From a0d68accf227a67c6ecd94175e2332652c7a46ee Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Mon, 1 Apr 2019 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2019-04-01 | BWBR0012022 | Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie --- .../BWBR0012022/README.md | 48 +++---------------- 1 file changed, 7 insertions(+), 41 deletions(-) diff --git a/amvb/besluit-bovenwettelijke-werkloosheidsuitkering-politie/BWBR0012022/README.md b/amvb/besluit-bovenwettelijke-werkloosheidsuitkering-politie/BWBR0012022/README.md index f276f48f13f..0179bbc2e1d 100644 --- a/amvb/besluit-bovenwettelijke-werkloosheidsuitkering-politie/BWBR0012022/README.md +++ b/amvb/besluit-bovenwettelijke-werkloosheidsuitkering-politie/BWBR0012022/README.md @@ -19,7 +19,7 @@ citeertitel: Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie In dit besluit wordt verstaan onder: a. bevoegd gezag: het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel l, van het Besluit algemene rechtspositie politie; -b. betrokkene: de ambtenaar, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van het Besluit algemene rechtspositie politie, die als gevolg van ontslag verleend op grond van de artikelen 89, eerste tot en met derde lid, 90, eerste, tweede en achtste lid, 91, eerste lid, 92, of 94, eerste lid, onderdelen e, f of g, van het Besluit algemene rechtspositie politie werkloos is geworden in de zin van de Werkloosheidswet; +b. betrokkene: de ambtenaar, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van het Besluit algemene rechtspositie politie, die als gevolg van ontslag verleend op grond van de artikelen 89, eerste tot en met derde lid, 90, eerste, tweede en achtste lid, 91, eerste lid, 92, of 94, eerste lid, onderdelen e, f of g, van het Besluit algemene rechtspositie politie werkloos is geworden in de zin van de Werkloosheidswet; c. aanvullende uitkering: de aanvullende uitkering bedoeld in hoofdstuk 2; d. aansluitende uitkering: de aansluitende uitkering bedoeld in hoofdstuk 3; e. bovenwettelijke uitkering: de aanvullende en aansluitende uitkering gezamenlijk; @@ -70,8 +70,8 @@ c. 60 jaar of ouder is: met een duur gelijk aan 78% van de diensttijd. Indien uitgaande van het moment van ontslag de maximale uitkeringsduur, berekend op grond van het tweede lid, langer is dan de duur van de WW-uitkering, wordt het verschil in duur tot een maximum van twee jaar in mindering gebracht op de maximale uitkeringsduur. Vervolgens wordt: -a. voor elk jaar dat de diensttijd langer is dan tien jaar de duur verminderd met een halve maand, tot een maximum van 14 maanden, en -b. voor elk jaar dat de diensttijd langer is dan achttien jaar de duur verminderd met een maand tot een maximum van 22 maanden. +a. voor elk jaar dat de diensttijd langer is dan tien jaar de duur verminderd met een halve maand, tot een maximum van 14 maanden, en +b. voor elk jaar dat de diensttijd langer is dan achttien jaar de duur verminderd met een maand tot een maximum van 22 maanden. Bij het berekenen van de vermindering van de maximale uitkeringsduur worden de maanden en de halve maanden bij elkaar opgeteld en wanneer die berekening niet leidt tot een aantal gehele maanden, telt een halve maand voor 15 kalenderdagen. @@ -81,9 +81,7 @@ Bij het berekenen van de vermindering van de maximale uitkeringsduur worden de m ### Artikel 2a -**1.** Indien de eerste werkloosheidsdag is gelegen voor 1 april 2019 wordt de op grond van artikel 2, derde lid, onderdeel a berekende vermindering vermenigvuldigd met een factor A/14, waarbij A staat voor het aantal kalenderkwartalen met ingang van 1 januari 2016 met inbegrip van het kalenderkwartaal waarin de eerste werkloosheidsdag is gelegen. - -**2.** Dit artikel vervalt met ingang van 1 april 2019. +Vervallen ## Hoofdstuk 2. De aanvullende uitkering bij werkloosheid @@ -99,7 +97,7 @@ Bij het berekenen van de vermindering van de maximale uitkeringsduur worden de m **1.** Indien de duur van de bovenwettelijke uitkering, berekend op basis van artikel 2, ten minste gelijk is aan de duur van de WW-uitkering, berekend op basis van de artikelen 42 of 52g van de Werkloosheidswet, wordt de WW-uitkering gedurende de eerste twee maanden tot 85%, gedurende de daaropvolgende tien maanden tot 80%, gedurende de daaropvolgende zes maanden tot 75% en vervolgens tot 70% van het voor de betrokkene geldende dagloon aangevuld. -**2.** Indien de duur van de bovenwettelijke uitkering, berekend op basis van artikel 2, korter is dan de duur van de WW-uitkering, berekend op basis van de artikelen 42 of 52g van de Werkloosheidswet, wordt de uitkering, bedoeld in de artikelen 42 of 52g van de Werkloosheidswet, gedurende de eerste twee maanden tot 85%, gedurende de daaropvolgende tien maanden tot 80%, gedurende de daarop volgende zes maanden tot 75% en vervolgens tot 70% aangevuld. +**2.** Indien de duur van de bovenwettelijke uitkering, berekend op basis van artikel 2, korter is dan de duur van de WW-uitkering, berekend op basis van de artikelen 42 of 52g van de Werkloosheidswet, wordt de uitkering, bedoeld in de artikelen 42 of 52g van de Werkloosheidswet, gedurende de eerste twee maanden tot 85%, gedurende de daaropvolgende tien maanden tot 80%, gedurende de daarop volgende zes maanden tot 75% en vervolgens tot 70% aangevuld. **3.** Voor de toepassing van dit artikel wordt de WW-uitkering steeds geacht door de betrokkene onverminderd te zijn genoten. @@ -291,7 +289,7 @@ Indien de betrokkene van wie de eerste werkloosheidsdag is gelegen voor 1 januar ### Artikel 26b -De artikelen 2 en 8 van dit besluit zoals deze luidden op 31 december 2004 blijven van toepassing op de betrokkene van wie de eerste werkloosheidsdag is gelegen voor 1 januari 2005. +De artikelen 2 en 8 van dit besluit zoals deze luidden op 31 december 2004 blijven van toepassing op de betrokkene van wie de eerste werkloosheidsdag is gelegen voor 1 januari 2005. ### Artikel 26c @@ -301,45 +299,13 @@ De artikelen 2, 4 en 9 van dit besluit zoals deze luidden op 31 december 2010, b Het artikel 2 van dit besluit, zoals dat luidde op de dag direct voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van onderhavig artikel, blijft van toepassing op de betrokkene van wie de eerste werkloosheidsdag is gelegen voor die datum. In dat geval is artikel 2a niet op betrokkene van toepassing. -### Artikel 26cb - -De artikelen 2, vierde lid, en 8, vierde lid, zoals die luidden op 30 juni 2016, blijven van toepassing ingeval de betrokkene: - -a. op 1 juli 2016 gebruik maakt van de regelingen vervat in die artikelonderdelen, of -b. in de periode op of na 1 januari 2013 tot uiterlijk 1 juli 2016 gebruik heeft gemaakt van die regelingen. - -### Artikel 26cc - -**1.** - -De betrokkene, bedoeld in artikel 26cb, heeft bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar: - -a. vóór 1 april 2017, recht op de financiële compensatie als bedoeld in het tweede lid; -b. op of na 1 april 2017, recht op de tegemoetkoming als bedoeld in het derde lid. - -**2.** De financiële compensatie wordt berekend door het aantal maanden dat de AOW-gerechtigde leeftijd van de betrokkene later ligt dan de datum waarop deze de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt te vermenigvuldigen met 70% van het bedrag van het minimumloon, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. - -**3.** - -De tegemoetkoming bestaat uit: - -a. een uitkering die netto een bedrag oplevert dat gelijk is aan het ouderdomspensioen, verhoogd met de vakantiebijslag, dat de betrokkene op grond van de Algemene ouderdomswet had ontvangen, indien die wet al op hem van toepassing was geweest; -b. een financiële compensatie voor de verlaging van het ouderdomspensioen, als bedoeld in hoofdstuk 5 van het pensioenreglement, wegens het eerder ingaan van dit pensioen dan de op dat moment geldende pensioenrekenleeftijd, als bedoeld in de bijlage 2 bij het pensioenreglement, waarbij voor de vaststelling van de omvang van de verlaging wordt uitgegaan van een ingang van het ouderdomspensioen bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar door de betrokkene; -c. een aanvullend bedrag voor zover de op grond van de onderdelen a en b vastgestelde aanspraken tezamen minder bedragen dan 90 procent van de gerechtvaardigde aanspraak. - -**4.** De tegemoetkoming wordt met ingang van het bereiken van de leeftijd van 65 jaar maandelijks uitgekeerd en eindigt met ingang van de dag waarop de betrokkene de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt, waarbij geldt dat het op grond van het derde lid, onderdeel b, berekende totaal in die periode wordt uitgekeerd. Indien de betrokkene overlijdt voordat hij de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt, eindigt de tegemoetkoming met ingang van de dag volgend op de dag van overlijden. - -**5.** De aan de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde betrokkene op grond van artikel V, van het Besluit van 21 juni 2016 tot wijziging van het Besluit algemene rechtspositie politie en enkele andere rechtspositionele regelingen ter formalisering van de Uitvoeringsafspraak sector Politie van 5 juni 2015 eerder uitbetaalde financiële compensatie, wordt geacht op grond van het tweede lid te zijn toegekend. - -**6.** De in het derde lid bedoelde tegemoetkoming wordt verminderd met de financiële compensatie die de betrokkene, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, heeft ontvangen op grond van artikel V, van het Besluit van 21 juni 2016 tot wijziging van het Besluit algemene rechtspositie politie en enkele andere rechtspositionele regelingen ter formalisering van de Uitvoeringsafspraak sector Politie van 5 juni 2015. - ### Artikel 26d Dit besluit berust op de de artikelen 47, eerste lid, en 81, eerste lid, van de Politiewet 2012. ### Artikel 26da -Voor de ambtenaar die voor 1 januari 2006 recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, blijft het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie gelden, zoals dat luidde op 28 december 2005. +Voor de ambtenaar die voor 1 januari 2006 recht had op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, blijft het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie gelden, zoals dat luidde op 28 december 2005. ### Artikel 27