diff --git a/wet/ziektewet/BWBR0001888/README.md b/wet/ziektewet/BWBR0001888/README.md index 340b50b8bca..1364e40c150 100644 --- a/wet/ziektewet/BWBR0001888/README.md +++ b/wet/ziektewet/BWBR0001888/README.md @@ -29,6 +29,7 @@ f. rechtens zijn vrijheid is ontnomen: rechtens zijn vrijheid is ontnomen, behou g. justitiële inrichting: een penitentiaire inrichting, een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden, of een inrichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen; h. eigenrisicodrager: de werkgever aan wie de toestemming is verleend, bedoeld in artikel 40, aanhef en eerste lid, onderdeel a, van de Wet financiering sociale verzekeringen; i. overheidswerkgever: de werkgever, bedoeld in artikel 1, onderdeel k, van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen; +j. continentaal plat: de exclusieve economische zone van het Koninkrijk, bedoeld in artikel 1 van de Rijkswet instelling exclusieve economische zone, voor zover deze grenst aan de territoriale zee van Nederland; j. vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel: een bij onherroepelijk geworden vonnis opgelegde vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in het Wetboek van Strafrecht, behoudens de gevallen, bedoeld in artikel 37, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. **2.** @@ -87,7 +88,7 @@ Vervallen **2.** -Wie zijn dienstbetrekking buiten Nederland vervult, wordt niet als werknemer beschouwd, tenzij hij in Nederland woont en zijn werkgever eveneens in Nederland woont of gevestigd is. Voor zover een werkgever: +Wie zijn dienstbetrekking buiten Nederland en het continentaal plat vervult, wordt niet als werknemer beschouwd, tenzij hij in Nederland woont en zijn werkgever eveneens in Nederland woont of gevestigd is. Voor zover een werkgever: a. in Nederland een vaste inrichting voor de uitoefening van zijn bedrijf of beroep of een in Nederland wonende of gevestigde vaste vertegenwoordiger heeft; of b. in Nederland een of meer personen in dienst heeft en hij door of vanwege Onze Minister als werkgever is aangewezen, wordt hij voor de toepassing van de eerste volzin gelijkgesteld met een in Nederland wonende of gevestigde werkgever. @@ -485,7 +486,7 @@ g. de werknemer, bedoeld in de artikelen 29b en 29d. **4.** Geen ziekengeld wordt uitgekeerd op en na de eerste dag van de maand waarin de verzekerde de leeftijd van 65 jaar bereikt alsmede over de periode waarover de verzekerde een uitkering op grond van artikel 3:7, tweede lid, 3:9 of 3:10, tweede en derde lid van de Wet arbeid en zorg ontvangt. -**5.** Geen ziekengeld wordt uitgekeerd nadat een tijdvak van 104 weken van ongeschiktheid tot werken is verstreken, te rekenen vanaf de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken. Voor het bepalen van dit tijdvak worden tijdvakken van ongeschiktheid tot werken samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8 of 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. In de gevallen waarin de tweede volzin toepassing vindt, worden gedurende de desbetreffende periode van 104 weken de eerste twee dagen van de ongeschiktheid tot werken, waarover op grond van het tweede lid, onderdelen a en b, geen ziekengeld wordt uitgekeerd, slechts eenmaal in aanmerking genomen. +**5.** Geen ziekengeld wordt uitgekeerd nadat een tijdvak van 104 weken van ongeschiktheid tot werken is verstreken, te rekenen vanaf de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken. Voor het bepalen van dit tijdvak worden tijdvakken van ongeschiktheid tot werken samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8 of 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. In de gevallen waarin de tweede volzin toepassing vindt, worden gedurende de desbetreffende periode van 104 weken de eerste twee dagen van de ongeschiktheid tot werken, waarover op grond van het tweede lid, onderdelen a, b en c, geen ziekengeld wordt uitgekeerd, slechts eenmaal in aanmerking genomen. **6.** Geen ziekengeld wordt uitgekeerd voor zover de verzekerde, bedoeld in het tweede lid, onderdeel e, artikel 29a, artikel 29b of artikel 29d, door toepassing van artikel 629, derde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek geen recht heeft op loon dan wel op grond van artikel 76b, tweede lid, geen recht heeft op bezoldiging. @@ -536,7 +537,7 @@ e. die geen werknemer is als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, achttien jaa heeft vanaf de eerste dag van zijn ongeschiktheid tot werken recht op ziekengeld over perioden van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte die zijn aangevangen in de vijf jaren na aanvang van de dienstbetrekking. -**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de werknemer die, onmiddellijk voorafgaand aan een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 3, 4 of 5, naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een structurele functionele beperking had en voor wiens ondersteuning bij arbeidsinschakeling het college van burgemeester en wethouders, onmiddellijk voorafgaand aan die dienstbetrekking, op grond van artikel 7, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet werk en bijstand of artikel 11, eerste lid, van de Wet investeren in jongeren, verantwoordelijk was. +**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de werknemer die, onmiddellijk voorafgaand aan een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 3, 4 of 5, naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een structurele functionele beperking had en voor wiens ondersteuning bij arbeidsinschakeling het college van burgemeester en wethouders, onmiddellijk voorafgaand aan die dienstbetrekking, op grond van artikel 7, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet werk en bijstand verantwoordelijk was. **3.** @@ -602,7 +603,7 @@ Onverminderd het elders in deze wet bepaalde terzake van herziening of intrekkin a. indien het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting op grond van artikel 30, 31, 38, 45 of 49 heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van ziekengeld; b. indien anderszins het ziekengeld ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend; -c. indien het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting op grond van artikel 31 of 49 ertoe leidt dat niet kan worden vastgesteld of nog recht op ziekengeld bestaat. +c. indien het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting op grond van artikel 31, 45 of 49 ertoe leidt dat niet kan worden vastgesteld of nog recht op ziekengeld bestaat. **2.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan geheel of gedeeltelijk van herziening of intrekking afzien indien daarvoor dringende redenen zijn. @@ -686,7 +687,7 @@ In afwijking van artikel 33, eerste lid, kan het Uitvoeringsinstituut werknemers a. redelijkerwijs te voorzien is dat de werknemer niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen; b. redelijkerwijs te voorzien is dat een schuldregeling met betrekking tot alle vorderingen, behoudens de in het tweede lid bedoelde vorderingen, van de overige schuldeisers zonder een zodanig besluit niet tot stand zal komen; c. de vordering van het Uitvoeringinstituut werknemersverzekeringen wegens onverschuldigde betaling ten minste zal worden voldaan naar evenredigheid met de vorderingen van de schuldeisers van gelijke rang; -d. een naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen betrouwbare schuldregeling tot stand is gekomen door tussenkomst van een schuldhulpverlener als bedoeld in artikel 48 van de Wet op het consumentenkrediet; +d. een naar het oordeel van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen betrouwbaar voorstel voor een schuldregeling tot stand is gekomen door tussenkomst van een schuldhulpverlener als bedoeld in artikel 48 van de Wet op het consumentenkrediet; e. aannemelijk is dat medewerking aan een schuldregeling niet concurrentieverstorend werkt; en f. uitdeling in het kader van de schuldregeling plaatsvindt overeenkomstig artikel 349 van de Faillissementswet. @@ -704,7 +705,7 @@ c. onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en de verstrekking van juiste ### Artikel 34a -Een vordering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen als bedoeld in de artikelen 33 en 34 van deze wet is bevoorrecht en volgt onmiddellijk na de vorderingen uit artikel 288 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek. +Een vordering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen als bedoeld in de artikelen 33 en 34 is bevoorrecht en volgt onmiddellijk na de vorderingen, bedoeld in artikel 288 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek. ### Artikel 35 @@ -764,9 +765,14 @@ c. bij ontstentenis van de in de onderdelen *a* en *b* bedoelde personen, aan de **1.** De verzekerde die een werkgever heeft als bedoeld in de eerste afdeling, paragraaf 3, en die aanspraak maakt op ziekengeld is in geval van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte verplicht dit op de tweede dag van die ongeschiktheid te melden aan zijn werkgever. -**2.** De werkgever meldt na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde melding, aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen uiterlijk op de vierde dag van de ongeschiktheid tot werken, de eerste werkdag waarop de verzekerde wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid. +**2.** -**3.** In afwijking van het tweede lid meldt de werkgever de eerste werkdag waarop de verzekerde wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid, uiterlijk op de eerste dag na zes weken gerekend vanaf die eerste werkdag, indien de verzekerde aanspraak maakt op ziekengeld op grond van artikel 29, tweede lid, onderdeel e, artikel 29a, eerste lid, of artikel 29b. In afwijking van de vorige volzin meldt de werkgever de eerste werkdag waarop de verzekerde wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid op de laatste dag van de dienstbetrekking, indien de dienstbetrekking in de periode, bedoeld in de vorige zin, eindigt. +De werkgever meldt uiterlijk op de vierde dag: + +a. waarop de verzekerde wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid, na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde melding, aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de eerste werkdag waarop de verzekerde wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid, of +b. vanaf de dag waarop de vrouwelijke werknemer recht had kunnen hebben op een uitkering op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, tweede lid, of 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg doch die uitkering nog niet is aangevangen aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de eerste werkdag waarop de verzekerde wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van haar arbeid. + +**3.** In afwijking van het tweede lid, onderdeel a, meldt de werkgever de eerste werkdag waarop de verzekerde wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid, uiterlijk op de eerste dag na zes weken gerekend vanaf die eerste werkdag, indien de verzekerde aanspraak maakt op ziekengeld op grond van artikel 29, tweede lid, onderdeel e, artikel 29a, eerste lid, of artikel 29b. In afwijking van de vorige volzin meldt de werkgever de eerste werkdag waarop de verzekerde wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid op de laatste dag van de dienstbetrekking, indien de dienstbetrekking in de periode, bedoeld in de vorige zin, eindigt. **4.** Indien de verzekerde na een ziekmelding als bedoeld in het eerste lid weer geschikt is tot het verrichten van zijn arbeid, meldt hij aan de werkgever uiterlijk de tweede dag van die geschiktheid, de eerste dag waarop hij weer geschikt is tot het verrichten van zijn arbeid. @@ -778,6 +784,8 @@ c. bij ontstentenis van de in de onderdelen *a* en *b* bedoelde personen, aan de **8.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen legt een bestuurlijke boete op van ten hoogste € 455 indien de werkgever de verplichting, bedoeld in het tweede, derde, vijfde, zesde of zevende lid, niet of niet behoorlijk is nagekomen. De artikelen 45a, derde, vierde en vijfde lid, 45c en 45g, vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. +**9.** Indien de werkgever de melding, bedoeld in het tweede of derde lid, niet tijdig doet, kent het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het ziekengeld met terugwerkende kracht toe over de verstreken periode, doch ten hoogste over een jaar. + ### Artikel 38ab **1.** Indien de verzekerde die aanspraak maakt op ziekengeld geen werkgever heeft als bedoeld in de eerste afdeling, paragraaf 3, is deze in geval van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte verplicht dit op de tweede dag van die ongeschiktheid te melden aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. @@ -938,7 +946,7 @@ In afwijking van artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechter i **1.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verrekent de bestuurlijke boete met een uitkering op grond van deze wet, de Werkloosheidswet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, de Wet arbeid en zorg of een toeslag op grond van de Toeslagenwet, die degene aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd ontvangt. -**2.** De Sociale verzekeringsbank onderscheidenlijk de gemeente betaalt het bedrag van de bestuurlijke boete, zonder dat daarvoor een machtiging nodig is, op zijn verzoek aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen indien degene aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd een uitkering ontvangt op grond van de Algemene Ouderdomswet, de Algemene nabestaandenwet, de Wet werk en bijstand, de Wet investeren in jongeren, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen of de Wet werk en inkomen kunstenaars. +**2.** De Sociale verzekeringsbank onderscheidenlijk de gemeente betaalt het bedrag van de bestuurlijke boete, zonder dat daarvoor een machtiging nodig is, op zijn verzoek aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen indien degene aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd een uitkering ontvangt op grond van de Algemene Ouderdomswet, de Algemene nabestaandenwet, de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen. **3.** De in artikel 479g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering aan de raad voor de kinderbescherming toegekende bevoegdheid komt gelijkelijk toe aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen gebruik maakt van deze bevoegdheid, geschiedt de bekendmaking van het dwangbevel, in afwijking van artikel 4:123, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, door middel van toezending per post aan de persoon aan wie de boete is opgelegd. @@ -1151,7 +1159,7 @@ Vervallen **1.** De eigenrisicodrager draagt het risico, bedoeld in artikel 40, aanhef en eerste lid, onderdeel a, van de Wet financiering sociale verzekeringen, voorzover de eerste dag van ongeschiktheid tot werken is gelegen op of na de dag waarop de werkgever eigenrisicodrager is geworden. -**2.** Indien het zelf dragen van het risico eindigt of wordt beëindigd blijft de werkgever ten aanzien van een persoon het risico, bedoeld in artikel 40, aanhef en eerste lid, onderdeel a, van de Wet financiering sociale verzekeringen, dragen, voorzover de eerste dag van ongeschiktheid tot werken is gelegen voor het einde van het eigenrisicodragen. Indien de werkgever in staat van faillissement is verklaard, of indien ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel indien hij ophoudt werkgever te zijn, betaalt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het ziekengeld en verhaalt het deze uitkering, alsmede de op grond van enige wet over deze uitkering verschuldigde premies die niet op deze uitkering in mindering kunnen worden gebracht en de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet, op de kredietinstelling of verzekeraar, bedoeld in artikel 40, tweede lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen. +**2.** Indien het zelf dragen van het risico eindigt of wordt beëindigd blijft de werkgever ten aanzien van een persoon het risico, bedoeld in artikel 40, aanhef en eerste lid, onderdeel a, van de Wet financiering sociale verzekeringen, dragen, voorzover de eerste dag van ongeschiktheid tot werken is gelegen voor het einde van het eigenrisicodragen. Indien de werkgever in staat van faillissement is verklaard, of indien ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel indien hij ophoudt werkgever te zijn, betaalt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het ziekengeld en verhaalt het deze uitkering, alsmede de op grond van enige wet over deze uitkering verschuldigde premies die niet op deze uitkering in mindering kunnen worden gebracht en de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet, op de bank of verzekeraar, bedoeld in artikel 40, tweede lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen. **3.** In geval van overgang van een onderneming in de zin van artikel 662 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede in geval van een dergelijke overgang bij faillissement, waarbij de werkgever die de onderneming overdraagt eigenrisicodrager is, gaat het risico van de betaling van ziekengeld dat is of wordt toegekend aan de werknemer die op de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken in dienstbetrekking stond tot de werkgever die de onderneming heeft overgedragen alsmede aan degene die op grond van artikel 46 van deze wet aanspraak op ziekengeld heeft en laatstelijk voor het einde van de verzekering tot voornoemde werkgever in dienstbetrekking stond, over op de werkgever die de onderneming verkrijgt, ook indien deze geen eigenrisicodrager is. @@ -1159,7 +1167,7 @@ Vervallen ### Artikel 63c -Indien de werkgever zich met betrekking tot de begeleiding van zijn zieke werknemers niet meer laat bijstaan door een bedrijfsarts als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet die belast is met de taken, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van die wet meldt hij dat zo spoedig mogelijk. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen legt een bestuurlijke boete op van ten hoogste € 455 indien de werkgever deze verplichting niet is nagekomen. De artikelen 45a, derde, vierde en vijfde lid, 45c, en 45g, vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. +Indien de werkgever zich met betrekking tot de begeleiding van zijn zieke werknemers niet meer laat bijstaan door een persoon als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet die belast is met de bijstand, bedoeld in onderdeel b van dat lid of een arbodienst als bedoeld in die wet meldt hij dat zo spoedig mogelijk. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen legt een bestuurlijke boete op van ten hoogste € 455 indien de werkgever deze verplichting niet is nagekomen. De artikelen 45a, derde, vierde en vijfde lid, 45c, en 45g, vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 63d @@ -1196,7 +1204,7 @@ j. degene, die op grond van artikel 7 als werknemer wordt beschouwd en tevens al De in het eerste lid bedoelde verplichting bestaat eveneens ten aanzien van de persoon, jonger dan 65 jaar, die op grond van het bepaalde bij of krachtens artikel 3, tweede, vierde en vijfde lid, niet als werknemer wordt beschouwd, en a. wiens verplichte verzekering is geëindigd en die buiten Nederland woont, aldaar direct aansluitend op de beëindiging van de verplichte verzekering een dienstbetrekking vervult voor de duur van maximaal vijf jaar en wiens werkgever binnen Nederland woont of gevestigd is; -b. die Nederlander is en die is uitgezonden om werkzaamheden te verrichten voor door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister voor Ontwikkelingssamenwerking aan te wijzen organisaties voor ontwikkelingssamenwerking; +b. die Nederlander is en die is uitgezonden om werkzaamheden te verrichten voor door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Buitenlandse Zaken aan te wijzen organisaties voor ontwikkelingssamenwerking; c. die Nederlander is en die is uitgezonden om, in of buiten Nederland, werkzaamheden te verrichten voor een volkenrechtelijke organisatie, waarvan Nederland lid is dan wel waarvan de werkzaamheden door Nederland worden ondersteund; d. die in Nederland woont, en buiten Nederland een dienstbetrekking vervult; of e. die Nederlander is en buiten Nederland werkzaamheden verricht die worden bekostigd door het Rijk en die tevens in opdracht van het Rijk worden verricht in het kader van een wettelijke taakomschrijving of ter uitvoering van een internationaal verdrag dan wel een daarmee gelijk te stellen overeenkomst of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie. @@ -1665,3 +1673,9 @@ Ten aanzien van verzekerden die aanspraak maken op ziekengeld op grond van artik **1.** Artikel 31, eerste en tweede lid, zoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van artikel II, onderdeel B, van de Wet wijziging verrekening inkomsten met ziekengeld, blijft van toepassing op de verzekerde wiens eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte is gelegen voor de dag waarop artikel II, onderdeel B, van die wet in werking is getreden. **2.** Dit artikel vervalt drie jaar na de dag waarop artikel II, onderdeel B, van de Wet wijziging verrekening inkomsten met ziekengeld in werking is getreden. + +### Artikel 99 + +**1.** Artikel 31, derde, vierde en vijfde lid, zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van artikel VIII, onderdeel G, onder 3 en 4, van de Wet harmonisatie en vereenvoudiging socialezekerheidswetgeving, blijft van toepassing op de verzekerde wiens eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte is gelegen voor de dag waarop artikel VIII, onderdeel G, onder 3 en 4, van die wet in werking is getreden. + +**2.** Dit artikel vervalt drie jaar na de dag waarop artikel VIII, onderdeel G, van de Wet harmonisatie en vereenvoudiging socialezekerheidswetgeving in werking is getreden.