2014-01-01 | BWBR0030892 | Besluit registers kinderopvang en peuterspeelzaalwerk
This commit is contained in:
parent
5603363905
commit
a039dfa453
1 changed files with 175 additions and 104 deletions
|
|
@ -1,14 +1,14 @@
|
|||
---
|
||||
titel: Besluit registers kinderopvang en peuterspeelzaalwerk
|
||||
titel: Besluit registers kinderopvang, buitenlandse kinderopvang en peuterspeelzaalwerk
|
||||
bwb_id: BWBR0030892
|
||||
type: AMvB
|
||||
status: geldend
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2012-01-01'
|
||||
datum_inwerkingtreding: '2013-11-01'
|
||||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0030892
|
||||
citeertitel: Besluit registers kinderopvang en peuterspeelzaalwerk
|
||||
citeertitel: Besluit registers kinderopvang, buitenlandse kinderopvang en peuterspeelzaalwerk
|
||||
---
|
||||
|
||||
# Besluit registers kinderopvang en peuterspeelzaalwerk
|
||||
# Besluit registers kinderopvang, buitenlandse kinderopvang en peuterspeelzaalwerk
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
|
||||
|
||||
|
|
@ -18,42 +18,43 @@ citeertitel: Besluit registers kinderopvang en peuterspeelzaalwerk
|
|||
|
||||
In dit besluit wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
– *aantal kindplaatsen:* maximum aantal kinderen dat gelijktijdig in een peuterspeelzaal of in een kinderopvangvoorziening kan worden opgevangen, waarbij in het geval van een voorziening voor gastouderopvang tot de kinderen behoort een kind jonger dan 10 jaar van de gastouder of zijn partner;
|
||||
– *burgerservicenummer:* het burgerservicenummer, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer;
|
||||
– *college:* college van burgemeester en wethouders;
|
||||
– *aantal kindplaatsen:* maximum aantal kinderen dat gelijktijdig in een peuterspeelzaal of in een kinderopvangvoorziening, die geen gastouderbureau is, kan worden opgevangen, waarbij in het geval van een voorziening voor gastouderopvang tot de kinderen behoort een kind jonger dan 10 jaar van de gastouder of zijn partner;
|
||||
– *buitenschoolse opvang:* kinderopvang, verzorgd door een kindercentrum voor kinderen in de leeftijd dat zij naar het basisonderwijs kunnen gaan, waarbij opvang wordt geboden voor of na de dagelijkse schooltijd, alsmede gedurende vrije dagen of middagen en in de schoolvakanties;
|
||||
– *dagopvang:* kinderopvang, verzorgd door een kindercentrum voor kinderen tot de leeftijd waarop zij het basisonderwijs volgen;
|
||||
– *handelsregister:* het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007;
|
||||
– *inschrijving in het register:* het toekennen, op basis van een positieve beschikking, van de status geregistreerd in het register kinderopvang dan wel het register peuterspeelzaalwerk;
|
||||
– *kinderopvangvoorziening:* een kindercentrum, waarin buitenschoolse opvang dan wel dagopvang plaatsvindt, een gastouderbureau of een voorziening voor gastouderopvang;
|
||||
– *KvK-nummer:* een door een kamer van koophandel toegekend uniek nummer over een onderneming of maatschappelijke activiteit in het handelsregister;
|
||||
– *inschrijving in het register buitenlandse kinderopvang:* het toekennen, op basis van een positieve beschikking, van de status geregistreerd in het register buitenlandse kinderopvang;
|
||||
– *kinderopvangvoorziening:* buitenschoolse opvang op een specifiek adres, dagopvang op een specifiek adres, een gastouderbureau of een voorziening voor gastouderopvang;
|
||||
– *KvK-nummer:* een door de Kamer van Koophandel toegekend uniek nummer over een onderneming of maatschappelijke activiteit in het handelsregister;
|
||||
– *KvK-vestigingsnummer:* een door de Kamer van Koophandel toegekend uniek nummer aan een vestiging in het handelsregister;
|
||||
– *Onze Minister:* Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
|
||||
– *registers:* het register kinderopvang, bedoeld in artikel 1.47a van de wet en het register peuterspeelzaalwerk, bedoeld in artikel 2.4a van de wet.
|
||||
– *sociaal-fiscaal nummer:* het sociaal-fiscaal nummer, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel k van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
|
||||
– *uniek registratienummer:* het registratienummer, bedoeld in artikel 1.47a, derde lid, van de wet, van een kinderopvangvoorziening;
|
||||
– *registers:* het register kinderopvang en het register peuterspeelzaalwerk;
|
||||
– *uniek registratienummer:* het nummer, bedoeld in artikel 1.47b, derde lid, van de wet van een kinderopvangvoorziening, en artikel 1.48b, derde lid, van de wet van een voorziening als bedoeld in artikel 1.48, eerste of tweede lid, van de wet;
|
||||
– *vestiging:* een vestiging als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de Handelsregisterwet 2007, van een gastouderbureau of waar buitenschoolse opvang of dagopvang dan wel peuterspeelzaalwerk plaatsvindt;
|
||||
– *wet:*
|
||||
Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.
|
||||
|
||||
**2.** Waar in dit besluit wordt gesproken van burgerservicenummer kan, bij het ontbreken daarvan, het sociaal-fiscaal nummer dan wel een ander uniek vanwege een overheid verstrekt persoonsidentificerend nummer daarvoor in de plaats worden gesteld.
|
||||
|
||||
**3.** Waar in dit besluit wordt gesproken van college betreft dat steeds het college van de gemeente waar een kinderopvangvoorziening of een peuterspeelzaal is gevestigd of zal worden gevestigd.
|
||||
|
||||
**4.** Een geregistreerd kindercentrum, een geregistreerd gastouderbureau of een geregistreerde voorziening voor gastouderopvang als bedoeld in artikel 1.5, eerste lid, van de wet heeft de status «geregistreerd» in het register kinderopvang.
|
||||
**2.** Een geregistreerd kindercentrum, een geregistreerd gastouderbureau of een geregistreerde voorziening voor gastouderopvang als bedoeld in artikel 1.5, eerste lid, van de wet heeft de status «geregistreerd» in het register kinderopvang.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
||||
**1.** Het register kinderopvang en het register peuterspeelzaalwerk hebben de vorm van een elektronische databank.
|
||||
**1.** De registers en het register buitenlandse kinderopvang hebben de vorm van een elektronische databank.
|
||||
|
||||
**2.** In de registers worden gegevens verwerkt over kinderopvangvoorzieningen en peuterspeelzalen en over de inschrijving in en de verwijdering uit de registers van die voorzieningen en peuterspeelzalen.
|
||||
|
||||
**3.** In de registers worden gegevens verwerkt met het oog op de raadpleging door ouders om na te gaan of de kinderopvangvoorzieningen en de peuterspeelzalen redelijkerwijs zullen voldoen aan de kwaliteitseisen die de wet aan exploitatie stelt, om inzage te geven in het onderzoek naar deze kwaliteitseisen en in verband met de aanspraken van de ouders, bedoeld in artikel 1.5 van de wet.
|
||||
**3.** In het register buitenlandse kinderopvang worden gegevens verwerkt over voorzieningen als bedoeld in artikel 1.48, eerste of tweede lid, van de wet en over de inschrijving in en de verwijdering uit dat register van die voorzieningen.
|
||||
|
||||
**4.** In de registers worden gegevens verwerkt met het oog op het toezicht op de naleving en de handhaving van de naleving van de kwaliteitseisen, die de wet aan exploitatie van kinderopvangvoorzieningen of peuterspeelzalen stelt.
|
||||
**4.** In de registers worden gegevens verwerkt met het oog op de raadpleging door ouders om na te gaan of de kinderopvangvoorzieningen en de peuterspeelzalen redelijkerwijs zullen voldoen aan de kwaliteitseisen die de wet aan exploitatie stelt, om inzage te geven in het onderzoek naar deze kwaliteitseisen en in verband met de aanspraken van de ouders, bedoeld in artikel 1.5 van de wet.
|
||||
|
||||
**5.** In het register kinderopvang worden gegevens verwerkt over inschrijving in en de verwijdering uit het register met het oog op besluiten over de kinderopvangtoeslag door de Belastingdienst/Toeslagen.
|
||||
**5.** In het register buitenlandse kinderopvang worden gegevens verwerkt met het oog op de raadpleging door ouders om na te gaan of de voorzieningen als bedoeld in artikel 1.48, eerste of tweede lid, van de wet redelijkerwijs zullen voldoen aan de kwaliteitseisen die naar aard en strekking in overeenstemming zijn met het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 1, afdeling 3, paragraaf 2, van de wet, in verband met de aanspraken van de ouders, bedoeld in artikel 1.5 van de wet en met het oog op het toezicht op en de handhaving van de bij of krachtens artikel 1.48 van de wet gestelde regels.
|
||||
|
||||
**6.** In de registers worden gegevens verwerkt met het oog op het toezicht op de naleving en de handhaving van de naleving van de kwaliteitseisen, die de wet aan exploitatie van kinderopvangvoorzieningen of peuterspeelzalen stelt.
|
||||
|
||||
**7.** In het register kinderopvang en het register buitenlandse kinderopvang worden gegevens verwerkt over inschrijving in en de verwijdering uit het register met het oog op besluiten over de kinderopvangtoeslag door de Belastingdienst/Toeslagen.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
||||
**1.** Onze Minister is verantwoordelijke in de zin van artikel 1, onderdeel d, van de Wet bescherming persoonsgegevens voor de verwerking van gegevens in de registers.
|
||||
**1.** Onze Minister is verantwoordelijke in de zin van artikel 1, onderdeel d, van de Wet bescherming persoonsgegevens voor de verwerking van gegevens in de registers en het register buitenlandse kinderopvang.
|
||||
|
||||
**2.** Het college is mede verantwoordelijke voor de verwerking van de gegevens die in de registers worden opgenomen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -63,13 +64,13 @@ In dit besluit wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
**1.** Ten behoeve van de verantwoordelijken, bedoeld in artikel 3, wijst Onze Minister een bewerker in de zin van de Wet bescherming persoonsgegevens aan.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de bewerker berust in ieder geval het beheer van de registers, waarbij zorg gedragen wordt voor een goede beschikbaarheid, betrouwbaarheid, werking en beveiliging van de registers.
|
||||
**2.** Bij de bewerker berust in ieder geval het beheer van de registers en het register buitenlandse kinderopvang, waarbij zorg gedragen wordt voor een goede beschikbaarheid, betrouwbaarheid, werking en beveiliging van de registers en het register buitenlandse kinderopvang.
|
||||
|
||||
**3.** De bewerker richt de toegang tot en de inzagemogelijkheden van de registers in overeenkomstig de regeling, bedoeld in het vijfde lid.
|
||||
**3.** De bewerker richt de toegang tot en de inzagemogelijkheden van de registers en het register buitenlandse kinderopvang in overeenkomstig de regeling, bedoeld in het vijfde lid.
|
||||
|
||||
**4.** Het college treft maatregelen die er toe strekken dat de inhoud van de registers juist, actueel en volledig is.
|
||||
|
||||
**5.** Bij ministeriële regeling, wordt, in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de aanwijzing van de bewerker nader geregeld, wordt een systeembeschrijving vastgesteld en worden nadere regels gesteld voor de taak van de bewerker. De systeembeschrijving geeft de inrichting, werking en autorisatie van de registers aan.
|
||||
**5.** Bij ministeriële regeling, wordt, in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de aanwijzing van de bewerker nader geregeld, wordt een systeembeschrijving vastgesteld en worden nadere regels gesteld voor de taak van de bewerker. De systeembeschrijving geeft de inrichting, werking en autorisatie van de registers en het register buitenlandse kinderopvang aan.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2. Register kinderopvang
|
||||
|
||||
|
|
@ -77,91 +78,81 @@ In dit besluit wordt verstaan onder:
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 1.45, eerste lid, van de wet, verstrekt de houder die voornemens is een kinderopvangvoorziening niet zijnde een voorziening voor gastouderopvang te gaan exploiteren aan het college:
|
||||
Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 1.45, eerste lid, van de wet, verstrekt degene die voornemens is een kinderopvangvoorziening niet zijnde een voorziening voor gastouderopvang te gaan exploiteren aan het college in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. De gegevens, die over de houder, de onderneming of activiteit en de vestiging conform de Handelsregisterwet 2007 zijn opgenomen in het handelsregister:
|
||||
|
||||
– Het KvK-nummer van de onderneming of activiteit;
|
||||
– indien de onderneming toebehoort aan een natuurlijke persoon: het burgerservicenummer;
|
||||
– het unieke vestigingsnummer van de vestiging;
|
||||
– andere gegevens, zoals naam, post- en bezoekadresgegevens en rechtsvorm,, die over de onderneming of activiteit en over de persoon aan wie de onderneming toebehoort of de persoon die de activiteit uitvoert in het handelsregister zijn opgenomen;
|
||||
b. het adres en het telefoonnummer van de vestiging;
|
||||
a. het KvK-nummer van de onderneming of activiteit en, indien degene die voornemens is een kindercentrum of een gastouderbureau te exploiteren een natuurlijk persoon is, zijn burgerservicenummer;
|
||||
b. de naam en het correspondentieadres van degene die voornemens is het kindercentrum of het gastouderbureau te exploiteren en de naam, het bezoekadres en het telefoonnummer van het kindercentrum of het gastouderbureau;
|
||||
c. het aantal kindplaatsen waarvoor de aanvraag wordt gedaan, voor zover de aanvraag een kindercentrum betreft;
|
||||
d. het soort kinderopvang dat wordt geboden: dagopvang dan wel buitenschoolse opvang, voor zover de aanvraag een kindercentrum betreft;
|
||||
e. het gegeven of gesubsidieerde voorschoolse educatie wordt aangeboden, voor zover de aanvraag een kindercentrum betreft.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 1.45, tweede lid, van de wet verstrekt het gastouderbureau aan het college:
|
||||
Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 1.45, tweede lid, van de wet verstrekt het gastouderbureau aan het college in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. het unieke registratienummer en andere contactgegevens van het gastouderbureau;
|
||||
a. de naam en het unieke registratienummer van het gastouderbureau;
|
||||
b. het burgerservicenummer, de naam, het telefoonnummer en het woonadres van de gastouder;
|
||||
c. het aantal kindplaatsen van de voorziening voor gastouderopvang;
|
||||
d. adresgegevens van de voorziening voor gastouderopvang.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Ten behoeve van het afgeven van de beschikking en het onderzoek door de toezichthouder, bedoeld in artikel 1.62 van de wet, verstrekt de aanvrager aan het college:
|
||||
Ten behoeve van het afgeven van de beschikking en het onderzoek door de toezichthouder, bedoeld in artikel 1.62, eerste lid, van de wet, verstrekt de aanvrager aan het college in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. voor zover het om een voorziening voor gastouderopvang gaat, die op het woonadres van de gastouder is gevestigd, het aantal huisgenoten van de gastouder van 18 jaar en ouder;
|
||||
b. een kopie van verklaringen omtrent het gedrag van de houder en, voor zover de opvang op het woonadres van de gastouder plaatsvindt, van de huisgenoten van de gastouder van 18 jaar en ouder en, voor zover het om een gastouderbureau gaat, van de bemiddelingsmedewerkers;
|
||||
c. een kopie van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, van de gastouder en van de houder of degene die namens de houder de aanvraag indient;
|
||||
d. kopieën van documenten, waaruit blijkt dat aan de deskundigheidseisen, bedoeld in artikel 1.56b, van de wet wordt voldaan;
|
||||
e. een document waarin het pedagogisch beleid, bedoeld in artikel 1.50, is beschreven;
|
||||
f. een risico-inventarisatie als bedoeld in artikel 1.51.
|
||||
b. een kopie van de verklaringen omtrent het gedrag, bedoeld in de artikelen 1.50, vijfde lid, juncto 1.56, derde lid, en 1.56b, vierde lid, van de wet;
|
||||
c. een kopie van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht van degene die de aanvraag indient voor zover het om een kindercentrum of een gastouderbureau gaat en van de gastouder, voor zover het om een voorziening voor gastouderopvang gaat;
|
||||
d. kopieën van documenten, waaruit blijkt dat de gastouder aan de deskundigheidseisen, bedoeld in artikel 13 van het Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen voldoet, tenzij de gastouder al een geregistreerde voorziening voor gastouderopvang exploiteert;
|
||||
e. voor zover het om een kindercentrum of een gastouderbureau gaat, een pedagogisch beleidsplan als bedoeld in de artikelen 5, tweede lid en 11, eerste lid, van het Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen;
|
||||
f. een risico-inventarisatie als bedoeld in de artikelen 2, eerste lid, en 7, tweede lid, van het Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen.
|
||||
|
||||
**4.** De gegevens die bij de aanvraag worden verstrekt dan wel op grond van artikel 7 worden gemeld, worden aan het college verstrekt door opname in het door Onze Minister vast te stellen formulier.
|
||||
**4.** De aanvraag, bedoeld in artikel 1.45, eerste en tweede lid, van de wet, wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat ter zake door Onze Minister is vastgesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 6
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In het register kinderopvang neemt het college onder het unieke registratienummer de volgende gegevens op:
|
||||
|
||||
a. het KvK-nummer, het burgerservicenummer, het vestigingsnummer en de andere gegevens, genoemd in artikel 5, eerste lid, onderdeel a;
|
||||
b. het adres en telefoonnummer van de vestiging, of het adres waar de opvang door de gastouder plaatsvindt en het woonadres en telefoonnummer van de gastouder;
|
||||
c. in geval van een kindercentrum of voorziening voor gastouderopvang: de soort kinderopvang die wordt geboden, te weten: dagopvang dan wel buitenschoolse opvang in een kindercentrum of gastouderopvang;
|
||||
d. in geval van een kindercentrum of voorziening voor gastouderopvang: het aantal kindplaatsen;
|
||||
e. per gastouderbureau: de geregistreerde voorzieningen voor gastouderopvang die gebruikmaken van de diensten van dat bureau, met het aan hen toegekende unieke registratienummer;
|
||||
f. de datum met ingang waarvan de exploitatie plaatsvindt, bedoeld in artikel 1.46, tweede lid, van de wet;
|
||||
a. de gegevens, bedoeld in artikel 5, eerste en tweede lid, en, zodra dat door de houder is aangeleverd, het KvK-vestigingsnummer;
|
||||
b. per gastouderbureau: de geregistreerde voorzieningen voor gastouderopvang die gebruikmaken van de diensten van dat bureau, met het aan hen toegekende unieke registratienummer;
|
||||
c. de datum met ingang waarvan de exploitatie plaatsvindt, bedoeld in artikel 1.46, tweede lid, van de wet;
|
||||
d. de datum van de wijziging van de gegevens naar aanleiding van het besluit, bedoeld in de artikelen 1.47, tweede lid, en 1.47a, eerste lid, van de wet;
|
||||
e. de datum van de verwijdering van de inschrijving naar aanleiding van het besluit, bedoeld in de artikelen 1.47, vierde lid, en 1.47a, eerste lid, van de wet;
|
||||
g. de datum van de wijziging van gegevens, bedoeld in artikel 7, vijfde lid;
|
||||
h. in geval van verwijdering uit het register kinderopvang: vermelding van deze verwijdering, alsmede de datum van deze verwijdering;
|
||||
i. een verwijzing naar de vindplaatsen van elektronische documenten van de in artikel 1.63 van de wet bedoelde inspectierapporten;
|
||||
j. indien gesubsidieerde voorschoolse educatie wordt aangeboden: een aanduiding dat deze wordt aangeboden.
|
||||
f. een verwijzing naar de vindplaatsen van elektronische documenten van de in artikel 1.63 van de wet bedoelde inspectierapporten;
|
||||
g. indien gesubsidieerde voorschoolse educatie wordt aangeboden: een aanduiding dat deze wordt aangeboden;
|
||||
h. de status van de inschrijving.
|
||||
|
||||
**2.** Naast de gegevens, bedoeld in het eerste lid, neemt het college andere gegevens die bij ministeriële regeling kunnen worden aangewezen op onder het unieke registratienummer in het register kinderopvang.
|
||||
|
||||
### Artikel 7
|
||||
|
||||
**1.** Indien de gegevens, bedoeld in artikel 5, eerste en tweede lid, wijzigen doet de houder van het kindercentrum of het gastouderbureau hiervan onverwijld mededeling aan het college met het verzoek deze aan te passen.
|
||||
**1.** Het college kan naar aanleiding van een verzoek als bedoeld in artikel 1.47, eerste lid, van de wet een onderzoek als bedoeld in artikel 1.62, vierde lid, van de wet laten verrichten alvorens ter zake een besluit te nemen.
|
||||
|
||||
**2.** Het college beoordeelt na een verzoek tot aanpassing als bedoeld in het eerste lid in hoeverre een onderzoek als bedoeld in artikel 1.62 van de wet of ander onderzoek noodzakelijk is voordat besloten wordt over aanpassing van de gegevens met betrekking tot de kinderopvangvoorziening.
|
||||
**2.** Onder een wijziging van gegevens waarvan de houder onverwijld mededeling doet als bedoeld in artikel 1.47, eerste lid, van de wet wordt in ieder geval verstaan: een wijziging van gegevens als bedoeld in artikel 5, eerste en tweede lid, de toekenning van een KvK-vestigingsnummer aan het kindercentrum of het gastouderbureau, de aansluiting of de beëindiging van de aansluiting van een voorziening voor gastouderopvang bij een gastouderbureau en de beëindiging van de exploitatie van de kinderopvangvoorziening.
|
||||
|
||||
**3.** De houder van een gastouderbureau meldt het college de beëindiging of totstandkoming van een bemiddelingsrelatie met een geregistreerde voorziening voor gastouderopvang.
|
||||
**3.** Indien de houder van een kindercentrum of van een gastouderbureau wijzigt, verzoeken de bestaande en de toekomstige houder voorafgaand aan de datum van deze wijziging gezamenlijk aan het college, de houdergegevens van dat kindercentrum of gastouderbureau in het register kinderopvang aan te passen met ingang van die datum. Het college behandelt dit gezamenlijke verzoek tot aanpassing van de bestaande en toekomstige houder als een aanvraag tot exploitatie van de kinderopvangvoorziening door de toekomstige houder als bedoeld in artikel 5, waarbij het college bepaalt waarop het onderzoek, bedoeld in artikel 1.62 van de wet, betrekking heeft. Vanaf de datum van deze aanvraag tot de datum van de beschikking op deze aanvraag en na een positieve beschikking blijft de kinderopvangvoorziening met de status geregistreerd en met ongewijzigd uniek registratienummer in het register ingeschreven staan. Na een negatieve beschikking wordt de kinderopvangvoorziening uit het register kinderopvang verwijderd met onmiddellijke ingang indien de nieuwe houder de voorziening al exploiteert of met ingang van de datum van wijziging van de houder in het handelsregister, indien die wijziging nog niet heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
**4.** De houder van een gastouderbureau dat een geregistreerde bemiddelingsrelatie heeft met een voorziening voor gastouderopvang waarvan de gegevens wijzigen, meldt de wijzigingen in de gegevens van die voorziening voor gastouderopvang aan het college onverwijld nadat deze wijzigingen aan het gastouderbureau bekend zijn geworden.
|
||||
**4.** Indien de houder van een geregistreerde kinderopvangvoorziening een kinderopvangvoorziening in exploitatie wil nemen op een ander adres of op het adres waar hij al een kinderopvangvoorziening exploiteert, dient hij hiertoe een aanvraag als bedoeld in artikel 1.45, eerste en tweede lid, van de wet in. Het college bepaalt in dat geval waarop het onderzoek, bedoeld in artikel 1.62 van de wet betrekking heeft. In afwijking van de eerste zin wordt geen nieuwe aanvraag tot exploitatie ingediend indien het adres van een gastouderbureau wijzigt.
|
||||
|
||||
**5.** Indien het college besluit tot aanpassing naar aanleiding van een verzoek tot aanpassing, stelt het college in de beschikking de datum van ingang van de wijzigingen vast. Artikel 1.46, tweede lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**6.** Indien uit onderzoek als bedoeld in artikel 1.62 van de wet of uit ander onderzoek is gebleken dat wijziging van gegevens of verwijdering als bedoeld in dit artikel noodzakelijk is, kan het college daartoe ambtshalve besluiten.
|
||||
|
||||
**7.** Indien de houder van een kindercentrum of van een gastouderbureau wijzigt, verzoeken de bestaande en de toekomstige houder voorafgaand aan de datum van deze wijziging gezamenlijk aan het college, de houdergegevens van dat kindercentrum of gastouderbureau in het register kinderopvang aan te passen met ingang van die datum. Het college behandelt dit verzoek om aanpassing als een aanvraag tot exploitatie van de kinderopvangvoorziening door de toekomstige houder als bedoeld in artikel 5, waarbij het college bepaalt waarop het onderzoek, bedoeld in artikel 1.62 van de wet, betrekking heeft. Vanaf de datum van deze aanvraag tot de datum van de beschikking op deze aanvraag en na een positieve beschikking blijft de kinderopvangvoorziening met de status geregistreerd en met ongewijzigd uniek registratienummer in het register ingeschreven staan. Na een negatieve beschikking wordt de kinderopvangvoorziening uit het register kinderopvang verwijderd met onmiddellijke ingang indien de nieuwe houder de voorziening al exploiteert of met ingang van de datum van wijziging van de houder in het handelsregister, indien die wijziging nog niet heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
**8.** Indien het adres van een vestiging van een kindercentrum wijzigt, en daarmee de opvanglocatie, verzoekt de houder voorafgaand aan de datum van deze wijziging aan het college de vestiging uit het register kinderopvang te verwijderen met ingang van de datum van de wijziging en dient de houder voor de nieuwe opvanglocatie een nieuwe aanvraag tot exploitatie in.
|
||||
|
||||
**9.** Indien het adres van de voorziening voor gastouderopvang en daarmee de opvanglocatie wijzigt, verzoekt de houder van een gastouderbureau dat een geregistreerde bemiddelingsrelatie met deze voorziening voor gastouderopvang heeft, direct na het bekend worden van deze wijziging bij dat gastouderbureau en voorafgaand aan de datum van deze wijziging, aan het college deze voorziening voor gastouderopvang uit het register kinderopvang te verwijderen met ingang van de datum van de wijziging en dient de houder van het gastouderbureau een nieuwe aanvraag in tot exploitatie op de nieuwe opvanglocatie;
|
||||
**5.** Een verzoek als bedoeld in artikel 1.47, eerste lid, van de wet wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat ter zake door Onze Minister is vastgesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 8
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het college kan besluiten tot verwijdering van een kinderopvangvoorziening uit het register kinderopvang:
|
||||
Het college kan besluiten tot verwijdering van een kinderopvangvoorziening uit het register kinderopvang als bedoeld in artikel 1.47a, eerste lid, van de wet, indien:
|
||||
|
||||
a. op verzoek van de houder;
|
||||
b. indien is gebleken dat de houder niet langer de kinderopvangvoorziening exploiteert, zonder dat er een aanpassingsverzoek als bedoeld in artikel 7, zevende lid, is ingediend;
|
||||
c. indien uit onderzoek als bedoeld in artikel 1.62 van de wet of anderszins is gebleken dat de houder naar verwachting niet, dan wel niet langer voldoet aan de bij en krachtens Hoofdstuk I, Afdeling 3, paragrafen 2 en 3, van de wet gegeven voorschriften.
|
||||
a. is gebleken dat de houder niet langer de kinderopvangvoorziening exploiteert en er geen verzoek tot wijziging als bedoeld in artikel 7, derde lid, is ingediend;
|
||||
b. uit een onderzoek als bedoeld in artikel 1.62, tweede tot en met vijfde lid, van de wet of anderszins is gebleken dat de houder in strijd handelt met het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk I, afdeling 3, paragrafen 2 of 3 van de wet.
|
||||
|
||||
**2.** Het college verwijdert de aanduiding aanbod voorschoolse educatie, indien aan de kinderopvangvoorziening daarvoor geen subsidie meer wordt verstrekt.
|
||||
|
||||
**3.** De bewerker stelt de gastouders die volgens het register gebruik maken van de diensten van een gastouderbureau in kennis van de verwijdering van dat gastouderbureau.
|
||||
|
||||
**4.** Het college maakt de verwijdering van een kinderopvangvoorziening niet zijnde een voorziening voor gastouderopvang uit het register kinderopvang bekend in een lokaal verspreid dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad.
|
||||
**4.** Het college maakt de verwijdering van een kinderopvangvoorziening, niet zijnde een voorziening voor gastouderopvang, uit het register kinderopvang bekend in een lokaal verspreid dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad dan wel op een gemeentelijke website.
|
||||
|
||||
**5.** De verwijdering uit het register kinderopvang, bedoeld in het eerste en tweede lid, en de bekendmaking, bedoeld in het derde en vierde lid, vinden onverwijld plaats.
|
||||
|
||||
|
|
@ -169,11 +160,11 @@ c. indien uit onderzoek als bedoeld in artikel 1.62 van de wet of anderszins is
|
|||
|
||||
**7.** Bij verwijdering van een kinderopvangvoorziening uit het register kinderopvang blijft deze voorziening onder het unieke registratienummer in het register zichtbaar met de status «niet meer geregistreerd» en met de datum van ingang van die status, die op of na de datum ligt waarop de verwijdering door het college in het register is verwerkt.
|
||||
|
||||
**8.** De uitlooptermijn waarbinnen een voorziening voor gastouderopvang in het register kinderopvang blijft ingeschreven, bedoeld in artikel 1.5, derde lid, van de wet, bedraagt vier maanden na de datum waarop het gastouderbureau waarbij de gastouder is aangesloten, is verwijderd.
|
||||
**8.** De termijn, bedoeld in artikel 1.47b, vierde lid, van de wet, bedraagt vier maanden te rekenen vanaf de datum waarop de inschrijving van het gastouderbureau uit het register kinderopvang is verwijderd.
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1.** De gegevens, genoemd in artikel 6, die in het register kinderopvang zijn opgenomen kunnen door een ieder worden geraadpleegd, met uitzondering van burgerservicenummers, het woonadres van gastouders, voor zover op dat adres geen voorziening voor gastouderopvang gevestigd is, en het woonadres van de houder van een kindercentrum of van een gastouderbureau, wanneer die houder een natuurlijke persoon is.
|
||||
**1.** De gegevens, genoemd in artikel 6, die in het register kinderopvang zijn opgenomen kunnen door een ieder worden geraadpleegd, met uitzondering van burgerservicenummers, het telefoonnummer en het woonadres van gastouders, voor zover op dat adres geen voorziening voor gastouderopvang gevestigd is, en het woonadres van de houder van een kindercentrum of van een gastouderbureau, wanneer die houder een natuurlijke persoon is.
|
||||
|
||||
**2.** Na verwijdering van een kinderopvangvoorziening kunnen door een ieder gedurende een periode van zeven jaren na de datum van de verwijdering, bedoeld in artikel 8, zevende lid, uitsluitend worden geraadpleegd: de naam en het adres van de vestiging en het unieke registratienummer van de kinderopvangvoorziening, de status «niet meer geregistreerd» en de datum van ingang van deze status alsmede de daaraan voorafgaande datum van inschrijving.
|
||||
|
||||
|
|
@ -193,70 +184,150 @@ Indien het college op basis van een melding als bedoeld in artikel 22b van het B
|
|||
|
||||
De gegevens van een kinderopvangvoorziening in het register kinderopvang worden door Onze Minister bewaard tot zeven jaren nadat zij zijn gewijzigd of nadat de kinderopvangvoorziening uit het register kinderopvang is verwijderd.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 2a. Register buitenlandse kinderopvang
|
||||
|
||||
### Artikel 10a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 1.48, derde lid, van de wet, verstrekt een ouder als bedoeld in artikel 1.48, derde lid, van de wet in ieder geval de volgende gegevens aan Onze Minister:
|
||||
|
||||
a. zijn naam- en adresgegevens, zijn land van vestiging en zijn telefoonnummer;
|
||||
b. een kopie van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht dat op zijn naam is gesteld;
|
||||
c. een kopie van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht waarmee de identiteit kan worden vastgesteld van het kind, van wie de ouder voornemens is gebruik te maken van een voorziening als bedoeld in artikel 1.48, eerste of tweede lid, van de wet;
|
||||
d. de naam- en adresgegevens, het land van vestiging en het telefoonnummer van de voorziening, bedoeld in artikel 1.48, eerste of tweede lid, van de wet;
|
||||
e. de naam- en adresgegevens, het land van vestiging en het telefoonnummer van degene als bedoeld in artikel 1.48, vierde lid, van de wet;
|
||||
f. voor zover het gaat om gelijkstelling met een geregistreerde voorziening voor gastouderopvang en sprake is van tussenkomst van een organisatie als bedoeld in artikel 1.48, eerste lid, van de wet of een geregistreerd gastouderbureau, de naam- en adresgegevens, het land van vestiging en het telefoonnummer van die organisatie;
|
||||
g. het soort kinderopvang dat wordt geboden;
|
||||
h. een of meer bewijsstukken waaruit blijkt dat de voorziening, bedoeld in artikel 1.48, eerste of tweede lid, van de wet, voldoet aan artikel 1.48, vijfde lid, onderdeel a, van de wet;
|
||||
i. voor zover het gaat om gelijkstelling met een geregistreerde voorziening voor gastouderopvang en sprake is van tussenkomst van een organisatie als bedoeld in artikel 1.48, eerste lid, van de wet of een geregistreerd gastouderbureau, een of meer bewijsstukken waaruit blijkt dat sprake is van die tussenkomst.
|
||||
|
||||
**2.** De aanvraag, bedoeld in artikel 1.48, derde lid, van de wet wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat ter zake door Onze Minister is vastgesteld.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van het eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 10b
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In het register buitenlandse kinderopvang neemt Onze Minister onder het unieke registratienummer de volgende gegevens op:
|
||||
|
||||
a. de gegevens, bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onderdelen d, met uitzondering van het telefoonnummer en g;
|
||||
b. de ingangs- en einddatum van de inschrijving, bedoeld in artikel 1.48, zesde lid, van de wet;
|
||||
c. de datum van wijziging van gegevens, bedoeld in de artikelen 1.48, negende lid, en 1.48a, eerste lid, van de wet;
|
||||
d. de datum van de verwijdering van de inschrijving als bedoeld in de artikelen 1.48, negende lid, van de wet en 10d, eerste lid;
|
||||
e. de status van de inschrijving.
|
||||
|
||||
**2.** Naast de gegevens, bedoeld in het eerste lid, neemt Onze Minister andere bij ministeriële regeling aangewezen gegevens op onder het unieke registratienummer in het register buitenlandse kinderopvang.
|
||||
|
||||
### Artikel 10c
|
||||
|
||||
**1.** Onder een wijziging van gegevens waarvan de ouder onverwijld mededeling doet als bedoeld in artikel 1.48, zevende lid, van de wet wordt verstaan: een wijziging van gegevens als bedoeld in artikel 10b, eerste lid, onderdeel a.
|
||||
|
||||
**2.** Een verzoek als bedoeld in artikel 1.48, zevende lid, van de wet wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat ter zake door Onze Minister is vastgesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 10d
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Onze Minister kan besluiten tot verwijdering van een voorziening als bedoeld in artikel 1.48a, tweede lid, van de wet uit het register buitenlandse kinderopvang indien blijkt dat:
|
||||
|
||||
a. de kwaliteit van deze voorziening naar aard en strekking niet langer overeenkomt met het bepaalde bij of krachtens paragraaf 2 van afdeling 3 van hoofdstuk 1 van de wet;
|
||||
b. de houder van een voorziening niet meewerkt aan een verzoek om nadere informatie of de verstrekking van zakelijke gegevens of bescheiden als bedoeld in artikel 1.48, vierde lid, van de wet;
|
||||
c. er geen kinderopvangtoeslag wordt uitbetaald voor het gebruik van deze voorziening;
|
||||
d. de einddatum van de inschrijving als bedoeld in artikel 1.48, zesde lid, van de wet is verstreken.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister maakt de verwijdering van inschrijvingen uit het register buitenlandse kinderopvang als bedoeld in artikel 1.48a, tweede lid, van de wet bekend op een website van de rijksoverheid.
|
||||
|
||||
**3.** De verwijdering uit het register buitenlandse kinderopvang, bedoeld in de artikelen 1.48, negende lid, 1.48a, tweede lid, van de wet en het eerste lid, en de bekendmaking, bedoeld in het tweede lid, vinden onverwijld plaats.
|
||||
|
||||
**4.** Bij verwijdering van een voorziening als bedoeld in artikel 1.48, eerste of tweede lid, van de wet, blijft deze onder het unieke registratienummer zichtbaar met de status «niet meer geregistreerd» en met de datum van ingang van deze status, die ligt op of na de datum waarop de verwijdering door Onze Minister in het register buitenlandse kinderopvang is verwerkt.
|
||||
|
||||
### Artikel 10e
|
||||
|
||||
**1.** De ingangsdatum van de inschrijving in het register buitenlandse kinderopvang, bedoeld in artikel 1.48, zesde lid, van de wet, wordt bepaald op de datum dat Onze Minister de aanvraag tot inschrijving daarin heeft ontvangen.
|
||||
|
||||
**2.** De einddatum van de inschrijving in het register buitenlandse kinderopvang, bedoeld in artikel 1.48, zesde lid, van de wet, wordt bepaald op vier jaar na de ingangsdatum van de inschrijving daarin, bedoeld in datzelfde artikel.
|
||||
|
||||
**3.** Indien met een bewijsstuk als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onderdeel h, slechts aannemelijk wordt gemaakt dat de voorziening, bedoeld in artikel 1.48, eerste of tweede lid, van de wet, voor een kortere periode dan vier jaar voldoet aan artikel 1.48, vijfde lid, onderdeel a, van de wet, wordt de einddatum, in afwijking van het tweede lid, bepaald op de laatste dag van die periode.
|
||||
|
||||
**4.** Indien sprake is van verwijdering als bedoeld in artikel 10d, wordt, in afwijking van het tweede lid, de datum waarop deze verwijdering ingaat als einddatum bepaald.
|
||||
|
||||
### Artikel 10f
|
||||
|
||||
**1.** De gegevens, genoemd in artikel 10b, die in het register buitenlandse kinderopvang zijn opgenomen kunnen door een ieder worden geraadpleegd.
|
||||
|
||||
**2.** Na verwijdering van een voorziening als bedoeld in artikel 1.48, eerste of tweede lid, van de wet uit het register buitenlandse kinderopvang kunnen door een ieder gedurende een periode van zeven jaren na de datum van de verwijdering, bedoeld in artikel 10d, vierde lid, uitsluitend worden geraadpleegd: de naam- en adresgegevens en het land van vestiging van de voorziening, het unieke registratienummer, de ingangsdatum van de inschrijving als bedoeld in artikel 1.48, zesde lid, van de wet, de status «niet meer geregistreerd» en de datum van ingang van deze status.
|
||||
|
||||
**3.** De gegevens die verwerkt worden in het register buitenlandse kinderopvang worden verstrekt aan de Belastingdienst/Toeslagen, voor zover de kennisneming daarvan noodzakelijk is voor de uitvoering van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en aan de rijksbelastingdienst voor de heffing of invordering van enige rijksbelasting.
|
||||
|
||||
### Artikel 10g
|
||||
|
||||
De gegevens van een voorziening als bedoeld in artikel 1.48, eerste of tweede lid, van de wet, in het register buitenlandse kinderopvang worden door Onze Minister bewaard tot zeven jaar nadat zij zijn gewijzigd of nadat de voorziening uit dit register is verwijderd.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Register peuterspeelzaalwerk
|
||||
|
||||
### Artikel 11
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 2.2 van de wet verstrekt de houder, bedoeld in artikel 2.1 van de wet, die voornemens is een peuterspeelzaal te gaan exploiteren aan het college:
|
||||
Bij de aanvraag, bedoeld in artikel 2.2 van de wet verstrekt degene, die voornemens is een peuterspeelzaal te gaan exploiteren aan het college in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. de gegevens die over de houder, de onderneming of activiteit en de vestiging, conform de Handelsregisterwet 2007 zijn opgenomen in het handelsregister:
|
||||
|
||||
– het KvK-nummer van de onderneming of activiteit;
|
||||
– indien de onderneming toebehoort aan een natuurlijke persoon: het burgerservicenummer;
|
||||
– het unieke vestigingsnummer van de vestiging;
|
||||
– andere gegevens , zoals naam, post- en bezoekadresgegevens en rechtsvorm, die over de onderneming of activiteit en over de persoon aan wie de onderneming toebehoort of de persoon die de activiteit uitvoert, in het handelsregister zijn opgenomen;
|
||||
b. het adres en telefoonnummer van de peuterspeelzaal;
|
||||
a. het KvK-nummer van de onderneming of activiteit en, indien degene die voornemens is een peuterspeelzaal te exploiteren een natuurlijk persoon is, zijn burgerservicenummer;
|
||||
b. de naam en het correspondentieadres van degene die voornemens is de peuterspeelzaal te exploiteren en de naam, het bezoekadres en het telefoonnummer van de peuterspeelzaal;
|
||||
c. het aantal kindplaatsen;
|
||||
d. het gegeven of gesubsidieerde voorschoolse educatie wordt aangeboden;
|
||||
e. een document waarin het pedagogisch beleid, bedoeld in artikel 2.6, is beschreven;
|
||||
f. een risico-inventarisatie als bedoeld in artikel 2.9.
|
||||
d. het gegeven of gesubsidieerde voorschoolse educatie wordt aangeboden.
|
||||
|
||||
**2.** Ten behoeve van het onderzoek door de toezichthouder, bedoeld in artikel 2.20 van de wet, verstrekt de aanvrager aan het college een kopie van de verklaring omtrent het gedrag van de houder alsmede een kopie van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht van de houder of van degene die namens de houder de aanvraag indient.
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
**3.** De gegevens die bij de aanvraag worden verstrekt dan wel op grond van artikel 13 worden gemeld, worden aan het college verstrekt door opname in het door Onze Minister vast te stellen formulier.
|
||||
Ten behoeve van het afgeven van de beschikking en het onderzoek door de toezichthouder, bedoeld in artikel 2.20, eerste lid, van de wet, verstrekt de aanvrager aan het college:
|
||||
|
||||
a. een kopie van de verklaring omtrent het gedrag, bedoeld in artikel 2.6, vijfde lid, van de wet;
|
||||
b. een kopie van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht van degene die de aanvraag indient;
|
||||
c. een pedagogisch beleidsplan als bedoeld in artikel 20, tweede lid, van het Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen;
|
||||
d. een risico-inventarisatie als bedoeld in artikel 17, eerste lid, van het Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen.
|
||||
|
||||
**3.** De aanvraag, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, van de wet wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat ter zake door Onze Minister is vastgesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In het register peuterspeelzaalwerk neemt het college ten aanzien van elke peuterspeelzaal de volgende gegevens op:
|
||||
|
||||
a. het KvK-nummer, het burgerservicenummer, het vestigingsnummer en de andere gegevens, genoemd in artikel 11, eerste lid, onderdeel a;
|
||||
b. het adres en telefoonnummer van de peuterspeelzaal;
|
||||
c. het aantal kindplaatsen;
|
||||
d. de datum met ingang waarvan de exploitatie plaatsvindt, bedoeld in artikel 2.3, tweede lid, van de wet;
|
||||
e. de datum van de wijziging van gegevens, bedoeld in artikel 13, tweede lid;
|
||||
f. in geval van verwijdering van de peuterspeelzaal uit het register peuterspeelzaalwerk: vermelding van deze verwijdering, alsmede de datum van deze verwijdering;
|
||||
g. een verwijzing naar de vindplaatsen van elektronische documenten van de in artikel 2.21 van de wet bedoelde inspectierapporten;
|
||||
h. indien gesubsidieerde voorschoolse educatie wordt aangeboden: een aanduiding dat deze wordt aangeboden.
|
||||
a. de gegevens, bedoeld in artikel 11, eerste lid, en, zodra dat door de houder is aangeleverd, het KvK-vestigingsnummer;
|
||||
b. de datum met ingang waarvan de exploitatie plaatsvindt, bedoeld in artikel 2.3, tweede lid, van de wet;
|
||||
c. de datum van de wijziging van de gegevens naar aanleiding van het besluit, bedoeld in de artikelen 2.4, tweede lid, en 2.4a, eerste en tweede lid, van de wet;
|
||||
d. de datum van de verwijdering van de inschrijving naar aanleiding van het besluit, bedoeld in de artikelen 2.4, vierde lid, en 2.4a, eerste lid, van de wet;
|
||||
e. een verwijzing naar de vindplaatsen van elektronische documenten van de in artikel 2.21 van de wet bedoelde inspectierapporten;
|
||||
f. de status van de inschrijving.
|
||||
|
||||
**2.** Naast de gegevens, bedoeld in het eerste lid, neemt het college andere gegevens die bij ministeriële regeling kunnen worden aangewezen op in het register peuterspeelzaalwerk.
|
||||
|
||||
### Artikel 13
|
||||
|
||||
**1.** Indien de gegevens, bedoeld in artikel 11, eerste lid, wijzigen doet de houder hiervan onverwijld mededeling aan het college met het verzoek deze aan te passen.
|
||||
**1.** Het college kan naar aanleiding van een verzoek als bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, van de wet een onderzoek als bedoeld in artikel 2.20, derde lid, van de wet laten verrichten alvorens ter zake een besluit te nemen.
|
||||
|
||||
**2.** Indien het college besluit tot aanpassing naar aanleiding van een verzoek tot aanpassing, stelt het college in de beschikking de datum van ingang van de wijzigingen vast. Artikel 2.3, tweede lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**2.** Onder een wijziging van gegevens waarvan de houder onverwijld mededeling doet als bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, van de wet wordt in ieder geval verstaan: een wijziging van gegevens als bedoeld in artikel 11, eerste lid, de toekenning van een KvK-vestigingsnummer aan de peuterspeelzaal en de beëindiging van de exploitatie van de peuterspeelzaal.
|
||||
|
||||
**3.** Indien uit onderzoek als bedoeld in artikel 2.20 van de wet of uit ander onderzoek is gebleken dat wijziging van gegevens of verwijdering van de peuterspeelzaal als bedoeld in dit artikel noodzakelijk is, kan het college daartoe ambtshalve besluiten.
|
||||
**3.** Indien de houder van een peuterspeelzaal wijzigt, verzoeken de bestaande en de toekomstige houder voorafgaand aan de datum van deze wijziging gezamenlijk aan het college, de houdergegevens van de peuterspeelzaal in het register peuterspeelzaalwerk aan te passen met ingang van die datum. Het college behandelt dit gezamenlijke verzoek tot aanpassing van de bestaande en toekomstige houder als een aanvraag tot exploitatie van de peuterspeelzaal door de toekomstige houder als bedoeld in artikel 11, waarbij het college bepaalt waarop het onderzoek, bedoeld in artikel 2.20 van de wet, betrekking heeft. Vanaf de datum van deze aanvraag tot de datum van de beschikking op deze aanvraag en na een positieve beschikking blijft de peuterspeelzaal met de status geregistreerd in het register peuterspeelzaalwerk ingeschreven staan. Na een negatieve beschikking wordt deze peuterspeelzaal uit het register verwijderd met onmiddellijke ingang indien de nieuwe houder de peuterspeelzaal al exploiteert of met ingang van de datum van de wijziging van de houder in het handelsregister, indien die wijziging nog niet heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
**4.** Indien de houder van een peuterspeelzaal wijzigt, verzoeken de bestaande en de toekomstige houder voorafgaand aan de datum van deze wijziging gezamenlijk aan het college, de houdergegevens van de peuterspeelzaal in het register peuterspeelzaalwerk aan te passen met ingang van die datum. Het college behandelt dit verzoek tot aanpassing als een aanvraag tot exploitatie van de peuterspeelzaal door de toekomstige houder als bedoeld in artikel 11, waarbij het college bepaalt waarop het onderzoek, bedoeld in artikel 2.20 van de wet, betrekking heeft. Vanaf de datum van deze aanvraag tot de datum van de beschikking op deze aanvraag en na een positieve beschikking blijft de peuterspeelzaal met de status geregistreerd in het register peuterspeelzaalwerk ingeschreven staan. Na een negatieve beschikking wordt deze peuterspeelzaal uit het register verwijderd met onmiddellijke ingang indien de nieuwe houder de peuterspeelzaal al exploiteert of met ingang van de datum van de wijziging van de houder in het handelsregister, indien die wijziging nog niet heeft plaatsgevonden.
|
||||
**4.** Indien de houder van een geregistreerde peuterspeelzaal op een nieuw adres een peuterspeelzaal in exploitatie wil nemen, dient hij hiertoe een aanvraag in als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, van de wet. Het college bepaalt in dit geval waarop het onderzoek, bedoeld in artikel 2.20 van de wet, betrekking heeft.
|
||||
|
||||
**5.** Indien het adres van een peuterspeelzaal wijzigt, en daarmee de locatie waarop het peuterspeelzaalwerk plaatsvindt, verzoekt de houder voorafgaand aan de datum van deze wijziging aan het college de peuterspeelzaal uit het register peuterspeelzaalwerk te verwijderen met ingang van de datum van de wijziging en dient de houder voor de nieuwe locatie een nieuwe aanvraag tot exploitatie in.
|
||||
|
||||
**6.** Het college beoordeelt na een verzoek tot aanpassing in hoeverre een onderzoek als bedoeld in artikel 2.20 van de wet of ander onderzoek noodzakelijk is voordat besloten wordt over aanpassing van de gegevens met betrekking tot de peuterspeelzaal.
|
||||
**5.** Een verzoek als bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, van de wet wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat ter zake door Onze Minister is vastgesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 14
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het college kan besluiten tot verwijdering van een peuterspeelzaal uit het register peuterspeelzaalwerk:
|
||||
Het college kan besluiten tot verwijdering van een peuterspeelzaal uit het register peuterspeelzaalwerk, bedoeld in artikel 2.4a, eerste lid, van de wet, indien:
|
||||
|
||||
a. op verzoek van de houder;
|
||||
b. indien is gebleken dat de houder niet langer de peuterspeelzaal exploiteert, zonder dat er een verzoek tot aanpassing als bedoeld in artikel 13, vierde lid, is ingediend, of
|
||||
c. indien uit onderzoek als bedoeld in artikel 2.20 van de wet of anderszins is gebleken dat de houder naar verwachting niet dan wel niet langer voldoet aan de bij en krachtens hoofdstuk 2, afdeling 2, paragrafen 2 en 3, van de wet gegeven voorschriften.
|
||||
a. is gebleken dat de houder niet langer de peuterspeelzaal exploiteert en er geen verzoek tot wijziging als bedoeld in artikel 13, derde lid, is ingediend;
|
||||
b. uit een onderzoek als bedoeld in artikel 2.20, tweede tot en met vierde lid, van de wet of anderszins is gebleken dat de houder in strijd handelt met het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 2, afdeling 2, paragrafen 2 of 3 van de wet.
|
||||
|
||||
**2.** Het college verwijdert de aanduiding aanbod voorschoolse educatie, indien aan de houder van de peuterspeelzaal daarvoor geen subsidie meer wordt verstrekt.
|
||||
|
||||
**3.** Het college maakt de verwijdering van een peuterspeelzaal uit het register peuterspeelzaalwerk bekend in een lokaal verspreid dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad.
|
||||
**3.** Het college maakt de verwijdering van een peuterspeelzaal uit het register peuterspeelzaalwerk bekend in een lokaal verspreid dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad dan wel op een gemeentelijke website.
|
||||
|
||||
**4.** De verwijdering uit het register peuterspeelzaalwerk, bedoeld in het eerste en tweede lid, en de bekendmaking, bedoeld in het derde lid, vinden onverwijld plaats.
|
||||
|
||||
|
|
@ -300,4 +371,4 @@ Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2012.
|
|||
|
||||
### Artikel 20
|
||||
|
||||
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit registers kinderopvang en peuterspeelzaalwerk.
|
||||
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit registers kinderopvang, buitenlandse kinderopvang en peuterspeelzaalwerk.
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue