From a15b6f9a5e53c1aca0a4419d1024422e2c0728eb Mon Sep 17 00:00:00 2001 From: Coornhert Date: Fri, 1 May 2009 12:00:00 +0000 Subject: [PATCH] 2009-05-01 | BWBR0004825 | Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) --- .../BWBR0004825/README.md | 104 +++++++++++------- 1 file changed, 62 insertions(+), 42 deletions(-) diff --git a/amvb/reglement-verkeersregels-en-verkeerstekens-1990-rvv-1990/BWBR0004825/README.md b/amvb/reglement-verkeersregels-en-verkeerstekens-1990-rvv-1990/BWBR0004825/README.md index 0ffed2c8377..3de9b0bbad1 100644 --- a/amvb/reglement-verkeersregels-en-verkeerstekens-1990-rvv-1990/BWBR0004825/README.md +++ b/amvb/reglement-verkeersregels-en-verkeerstekens-1990-rvv-1990/BWBR0004825/README.md @@ -3,7 +3,7 @@ titel: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) bwb_id: BWBR0004825 type: AMvB status: geldend -datum_inwerkingtreding: '2002-01-01' +datum_inwerkingtreding: '2009-03-23' bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0004825 citeertitel: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) --- @@ -21,7 +21,7 @@ a1. ambulance: motorvoertuig, ingericht en bestemd om te worden gebruikt voor am b. autobus: motorvoertuig, ingericht voor het vervoer van meer dan acht personen, de bestuurder daaronder niet begrepen; c. autosnelweg: weg, aangeduid door bord G1 van bijlage I; langs autosnelwegen gelegen parkeerplaatsen, tankstations en bushalteplaatsen maken geen deel van de autosnelweg uit; d. autoweg: weg, aangeduid door bord G3 van bijlage I; langs autowegen gelegen parkeerplaatsen, tankstations en bushalteplaatsen maken geen deel van de autoweg uit; -da. bedrijfsauto: bedrijfsauto als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel h, van het Voertuigreglement; +da. bedrijfsauto: bedrijfsauto als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen; db. bestelauto: motorvoertuig, bestemd voor het vervoer van goederen, waarvan de toegestane maximum massa niet meer bedraagt dan 3500 kg; e. bestemmingsverkeer: bestuurders wier reisdoel één of meer bepaalde percelen betreft die zijn gelegen aan of in de directe nabijheid van een weg met een door verkeerstekens aangegeven geslotenverklaring voor bepaalde categorieën bestuurders en die slechts via deze weg zijn te bereiken alsmede bestuurders van lijnbussen; f. bestuurder van een motorvoertuig: @@ -39,7 +39,7 @@ l. dag: de periode tussen zonsopgang en zonsondergang; l1. diensten voor spoedeisende medische hulpverlening: de ambulancediensten waaraan krachtens de Wet ambulancevervoer vergunning is verleend voor het verrichten van ambulancevervoer, alsmede daartoe uitgeruste voertuigen van andere hulpverleningsdiensten die zich in opdracht van een centrale post als bedoeld in artikel 1 van de Wet ambulancevervoer bezighouden met het verlenen van eerstelijns spoedeisende hulpverlening; l2. dierenambulance: motorvoertuig, ingericht en bestemd om te worden gebruikt voor het vervoer van zieke en gewonde dieren; m. doorgaande rijbaan: rijbaan zonder de invoeg- en uitrijstroken; -ma. driewielig motorvoertuig: driewielig motorrijtuig als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel q, jo. onderdelen ab, ap en x, jo. artikel 1.4, tweede lid, van het Voertuigreglement; +ma. driewielig motorvoertuig: driewielig motorrijtuig als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen; n. fietsstrook: door doorgetrokken of onderbroken strepen gemarkeerd gedeelte van de rijbaan waarop afbeeldingen van een fiets zijn aangebracht; o. geslotenverklaring: verbod de betrokken weg in te rijden of in te gaan alsmede de betrokken weg te gebruiken; p. haaietanden: voorrangsdriehoeken op het wegdek; @@ -57,7 +57,7 @@ aa. nacht: de periode tussen zonsondergang en zonsopgang; aab. overweg: kruising van een weg en een spoorweg die wordt aangeduid door middel van bord J12 of J13 van bijlage 1; ab. parkeerhaven of parkeerstrook: langs de rijbaan gelegen verharding die is bestemd voor stilstaande of geparkeerde voertuigen; ac. parkeren: het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen; -aca. personenauto: personenauto als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel at, van het Voertuigreglement; +aca. personenauto: personenauto als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen; acb. puntstuk: meerhoekig vlak op het wegdek, opgenomen bij splitsingen of samenvoegingen van wegen, rijstroken of rijbanen; ad. rijbaan: elk voor rijdende voertuigen bestemd weggedeelte met uitzondering van de fietspaden en de fiets/bromfietspaden; ae. rijstrook: door doorgetrokken of onderbroken strepen gemarkeerd gedeelte van de rijbaan van zodanige breedte dat bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen daarvan gebruik kunnen maken; @@ -71,7 +71,7 @@ ah. veiligheidscel: onderdeel van de constructie van een bromfiets, een motorfie ai. verdrijvingsvlak: gedeelte van de rijbaan waarop schuine strepen zijn aangebracht; aj. verkeer: alle weggebruikers; aja. verkeersregelaar: persoon als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer; -aj1. verlicht transparant: verlicht transparant als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel bb1, van het Voertuigreglement; +aj1. verlicht transparant: verlicht transparant als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen; ak. vluchthaven of vluchtstrook: door een doorgetrokken streep van de rijbaan van de autosnelweg of autoweg afgescheiden weggedeelte, dat bestemd is voor gebruik in noodgevallen, behoudens voor de duur van openstelling als spitsstrook; al. voertuigen: fietsen, bromfietsen, gehandicaptenvoertuigen, motorvoertuigen, trams en wagens; am. voorrang verlenen: het de betrokken bestuurders in staat stellen ongehinderd hun weg te vervolgen; @@ -79,11 +79,11 @@ an. voorrangsvoertuig: motorvoertuig dat de optische en geluidssignalen voert al ao. vrachtauto: motorvoertuig, niet ingericht voor het vervoer van personen, waarvan de toegestane maximum massa meer bedraagt dan 3500 kg; ap. weggebruikers: voetgangers, fietsers, bromfietsers, bestuurders van een gehandicaptenvoertuig, van een motorvoertuig of van een tram, ruiters, geleiders van rij- of trekdieren of vee en bestuurders van een bespannen of onbespannen wagen; aq. wet: Wegenverkeerswet 1994; -ar. zitplaats: zitplaats als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel bo, van het Voertuigreglement. +ar. zitplaats: zitplaats als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen. ### Artikel 1a -Onder de vermelding in dit besluit van een EG-richtlijn wordt verstaan hetgeen daaronder wordt begrepen in artikel 1.1a van het Voertuigreglement, met inbegrip van de ingevolge artikel 1.7, eerste lid, van het Voertuigreglement bekendgemaakte wijzigingen. Artikel 1.7, tweede lid, van het Voertuigreglement is van overeenkomstige toepassing. +Onder de vermelding in dit besluit van een EG-richtlijn of VN/ECE-reglement wordt verstaan hetgeen daaronder wordt begrepen in artikel 1.2 van de Regeling voertuigen, met inbegrip van de ingevolge artikel 1.3, eerste lid, van de Regeling voertuigen bekendgemaakte wijzigingen. Artikel 1.3, tweede lid, van de Regeling voertuigen is van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 2 @@ -269,12 +269,17 @@ c. voor gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een motor, op het trottoir of het ### Artikel 22 +**1.** + Voor zover niet ingevolge andere artikelen een lagere maximumsnelheid geldt, gelden voor de volgende voertuigen de volgende bijzondere maximumsnelheden: -a. voor vrachtauto's, autobussen en motorvoertuigen met aanhangwagen 80 km per uur; -b. voor landbouw- of bosbouwtrekkers en motorvoertuigen met beperkte snelheid, als bedoeld in artikel 1.1 van het Voertuigreglement, 25 km per uur; -c. voor brommobielen 45 km per uur; -d. voor snorfietsers 25 km per uur. +a. voor kampeerwagens als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen en waarvan de toegestane maximum massa meer bedraagt dan 3500 kg, vrachtauto's en autobussen, niet zijnde T100-bussen 80 km per uur; +b. voor motorvoertuigen met aanhangwagen, 80 km per uur; +c. voor landbouw- of bosbouwtrekkers en motorvoertuigen met beperkte snelheid, als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen 25 km per uur; +d. voor brommobielen 45 km per uur; +e. voor snorfietsen 25 km per uur. + +**2.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, geldt voor andere motorvoertuigen dan bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en c, die een aanhangwagen met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg voortbewegen op autowegen en autosnelwegen een maximumsnelheid van 90 km per uur. ### Artikel 22a @@ -328,18 +333,30 @@ g. op een parkeerplaats voor vergunninghouders, aangeduid door verkeersbord E9 v **1.** Het is verboden in een parkeerschijf-zone te parkeren, behalve op parkeerplaatsen die als zodanig zijn aangeduid of aangegeven of plaatsen die zijn voorzien van een blauwe streep. -**2.** Op plaatsen die zijn voorzien van een blauwe streep, is het parkeren van een motorvoertuig op meer dan twee wielen slechts toegestaan, indien het motorvoertuig overeenkomstig het door Onze Minister bepaalde is voorzien van een duidelijk zichtbare parkeerschijf, waarop het tijdstip staat aangegeven waarop met parkeren is begonnen en de toegestane parkeerduur niet is verstreken. +**2.** Op plaatsen die zijn voorzien van een blauwe streep is het parkeren van een motorvoertuig op meer dan twee wielen slechts toegestaan indien het motorvoertuig overeenkomstig het bij ministeriële regeling bepaalde is voorzien van een achter de voorruit geplaatste, duidelijk zichtbare parkeerschijf. -**3.** Indien op een onderbord dagen of uren zijn vermeld, geldt het tweede lid slechts gedurende die dagen of uren. +**3.** + +Op de parkeerschijf staat het tijdstip aangegeven waarop met parkeren is begonnen. Dit tijdstip wordt uitsluitend handmatig ingesteld. + +Een parkeerschijf, voorzien van een mechanisme dat het tijdstip van aankomst automatisch instelt of verschuift, wordt niet gebruikt. + +**4.** Bij het instellen mag het tijdstip van aankomst naar boven worden afgerond op het eerstvolgende hele of halve uur. De toegestane parkeerduur mag niet zijn verstreken. + +**5.** Indien op een onderbord dagen of uren zijn vermeld, gelden het tweede tot en met het vierde lid slechts gedurende die dagen of uren. ### Artikel 26 +**1.** + Op een gehandicaptenparkeerplaats mag slechts worden geparkeerd: a. een gehandicaptenvoertuig; b. een motorvoertuig op meer dan twee wielen waarin een geldige gehandicaptenparkeerkaart duidelijk zichtbaar is aangebracht of c. indien de gehandicaptenparkeerplaats is gereserveerd voor een bepaald voertuig, dat voertuig. +**2.** Indien op een onderbord een maximale parkeerduur is vermeld, is artikel 25, tweede lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de parkeerplaats niet hoeft te zijn voorzien van een blauwe streep. + ### Paragraaf 11. Het plaatsen van fietsen en bromfietsen ### Artikel 27 @@ -384,7 +401,7 @@ Signalen mogen niet worden gegeven in andere gevallen of op andere wijze dan de ### Artikel 32 -**1.** Bestuurders van een motorvoertuig, bromfietsers, snorfietsers en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig moeten bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd, en bij nacht dimlicht voeren. +**1.** Bestuurders van een motorvoertuig, een bromfiets, een snorfiets, een gehandicaptenvoertuig dat is uitgerust met een verbrandingsmotor, of een gehandicaptenvoertuig dat is uitgerust met een elektromotor en voorzien van een gesloten carrosserie, voeren bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd, en bij nacht dimlicht. Bestuurders van een gehandicaptenvoertuig dat is uitgerust met een elektromotor en niet is voorzien van een gesloten carrosserie voeren alsdan de in artikel 5.18.43, eerste lid, van de Regeling voertuigen bedoelde lichten. **2.** @@ -398,7 +415,7 @@ c. bij het op korte afstand volgen van een ander voertuig. ### Artikel 33 -Gekoppelde aanhangwagens moeten bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd, en bij nacht achterlicht, verlichting van de achterkentekenplaat en het in het Voertuigreglement voorgeschreven stadslicht voeren. +Gekoppelde aanhangwagens moeten bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd, en bij nacht achterlicht, verlichting van de achterkentekenplaat en het in de Regeling voertuigen voorgeschreven stadslicht voeren. ### Artikel 34 @@ -453,7 +470,7 @@ Bestuurders van een motorvoertuig op meer dan twee wielen, die buiten de bebouwd ### Artikel 39 -Stilstaande aanhangwagens moeten buiten de bebouwde kom op de rijbaan en op langs autosnelwegen en autowegen gelegen parkeerstroken, parkeerhavens, vluchtstroken en vluchthavens bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd, en bij nacht achterlicht en het in het Voertuigreglement voorgeschreven stadslicht voeren. +Stilstaande aanhangwagens moeten buiten de bebouwde kom op de rijbaan en op langs autosnelwegen en autowegen gelegen parkeerstroken, parkeerhavens, vluchtstroken en vluchthavens bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd, en bij nacht achterlicht en het in de Regeling voertuigen voorgeschreven stadslicht voeren. ### Artikel 40 @@ -630,9 +647,10 @@ Bestuurders van een motorvoertuig, bromfietsers en snorfietsers mogen met hun vo Het eerste lid is niet van toepassing op: a. autobussen waarin het vervoer van staande passagiers is toegestaan, bij incidenteel gebruik van het gangpad of toilet in autobussen zonder staanplaatsen en bij het vervoer van personen als bedoeld in artikel 61b, tweede lid, onderdelen a, b en d; -b. het vervoer van passagiers jonger dan 18 jaren en met een lengte van minder dan 1,35 meter die gebruik maken van een voor deze passagiers geschikte zitgelegenheid die deel uitmaakt van de constructie van het voertuig, hierin deugdelijk is bevestigd en is voorzien van autogordels; -c. het vervoer van passagiers die gebruik maken van een rolstoel als bedoeld in artikel 59, vierde lid; -d. het vervoer van personen op de bagagedrager door fietsers met uitzondering van snorfietsers. +b. het vervoer van kinderen, jonger dan 3 jaren, in autobussen; +c. het vervoer van passagiers jonger dan 18 jaren en met een lengte van minder dan 1,35 meter die gebruik maken van een voor deze passagiers geschikte zitgelegenheid die deel uitmaakt van de constructie van het voertuig, hierin deugdelijk is bevestigd en is voorzien van autogordels; +d. het vervoer van passagiers die gebruik maken van een rolstoel als bedoeld in artikel 59, vierde lid; +e. het vervoer van personen op de bagagedrager door fietsers met uitzondering van snorfietsers. **3.** Het is bestuurders verboden passagiers te vervoeren op een andere wijze dan in dit artikel is voorgeschreven. @@ -640,17 +658,17 @@ d. het vervoer van personen op de bagagedrager door fietsers met uitzondering va ### Artikel 59 -**1.** Bestuurders van een motorvoertuig of een bromfiets en hun passagiers maken gebruik van de voor hen beschikbare autogordel. Passagiers die jonger zijn dan 18 jaren en met een lengte van minder dan 1,35 meter, maken gebruik van een voor hen geschikt kinderbeveiligingssysteem dat is voorzien van een goedkeuringsmerk als bedoeld in artikel 22, vierde lid, van de wet. Wanneer de zitplaatsen die bestemd zijn voor passagiers voorzien zijn van autogordels, worden op deze zitplaatsen niet meer passagiers vervoerd dan er autogordels aanwezig zijn. +**1.** Bestuurders van een personenauto, een bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel en hun passagiers maken gebruik van de voor hen beschikbare autogordel. Passagiers die jonger zijn dan 18 jaren en met een lengte van minder dan 1,35 meter, maken gebruik van een voor hen geschikt kinderbeveiligingssysteem dat is voorzien van een goedkeuringsmerk als bedoeld in artikel 22, vierde lid, van de wet. Wanneer de zitplaatsen die bestemd zijn voor passagiers voorzien zijn van autogordels, worden op deze zitplaatsen niet meer passagiers vervoerd dan er autogordels aanwezig zijn. -**2.** Met de in het eerste lid genoemde voertuigen die niet zijn uitgerust met een autogordel of kinderbeveiligingssysteem als bedoeld in het eerste lid, worden geen passagiers vervoerd die jonger zijn dan 3 jaren en worden passagiers in de leeftijd van 3 tot 18 jaren met een lengte van minder dan 1,35 meter op een andere zitplaats dan een van de voorste zitplaatsen vervoerd. +**2.** Met een personenauto, een bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel niet zijnde autobussen die niet zijn uitgerust met een autogordel of kinderbeveiligingssysteem als bedoeld in het eerste lid, worden geen passagiers vervoerd die jonger zijn dan 3 jaren en worden passagiers in de leeftijd van 3 tot 18 jaren met een lengte van minder dan 1,35 meter op een andere zitplaats dan een van de voorste zitplaatsen vervoerd. **3.** Passagiers die jonger zijn dan 18 jaren, worden niet in een naar achteren gericht kinderzitje op een passagierszitplaats met een voorairbag vervoerd, tenzij deze airbag is uitgeschakeld of automatisch op toereikende wijze wordt uitgeschakeld. **4.** Het eerste lid geldt niet voor passagiers die gebruik maken van een rolstoel. Deze passagiers worden vervoerd in een rolstoel die in het voertuig wordt vastgezet op een wijze die de stabiliteit van de rolstoel en de veiligheid van de rolstoelgebruiker waarborgt. Deze passagiers maken gebruik van de veiligheidsgordel die deel uitmaakt van het voertuig of van het systeem waarmee de rolstoel aan de vloer van het voertuig is bevestigd, tenzij gebruik gemaakt wordt van een door Onze Minister aangewezen constructie. -**5.** Het eerste lid, tweede volzin, en het tweede lid zijn niet van toepassing tijdens taxivervoer als bedoeld in de Wet personenvervoer 2000. In voertuigen gebruikt voor taxivervoer waarin geen kinderbeveiligingssysteem aanwezig is, worden passagiers die jonger zijn dan 18 jaren en met een lengte van minder dan 1,35 meter op een andere zitplaats dan een van de voorste zitplaatsen vervoerd. +**5.** Het eerste lid, tweede volzin, en het tweede lid zijn niet van toepassing tijdens vervoer in taxi’s. In taxi’s waarin geen kinderbeveiligingssysteem aanwezig is, worden passagiers die jonger zijn dan 18 jaren en met een lengte van minder dan 1,35 meter op een andere zitplaats dan een van de voorste zitplaatsen vervoerd. -**6.** Het eerste lid voor zover dat op bestuurders betrekking heeft en het vierde lid gelden niet tijdens het vervoer van passagiers tegen vergoeding in de zin van de Wet personenvervoer 2000, anders dan in de gevallen waarin een overeenkomst is gesloten als bedoeld in artikel 84, tweede lid, van die wet, of anders dan tijdens taxivervoer in een taxi die is ingericht voor rolstoelvervoer overeenkomstig de eisen gesteld ingevolge artikel 80, derde lid, van het Besluit personenvervoer 2000. +**6.** Het eerste lid voor zover dat op bestuurders betrekking heeft en het vierde lid gelden niet tijdens het vervoer van passagiers tegen vergoeding in de zin van de Wet personenvervoer 2000 en tijdens vraagafhankelijk openbaar vervoer in taxi’s, anders dan in de gevallen waarin een overeenkomst is gesloten als bedoeld in artikel 84, derde lid, van die wet, of anders dan tijdens taxivervoer in een taxi die is ingericht voor rolstoelvervoer overeenkomstig de daaromtrent gestelde eisen in de Regeling voertuigen. **7.** De autogordel, de veiligheidsgordel of het kinderbeveiligingssysteem wordt gebruikt op een wijze die de beschermende werking ervan niet negatief beïnvloedt of kan beïnvloeden. Personen van 18 jaren en ouder en personen onder de 18 jaren die in de betrokken omstandigheden geen gebruik hoeven maken van een kinderbeveiligingssysteem, mogen zonodig een voorziening gebruiken door middel waarvan het diagonale deel van de autogordel over de schouder wordt geleid. Onze Minister kan aan een dergelijke voorziening nadere eisen stellen. @@ -678,17 +696,13 @@ Het pictogram wordt bij gebruikmaking daarvan duidelijk op iedere zitplaats aang **1.** In afwijking van artikel 59, eerste en achtste lid, mag anders dan op de voorste zitplaatsen in personenauto’s en bestelauto’s, wanneer het na installatie van twee kinderbeveiligingssystemen niet mogelijk is nog een derde kinderbeveiligingssysteem te installeren en deze beveiligingssystemen in gebruik zijn, een derde passagier die 3 jaren of ouder is en met een lengte van minder dan 1,35 meter, worden vervoerd wanneer deze een autogordel gebruikt. Artikel 59, zevende lid, is van toepassing. -**2.** In afwijking van artikel 59, eerste en achtste lid, mogen tot 1 mei 2008 in personenauto’s en bestelauto’s, op andere zitplaatsen dan de voorste meer personen van 18 jaren en ouder of personen jonger dan 18 jaren met een lengte van meer dan 1,35 meter worden vervoerd dan er zitplaatsen met autogordels beschikbaar zijn. - -**3.** In afwijking van artikel 59, eerste lid, tweede volzin, en achtste lid, mogen in incidentele gevallen en over korte afstand in personenauto's en bestelauto's op andere dan de voorste zitplaatsen passagiers die 3 jaar of ouder zijn en met een lengte van minder dan 1,35 meter worden vervoerd wanneer deze passagiers een autogordel gebruiken. Dit geldt niet met betrekking tot passagiers waarvan een ouder de auto bestuurt dan wel daarvan eigenaar of houder is. - -**4.** Het is bestuurders van personenauto’s en bestelauto’s verboden passagiers jonger dan 12 jaren te vervoeren op een andere wijze dan in dit artikel is voorgeschreven. +**2.** In afwijking van artikel 59, eerste lid, tweede volzin, en achtste lid, mogen in incidentele gevallen en over korte afstand in personenauto's en bestelauto's op andere dan de voorste zitplaatsen passagiers die 3 jaar of ouder zijn en met een lengte van minder dan 1,35 meter worden vervoerd wanneer deze passagiers een autogordel gebruiken. Dit geldt niet met betrekking tot passagiers waarvan een ouder de auto bestuurt dan wel daarvan eigenaar of houder is. ### Paragraaf 28. Helmen ### Artikel 60 -**1.** De bestuurder en de passagiers van bromfietsen, motorfietsen en driewielige motorvoertuigen moeten een goed passende helm dragen, die door middel van een sluiting op deugdelijke wijze op het hoofd is bevestigd en die is voorzien van een goedkeuringsmerk als bedoeld in artikel 22, vierde lid, van de wet. +**1.** De bestuurder en de passagiers van bromfietsen, brommobielen zonder gesloten carrosserie, motorfietsen en driewielige motorvoertuigen moeten een goed passende helm dragen, die door middel van een sluiting op deugdelijke wijze op het hoofd is bevestigd en die is voorzien van een goedkeuringsmerk als bedoeld in artikel 22, vierde lid, van de wet. **2.** @@ -697,8 +711,7 @@ Het eerste lid geldt niet voor: a. de bestuurder en de passagiers van een snorfiets; b. de bestuurder en de achter hem zittende passagier van een brombakfiets; c. de bestuurder of de passagier van een door de Dienst Wegverkeer aangewezen type bromfiets, niet zijnde een brommobiel, of motorfiets van wie de zitplaats beschermd wordt door een veiligheidscel en voorzien is van autogordels. Bij de aanwijzing kan onderscheid gemaakt worden tussen de bestuurder en de passagiers ten aanzien van de gelding van het eerste lid. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld betreffende de eisen waaraan een type bromfiets of motorfiets moet voldoen om te kunnen worden aangewezen. Deze regels zien in elk geval op de eisen die gesteld worden aan de veiligheidscel en de autogordels; -d. de bestuurder en de passagiers van een brommobiel met een gesloten carrosserie; -e. de bestuurder of de passagiers van een brommobiel zonder gesloten carrosserie of een driewielig motorvoertuig, van wie de zitplaats in deze brommobiel of dat motorvoertuig is voorzien van bevestigingspunten voor autogordels overeenkomstig het bepaalde in richtlijn 97/24/EG, zoals deze gold op de datum waarop het voertuig in gebruik is genomen, en van autogordels die voorzien zijn van een krachtens artikel 5.2.47, zesde lid, van het Voertuigreglement vastgesteld goedkeuringsmerk. +d. de bestuurder of de passagiers van een brommobiel zonder gesloten carrosserie of een driewielig motorvoertuig, van wie de zitplaats in deze brommobiel of dat motorvoertuig is voorzien van bevestigingspunten voor autogordels overeenkomstig het bepaalde in richtlijn 97/24/EG, zoals deze gold op de datum waarop het voertuig in gebruik is genomen, en van autogordels die voldoen aan het bepaalde in artikel 5.2.47, vijfde en zesde lid, van de Regeling voertuigen. **3.** Het is bestuurders verboden passagiers beneden de twaalf jaren te vervoeren op een andere wijze dan in dit artikel is voorgeschreven. @@ -712,7 +725,7 @@ Fietsers en bromfietsers mogen slechts kinderen beneden acht jaren vervoeren ind ### Artikel 61a -Het is degene die een motorvoertuig, bromfiets of gehandicaptenvoertuig bestuurt verboden tijdens het rijden een mobiele telefoon vast te houden. +Het is degene die een motorvoertuig, bromfiets, snorfiets of gehandicaptenvoertuig dat is uitgerust met een motor bestuurt verboden tijdens het rijden een mobiele telefoon vast te houden. ### Paragraaf 31. Vervoer van personen in of op aanhangwagens en in laadruimten @@ -848,7 +861,7 @@ c. rood licht: stop. **3.** De tram/buslichten gelden voor bestuurders van een tram en van een lijnbus, die de richting volgen waarop het licht betrekking heeft. -**4.** De tram/buslichten gelden tevens voor bestuurders van een autobus, niet zijnde een lijnbus, die een busbaan of een busstrook gebruiken waarop het licht betrekking heeft. +**4.** De tram/buslichten gelden tevens voor bestuurders van voertuigen, niet zijnde een lijnbus, die een busbaan of een busstrook gebruiken waarop het licht betrekking heeft. ### Artikel 71 @@ -866,7 +879,7 @@ Bij bruglichten betekent rood licht of rood knipperlicht: stop. Bij rijstrooklichten betekent: a. groene pijl of maximumsnelheid, aangeduid door bord A3 van bijlage I: de rijstrook mag worden gebruikt; -b. rood kruis: de rijstrook mag niet worden gebruikt; +b. rood kruis: de rijstrook mag niet worden gebruikt. De vluchtstrook mag alleen in noodgevallen worden gebruikt; c. witte pijl: voorwaarschuwing rood kruis; d. het woord «BUS»: de rijstrook mag slechts gebruikt worden door bestuurders van een lijnbus en bestuurders van een autobus; e. het woord «LIJNBUS»: de rijstrook mag slechts worden gebruikt door bestuurders van een lijnbus. @@ -891,11 +904,14 @@ Geel knipperlicht betekent: gevaarlijk punt; voorzichtigheid geboden. ### Artikel 76 -Een doorgetrokken streep heeft de volgende betekenis: +**1.** -a. indien de streep zich bevindt tussen rijstroken dan wel op paden, met verkeer in beide richtingen: bestuurders mogen de streep niet naar links overschrijden en zich niet links van de streep bevinden, tenzij aan de rechter zijde van de doorgetrokken streep een onderbroken streep is aangebracht; -b. indien de streep zich bevindt tussen rijstroken dan wel op paden, voor verkeer in één richting: bestuurders mogen de streep niet overschrijden, tenzij tussen de bestuurder en de doorgetrokken streep een onderbroken streep is aangebracht; -c. indien de streep zich bevindt tussen naast de spitsstrook gelegen rijstroken en spitsstroken: de bestuurders mogen de doorgetrokken streep overschrijden. +Een doorgetrokken streep die zich niet langs de rand van de rijbaanverharding bevindt, heeft de volgende betekenis: + +a. indien de streep zich bevindt tussen rijstroken dan wel op paden, met verkeer in beide richtingen: bestuurders mogen de streep niet naar links overschrijden en zich niet links van de streep bevinden, tenzij aan de rechterzijde van de doorgetrokken streep een onderbroken streep is aangebracht; +b. indien de streep zich bevindt tussen rijstroken dan wel op paden, voor verkeer in één richting: bestuurders mogen de streep niet overschrijden, tenzij tussen de bestuurder en de doorgetrokken streep een onderbroken streep is aangebracht. + +**2.** Indien de streep zich bevindt tussen de naast de spitsstrook gelegen rijstroken en spitsstroken: bestuurders mogen de doorgetrokken streep overschrijden. ### Artikel 77 @@ -905,7 +921,9 @@ c. indien de streep zich bevindt tussen naast de spitsstrook gelegen rijstroken ### Artikel 78 -Bestuurders van een motorvoertuig en bromfietsers die de rijbaan volgen zijn verplicht op een kruispunt de richting te volgen die de voorsorteerstrook waarop zij zich bevinden aangeeft. +**1.** Bestuurders die de rijbaan volgen zijn verplicht op een kruispunt de richting te volgen die de voorsorteerstrook waarop zij zich bevinden aangeeft. Een in een voorsorteerstrook gelegen fietsstrook maakt deel uit van deze voorsorteerstrook. + +**2.** Bestuurders die de doorgaande rijbaan verlaten en daartoe een uitrijstrook volgen, zijn ter hoogte van de daarin aangebrachte pijlen verplicht om de richting te volgen die de uitrijstrook waarop zij zich bevinden, aangeeft. ### Artikel 79 @@ -917,7 +935,7 @@ Haaietanden hebben de volgende betekenis: de bestuurders moeten voorrang verlene ### Artikel 81 -Busbanen en busstroken waarop het woord «BUS» is aangebracht mogen slechts worden gebruikt door bestuurders van een lijnbus en bestuurders van een autobus. Busbanen en busstroken waarop het woord «LIJNBUS» is aangebracht mogen slechts worden gebruikt door bestuurders van een lijnbus. +Busbanen en busstroken waarop het woord «BUS» is aangebracht mogen slechts worden gebruikt door bestuurders van een lijnbus, een autobus of een tram. Busbanen en busstroken waarop het woord «LIJNBUS» is aangebracht mogen slechts worden gebruikt door bestuurders van een lijnbus of een tram. ## Hoofdstuk IV. Aanwijzingen @@ -988,6 +1006,8 @@ Met een gehandicaptenparkeerkaart worden gelijkgesteld de door het daartoe bevoe Het is de bestuurders van de in artikel 86a, eerste lid, bedoelde motorvoertuigen verboden de ingevolge artikel 86a bepaalde maximumsnelheid te overschrijden. +## Hoofdstuk VB. Milieuzones + ## Hoofdstuk VI. Ontheffingen en vrijstellingen ### Paragraaf 1. Algemeen @@ -1048,7 +1068,7 @@ Vervallen ### Artikel 95 -De voor 16 juli 1988 in woonerven geplaatste borden "woonerf" en "einde woonerf" zoals deze bij koninklijk besluit van 27 augustus 1976, *Stb.* 453, waren vastgesteld, blijven tot 16 juli 1998 van kracht. +Vervallen ### Artikel 96 @@ -1062,7 +1082,7 @@ Bewegwijzeringsborden, geplaatst voor 1 november 1991, blijven van kracht totdat ### Artikel 98 -Tot 1 januari 2000 blijven de borden 37 en 38 van bijlage II, van het op 1 november 1991 ingetrokken Reglement verkeersregels en verkeerstekens (*Stb.* 1966, 181), van kracht. De in het Voertuigreglement vervatte bepalingen die betrekking hebben op onverharde wegen gelden tot deze datum ook ten aanzien van door deze borden aangeduide wegen. +Vervallen ### Artikel 99