2020-08-01 | BWBR0036631 | Besluit experiment beroepsopleiding gecombineerde leerwegen bol-bbl
This commit is contained in:
parent
ebe3d437a7
commit
a07ebc1beb
1 changed files with 19 additions and 19 deletions
|
|
@ -25,9 +25,9 @@ e. *onderwijsprogramma:* onderwijsprogramma als bedoeld in artikel 7.4.8, eerste
|
|||
f. *onderwijs- en examenregeling:* onderwijs- en examenregeling, bedoeld in artikel 7.4.8, tweede lid, van de wet;
|
||||
g. *leerbedrijf:* bedrijf dat of organisatie die bevoegd is de beroepspraktijkvorming te verzorgen, op basis van een gunstige beoordeling op grond van de criteria, bedoeld in artikel 7.2.10, van de wet;
|
||||
h. *opleidingsbedrijf:* rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid zonder winstoogmerk die opgericht is met als doel het opleiden van vakbekwaam personeel voor bedrijven in de sectoren die vallen onder opleidingsdomeinen vastgesteld overeenkomstig artikel 7.2.5a van de wet;
|
||||
i. *deelnemer:* deelnemer in de zin van artikel 8.1.1., eerste lid, van de wet, die door een instelling wordt ingeschreven voor de beroepsopleiding bol-bbl en die op dat moment niet ingeschreven is voor een beroepsopleiding die is gericht op het behalen van eenzelfde kwalificatie als die waarop de beroepsopleiding bol-bbl van inschrijving is gericht;
|
||||
j. *studiejaar bol:* studiejaar in een beroepsopleiding bol-bbl, waarvan de instelling overeenkomstig de onderwijs- en examenregeling, bij de levering, bedoeld in artikel 18, eerste lid, onderdeel c, in samenhang met artikel 6, vijfde lid, onderdeel d, van het Besluit register onderwijsdeelnemers, van een deelnemer opgave doet van de beroepsopleidende leerweg;
|
||||
k. *studiejaar bbl:* studiejaar in een beroepsopleiding bol-bbl, waarvan de instelling overeenkomstig de onderwijs- en examenregeling, bij de levering, bedoeld in artikel 18, eerste lid, onderdeel c, in samenhang met artikel 6, vijfde lid, onderdeel d, van het Besluit register onderwijsdeelnemers, van een deelnemer opgave doet van de beroepsbegeleidende leerweg;
|
||||
i. *student:* student in de zin van artikel 8.1.1., eerste lid, van de wet, die door een instelling wordt ingeschreven voor de beroepsopleiding bol-bbl en die op dat moment niet ingeschreven is voor een beroepsopleiding die is gericht op het behalen van eenzelfde kwalificatie als die waarop de beroepsopleiding bol-bbl van inschrijving is gericht;
|
||||
j. *studiejaar bol:* studiejaar in een beroepsopleiding bol-bbl, waarvan de instelling overeenkomstig de onderwijs- en examenregeling, bij de levering, bedoeld in artikel 18, eerste lid, onderdeel c, in samenhang met artikel 6, vijfde lid, onderdeel d, van het Besluit register onderwijsdeelnemers, van een student opgave doet van de beroepsopleidende leerweg;
|
||||
k. *studiejaar bbl:* studiejaar in een beroepsopleiding bol-bbl, waarvan de instelling overeenkomstig de onderwijs- en examenregeling, bij de levering, bedoeld in artikel 18, eerste lid, onderdeel c, in samenhang met artikel 6, vijfde lid, onderdeel d, van het Besluit register onderwijsdeelnemers, van een student opgave doet van de beroepsbegeleidende leerweg;
|
||||
l. *lesgeld:* lesgeld als bedoeld in artikel 2 van de Les- en cursusgeldwet;
|
||||
m. *cursusgeld:* cursusgeld als bedoeld in artikel 2 van de Les- en cursusgeldwet;
|
||||
n. *studiefinanciering:* studiefinanciering als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet op de studiefinanciering 2000.
|
||||
|
|
@ -56,7 +56,7 @@ Een instelling kan slechts deelnemen aan het experiment met een beroepsopleiding
|
|||
a. waarvoor niet een besluit is genomen als bedoeld in de artikelen 6.1.4 en 6.1.5b, eerste lid, respectievelijk de artikelen 6.2.2 en 6.2.3.b, eerste lid, van de wet; en die
|
||||
b. niet onder de werking van het Besluit experimenten doorlopende leerlijnen vmbo-mbo 2014–2022 valt.
|
||||
|
||||
**2.** Het bevoegd gezag van een instelling, die wil deelnemen aan het experiment, heeft een samenwerkingsovereenkomst met één of meer opleidingsbedrijven of één of meer leerbedrijven waarin voor iedere deelnemer is opgenomen de garantie van een beschikbare praktijkplaats als bedoeld in artikel 7.2.9, tweede lid, van de wet, tegen een marktconforme beloning voor zover het een praktijkplaats in een studiejaar bbl betreft.
|
||||
**2.** Het bevoegd gezag van een instelling, die wil deelnemen aan het experiment, heeft een samenwerkingsovereenkomst met één of meer opleidingsbedrijven of één of meer leerbedrijven waarin voor iedere student is opgenomen de garantie van een beschikbare praktijkplaats als bedoeld in artikel 7.2.9, tweede lid, van de wet, tegen een marktconforme beloning voor zover het een praktijkplaats in een studiejaar bbl betreft.
|
||||
|
||||
**3.** Een instelling neemt met maximaal 10 beroepsopleidingen deel aan het experiment.
|
||||
|
||||
|
|
@ -64,7 +64,7 @@ b. niet onder de werking van het Besluit experimenten doorlopende leerlijnen vmb
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In afwijking van de artikelen 7.2.2, tweede lid, en 7.2.7, derde, vierde en achtste lid, van de wet, voldoet het onderwijsprogramma voor de beroepsopleiding bol-bbl aan de eisen met betrekking tot voldoende begeleide onderwijsuren en uren beroepspraktijkvorming, bedoeld in artikel 7.2.7, eerste lid, van de wet, indien het bevoegd gezag voor de deelnemer een onderwijsprogramma verzorgt dat:
|
||||
In afwijking van de artikelen 7.2.2, tweede lid, en 7.2.7, derde, vierde en achtste lid, van de wet, voldoet het onderwijsprogramma voor de beroepsopleiding bol-bbl aan de eisen met betrekking tot voldoende begeleide onderwijsuren en uren beroepspraktijkvorming, bedoeld in artikel 7.2.7, eerste lid, van de wet, indien het bevoegd gezag voor de student een onderwijsprogramma verzorgt dat:
|
||||
|
||||
a. voor een tweejarige basisberoepsopleiding of vakopleiding één studiejaar bol en één studiejaar bbl kent en ten minste 1.850 klokuren omvat waarvan ten minste 900 begeleide onderwijsuren en ten minste 860 uren beroepspraktijkvorming, met dien verstande dat in het eerste studiejaar ten minste 700 begeleide onderwijsuren worden verzorgd;
|
||||
b. voor een driejarige vakopleiding of middenkaderopleiding:
|
||||
|
|
@ -102,8 +102,8 @@ a. de onderwijs- en examenregeling, bedoeld in artikel 7.4.8 van de wet, waarbij
|
|||
1°. de kwalificatie waarop de opleiding betrekking heeft; en
|
||||
2°. de vermelding van de begeleide onderwijsuren en de uren beroepspraktijkvorming per programmaonderdeel per studiejaar, waarbij tevens is aangegeven welke studiejaren bol en welke studiejaren bbl zijn;
|
||||
b. de samenwerkingsovereenkomst, bedoeld in artikel 4, tweede lid;
|
||||
c. een opgave van het aantal deelnemers dat de instelling per cohort beoogt in te schrijven voor de beroepsopleiding bol-bbl, en
|
||||
d. een verklaring van instemming van de deelnemersraad indien het onderwijsprogramma minder uren omvat als bedoeld in artikel 5, tweede lid.
|
||||
c. een opgave van het aantal studenten dat de instelling per cohort beoogt in te schrijven voor de beroepsopleiding bol-bbl, en
|
||||
d. een verklaring van instemming van de studentenraad indien het onderwijsprogramma minder uren omvat als bedoeld in artikel 5, tweede lid.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -121,7 +121,7 @@ c. in de aanvraagperiode van 1 december 2017 tot en met 15 januari 2018 een aa
|
|||
|
||||
**8.** De toestemming voor deelname aan het experiment met een drie-, respectievelijk, vierjarige opleiding heeft slechts betrekking op één van de in artikel 5, onderdeel b, respectievelijk, c, genoemde varianten van het onderwijsprogramma.
|
||||
|
||||
**9.** Bij de beschikking waarbij toestemming wordt verleend stelt Onze Minister, met het oog op de duur van het experiment, het laatste studiejaar vast dat deelnemers kunnen worden ingeschreven voor een beroepsopleiding bol-bbl bij de instelling.
|
||||
**9.** Bij de beschikking waarbij toestemming wordt verleend stelt Onze Minister, met het oog op de duur van het experiment, het laatste studiejaar vast dat studenten kunnen worden ingeschreven voor een beroepsopleiding bol-bbl bij de instelling.
|
||||
|
||||
**10.** Onze Minister geeft een beschikking binnen drie maanden na ontvangst van een aanvraag.
|
||||
|
||||
|
|
@ -131,19 +131,19 @@ c. in de aanvraagperiode van 1 december 2017 tot en met 15 januari 2018 een aa
|
|||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag van een deelnemende instelling is verplicht zodanige informatie te verstrekken aan aanstaande deelnemers over een beroepsopleiding bol-bbl dat het hen in staat stelt zich voorafgaand aan de inschrijving een goed oordeel te kunnen vormen over de gevolgen daarvan, waaronder in ieder geval:
|
||||
Het bevoegd gezag van een deelnemende instelling is verplicht zodanige informatie te verstrekken aan aanstaande studenten over een beroepsopleiding bol-bbl dat het hen in staat stelt zich voorafgaand aan de inschrijving een goed oordeel te kunnen vormen over de gevolgen daarvan, waaronder in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. informatie over verplichtingen samenhangend met het ontstaan en het vervallen van de aanspraak op studiefinanciering en informatie over verplichtingen met betrekking tot het betalen van lesgeld onderscheidenlijk cursusgeld.
|
||||
b. informatie over de mogelijkheid voor een deelnemer tot beëindiging van de inschrijving van de beroepsopleiding bol-bbl en inschrijving in een beroepsopleiding in de beroepsopleidende dan wel beroepsbegeleidende leerweg.
|
||||
b. informatie over de mogelijkheid voor een student tot beëindiging van de inschrijving van de beroepsopleiding bol-bbl en inschrijving in een beroepsopleiding in de beroepsopleidende dan wel beroepsbegeleidende leerweg.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat:
|
||||
|
||||
a. de deelnemer tijdig in elk studiejaar geïnformeerd wordt over de verplichtingen die verbonden zijn aan de aanspraak dan wel het vervallen van de aanspraak op studiefinanciering en de verplichtingen met betrekking tot het verschuldigd zijn van lesgeld onderscheidenlijk cursusgeld;
|
||||
b. gedurende de studiejaren bbl sprake is van ten minste drie contactmomenten per studiejaar tussen de instelling, de deelnemer en het leerbedrijf;
|
||||
a. de student tijdig in elk studiejaar geïnformeerd wordt over de verplichtingen die verbonden zijn aan de aanspraak dan wel het vervallen van de aanspraak op studiefinanciering en de verplichtingen met betrekking tot het verschuldigd zijn van lesgeld onderscheidenlijk cursusgeld;
|
||||
b. gedurende de studiejaren bbl sprake is van ten minste drie contactmomenten per studiejaar tussen de instelling, de student en het leerbedrijf;
|
||||
|
||||
**3.** de deelnemer die de inschrijving van de beroepsopleiding bol-bbl wil beëindigen, begeleid wordt bij het desgewenst inschrijven voor een andere beroepsopleiding al dan niet bij een andere instelling, passend bij het reeds bereikte onderwijsniveau.
|
||||
**3.** de student die de inschrijving van de beroepsopleiding bol-bbl wil beëindigen, begeleid wordt bij het desgewenst inschrijven voor een andere beroepsopleiding al dan niet bij een andere instelling, passend bij het reeds bereikte onderwijsniveau.
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
|
|
@ -151,8 +151,8 @@ b. gedurende de studiejaren bbl sprake is van ten minste drie contactmomenten pe
|
|||
|
||||
Aan de toestemming zijn voor een deelnemende instelling voorts de volgende verplichtingen verbonden:
|
||||
|
||||
a. het uitbrengen van een verslag aan Onze Minister uiterlijk op 31 juli van het studiejaar waarin een deelnemer voor het eerst de beroepsopleiding bol-bbl kan afronden;
|
||||
b. het uitbrengen van een eindverslag aan Onze Minister uiterlijk op 31 juli van het studiejaar 2019–2020, in welke verslag de waardering van de deelnemers, docenten, leerwerkbedrijven, opleidingsbedrijven en werkgevers over het experiment is opgenomen;
|
||||
a. het uitbrengen van een verslag aan Onze Minister uiterlijk op 31 juli van het studiejaar waarin een student voor het eerst de beroepsopleiding bol-bbl kan afronden;
|
||||
b. het uitbrengen van een eindverslag aan Onze Minister uiterlijk op 31 juli van het studiejaar 2019–2020, in welke verslag de waardering van de studenten, docenten, leerwerkbedrijven, opleidingsbedrijven en werkgevers over het experiment is opgenomen;
|
||||
c. het onverwijld melden aan Onze Minister van feiten en omstandigheden die van belang kunnen zijn voor het experiment;
|
||||
d. het desgevraagd verstrekken aan Onze Minister van nadere informatie; en
|
||||
e. het verlenen van medewerking aan Onze Minister aan de monitoring en evaluatie van het experiment.
|
||||
|
|
@ -171,11 +171,11 @@ e. het verlenen van medewerking aan Onze Minister aan de monitoring en evaluatie
|
|||
|
||||
Onze Minister onderzoekt bij de evaluatie in ieder geval:
|
||||
|
||||
a. de studieresultaten van de deelnemers;
|
||||
a. de studieresultaten van de studenten;
|
||||
b. de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt, waaronder in ieder geval de kansen op het vinden van een baan op het niveau van de gevolgde opleiding;
|
||||
c. de mate waarin de beroepsopleiding bol-bbl van invloed is geweest op de studieresultaten en de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt.
|
||||
d. de waarderingen van deelnemers, docenten, leerwerkbedrijven en opleidingsbedrijven en werkgevers van de beroepsopleiding bol-bbl;
|
||||
e. de waardering en effecten van de samenwerkingsovereenkomsten en de marktconforme beloning van de deelnemers;
|
||||
d. de waarderingen van studenten, docenten, leerwerkbedrijven en opleidingsbedrijven en werkgevers van de beroepsopleiding bol-bbl;
|
||||
e. de waardering en effecten van de samenwerkingsovereenkomsten en de marktconforme beloning van de studenten;
|
||||
f. de effecten van aanbieden van de beroepsopleiding bol-bbl op de inschrijvingen voor beroepsopleidingen in de beroepsopleidende leerweg en beroepsopleidingen in de beroepsbegeleidende leerweg; en
|
||||
g. in hoeverre er in de bovengenoemde effecten een verschil is tussen de experimentele basisberoepsopleidingen, vakopleidingen of middenkaderopleidingen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -183,7 +183,7 @@ g. in hoeverre er in de bovengenoemde effecten een verschil is tussen de experim
|
|||
|
||||
**1.** Onze Minister kan besluiten dat het experiment geheel of gedeeltelijk bij een deelnemende instelling wordt beëindigd indien een instelling niet langer voldoet aan de voorwaarden voor deelname aan het experiment, genoemd in artikel 4 of de voorschriften van dit besluit of de beschikking niet naar behoren naleeft.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan besluiten dat het experiment geheel of gedeeltelijk wordt beëindigd indien het experiment ernstige nadelige effecten op het onderwijs, de onderwijsvoorzieningen of de positie van de deelnemers bij een of meerdere instellingen tot gevolg heeft.
|
||||
**2.** Onze Minister kan besluiten dat het experiment geheel of gedeeltelijk wordt beëindigd indien het experiment ernstige nadelige effecten op het onderwijs, de onderwijsvoorzieningen of de positie van de studenten bij een of meerdere instellingen tot gevolg heeft.
|
||||
|
||||
### Artikel 12
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue