From a12cb098b678921ea8226fc54d152e2039a318f2 Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Wed, 14 Nov 2007 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2007-11-14 | BWBR0011825 | Vreemdelingenbesluit 2000 --- .../BWBR0011825/README.md | 39 ++++++++++--------- 1 file changed, 20 insertions(+), 19 deletions(-) diff --git a/amvb/vreemdelingenbesluit-2000/BWBR0011825/README.md b/amvb/vreemdelingenbesluit-2000/BWBR0011825/README.md index 2af65916c1a..b8bd3f6d665 100644 --- a/amvb/vreemdelingenbesluit-2000/BWBR0011825/README.md +++ b/amvb/vreemdelingenbesluit-2000/BWBR0011825/README.md @@ -634,7 +634,7 @@ b. beschikt over een geldig document voor grensoverschrijding, of naar het oorde c. bereid is een onderzoek naar of behandeling voor tuberculose te ondergaan en daaraan mee te werken of de nationaliteit bezit van een van de bij ministeriële regeling vast te stellen landen, en d. geen gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid als bedoeld in de artikelen 3.77 en 3.78. -**2.** Indien gezinshereniging mogelijk is in een derde land waarmee de alleenstaande minderjarige of de bloedverwant, bedoeld in het eerste lid, bijzondere banden heeft of indien de aanvraag niet is ingediend binnen drie maanden nadat aan de alleenstaande minderjarige, bedoeld in het eerste lid, de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 28 van de wet, is verleend, wordt de vergunning eerst verleend, nadat de alleenstaande minderjarige heeft aangetoond duurzaam en zelfstandig te beschikken over over een netto-inkomen als bedoeld in artikel 3.74, onder a. +**2.** Indien gezinshereniging mogelijk is in een derde land waarmee de alleenstaande minderjarige of de bloedverwant, bedoeld in het eerste lid, bijzondere banden heeft of indien de aanvraag niet is ingediend binnen drie maanden nadat aan de alleenstaande minderjarige, bedoeld in het eerste lid, de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 28 van de wet, is verleend, wordt de vergunning eerst verleend, nadat de alleenstaande minderjarige heeft aangetoond duurzaam en zelfstandig te beschikken over een netto-inkomen als bedoeld in artikel 3.74, onder a. ### Artikel 3.25 @@ -951,8 +951,9 @@ c. wiens vertrek uit Nederland naar het oordeel van Onze Minister redelijkerwijs De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 14 van de Wet, kan onder een beperking verband houdend met de vervolging van mensenhandel worden verleend aan de vreemdeling die: -a. slachtoffer-aangever is van mensenhandel, voorzover er sprake is van een strafrechtelijk opsporingsonderzoek of vervolgingsonderzoek naar of berechting in feitelijke aanleg van de verdachte van het strafbare feit waarvan aangifte is gedaan, of -b. getuige-aangever is van mensenhandel, voorzover er sprake is van een strafrechtelijk opsporingsonderzoek of vervolgingsonderzoek naar of berechting in feitelijke aanleg van de verdachte van het strafbare feit waarvan aangifte is gedaan en het verblijf in Nederland van de getuige-aangever naar het oordeel van Onze Minister in het belang van de opsporing of vervolging van de verdachte noodzakelijk is. +a. slachtoffer-aangever is van mensenhandel, voorzover er sprake is van een strafrechtelijk opsporingsonderzoek of vervolgingsonderzoek naar of berechting in feitelijke aanleg van de verdachte van het strafbare feit waarvan aangifte is gedaan; +b. slachtoffer is van mensenhandel, voorzover er sprake is van een strafrechtelijk opsporingsonderzoek of vervolgingsonderzoek naar of berechting in feitelijke aanleg van de verdachte van het strafbare feit, bedoeld in artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht, en het slachtoffer hieraan op andere wijze dan door het doen van aangifte medewerking verleent; of +c. getuige-aangever is van mensenhandel, voorzover er sprake is van een strafrechtelijk opsporingsonderzoek of vervolgingsonderzoek naar of berechting in feitelijke aanleg van de verdachte van het strafbare feit waarvan aangifte is gedaan en het verblijf in Nederland van de getuige-aangever naar het oordeel van Onze Minister in het belang van de opsporing of vervolging van de verdachte noodzakelijk is. **2.** De aanvraag wordt niet afgewezen op grond van artikel 16, eerste lid, onder c, van de Wet. @@ -1227,7 +1228,7 @@ d. ingeval van gezinsvorming: 120 procent van het minimumloon, bedoeld in artike **2.** Middelen van bestaan verkregen uit eigen vermogen zijn duurzaam, indien zij gedurende een aaneengesloten periode van een jaar beschikbaar zijn geweest en nog één jaar beschikbaar zijn op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen of de beschikking wordt gegeven. -**3.** In afwijking van het eerste lid, zijn middelen van bestaan verkregen uit arbeid in loondienst eveneens duurzaam, indien op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen of de beschikking wordt gegeven gedurende een ononderbroken periode van drie jaren voldoende middelen van bestaan uit arbeid in loondienst zijn verworven en de middelen van bestaan gedurende nog zes maanden beschikbaar zijn. Indien tijdens de periode van drie jaren gedurende een periode van in totaal niet langer dan zesentwintig weken een werkloosheidsuitkering is ontvangen, wordt die uitkering gelijkgesteld met inkomen uit arbeid in loondienst. +**3.** In afwijking van het eerste lid, zijn middelen van bestaan verkregen uit arbeid in loondienst eveneens duurzaam, indien op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen of de beschikking wordt gegeven gedurende een ononderbroken periode van drie jaren middelen van bestaan uit arbeid in loondienst zijn verworven en de middelen van bestaan gedurende nog zes maanden beschikbaar zijn. Indien tijdens de periode van drie jaren gedurende een periode van in totaal niet langer dan zesentwintig weken een werkloosheidsuitkering is ontvangen, wordt die uitkering gelijkgesteld met inkomen uit arbeid in loondienst. **4.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ten aanzien van de duurzaamheid van middelen van bestaan uit arbeid als zelfstandige. @@ -1243,7 +1244,7 @@ De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bed a. er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat de vreemdeling zich schuldig heeft gemaakt aan gedragingen als bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag; b. de vreemdeling de echtgenoot of echtgenote, het minderjarige kind, de partner of het meerderjarige kind, bedoeld in artikel 29, onder e en f, van de Wet, is van een in Nederland verblijvende vreemdeling ten aanzien van wie er ernstige redenen zijn om te veronderstellen dat deze zich schuldig heeft gemaakt aan gedragingen als bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, of -c. de vreemdeling terzake van een misdrijf is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf of vrijheidsontnemende maatregel, tot een taakstraf of tot een onvoorwaardelijke geldboete, dan wel indien hij terzake van misdrijf een transactieaanbod heeft aanvaard. +c. de vreemdeling terzake van een misdrijf is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf of vrijheidsontnemende maatregel, tot een taakstraf of tot een onvoorwaardelijke geldboete, dan wel indien hij terzake van misdrijf een transactieaanbod heeft aanvaard of jegens hem een strafbeschikking is uitgevaardigd. **2.** Bij de toepassing van het eerste lid, onder c, wordt mede betrokken de buiten Nederland gepleegde inbreuk op de openbare orde, voorzover die naar Nederlands recht een misdrijf oplevert. @@ -1402,7 +1403,7 @@ b. bij een verblijfsduur van vijftien jaar. ### Artikel 3.87 -Buiten de gevallen, bedoeld in artikel 3.86, kan de aanvraag tot het verlengen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 14 van de Wet, slechts op grond van artikel artikel 18, eerste lid, onder e, van de Wet worden afgewezen wegens gevaar voor de openbare orde, indien zwaarwegende belangen naar het oordeel van Onze Minister daartoe nopen. +Buiten de gevallen, bedoeld in artikel 3.86, kan de aanvraag tot het verlengen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 14 van de Wet, slechts op grond van artikel 18, eerste lid, onder e, van de Wet worden afgewezen wegens gevaar voor de openbare orde, indien zwaarwegende belangen naar het oordeel van Onze Minister daartoe nopen. ### Artikel 3.88 @@ -1442,7 +1443,7 @@ d. de werkgever beschikt over een tewerkstellingsvergunning, die op grond van ar ### Artikel 3.91a -De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 14 van de Wet, die is verleend onder een beperking verband houdend met het verblijf als onderzoeker richtlijn 2005/71/EG, wordt eerst ingetrokken op de grond dat de aanwijzing van de onderzoeksinstelling na afgifte van de verblijfsvergunning niet verlengd of ingetrokken wordt, nadat de vreemdeling die te goeder trouw is gedurende drie maanden in de gelegenheid is geweest om alsnog aan de beperking te voldoen. +De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 14 van de Wet, die is verleend onder een beperking verband houdend met het verblijf als onderzoeker in de zin van richtlijn 2005/71/EG, wordt eerst ingetrokken op de grond dat de aanwijzing van de onderzoeksinstelling na afgifte van de verblijfsvergunning niet verlengd of ingetrokken wordt, nadat de vreemdeling die te goeder trouw is gedurende drie maanden in de gelegenheid is geweest om alsnog aan de beperking te voldoen. ### Afdeling 3. De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd @@ -1452,7 +1453,7 @@ De verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 14 van de Wet, die **1.** -De aanvraag tot het verlenen of wijzigen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 van de Wet wordt niet op grond van 21, eerste lid, onder a, van de Wet afgewezen, om reden dat het rechtmatige verblijf, bedoeld in artikel 8 onder a, b, dan wel l, van de Wet niet vijf jaren aaneensluitend is geweest, indien: +De aanvraag tot het verlenen of wijzigen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 van de Wet wordt niet op grond van artikel 21, eerste lid, onder a, van de Wet afgewezen, om reden dat het rechtmatig verblijf, bedoeld in artikel 8 onder a, b, dan wel l, van de Wet niet vijf jaren aaneensluitend is geweest, indien: a. de aanvraag is ingediend door een meerderjarige vreemdeling die: @@ -1475,7 +1476,7 @@ b. als langdurig ingezetene houder is geweest van een verblijfsvergunning voor o **4.** Voor de toepassing van artikel 21, eerste lid, onder d, van de Wet, zijn de artikelen 3.73 tot en met 3.76 van overeenkomstige toepassing. -**5.** Behoudens gevallen als bedoeld in artikel 3.87, kan de aanvraag slechts op grond van artikel 21, eerste lid, onder e, van de Wet worden afgewezen, indien de totale duur van de straffen of maatregelen ten minste gelijk is aan de normen, bedoeld in artikel 3.86, eerste dan wel tweede lid. Artikel 3.86, derde tot en met achtste lid, is van overeenkomstige toepassing. +**5.** Behoudens gevallen als bedoeld in artikel 3.87, kan de aanvraag slechts op grond van artikel 21, eerste lid, onder e, van de Wet worden afgewezen, indien de totale duur van de straffen of maatregelen ten minste gelijk is aan de normen, bedoeld in artikel 3.86, eerste dan wel tweede lid. Artikel 3.86, derde tot en met negende lid, is van overeenkomstige toepassing. **6.** Bij de toepassing van het vijfde lid houdt Onze Minister mede rekening met de ernst van de inbreuk of het soort van inbreuk dat door de vreemdeling op de openbare orde is gepleegd, respectievelijk met het gevaar dat van de vreemdeling uitgaat en het bestaan van banden met Nederland. @@ -1487,7 +1488,7 @@ b. als langdurig ingezetene houder is geweest van een verblijfsvergunning voor o **1.** -De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 van de Wet wordt niet op grond van 21, eerste lid, onder a, van de Wet afgewezen, indien de aanvraag is ingediend door een meerderjarige vreemdeling die tien aaneengesloten jaren in Nederland heeft verbleven: +De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 van de Wet wordt niet op grond van artikel 21, eerste lid, onder a, van de Wet afgewezen, indien de aanvraag is ingediend door een meerderjarige vreemdeling die tien aaneengesloten jaren in Nederland heeft verbleven: a. op grond van een bijzondere geprivilegieerde status, die anders dan door eigen toedoen is verloren; b. op grond van een bijzondere geprivilegieerde status als: @@ -1496,11 +1497,11 @@ b. op grond van een bijzondere geprivilegieerde status als: 2°. geaccrediteerd lid van het hoogste kader, het hoofd inbegrepen, van een internationale organisatie, van het geaccrediteerd lid van het administratief, technisch of bedienend personeel van een internationale organisatie, of c. als afhankelijk gezinslid van een vreemdeling als bedoeld onder a of b. -**2.** De aanvraag wordt niet op grond van 21, eerste lid, onder b, afgewezen, indien de vreemdeling op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen niet-tijdelijk verblijfsrecht heeft en in de periode van vijf aaneengesloten jaren direct voorafgaande aan dat tijdstip rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8 onder a tot en met e, dan wel l, van de Wet had. +**2.** De aanvraag wordt niet op grond van artikel 21, eerste lid, onder b, afgewezen, indien de vreemdeling op het tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen niet-tijdelijk verblijfsrecht heeft en in de periode van vijf aaneengesloten jaren direct voorafgaande aan dat tijdstip rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8 onder a tot en met e, dan wel l, van de Wet had. **3.** -De aanvraag wordt niet op grond van 21, eerste lid, onder d, van de Wet afgewezen, indien de aanvraag is ingediend door een vreemdeling: +De aanvraag wordt niet op grond van artikel 21, eerste lid, onder d, van de Wet afgewezen, indien de aanvraag is ingediend door een vreemdeling: a. als bedoeld in artikel 3.92, eerste lid, onder a, of b. die duurzaam beschikt over een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering op basis van arbeidsongeschiktheid van ten minste vijfenvijftig procent en op basis van een volledige werkweek, of een vergelijkbare arbeidsongeschiktheidsuitkering. @@ -1533,13 +1534,13 @@ c. aantoont dat hij, in geval van verblijf gedurende een aaneengesloten periode **2.** Indien de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, bedoeld in artikel 20 van de Wet, op frauduleuze wijze is verkregen, wordt de verblijfsvergunning ingetrokken op de in artikel 22, eerste lid, onder b, van de Wet genoemde grond, tenzij sedert de verkrijging een periode van twaalf jaren is verstreken, in welk geval de verblijfsvergunning wordt gewijzigd, indien daarop de aantekening «EG-langdurig ingezetene» was gesteld. -**3.** De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, bedoeld in artikel 20 van de Wet, kan slechts op grond van artikel 22, eerste lid, onder c, van de Wet worden ingetrokken, indien de totale duur van de straffen of maatregelen ten minste gelijk is aan een of meer van de toepasselijke normen, bedoeld in artikel 3.86, eerste dan wel tweede lid. Artikel 3.86, derde tot en met achtste lid, is van overeenkomstige toepassing. +**3.** De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, bedoeld in artikel 20 van de Wet, kan, op de grond dat de vreemdeling een actuele en ernstige bedreiging voor de openbare orde vormt slechts op grond van artikel 22, eerste lid, onder c, van de Wet worden ingetrokken, indien de totale duur van de straffen of maatregelen ten minste gelijk is aan een of meer van de toepasselijke normen, bedoeld in artikel 3.86, eerste dan wel tweede lid. Artikel 3.86, derde tot en met negende lid, is van overeenkomstige toepassing. -**4.** Onze Minister houdt bij de toepassing van het derde lid mede rekening met de ernst van de inbreuk of het soort van inbreuk dat door de langdurig ingezetene of diens gezinslid op de openbare orde of nationale veiligheid is gepleegd, respectievelijk met het gevaar dat van de vreemdeling of dat gezinslid uitgaat. +**4.** Onze Minister houdt bij de toepassing van het derde lid mede rekening met de ernst van de inbreuk of het soort inbreuk dat door de vreemdeling op de openbare orde is gepleegd, respectievelijk met het gevaar dat van de vreemdeling uitgaat. **5.** Bij de toepassing van het derde lid houdt Onze Minister tevens rekening met de leeftijd van de vreemdeling, de gevolgen voor de vreemdeling en de leden van zijn gezin, het bestaan van banden met Nederland dan wel het ontbreken van banden met het land van herkomst. -**6.** Indien de intrekking van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, bedoeld in artikel 20 van de Wet, overeenkomstig het derde lid niet leidt tot verwijdering, wordt de verblijfsvergunning gewijzigd, in geval daarop de aantekening «EG-langdurig inzetene» was gesteld, door die aantekening te vervangen door de aantekening «II». +**6.** Indien de intrekking van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, bedoeld in artikel 20 van de Wet, overeenkomstig het derde lid niet leidt tot verwijdering, wordt de verblijfsvergunning gewijzigd, in geval daarop de aantekening «EG-langdurig ingezetene» was gesteld, door die aantekening te vervangen door de aantekening «II». ### Artikel 3.96 @@ -1858,7 +1859,7 @@ b. reeds bekend waren maar naar aanleiding van de zienswijze van de vreemdeling ### Artikel 3.120 -Indien de termijn voor het geven van de beschikking op grond van artikel 42, vierde lid, van de Wet wordt verlengd, wordt de vreemdeling hiervan schriftelijk in kennis gesteld. Bij de kennisgeving wordt aangeven op welk moment de verlengde beslistermijn eindigt. +Indien de termijn voor het geven van de beschikking op grond van artikel 42, vierde lid, van de Wet wordt verlengd, wordt de vreemdeling hiervan schriftelijk in kennis gesteld. Bij de kennisgeving wordt aangegeven op welk moment de verlengde beslistermijn eindigt. ## Hoofdstuk 4. Grensbewaking, toezicht en uitvoering @@ -1928,7 +1929,7 @@ De bestuurder van een voertuig geeft eigener beweging aan een ambtenaar, belast De gezagvoerder van een schip verleent, desgevorderd, de medewerking aan een ambtenaar, belast met de grensbewaking, welke nodig is om deze ambtenaar in staat te stellen de door hem uit te oefenen controle uit te voeren. Deze medewerking bestaat uit: -a. het op een daartoe gegeven teken zodanig vaart verminderen en het zodanig opof bijdraaien van zijn schip, dat een dienstvaartuig behoorlijk langszij kan komen; +a. het op een daartoe gegeven teken zodanig vaart verminderen en het zodanig op- of bijdraaien van zijn schip, dat een dienstvaartuig behoorlijk langszij kan komen; b. het toelaten van ambtenaren, belast met de grensbewaking, aan boord van zijn schip; c. het op vordering van een ambtenaar, belast met de grensbewaking, tot stilstand brengen of aanleggen van zijn schip. @@ -2000,7 +2001,7 @@ b. indien het schip zich korter dan drie uur bevindt op de plaats waar de kennis **1.** De gezagvoerder van een vliegtuig verstrekt direct na aankomst in Nederland aan een ambtenaar, belast met de grensbewaking, in tweevoud een bemannings- en passagierslijst. -**2.** Bij ministeriële regeling wordt het model van de bemanningsen passagierslijst aangewezen. +**2.** Bij ministeriële regeling wordt het model van de bemannings- en passagierslijst aangewezen. ### Artikel 4.16 @@ -2905,7 +2906,7 @@ b. het bezwaar of beroep is gericht tegen de weigering van toegang. ### Artikel 8.25 -Onze Minister kan het rechtmatige verblijf beëindigen, indien de vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden terwijl die gegevens zouden hebben geleid tot weigering van toegang of verblijf. +Onze Minister kan het rechtmatig verblijf beëindigen, indien de vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden terwijl die gegevens zouden hebben geleid tot weigering van toegang of verblijf. #### Paragraaf 3. Overige verdragen