2003-09-26 | BWBR0011825 | Vreemdelingenbesluit 2000
This commit is contained in:
parent
f46110858f
commit
a12f5c0c2e
1 changed files with 15 additions and 20 deletions
|
|
@ -361,8 +361,7 @@ t. het afwachten van een verzoek op grond van artikel 17 van de Rijkswet op het
|
|||
u. voortgezet verblijf;
|
||||
v. wedertoelating;
|
||||
w. verblijf als vreemdeling die buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken;
|
||||
x. het feit dat na drie jaren niet onherroepelijk is beslist op een asielaanvraag, of
|
||||
y. verblijf als alleenstaande minderjarige vreemdeling.
|
||||
x. verblijf als alleenstaande minderjarige vreemdeling.
|
||||
|
||||
**2.** De beperkingen, bedoeld in het eerste lid, kunnen nader worden omschreven bij de verlening van de verblijfsvergunning.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1046,16 +1045,15 @@ In afwijking van artikel 3.57 wordt de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, b
|
|||
Van het vereiste van een geldige machtiging tot verblijf is, op grond van artikel 17, eerste lid, onder g, van de Wet, vrijgesteld de vreemdeling:
|
||||
|
||||
a. die voor het bereiken van het negentiende levensjaar vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf in Nederland heeft gehad als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, van de Wet of als Nederlander en in die periode niet het hoofdverblijf buiten Nederland heeft verplaatst;
|
||||
b. die in aanmerking komt voor de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 14 van de Wet, op grond van het feit dat na drie jaren niet onherroepelijk is beslist op een aanvraag;
|
||||
c. van twaalf jaar of jonger, die in Nederland is geboren en naar het oordeel van Onze Minister feitelijk is blijven behoren tot het gezin van een ouder die
|
||||
b. van twaalf jaar of jonger, die in Nederland is geboren en naar het oordeel van Onze Minister feitelijk is blijven behoren tot het gezin van een ouder die
|
||||
|
||||
1°. sedert het moment van geboorte van de vreemdeling rechtmatig verblijf in Nederland heeft op grond van artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, van de Wet of als Nederlander, of
|
||||
2°. op het moment van de geboorte van de vreemdeling rechtmatig verblijf in Nederland had op grond van artikel 8, onder f tot en met k, van de Wet en die sedertdien aansluitend rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, van de Wet heeft, voor zover geen van beiden het hoofdverblijf buiten Nederland heeft verplaatst;
|
||||
d. die in Nederland verblijft op grond van een geprivilegieerde status als gezinslid van een in Nederland geaccrediteerd personeelslid van een buitenlandse diplomatieke of consulaire post die zelf in aanmerking komt voor de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, bedoeld in artikel 21 van de Wet;
|
||||
e. die ten minste zeven jaren werkzaam is of is geweest op een Nederlands zeeschip of een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat;
|
||||
f. die in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van het Associatiebesluit 1/80 van de Associatieraad EEG/Turkije;
|
||||
g. die in aanmerking komt voor terugkeer naar Nederland op grond van artikel 8 van de Remigratiewet, of
|
||||
h. die in Nederland verblijft, bij de rechtbank te 's-Gravenhage een verzoek heeft ingediend tot vaststelling van zijn Nederlanderschap dat naar het oordeel van Onze Minister niet klaarblijkelijk van elke grond ontbloot is.
|
||||
c. die in Nederland verblijft op grond van een geprivilegieerde status als gezinslid van een in Nederland geaccrediteerd personeelslid van een buitenlandse diplomatieke of consulaire post die zelf in aanmerking komt voor de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd, bedoeld in artikel 21 van de Wet;
|
||||
d. die ten minste zeven jaren werkzaam is of is geweest op een Nederlands zeeschip of een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat;
|
||||
e. die in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van het Associatiebesluit 1/80 van de Associatieraad EEG/Turkije;
|
||||
f. die in aanmerking komt voor terugkeer naar Nederland op grond van artikel 8 van de Remigratiewet, of
|
||||
g. die in Nederland verblijft, bij de rechtbank te 's-Gravenhage een verzoek heeft ingediend tot vaststelling van zijn Nederlanderschap dat naar het oordeel van Onze Minister niet klaarblijkelijk van elke grond ontbloot is.
|
||||
|
||||
**3.** Het tweede lid is niet van toepassing op de vreemdeling die als geestelijk voorganger of godsdienstleraar wil verblijven.
|
||||
|
||||
|
|
@ -1116,8 +1114,6 @@ c. de vreemdeling terzake van een misdrijf is veroordeeld tot een onvoorwaardeli
|
|||
|
||||
**4.** Bij de indiening van de aanvraag ondertekent de vreemdeling van twaalf jaar of ouder een antecedentenverklaring. Het model van de verklaring wordt bij ministeriële regeling vastgesteld.
|
||||
|
||||
**5.** Bij de toepassing van het eerste lid, onder c, volstaat een verdenking, indien de aanvraag strekt tot het verlenen van de verblijfsvergunning onder een beperking verband houdend met het feit dat na drie jaren niet onherroepelijk is beslist op een aanvraag.
|
||||
|
||||
### Artikel 3.78
|
||||
|
||||
Buiten de gevallen, bedoeld in artikel 3.77, kan de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 14 van de Wet, slechts op grond van artikel 16, eerste lid, onder d, van de Wet worden afgewezen wegens gevaar voor de openbare orde, indien zwaarwegende belangen naar het oordeel van Onze Minister daartoe nopen.
|
||||
|
|
@ -1728,21 +1724,20 @@ Als documenten in de zin van artikel 50, eerste lid, laatste volzin, van de Wet,
|
|||
a. voor vreemdelingen die rechtmatig verblijven als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met d, van de Wet: een vanwege de bevoegde autoriteiten verstrekt document waaruit zulks blijkt en waarvan het model is vastgesteld bij ministeriële regeling;
|
||||
b. voor vreemdelingen die rechtmatig verblijven als bedoeld in artikel 8, onder e, van de Wet: een vanwege de bevoegde autoriteiten verstrekt document, waaruit zulks blijkt en waarvan het model wordt vastgesteld bij ministeriële regeling;
|
||||
c. voor vreemdelingen die een aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 28 van de Wet, hebben ingediend: een vanwege de bevoegde autoriteiten verstrekt document waaruit zulks blijkt en waarvan het model wordt vastgesteld bij ministeriële regeling;
|
||||
d. voor andere vreemdelingen: een ingevolge de Wet voor het hebben van toegang tot Nederland vereist geldig document voor grensoverschrijding dan wel een document voor grensoverschrijding waarin het benodigde visum is aangetekend.
|
||||
d. voor vreemdelingen die rechtmatig verblijf in de zin van artikel 8, onder j, van de wet hebben of dat op grond van artikel 45, vijfde lid, van de wet geacht worden te hebben, en die niet beschikken over een ingevolge de wet vereist geldig document voor grensoverschrijding: een vanwege de bevoegde autoriteiten verstrekt document, waarvan het model wordt vastgesteld bij ministeriële regeling, dat is voorzien van een inlegvel als bedoeld in artikel 4.29, derde lid, waarop de verblijfsrechtelijke positie is aangetekend;
|
||||
e. voor andere vreemdelingen: een ingevolge de Wet voor het hebben van toegang tot Nederland vereist geldig document voor grensoverschrijding dan wel een document voor grensoverschrijding waarin het benodigde visum is aangetekend of waarin een aantekening omtrent de verblijfsrechtelijke positie is geplaatst.
|
||||
|
||||
**2.** Geen document wordt verstrekt aan kinderen beneden de leeftijd van twaalf jaar, tenzij zij er naar het oordeel van Onze Minister een redelijk belang bij hebben in het bezit van zulk een document te worden gesteld.
|
||||
**2.** Geen document, anders dan bedoeld in het eerste lid, onder a of b, wordt verstrekt aan kinderen beneden de leeftijd van twaalf jaar, tenzij zij er naar het oordeel van Onze Minister een redelijk belang bij hebben in het bezit van zulk een document te worden gesteld.
|
||||
|
||||
**3.** Voor kinderen beneden de leeftijd van twaalf jaar die bij één hunner ouders inwonen, kan in het aan deze ouder verstrekte document worden aangetekend dat de door hem aangevraagde verblijfsvergunning of de hem verleende verblijfsvergunning mede voor deze kinderen geldt, mits ouder en kind beide houder zijn van dezelfde verblijfsvergunning, dan wel dezelfde verblijfsvergunning hebben aangevraagd.
|
||||
**3.** Op het ingevolge het eerste lid, onder a tot en met d, afgegeven document wordt aangetekend of het de vreemdeling toegestaan is arbeid te verrichten en of voor deze arbeid ingevolge de Wet arbeid vreemdelingen een tewerkstellingsvergunning is vereist.
|
||||
|
||||
**4.** Op het ingevolge het eerste lid, onder a tot en met c, afgegeven document wordt aangetekend of het de vreemdeling toegestaan is arbeid te verrichten en of voor deze arbeid ingevolge de Wet arbeid vreemdelingen een tewerkstellingsvergunning is vereist.
|
||||
|
||||
**5.** Indien aan het verblijf in Nederland van de in het eerste lid, onder a en b, bedoelde vreemdelingen een beperking als bedoeld in artikel 3.4, vierde lid, is verbonden, wordt op het document de aantekening «beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor verblijfsrecht» gesteld.
|
||||
**4.** Indien aan het verblijf in Nederland van de in het eerste lid, onder a en b, bedoelde vreemdelingen een beperking als bedoeld in artikel 3.4, vierde lid, is verbonden, wordt op het document de aantekening «beroep op de publieke middelen kan gevolgen hebben voor verblijfsrecht» gesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.22
|
||||
|
||||
**1.**
|
||||
|
||||
De documenten, bedoeld in artikel 4.21, eerste lid, onder a tot en met c, worden door Onze Minister vervangen, indien:
|
||||
De documenten, bedoeld in artikel 4.21, eerste lid, onder a tot en met d, worden door Onze Minister vervangen, indien:
|
||||
|
||||
a. de vreemdeling aan wie het document werd afgegeven, overeenkomstig artikel 4.44 aangifte heeft gedaan van vermissing, verlies of het voor identificatie ondeugdelijk worden van dat document, en
|
||||
b. Onze Minister heeft vastgesteld dat er gegronde redenen zijn om te veronderstellen dat de aangifte naar waarheid is gedaan.
|
||||
|
|
@ -1838,7 +1833,7 @@ a. het reis- of identiteitspapier van de vreemdeling zich niet voor het stellen
|
|||
b. de vreemdeling houder is van een buitenlands vreemdelingen- of vluchtelingenpaspoort;
|
||||
c. de vreemdeling in Nederland rechtmatig verblijft als bedoeld in artikel 8, onder f, van de Wet indien de vreemdeling een aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 14 of 20 van de Wet heeft ingediend en, naar het oordeel van de korpschef, termen aanwezig zijn de aanvraag af te wijzen;
|
||||
d. de vreemdeling geen geldig document voor grensoverschrijding heeft, of
|
||||
e. de vreemdeling houder is van een document als bedoeld in artikel 4.21, eerste lid, onder a, b of c, en niet in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding.
|
||||
e. de vreemdeling houder is van een document als bedoeld in artikel 4.21, eerste lid, onder a, b, c of d, en niet in het bezit is van een geldig document voor grensoverschrijding.
|
||||
|
||||
### Artikel 4.30
|
||||
|
||||
|
|
@ -2251,7 +2246,7 @@ c. artikel 3 van de Drank- en Horecawet;
|
|||
d. de artikelen 2, eerste lid, en 7 van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus;
|
||||
e. artikel 4, tweede lid, van de Wet personenvervoer 2000.
|
||||
|
||||
**2.** De vreemdeling, bedoeld in het eerste lid, kan geen aanspraak maken op de toekenning van vergunningen en ontheffingen door bestuursorganen van gemeenten, provincies, waterschappen en met toepassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen ingestelde openbare lichamen of gemeenschappelijke regelingen, voorzover die vergunningen of ontheffingen betrekking hebben op standplaatsen, markten, venten, collecteren, of evenementen.
|
||||
**2.** De vreemdeling, bedoeld in het eerste lid, kan geen aanspraak maken op de toekenning van vergunningen en ontheffingen door bestuursorganen van gemeenten, provincies, waterschappen en met toepassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen ingestelde openbare lichamen of gemeenschappelijke regelingen, voorzover die vergunningen of ontheffingen betrekking hebben op standplaatsen, markten, venten, collecteren, evenementen of beroepsmatige dan wel bedrijfsmatige activiteiten.
|
||||
|
||||
### Artikel 8.4
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue