2011-01-01 | BWBR0011461 | Besluit opleidingseisen en deskundigheidsgebied optometrist

This commit is contained in:
Coornhert 2011-01-01 12:00:00 +00:00
parent 8a9b9d641f
commit a0d78e28f9

View file

@ -14,12 +14,7 @@ citeertitel: Besluit opleidingseisen en deskundigheidsgebied optometrist
### Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. Centraal register opleidingen hoger onderwijs: het register, bedoeld in artikel 6.13 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
b. instelling: een instelling als bedoeld in artikel 1.8 dan wel aangewezen krachtens artikel 1.11 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
c. studiepunt: 40 uren studie;
d. hoofdfase: de laatste 126 studiepunten.
In dit besluit wordt verstaan onder Centraal register opleidingen hoger onderwijs: het register, bedoeld in artikel 6.13 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
### Paragraaf 2. Titel
@ -31,24 +26,88 @@ Het recht tot het voeren van de titel van optometrist is voorbehouden aan degene
### Artikel 3
Een opleiding als bedoeld in artikel 2 omvat ten minste de volgende onderdelen:
**1.**
a. het centrale vakgebied optometrie, omvattende ten minste:
Een opleiding voor optometrie als bedoeld in artikel 2 omvat zowel theoretisch als praktisch onderwijs, dat gericht is op het verwerven van kennis van en inzicht en vaardigheid in de volgende aspecten van de beroepsuitoefening van de optometrist die betrekking hebben op het gebied van deskundigheid, bedoeld in artikel 5:
1°. screenen van de cliënt dan wel onderzoeken van de patiënt alsmede in voorkomende gevallen geven van advies in het kader van het gebied van deskundigheid zoals omschreven in artikel 5;
2°. optometrische vakken, waaronder subjectieve en objectieve refractiemethodieken, fysische optica, optische instrumentenleer, optische correctiemiddelen (bril en lens), cornea en contactlenzen, gezichtshulpmiddelen (bijzondere optische hulpmiddelen) en binoculair zien;
b. de beroepsvoorbereidende periode in het werkveld;
c. het medische vakgebied, waaronder anatomie, fysiologie, pathologie, farmacologie, oogheelkunde en neuro-ophtalmologie;
d. vakken op het gebied van de gedragswetenschappen, waaronder psychologie, gesprekstechnieken en voorlichting;
e. ondersteunende vakken, waaronder organisatie van de gezondheidszorg, gezondheidsrecht, beroepsoriëntatie en praktijkvoering, ethiek met betrekking tot het beroep van optometrist, methoden en technieken van wetenschappelijk onderzoek alsmede kwaliteitszorg.
a. diagnostiek;
b. communicatie en samenwerking;
c. preventie en gezondheidsvoorlichting;
d. kwaliteitszorg en innovatie;
e. praktijk- en bedrijfsvoering;
f. beroepsontwikkeling.
**2.** Het praktische onderwijs omvat ten minste stages in het werkveld inzake het toepassen van tijdens de studie verworven kennis, inzicht en vaardigheden met betrekking tot het gebied van deskundigheid, bedoeld in artikel 5, onder toezicht van een optometrist.
### Artikel 4
**1.** De in artikel 3, onder b, bedoelde beroepsvoorbereidende periode omvat het in het werkveld toepassen van tijdens de studie verworven kennis, inzicht en vaardigheden met betrekking tot het gebied van deskundigheid van de optometrist zoals omschreven in artikel 5, eerste lid, onder a en b.
**1.**
**2.** De beroepsvoorbereidende periode vindt plaats onder begeleiding van een daartoe door de instelling aangewezen docent en wordt doorgebracht onder toezicht van een oogarts of optometrist.
Het aspect diagnostiek is zo ingericht dat betrokkene in staat is om in het kader van dat aspect, volgens de vigerende beroeps- en gezondheidszorgstandaarden, op methodische wijze de volgende interventies voor te bereiden, uit te voeren, te evalueren, bij te stellen en af te ronden:
**3.** De beroepsvoorbereidende periode omvat ten minste 30 studiepunten die behaald worden in de tweede helft van de hoofdfase en is gelijkelijk verdeeld over een oogartsenpraktijk of oogheelkundige kliniek en een optometristenpraktijk dan wel een optiek-optometristenpraktijk.
a. het in het kader van het optometrische onderzoek, dat verricht wordt met behulp van daartoe geëigende apparatuur of door het toedienen van voor het onderzoek noodzakelijke farmaca bij de cliënt afnemen van een anamnese;
b. het op verwijzing van een huisarts of oogarts met behulp van daartoe geëigende apparatuur of door het toedienen van voor het onderzoek noodzakelijke farmaca uitvoeren van vervolgonderzoeken met betrekking tot oogaandoeningen bij daarvoor in aanmerking komende patiënten met chronische ziekten;
c. het verrichten van subjectieve oogmetingen;
d. het verrichten van objectieve oogmetingen;
e. het stellen van een optometrische diagnose;
f. het zo nodig verwijzen naar de huisarts van de cliënt of patiënt;
g. het in geval van spoed verwijzen naar oogarts en het rapporteren ter zake aan de huisarts van de cliënt of patiënt;
h. het voorschrijven van optische hulpmiddelen;
i. het aanmeten, verstrekken en afpassen van optische hulpmiddelen;
j. het verlenen van nazorg;
k. het geven van onafhankelijk advies over de verschillende correctiemogelijkheden aan een cliënt;
l. het vastleggen van de zorg met behulp van ICT en beeldopslag;
m. het met andere zorgverleners waarborgen van effectieve en efficiënte optometrische zorg.
**2.**
Het aspect communicatie en samenwerking is zo ingericht dat betrokkene in staat is om:
a. effectief te communiceren met de cliënt of patiënt en, in daarvoor in aanmerking komende gevallen, met diens naaste betrekkingen;
b. een functionele samenwerkingsrelatie met de cliënt of patiënt aan te gaan, te onderhouden en af te ronden;
c. in het kader van formele relaties intern en extern te communiceren met andere beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg;
d. met andere beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg en gesprekspartners in en buiten de organisatie professioneel overleg te voeren en samen te werken.
**3.** Het aspect preventie en gezondheidsvoorlichting is zo ingericht dat betrokkene in staat is om in het kader van gedragsverandering de cliënt of patiënt en, in daarvoor in aanmerking komende gevallen, diens naaste betrekkingen op methodische wijze voor te lichten.
**4.**
Het aspect kwaliteitszorg en innovatie is zo ingericht dat betrokkene in staat is om:
a. de eigen zorg- en dienstverlening inhoudelijk en op effectiviteit en efficiëntie te analyseren, daaruit conclusies te trekken, op basis daarvan een plan te maken ter verbetering van de zorg- en dienstverlening, dit uit te voeren en te evalueren;
b. aan de cliënt of patiënt alsmede aan collegas en management verantwoording af te leggen over effectiviteit en efficiëntie van het eigen professionele handelen;
c. een bijdrage te leveren aan de kwaliteit van de zorg- en dienstverlening binnen de organisatie waarvoor de betrokkene werkt en in dat kader de zorg- en dienstverlening inhoudelijk en op effectiviteit en efficiëntie te analyseren en daaraan conclusies te verbinden;
d. met collegas veranderingsplannen te maken voor vernieuwing van de zorg- en dienstverlening binnen de organisatie en constructief mee te werken aan de uitvoering en evaluatie van deze plannen;
e. een bijdrage te leveren aan de kwaliteitszorg van de werkorganisatie en de arbeidsomstandigheden;
f. met collegas veranderingsplannen te ontwikkelen en uit te voeren op basis van toetsing, klachten, nieuwe situaties en ontwikkelingen op het gebied van bedrijfsvoering.
**5.**
Het aspect praktijk- en bedrijfsvoering is zo ingericht dat betrokkene in staat is om:
a. vanuit een zorgperspectief een bijdrage te leveren aan het zorgbeleid, de praktijkvoering en het beheer van de organisatie waarvoor de betrokkene werkt;
b. al dan niet met anderen tot een effectieve, efficiënte en hygiënische praktijk- en bedrijfsvoering te komen met behulp van ICT;
c. effectief leergedrag bij stagiaires en nieuwe collegas te stimuleren, zodat beginnende optometristen op professionele wijze bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen van de organisatie.
**6.**
Het aspect beroepsontwikkeling is zo ingericht dat betrokkene in staat is om:
a. het beroep uit te oefenen overeenkomstig de geldende professionele richtlijnen en de stand van de wetenschap;
b. ethische vraagstukken die zich voordoen bij de optometrische handelingen te onderkennen en te hanteren;
c. te handelen vanuit een juist begrip van wettelijke regelingen en andere regelingen betreffende de beroepsuitoefening van de optometrist;
d. eigen beroepsmatig handelen, houding en motivatie te beschrijven, erop te reflecteren en te komen tot verdere ontwikkeling ter zake;
e. een bijdrage te leveren aan zo mogelijk multidisciplinair wetenschappelijk onderzoek ten behoeve van de ontwikkeling van de zorg en dienstverlening;
f. maatschappelijke, wetenschappelijke en beroepsontwikkelingen alsmede veranderingen op het gebied van de gezondheidszorg en de zorg- en dienstverlening te vertalen naar het beroepsmatige handelen;
g. systematisch gegevens te verzamelen over de beroepsuitoefening, deze te onderzoeken en de uitkomsten te vertalen naar de consequenties voor het beroep;
h. relevante veranderingen in de samenleving en de regelgeving te signaleren, te onderzoeken en de resultaten hiervan te vertalen in een bijdrage aan het beroep en het beroepsmatige handelen;
i. met beroepsgenoten nieuwe methodieken, richtlijnen en protocollen te ontwikkelen;
j. een bijdrage te leveren aan intercollegiale kwaliteitszorg en in dat kader aan beroepsgenoten verantwoording af te leggen over effectiviteit en efficiëntie van het eigen professionele handelen;
k. op een effectieve manier wetenschappelijke informatie te verwerven, te verwerken en toe te passen in het beroepsmatige handelen;
l. te reflecteren op het eigen beroepsmatige handelen en dit op basis hiervan verder te ontwikkelen;
m. de eigen professionaliteit voortdurend te ontwikkelen op basis van nieuwe situaties in de samenleving of het beroepsdomein;
n. anderen te begeleiden in hun beroepsontwikkeling;
o. bij te dragen aan de ontwikkeling van de professie.
### Paragraaf 4. Deskundigheid