, aanhef en onderdeel a, van die wet gestelde regels verlengde termijn. **2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de toepassing van de gronden, bedoeld in het eerste lid. @@ -311,7 +313,7 @@ g. niet beschikt over een toereikende ziektekostenverzekering voor hemzelf en de h. onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden terwijl die gegevens tot afwijzing van de aanvraag tot het verlenen, wijzigen of verlengen zouden hebben geleid; i. rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in artikel 8, onderdeel c of d, of in afwachting is van een definitieve beslissing tot het verlenen of verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning als bedoeld in de artikelen 28 of 33; of j. een bijzondere geprivilegieerde status bezit dan wel heeft bezeten in de periode van vijf jaren direct voorafgaande aan de aanvraag; -k. het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 13 van de Wet inburgering, niet heeft behaald. +k. het examen, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, van de Wet inburgering, of een diploma, certificaat of ander document, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van die wet, niet heeft behaald. **2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de gronden, bedoeld in het eerste lid. @@ -534,7 +536,7 @@ b. een verleende verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd in te trekken. ### Artikel 34 -**1.** De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 33 van de vreemdeling die direct voorafgaande aan de aanvraag, gedurende vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft genoten als bedoeld in artikel 8, onder c, kan slechts worden afgewezen indien zich op het moment waarop de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 28, afloopt, een grond als bedoeld in artikel 32 voordoet, dan wel indien de vreemdeling het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 13 van de Wet inburgering, niet heeft behaald. +**1.** De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 33 van de vreemdeling die direct voorafgaande aan de aanvraag, gedurende vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft genoten als bedoeld in artikel 8, onder c, kan slechts worden afgewezen indien zich op het moment waarop de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 28, afloopt, een grond als bedoeld in artikel 32 voordoet, dan wel indien de vreemdeling het examen, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, van de Wet inburgering, of een diploma, certificaat of ander document, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van die wet, niet heeft behaald. **2.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de toepassing van het inburgeringsvereiste, bedoeld in het eerste lid. @@ -679,9 +681,9 @@ b. een verblijfsvergunning is ingetrokken of niet verlengd. Met het toezicht op de naleving en de uitvoering van de Schengengrenscode en de wettelijke voorschriften met betrekking tot de grensbewaking zijn belast: a. de ambtenaren van de Koninklijke marechaussee; -b. de ambtenaren van het regionale politiekorps Rotterdam-Rijnmond; +b. de ambtenaren die zijn tewerkgesteld bij de regionale eenheid in het gebied waarin de haven van Rotterdam is gelegen; c. de directeur van een grenslogies als bedoeld in artikel 3 van het Reglement regime grenslogies; -d. de bij besluit van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Defensie, aangewezen ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a en c, en tweede lid, van de Politiewet 1993. +d. de bij besluit van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Defensie, aangewezen ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 2, onder a, c en d, van de Politiewet 2012 die zijn aangesteld voor de uitvoering van de politietaak. **2.** @@ -698,11 +700,11 @@ b. de verplichtingen waaraan personen zijn onderworpen met het oog op de control Met het toezicht op de naleving van de wettelijke voorschriften met betrekking tot vreemdelingen zijn belast: -a. de ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a en c, en tweede lid, van de Politiewet 1993; +a. de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 2, onder a, c en d, van de Politiewet 2012, die zijn aangesteld voor de uitvoering van de politietaak; b. de ambtenaren van de Koninklijke marechaussee; c. de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren. -**2.** De ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a en c, en tweede lid, van de Politiewet 1993 oefenen het toezicht op vreemdelingen uit onder leiding van de korpschef. +**2.** De ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 2, onder a, c en d, van de Politiewet 2012, die zijn aangesteld voor de uitvoering van de politietaak oefenen het toezicht op vreemdelingen uit onder leiding van de korpschef. **3.** De ambtenaren van de Koninklijke marechaussee oefenen het toezicht op vreemdelingen uit onder leiding van de Commandant der Koninklijke marechaussee. @@ -720,7 +722,7 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden Onze Minister kan aanwijzingen geven over de inrichting van de werkprocessen en bedrijfsvoering aan: -a. de korpschef, door tussenkomst van de beheerder van het regionale politiekorps; +a. de korpschef, door tussenkomst van Onze Minister van Veiligheid en Justitie; b. de Commandant der Koninklijke marechaussee, door tussenkomst van de Minister van Defensie. **4.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het eerste, tweede en derde lid. @@ -741,7 +743,7 @@ b. de Commandant der Koninklijke marechaussee, door tussenkomst van de Minister **3.** Indien de identiteit van de staande gehouden persoon onmiddellijk kan worden vastgesteld en indien blijkt dat deze persoon geen rechtmatig verblijf geniet, dan wel niet onmiddellijk blijkt dat hij rechtmatig verblijf heeft, mag hij worden overgebracht naar een plaats bestemd voor verhoor. Hij wordt aldaar niet langer dan gedurende zes uren opgehouden, met dien verstande, dat de tijd tussen middernacht en negen uur voormiddags niet wordt meegerekend. -**4.** Indien nog grond bestaat voor het vermoeden dat de opgehouden persoon geen rechtmatig verblijf heeft, kan de in het tweede en derde lid bepaalde termijn door de Commandant der Koninklijke marechaussee respectievelijk door de korpschef, bevoegd ter plaatse waar die persoon zich bevindt, in het belang van het onderzoek met ten hoogste acht en veertig uren worden verlengd. +**4.** Indien nog grond bestaat voor het vermoeden dat de opgehouden persoon geen rechtmatig verblijf heeft, kan de in het tweede en derde lid bepaalde termijn door de Commandant der Koninklijke marechaussee respectievelijk door de korpschef in het belang van het onderzoek met ten hoogste acht en veertig uren worden verlengd. **5.** De in het eerste lid bedoelde ambtenaren zijn bevoegd de opgehouden persoon aan diens kleding of lichaam te onderzoeken, alsmede zaken van deze persoon te doorzoeken. @@ -1014,9 +1016,7 @@ e. in het belang van de internationale betrekkingen van Nederland. ### Artikel 71 -**1.** In afwijking van artikel 8:7 van de Algemene wet bestuursrecht, is voor beroepen tegen besluiten, gegeven op grond van deze wet de rechtbank te 's-Gravenhage bevoegd. - -**2.** Tegen een besluit, gegeven op grond van de artikelen 43 en 45, vierde lid, kan een belanghebbende beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De artikelen 70, eerste lid, en 89 zijn van overeenkomstige toepassing. +Op het beroep tegen een besluit, genomen op grond van de artikelen 43 en 45, vierde lid, zijn de artikelen 70, eerste lid, en 89 van overeenkomstige toepassing. ### Afdeling 2. Regulier @@ -1059,11 +1059,7 @@ Vervallen ### Artikel 75 -In afwijking van artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan geen bezwaar worden gemaakt tegen een beschikking die: - -a. is gegeven op grond van de artikelen 54, tweede lid, 56 of 59; -b. een aanwijzing inhoudt overeenkomstig de artikelen 55, 57 of 58; -c. een kennisgeving inhoudt overeenkomstig artikel 62a, tweede lid. +Vervallen ### Artikel 76 @@ -1073,7 +1069,7 @@ Indien bezwaar wordt gemaakt tegen een beschikking op grond van deze wet die kra ### Artikel 77 -**1.** Tegen een ter uitvoering van deze wet genomen beschikking die niet door of namens Onze Minister is genomen, met uitzondering van een beschikking als bedoeld in artikel 72, tweede lid, kan bij Onze Minister administratief beroep worden ingesteld. Artikel 10:3, tweede lid, onder c, van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing. +**1.** Tegen een ter uitvoering van deze wet genomen beschikking die niet door of namens Onze Minister is genomen, met uitzondering van een beschikking als bedoeld in artikel 72, tweede lid, kan bij Onze Minister administratief beroep worden ingesteld. **2.** In afwijking van het eerste lid staat geen administratief beroep open tegen een beschikking die is gegeven op grond van de artikelen 6 en 50, tweede, derde en vierde lid. @@ -1097,7 +1093,7 @@ Indien een verzoek om een voorlopige voorziening is gedaan teneinde uitzetting t ### Artikel 80 -Artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing. +Vervallen #### Paragraaf 2. Beroep op de rechtbank @@ -1155,9 +1151,15 @@ c. de goede procesorde zich daartegen verzet of de afdoening van de zaak daardoo ### Afdeling 4. Hoger beroep +### Artikel 83a + +**1.** Op het hoger beroep zijn de titels 8.1 tot en met 8.3 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de artikelen 8:1 tot en met 8:10 en de artikelen 8:13, 8:41, tweede lid, 8:54, tweede lid, 8:55, 8:74 en 8:82, voor zover in deze wet niet anders is bepaald. + +**2.** Artikel 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing. + ### Artikel 84 -In afwijking van artikel 47, eerste lid, van de Wet op de Raad van State staat geen hoger beroep open tegen een uitspraak van de rechtbank of van de voorzieningenrechter van de rechtbank: +In afwijking van artikel 8:104, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht staat geen hoger beroep open tegen een uitspraak van de rechtbank of van de voorzieningenrechter van de rechtbank: a. over een besluit of handeling op grond van artikel 6, eerste lid, hoofdstuk 4 of hoofdstuk 5; b. over een visum voor een verblijf van drie maanden of minder; @@ -1174,21 +1176,19 @@ d. over de toekenning van de vergoeding, bedoeld in artikel 106. ### Artikel 86 -**1.** In afwijking van artikel 51, vierde lid, van de Wet op de Raad van State bedraagt de termijn binnen welke de bijschrijving of storting van het verschuldigde bedrag dient plaats te vinden, twee weken. De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kan een kortere termijn stellen. +**1.** In afwijking van artikel 8:41, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt de termijn binnen welke de bijschrijving of storting van het verschuldigde bedrag dient plaats te vinden, twee weken. De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kan een kortere termijn stellen. -**2.** In afwijking van artikel 51 van de Wet op de Raad van State wordt door de secretaris geen griffierecht geheven, indien hoger beroep wordt ingesteld tegen een uitspraak die is gedaan met toepassing van afdeling 3 van dit hoofdstuk. +**2.** In afwijking van artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt door de secretaris geen griffierecht geheven, indien hoger beroep wordt ingesteld tegen een uitspraak die is gedaan met toepassing van afdeling 3 van dit hoofdstuk. -**3.** In afwijking van artikel 52 van de Wet op de Raad van State wordt door de secretaris geen griffierecht geheven voor een verzoek om voorlopige voorziening indien hoger beroep wordt ingesteld tegen een uitspraak die is gedaan met toepassing van afdeling 3 van dit hoofdstuk. +**3.** In afwijking van artikel 8:82 van de Algemene wet bestuursrecht wordt door de secretaris geen griffierecht geheven voor een verzoek om voorlopige voorziening indien hoger beroep wordt ingesteld tegen een uitspraak die is gedaan met toepassing van afdeling 3 van dit hoofdstuk. ### Artikel 87 -In afwijking van artikel 48, tweede lid, van de Wet op de Raad van State zendt de griffier van de rechtbank die de uitspraak heeft gedaan onverwijld de gedingstukken met een afschrift van de uitspraak en zo mogelijk onverwijld een afschrift van het proces-verbaal van de zitting aan de secretaris van de Raad van State. +In afwijking van artikel 8:107, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht zendt de griffier van de rechtbank die de uitspraak heeft gedaan onverwijld de gedingstukken met een afschrift van de uitspraak en zo mogelijk onverwijld een afschrift van het proces-verbaal van de zitting aan de secretaris van de Raad van State. ### Artikel 88 -**1.** Op het hoger beroep ishoofdstuk 8 van de Algemene wet bestuursrecht, met uitzondering van afdeling 8.1.1 en de artikelen 8:13, 8:41, 8:54, tweede lid, 8:55, 8:74 en 8:82, van overeenkomstige toepassing, voor zover in deze wet of in hoofdstuk III, afdeling 3, paragraaf 2 van de Wet op de Raad van State niet anders is bepaald. - -**2.** Artikel 49 van de Wet op de Raad van State is niet van toepassing. +Vervallen ### Artikel 89 @@ -1214,11 +1214,9 @@ In afwijking van artikel 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht kan de Voorzitte ### Artikel 93 -**1.** Een aanwijzing op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, of op grond van artikel 55, eerste lid, de ophouding en de verlenging van de ophouding bedoeld in artikel 50, tweede, derde en vierde lid, en een ingevolge hoofdstuk 5 van deze wet genomen maatregel strekkende tot vrijheidsbeperking of vrijheidsontneming worden voor de toepassing van artikel 8:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht gelijkgesteld met een besluit. +**1.** Een aanwijzing op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, of op grond van artikel 55, eerste lid, de ophouding en de verlenging van de ophouding bedoeld in artikel 50, tweede, derde en vierde lid, en een ingevolge hoofdstuk 5 van deze wet genomen maatregel strekkende tot vrijheidsbeperking of vrijheidsontneming worden voor de toepassing van artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht gelijkgesteld met een besluit. -**2.** Artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing. - -**3.** In afwijking van artikel 8:41 van de Algemene wet bestuursrecht wordt door de griffier geen griffierecht geheven. +**2.** In afwijking van artikel 8:41 van de Algemene wet bestuursrecht wordt door de griffier geen griffierecht geheven. ### Artikel 94 @@ -1238,7 +1236,7 @@ In afwijking van artikel 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht kan de Voorzitte **2.** Afdeling 4 is van toepassing. In afwijking van artikel 84, onder d, strekt het hoger beroep zich ook uit over de toekenning van schadevergoeding, bedoeld in artikel 106. -**3.** In afwijking van de artikelen 51 en 52 van de Wet op de Raad van State wordt door de secretaris geen griffierecht geheven. +**3.** In afwijking van de artikelen 8:41, eerste lid, en 8:82 van de Algemene wet bestuursrecht wordt door de secretaris geen griffierecht geheven. ### Artikel 96