2009-07-21 | BWBR0005858 | Stortbesluit bodembescherming

This commit is contained in:
Coornhert 2009-07-21 12:00:00 +00:00
parent a536c2841f
commit a033138c93

View file

@ -18,13 +18,9 @@ citeertitel: Stortbesluit bodembescherming
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
wet: Wet milieubeheer;
asbest: de volgende vezelachtige silicaten: crocidoliet (blauw asbest), actinoliet, anthofylliet, chrysotiel (wit asbest), amosiet (bruin asbest) of tremoliet;
vergunning: vergunning voor een stortplaats krachtens artikel 8.1, eerste lid, van de wet;
inrichting: inrichting die behoort tot een categorie van inrichtingen, die is aangewezen krachtens artikel 1.1, derde lid, van de wet;
stortplaats: inrichting waar afvalstoffen worden gestort, dan wel het gedeelte van een inrichting, waar afvalstoffen worden gestort, indien in de inrichting niet uitsluitend afvalstoffen worden gestort;
cel: stortvak of een deel daarvan met een bepaalde hoogte;
gemiddeld hoogste grondwaterstand: rekenkundig gemiddelde over ten minste acht achtereenvolgende jaren van de drie hoogste grondwaterstanden per hydrologisch jaar;
@ -32,19 +28,23 @@ gemiddeld laagste grondwaterstand: rekenkundig gemiddelde over ten minste acht a
hydrologisch jaar: periode van 1 april tot en met 31 maart van het daarop volgende kalenderjaar;
inrichting: inrichting die behoort tot een categorie van inrichtingen, die is aangewezen krachtens artikel 1.1, derde lid, van de wet;
ondergrondse stortplaats: stortplaats waar afvalstoffen in de diepe ondergrond worden gebracht;
percolaat: vloeistof die uit de gestorte afvalstoffen komt of daarmee in contact is geweest;
asbest: de volgende vezelachtige silicaten: crocidoliet (blauw asbest), actinoliet, anthofylliet, chrysotiel (wit asbest), amosiet (bruin asbest) of tremoliet;
stortplaats: inrichting waar afvalstoffen worden gestort, dan wel het gedeelte van een inrichting, waar afvalstoffen worden gestort, indien in de inrichting niet uitsluitend afvalstoffen worden gestort;
vergunning: vergunning voor een stortplaats krachtens artikel 8.1, eerste lid, van de wet;
wet: Wet milieubeheer.
**2.** Onder stortplaats wordt mede verstaan een stortplaats waar het storten van afvalstoffen is beëindigd. Tot de stortplaats wordt mede gerekend het gedeelte van de stortplaats waar het storten van afvalstoffen is beëindigd.
**3.** Onder asbest worden mede verstaan produkten waarin asbest is verwerkt, en asbeststof.
**4.** De bij of krachtens dit besluit gestelde voorschriften ter uitvoering van richtlijn nr. 1999/31/EG van de Raad van de Europese Unie van 26 april 1999 betreffende het storten van afvalstoffen (PbEG L 182), zijn, met uitzondering van de artikelen waarvoor op grond van de richtlijn vrijstelling kan worden verleend, van overeenkomstige toepassing op een permanente afvalopslagvoorziening in diepe onderaardse ruimten.
**5.** Een wijziging van de in het vierde lid bedoelde richtlijn gaat voor de toepassing van dat lid gelden met ingang van de dag waarop aan de betreffende wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
**6.** Onze Minister kan nadere regels stellen, inhoudende de verplichting voor het bevoegd gezag voorschriften aan de vergunning te verbinden, waarvan de inhoud in die regels is aangegeven, met betrekking tot de wijze waarop de gemiddeld hoogste grondwaterstand en de gemiddeld laagste grondwaterstand worden bepaald.
**4.** Onze Minister kan nadere regels stellen, inhoudende de verplichting voor het bevoegd gezag voorschriften aan de vergunning te verbinden, waarvan de inhoud in die regels is aangegeven, met betrekking tot de wijze waarop de gemiddeld hoogste grondwaterstand en de gemiddeld laagste grondwaterstand worden bepaald.
### Artikel 2
@ -94,13 +94,30 @@ Het bevoegd gezag verbindt aan de vergunning voorschriften ten aanzien van de va
Het bevoegd gezag verbindt aan de vergunning voorschriften, inhoudende de verplichting dat percolaat wordt opgevangen, verzameld en gezuiverd of afgevoerd op een zodanige wijze dat geen gevaar bestaat voor verontreiniging van de bodem, en betrekt daarbij de bijzonderheden van de stortplaats waarvoor de vergunning wordt verleend, en de aard van de afvalstoffen die op die stortplaats worden gestort.
### Artikel 5a
**1.**
Het bevoegd gezag verbindt aan de vergunning voor een ondergrondse stortplaats de verplichting dat:
a. voor zover van toepassing, de voorzieningen, bedoeld in bijlage A bij de bijlage bij de beschikking nr. 2003/33/EG van de Raad van de Europese Unie van 19 december 2002 tot vaststelling van criteria en procedures voor het aanvaarden van afvalstoffen op stortplaatsen overeenkomstig artikel 16 en bijlage II van Richtlijn 1999/31/EG betreffende het storten van afvalstoffen (Pb EG L 11), worden getroffen,
b. de afvalstoffen in de diepe ondergrond worden gebracht in overeenstemming met het bepaalde in bijlage A, bedoeld onder a, en
c. degene die een ondergrondse stortplaats drijft, er voor zorgdraagt dat op die stortplaats een rapport, inhoudende een veiligheidsbeoordeling, aanwezig is die voldoet aan onderdeel 2.5 van de bijlage bij de beschikking, bedoeld onder a.
**2.** Een wijziging van de bijlage bij de beschikking, bedoeld in het eerste lid, gaat voor de toepassing van het eerste lid gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.
### Artikel 6
Het bevoegd gezag verbindt aan de vergunning voorschriften, inhoudende de verplichting dat:
a. afvalstoffen die asbest bevatten, zodanig worden gestort dat asbestvezels of asbeststof niet kunnen vrijkomen,
b. afvalstoffen die asbest bevatten, zodanig worden behandeld, verpakt of afgedekt dat er geen asbestvezels of asbeststof in het milieu kunnen terechtkomen, alsmede
c. zodanige voorzieningen worden getroffen dat afvalstoffen die asbest bevatten, niet met andere afvalstoffen vermengd kunnen geraken, en betrekt daarbij de bijzonderheden van de stortplaats waarvoor de vergunning wordt verleend, en de aard van de afvalstoffen die op die stortplaats worden gestort.
a. zodanige voorzieningen worden getroffen dat asbesthoudende afvalstoffen niet met andere afvalstoffen vermengd kunnen raken,
b. asbesthoudende afvalstoffen die niet deugdelijk zijn verpakt, aan het einde van iedere werkdag zodanig worden afgedekt dat geen verspreiding van vezels kan plaatsvinden,
c. asbesthoudende afvalstoffen die niet zijn verpakt of afgedekt, zodanig vochtig worden gehouden, dat geen verspreiding van vezels kan plaatsvinden,
d. het stortgebied van asbesthoudende afvalstoffen voorafgaand aan het betreden van deze afvalstoffen met materieel, wordt afgedekt,
e. op de stortplaats geen andere activiteiten dan stortactiviteiten worden verricht waardoor asbestvezels uit de gestorte afvalstoffen kunnen vrijkomen,
f. degene die een stortplaats drijft, er voor zorgdraagt dat op de stortplaats een overzicht aanwezig is waarop de plaatsen zijn aangegeven waar asbesthoudende afvalstoffen zijn gestort en gegevens aanwezig zijn waaruit blijkt hoe die plaatsen worden afgeschermd ter voorkoming van menselijk contact met asbesthoudende afvalstoffen,
g. indien ten aanzien van de stortplaats een verklaring als bedoeld in artikel 8.47, derde lid, van de Wet milieubeheer is afgegeven, het overzicht, bedoeld in onderdeel f, wordt overgelegd aan gedeputeerde staten van de provincie waarin de stortplaats ten aanzien waarvan de verklaring is afgegeven, is gelegen, en
h. asbesthoudend afval in een voor asbesthoudende afvalstoffen bestemde cel wordt gestort, voor zover het een vergunning voor een stortplaats voor niet-gevaarlijke afvalstoffen betreft.
### Artikel 6a