2015-01-01 | BWBR0004044 | Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers
This commit is contained in:
parent
7eeec113a5
commit
a09e1502f6
1 changed files with 67 additions and 68 deletions
|
|
@ -23,8 +23,8 @@ b. college: het college van burgemeester en wethouders, bedoeld in artikel 11;
|
|||
c. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
|
||||
d. Sociale verzekeringsbank: de Sociale verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
|
||||
e. het Inlichtingenbureau: het Inlichtingenbureau, bedoeld in artikel 63 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
|
||||
f. netto minimumloon: het netto minimumloon, bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de Wet werk en bijstand;
|
||||
g. netto minimumjeugdloon: het netto minimumloon, bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de Wet werk en bijstand, waarbij onder het minimumloon per maand wordt verstaan het voor de betreffende leeftijd geldende minimumloon, bedoeld in artikel 8, derde lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, met dien verstande, dat voor de berekening, bedoeld in artikel 37, tweede lid, van de Wet werk en bijstand, rekening wordt gehouden met uitsluitend de algemene heffingskorting;
|
||||
f. netto minimumloon: het netto minimumloon, bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de Participatiewet;
|
||||
g. netto minimumjeugdloon: het netto minimumloon, bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de Participatiewet, waarbij onder het minimumloon per maand wordt verstaan het voor de betreffende leeftijd geldende minimumloon, bedoeld in artikel 8, derde lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, met dien verstande, dat voor de berekening, bedoeld in artikel 37, tweede lid, van de Participatiewet, rekening wordt gehouden met uitsluitend de algemene heffingskorting;
|
||||
h. vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel: een bij onherroepelijk geworden vonnis opgelegde vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in het Wetboek van Strafrecht.
|
||||
|
||||
### Artikel 2
|
||||
|
|
@ -33,10 +33,10 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder werkloze wer
|
|||
|
||||
a. die:
|
||||
|
||||
1°. na het bereiken van de leeftijd van 50 jaar werkloos is geworden;
|
||||
1° geboren is voor 1 januari 1965 en na het bereiken van de leeftijd van 50 jaar werkloos is geworden;
|
||||
2°. in verband met die werkloosheid recht heeft gekregen op een uitkering op grond van hoofdstuk II van de Werkloosheidwet met een duur van meer dan drie maanden, en
|
||||
3°. nadien de volledige uitkeringsduur, bedoeld in hoofdstuk II van de Werkloosheidswet, inclusief een eventuele verlenging van deze duur op grond van artikel 76 van die wet, heeft bereikt, tenzij op dat tijdstip een maatregel van blijvend gehele weigering van de uitkering op grond van artikel 27, eerste of tweede lid, van de Werkloosheidswet van toepassing is; of
|
||||
b. 1°. die na het bereiken van de leeftijd van 50 jaar recht heeft gekregen op een loongerelateerde werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsongeschikten als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, en
|
||||
b. 1° geboren is voor 1 januari 1965 en die na het bereiken van de leeftijd van 50 jaar recht heeft gekregen op een loongerelateerde werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsongeschikten als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, en
|
||||
2°. wiens recht op werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsgeschikten nadien is geëindigd omdat zijn mate van arbeidsongeschiktheid niet langer ten minste 35% bedraagt.
|
||||
|
||||
### Artikel 3
|
||||
|
|
@ -74,7 +74,7 @@ d. zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huish
|
|||
|
||||
**7.** Onder bloedverwant in de eerste graad als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, wordt mede verstaan een meerderjarig aangehuwd kind of een meerderjarig voormalig pleegkind van de ongehuwde meerderjarige.
|
||||
|
||||
**8.** Onder voormalig pleegkind als bedoeld in het zevende lid wordt verstaan een pleegkind waarvoor de ongehuwde meerderjarige een pleegvergoeding ontving of ontvangt op grond van de Wet op de jeugdzorg of kinderbijslag ontving op grond van de Algemene Kinderbijslagwet.
|
||||
**8.** Onder voormalig pleegkind als bedoeld in het zevende lid wordt verstaan een pleegkind voor wie de ongehuwde meerderjarige een pleegvergoeding ontving of ontvangt op grond van de Wet op de jeugdzorg of de Jeugdwet, of kinderbijslag ontving op grond van de Algemene Kinderbijslagwet.
|
||||
|
||||
### Artikel 3a
|
||||
|
||||
|
|
@ -94,19 +94,26 @@ c. kind: het kind jonger dan 18 jaar, dat niet als eigen kind, aangehuwd kind of
|
|||
|
||||
### Artikel 4a
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
|
||||
|
||||
a. arbeidsinschakeling: het verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een voorziening als bedoeld in artikel 34, eerste lid, onderdeel a;
|
||||
b. sociale activering: het verrichten van onbeloonde maatschappelijk zinvolle activiteiten gericht op arbeidsinschakeling of, als arbeidsinschakeling nog niet mogelijk is, op zelfstandige maatschappelijke participatie;
|
||||
c. startkwalificatie: een diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs of een diploma hoger algemeen voortgezet onderwijs of voorbereidend wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 7 onderscheidenlijk 8 van de Wet op het voortgezet onderwijs.
|
||||
|
||||
**2.** Voor de toepassing van deze wet wordt niet als algemeen geaccepteerde arbeid beschouwd arbeid op grond van een dienstbetrekking als bedoeld in hoofdstuk 2 of 3 van de Wet sociale werkvoorziening. Voor de toepassing van de artikelen 34 tot en met 36 wordt voor personen die blijkens een indicatiebeschikking of herindicatiebeschikking tot de doelgroep behoren van de Wet sociale werkvoorziening onder een voorziening gericht op arbeidsinschakeling mede verstaan een voorziening gericht op het verkrijgen van arbeid in een dienstbetrekking als bedoeld in de artikelen 2 en 7 van die wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 4b
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder medisch urenbeperkt verstaan: als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebreken, zwangerschap of bevalling voor een geringer aantal uren belastbaar zijn dan de normale arbeidsduur, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
Het college kan:
|
||||
|
||||
a. ambtshalve vaststellen of een persoon die een uitkering op grond van deze wet ontvangt medisch urenbeperkt is;
|
||||
b. op schriftelijke aanvraag van een persoon die een uitkering op grond van deze wet ontvangt vaststellen of hij medisch urenbeperkt is.
|
||||
|
||||
**3.** Een aanvraag als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, kan slechts eenmaal per twaalf maanden worden ingediend.
|
||||
|
||||
**4.** Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verricht voor het college de werkzaamheden ten behoeve van de vaststelling of een persoon die een uitkering op grond van deze wet ontvangt medisch urenbeperkt is en adviseert het college hierover.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk II. De uitkering
|
||||
|
||||
|
|
@ -118,9 +125,8 @@ Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
|||
|
||||
Recht op uitkering hebben, indien het inkomen per maand minder bedraagt dan de overeenkomstig het derde tot en met zesde lid en het negende lid vastgestelde grondslag:
|
||||
|
||||
a. de werkloze werknemer en de echtgenoot met of zonder kinderen;
|
||||
b. de alleenstaande werkloze werknemer en de thuisinwonende werkloze werknemer met een of meer kinderen;
|
||||
c. de alleenstaande werkloze werknemer en de thuisinwonende werkloze werknemer zonder kinderen.
|
||||
a. de werkloze werknemer en de echtgenoot;
|
||||
b. de alleenstaande werkloze werknemer en de thuisinwonende werkloze werknemer.
|
||||
|
||||
**2.** Het recht op uitkering komt de werkloze werknemer en de echtgenoot gezamenlijk toe. De uitkering wordt aan de werkloze werknemer en de echtgenoot ieder voor de helft uitbetaald, dan wel op hun gezamenlijk verzoek aan een van hen voor het geheel.
|
||||
|
||||
|
|
@ -128,26 +134,23 @@ c. de alleenstaande werkloze werknemer en de thuisinwonende werkloze werknemer z
|
|||
|
||||
De grondslag, bedoeld in het eerste lid, wordt door Onze Minister zodanig vastgesteld dat:
|
||||
|
||||
a. voor de werkloze werknemer en de echtgenoot die beiden 21 jaar of ouder zijn, de helft van de grondslag netto gelijk is aan € 661,77 per 1 juli 2014: € 679,75;
|
||||
a. voor de werkloze werknemer en de echtgenoot die beiden 21 jaar of ouder zijn, de helft van de grondslag netto gelijk is aan € 661,77 per 1 januari 2015: € 686,31;
|
||||
b. deze voor de werkloze werknemer en de echtgenoot, waarvan een of elk van beiden jonger dan 21 jaar is, de som bedraagt van de grondslagen die voor elk van hen als een alleenstaande werknemer of een thuisinwonende werkloze werknemer zou gelden doch ten hoogste de grondslag als bedoeld in onderdeel *a*.
|
||||
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
De grondslag, bedoeld in het eerste lid, wordt door Onze Minister zodanig vastgesteld dat deze:
|
||||
|
||||
a. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 21 jaar of ouder met een of meer kinderen netto gelijk is aan € 1.191,18 per 1 juli 2014: € 1.223,54;
|
||||
b. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 23 jaar of ouder zonder kinderen netto gelijk is aan € 926,47 per 1 juli 2014: € 951,64;
|
||||
c. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 22 jaar zonder kinderen netto gelijk is aan € 766,74 per 1 juli 2014: € 787,75;
|
||||
d. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 21 jaar zonder kinderen netto gelijk is aan € 672,03 per 1 juli 2014: € 691,42.
|
||||
a. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 23 jaar of ouder netto gelijk is aan € 926,47 per 1 januari 2015: € 960,83;
|
||||
b. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 22 jaar netto gelijk is aan € 766,74 per 1 januari 2015: € 794,76;
|
||||
c. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 21 jaar netto gelijk is aan € 672,03 per 1 januari 2015: € 698,12.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
De grondslag, bedoeld in het eerste lid, wordt door Onze Minister zodanig vastgesteld dat deze:
|
||||
|
||||
a. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 18, 19 of 20 jaar met een of meer kinderen netto gelijk is aan € 1.147,95 per 1 juli 2014: € 1.179,11;
|
||||
b. voor de thuisinwonende werkloze werknemer van 18, 19 of 20 jaar met een of meer kinderen netto gelijk is aan € 860,58 per 1 juli 2014: € 883,96;
|
||||
c. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 18, 19 of 20 jaar zonder kinderen netto gelijk is aan € 637,75 per 1 juli 2014: € 655,06;
|
||||
d. voor de thuisinwonende werkloze werknemer zonder kinderen netto gelijk is aan € 350,38 per 1 juli 2014: € 359,91.
|
||||
a. voor de alleenstaande werkloze werknemer van 18, 19 of 20 jaar netto gelijk is aan € 637,75 per 1 januari 2015: € 662,28;
|
||||
b. voor de thuisinwonende werkloze werknemer netto gelijk is aan € 350,38 per 1 januari 2015: € 363,79.
|
||||
|
||||
**6.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -163,15 +166,15 @@ B staat voor het loon uit dienstbetrekking dat de werkloze werknemer in die kale
|
|||
|
||||
**9.** Het zesde lid is niet van toepassing, voor zover de uitkomst van de berekening op grond van dat lid minder bedroeg dan de van toepassing zijnde grondslag op grond van het derde tot en met vijfde lid, als gevolg van een gedeeltelijke eindiging van een recht op uitkering op grond van de Werkloosheidswet door het verrichten van werkzaamheden als lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, van een vertegenwoordigend orgaan van een publiekrechtelijk lichaam dat bij rechtstreekse verkiezing wordt samengesteld, of van een algemeen bestuur van een waterschap.
|
||||
|
||||
**10.** De in het derde lid, onderdeel a, vierde lid, onderdeel a en b, en vijfde lid, genoemde bedragen worden herzien met ingang van de dag waarop het netto minimumloon wordt herzien met het percentage van deze herziening.
|
||||
**10.** De in het derde lid, onderdeel a, vierde lid, onderdeel a, en vijfde lid, genoemde bedragen worden herzien met ingang van de dag waarop het netto minimumloon wordt herzien met het percentage van deze herziening.
|
||||
|
||||
**11.** De in het vierde lid, onderdeel c en d, genoemde bedragen worden herzien met ingang van de dag waarop het netto minimumjeugdloon wordt herzien met het percentage van deze herziening.
|
||||
**11.** De in het vierde lid, onderdelen b en c, genoemde bedragen worden herzien met ingang van de dag waarop het netto minimumjeugdloon wordt herzien met het percentage van deze herziening.
|
||||
|
||||
**12.** Voor zover het recht op uitkering op grond van de Werkloosheidswet gedeeltelijk is geëindigd door het verrichten van werkzaamheden als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van die wet, wordt bij de toepassing van het zesde lid voor de vaststelling van factor A uitgegaan van het bedrag aan loondervingsuitkering dat zou zijn genoten indien die werkzaamheden niet zouden zijn verricht.
|
||||
|
||||
**13.** Het twaalfde lid is van overeenkomstige toepassing indien de loongerelateerde uitkering van de werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsgeschikten, bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, is verlaagd als gevolg van het verrichten van werkzaamheden uit hoofde waarvan de werkloze werknemer geen werknemer is als bedoeld in de artikelen 8 en 9 van die wet.
|
||||
|
||||
**14.** Bij de bepaling van het inkomen, bedoeld in het eerste lid, wordt een koopkrachttegemoetkoming op grond van artikel 36a van de Wet werk en bijstand niet in aanmerking genomen.
|
||||
**14.** Bij de bepaling van het inkomen, bedoeld in het eerste lid, wordt een koopkrachttegemoetkoming op grond van artikel 36a van de Participatiewet niet in aanmerking genomen.
|
||||
|
||||
**15.** Van de herziene bedragen en van de dag waarop de herziening plaats vindt wordt door Onze Minister mededeling gedaan in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
|
|
@ -212,21 +215,25 @@ In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder inkomen verstaan:
|
|||
a. voor de werkloze werknemer en de echtgenoot: de som van het inkomen uit arbeid of overig inkomen van hemzelf en zijn echtgenoot;
|
||||
b. voor de alleenstaande en de thuiswonende werkloze werknemer: zijn inkomen uit arbeid of overig inkomen.
|
||||
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid wordt niet als inkomen uit arbeid beschouwd het inkomen uit arbeid gedurende zes aangesloten maanden tot 25 procent van dit inkomen, met een maximum van € 291,04 per 1 juli 2014: € 306,56 per maand, voor zover een uitkering wordt ontvangen en dit naar het oordeel van burgemeester en wethouders bijdraagt aan de arbeidsinschakeling.
|
||||
**2.** In afwijking van het eerste lid wordt niet als inkomen uit arbeid beschouwd het inkomen uit arbeid gedurende zes aangesloten maanden tot 25 procent van dit inkomen, met een maximum van € 291,04 per 1 januari 2015: € 309,36 per maand, voor zover een uitkering wordt ontvangen en dit naar het oordeel van burgemeester en wethouders bijdraagt aan de arbeidsinschakeling.
|
||||
|
||||
**3.** Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald wat wordt verstaan onder inkomen uit arbeid of overig inkomen als bedoeld in het eerste lid. Daarbij kan tevens worden bepaald dat nader te bepalen inkomen dat gedeeltelijk, niet, of niet langer wordt genoten als gevolg van gewijzigde omstandigheden of enig handelen of nalaten van betrokkene in aanmerking wordt genomen alsof het wel volledig wordt genoten.
|
||||
|
||||
**4.** Onze Minister herziet het bedrag, genoemd in het tweede lid, met ingang van een door hem te bepalen dag, voor zover de ontwikkeling van het in artikel 31, tweede lid, onderdeel n, van de Wet werk en bijstand genoemde bedrag daartoe aanleiding geeft.
|
||||
**4.** Het bedrag, genoemd in het tweede lid, wordt gewijzigd met ingang van de dag waarop het in artikel 31, tweede lid, onderdeel n, van de Participatiewet genoemde bedrag wordt gewijzigd. Het gewijzigde bedrag, wordt, samen met de dag waarop de wijzigingen ingaan, door of namens Onze Minister bekend gemaakt in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
In afwijking van het eerste lid wordt niet als inkomen uit arbeid beschouwd het inkomen uit arbeid van een alleenstaande ouder tot 12,5 procent van dit inkomen, met een maximum van € 187,28 per 1 juli 2014: € 202,57 per maand, gedurende een aaneengesloten periode van maximaal 30 maanden, voor zover hij een uitkering ontvangt, ingeval:
|
||||
In afwijking van het eerste lid wordt niet als inkomen uit arbeid beschouwd het inkomen uit arbeid van een alleenstaande ouder tot 12,5 procent van dit inkomen, met een maximum van € 187,28 per 1 januari 2015: € 199,81 per maand, gedurende een aaneengesloten periode van maximaal 30 maanden, voor zover hij een uitkering ontvangt, ingeval:
|
||||
|
||||
a. hij de volledige zorg heeft voor zijn kind tot 12 jaar,
|
||||
b. de periode van zes aaneengesloten maanden, bedoeld in het tweede lid, is verstreken, en
|
||||
c. dit volgens het college bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling.
|
||||
|
||||
**6.** Onze Minister herziet het bedrag, genoemd in het vijfde lid, met ingang van een door hem te bepalen dag, voor zover de ontwikkeling van het in artikel 31, tweede lid, onderdeel r, van de Wet werk en bijstand genoemde bedrag daartoe aanleiding geeft.
|
||||
**6.** Het bedrag, genoemd in het vijfde lid, wordt gewijzigd met ingang van de dag waarop het in artikel 31, tweede lid, onderdeel r, van de Participatiewet genoemde bedrag wordt gewijzigd. Het gewijzigde bedrag, wordt, samen met de dag waarop de wijzigingen ingaan, door of namens Onze Minister bekend gemaakt in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
**7.** In afwijking van het eerste lid wordt niet als inkomen uit arbeid beschouwd het inkomen uit arbeid van een persoon die medisch urenbeperkt is tot 15 procent van dit inkomen uit arbeid, met een maximum van € 124,00 per maand, voor zover hij een uitkering op grond van deze wet ontvangt, tenzij het tweede of vijfde lid van toepassing is.
|
||||
|
||||
**8.** Het bedrag, genoemd in het zevende lid, wordt gewijzigd met ingang van de dag waarop het in artikel 31, tweede lid, onderdeel z, van de Participatiewet genoemde bedrag wordt gewijzigd. Het gewijzigde bedrag, wordt, samen met de dag waarop de wijzigingen ingaan, door of namens Onze Minister bekend gemaakt in de Staatscourant.
|
||||
|
||||
### Paragraaf 2. De hoogte van de uitkering
|
||||
|
||||
|
|
@ -280,14 +287,14 @@ Een aanvraag is gericht tot burgemeester en wethouders en wordt overeenkomstig a
|
|||
|
||||
In aanvulling op het eerste lid kan het college de belanghebbende verzoeken aan te tonen dat:
|
||||
|
||||
a. hij een werkloze werknemer is als bedoeld in artikel 5, vierde lid of vijfde lid, onderdeel a of b;
|
||||
a. hij een werkloze werknemer is als bedoeld in artikel 5, vierde lid;
|
||||
b. de feitelijke woonsituatie van hemzelf, van zijn echtgenoot of van een kind in overeenstemming is met het door hem verstrekte adres van hemzelf, zijn echtgenoot of van een kind.
|
||||
|
||||
Teneinde hem daartoe in de gelegenheid te stellen kan het college bij die verzoeken de belanghebbende aanbieden met diens toestemming zijn woning binnen te treden.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Indien de belanghebbende niet desgevraagd aantoont dat hij een werkloze werknemer is als bedoeld in artikel 5, vierde lid of vijfde lid, onderdeel a of b:
|
||||
Indien de belanghebbende niet desgevraagd aantoont dat hij een werkloze werknemer is als bedoeld in artikel 5, vierde lid:
|
||||
|
||||
a. kent het college de uitkering toe respectievelijk herziet het de uitkering naar de helft van de grondslag, bedoeld in artikel 5, derde lid, onderdeel a;
|
||||
b. wordt de belanghebbende voor de toepassing van de artikelen 37a, tweede lid, en 38 niet als alleenstaande ouder aangemerkt.
|
||||
|
|
@ -327,14 +334,9 @@ Indien de belanghebbende de voor de verlening van de uitkering van belang zijnde
|
|||
a. vanaf de eerste dag van de periode waarop het verzuim betrekking heeft, of
|
||||
b. vanaf de dag van het verzuim indien niet kan worden bepaald op welke periode dit verzuim betrekking heeft.
|
||||
|
||||
**2.** Het college doet mededeling van de opschorting aan de belanghebbende en nodigen hem uit binnen een door hen te stellen termijn het verzuim te herstellen.
|
||||
**2.** Het college doet mededeling van de opschorting aan de belanghebbende en nodigt hem uit binnen een door het college te stellen termijn het verzuim te herstellen.
|
||||
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Onverminderd het elders in deze wet bepaalde terzake van herziening of intrekking van een besluit tot toekenning van uitkering en terzake van weigering van uitkering, kan het college een dergelijk besluit herzien of intrekken:
|
||||
|
||||
a. indien een gedraging als bedoeld in artikel 20, eerste lid, of het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 13, eerste lid, of artikel 30c, tweede en derde lid van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van uitkering;
|
||||
b. indien anderszins de uitkering ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend.
|
||||
**3.** Het college herziet een besluit tot toekenning van de uitkering, dan wel trekt een besluit tot toekenning van de uitkering in, indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 13, eerste lid, of artikel 30c, tweede en derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van uitkering. Onverminderd het elders in deze wet bepaalde ter zake van herziening of intrekking van een besluit tot toekenning van uitkering kan het college een besluit tot toekenning van uitkering herzien of intrekken, indien een gedraging als bedoeld in artikel 20, eerste lid, heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van uitkering of anderszins de uitkering ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend.
|
||||
|
||||
**4.** Als de belanghebbende in het geval bedoeld in het eerste lid het verzuim niet herstelt binnen de daarvoor gestelde termijn, kan het college na het verstrijken van deze termijn het besluit tot toekenning van uitkering intrekken met ingang van de eerste dag waarover het recht op uitkering is opgeschort.
|
||||
|
||||
|
|
@ -404,7 +406,7 @@ b. de dienstbetrekking is beëindigd door of op verzoek van de belanghebbende zo
|
|||
c. de belanghebbende nalaat algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden; of
|
||||
d. de belanghebbende door eigen toedoen geen algemeen geaccepteerde arbeid verkrijgt.
|
||||
|
||||
**2.** Het college verlaagt de uitkering overeenkomstig de verordening, bedoeld in artikel 35, eerste lid, onderdeel b, ter zake van het niet of onvoldoende nakomen door de belanghebbende die voor de zelfstandige voorziening in het bestaan is aangewezen op arbeid in dienstbetrekking, van een verplichting als bedoeld in artikel 13, tweede en vierde lid, of een op grond van hoofdstuk III aan de uitkering verbonden verplichting, anders dan de verplichting, bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdelen a en c, waaronder begrepen het zich jegens het college zeer ernstig misdragen.
|
||||
**2.** Het college verlaagt de uitkering overeenkomstig de verordening, bedoeld in artikel 35. onderdeel a, ter zake van het niet of onvoldoende nakomen door de belanghebbende die voor de zelfstandige voorziening in het bestaan is aangewezen op arbeid in dienstbetrekking, van een verplichting als bedoeld in artikel 13, tweede en vierde lid, of een op grond van hoofdstuk III aan de uitkering verbonden verplichting, anders dan de verplichting, bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdelen a en c, waaronder begrepen het zich jegens het college zeer ernstig misdragen.
|
||||
|
||||
**3.** Van een weigering als bedoeld in het eerste lid en een verlaging als bedoeld in het tweede lid wordt afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt.
|
||||
|
||||
|
|
@ -557,11 +559,11 @@ De persoon van wie wordt teruggevorderd is verplicht desgevraagd aan het college
|
|||
|
||||
**1.** Het college kan de onverschuldigd betaalde uitkering, bedoeld in artikel 25, eerste, tweede en derde lid, invorderen bij dwangbevel.
|
||||
|
||||
**2.** Indien degene van wie de uitkering op grond van artikel 25, eerste lid, wordt teruggevorderd dan wel verplicht is tot betaling van een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 20a algemene bijstand op grond van de Wet werk en bijstand of een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen of het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 ontvangt, verrekent het college die uitkering en bestuurlijke boete met die algemene bijstand of uitkering.
|
||||
**2.** Indien degene van wie de uitkering op grond van artikel 25, eerste lid, wordt teruggevorderd dan wel verplicht is tot betaling van een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 20a algemene bijstand op grond van de Participatiewet of een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen of het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 ontvangt, verrekent het college die uitkering en bestuurlijke boete met die algemene bijstand of uitkering.
|
||||
|
||||
**3.** Indien degene van wie de uitkering op grond van artikel 25, tweede of derde lid, wordt teruggevorderd algemene bijstand op grond van de Wet werk en bijstand of een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen of het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 ontvangt, is het college bevoegd tot verrekening van die uitkering met die algemene bijstand of uitkering.
|
||||
**3.** Indien degene van wie de uitkering op grond van artikel 25, tweede of derde lid, wordt teruggevorderd algemene bijstand op grond van de Participatiewet of een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen of het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 ontvangt, is het college bevoegd tot verrekening van die uitkering met die algemene bijstand of uitkering.
|
||||
|
||||
**4.** Indien degene van wie de uitkering wordt teruggevorderd dan wel verplicht is tot betaling van een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 20a een uitkering of algemene bijstand ontvangt van een andere gemeente dan de gemeente waarvan het college de uitkering terugvordert of de bestuurlijke boete heeft opgelegd, dan wel een uitkering of inkomensvoorziening ontvangt op grond van de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, de Wet arbeid en zorg, de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, de Toeslagenwet, de Algemene Ouderdomswet of de Algemene nabestaandenwet, betaalt dat college, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, onderscheidenlijk de Sociale verzekeringsbank het bedrag van de terugvordering of de bestuurlijke boete, zonder dat daarvoor een machtiging nodig is van de belanghebbende, op verzoek aan het college, dat besluit tot terugvordering of de bestuurlijke boete heeft opgelegd.
|
||||
**4.** Indien degene van wie de uitkering wordt teruggevorderd dan wel verplicht is tot betaling van een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 20a een uitkering of algemene bijstand ontvangt van een andere gemeente dan de gemeente waarvan het college de uitkering terugvordert of de bestuurlijke boete heeft opgelegd, dan wel een uitkering of inkomensvoorziening ontvangt op grond van de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, de Wet arbeid en zorg, de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, de Toeslagenwet, de Algemene Ouderdomswet of de Algemene nabestaandenwet, betaalt dat college, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, onderscheidenlijk de Sociale verzekeringsbank het bedrag van de terugvordering of de bestuurlijke boete, zonder dat daarvoor een machtiging nodig is van de belanghebbende, op verzoek aan het college, dat besluit tot terugvordering of de bestuurlijke boete heeft opgelegd.
|
||||
|
||||
**5.** De in artikel 479g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering aan de raad voor de kinderbescherming toegekende bevoegdheid komt gelijkelijk toe aan het college. Indien het college gebruik maakt van deze bevoegdheid, geschiedt de bekendmaking van het dwangbevel, in afwijking van artikel 4:123, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, door middel van toezending per post aan degene van wie uitkering wordt teruggevorderd.
|
||||
|
||||
|
|
@ -586,7 +588,7 @@ b. geldt de beslagvrije voet, bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van h
|
|||
|
||||
**5.** De voorgaande leden laten de verrekening van de bestuurlijke boete op grond van de artikelen 28, tweede en vierde lid, na het tijdvak, bedoeld in het eerste lid, onverlet.
|
||||
|
||||
**6.** Indien als gevolg van de verrekening, bedoeld in het eerste en vierde lid, algemene bijstand op grond van de Wet werk en bijstand wordt toegekend, wordt bij de verrekening een bij ministeriële regeling bepaald deel van de uitkering op grond van deze wet op aanvraag vrijgelaten in verband met zorgkosten, woonkosten en de kosten van kinderen. Het vrij te laten deel van de uitkering kan afhankelijk worden gesteld van de leefsituatie.
|
||||
**6.** Indien als gevolg van de verrekening, bedoeld in het eerste en vierde lid, algemene bijstand op grond van de Participatiewet wordt toegekend, wordt bij de verrekening een bij ministeriële regeling bepaald deel van de uitkering op grond van deze wet op aanvraag vrijgelaten in verband met zorgkosten, woonkosten en de kosten van kinderen. Het vrij te laten deel van de uitkering kan afhankelijk worden gesteld van de leefsituatie.
|
||||
|
||||
**7.** Voor de toepassing van het zesde lid kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld.
|
||||
|
||||
|
|
@ -622,31 +624,25 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
Het college is verantwoordelijk voor:
|
||||
|
||||
a. het ondersteunen van personen die een uitkering op grond van deze wet ontvangen bij arbeidsinschakeling en, indien het college daarbij het aanbieden van een voorziening, waaronder begrepen sociale activering, gericht op arbeidsinschakeling noodzakelijk acht, voor het bepalen en aanbieden van deze voorziening, en;
|
||||
b. het verlenen van een uitkering aan de werkloze werknemer, bedoeld in artikel 2.
|
||||
a. het verlenen van een uitkering aan de werkloze werknemer, bedoeld in artikel 2;
|
||||
b. het ontwikkelen van beleid ten behoeve van het verrichten van een tegenprestatie als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel f, en het uitvoeren ervan, overeenkomstig de verordening, bedoeld in artikel 35, eerste lid, onderdeel e.
|
||||
|
||||
**2.** Het college werkt bij de uitvoering van het eerste lid, onderdeel a, samen met het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
|
||||
**2.** Het college kan de uitvoering van deze wet, behoudens de vaststelling van de rechten en plichten van de belanghebbende en de daarvoor noodzakelijke beoordeling van zijn omstandigheden, door derden laten verrichten. Het college kan de in de eerste volzin bedoelde vaststelling en beoordeling mandateren aan bestuursorganen.
|
||||
|
||||
**3.** Het college kan de uitvoering van deze wet, behoudens de vaststelling van de rechten en plichten van de belanghebbende en de daarvoor noodzakelijke beoordeling van zijn omstandigheden, door derden laten verrichten. Het college kan de in de eerste volzin bedoelde vaststelling en beoordeling mandateren aan bestuursorganen.
|
||||
|
||||
**4.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het tweede en derde lid.
|
||||
**3.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 35
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De gemeenteraad stelt bij verordening regels met betrekking tot:
|
||||
|
||||
a. het ondersteunen bij arbeidsinschakeling en het aanbieden van voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling, bedoeld in artikel 34, eerste lid, onderdeel a;
|
||||
b. de weigering en verlaging, bedoeld in artikel 20;
|
||||
c. de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een uitkering alsmede van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet in het kader van het financiële beheer;
|
||||
d. het verlagen van de uitkering, bedoeld in artikel 38, twaalfde lid.
|
||||
|
||||
**2.** De regels, bedoeld in het eerste lid, hebben in ieder geval betrekking op de taken vermeld in artikel 34, eerste lid, onderdeel a.
|
||||
a. de weigering en verlaging, bedoeld in artikel 20;
|
||||
b. de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van een uitkering alsmede van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet in het kader van het financiële beheer;
|
||||
c. het verlagen van de uitkering, bedoeld in artikel 38, twaalfde lid;
|
||||
d. het opdragen van een tegenprestatie als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel f.
|
||||
|
||||
### Artikel 36
|
||||
|
||||
**1.** Belanghebbenden die een uitkering ontvangen, hebben overeenkomstig de verordening, bedoeld in artikel 35, eerste lid, aanspraak op ondersteuning bij arbeidsinschakeling en op de naar het oordeel van het college noodzakelijk geachte voorziening gericht op arbeidsinschakeling.
|
||||
**1.** Belanghebbenden die een uitkering ontvangen, hebben overeenkomstig de verordening, bedoeld in artikel 8a van de Participatiewet, aanspraak op ondersteuning bij arbeidsinschakeling en op de naar het oordeel van het college noodzakelijk geachte voorziening gericht op arbeidsinschakeling.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 11 is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
|
|
@ -705,7 +701,8 @@ b. ervoor te zorgen dat hij als werkzoekende geregistreerd is bij het Uitvoering
|
|||
c. algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden;
|
||||
d. na te laten hetgeen inschakeling in de arbeid belemmert;
|
||||
e. gebruik te maken van een door het college aangeboden voorziening, waaronder begrepen sociale activering, gericht op arbeidsinschakeling, alsmede mee te werken aan een onderzoek naar zijn mogelijkheden tot arbeidsinschakeling;
|
||||
f. naar vermogen door het college opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden te verrichten die worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid en die niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt.
|
||||
f. naar vermogen door het college opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden te verrichten die worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid en die niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt;
|
||||
g. zich te onthouden van zeer ernstige misdragingen jegens de met de uitvoering van deze wet belaste personen en instanties tijdens het verrichten van hun werkzaamheden.
|
||||
|
||||
**2.** Indien uitkering wordt verleend aan echtgenoten gelden de verplichtingen bedoeld in het eerste lid voor ieder van hen.
|
||||
|
||||
|
|
@ -715,7 +712,9 @@ f. naar vermogen door het college opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige
|
|||
|
||||
**2.** De verplichting om algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden geldt voor de alleenstaande ouder met kinderen tot 12 jaar slechts nadat het college zich genoegzaam heeft overtuigd van de beschikbaarheid van passende kinderopvang, de toepassing van voldoende scholing en de belastbaarheid van de betrokkene.
|
||||
|
||||
**3.** De verplichtingen, bedoeld in artikel 37, zijn niet van toepassing op de persoon die blijkens een indicatiebeschikking of herindicatiebeschikking tot de doelgroep behoort van de Wet sociale werkvoorziening.
|
||||
**3.** Vervallen.
|
||||
|
||||
**4.** De verplichting, bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel f, is niet van toepassing op de alleenstaande ouder die in het bezit is van een ontheffing als bedoeld in artikel 38, eerste lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 38
|
||||
|
||||
|
|
@ -748,11 +747,11 @@ d. door het college ingetrokken indien uit houding en gedragingen van de alleens
|
|||
|
||||
**11.** Op verzoek van de alleenstaande ouder die beschikt over een startkwalificatie en aan wie een ontheffing is verleend als bedoeld in het eerste lid, vult het college de voorziening in met een opleiding, als bedoeld in artikel 7.2.2., tweede lid, onder a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, die de toegang tot de arbeidsmarkt bevordert, tenzij naar het oordeel van het college een dergelijke scholing of opleiding de krachten of bekwaamheden van de alleenstaande ouder te boven gaat.
|
||||
|
||||
**12.** Het college verlaagt de uitkering overeenkomstig de verordening, bedoeld in artikel 35, eerste lid, onderdeel d, indien het college de ontheffing, bedoeld in het eerste lid, heeft ingetrokken op grond van het vijfde lid, onderdeel d. Van een verlaging wordt afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt.
|
||||
**12.** Het college verlaagt de uitkering overeenkomstig de verordening, bedoeld in artikel 35, onderdeel c, indien het college de ontheffing, bedoeld in het eerste lid, heeft ingetrokken op grond van het vijfde lid, onderdeel d. Van een verlaging wordt afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt.
|
||||
|
||||
### Artikel 38a
|
||||
|
||||
Het college kan ter uitvoering van artikel 34, eerste lid, onderdeel a, degene die uitkering op grond van deze wet ontvangt en voor wie de kans op inschakeling in het arbeidsproces gering is en die daardoor vooralsnog niet bemiddelbaar is op de arbeidsmarkt, onbeloonde additionele werkzaamheden laten verrichten gedurende maximaal twee jaar. Artikel 10a, tweede tot en met zesde en achtste tot en met tiende lid, van de Wet werk en bijstand alsmede de regels, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdelen e en f, van die wet, zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
Het college kan ter uitvoering van artikel 34, eerste lid, onderdeel a, degene die uitkering op grond van deze wet ontvangt en voor wie de kans op inschakeling in het arbeidsproces gering is en die daardoor vooralsnog niet bemiddelbaar is op de arbeidsmarkt, onbeloonde additionele werkzaamheden laten verrichten gedurende maximaal twee jaar. Artikel 10a, tweede tot en met zesde en achtste tot en met tiende lid, van de Participatiewet alsmede de regels, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdelen e en f, van die wet, zijn van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
### Artikel 39
|
||||
|
||||
|
|
@ -795,7 +794,7 @@ De hieronder vermelde instanties zijn verplicht desgevraagd aan het college kost
|
|||
a. het college van andere gemeenten;
|
||||
b. het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank;
|
||||
c. de Belastingdienst;
|
||||
d. het Zorginstituut Nederland, genoemd in artikel 58, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet, de Nederlandse Zorgautoriteit, bedoeld in de Wet marktordening gezondheidszorg en de zorgverzekeraars in de zin van de artikelen 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet of van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
|
||||
d. het Zorginstituut Nederland, genoemd in artikel 58, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet, de Nederlandse Zorgautoriteit, bedoeld in de Wet marktordening gezondheidszorg en de zorgverzekeraars in de zin van de artikelen 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet of de Wet langdurige zorg;
|
||||
e. de bedrijfstakpensioenfondsen, ondernemingspensioenfondsen, risicofondsen, stichtingen tot uitvoering van een regeling inzake vervroegd uittreden en andere organen belast met het doen van uitkeringen of verstrekkingen die bij of krachtens artikel 8 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers als inkomen worden aangemerkt;
|
||||
f. de Kamer van Koophandel, met dien verstande dat dit, in afwijking van de aanhef van dit lid, geschiedt tegen betaling van de daarvoor op grond van de Handelsregisterwet 2007 vastgestelde vergoeding;
|
||||
g. de korpschef en de bevelhebber van de Koninklijke marechaussee in de zin van de Vreemdelingenwet 2000;
|
||||
|
|
@ -865,8 +864,8 @@ Het college is bevoegd uit eigen beweging en verplicht desgevraagd, onverminderd
|
|||
|
||||
a. het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank voor de uitvoering van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen of de wettelijke regelingen, bedoeld in de artikelen 30, eerste lid, onderdeel a, en 34, eerste lid, onderdeel a, van die wet;
|
||||
b. de Belastingdienst voor de heffing of invordering van enige rijksbelasting, de premies voor de sociale verzekeringen, bedoeld in artikel 2, onderdelen a en c, van de Wet financiering sociale verzekeringen, of inkomensafhankelijke bijdragen als bedoeld in artikel 41 van de Zorgverzekeringswet en de Belastingdienst/Toeslagen voor de uitvoering van inkomensafhankelijke regelingen als bedoeld in de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen;
|
||||
c. het college van andere gemeenten voor de uitvoering van deze wet, de Wet werk en bijstand en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
|
||||
d. het Zorginstituut Nederland, genoemd in artikel 58, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet, de Nederlandse Zorgautoriteit, bedoeld in de Wet marktordening gezondheidszorg, de zorgverzekeraars in de zin van de artikelen 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet of van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, voor de uitvoering van de Zorgverzekeringswet of de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
|
||||
c. het college van andere gemeenten voor de uitvoering van deze wet, de Participatiewet en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
|
||||
d. het Zorginstituut Nederland, genoemd in artikel 58, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet, de Nederlandse Zorgautoriteit, bedoeld in de Wet marktordening gezondheidszorg, de zorgverzekeraars in de zin van artikel 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet, voor de uitvoering van de Zorgverzekeringswet of de Wlz-uitvoerders, bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet langdurige zorg, voor de uitvoering van de Wet langdurige zorg;
|
||||
e. derden die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid bevorderen;
|
||||
f. buitenlandse organen voor de vervulling van een taak van zwaarwegend algemeen belang;
|
||||
g. bestuursorganen van Aruba, Curaçao, en Sint Maarten voor de vervulling van een taak van zwaarwegend algemeen belang;
|
||||
|
|
@ -965,7 +964,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 59e
|
||||
|
||||
Ten behoeve van de kosten van voorzieningen als bedoeld in artikel 34, eerste lid, onderdeel a, niet zijnde uitvoeringskosten, ontvangt het college een uitkering op grond van de Wet participatiebudget.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk VI. Rechtsbescherming
|
||||
|
||||
|
|
@ -1039,11 +1038,11 @@ De artikelen 4a, eerste lid, onderdeel c, en 38, zoals deze luidden op de dag vo
|
|||
|
||||
### Artikel 63h
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Ten aanzien van de persoon wiens eerste werkloosheidsdag is gelegen voor de dag van inwerkingtreding van artikel XXXI van de Wet werk en zekerheid blijft artikel 5 van toepassing zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding.
|
||||
|
||||
### Artikel 63i
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
Ten aanzien van de persoon wiens recht op uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen is ontstaan voor de dag van inwerkingtredingvan artikel XXXI van de Wet werk en zekerheid blijft artikel 5 van toepassing zoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue