2009-07-01 | BWBR0002221 | Algemene Ouderdomswet
This commit is contained in:
parent
aa1376b0b8
commit
a0e11ceb7b
1 changed files with 68 additions and 72 deletions
|
|
@ -21,7 +21,9 @@ Voor de toepassing van deze wet en van de tot haar uitvoering genomen besluiten
|
|||
a. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
|
||||
b. lichamen: rechtspersonen, maat- en vennootschappen, samenwerkingsvormen zonder rechtspersoonlijkheid die met verenigingen maatschappelijk gelijk kunnen worden gesteld, ondernemingen van publiekrechtelijke rechtspersonen en doelvermogens;
|
||||
c. vreemdeling: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Vreemdelingenwet 2000;
|
||||
d. bruto-minimumloon: het in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag.
|
||||
d. bruto-minimumloon: het in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag bedoelde bedrag;
|
||||
e. rechtens zijn vrijheid is ontnomen: rechtens zijn vrijheid is ontnomen, behoudens de gevallen, bedoeld in de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen en in artikel 37, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht;
|
||||
f. justitiële inrichting: een penitentiaire inrichting of een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
||||
|
|
@ -150,6 +152,18 @@ Onze Minister deelt mede in welke landen op grond van een verdrag of een besluit
|
|||
a. de vindplaats van het desbetreffende verdrag of besluit, en
|
||||
b. de eventueel in dat verdrag of besluit aanwezige beperkingen.
|
||||
|
||||
### Artikel 8b
|
||||
|
||||
**1.** Geen recht op ouderdomspensioen ontstaat voor de pensioengerechtigde, aan wie rechtens zijn vrijheid is ontnomen indien de dag waarop het ouderdomspensioen zou ingaan, is gelegen in de periode dat hem rechtens zijn vrijheid is ontnomen.
|
||||
|
||||
**2.** Het recht op ouderdomspensioen eindigt, indien de pensioengerechtigde rechtens zijn vrijheid is ontnomen gedurende ten minste een maand.
|
||||
|
||||
**3.** De persoon die op grond van het eerste of tweede lid geen recht op ouderdomspensioen heeft, heeft met ingang van de eerste dag van de maand waarin hij in vrijheid is gesteld met inachtneming van de bepalingen van deze wet recht op ouderdomspensioen.
|
||||
|
||||
**4.** Voor de toepassing van het tweede lid worden perioden van vrijheidsontneming samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.
|
||||
|
||||
**5.** Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing en het derde lid is van overeenkomstige toepassing op bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorieën personen waarbij tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel buiten een justitiële inrichting plaatsvindt.
|
||||
|
||||
### Artikel 9
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
|
@ -178,7 +192,9 @@ c. het netto-ouderdomspensioen per maand van een pensioengerechtigde als bedoeld
|
|||
|
||||
**7.** De volledige bruto-toeslag, bedoeld in artikel 8, is gelijk aan het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.
|
||||
|
||||
**8.** Op een beschikking als gevolg van een herziening van het bruto-ouderdomspensioen in verband met een wijziging van het netto-minimumloon zijn de artikelen 3:41 en 3:45 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
|
||||
**8.** Een herziening van het bruto-ouderdomspensioen in verband met een wijziging van het netto-minimumloon vindt plaats zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld.
|
||||
|
||||
**9.** De Sociale verzekeringsbank betaalt het herziene ouderdomspensioen, bedoeld in het achtste lid, bij de eerstvolgende betaling van het ouderdomspensioen nadat de herziening, bedoeld in het achtste lid, heeft plaatsgevonden.
|
||||
|
||||
### Artikel 9a
|
||||
|
||||
|
|
@ -288,7 +304,9 @@ c. de pensioengerechtigde en de hulpbehoevende pensioengerechtigde ieder beschik
|
|||
|
||||
**5.** De herziening van het ouderdomspensioen als gevolg van een wijziging van het netto-minimumloon gaat, in afwijking van het bepaalde in het derde en vierde lid, in op de dag waarop het netto-minimumloon is herzien.
|
||||
|
||||
**6.** Ter uitvoering van dit artikel kunnen bij ministeriële regeling nadere voorschriften worden gegeven. Daarbij kunnen tevens regels worden gesteld met betrekking tot schorsing en opschorting van de uitbetaling van het ouderdomspensioen.
|
||||
**6.** De beëindiging van het ouderdomspensioen op grond van artikel 8b, tweede lid, gaat in op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de vrijheidsontneming een maand heeft geduurd.
|
||||
|
||||
**7.** Ter uitvoering van dit artikel kunnen bij ministeriële regeling nadere voorschriften worden gegeven. Daarbij kunnen tevens regels worden gesteld met betrekking tot schorsing en opschorting van de uitbetaling van het ouderdomspensioen.
|
||||
|
||||
### Artikel 17a
|
||||
|
||||
|
|
@ -304,91 +322,64 @@ c. indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting bedoeld in art
|
|||
|
||||
### Artikel 17b
|
||||
|
||||
**1.** Het ouderdomspensioen wordt door de Sociale verzekeringsbank geheel of gedeeltelijk, tijdelijk of blijvend geweigerd, indien de pensioengerechtigde, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger een verplichting op grond van artikel 15, tweede lid, opgelegd, of de verplichtingen, bedoeld in artikel 55, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, niet of niet behoorlijk is nagekomen, dan wel de verplichting bedoeld in artikel 49 niet binnen de door de Sociale verzekeringsbank daarvoor vastgestelde termijn is nagekomen.
|
||||
**1.** De Sociale verzekeringsbank weigert het ouderdomspensioen geheel of gedeeltelijk, tijdelijk of blijvend, indien de pensioengerechtigde, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger een verplichting, hem op grond van artikel 15, tweede lid, opgelegd, of de verplichtingen, bedoeld in artikel 55, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen niet of niet behoorlijk is nagekomen, dan wel de verplichting, bedoeld in artikel 49 niet binnen de door de Sociale verzekeringsbank daarvoor vastgestelde termijn is nagekomen.
|
||||
|
||||
**2.** Een maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt afgestemd op de ernst van de gedraging en de mate waarin de belanghebbende de gedraging verweten kan worden. Van het opleggen van een maatregel wordt in elk geval afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het niet tijdig nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 49, niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van ouderdomspensioen kan de Sociale verzekeringsbank afzien van het opleggen van een maatregel als bedoeld in het eerste lid en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake het niet tijdig nakomen van de verplichting, tenzij het niet tijdig nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een zodanige waarschuwing is gegeven.
|
||||
**3.** De Sociale verzekeringsbank kan afzien van het opleggen van een maatregel als bedoeld in het eerste lid en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake het niet tijdig nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 49, indien het niet tijdig nakomen van de verplichting niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van ouderdomspensioen, tenzij het niet tijdig nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een zodanige waarschuwing is gegeven.
|
||||
|
||||
**4.** Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan de Sociale verzekeringsbank besluiten van het opleggen van een maatregel af te zien.
|
||||
**4.** De Sociale verzekeringsbank kan afzien van het opleggen van een maatregel indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn.
|
||||
|
||||
**5.** Het opleggen van een maatregel blijft achterwege indien voor dezelfde gedraging een boete als bedoeld in artikel 17c wordt opgelegd.
|
||||
**5.** Het opleggen van een maatregel blijft achterwege indien voor dezelfde gedraging een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 17c wordt opgelegd.
|
||||
|
||||
**6.** Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het eerste en tweede lid.
|
||||
|
||||
### Artikel 17c
|
||||
|
||||
**1.** Indien de pensioengerechtigde, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger de verplichting bedoeld in artikel 49 niet of niet behoorlijk is nagekomen, legt de Sociale verzekeringsbank hem een boete op van ten hoogste € 2 269.
|
||||
**1.** De Sociale verzekeringsbank legt een bestuurlijke boete op van ten hoogste € 2 269 ter zake van het niet of niet behoorlijk nakomen door de pensioengerechtigde, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger van de verplichting, bedoeld in artikel 49.
|
||||
|
||||
**2.** De hoogte van de boete wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate waarin de pensioengerechtigde, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger de gedraging verweten kan worden en de omstandigheden waarin hij verkeert. Van het opleggen van een boete wordt in elk geval afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt.
|
||||
**2.** De Sociale verzekeringsbank kan afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in het eerste lid en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 49, indien dit niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van ouderdomspensioen, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de pensioengerechtigde, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger, een zodanige waarschuwing is gegeven.
|
||||
|
||||
**3.** Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel 49, niet heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van ouderdomspensioen, kan de Sociale verzekeringsbank afzien van het opleggen van een boete als bedoeld in het eerste lid en volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de pensioengerechtigde, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger, een zodanige waarschuwing is gegeven.
|
||||
**3.** De Sociale verzekeringsbank kan afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn.
|
||||
|
||||
**4.** Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan de Sociale verzekeringsbank besluiten van het opleggen van een boete af te zien.
|
||||
**4.** Degene aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd is verplicht desgevraagd aan de Sociale verzekeringsbank de inlichtingen te verstrekken die voor de tenuitvoerlegging van de bestuurlijke boete van belang zijn.
|
||||
|
||||
**5.** Degene aan wie een boete is opgelegd is verplicht desgevraagd aan de Sociale verzekeringsbank de inlichtingen te verstrekken die voor de tenuitvoerlegging van de boete van belang zijn.
|
||||
|
||||
**6.** Voorzover de boete nog niet is geïnd, vervalt zij door het overlijden van degene aan wie zij is opgelegd.
|
||||
|
||||
**7.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het eerste en het tweede lid.
|
||||
**5.** Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de hoogte van de bestuurlijke boete.
|
||||
|
||||
### Artikel 17d
|
||||
|
||||
**1.** Indien de Sociale verzekeringsbank jegens de pensioengerechtigde, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger een handeling verricht waaraan deze in redelijkheid de gevolgtrekking kan verbinden dat aan hem wegens een bepaalde gedraging een boete zal worden opgelegd, is de pensioengerechtigde dan wel de betrokken persoon niet langer verplicht terzake van die gedraging enige verklaring af te leggen, voor zover het betreft de boeteoplegging. De pensioengerechtigde, dan wel de betrokken persoon wordt hiervan in kennis gesteld alvorens hem mondeling om informatie wordt gevraagd.
|
||||
|
||||
**2.** Indien de Sociale verzekeringsbank voornemens is om aan de pensioengerechtigde, dan wel de betrokken persoon een boete op te leggen, wordt hiervan kennis gegeven aan de pensioengerechtigde, dan wel de betrokken persoon onder vermelding van de gronden waarop het voornemen berust. De kennisgeving is een handeling als bedoeld in het eerste lid.
|
||||
|
||||
**3.** Op verzoek van de pensioengerechtigde, dan wel de betrokken persoon die de in het vorige lid bedoelde kennisgeving wegens zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, draagt de Sociale verzekeringsbank er zoveel mogelijk zorg voor dat de in die kennisgeving vermelde gronden aan de pensioengerechtigde, dan wel de betrokken persoon worden medegedeeld in een voor hem begrijpelijke taal.
|
||||
|
||||
**4.** In afwijking van afdeling 4.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht stelt de Sociale verzekeringsbank de pensioengerechtigde, dan wel de betrokken persoon in de gelegenheid om naar keuze schriftelijk of mondeling zijn zienswijze naar voren te brengen voordat de boete wordt opgelegd.
|
||||
|
||||
**5.** Indien de pensioengerechtigde, dan wel de betrokken persoon zijn zienswijze mondeling naar voren brengt, draagt de Sociale verzekeringsbank er op verzoek van de pensioengerechtigde, dan wel de betrokken persoon die de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, zorg voor dat een tolk wordt benoemd die hem kan bijstaan, tenzij redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daaraan geen behoefte bestaat.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 17e
|
||||
|
||||
**1.** Het besluit waarbij de boete wordt opgelegd vermeldt de termijn of de termijnen waarbinnen deze moet worden betaald, alsmede de wijze waarop het besluit bij gebreke van tijdige betaling, overeenkomstig artikel 17i zal worden tenuitvoergelegd.
|
||||
|
||||
**2.** Op verzoek van de pensioengerechtigde, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger die het in het eerste lid bedoelde besluit wegens zijn gebrekkige kennis van de Nederlandse taal onvoldoende begrijpt, draagt de Sociale verzekeringsbank er zoveel mogelijk zorg voor dat de in dat besluit vermelde informatie aan hem of hun wordt meegedeeld in een voor hem of hun begrijpelijke taal.
|
||||
|
||||
**3.** Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot het eerste lid.
|
||||
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de termijn waarvoor uitstel van betaling van de bestuurlijke boete kan worden verleend alsmede omtrent de hoogte van het op grond van artikel 17i, eerste of tweede lid, te verrekenen bedrag en de termijn of termijnen waarbinnen deze verrekening plaatsvindt.
|
||||
|
||||
### Artikel 17f
|
||||
|
||||
**1.** Een boete wordt niet opgelegd zolang de gedraging wordt onderzocht door het openbaar ministerie.
|
||||
|
||||
**2.** De oplegging van een boete blijft definitief achterwege indien ter zake van de gedraging tegen de pensioengerechtigde, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger een strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen, dan wel het recht tot strafvordering is vervallen ingevolge artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht.
|
||||
|
||||
**3.** Het openbaar ministerie doet van een omstandigheid als bedoeld in het eerste en het tweede lid mededeling aan de Sociale verzekeringsbank.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 17g
|
||||
|
||||
**1.** Een boete wordt opgelegd binnen een jaar nadat de Sociale verzekeringsbank de pensioengerechtigde, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger overeenkomstig het bepaalde in artikel 17*d*, vierde lid, in de gelegenheid heeft gesteld zijn of hun zienswijze naar voren te brengen. Indien terzake aangifte is gedaan of proces-verbaal is opgemaakt en ingezonden vangt de termijn van een jaar aan op de dag na die waarop het openbaar ministerie aan de Sociale verzekeringsbank heeft medegedeeld dat geen strafvervolging wordt ingesteld.
|
||||
|
||||
**2.** Een boete wordt in elk geval niet opgelegd na verloop van vijf jaren nadat de desbetreffende gedraging heeft plaatsgevonden.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 17h
|
||||
|
||||
In afwijking van artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechter in beroep of hoger beroep het bedrag waarop de boete is vastgesteld ook ten nadele van de pensioengerechtigde, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger wijzigen.
|
||||
In afwijking van artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechter in beroep of hoger beroep het bedrag waarop de bestuurlijke boete is vastgesteld ook ten nadele van de pensioengerechtigde, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger wijzigen.
|
||||
|
||||
### Artikel 17i
|
||||
|
||||
**1.** Het besluit waarbij een boete is opgelegd levert een executoriale titel op in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De titel heeft mede betrekking op de rente en kosten, bedoeld in het zesde lid.
|
||||
**1.** De Sociale verzekeringsbank verrekent de bestuurlijke boete met het ouderdomspensioen dat degene aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd op grond van deze wet ontvangt.
|
||||
|
||||
**2.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd, ouderdomspensioen op grond van deze wet ontvangt, wordt het besluit waarbij de boete is opgelegd tenuitvoergelegd door verrekening met dat pensioen.
|
||||
**2.** Het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente, onderscheidenlijk het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, betaalt het bedrag van de bestuurlijke boete, zonder dat daarvoor een machtiging nodig is, op haar verzoek aan de Sociale verzekeringsbank indien degene aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd een uitkering ontvangt op grond van de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Wet werk en inkomen kunstenaars, de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Wet arbeid en zorg of een toeslag op grond van de Toeslagenwet.
|
||||
|
||||
**3.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd, een uitkering ontvangt op grond van de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Wet werk en inkomen kunstenaars, de Werkloosheidswet, de Ziektewet, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, deWet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Wet arbeid en zorg of een toeslag op grond van de Toeslagenwet, betaalt de betrokken gemeente, onderscheidenlijk het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het bedrag van die boete, zonder dat daarvoor diens machtiging nodig is, op haar verzoek aan de Sociale verzekeringsbank.
|
||||
**3.** De in artikel 479g van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering aan de raad voor de kinderbescherming toegekende bevoegdheid komt gelijkelijk toe aan de Sociale verzekeringsbank. Indien de Sociale verzekeringsbank gebruik maakt van deze bevoegdheid, geschiedt de bekendmaking van het dwangbevel, in afwijking van artikel 4:123, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, door middel van toezending per post aan degene aan wie de boete is opgelegd.
|
||||
|
||||
**4.** Indien degene aan wie een boete is opgelegd geen pensioen of uitkering als bedoeld in het tweede of derde lid ontvangt of meer ontvangt, dan wel ten aanzien van zodanige uitkering toepassing van het derde lid niet mogelijk is, wordt het besluit waarbij de boete is opgelegd bij gebreke van tijdige betaling met toepassing van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering op zijn kosten betekend en tenuitvoergelegd.
|
||||
**4.**
|
||||
|
||||
**5.** De tenuitvoerlegging van een besluit waarbij een boete is opgelegd vindt plaats met toepassing van het tweede of derde lid, dan wel van het vierde lid, dan wel van het tweede of derde lid in combinatie met het vierde lid.
|
||||
Zolang de belanghebbende zijn verplichting, bedoeld in artikel 17c, vierde lid, niet of niet behoorlijk nakomt:
|
||||
|
||||
**6.** Bij gebreke van tijdige betaling wordt de verschuldigde boete verhoogd met de wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten.
|
||||
|
||||
**7.** Op het executoriaal beslag ingevolge dit artikel door de Sociale verzekeringsbank op loon, sociale uitkeringen of andere periodieke betalingen, welke derden verschuldigd zijn of worden aan degene aan wie een boete is opgelegd, zijn de artikelen 479*b* tot en met 479*g*, behoudens artikel 479*e*, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van overeenkomstige toepassing. De in artikel 479*g* aan de raad voor de kinderbescherming toegekende bevoegdheid komt gelijkelijk toe aan de Sociale verzekeringsbank.
|
||||
|
||||
**8.** De tenuitvoerlegging van een besluit met toepassing van dit artikel geschiedt zodanig dat degene aan wie een boete is opgelegd en zijn echtgenoot blijven beschikken over een inkomen gelijk aan de beslagvrije voet bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
|
||||
|
||||
**9.** Het achtste lid geldt niet, zolang de belanghebbende zijn verplichting bedoeld in artikel 17c, vijfde lid, niet of niet behoorlijk nakomt.
|
||||
a. is de Sociale verzekeringsbank, in afwijking van artikel 4:93, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, bevoegd tot verrekening voor zover beslag op de vordering van de schuldeiser nietig zou zijn;
|
||||
b. geldt de beslagvrije voet, bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, in afwijking van artikel 4:116 van de Algemene wet bestuursrecht, niet bij de invordering van een bestuurlijke boete bij dwangbevel.
|
||||
|
||||
### Artikel 18
|
||||
|
||||
|
|
@ -412,11 +403,16 @@ c. bij ontstentenis van de in de onderdelen *a* en *b* bedoelde personen, aan de
|
|||
|
||||
### Artikel 19
|
||||
|
||||
**1.** Het ouderdomspensioen wordt betaalbaar gesteld door de Sociale verzekeringsbank. De betaling geschiedt als regel maandelijks.
|
||||
**1.** De Sociale verzekeringsbank betaalt het ouderdomspensioen waarop op grond van deze wet recht bestaat. De betaling geschiedt als regel maandelijks.
|
||||
|
||||
**2.** De Sociale verzekeringsbank kan de aan een gehuwde pensioengerechtigde toegekende toeslag betaalbaar stellen aan de echtgenoot.
|
||||
|
||||
**3.** In geval het ouderdomspensioen in het buitenland wordt uitbetaald, worden de daaraan verbonden kosten van overmaking op het ouderdomspensioen in mindering gebracht.
|
||||
**3.**
|
||||
|
||||
Indien het ouderdomspensioen in het buitenland wordt uitbetaald:
|
||||
|
||||
a. worden de daaraan verbonden kosten van overmaking op het ouderdomspensioen in mindering gebracht; en
|
||||
b. geschiedt de betaling in afwijking van artikel 4:89, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het tijdstip waarop de rekening van de daartoe door de schuldeiser aangewezen bank wordt gecrediteerd.
|
||||
|
||||
**4.** Wanneer een pensioengerechtigde een ander machtigt om het ouderdomspensioen in ontvangst te nemen, onderscheidenlijk een verleende machtiging intrekt, wordt daaraan gevolg gegeven met ingang van een betalingstermijn, aanvangende na de dag, waarop de machtiging wordt ingediend, onderscheidenlijk waarop van haar intrekking mededeling wordt gedaan, doch niet later dan de eerste dag van de tweede maand na de dag van indiening, onderscheidenlijk intrekking der machtiging.
|
||||
|
||||
|
|
@ -449,13 +445,11 @@ b. indien de pensioengerechtigde van de afwijking redelijkerwijs geen verwijt ka
|
|||
|
||||
**3.** Indien het eerste lid toepassing vindt, heeft de in het tweede lid bedoelde bevoegdheid betrekking op het gedeelte van het ouderdomspensioen, dat niet aan het College voor zorgverzekeringen wordt uitbetaald.
|
||||
|
||||
**4.** Op de herziening van een beschikking op grond van het eerste lid als gevolg van een wijziging van de verschuldigde bijdrage zijn de artikelen 3:41 en 3:45 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
|
||||
**4.** Een herziening van het ouderdomspensioen op grond van het eerste lid als gevolg van een wijziging van de verschuldigde bijdrage vindt plaats zonder dat dit bij beschikking wordt vastgesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 21
|
||||
|
||||
**1.** De Sociale verzekeringsbank is bevoegd een voorschot te betalen op een nog niet toegekend ouderdomspensioen.
|
||||
|
||||
**2.** Voorzover bij of krachtens deze wet niet anders is bepaald, wordt een voorschot als bedoeld in het eerste lid beschouwd als ouderdomspensioen op grond van deze wet.
|
||||
Voor zover bij of krachtens deze wet niet anders is bepaald, wordt een voorschot op het nog niet vastgestelde ouderdomspensioen beschouwd als ouderdomspensioen op grond van deze wet.
|
||||
|
||||
### Artikel 22
|
||||
|
||||
|
|
@ -487,21 +481,19 @@ b. de terugvordering niet het gevolg is van het niet of niet behoorlijk nakomen
|
|||
|
||||
**4.** Indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn kan de Sociale verzekeringsbank besluiten geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien.
|
||||
|
||||
**5.** Het besluit tot terugvordering vermeldt hetgeen wordt teruggevorderd, de termijn of termijnen waarbinnen moet worden betaald, alsmede dat het besluit bij gebreke van tijdige betaling zal worden tenuitvoergelegd op de wijze als omschreven in artikel 24a.
|
||||
**5.** Degene van wie wordt teruggevorderd is verplicht desgevraagd aan de Sociale verzekeringsbank de inlichtingen te verstrekken die voor de terugvordering van belang zijn.
|
||||
|
||||
**6.** Degene van wie wordt teruggevorderd is verplicht desgevraagd aan de Sociale verzekeringsbank de inlichtingen te verstrekken die voor de terugvordering van belang zijn.
|
||||
|
||||
**7.** In afwijking van het eerste lid kan de Sociale verzekeringsbank, onder voorwaarden die Onze Minister kan stellen, besluiten van terugvordering af te zien indien het terug te vorderen bedrag een door Onze Minister vast te stellen bedrag niet te boven gaat.
|
||||
**6.** In afwijking van het eerste lid kan de Sociale verzekeringsbank, onder voorwaarden die Onze Minister kan stellen, besluiten van terugvordering af te zien indien het terug te vorderen bedrag een door Onze Minister vast te stellen bedrag niet te boven gaat.
|
||||
|
||||
### Artikel 24a
|
||||
|
||||
**1.** Het besluit tot terugvordering levert een executoriale titel op in de zin van het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
|
||||
**1.** De Sociale verzekeringsbank kan het onverschuldigd betaalde ouderdomspensioen, bedoeld in artikel 24, eerste lid, invorderen bij dwangbevel.
|
||||
|
||||
**2.** Artikel 17i is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat indien het gemiddeld inkomen van de belanghebbende gedurende drie jaar de beslagvrije voet bedoeld in de artikelen 475c en 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet te boven is gegaan, de Sociale verzekeringsbank de aflossingsbedragen lager vaststelt.
|
||||
|
||||
### Artikel 24b
|
||||
|
||||
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de artikelen 24, eerste, tweede, derde, vierde, vijfde en zesde lid, en 24a.
|
||||
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van tenuitvoerlegging van de beschikking waarbij is vastgesteld dat onverschuldigd is betaald.
|
||||
|
||||
### Artikel 25
|
||||
|
||||
|
|
@ -590,6 +582,8 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
**2.** De in het vorige lid bedoelde uitbetaling vindt plaats in de maand mei en omvat de vakantie-uitkering, waarop recht bestond over de periode van twaalf maanden, voorafgaande aan de maand mei.
|
||||
|
||||
**3.** De vakantie-uitkering wordt betaald zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 32
|
||||
|
||||
Het bepaalde bij of krachtens de artikelen 18, 19, 20, 23, 24, 25, 26 en 49 vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van de vakantie-uitkering, voor zover bij of krachtens deze paragraaf niet anders is bepaald.
|
||||
|
|
@ -600,7 +594,7 @@ Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot deze paragraaf nadere regel
|
|||
|
||||
### Artikel 33a
|
||||
|
||||
Op de toekenning van de vakantie-uitkering zijn de artikelen 3:41 en 3:45 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Paragraaf 4. Tegemoetkoming in aanvulling op het ouderdomspensioen
|
||||
|
||||
|
|
@ -610,11 +604,13 @@ Op de toekenning van de vakantie-uitkering zijn de artikelen 3:41 en 3:45 van de
|
|||
|
||||
**2.** De tegemoetkoming wordt niet beschouwd als ouderdomspensioen op grond van deze wet, tenzij voor de toepassing van paragraaf 2 van hoofdstuk III.
|
||||
|
||||
**3.** Op de toekenning van de tegemoetkoming, voorzover die niet samenhangt met de toekenning van het ouderdomspensioen, zijn de artikelen 3:41 en 3:45 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. Artikel 9, achtste lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
**3.** De toekenning van de tegemoetkoming, voor zover die niet samenhangt met de toekenning van het ouderdomspensioen, vindt plaats zonder dat dit bij beschikking is vastgesteld. Artikel 9, achtste lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||||
|
||||
**4.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de hoogte, de indexering en de wijze van betaling van de tegemoetkoming.
|
||||
**4.** De betaling van de tegemoetkoming geschiedt maandelijks tezamen met de betaling van het ouderdomspensioen.
|
||||
|
||||
**5.** De tegemoetkoming is niet vatbaar voor beslag.
|
||||
**5.** Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de hoogte, de indexering en de wijze van betaling van de tegemoetkoming.
|
||||
|
||||
**6.** De tegemoetkoming is niet vatbaar voor beslag.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk IV. De vrijwillige verzekering
|
||||
|
||||
|
|
@ -845,15 +841,15 @@ b. de pensioengerechtigden ieder beschikken over een eigen woning.
|
|||
|
||||
**2.** De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt ingediend binnen zes maanden na de datum van inwerkingtreding van de in het eerste lid genoemde wet.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk IX. Strafbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 64
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
Ten aanzien van de persoon wiens vrijheid op de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van artikel 8b reeds rechtens was ontnomen wordt voor de toepassing van dat artikel als eerste dag waarop de vrijheidsontneming plaatsvindt, aangemerkt de dag van inwerkingtreding van artikel 8b en eindigt het recht op ouderdomspensioen in afwijking van artikel 8b, tweede lid, vanaf de dag dat deze vrijheidsontneming zes maanden heeft geduurd. De beëindiging gaat in op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de vrijheidsontneming als bedoeld in de eerste zin zes maanden heeft geduurd.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk IX. Strafbepalingen
|
||||
|
||||
### Artikel 65
|
||||
|
||||
Overtreding van bepalingen van een krachtens deze wet uitgevaardigde algemene maatregel van bestuur, voor zover uitdrukkelijk als strafbaar feit in de zin van dit artikel aangeduid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie. Het feit wordt beschouwd als een overtreding. Het in de eerste zin bedoelde feit wordt beschouwd als een overtreding.
|
||||
Een gedraging die in strijd is met een krachtens deze wet uitgevaardigde algemene maatregel van bestuur, voor zover uitdrukkelijk als strafbaar feit in de zin van dit artikel aangeduid, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie. Het feit wordt beschouwd als een overtreding. Het in de eerste zin bedoelde feit wordt beschouwd als een overtreding.
|
||||
|
||||
### Artikel 66
|
||||
|
||||
|
|
@ -865,7 +861,7 @@ Vervallen
|
|||
|
||||
### Artikel 68
|
||||
|
||||
Het recht tot strafvordering vervalt indien de Sociale verzekeringsbank aan de pensioengerechtigde, zijn echtgenoot, of zijn wettelijke vertegenwoordiger ter zake van hetzelfde feit reeds een boete heeft opgelegd.
|
||||
Vervallen
|
||||
|
||||
### Artikel 69
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue