2022-05-09 | BWBR0046464 | Subsidieregeling schoon en emissieloos bouwmaterieel

This commit is contained in:
Coornhert 2022-05-09 12:00:00 +00:00
parent 17ed154b8d
commit a15fd9977e

View file

@ -19,9 +19,9 @@ In deze regeling wordt verstaan onder:
- *aanschaf:* verkrijging van de eigendom, bedoeld in artikel 3:84, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek krachtens koop, of financial leasing, bedoeld in paragraaf 3.2 van het besluit Omzetbelasting, leasing van 25 januari 2007, nr. CPP2006/2847M;
- *aanvrager:* onderneming, niet zijnde een publiekrechtelijk zelfstandig bestuursorgaan met rechtspersoonlijkheid, een provincie, gemeente, waterschap of openbaar lichaam als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen, die is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, met een vestiging in Nederland en een subsidie aanvraagt op grond van deze regeling;
- *Algemene groepsvrijstellingsverordening:*
Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187);
Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving;
- *alternatieve energiedragers:* energiebronnen die dienen als vervanging van fossiele bronnen en die ertoe kunnen bijdragen dat de energievoorziening koolstofvrij wordt en de milieuprestaties van de bouwsector verbeteren;
- *bouwsector:* sector van bedrijven, ingeschreven in het handelsregister onder de codes 39, 41, 42, 43, 49410, 50 201, 77120, 77320, 77340 of 77390 van de Standaard Bedrijfsindeling, evenals de onderliggende codes gericht op de nieuwbouw, het onderhoud, de verbouw of het slopen en verwijderen van een onroerende zaak of een gedeelte daarvan;
- *bouwsector:* sector van bedrijven, ingeschreven in het handelsregister onder de codes 39, 41, 42, 43, 4941, 50 201, 7712, 7732 of 7739 van de Standaard Bedrijfsindeling, gericht op de nieuwbouw, het onderhoud, de verbouw of het slopen en verwijderen van een onroerende zaak of een gedeelte daarvan;
- *bouwmachine:*
a. bouwwerktuig:
@ -32,25 +32,19 @@ a. bouwwerktuig:
4°. welke genoemd is in bijlage 1, onderdeel A; of
b. hulpfunctie:
1°. machine die is gemonteerd op het chassis van een weg- of spoorvoertuig, een oplegger of een drijvend werktuig; en
2°. welke genoemd is in en voldoet aan de beschrijving in bijlage 1, onderdeel B; of
1°. machine die is gemonteerd op het chassis van een weg- of spoorvoertuig of een drijvend werktuig; en
2°. welke genoemd is in bijlage 1, onderdeel B; of
c. bouwvoertuig:
1°. voertuig dat op het moment van subsidievaststelling beschikt over de in het kentekenregister vastgelegde voertuigkwalificatie N3; en
1°. voertuig met de in het kentekenregister vastgelegde voertuigkwalificatie N2 of N3 en met de carrosseriecode 9, 10, 15, 16, 26, 27 en 28 of de aanduiding voor speciale doeleinden SF en indien het voertuigcategorie N2 betreft vanaf een gewicht van 4.250 kg; en
2°. welke genoemd is in bijlage 1, onderdeel C; en
d. indien elektrisch aangedreven beschikkende over een continu elektrisch motorvermogen van 8 kilowatt of hoger; en
d. indien elektrisch aangedreven beschikkende over een continu elektrisch vermogen van 8 kilowatt of hoger; en
e. bestemd is of in hoofdzaak wordt gebruikt voor het verrichten van bouwwerkzaamheden in de open lucht;
- *CO2:* koolstofdioxide;
- *emissieloos:* zonder uitlaatemissie van NO_x, roetdeeltjes en broeikasgassen, uitgezonderd CO_2 die vrijkomt bij gebruik van niet fossiele waterstofdragers in een brandstofcel;
- *emissiearm:* uitlaatemissies van NO_x en roetdeeltjes die voldoen aan emissielimieten zoals aangegeven in bijlage 3;
- *fijnstof:* vaste stofdeeltjes die kleiner zijn dan 10 micrometer doorsnee;
- *groep:* groep, bedoeld in artikel 2:24b van het Burgerlijk Wetboek;
- * hermotorisering:*
1°. inbouw van een nieuwe motor die voldoet aan de fase V emissienorm, als bedoeld in de NRMM-Verordening of op basis van de NRMM-Verordening als gelijkwaardig is erkend, in een in gebruik zijnd bouwwerktuig, of
2°. de inbouw van een nieuwe motor die voldoet aan de IMO MARPOL Tier III emissienorm, in een in gebruik zijnd zeegaand bouwvaartuig;
- * IMO MARPOL Tier III emissienorm:* als bedoeld in voorschrift 13, paragraaf 5,1,1, bijlage VI, Hoofdstuk 3 van het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, 1973, zoals gewijzigd door het Protocol van 1978 daarbij, Londen, 02-11-1973 en gepubliceerd in het Tractatenblad 1978, 187;
- *in gebruik zijnd bouwwerktuig of zeegaand bouwvaartuig:* een bouwwerktuig of zeegaand bouwvaartuig dat door de huidige of vorige eigenaar al is ingezet voor bouwwerkzaamheden;
- *Kaderbesluit:*
Kaderbesluit subsidies I en M;
- *kleine of middelgrote onderneming:* kleine of middelgrote onderneming als bedoeld in artikel 2, onderdeel 2, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;
@ -67,116 +61,57 @@ e. bestemd is of in hoofdzaak wordt gebruikt voor het verrichten van bouwwerkzaa
- *project haalbaarheidsstudie:* een project inhoudende een haalbaarheidsstudie als bedoeld in artikel 2, onderdeel 87, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening, waarbij sprake is van een onderzoek of analyse van het potentieel van een project experimentele ontwikkeling, met als doel de besluitvorming te ondersteunen door objectief en rationeel de sterke en de zwakke punten van een project, de kansen en risicos in kaart te brengen, waarbij ook wordt aangegeven welke middelen nodig zijn om het project te kunnen doorvoeren en wat de uiteindelijke slaagkansen zijn;
- *referentie-bouwmachine:* bouwmachine met een verbrandingsmotor met dezelfde functie en prestatie als de te subsidiëren bouwmachine;
- *roetdeeltjes:* stof die ontstaat bij een onvolledige verbranding van koolstofhoudende brandstoffen;
- *SCR-katalysator:* nabehandelingssysteem voor selectieve katalytische reductie, dat overeenkomstig geldende standaarden op een motor van een bouwwerktuig kan worden geplaatst, teneinde emissies van NO_x significant te verminderen;
- *SCR-katalysator:* nabehandelingssysteem voor selectieve katalytische reductie, dat overeenkomstig geldende standaarden op een motor van een bouwwerktuig of zeegaand bouwvaartuig kan worden geplaatst, teneinde emissies van NO_x significant te verminderen;
- *RVO:* Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;
- *eerste inschrijving en tenaamstelling:* eerste inschrijving en tenaamstelling, bedoeld in artikel 25 van het Kentekenreglement;
- *verkoopprijs:* prijs van de emissieloze bouwmachine inclusief af-fabriekopties zoals vermeld op de overeenkomst verminderd met de daarin begrepen omzetbelasting;
- *verstrekkingsvoorbehoud:* registratie als bedoeld in artikel 25 van het Kentekenreglement, van de rechtspersoon of natuurlijk persoon die over de tenaamstellingscode van een voertuig in het kentekenregister kan beschikken;
- *voertuigkwalificatie N3:* voertuigkwalificatie N3 als bedoeld in bijlage II, onderdeel A, van de Verordening (EU) 2018/858 van het Europees parlement en de Raad van 30 mei 2018 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 715/2007 en (EG) nr. 595/2009 en tot intrekking van Richtlijn 2007/46/EG (PB L 151 van 14.6.2018, blz. 1218);
- *voertuigkwalificaties N2 of N3:* voertuigkwalificaties N2 en N3 als bedoeld in bijlage II, onderdeel A, van de Verordening (EU) 2018/858 van het Europees parlement en de Raad van 30 mei 2018 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 715/2007 en (EG) nr. 595/2009 en tot intrekking van Richtlijn 2007/46/EG (PB L 151 van 14.6.2018, blz. 1218);
- *zeegaand bouwvaartuig:* vaartuig dat mede wordt ingezet voor bouwwerkzaamheden in de Nederlandse exclusieve economische zone, waarvoor een geldig certificaat als bedoeld in de artikelen 4 tot en met 6 van het Schepenbesluit 2004 vereist is, dat is genoemd in bijlage 1, onderdeel D, bij deze regeling, niet zijnde een binnenvaartschip of drijvend werktuig als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Richtlijn (EU) 2016/1629 van het Europees parlement en de Raad van 14 september 2016 tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen, tot wijziging van Richtlijn 2009/100/EG en tot intrekking van Richtlijn 2006/87/EG;
### Artikel 1.2
Deze regeling heeft als hoofddoel om de emissie van NO_x in de bouwsector te verminderen en als nevendoel om de emissie van CO_2 en fijnstof te verminderen, door:
a. de aanschaf van emissieloze bouwmachines en bouwmachines met mono-fuel waterstofverbrandingsmotor voor bouwwerkzaamheden door ondernemingen in de bouwsector te stimuleren;
a. de aanschaf van emissieloze bouwmachines voor bouwwerkzaamheden door ondernemingen in de bouwsector te stimuleren;
b. de ombouw van bouwmachines en zeegaande bouwvaartuigen door middel van NO_x-reducerende maatregelen door ondernemingen in de bouwsector te stimuleren;
c. het ondersteunen van projecten gericht op technologie-, innovatie- en kennisontwikkeling in de pre-commerciële fase of aanschaf in het kader van een experimentele ontwikkeling, die een bijdrage leveren aan het bereiken van een reductie van met name de emissie van NO_x, alsmede de emissies van CO_2, en fijn stof, in de bouwsector, door het gebruik van bouwmachines zonder verbrandingsmotor of bouwmachines met mono-fuel waterstofverbrandingsmotor die in hun energiebehoefte worden voorzien door elektriciteit, waterstof of niet petrochemische waterstofdragers.
c. het ondersteunen van projecten gericht op technologie-, innovatie- en kennisontwikkeling in de pre-commerciële fase of aanschaf in het kader van een experimentele ontwikkeling, die een bijdrage leveren aan het bereiken van een reductie van met name de emissie van NO_x, alsmede de emissies van CO_2, en fijn stof, in de bouwsector, door het gebruik van bouwmachines zonder verbrandingsmotor die in hun energiebehoefte worden voorzien door elektriciteit, waterstof of niet petrochemische waterstofdragers.
### Artikel 1.3
Per aanvrager of groep wordt per kalenderjaar ten hoogste € 1.500.000 aan subsidie als bedoeld in de artikelen 2.1 en 3.1 verleend.
### Artikel 1.4
Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Per aanvrager of groep wordt per kalenderjaar ten hoogste € 1.000.000 aan subsidie als bedoeld in de artikelen 2.1 en 3.1 verleend.
## Hoofdstuk 2. Aanschafsubsidie
### Artikel 2.1
De Minister kan, overeenkomstig het bepaalde bij dit hoofdstuk en artikel 1.3, aan een aanvrager subsidie verstrekken voor de aanschaf van één of meerdere emissieloze bouwmachines, of van één of meerdere bouwmachines met een mono-fuel waterstofverbrandingsmotor, die voor het eerst in gebruik worden genomen na productie dan wel die voor datum vaststelling subsidie voor het eerst zijn ingeschreven en tenaamgesteld.
De Minister kan, overeenkomstig het bepaalde bij dit hoofdstuk en artikel 1.3, aan een aanvrager subsidie verstrekken voor de aanschaf van één of meerdere emissieloze bouwmachines die voor het eerst in gebruik worden genomen na productie dan wel na de eerste inschrijving en tenaamstelling.
### Artikel 2.2
**1.** De subsidie bedraagt per emissieloos bouwwerktuig en emissieloze hulpfunctie ten hoogste een percentage van de meerkosten ten opzichte van een referentie-bouwwerktuig of hulpfunctie, tot een bedrag van ten hoogste € 300.000 als het een emissieloos bouwwerktuig of emissieloze hulpfunctie betreft met een continu elektrisch motorvermogen tot 300 kW en ten hoogste € 500.000 als het een emissieloos bouwwerktuig of emissieloze hulpfunctie betreft met een continu elektrisch motorvermogen groter of gelijk aan 300 kW, waarbij dit percentage 30% voor kleine en middelgrote ondernemingen en 25% voor grote ondernemingen is.
**1.** De subsidie bedraagt per emissieloze bouwmachine ten hoogste 40% van de meerkosten ten opzichte van een referentie-bouwmachine, verminderd met 11,25% forfaitaire milieu-investeringsaftrek over de investeringskosten voor de bouwmachine, genoemd in artikel 3.42a van de Wet inkomstenbelasting 2001 Milieu investeringsaftrek, indien dit van toepassing is op de bouwmachine, tot een bedrag van ten hoogste € 300.000.
**2.**
De meerkosten, bedoeld in het eerste lid, worden per bouwwerktuig of hulpfunctie als volgt bepaald:
De meerkosten, bedoeld in het eerste lid, worden per bouwmachine bepaald:
a. in het geval van een emissieloos bouwwerktuig of emissieloze hulpfunctie met uitsluitend een batterijpakket als energiedrager, met een continu elektrisch motorvermogen tot 100 kW, door toepassing van de formule: A*kWh + M*kW + O, waarbij: A = € 700, kWh = accucapaciteit in kilowattuur, M = € 300, kW = continu elektrisch motorvermogen in kilowatt van op het bouwwerktuig of hulpfunctie beschikbare elektromotoren, O = € 7.000;
b. indien de hulpfunctie bedoeld in onderdeel a, energie krijgt van het batterijpakket dat dient voor aandrijving van het emissieloos voertuig waarop de hulpfunctie is aangebracht, wordt voor 'accucapaciteit in kilowattuur' nul gerekend;
c. in het geval van overige emissieloze bouwwerktuigen en hulpfuncties, op basis van de netto investeringskosten verminderd met de netto referentiekosten, waarbij ten hoogste twee verwisselbare batterijpakketten tot de subsidiabele meerkosten worden gerekend en de kosten voor extra verwisselbare uitrustingsstukken zijn uitgesloten, behalve uitrustingsstukken die alleen geschikt zijn voor de elektrische variant van het bouwwerktuig of de hulpfunctie;
d. in het geval een emissieloos bouwwerktuig gebruik maakt van verwisselbare batterijpakketten, door ten hoogste twee verwisselbare batterijpakketten tot de subsidiabele meerkosten te rekenen.
a. in het geval van emissieloze bouwmachines met uitsluitend accupakketten als energiedrager, met een motorvermogen tot 100 kW, door toepassing van de formule: A*kWh + M*kW + O, waarbij: A = € 800, kWh = accucapaciteit in kilowattuur, M = € 300, kW = continue elektrisch motorvermogen in kilowatt, O = € 7.000; of
b. in het geval van overige emissieloze bouwmachines, op basis van de netto investeringskosten verminderd met de netto referentiekosten.
**3.**
**3.** De steunintensiteit wordt met 10 procentpunten verhoogd voor subsidie aan een kleine of middelgrote onderneming.
De subsidie bedraagt per emissieloos bouwvoertuig en bouwvoertuig met mono-fuel waterstofverbrandingsmotor:
a. bij grote ondernemingen 11,1% van de verkoopprijs van het bakwagenchassis exclusief opbouw tot een maximum van € 43.900;
b. bij kleine of middelgrote onderneming 21% van de verkoopprijs van het bakwagenchassis exclusief opbouw tot een maximum van € 83.200.
**4.**
In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie als bedoeld in bijlage 1, onderdeel A, nummers A2.2 en A2.7, tot een bedrag van ten hoogste € 300.000:
a. voor een grote onderneming € 60 per kWh opslag;
b. voor een kleine of middelgrote onderneming € 85 per kWh opslag.
**5.**
In afwijking van het eerste lid bedraagt de subsidie voor bouwmachines als bedoeld in bijlage 1, onderdeel A, nummer A2.13, tot een bedrag van ten hoogste € 300.000:
a. voor een grote onderneming 20% van de investeringskosten met een maximum van:
1°. € 1.500 per DC laadstation met een vermogen vanaf 20 kW;
2°. € 3.700 per DC laadstation met een vermogen vanaf 50 kW;
3°. € 6.600 per DC laadstation met een vermogen vanaf 100 kW of tweemaal 50 kW;
4°. € 9.200 per DC laadstation met een vermogen vanaf 150 kW of tweemaal 75 kW;
5°. € 11.700 per DC laadstation met een vermogen vanaf 220 kW of tweemaal 110 kW;
6°. € 14.000 per DC laadstation met een vermogen vanaf 350 kW of tweemaal 175 kW;
7°. € 33.000 per DC laadstation met een vermogen vanaf 550 kW of tweemaal 275 kW.
b. voor een kleine of middelgrote onderneming 40% van de investeringskosten met een maximum van:
1°. € 2.900 per DC laadstation met een vermogen vanaf 20 kW;
2°. € 7.300 per DC laadstation met een vermogen vanaf 50 kW;
3°. € 13.500 per DC laadstation met een vermogen vanaf 100 kW of tweemaal 50 kW;
4°. € 18.300 per DC laadstation met een vermogen vanaf 150 kW of tweemaal 75 kW;
5°. € 23.300 per DC laadstation met een vermogen vanaf 220 kW of tweemaal 110 kW;
6°. € 27.900 per DC laadstation met een vermogen vanaf 350 kW of tweemaal 175 kW;
7°. € 66.000 per DC laadstation met een vermogen vanaf 550 kW of tweemaal 275 kW.
**6.** Indien reeds door een bestuursorgaan of de Commissie van de Europese Unie subsidie of een andere tegemoetkoming is verstrekt voor de aanschaf van de bouwmachine wordt het bedrag dat door een bestuursorgaan of de Commissie van de Europese Unie is verstrekt in mindering gebracht op de subsidie waarvoor de aanvrager krachtens deze regeling in aanmerking komt.
**7.** Indien de berekeningswijze van het subsidiebedrag tot een hoger bedrag leidt dan voorgeschreven in de artikelen 36, 36bis en 36ter van de Algemene groepsvrijstellingsverordening, zowel ten aanzien van de in aanmerking komende kosten als het maximale percentage, wordt het subsidiebedrag overeenkomstig deze artikelen verlaagd.
**4.** Indien reeds door een bestuursorgaan of de Commissie van de Europese Unie subsidie of een andere tegemoetkoming is verstrekt voor de aanschaf van de bouwmachine wordt het bedrag dat door deze bestuursorganen is verstrekt in mindering gebracht op de subsidie waarvoor de aanvrager krachtens deze regeling in aanmerking komt.
### Artikel 2.3
**1.**
**1.** Het subsidieplafond voor 2022 is € 3.330.000 voor bouwwerktuigen en hulpfuncties als bedoeld in de begripsomschrijving van bouwmachine, artikel 1.1, onderdelen a en b.
Het subsidieplafond bedraagt:
**2.** Het subsidieplafond voor 2022 is € 1.670.000 voor bouwvoertuigen als bedoeld in de begripsomschrijving van bouwmachine artikel 1.1, onderdeel c.
a. voor 2022:
**3.** Indien het subsidieplafond, bedoeld in eerste lid,ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, worden de bedragen aangevuld met de onaangesproken middelen gereserveerd op grond van het tweede lid.
1°. € 23.500.000 voor bouwwerktuigen en hulpfuncties als bedoeld in de begripsomschrijving van bouwmachine, artikel 1.1, onderdelen a en b;
2°. € 1.670.000 voor bouwvoertuigen als bedoeld in de begripsomschrijving van bouwmachine, artikel 1.1, onderdeel c.
b. voor 2023: € 42.000.000 voor bouwwerktuigen, hulpfuncties en bouwvoertuigen als bedoeld in de begripsomschrijving van bouwmachine, in artikel 1.1, onderdelen a, b en c.
c. voor 2024: € 36.000.000 voor bouwwerktuigen, hulpfuncties en bouwvoertuigen als bedoeld in de begripsomschrijving van bouwmachine in artikel 1.1, onderdelen a, b en c.
d. voor 2025:
**4.** De Minister stelt het subsidieplafond vast voor de jaren na 2022 en geeft hiervan kennis in de Staatscourant voor aanvang van het kalenderjaar waarvoor het betreffende subsidieplafond wordt vastgesteld.
1°. € 28.000.000 voor bouwwerktuigen, hulpfuncties en bouwvoertuigen als bedoeld in de begripsomschrijving van bouwmachine in artikel 1.1, onderdelen a, b en c, met uitzondering van de codes A2.2, A2.3, A2.7, A2.12 en A2.13, tenzij het subsidieplafond in het eerste lid, onderdeel d, onder 2°. bereikt is;
2°. € 20.000.000 voor bouwmachines met de codes A2.2, A2.3, A2.7, A2.12 en A2.13.
e. voor 2026:
1°. € 25.000.000 voor bouwwerktuigen, hulpfuncties en bouwvoertuigen als bedoeld in de begripsomschrijving van bouwmachine in artikel 1.1, onderdelen a, b en c, met uitzondering van de codes A2.2, A2.3, A2.7, A2.12 en A2.13;
2°. € 25.000.000 voor bouwmachines met de codes A2.2, A2.3, A2.7, A2.12 en A2.13.
**2.** Indien een of beide subsidieplafonds, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, na 1 juni 2026 ontoereikend zijn om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, kunnen de bedragen worden aangevuld met de onaangesproken middelen van artikel 2.3, eerste lid, onderdeel e, onder 1° of 2°, artikel 3.3, eerste lid, onderdeel e, of artikel 4.3, eerste lid, onderdeel e.
**3.** Indien het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, onder 1°, na 1 juni 2026 ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, kan het bedrag worden aangevuld met de onaangesproken middelen van artikel 2.3, eerste lid, onderdeel e, onder 2°, tot ten hoogste het bedrag dat is bestemd voor verwisselbare batterijpakketten behorende bij een emissieloos bouwwerktuig als bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, onderdeel d.
**4.** Indien na 1 juni 2026 budget voor subsidieaanvragen op grond van hoofdstuk 2 deels onaangesproken is gebleven, kan dit budget gebruikt worden voor aanvragen op grond van hoofdstuk 3 of hoofdstuk 4.
**5.** Indien het subsidieplafond wordt bereikt voor afloop van de betreffende kalenderperiode, maakt de Minister dit bekend in de Staatscourant.
### Artikel 2.4
@ -196,14 +131,11 @@ e. voor 2026:
Een aanvraag tot subsidieverlening op grond van dit hoofdstuk kan worden ingediend in de volgende perioden:
a. in 2022 voor:
1°. bouwwerktuigen en hulpfuncties als bedoeld in de begripsomschrijving van bouwmachine, artikel 1.1, onderdelen a en b, van 9 mei 2022, 9.00 uur tot en met 30 december 2022, 12.00 uur;
2°. bouwvoertuigen als bedoeld in de begripsomschrijving van bouwmachine artikel 1.1, onderdeel c, van 9 mei 2022, 9.00 uur tot en met 29 juli 2022;
b. in 2023 van 9 mei 2023, 9.00 uur tot en met 31 oktober 2023, 12.00 uur;
c. in 2024 van 5 maart 2024, 9.00 uur tot en met 31 oktober 2024, 12.00 uur;
d. in 2025 van 4 maart 2025, 9.00 uur tot en met 31 oktober 2025, 12.00 uur;
e. in 2026 van 3 maart 2026, 9.00 uur tot en met 30 oktober 2026, 17.00 uur.
a. in 2022 van 9 mei 2022, 9.00 uur tot en met 30 december 2022, 12.00 uur;
b. in 2023 van 2 januari 2023, 9.00 uur tot en met 31 december 2023, 12.00 uur;
c. in 2024 van 2 januari 2024, 9.00 uur tot en met 31 december 2024, 12.00 uur;
d. in 2025 van 2 januari 2025, 9.00 uur tot en met 31 december 2025, 12.00 uur;
e. in 2026 van 2 januari 2026, 9.00 uur tot en met 31 december 2026, 12.00 uur.
**4.**
@ -213,35 +145,31 @@ a. naam en adres van de aanvrager;
b. contactpersoon met contactgegevens van de aanvrager;
c. nummer Kamer van Koophandel;
d. BSN-nummer van de aanvrager indien een onderneming door een natuurlijk persoon wordt gedreven;
e. het IBAN-nummer van een bankrekening die op naam staat van de aanvrager;
f. de overeenkomst voor de aanschaf die:
1°. die ten tijde van de aanvraag om subsidieverlening geen onherroepelijke verplichting mag bevatten, en
2°. waarin tenminste zijn vermeld het merk, type, de handelsbenaming en, indien van toepassing, tenminste de volgende technische specificaties van de emissieloze bouwmachine: accucapaciteit in kilowattuur, continu elektrisch motorvermogen in kilowatt en vermogen van de brandstofcel in kilowatt;
g. indien het een bouwmachine, bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, onderdeel c, betreft, een bewijs van minder dan drie maanden oud waaruit blijkt wat de netto referentiekosten zijn;
h. de code of codes verbonden aan de Standaard Bedrijfsindeling van het Centraal Bureau voor de Statistiek van de aanvrager op het moment van de aanvraag;
i. de aanduiding van de subsidieregeling en de hoogte van het bedrag van eventuele reeds aangevraagde of ontvangen subsidies of andere tegemoetkomingen van andere bestuursorganen of de Europese Commissie voor de aanschaf van de bouwmachine;
j. een getekende verklaring dat de bouwmachine gedurende de instandhoudingstermijn, bedoeld in artikel 2.11, derde lid, hoofdzakelijk zal worden ingezet ten behoeve van de bouwsector in Nederland;
k. indien de aanvraag een aggregaat op waterstof of waterstofdrager als bedoeld in bijlage 1, onderdeel A, nummer A2.3, of een mobiele waterstof tankvoorziening, als bedoeld in bijlage 1, onderdeel A, nummer A2.14 betreft, een bewijs dat voor het gebruiken van waterstof of waterstofdrager voor het aggregaat wordt voldaan aan artikel 2 nummers 102 quater respectievelijk quinquies van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;
l. indien de aanvraag een batterijpakket voor off-grid stroomvoorziening vanaf 50 kWh op een bouwlocatie als bedoeld in bijlage 1, onderdeel A, nummer A2.7 betreft, een bewijs dat voor het opladen van het batterijpakket, niet behorend tot een bouwwerktuig, wordt voldaan aan artikel 2 nummers 102 quater respectievelijk quinquies van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;
m. indien de aanvraag een bouwwerktuig of hulpfunctie betreft die werkt op waterstof of waterstofdrager, uitgezonderd een aggregaat op waterstof of waterstofdrager als bedoeld in bijlage 1, onderdeel A, nummer A2.3, een bewijs dat wordt voldaan aan artikel 36 eerste lid ter van de Algemene groepsvrijstellingsverordening.
e. het IBAN-nummer van een bankrekening die op naam staat van de aanvrager, inclusief een bewijs dat de bankrekening op naam van de aanvrager staat;
f. merk, type, de handelsbenaming en, indien van toepassing, accucapaciteit in kilowattuur en continu elektrisch motorvermogen in kilowatt, van de emissieloze bouwmachine;
g. de overeenkomst voor de aanschaf, die ten tijde van de aanvraag om subsidieverlening geen onherroepelijke verplichtingen mag bevatten en niet gedateerd mag zijn voor 1 januari 2022;
h. indien het een bouwmachine, bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, onderdeel b, betreft, een bewijs van minder dan drie maanden oud waaruit blijkt wat de netto referentiekosten zijn;
i. de code of codes verbonden aan de Standaard Bedrijfsindeling van het Centraal Bureau voor de Statistiek van de aanvrager op het moment van de aanvraag;
j. de aanduiding van de subsidieregeling en de hoogte van het bedrag van eventuele reeds aangevraagde of ontvangen subsidies of andere tegemoetkomingen van andere bestuursorganen of de Europese Commissie voor de aanschaf van de bouwmachine;
k. een getekende verklaring dat de bouwmachine gedurende de instandhoudingstermijn, bedoeld in artikel 2.11, derde lid, hoofdzakelijk zal worden ingezet ten behoeve van de bouwsector in Nederland.
### Artikel 2.6
De Minister beslist in elk geval afwijzend op een aanvraag om subsidie op grond van dit hoofdstuk, indien:
a. er sprake is van een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, achttiende lid, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;
a. er sprake is van een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel c, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;
b. het een aanvrager betreft, tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in artikel 1, zesde lid, onderdeel a, van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening;
c. er sprake is van ongeoorloofde cumulatie van steun als bedoeld in artikel 8 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;
d. de subsidieverstrekking niet in overeenstemming is met enige andere bepaling van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;
e. de energie voor de aandrijving van de bouwmachine wordt geleverd door een batterijpakket dat lood bevat;
e. de energie voor de aandrijving van de bouwmachine wordt geleverd door een accupakket dat lood bevat;
f. de onderneming ten tijde van de aanvraag niet staat geregistreerd als onderneming in de bouwsector op basis van de Standaard Bedrijfsindeling van het Centraal Bureau voor de Statistiek;
g. de schriftelijke overeenkomst of overeenkomsten ten behoeve van de maatregelen bedoeld in artikel 2.1 ten tijde van indiening van de aanvraag reeds is of zijn gesloten en geen contractuele mogelijkheid meer biedt om de overeenkomst rechtsgeldig te kunnen ontbinden;
h. de hulpfunctie geen gebruikstoestand kent waarbij de verbrandingsmotor automatisch wordt afgeschakeld als de elektromotor van de hulpfunctie wordt gebruikt, en het batterijpakket niet met een stekker oplaadbaar is;
i. de bouwmachine niet in de handel is gebracht met inachtneming van de voorschriften die bij of krachtens hoofdstuk 3 van het Warenwetbesluit machines zijn gesteld of de EG-verklaring van conformiteit of geschiktheid, bedoeld in artikel 26a van de Spoorwegwet;
j. de hulpfunctie niet wordt gemonteerd op een voertuig met tenminste milieuklasse Euro VI of bouwwerktuig met ten minste milieuklasse fase V;
k. er al een subsidie is verstrekt voor dezelfde activiteit met betrekking tot dezelfde bouwmachine;
l. de aanvraag niet voldoet aan de in de regeling gestelde regels.
g. de schriftelijke overeenkomst of overeenkomsten ten behoeve van het uitvoeren van de maatregelen, bedoeld in artikel 3.1, ten tijde van de indiening van de aanvraag reeds is of zijn gesloten die ten tijde van de aanvraag om subsidieverlening geen onherroepelijke verplichtingen mag bevatten en niet gedateerd mag zijn voor 1 januari 2022;
h. een bouwmachine met kenteken reeds is tenaamgesteld ten tijde van de indiening van de aanvraag;
i. de hulpfunctie geen gebruikstoestand kent waarbij de verbrandingsmotor automatisch wordt afgeschakeld als de elektromotor van de hulpfunctie wordt gebruikt, en het batterijpakket niet met een stekker oplaadbaar is;
j. de bouwmachine niet in de handel is gebracht met inachtneming van de voorschriften die bij of krachtens hoofdstuk 3 van het Warenwetbesluit machines zijn gesteld of de EG-verklaring van conformiteit of geschiktheid, bedoeld in artikel 26a van de Spoorwegwet;
k. er al een subsidie is verstrekt voor dezelfde activiteit met betrekking tot dezelfde bouwmachine; of
m. indien voor een bouwvoertuig als in bijlage 1, onderdeel C, reeds subsidie is verleend op basis van de Subsidieregeling Aanschaf Zero Emissie Trucks (AanZET); of
n. de aanvraag niet voldoet aan de in de regeling gestelde regels.
### Artikel 2.7
@ -249,7 +177,7 @@ De beschikking op een subsidieaanvraag wordt gegeven binnen 13 weken na de datum
### Artikel 2.8
De Minister verstrekt ambtshalve, gelijktijdig met de beschikking tot subsidieverlening, een voorschot van 70%.
De Minister verstrekt ambtshalve, gelijktijdig met de beschikking tot subsidieverlening, een voorschot van 90%.
### Artikel 2.9
@ -263,9 +191,8 @@ De Minister verstrekt ambtshalve, gelijktijdig met de beschikking tot subsidieve
Bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie worden in elk geval de volgende gegevens verstrekt:
a. bijbehorende factuur, waarop het kenteken of serienummer vermeld staat, en het betaalbewijs van de bouwmachine;
b. indien van toepassing, het kenteken van de gesubsidieerde bouwmachine;
c. fotos van de aangeschafte bouwmachine, inclusief kenteken of serienummer.
a. bijbehorende factuur en het betaalbewijs van de bouwmachine;
b. indien van toepassing, het kenteken van de gesubsidieerde bouwmachine.
### Artikel 2.10
@ -283,7 +210,7 @@ c. om op verzoek van de Minister alle gevraagde medewerking te verlenen aan een
**2.** Zodra het redelijkerwijs aannemelijk is dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie op grond van dit hoofdstuk verbonden verplichtingen wordt of zal worden voldaan, doet de subsidieontvanger hiervan onverwijld mededeling aan de Minister.
**3.** De subsidieontvanger heeft gedurende 48 maanden na vaststelling van de subsidie de gesubsidieerde bouwmachine, zonder overdracht aan derden, in eigendom, en gebruikt deze hoofdzakelijk in de bouwsector. Gedurende 48 maanden na de vaststelling van de subsidie toont de subsidieontvanger desgevraagd aan dat de bouwmachine hoofdzakelijk in Nederland en hoofdzakelijk in de bouwsector is ingezet.
**3.** De subsidieontvanger heeft gedurende 48 maanden na vaststelling van de subsidie de gesubsidieerde bouwmachine, zonder overdracht aan derden, in eigendom, en gebruik deze hoofdzakelijk in de bouwsector. Gedurende 48 maanden na de vaststelling van de subsidie toont de subsidieontvanger desgevraagd aan dat de bouwmachine hoofdzakelijk in Nederland en hoofdzakelijk in de bouwsector is ingezet.
**4.**
@ -311,50 +238,25 @@ c. de overeenkomst tot aanschaf te overleggen.
De Minister kan, overeenkomstig het bepaalde bij dit hoofdstuk en artikel 1.3, aan een aanvrager subsidie verstrekken voor:
a. de ombouw van een bouwwerktuig, die beschikt over een motor met een vermogen groter of gelijk aan 19 kW en kleiner dan 56 kW waarvoor de fase V emissienorm, bedoeld in de bijlage bij de NRMM-verordening, geldt, tot een emissiearm bouwwerktuig door installatie van een SCR-katalysator die leidt tot een bouwwerktuig die voldoet aan de limietwaarden voor NO_x uit Tabel 1 in bijlage 3 van deze regeling;
b. de ombouw van een bouwwerktuig, die beschikt over een motor met een vermogen groter of gelijk aan 56 kW en kleiner of gelijk aan 560 kW waarvoor de fase II, fase III A of fase III B emissienormen, bedoeld in de bijlage bij de NRMM-verordening, gelden, tot een emissiearm bouwwerktuig door installatie van een SCR-katalysator, die leidt tot een bouwwerktuig dat voldoet aan de voor dat bouwwerktuig geldende fase V-emissienormen voor NO_x, bedoeld in de bijlage bij de NRMM-verordening;
c. de ombouw van een bouwwerktuig met een motorvermogen groter dan 560 kW tot emissiearm bouwwerktuig door installatie van een SCR-katalysator, die leidt tot een bouwwerktuig dat voldoet aan de limietwaarden voor NO_x uit Tabel 1 in bijlage 3 van deze regeling;
d. de ombouw van een in gebruik zijnd bouwwerktuig of hulpfunctie tot emissieloos bouwwerktuig of hulpfunctie door inbouw en installatie van een elektrische aandrijfmotor met een brandstofcel of een niet loodhoudend batterijpakket;
e. aanschaf en installatie van een nieuwe mono-fuel waterstofverbrandingsmotor vanaf 130 kW die voldoet aan emissienorm fase V als bedoeld in de NRMM-Verordening, of de aanschaf en installatie van een nieuwe mono-fuel waterstofverbrandingsmotor die op basis van die verordening als gelijkwaardig is erkend, voor een in gebruik zijnd bouwwerktuig met een verbrandingsmotor tot en met 560 kW met emissienorm fase IIIB of ouder, of met een ongereguleerde verbrandingsmotor vanaf 560 kW;
f. de aanschaf en installatie van een nieuwe verbrandingsmotor die aantoonbaar tenminste 25% van zijn energie haalt uit waterstof of ammonia en voldoet aan de IMO MARPOL Tier III emissienorm in een in gebruik zijnd zeegaand bouwvaartuig;
g. de ombouw van een bestaande verbrandingsmotor op een zeegaand bouwvaartuig zodat deze aantoonbaar tenminste 25% van zijn energie haalt uit waterstof of ammonia en voldoet aan de IMO MARPOL Tier III emissienorm;
h. de aanschaf en inbouw van een elektrische installatie op een zeegaand bouwvaartuig waardoor het vaartuig gebruik kan maken van stroom vanaf de wal en het aantoonbaar tenminste 25% van de energie op deze wijze verkrijgt.
a. de ombouw van een bouwwerktuig, die beschikt over een motor met een vermogen groter of gelijk 19 kilowatt en kleiner dan 56 kW waarvoor de fase V emissienorm, bedoeld in de bijlage bij de NRMM-verordening, geldt, tot een emissiearme bouwmachine door installatie van een SCR-katalysator die leidt tot een bouwmachine die voldoet aan de limietwaarden voor NO_x uit Tabel 1 in bijlage 3 van deze regeling;
b. de ombouw van een bouwwerktuig, die beschikt over een motor met een vermogen groter of gelijk 56 kilowatt en kleiner of gelijk 560 kW waarvoor de fase II, fase III A of fase III B emissienormen, bedoeld in de bijlage bij de NRMM-verordening, gelden, tot een emissiearme bouwmachine door installatie van een SCR-katalysator, die leidt tot een bouwmachine die voldoet aan de voor die bouwmachine geldende fase V-emissienormen voor NO_x, bedoeld in de bijlage bij de NRMM-verordening;
c. de ombouw van een bouwwerktuig met een vermogen groter dan 560 kW tot emissiearme bouwmachine door installatie van een SCR-katalysator, die leidt tot een bouwmachine die voldoet aan de limietwaarden voor NO_x uit Tabel 1 in bijlage 3 van deze regeling;
d. de ombouw van een in gebruik zijnd bouwwerktuig tot emissieloos bouwwerktuig door inbouw en installatie van een elektrische aandrijfmotor met een brandstofcel of een niet loodhoudend accupakket;
e. de ombouw van een in gebruik zijnd zeegaand bouwvaartuig door inbouw en installatie van een SCR-katalysator per motor, met daarbij inbegrepen de certificering en het daarmee verbonden onderzoek, die leidt tot een zeegaand bouwvaartuig dat voldoet aan de dan geldende emissienorm voor NO_x overeenkomstig voorschrift 13 Bijlage VI van het op 2 november 1973 te Londen tot stand gekomen Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, met Protocollen en Bijlagen met Aanhangsels (Trb. 1975, 147), en met het op 17 februari 1978 te Londen tot stand gekomen Protocol bij dat Verdrag met Bijlage en Aanhangsels (Trb. 1978, 188) en opvolgende amendementen ter vervanging.
### Artikel 3.2
**1.**
**1.** De subsidie bedraagt per bouwmachine of per maatregel, als bedoeld in artikel 3.1, onderdeel e, op een zeegaand bouwvaartuig ten hoogste 40% van de kosten van de maatregelen, bedoeld in artikel 3.1, verminderd met 11,25% forfaitaire milieu-investeringsaftrek over de investeringskosten voor de bouwmachine of de maatregel als bedoeld in artikel 3.1, onderdeel e, op een zeegaand bouwvaartuig, genoemd in artikel 3.42a van de Wet inkomstenbelasting 2001 Milieu investeringsaftrek, indien deze aftrek van toepassing is op de bouwmachine of zeegaand bouwvaartuig, tot een bedrag van ten hoogste € 300.000. In het geval van een zeegaand bouwvaartuig zijn, met inachtneming van artikel 1.3, per zeegaand bouwvaartuig meerdere maatregelen, als bedoeld in artikel 3.1, onderdeel e, subsidiabel.
De subsidie bedraagt:
**2.** De kosten per bouwmachine of zeegaand bouwvaartuig, bedoeld in het eerste lid, worden bepaald op basis van de netto investeringskosten die onder artikel 3.1 subsidiabel zijn.
a. per bouwwerktuig of hulpfunctie, als bedoeld in artikel 3.1, onderdelen a tot en met g, ten hoogste een percentage van de kosten van de maatregelen, tot een bedrag van ten hoogste € 300.000, waarbij dit percentage 30% voor kleine en middelgrote ondernemingen en 25% voor grote ondernemingen is;
b. voor de maatregel, bedoeld in artikel 3.1, onderdeel h, ten aanzien van een zeegaand bouwvaartuig ten hoogste 30% van de kosten van de maatregel tot een bedrag van ten hoogste € 300.000;
c. in afwijking van de onderdelen a en b bedraagt het maximale subsidiebedrag voor een emissieloos bouwwerktuig, emissieloze hulpfunctie of elektrische installatie op een zeegaand bouwvaartuig met een continu elektrisch motorvermogen groter of gelijk aan 300 kW ten hoogste € 500.000;
d. in het geval van ombouw naar een emissieloos bouwwerktuig dat gebruik maakt van verwisselbare batterijpakketten wordt ten hoogste één verwisselbaar batterijpakket tot de netto investeringskosten gerekend, waarbij de subsidie voor aanvullende verwisselbare batterijpakketten als bedoeld in bijlage 1, onderdeel A, nummer A2.7 bedraagt:
a. voor een grote onderneming € 60 per kWh opslag;
b. voor een kleine of middelgrote onderneming € 85 per kWh opslag.
**2.** De kosten per bouwwerktuig, hulpfunctie of zeegaand bouwvaartuig, bedoeld in het eerste lid, worden bepaald op basis van de netto investeringskosten die onder artikel 3.1 subsidiabel zijn.
**3.** De steunintensiteit wordt per maatregel op een zeegaand bouwvaartuig met 15 procentpunten verhoogd voor subsidie aan een kleine of middelgrote onderneming.
**4.** Artikel 2.2, zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.
**3.** Artikel 2.2, derde en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 3.3
**1.**
**1.** Het subsidieplafond voor 2022 voor de maatregelen, bedoeld in artikel 3.1 is: € 5.000.000.
Het subsidieplafond voor de maatregelen, bedoeld in artikel 3.1 bedraagt:
a. voor 2022: € 7.000.000;
b. voor 2023: € 14.000.000;
c. voor 2024: € 10.000.000;
d. voor 2025: € 7.000.000;
e. voor 2026: € 3.000.000.
**2.** Indien het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, na 1 juni 2026 ontoereikend is om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, kan het bedrag worden aangevuld met de onaangesproken middelen gereserveerd op grond van artikel 2.3, eerste lid, onderdeel e, onder 1°, of artikel 4.3, eerste lid, onderdeel e.
**3.** Indien na 1 juni 2026 budget voor subsidieaanvragen op grond van hoofdstuk 3 deels onaangesproken is gebleven, kan dit budget gebruikt worden voor aanvragen op grond van hoofdstuk 2 of hoofdstuk 4.
**2.** Artikel 2.3, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
### Artikel 3.4
@ -368,13 +270,12 @@ e. voor 2026: € 3.000.000.
**2.**
Als tijdstip van indiening van een aanvraag geldt de datum van ontvangst van de volledige aanvraag, ingediend bij de Minister in de volgende perioden:
Als tijdstip van indiening van een aanvraag geldt de datum van ontvangst van de volledige aanvraag, ingediend bij RVO in de volgende perioden:
a. in 2022 9 mei 2022, 9.00 uur tot en met 30 december 2022, 12.00 uur;
b. in 2023 van 9 mei 2023, 9.00 uur tot en met 31 oktober 2023, 12.00 uur;
c. in 2024 van 5 maart 2024, 9.00 uur tot en met 31 oktober 2024, 12.00 uur;
d. in 2025 van 4 maart 2025, 9.00 uur tot en met 31 oktober 2025, 12.00 uur;
e. in 2026 van 3 maart 2026, 9.00 uur tot en met 30 oktober 2026, 17.00 uur.
b. in 2023 van 2 januari 2023, 9.00 uur tot en met 31 december 2023, 12.00 uur;
c. in 2024 van 2 januari 2024, 9.00 uur tot en met 31 december 2024, 12.00 uur;
d. in 2025 van 2 januari 2025, 9.00 uur tot en met 31 december 2025, 12.00 uur.
**3.**
@ -384,36 +285,31 @@ a. naam en adres van de aanvrager;
b. contactpersoon met contactgegevens van de aanvrager;
c. nummer van de Kamer van Koophandel;
d. BSN-nummer van de aanvrager indien een onderneming door een natuurlijke persoon wordt gedreven;
e. het IBAN-nummer van een bankrekening die op naam staat van de aanvrager;
e. het IBAN-nummer van een bankrekening die op naam staat van de aanvrager, inclusief een bewijs dat de bankrekening op naam van de aanvrager staat;
f. de code of codes verbonden aan de Standaard Bedrijfsindeling van het Centraal Bureau voor de Statistiek van de aanvrager op het moment van de aanvraag;
g. een verklaring dat het bouwwerktuig gedurende de instandhoudingstermijn, bedoeld in artikel 3.11, vierde en vijfde lid, hoofdzakelijk wordt ingezet in de bouwsector;
h. de schriftelijke overeenkomst of overeenkomsten ten behoeve van het uitvoeren van de maatregelen, bedoeld in artikel 3.1, ten tijde van de indiening van de aanvraag reeds is of zijn gesloten die ten tijde van de aanvraag om subsidieverlening geen onherroepelijke verplichtingen mag bevatten;
i. indien het een zeegaand bouwvaartuig betreft, een afschrift van een certificaat, bedoeld in de artikelen 4 tot en met 6 van het Schepenbesluit 2004, waarmee kan worden aangetoond dat het zeegaand bouwvaartuig werkzaamheden mag uitvoeren in de Nederlandse exclusieve economische zone;
j. indien er een typegoedkeuring is uitgevoerd van de SCR-katalysator, het betreffende bewijsstuk;
k. indien de aanvraag de inbouw van een brandstofcel in een in gebruik zijnd bouwwerktuig of hulpfunctie betreft en als het hermotorisering van een in gebruik zijnd bouwwerktuig of hulpfunctie met een mono-fuel waterstofverbrandingsmotor betreft, een bewijs dat wordt voldaan aan artikel 36, eerste lid, ter van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;
l. als onderdeel van de overeenkomst van de maatregelen, bedoeld in artikel 3.1, tenminste de volgende technische specificaties, indien van toepassing: merk, type, de handelsbenaming en motorvermogen van het bestaande bouwwerktuig, en accucapaciteit in kilowattuur, continu elektrisch motorvermogen in kilowatt, vermogen van de brandstofcel in kilowatt of vermogen van de nieuwe fase V of IMO MARPOL Tier III motor;
m. indien het hermotorisering van een in gebruik zijnd bouwwerktuig, hulpfunctie of bouwvaartuig betreft, het typegoedkeuringsbewijs respectievelijk het internationaal certificaat betreffende voorkoming van luchtverontreiniging door motoren van de nieuwe motor;
n. als onderdeel van de overeenkomst van de maatregelen, bedoeld in artikel 3.1, tenminste de volgende technische specificaties, indien van toepassing: merk, type, de handelsbenaming en motorvermogen van het bestaande bouwwerktuig, en accucapaciteit in kilowattuur, continu elektrisch motorvermogen in kilowatt, vermogen van de brandstofcel in kilowatt of vermogen van de nieuwe fase V mono-fuel waterstofverbrandingsmotor of IMO MARPOL Tier III motor die tenminste 25% van zijn energie haalt uit waterstof of ammonia;
o. fotos van het huidige bouwwerktuig of zeegaand bouwvaartuig, inclusief kenteken of serienummer, in de situatie voor de retrofit, waarop de onderdelen zichtbaar zijn waarop de retrofit wordt toegepast.
g. een verklaring dat de bouwmachine gedurende de instandhoudingstermijn, bedoeld in artikel 3.11, zesde en zevende lid, hoofdzakelijk wordt ingezet in de bouwsector;
h. de schriftelijke overeenkomst of overeenkomsten ten behoeve van het uitvoeren van de maatregelen, bedoeld in artikel 3.1, ten tijde van de indiening van de aanvraag reeds is of zijn gesloten die ten tijde van de aanvraag om subsidieverlening geen onherroepelijke verplichtingen mag bevatten en niet gedateerd mag zijn voor 1 januari 2022;
i. indien de aanvraag betrekking heeft op een SCR-katalysator op een bouwmachine met een vermogen groter of gelijk 56 kilowatt en kleiner of gelijk 560 kW, waarop de emissiegrenswaarden van fase II, fase III A of fase III B van toepassing zijn als bedoeld in de NRMM-verordening, of een bouwmachine met een vermogen groter dan 560 kW, een bewijsstuk indien een roetfilter aantoonbaar niet mogelijk is;
j. indien het een zeegaand bouwvaartuig betreft, een afschrift van een certificaat, bedoeld in de artikelen 4 tot en met 6 van het Schepenbesluit 2004, waarmee kan worden aangetoond dat het zeegaand bouwvaartuig werkzaamheden mag uitvoeren in de Nederlandse exclusieve economische zone;
k. indien er een typegoedkeuring is uitgevoerd van de SCR-katalysator, het betreffende bewijsstuk.
### Artikel 3.6
Met toepassing van de in artikel 12 van het Kaderbesluit vermelde afwijzingsgronden, wordt de subsidie in ieder geval afgewezen, indien:
a. er al een subsidie is verstrekt voor dezelfde activiteit met betrekking tot hetzelfde bouwwerktuig;
b. er sprake is van een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, achttiende lid, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;
a. er al een subsidie is verstrekt voor dezelfde activiteit met betrekking tot dezelfde bouwmachine;
b. er sprake is van een onderneming in moeilijkheden als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel c, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;
c. het een aanvrager betreft, tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in artikel 1, zesde lid, onderdeel a, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;
d. er sprake is van ongeoorloofde cumulatie van steun als bedoeld in artikel 8 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;
e. de subsidieverstrekking niet in overeenstemming is met enige andere bepaling van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;
f. de aanvraag betrekking heeft op hetgeen bedoeld is in artikel 3.1, onderdeel d, de energie voor de aandrijving wordt geleverd door een batterijpakket dat lood bevat;
f. de aanvraag betrekking heeft op hetgeen bedoeld is in artikel 3.1, onderdeel c, de energie voor de aandrijving wordt geleverd door een accupakket dat lood bevat;
g. de aanvrager niet staat geregistreerd als onderneming in de bouwsector op basis van de Standaard Bedrijfsindeling van het Centraal Bureau voor de Statistiek;
h. de schriftelijke overeenkomst of overeenkomsten ten behoeve van de maatregelen, bedoeld in artikel 3.1, ten tijde van indiening van de aanvraag reeds is of zijn gesloten en geen contractuele mogelijkheid meer biedt om de overeenkomst rechtsgeldig te kunnen ontbinden;
i. een typegoedkeuring van het nabehandelingssysteem ontbreekt zoals voorgeschreven in bijlage 3;
j. de aanvrager op grond van Europees recht al verplicht is om een maatregel zoals beschreven in artikel 3.1 uit te voeren;
k. het bouwwerktuig niet in de handel is gebracht met inachtneming van de voorschriften die bij of krachtens hoofdstuk 3 van het Warenwetbesluit machines zijn gesteld of zonder EG-verklaring van conformiteit of geschiktheid als bedoeld in artikel 26a van de Spoorwegwet; of
l. de aanvraag niet voldoet aan de in de regeling gestelde regels;
m. de hulpfunctie geen gebruikstoestand kent waarbij de verbrandingsmotor automatisch wordt afgeschakeld als de elektromotor van de hulpfunctie wordt gebruikt en het batterijpakket niet met een stekker oplaadbaar is;
n. de hulpfunctie niet is gemonteerd op een voertuig met ten minste milieuklasse Euro VI of bouwwerktuig met ten minste milieuklasse fase V.
h. de schriftelijke overeenkomst of overeenkomsten ten behoeve van het uitvoeren van de maatregelen, bedoeld in artikel 3.1, ten tijde van de indiening van de aanvraag reeds is of zijn gesloten die ten tijde van de aanvraag om subsidieverlening geen onherroepelijke verplichtingen mag bevatten en niet gedateerd mag zijn voor 1 januari 2022;
i. een typegoedkeuring of een enkelstukskeuringbewijs van het nabehandelingssysteem ontbreekt zoals voorgeschreven in bijlage 3;
j. de aanvraag betrekking heeft op de installatie van een SCR-katalysator op een bouwmachine zonder dat een roetfilter is of wordt gemonteerd, tenzij dit aantoonbaar niet mogelijk is;
k. de aanvrager op grond van Europees recht al verplicht is om een maatregel zoals beschreven in artikel 3.1 uit te voeren;
l. de bouwmachine niet in de handel is gebracht met inachtneming van de voorschriften die bij of krachtens hoofdstuk 3 van het Warenwetbesluit machines zijn gesteld of zonder EG-verklaring van conformiteit of geschiktheid als bedoeld in artikel 26a van de Spoorwegwet; of
m. de aanvraag niet voldoet aan de in de regeling gestelde regels.
### Artikel 3.7
@ -421,7 +317,7 @@ De beschikking op een aanvraag wordt gegeven binnen 13 weken na de datum van ont
### Artikel 3.8
De Minister verstrekt ambtshalve, gelijktijdig met de beschikking tot subsidieverlening, een voorschot van 70%.
De Minister verstrekt ambtshalve, gelijktijdig met de beschikking tot subsidieverlening, een voorschot van 90%.
### Artikel 3.9
@ -437,11 +333,10 @@ De Minister verstrekt ambtshalve, gelijktijdig met de beschikking tot subsidieve
Bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie worden in elk geval de volgende gegevens verstrekt:
a. bijbehorende factuur, waarop het kenteken of serienummer vermeld staat, en het betaalbewijs aangaande maatregelen als bedoeld in artikel 3.1;
b. indien van toepassing, het kenteken van het gesubsidieerde omgebouwde bouwwerktuig;
c. indien bij de aanvraag subsidieverlening voor een maatregel als bedoeld in artikel 3.1, onderdelen a, b en c, geen rapport typegoedkeuring aanwezig was, een enkelstuksgoedkeuring afgegeven door een gecertificeerd meetbedrijf overeenkomstig ISO 9001, 9003,17020, 17025, VCA, NEN 14001 of daaraan gelijk, zoals voorgeschreven is in bijlage 3;
d. een verklaring dat het aangepaste bouwwerktuig in de handel is gebracht of in gebruik genomen met inachtneming van de voorschriften die bij of krachtens hoofdstuk 3 van het Warenwetbesluit machines zijn gesteld of met EG-verklaring van conformiteit of geschiktheid als bedoeld in artikel 26a van de Spoorwegwet;
e. fotos van het huidige bouwwerktuig, hulpfunctie of zeegaand bouwwerktuig, inclusief kenteken of serienummer, in de situatie na de retrofit, waarop de onderdelen zichtbaar zijn waarop de retrofit zijn toegepast.
a. bijbehorende factuur en het betaalbewijs aangaande maatregelen als bedoeld in artikel 3.1;
b. indien van toepassing, het kenteken van de gesubsidieerde omgebouwde bouwmachine;
c. indien bij de aanvraag subsidieverlening geen rapport typegoedkeuring aanwezig was, een enkelstuksgoedkeuring zoals voorgeschreven is in bijlage 3;
d. een verklaring dat de aangepaste bouwmachine in de handel is gebracht of in gebruik genomen met inachtneming van de voorschriften die bij of krachtens hoofdstuk 3 van het Warenwetbesluit machines zijn gesteld of met EG-verklaring van conformiteit of geschiktheid als bedoeld in artikel 26a van de Spoorwegwet.
### Artikel 3.10
@ -457,21 +352,25 @@ a. onverwijld schriftelijk mededeling aan de Minister te doen van gewijzigde oms
b. om op verzoek van de Minister alle gevraagde medewerking te verlenen aan de uitvoering van de verplichtingen die zijn gesteld in deze regeling en de beschikkingen;
c. om op verzoek van de Minister alle gevraagde medewerking te verlenen aan een door de Minister ter zake van de toepassing en de effecten van deze regeling ingesteld evaluatieonderzoek, die de Minister redelijkerwijs nodig heeft voor de uitvoering van dat evaluatieonderzoek.
**2.** De subsidieontvanger is verplicht, voor het bouwwerktuig dat met een retrofit-nabehandelingsysteem is uitgerust, om gedurende de instandhoudingstermijn jaarlijks, uiterlijk 2 maanden na een volledig jaar nadat de maatregel in gebruik is genomen, het verbruik van ureumoplossing, die overeenkomstig ISO 22241 is vervaardigd, te rapporteren.
**2.** Om een adequate emissiereducerende werking te borgen van de maatregelen, bedoeld in artikel 3.1, onderdelen a, b en c, toont een gecertificeerd meetbedrijf overeenkomstig ISO 9001, 9003, 17020, 17025, VCA, NEN 14001 of daaraan gelijk aan, dat de SCR-katalysator een typegoedkeuring heeft overeenkomstig bijlage 3 of de bouwmachine met SCR-katalysator een enkelstukskeuringbewijs heeft overeenkomstig bijlage 3;
**3.** Op verzoek van de Minister werkt de subsidieontvanger mee aan de monitoring van emissies van het gesubsidieerde bouwwerktuig of zeegaand bouwvaartuig overeenkomstig bijlage 3 gedurende 48 maanden na vaststelling van de subsidie.
**3.** Om een adequate emissiereducerende werking te borgen van de maatregelen, bedoeld in artikel 3.1, toont een gecertificeerd meetbedrijf overeenkomstig ISO 9001, 9003, 17020, 17025, VCA, NEN 14001 of daaraan gelijk aan dat de emissienorm, bedoeld in artikel 3.1, onderdeel e, is behaald met een emissietest overeenkomstig de testprocedure voorgeschreven in bijlage 3.
**4.** De subsidieontvanger heeft gedurende 48 maanden na vaststelling van de gesubsidieerde ombouw van het bouwwerktuig, zonder overdracht aan derden, in eigendom, en gebruikt deze hoofdzakelijk in de bouwsector. Gedurende 48 maanden na de vaststelling van de subsidie toont de subsidieontvanger desgevraagd aan dat het bouwwerktuig hoofdzakelijk in Nederland en hoofdzakelijk in de bouwsector is ingezet.
**4.** De subsidieontvanger is verplicht, voor de bouwmachine die met een retrofit-nabehandelingsysteem is uitgerust, om gedurende de instandhoudingstermijn jaarlijks, uiterlijk 2 maanden na een volledig jaar nadat de maatregel in gebruik is genomen, het verbruik van ureumoplossing, die overeenkomstig ISO 22241 is vervaardigd, te rapporteren. Voor het zeegaande bouwvaartuig dat met retrofit-nabehandeling is uitgerust worden gedurende de instandhoudingstermijn jaarlijks, uiterlijk 2 maanden na een volledig jaar nadat de maatregel in gebruik is genomen, het verbruik van zowel de hoeveelheid brandstof als van de ureumoplossing verstrekt.
**5.** De subsidieontvanger heeft gedurende 48 maanden na vaststelling van de subsidie het zeegaand bouwvaartuig, zonder overdracht aan derden, in eigendom. Gedurende 48 maanden na de vaststelling van de subsidie van het zeegaand bouwvaartuig toont de subsidieontvanger jaarlijks, uiterlijk 2 maanden na een volledig jaar nadat de maatregel in gebruik is genomen, met het *Supplytime Charter Agreement* of logboek het aantal dagen aan dat het vaartuig werkzaamheden heeft verricht in de Nederlandse exclusieve economische zone. De eis is ten minste gemiddeld 60 dagen per jaar gedurende de eerste 48 maanden na vaststelling van de subsidie.
**5.** Op verzoek van de Minister werkt de subsidieontvanger mee aan de monitoring van emissies van de gesubsidieerde bouwmachine of zeegaand bouwvaartuig overeenkomstig bijlage 3 gedurende 48 maanden na vaststelling van de subsidie.
**6.** De Minister kan bij de beschikking tot verlening of vaststelling van de subsidie op grond van dit hoofdstuk nadere verplichtingen opleggen.
**6.** De subsidieontvanger heeft gedurende 48 maanden na vaststelling van de gesubsidieerde ombouw van de bouwmachine, zonder overdracht aan derden, in eigendom, en gebruikt deze hoofdzakelijk in de bouwsector. Gedurende 48 maanden na de vaststelling van de subsidie toont de subsidieontvanger desgevraagd aan dat de bouwmachine hoofdzakelijk in Nederland en hoofdzakelijk in de bouwsector is ingezet.
**7.** De subsidieontvanger heeft gedurende 48 maanden na vaststelling van de subsidie het zeegaand bouwvaartuig, zonder overdracht aan derden, in eigendom. Gedurende 48 maanden na de vaststelling van de subsidie van het zeegaand bouwvaartuig toont de subsidieontvanger jaarlijks, uiterlijk 2 maanden na een volledig jaar nadat de maatregel in gebruik is genomen, met het *Supplytime Charter Agreement* of logboek het aantal dagen aan dat het vaartuig werkzaamheden heeft verricht in de Nederlandse exclusieve economische zone. De eis is ten minste gemiddeld 60 dagen per jaar gedurende de eerste 48 maanden na vaststelling van de subsidie.
**8.** De Minister kan bij de beschikking tot verlening of vaststelling van de subsidie op grond van dit hoofdstuk nadere verplichtingen opleggen.
### Artikel 3.12
**1.** Indien niet is voldaan aan het bepaalde in artikel 3.11 kan de Minister, onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:49 en 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht, besluiten de vaststelling van de subsidie te wijzigen en het onverschuldigd betaalde deel van de subsidie terug te vorderen.
**2.** Het terug te vorderen bedrag wordt bepaald door de subsidie te verminderen met 1/48e van het verstrekte subsidiebedrag vermenigvuldigd met het aantal volledige maanden waarin niet is voldaan aan de verplichtingen, genoemd in artikel 3.11, vierde en vijfde lid, inzake de verplichting om het bouwwerktuig in eigendom te houden en hoofdzakelijk te gebruiken in de bouwsector in Nederland.
**2.** Het terug te vorderen bedrag wordt bepaald door de subsidie te verminderen met 1/48e van het verstrekte subsidiebedrag vermenigvuldigd met het aantal volledige maanden waarin niet is voldaan aan de verplichtingen, genoemd in artikel 3.11, zesde en zevende lid, inzake de verplichting om de bouwmachine in eigendom te houden en hoofdzakelijk te gebruiken in de bouwsector in Nederland.
## Hoofdstuk 4. Innovatiesubsidie
@ -479,7 +378,7 @@ c. om op verzoek van de Minister alle gevraagde medewerking te verlenen aan een
De Minister kan subsidie verstrekken voor activiteiten die in Nederland worden uitgevoerd en bijdragen aan het realiseren van de doelstelling van de regeling als bedoeld in artikel 1.2, onderdeel c, in de vorm van:
a. een project experimentele ontwikkeling dat bijdraagt aan het versnellen van de ontwikkeling van emissieloze bouwmachines of bouwmachines met mono-fuel waterstofverbrandingsmotor in de pre-commerciële fase, de uitrol of het gebruik van infrastructuur voor alternatieve energiedragers voor emissieloze bouwmachines of oplaadsystemen voor het laden al dan niet ontladen van accus van emissieloze bouwmachines met uitzondering van de energieopwekking ten behoeve van het opladen;
a. een project experimentele ontwikkeling dat bijdraagt aan het versnellen van de ontwikkeling van emissieloze bouwmachines in de pre-commerciële fase, de uitrol of het gebruik van infrastructuur voor alternatieve energiedragers voor emissieloze bouwmachines of oplaadsystemen voor het laden al dan niet ontladen van accus van emissieloze bouwmachines met uitzondering van de energieopwekking ten behoeve van het opladen;
b. een project haalbaarheidsstudie aangaande de haalbaarheid van een project experimentele ontwikkeling als bedoeld in onderdeel a.
### Artikel 4.2
@ -491,68 +390,35 @@ De maximale duur van projecten waarvoor subsidie kan worden verstrekt is:
a. bij een project experimentele ontwikkeling: 2 jaar;
b. bij een project haalbaarheidsstudie: 6 maanden.
**2.** De aanvrager kan een verzoek doen tot verlenging van de maximale duur van een project, bedoeld in het eerste lid, van ten hoogste de helft van de oorspronkelijke looptijd, indien hij kan aantonen dat dit project vanwege overmacht is vertraagd.
**2.** De aanvrager kan een verzoek doen tot verlenging van de maximale duur van een project, bedoeld in het eerste lid, van ten hoogste 4 maanden, indien hij kan aantonen dat dit project vanwege overmacht is vertraagd.
### Artikel 4.3
**1.**
**1.** Het subsidieplafond in 2022 voor projecten experimentele ontwikkeling als bedoeld in artikel 4.1, onderdeel a, bedraagt € 9.000.000,-.
Het subsidieplafond bedraagt:
**2.** Het subsidieplafond in 2022 voor projecten haalbaarheidsstudie als bedoeld in artikel 4.1, onderdeel b, bedraagt € 1.000.000,-.
a. in 2022:
1°. voor projecten experimentele ontwikkeling als bedoeld in artikel 4.1, onderdeel a, € 9.000.000;
2°. voor projecten haalbaarheidsstudies als bedoeld in artikel 4.1, onderdeel b, € 1.000.000.
b. in 2023:
1°. voor projecten experimentele ontwikkeling als bedoeld in artikel 4.1, onderdeel a, € 9.000.000;
2°. Voor projecten haalbaarheidsstudies als bedoeld in artikel 4.1, onderdeel b, € 1.000.000.
c. in 2024:
1°. voor projecten experimentele ontwikkeling als bedoeld in artikel 4.1, onderdeel a, € 9.000.000;
2°. Voor projecten haalbaarheidsstudies als bedoeld in artikel 4.1, onderdeel b, € 1.000.000.
d. in 2025:
1°. voor projecten experimentele ontwikkeling als bedoeld in artikel 4.1, onderdeel a, € 9.000.000;
2°. Voor projecten haalbaarheidsstudies als bedoeld in artikel 4.1, onderdeel b, € 1.000.000.
e. in 2026:
1°. voor projecten experimentele ontwikkeling als bedoeld in artikel 4.1, onderdeel a, € 11.000.000;
2°. Voor projecten haalbaarheidsstudies als bedoeld in artikel 4.1, onderdeel b, € 1.000.000.
**2.** Indien een of beide subsidieplafonds, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, na 1 juni 2026 ontoereikend zijn om alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen te kunnen toewijzen, kunnen de bedragen worden aangevuld met de onaangesproken middelen gereserveerd op grond van artikel 2.3, eerste lid, onderdeel e, onder 1°, artikel 3.3, eerste lid, onderdeel e, of artikel 4.3, eerste lid, onderdeel e, onder 1° of 2°.
**3.** Indien na 1 juni 2026 budget voor subsidieaanvragen op grond van hoofdstuk 4 deels onaangesproken is gebleven, kan dit gebruikt worden voor aanvragen op grond van hoofdstuk 2 of hoofdstuk 3.
**4.** Indien een goedgekeurde aanvraag voor een project haalbaarheidsstudie of een project experimentele ontwikkeling betrekking heeft op laadinfrastructuur kan budget van artikel 2.3, eerste lid, onderdeel e, onder 2°, worden ingezet voor aanvragen onder hoofdstuk 4 van deze regeling ter hoogte van het aangevraagde bedrag.
**3.** De Minister stelt de subsidieplafonds voor de jaren na 2022 vast en maakt deze bekend in de Staatscourant voor aanvang van het tijdvak waarvoor het wordt vastgesteld.
### Artikel 4.4
**1.**
Een aanvraag tot subsidieverlening voor een project haalbaarheidsstudie kan worden ingediend bij de Minister in de volgende perioden:
Een aanvraag tot subsidieverlening voor een project haalbaarheidsstudie kan worden ingediend bij RVO in de volgende perioden:
a. in 2022 van 9 mei 2022, 9.00 uur tot en met 30 december 2022, 12.00 uur;
b. in 2023 van 9 mei 2023, 9.00 uur tot en met 31 oktober 2023, 12.00 uur;
c. in 2024 van 5 maart 2024, 9.00 uur tot en met 31 oktober 2024 12.00 uur;
d. in 2025 van 4 maart 2025, 9.00 uur tot en met 31 oktober 2025, 17.00 uur;
e. in 2026 van 3 maart 2026, 9.00 uur tot en met 30 oktober 2026, 17.00 uur.
b. in 2023 van 2 januari 2023, 9.00 uur tot en met 31 december 2023, 12.00 uur;
c. in 2024 van 2 januari 2024, 9.00 uur tot en met 31 december 2024, 12.00 uur;
d. in 2025 van 2 januari 2025, 9.00 uur tot en met 31 december 2025, 12.00 uur;
e. in 2026 van 2 januari 2026, 9.00 uur tot en met 31 december 2026, 12.00 uur.
**2.**
**2.** Een aanvraag tot subsidieverlening voor een project experimentele ontwikkeling kan worden ingediend van 31 mei tot en met 31 augustus 2022, 17.00 uur.
Een aanvraag tot subsidieverlening voor een project experimentele ontwikkeling kan worden ingediend bij de Minister in de volgende perioden:
a. in 2022 van 31 mei 2022 tot en met 31 augustus 2022, 17.00 uur;
b. in 2023 van 9 mei 2023 tot en met 6 september 2023, 17.00 uur;
c. in 2024 van 5 maart 2024 tot en met 29 augustus 2024, 17.00 uur;
d. in 2025 van 4 maart 2025 tot en met 28 augustus 2025, 17.00 uur;
e. in 2026 van 12 mei 2026, 9.00 tot en met 30 oktober 2026, 17.00 uur.
**3.** De Minister kan per kalenderjaar voor projecten experimentele ontwikkeling een of meer aanvraagperioden vaststellen en maakt die bekend in de Staatscourant voor de aanvang van het tijdvak waarvoor de aanvraagperioden worden vastgesteld.
### Artikel 4.5
**1.** Bij een project experimentele ontwikkeling en een project haalbaarheidsstudie kan, in afwijking van artikel 1.1, een aanvraag voor subsidie op grond van dit hoofdstuk, worden ingediend door een onderneming met een vestiging in Nederland die in staat is de experimentele ontwikkeling, die onderwerp is van het project, uit te voeren waarbij het mogelijk is in een samenwerkingsverband van die ondernemingen of een niet-gouvernementele organisatie of een publiek-gefinancierde onderzoeksorganisatie uit te voeren, waarbij een van de daaraan deelnemende ondernemingen door het samenwerkingsverband is aangewezen als penvoerder.
**2.** Op aanvragen van een samenwerkingsverband als bedoeld in het eerste lid, zijn artikel 1 en 26 Kaderbesluit subsidies I en M van overeenkomstige toepassing.
Bij een project experimentele ontwikkeling en een project haalbaarheidsstudie kan, in afwijking van artikel 1.1, een aanvraag voor subsidie op grond van dit hoofdstuk, worden ingediend door een onderneming met een vestiging in Nederland die in staat is de experimentele ontwikkeling, die onderwerp is van het project, uit te voeren waarbij het mogelijk is in een samenwerkingsverband van die ondernemingen of een niet-gouvernementele organisatie of een publiek-gefinancierde onderzoeksorganisaties uit te voeren, waarbij een van de daaraan deelnemende ondernemingen door het samenwerkingsverband is aangewezen als penvoerder.
### Artikel 4.6
@ -563,32 +429,27 @@ e. in 2026 van 12 mei 2026, 9.00 tot en met 30 oktober 2026, 17.00 uur.
Met overeenkomstige toepassing van artikel 10, vierde lid, van het Kaderbesluit bevat een aanvraag in ieder geval:
a. de gegevens, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
b. de gegevens, bedoeld in bijlage III van de Algemene groepsvrijstellingsverordening, indien het een aanvraag tot subsidieverlening betreft van meer dan € 100.000,-;
c. een onderbouwing van de wijze waarop het eigen aandeel in de projectkosten door de deelnemers van het samenwerkingsverband wordt gefinancierd, indien een aanvraag door een onderneming wordt ingediend;
d. een onderbouwing dat de experimentele ontwikkeling die onderwerp is van het haalbaarheidsproject, door de aanvrager uitgevoerd kan worden;
e. een onderbouwing van de wijze waarop het eigen aandeel in de projectkosten door de deelnemers van het samenwerkingsverband wordt gefinancierd, indien een aanvraag namens de deelnemers van een samenwerkingsverband wordt ingediend.
b. de gegevens, bedoeld in bijlage III van de Algemene groepsvrijstellingsverordening, indien het een aanvraag tot subsidieverlening betreft van meer dan € 500.000,-;
c. een onderbouwing van de wijze waarop het eigen aandeel in de projectkosten door de deelnemers van het samenwerkingsverband wordt gefinancierd, indien een aanvraag namens de deelnemers van een samenwerkingsverband wordt ingediend;
d. een onderbouwing dat de experimentele ontwikkeling die onderwerp is van het haalbaarheidsproject, door de aanvrager uitgevoerd kan worden.
### Artikel 4.7
**1.** Voor een project haalbaarheidsstudie vindt de subsidieverdeling plaats op volgorde van binnenkomst van volledige aanvragen.
**2.** Voor een project experimentele ontwikkeling vindt de subsidieverdeling plaats op volgorde van binnenkomst van volledige aanvragen die tenminste 70 punten hebben behaald volgens de beoordelingscriteria en maximale puntentoedeling zoals vastgelegd in bijlage 2 bij deze regeling.
**2.** Voor een project experimentele ontwikkeling vindt de subsidieverdeling plaats aan de hand van een rangschikking, overeenkomstig artikel 4.8, van de aanvragen die voor subsidieverstrekking in aanmerking komen.
**3.** Indien de Minister op de dag waarop het subsidieplafond voor projecten experimentele ontwikkeling is bereikt, meerdere volledige aanvragen om subsidieverlening heeft ontvangen, vindt de subsidieverdeling plaats aan de hand van een rangschikking, overeenkomstig artikel 4.8.
**3.** Indien twee of meer aanvragen voor projecten experimentele ontwikkeling op dezelfde plaats in de rangschikking terechtkomen wordt door middel van loting de definitieve plaats in de rangschikking bepaald.
**4.** Indien op de dag waarop het subsidieplafond voor projecten experimentele ontwikkeling is bereikt, twee of meer aanvragen op dezelfde plaats in de rangschikking terechtkomen wordt door middel van loting de definitieve plaats in de rangschikking bepaald.
**4.** In afwijking van het eerste lid en tweede lid vindt, indien een gevraagde subsidie niet geheel doch voor ten minste 70 procent kan worden verstrekt omdat het subsidieplafond, bedoeld in 4.3, bijna is bereikt, overleg plaats met de aanvrager over het al dan niet geven van een beschikking houdende een afwijking van het subsidiebedrag dat is aangevraagd.
**5.** In afwijking van het eerste lid en tweede lid vindt, indien een gevraagde subsidie niet geheel doch voor ten minste 70 procent kan worden verstrekt omdat het subsidieplafond, bedoeld in 4.3, bijna is bereikt, overleg plaats met de aanvrager over het al dan niet geven van een beschikking houdende een afwijking van het subsidiebedrag dat is aangevraagd.
**5.** Aan de aanvrager van een subsidie voor een project experimentele ontwikkeling worden maximaal twee subsidies verstrekt per periode als bedoeld in artikel 4.4, tweede lid, of derde lid.
**6.** Aan de aanvrager van een subsidie voor een project experimentele ontwikkeling worden maximaal twee subsidies verstrekt per aanvraagperiode.
**7.** Aan de aanvrager van een subsidie voor een project haalbaarheidsstudie worden maximaal drie subsidies verstrekt per aanvraagperiode.
**8.** Op aanvragen als bedoeld in het eerste lid, is artikel 2.4, tweede en derde lid, van toepassing.
**6.** Aan de aanvrager van een subsidie voor een project haalbaarheidsstudie worden maximaal drie subsidies verstrekt per periode als bedoeld in artikel 4.4, eerste lid onderdelen a tot en met e.
### Artikel 4.8
**1.** De aanvragen voor projecten experimentele ontwikkeling worden beoordeeld en indien nodig gerangschikt, zoals vastgelegd in bijlage 2 bij deze regeling.
**1.** De aanvragen voor projecten experimentele ontwikkeling worden beoordeeld en gerangschikt op onderwerp, impact en kwaliteit van het project, zoals vastgelegd in bijlage 2 bij deze regeling.
**2.** Bij de beoordeling worden punten toegekend, met een maximum van 100 punten per aanvraag.
@ -599,13 +460,12 @@ Een subsidieaanvraag wordt, met toepassing van het bepaalde in artikel 12 van he
a. er al een subsidie is verstrekt op grond van dit hoofdstuk voor hetzelfde project;
b. er sprake is van ongeoorloofde cumulatie van steun als bedoeld in artikel 8 van de Algemene groepsvrijstellingsverordening die de maximale steunintensiteit overschrijdt;
c. er sprake is van een onderneming of organisatie, bedoeld in artikel 4.5, in moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, achttiende lid, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening;
d. de werkzaamheden aan het project reeds zijn aangevangen voordat de aanvraag voor dat project is ingediend en het stimulerend effect als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening daardoor ontbreekt;
d. de werkzaamheden aan het reeds project zijn aangevangen voordat de aanvraag voor dat project is ingediend en het stimulerend effect als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening daardoor ontbreekt;
e. de subsidieverstrekking niet in overeenstemming is met enige andere bepaling in de Algemene groepsvrijstellingsverordening;
f. een project experimentele ontwikkeling minder dan 70 punten heeft behaald volgens de beoordelingscriteria en maximale puntentoedeling zoals vastgelegd in bijlage 2 bij deze regeling;
f. een project experimentele ontwikkeling minder dan 70 punten heeft behaald in de rangschikking;
g. voor een projectaanvraag niet kan worden aangetoond dat er overleg is geweest of gedurende het project zal zijn over toelating met de Rijksdienst voor het Wegverkeer of Inspectie Leefomgeving en Transport, indien toelating tot weg, spoor of water essentieel is voor het project;
h. de aanvrager van een project haalbaarheidsstudie niet in staat wordt geacht om de resultaten daarvan zelf in een project experimentele ontwikkeling voort te zetten;
i. in geval van een project haalbaarheidsstudie de subsidiabele projectkosten voor meer dan 25% bestaan uit testkosten ter beantwoording van haalbaarheidsvragen; of
j. de aanvraag niet voldoet aan de in de regeling gestelde regels.
h. de aanvrager van een project haalbaarheidsstudie niet in staat wordt geacht om de resultaten daarvan zelf in een project experimentele ontwikkeling voort te zetten; of
i. de aanvraag niet voldoet aan de in de regeling gestelde regels.
### Artikel 4.10
@ -617,8 +477,8 @@ De beschikking op een aanvraag wordt gegeven binnen 13 weken na de datum van ont
Het maximale subsidiepercentage en het maximale subsidiebedrag bedragen:
a. bij een project experimentele ontwikkeling: 25% van de in aanmerking komende kosten voor emissieloze bouwmachines en infrastructuur voor emissieloze bouwmachines voor alternatieve energiedragers of oplaadsystemen voor het laden al dan niet ontladen van accus van emissieloze bouwmachines met uitzondering van de energieopwekking ten behoeve van het opladen, en maximaal € 1.500.000;
b. bij een project haalbaarheidsstudie: 50% van de in aanmerking komende kosten voor de haalbaarheidsstudie, en maximaal € 50.000.
a. bij een project experimentele ontwikkeling: het maximale percentage genoemd in artikel 25, vijfde lid, onderdeel c van de Algemene groepsvrijstellingsverordening van de in aanmerking komende kosten voor emissieloze bouwmachines en infrastructuur voor emissieloze bouwmachines voor alternatieve energiedragers of oplaadsystemen voor het laden al dan niet ontladen van accus van emissieloze bouwmachines met uitzondering van de energieopwekking ten behoeve van het opladen, en maximaal € 1.000.000,;
b. bij een project haalbaarheidsstudie: het maximale percentage genoemd in artikel 25, vijfde lid, onderdeel d, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening van de in aanmerking komende kosten voor de haalbaarheidsstudie, en maximaal € 50.000.
**2.** Binnen de kaders van artikel 25, zesde lid onder a, en zevende lid, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening, wordt de steunintensiteit met 10 procentpunten verhoogd voor subsidie aan middelgrote of kleine ondernemingen.
@ -627,8 +487,7 @@ b. bij een project haalbaarheidsstudie: 50% van de in aanmerking komende kosten
Conform artikel 25, zesde lid, onderdeel b, van de Algemene groepsvrijstellingsverordening, wordt de steunintensiteit met 15 procentpunten verhoogd, indien:
a. de projectresultaten ruim worden verspreid via conferenties, publicaties, open access-repositories, of gratis of opensource-software;
b. er sprake is van samenwerking tussen ondernemingen waarvan er ten minste één een kleine of middelgrote onderneming is, waarbij geen van de ondernemingen meer dan 70 procent van de in aanmerking komende kosten voor haar rekening neemt;
c. er sprake is van samenwerking tussen een onderneming en één of meer organisaties voor onderzoek en kennisverspreiding, waarbij deze organisaties ten minste 10% van de in aanmerking komende kosten dragen en het recht hebben hun eigen onderzoeksresultaten te publiceren.
b. er sprake is van samenwerking tussen ondernemingen waarvan er ten minste één een kleine of middelgrote onderneming is, waarbij geen van de ondernemingen meer dan 70 procent van de in aanmerking komende kosten voor haar rekening neemt.
### Artikel 4.12
@ -714,19 +573,11 @@ d. de invloed die het project heeft gehad op energieverbruik, emissies, kostprij
**2.** Een aanvraag tot subsidievaststelling op grond van dit hoofdstuk wordt ingediend door middel van een daartoe vastgesteld formulier dat beschikbaar is via de website van RVO.
**3.** Bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt in ieder geval het eindrapport verstrekt en overige verplichte verantwoording krachtens artikel 4.17, alsmede een overzicht van de gerealiseerde kosten en een toelichting op afwijkingen ten opzichte van de begroting, het totale bedrag van de gerealiseerde opbrengsten, inclusief bijdragen van derden en het totale bedrag van de gerealiseerde eigen bijdrage.
**4.**
De subsidieontvanger voegt bij de aanvraag tot subsidievaststelling voor een subsidie van € 125.000 of meer:
a. een financiële verantwoording;
b. indien de gemaakte kosten 10% of meer afwijken van de onderbouwde begrotingspost van de aanvraag: een toelichting daarop; en
c. een controleverklaring.
**3.** Bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt in ieder geval het eindrapport verstrekt en overige verplichte verantwoording krachtens artikel 4.17.
### Artikel 4.19
Betalingen van de Minister vinden plaats op een bankrekening die op naam staat van de aanvrager of, in het geval van een samenwerkingsverband, op naam staat van de penvoerder. Het resterende bedrag, na betaling van het voorschot, wordt gelijktijdig met de beschikking tot subsidievaststelling verstrekt.
Betalingen van de Minister vinden plaats op een bankrekening die op naam staat van de aanvrager of, in het geval van een samenwerkingsverband, op naam staat van de penvoerender. Het resterende bedrag, na betaling van het voorschot, wordt gelijktijdig met de beschikking tot subsidievaststelling verstrekt.
### Artikel 4.20
@ -767,12 +618,8 @@ Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling schoon en emissieloos bouwm
## Bijlage 1. Lijst van bouwmachines en zeegaande bouwvaartuigen, behorende bij
Hier wordt in een lijst aangegeven welke machines in deze regeling onder de definitie van bouwmachine of zeegaand bouwvaartuig vallen, en daarmee in aanmerking komen voor aanschaf- of retrofitsubsidie, mits de aanvragen voldoen aan alle andere in de regeling vermelde eisen.
Hier wordt in een lijst aangegeven welke machines in deze regeling onder de definitie van bouwmachine of zeegaand bouwvaartuig vallen, en daarmee in aanmerking komen voor aanschaf- of retrofitsubsidie, mits de aanvragen voldoen aan alle andere in de regeling vermelde eisen. Vermeldingen zijn per categorie in alfabetische volgorde.
^1 Subsidiabel zijn uitsluitend aanvullende verwisselbare batterijpakketten ingediend bij een aanvraag voor ombouw naar een emissieloos bouwwerktuig dat gebruik maakt van verwisselbare batterijpakketten volgens artikel 3.2, eerste lid, onderdeel d.
## Bijlage 2. Beoordelingscriteria projecten experimentele ontwikkeling en maximale puntentoedeling, behorende bij
In deze bijlage zijn de beoordelingscriteria en maximale puntentoedeling opgenomen. Er zijn daarbij twee typen projecten te onderscheiden, namelijk projecten gericht op technische ontwikkeling en projecten gericht op het opdoen van praktijkervaring. Voor deze projecten geldt een aparte puntentoedeling in de tabel hieronder. Bij beide projecttypen gaat het om een project experimentele ontwikkeling.
## Bijlage 2. Beoordelingscriteria projecten experimentele ontwikkeling en maximale puntentoedeling, behorende bij de
## Bijlage 3. Protocol voor typegoedkeuring UNECE R132 en enkelstukskeuring ISO 8178, behorende bij de