2015-12-01 | BWBR0008805 | Besluit alcoholonderzoeken

This commit is contained in:
Coornhert 2015-12-01 12:00:00 +00:00
parent 9ecc3e28af
commit a0b6cf5c1f

View file

@ -16,11 +16,11 @@ citeertitel: Besluit alcoholonderzoeken
In dit besluit wordt verstaan onder:
ademanalyse: het vaststellen van het alcoholgehalte van uitgeademde lucht door middel van een onderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel a, en derde lid, onderdeel a, van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 27, tweede lid, onderdeel a, van de Scheepvaartverkeerswet, artikel 2.12, derde lid, onderdeel a, van de Wet luchtvaart of artikel 4, tweede lid, onderdeel a, van de Spoorwegwet;
ademanalyse: het vaststellen van het alcoholgehalte van uitgeademde lucht door middel van een onderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel a, en derde lid, onderdeel a, van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 27, tweede lid, onderdeel a, van de Scheepvaartverkeerswet, artikel 2.12, derde lid, onderdeel a, van de Wet luchtvaart, artikel 4, tweede lid, onderdeel a, van de Spoorwegwet of artikel 41, tweede lid, onderdeel a, van de Wet lokaal spoor;
ademanalyse-apparaat: een apparaat, bestemd voor het verrichten van ademanalyse;
bloedafname: het afnemen van een hoeveelheid bloed ten behoeve van een onderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel b, en derde lid, onderdeel b, van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 27, tweede lid, onderdeel b, van de Scheepvaartverkeerswet, artikel 2.12, derde lid, onderdeel b, van de Wet luchtvaart of artikel 4, tweede lid, onderdeel b, van de Spoorwegwet.
bloedafname: het afnemen van een hoeveelheid bloed ten behoeve van een onderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel b, en derde lid, onderdeel b, van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 27, tweede lid, onderdeel b, van de Scheepvaartverkeerswet, artikel 2.12, derde lid, onderdeel b, van de Wet luchtvaart, artikel 4, tweede lid, onderdeel b, van de Spoorwegwet of artikel 41, tweede lid, onderdeel b, van de Wet lokaal spoor.
### Artikel 2
@ -48,7 +48,7 @@ Onze Minister van Veiligheid en Justitie stelt nadere regels omtrent de eisen wa
### Artikel 6
Ademanalyse vindt niet plaats binnen twintig minuten na het moment waarop van de verdachte is gevorderd zijn medewerking te verlenen aan een voorlopig onderzoek van uitgeademde lucht dan wel, indien die vordering niet is gedaan, binnen twintig minuten na het eerste directe contact dat een opsporingsambtenaar met hem heeft gehad, leidend tot de verdenking van een gedraging in strijd met artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 27 van de Scheepvaartverkeerswet, artikel 2.12 van de Wet luchtvaart of artikel 4 van de Spoorwegwet.
Ademanalyse vindt niet plaats binnen twintig minuten na het moment waarop van de verdachte is gevorderd zijn medewerking te verlenen aan een voorlopig onderzoek van uitgeademde lucht dan wel, indien die vordering niet is gedaan, binnen twintig minuten na het eerste directe contact dat een opsporingsambtenaar met hem heeft gehad, leidend tot de verdenking van een gedraging in strijd met artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 27 van de Scheepvaartverkeerswet, artikel 2.12 van de Wet luchtvaart, artikel 4 van de Spoorwegwet of artikel 41 van de Wet lokaal spoor.
### Artikel 7
@ -78,7 +78,7 @@ Indien de medewerking van de verdachte niet heeft geleid tot een voltooid ademon
### Artikel 10a
**1.** Dadelijk nadat hem het in artikel 10, eerste lid, bedoelde resultaat is medegedeeld, kan de verdachte de wens kenbaar maken dat tevens een onderzoek wordt verricht als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel b, en derde lid, onderdeel b, van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 27, tweede lid, onderdeel b, van de Scheepvaartverkeerswet, artikel 2.12, derde lid, onderdeel b, van de Wet luchtvaart of artikel 4, tweede lid, onderdeel b, van de Spoorwegwet.
**1.** Dadelijk nadat hem het in artikel 10, eerste lid, bedoelde resultaat is medegedeeld, kan de verdachte de wens kenbaar maken dat tevens een onderzoek wordt verricht als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel b, en derde lid, onderdeel b, van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 27, tweede lid, onderdeel b, van de Scheepvaartverkeerswet, artikel 2.12, derde lid, onderdeel b, van de Wet luchtvaart, artikel 4, tweede lid, onderdeel b, van de Spoorwegwet of artikel 41, tweede lid, onderdeel b, van de Wet lokaal spoor.
**2.** Indien de verdachte dit wenst en het onderzoek daardoor niet wordt vertraagd, geschiedt het afnemen van bloed of het opvangen van urine door dan wel onder toezicht van een daartoe door hem aan te wijzen arts.
@ -106,23 +106,23 @@ Bij de bloedafname is een van de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvorderi
**1.** Indien bloedafname heeft plaatsgevonden binnen een uur na het moment waarop van de verdachte is gevorderd zijn medewerking te verlenen aan een voorlopig onderzoek van uitgeademde lucht, wordt hem indien hij daarom verzoekt, zo spoedig mogelijk na verloop van dat uur een tweede bloedmonster afgenomen.
**2.** De verdachte aan wie die vordering niet is gedaan wordt, indien bloedafname heeft plaatsgevonden binnen een uur na het eerste directe contact dat een opsporingsambtenaar met hem heeft gehad, leidend tot de verdenking van een gedraging in strijd met artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 27 van de Scheepvaartverkeerswet, artikel 2.12 van de Wet luchtvaart of artikel 4 van de Spoorwegwet, op zijn verzoek zo spoedig mogelijk na verloop van dat uur een tweede bloedmonster afgenomen.
**2.** De verdachte aan wie die vordering niet is gedaan wordt, indien bloedafname heeft plaatsgevonden binnen een uur na het eerste directe contact dat een opsporingsambtenaar met hem heeft gehad, leidend tot de verdenking van een gedraging in strijd met artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 27 van de Scheepvaartverkeerswet, artikel 2.12 van de Wet luchtvaart, artikel 4 van de Spoorwegwet of artikel 41 van de Wet lokaal spoor, op zijn verzoek zo spoedig mogelijk na verloop van dat uur een tweede bloedmonster afgenomen.
**3.** In de gevallen, bedoeld in het eerste en het tweede lid, deelt de opsporingsambtenaar de verdachte mede, dat deze laatste een tweede bloedafname kan verzoeken. Deze mededeling wordt in het proces-verbaal opgenomen.
**4.** De uitkomst van het onderzoek dat het laagste alcoholgehalte oplevert, is bepalend voor de toepassing van artikel 8, tweede lid, onderdeel b, en derde lid, onderdeel b, van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 27, tweede lid, onderdeel b, van de Scheepvaartverkeerswet, artikel 2.12, derde lid, onderdeel b, van de Wet luchtvaart of artikel 4, tweede lid, onderdeel b, van de Spoorwegwet.
**4.** De uitkomst van het onderzoek dat het laagste alcoholgehalte oplevert, is bepalend voor de toepassing van artikel 8, tweede lid, onderdeel b, en derde lid, onderdeel b, van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 27, tweede lid, onderdeel b, van de Scheepvaartverkeerswet, artikel 2.12, derde lid, onderdeel b, van de Wet luchtvaart, artikel 4, tweede lid, onderdeel b, van de Spoorwegwet of artikel 41, tweede lid, onderdeel b, van de Wet lokaal spoor.
### Artikel 16
**1.** Indien de verdachte niet in staat is zijn wil kenbaar te maken, vindt bloedafname niet eerder plaats dan na verloop van een uur na het eerste directe contact dat een opsporingsambtenaar met hem heeft gehad, leidend tot de verdenking van een gedraging in strijd met artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 27 van de Scheepvaartverkeerswet, artikel 2.12 van de Wet luchtvaart of artikel 4 van de Spoorwegwet. Artikel 14 is van toepassing, tenzij gewichtige omstandigheden zich daartegen verzetten.
**1.** Indien de verdachte niet in staat is zijn wil kenbaar te maken, vindt bloedafname niet eerder plaats dan na verloop van een uur na het eerste directe contact dat een opsporingsambtenaar met hem heeft gehad, leidend tot de verdenking van een gedraging in strijd met artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 27 van de Scheepvaartverkeerswet, artikel 2.12 van de Wet luchtvaart, artikel 4 van de Spoorwegwet of artikel 41 van de Wet lokaal spoor. Artikel 14 is van toepassing, tenzij gewichtige omstandigheden zich daartegen verzetten.
**2.** Indien de verdachte komt te overlijden zonder dat hij in staat is geweest zijn toestemming tot het verrichten van een bloedonderzoek te verlenen, wordt het bloedmonster vernietigd, tenzij de officier van justitie hiertegen bezwaren maakt.
### Artikel 17
**1.** De opsporingsambtenaar of de arts kan, indien hij vermoedt dat de verdachte onder invloed van een andere in artikel 8, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 27, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet, artikel 2.12, eerste lid, van de Wet luchtvaart of artikel 4, eerste lid, van de Spoorwegwet bedoelde stof dan alcoholhoudende drank verkeert, de verdachte vragen zijn medewerking te verlenen aan een onderzoek van de urine.
**1.** De opsporingsambtenaar of de arts kan, indien hij vermoedt dat de verdachte onder invloed van een andere in artikel 8, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 27, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet, artikel 2.12, eerste lid, van de Wet luchtvaart, artikel 4, eerste lid, van de Spoorwegwet of artikel 41, eerste lid, van de Wet lokaal spoor bedoelde stof dan alcoholhoudende drank verkeert, de verdachte vragen zijn medewerking te verlenen aan een onderzoek van de urine.
**2.** De verdachte van wie naar het oordeel van de arts aannemelijk is dat afname van bloed bij hem om bijzondere geneeskundige redenen onwenselijk is, kan door de officier van justitie, een hulpofficier van justitie of een van de daartoe door Onze Minister van Veiligheid en Justitie overeenkomstig artikel 163, achtste lid, van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 28a, negende lid, van de Scheepvaartverkeerswet, artikel 11.6, achtste lid, van de Wet luchtvaart of artikel 89, achtste lid, van de Spoorwegwet aangewezen ambtenaren van de politie worden bevolen zijn medewerking te verlenen aan een onderzoek van de urine.
**2.** De verdachte van wie naar het oordeel van de arts aannemelijk is dat afname van bloed bij hem om bijzondere geneeskundige redenen onwenselijk is, kan door de officier van justitie, een hulpofficier van justitie of een van de daartoe door Onze Minister van Veiligheid en Justitie overeenkomstig artikel 163, achtste lid, van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 28a, negende lid, van de Scheepvaartverkeerswet, artikel 11.6, achtste lid, van de Wet luchtvaart, artikel 89, achtste lid, van de Spoorwegwet of artikel 48, achtste lid, van de Wet lokaal spoor aangewezen ambtenaren van de politie worden bevolen zijn medewerking te verlenen aan een onderzoek van de urine.
**3.** Urine wordt afgestaan onder toezicht van de arts. Hierbij is een van de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde opsporingsambtenaren aanwezig.