diff --git a/amvb/lozingenbesluit-open-teelt-en-veehouderij/BWBR0011133/README.md b/amvb/lozingenbesluit-open-teelt-en-veehouderij/BWBR0011133/README.md index 6eee9a42222..97de52400fd 100644 --- a/amvb/lozingenbesluit-open-teelt-en-veehouderij/BWBR0011133/README.md +++ b/amvb/lozingenbesluit-open-teelt-en-veehouderij/BWBR0011133/README.md @@ -27,15 +27,15 @@ f. *biologische teelt:* teelt uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde bij of krac g. *condenswater:* water dat bij afkoeling van lucht in koelinstallaties en langs koude oppervlakken in bewaarruimten ontstaat; h. *controlevoorziening:* voorziening ten behoeve van het nemen van monsters; i. *driftarme dop:* een spuitdop die in het toe te passen drukbereik vergeleken met de grensdop van de klasse fijn en midden volgens de British Crop Protection Council (BCPC)-klassificatie (31-030-F110 bij 3 bar), een 50% kleiner volumepercentage druppels met een diameter kleiner dan 100 μm produceert; -j. *emissiescherm:* tijdens het gebruiken van een bestrijdingsmiddel of bladmeststof aanwezige, aan de grond verankerde barrière van ondoorlatend materiaal of van gaas met een windreductie van 50% of meer, die van tenminste gelijke hoogte is als de bovenste in gebruik zijnde spuitdop van de gebruikte apparatuur én van tenminste gelijke hoogte als het gewas op het perceel, die het verwaaien van spuitvloeistof naar het oppervlaktewater beperkt, die met uitzondering van een doorrijscherm op de kopakker aaneengesloten is; +j. *emissiescherm:* tijdens het gebruiken van een bestrijdingsmiddel of bladmeststof aanwezige, aan de grond verankerde barrière van ondoorlatend materiaal of van gaas met een windreductie van 50% of meer, die van tenminste gelijke hoogte is als de bovenste in gebruik zijnde spuitdop van de gebruikte apparatuur én van tenminste gelijke hoogte als het gewas op het perceel, die het verwaaien van spuitvloeistof naar een oppervlaktewaterlichaam beperkt, die met uitzondering van een doorrijscherm op de kopakker aaneengesloten is; k. *gewasbed:* strook beteelde grond die in de breedte wordt begrensd door een strook onbeteelde grond; h. *gewasbeschermingsmiddel:* gewasbeschermingsmiddel als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden; m. *hemelwater:* water dat als gevolg van neerslag op het perceel, het erf of de gebouwen terechtkomt; n. *huishoudelijk afvalwater:* afvalwater dat naar zijn aard en samenstelling overeenkomt met afvalwater afkomstig van een particulier huishouden; -o. *insteek van het oppervlaktewater:* snijpunt van de raaklijnen van het talud en het horizontale maaiveld; -p. *kantdop:* driftarme dop die als gevolg van de constructie en bevestiging aan de veldspuitapparatuur een tophoek van maximaal 90° kent en aan de zijde van het oppervlaktewater een verticale of nagenoeg verticale neerwaartse richting van het bestrijdingsmiddel creëert; -q. *kantstrooivoorziening:* voorziening die tijdens het toedienen van korrel- en poedervormige meststoffen bewerkstelligt dat de verspreiding van die meststoffen richting het oppervlaktewater wordt verhinderd; -r. *lozen:* het in oppervlaktewater brengen van afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen; +o. *insteek van een oppervlaktewaterlichaam:* snijpunt van de raaklijnen van het talud en het horizontale maaiveld; +p. *kantdop:* driftarme dop die als gevolg van de constructie en bevestiging aan de veldspuitapparatuur een tophoek van maximaal 90° kent en aan de zijde van een oppervlaktewaterlichaam een verticale of nagenoeg verticale neerwaartse richting van het bestrijdingsmiddel creëert; +q. *kantstrooivoorziening:* voorziening die tijdens het toedienen van korrel- en poedervormige meststoffen bewerkstelligt dat de verspreiding van die meststoffen richting een oppervlaktewaterlichaam wordt verhinderd; +r. *lozen:* het brengen van stoffen in een oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, van de Waterwet; s. *luchtondersteuning:* voorziening aan de spuitboom van veldspuitapparatuur, waarbij een separate luchtstroom een geforceerde neerwaartse richting van het bestrijdingsmiddel creëert; t. *meststoffen:* stoffen als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Meststoffenwet; u. *NEN:* door het Nederlands Normalisatie Instituut (NNI) uitgegeven norm; @@ -48,18 +48,17 @@ aa. *reflectiescherm:* verticale constructie aan een apparaat dat bestemd is voo bb. *riolering:* voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater als bedoeld in artikel 10.30 van de Wet milieubeheer of een daarop aangesloten bedrijfsriolering; cc. *spuitdop:* uitstroomopening van apparatuur die bestemd is voor het gebruiken van bestrijdingsmiddelen die in staat is spuitvloeistof zo te verdelen in druppels dat er op de grond of op het landbouwgewas een regelmatige verdeling ontstaat; dd. *spuitgeweer:* apparatuur die bestemd is voor het gebruiken van bestrijdingsmiddelen bestaande uit een spuitleiding die is voorzien van één spuitdop die met de hand wordt vastgehouden en bediend; -ee. *teeltvrije zone:* strook tussen de insteek van het oppervlaktewater en het te telen gewas waarop, behoudens grasland, geen gewas of niet hetzelfde gewas als op de rest van het perceel wordt geteeld; +ee. *teeltvrije zone:* strook tussen de insteek van een oppervlaktewaterlichaam en het te telen gewas waarop, behoudens grasland, geen gewas of niet hetzelfde gewas als op de rest van het perceel wordt geteeld; ff. *testcertificaat:* schriftelijke verklaring, afgegeven door een deskundig, onafhankelijk instituut, waaruit blijkt dat een driftarme dop, die bij het gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen wordt toegepast, voldoet aan de bij of krachtens dit besluit gestelde eisen ten aanzien van driftarme doppen; gg. *tunnelspuit:* apparatuur die is bestemd voor het gebruiken van bestrijdingsmiddelen in een gewasrij waarbij het verwaaien van spuitnevel wordt beperkt door een constructie die de gewasrij geheel of gedeeltelijk omsluit; -hh. *vanggewas:* tijdens het gebruiken van een bestrijdingsmiddel aanwezige barrière van bomen, struiken of andere gewassen welke van tenminste gelijke hoogte is als de bovenste in gebruik zijnde spuitdop van de gebruikte apparatuur én van tenminste gelijke hoogte als het gewas op het perceel, die het verwaaien van spuitvloeistof naar het oppervlaktewater beperkt, die met uitzondering van een doorrijscherm op de kopakker aaneengesloten is; +hh. *vanggewas:* tijdens het gebruiken van een bestrijdingsmiddel aanwezige barrière van bomen, struiken of andere gewassen welke van tenminste gelijke hoogte is als de bovenste in gebruik zijnde spuitdop van de gebruikte apparatuur én van tenminste gelijke hoogte als het gewas op het perceel, die het verwaaien van spuitvloeistof naar een oppervlaktewaterlichaam beperkt, die met uitzondering van een doorrijscherm op de kopakker aaneengesloten is; ii. *veldspuitapparatuur:* mechanisch voortbewogen apparatuur die bestemd is voor het gebruiken van bestrijdingsmiddelen, bestemd voor bovengrondse volveldsbehandeling in buitenteelten, die een overwegend neerwaartse uitstroming van de spuitvloeistof bewerkstelligt; -jj. *waterkwaliteitsbeheerder:* het bestuursorgaan dat overeenkomstig artikel 3 van de wet bevoegd is of zou zijn een vergunning te verlenen; -kk. *wet:* - Wet verontreiniging oppervlaktewateren. +jj. *wet:* + Waterwet. **2.** Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen, wordt de afstand tot de dichtstbijzijnde riolering berekend langs de kortste lijn waarlangs de afvoerleidingen zonder overwegende bezwaren kunnen worden aangelegd. -**3.** Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen, wordt in uiterwaarden en buitendijkse gebieden onder oppervlaktewater verstaan: beddingen waarin ten tijde van het lozen een aan het aardoppervlak en de open lucht grenzende watermassa voorkomt. +**3.** Voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen, wordt in uiterwaarden en buitendijkse gebieden onder oppervlaktewaterlichaam verstaan: beddingen waarin ten tijde van het lozen een aan het aardoppervlak en de open lucht grenzende watermassa voorkomt. **4.** @@ -70,11 +69,19 @@ b. het aantal mandagen per 365 dagen te vermenigvuldigen met de factor 0,0011. **5.** Dit besluit berust voor de artikelen 1, 2, 3, 5, 13, 15, 17, 21 en 25 mede op de artikelen 79 en 80 van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden. +### Artikel 1a + +Dit besluit berust mede op de artikelen 6.2, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, onderdeel b, 6.6 en 6.7 van de Waterwet. + +### Artikel 1b + +Hoofdstuk 6 van de Waterwet is mede van toepassing op handelingen waaromtrent regels zijn gesteld bij of krachtens de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, voor zover die handelingen plaatsvinden bij het verrichten van agrarische activiteiten. + ### Artikel 2 **1.** -Dit besluit is van toepassing op het lozen en het gebruiken van bestrijdingsmiddelen nabij oppervlaktewater ten gevolge van agrarische activiteiten dan wel van activiteiten die daarmee verband houden, met uitzondering van: +Dit besluit is van toepassing op het lozen en het gebruiken van bestrijdingsmiddelen nabij een oppervlaktewaterlichaam ten gevolge van agrarische activiteiten dan wel van activiteiten die daarmee verband houden, met uitzondering van: a. het lozen en het gebruiken van bestrijdingsmiddelen vanuit respectievelijk op bedrijfsterreinen die in belangrijke mate bestemd zijn voor technische dienstverlening aan derden voor gemechaniseerd agrarisch loonwerk; b. het lozen en het gebruiken van bestrijdingsmiddelen ten gevolge van glastuinbouwactiviteiten of activiteiten die daar direct mee verband houden, als bedoeld in het Besluit glastuinbouw. @@ -93,26 +100,26 @@ i. het lozen van huishoudelijk afvalwater met een omvang van meer dan 10 inwoner j. het lozen en het gebruiken van bestrijdingsmiddelen ten gevolge van respectievelijk bij de teelt van bloembollen of -knollen op hetzelfde gewasperceel gedurende een periode van twee of meer achtereenvolgende teeltseizoenen in de in bijlage II bij dit besluit aangewezen gebieden; k. het lozen en het gebruiken van bestrijdingsmiddelen waarvoor op de datum van het inwerking treden van dit besluit -1°. door de waterkwaliteitsbeheerder een aanvraag voor een vergunning op grond van artikel 1 van de wet is ontvangen dan wel -2°. een zodanige vergunning van kracht is, tenzij door de waterkwaliteitsbeheerder een aanvraag om intrekking is ontvangen vóór de datum van inwerking treden van het besluit; +1°. door de beheerder een aanvraag voor een vergunning op grond van artikel 1 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren is ontvangen dan wel +2°. een zodanige vergunning van kracht is, tenzij door de beheerder een aanvraag om intrekking is ontvangen vóór de datum van inwerking treden van het besluit; l. het lozen vanuit inrichtingen die behoren tot een categorie als bedoeld in bijlage I van de richtlijn (EG) nr. 96/61/EG van de Raad van de Europese Unie van 24 september 1996 inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging (PbEG L 257); m. het lozen ten gevolge van het sorteren of transporteren van landbouwgewassen. -**2.** De verboden, bedoeld in artikel 1, eerste en derde lid, van de wet, gelden niet voor het lozen met betrekking waartoe dit besluit van toepassing is. +**2.** De verboden, bedoeld in artikel 6.2 van de wet, gelden niet voor het lozen met betrekking waartoe dit besluit van toepassing is. **3.** Degene die agrarische activiteiten dan wel activiteiten die daarmee verband houden uitvoert neemt de bij en krachtens dit besluit gestelde voorschriften in acht. ### Artikel 3 -Indien een voorschrift dat is opgenomen in dit besluit inhoudt dat daarbij aangegeven middelen ter voorkoming of beperking van verontreiniging van het oppervlaktewater moeten worden toegepast, kan degene die agrarische activiteiten uitvoert andere middelen toepassen mits hij, voordat hij die andere middelen toepast, aan de waterkwaliteitsbeheerder aantoont dat met de door hem gekozen middelen een tenminste gelijkwaardige bescherming van het oppervlaktewater wordt bereikt. +Indien een voorschrift dat is opgenomen in dit besluit inhoudt dat daarbij aangegeven middelen ter voorkoming of beperking van verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam moeten worden toegepast, kan degene die agrarische activiteiten uitvoert andere middelen toepassen mits hij, voordat hij die andere middelen toepast, aan de beheerder aantoont dat met de door hem gekozen middelen een tenminste gelijkwaardige bescherming van een oppervlaktewaterlichaam wordt bereikt. -## Hoofdstuk II. Bepalingen ten aanzien van het lozen en het gebruiken van bestrijdingsmiddelen nabij oppervlaktewater +## Hoofdstuk II. Bepalingen ten aanzien van het lozen en het gebruiken van bestrijdingsmiddelen nabij een oppervlaktewaterlichaam ### Artikel 4 -**1.** Bij agrarische activiteiten dan wel activiteiten die daarmee verband houden wordt voldoende zorg in acht genomen om verontreiniging van het oppervlaktewater te voorkomen. +**1.** Bij agrarische activiteiten dan wel activiteiten die daarmee verband houden wordt voldoende zorg in acht genomen om verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam te voorkomen. -**2.** De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in ieder geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten het oppervlaktewater kan worden verontreinigd, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voorzover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die verontreiniging te voorkomen of, voorzover die verontreiniging niet kan worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. +**2.** De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in ieder geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten een oppervlaktewaterlichaam kan worden verontreinigd, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voorzover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, dan wel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die verontreiniging te voorkomen of, voorzover die verontreiniging niet kan worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. ### Artikel 5 @@ -133,14 +140,14 @@ h. het op een andere wijze dan met behulp van een werk lozen door pleksgewijze, i. overig op een andere wijze dan met behulp van een werk lozen, dat verband houdt met gewasbescherming en toediening van meststoffen, met inachtneming van de voorschriften, genoemd in de artikelen 13, 15 en 16; j. water dat bij normaal landbouwkundig gebruik uit de bodem vrijkomt en via een drainagesysteem wordt geloosd. -**3.** Ander lozen dan genoemd in het tweede lid, onderdeel a tot en met j, is toegestaan indien degene die de agrarische activiteiten waarvan het voorgenomen lozen het gevolg zal zijn uitvoert, voor de aanvang van het lozen aan de waterkwaliteitsbeheerder aantoont, dat het lozen geen nadelige gevolgen voor het oppervlaktewater zal veroorzaken. +**3.** Ander lozen dan genoemd in het tweede lid, onderdeel a tot en met j, is toegestaan indien degene die de agrarische activiteiten waarvan het voorgenomen lozen het gevolg zal zijn uitvoert, voor de aanvang van het lozen aan de beheerder aantoont, dat het lozen geen nadelige gevolgen voor een oppervlaktewaterlichaam zal veroorzaken. **4.** -Het gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen nabij oppervlaktewater is +Het gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen nabij een oppervlaktewaterlichaam is a. verboden, tenzij de voorschriften gesteld bij of krachtens artikel 13 in acht worden genomen; -b. binnen een afstand van 14 m vanaf de insteek van het oppervlaktewater verboden, tenzij de voorschriften gesteld bij of krachtens artikel 15 in acht worden genomen. +b. binnen een afstand van 14 m vanaf de insteek van een oppervlaktewaterlichaam verboden, tenzij de voorschriften gesteld bij of krachtens artikel 15 in acht worden genomen. ### Artikel 6 @@ -150,11 +157,11 @@ b. binnen een afstand van 14 m vanaf de insteek van het oppervlaktewater verbode **3.** Omvangrijk lozen, binnen de afstanden als bedoeld in artikel 2, onderdeel i, onder 1° tot en met 4°, is verboden. -**4.** Indien de in het tweede lid bedoelde afstand meer bedraagt dan 40 m, wordt het afvalwater door een voorziening voor de individuele behandeling van afvalwater geleid waarmee de nadelige gevolgen voor de kwaliteit van het oppervlaktewater zoveel mogelijk worden voorkomen. +**4.** Indien de in het tweede lid bedoelde afstand meer bedraagt dan 40 m, wordt het afvalwater door een voorziening voor de individuele behandeling van afvalwater geleid waarmee de nadelige gevolgen voor de kwaliteit van een oppervlaktewaterlichaam zoveel mogelijk worden voorkomen. -**5.** Bij bestaand beperkt lozen kan de waterkwaliteitsbeheerder, in een geval als bedoeld in het vierde lid, nadere eisen stellen aan de voorziening indien aan het desbetreffende oppervlaktewater in een plan, vastgesteld ingevolge de Wet op de waterhuishouding, een bijzondere functie of waterkwaliteitsdoelstelling is toegekend. De eisen kunnen worden gesteld ten aanzien van het zuiveringsrendement dan wel de doelmatigheid, het gebruik en het onderhoud van de voorziening, alsmede de aanwezigheid, de uitvoering en de situering van een controlevoorziening. +**5.** Bij bestaand beperkt lozen kan de beheerder, in een geval als bedoeld in het vierde lid, nadere eisen stellen aan de voorziening indien aan het desbetreffende oppervlaktewaterlichaam in een plan, vastgesteld ingevolge de Waterwet, een bijzondere functie of waterkwaliteitsdoelstelling is toegekend. De eisen kunnen worden gesteld ten aanzien van het zuiveringsrendement dan wel de doelmatigheid, het gebruik en het onderhoud van de voorziening, alsmede de aanwezigheid, de uitvoering en de situering van een controlevoorziening. -**6.** Bij nieuw beperkt lozen kan de waterkwaliteitsbeheerder, in een geval als bedoeld in het vierde lid, nadere eisen stellen ten aanzien van het zuiveringsrendement dan wel de doelmatigheid, het gebruik of het onderhoud van de voorziening, alsmede de aanwezigheid, de uitvoering en de situering van een controlevoorziening. +**6.** Bij nieuw beperkt lozen kan de beheerder, in een geval als bedoeld in het vierde lid, nadere eisen stellen ten aanzien van het zuiveringsrendement dan wel de doelmatigheid, het gebruik of het onderhoud van de voorziening, alsmede de aanwezigheid, de uitvoering en de situering van een controlevoorziening. **7.** Tenzij toepassing is gegeven aan het vijfde of zesde lid, wordt alleen aan de eis van het vierde lid voldaan, indien het afvalwater wordt geleid door een septic tank die is uitgevoerd overeenkomstig de voorschriften gesteld krachtens artikel 7, tweede lid, van het Lozingenbesluit Wvo huishoudelijk afvalwater. @@ -162,7 +169,7 @@ b. binnen een afstand van 14 m vanaf de insteek van het oppervlaktewater verbode **9.** Het is verboden de bij het ledigen van de septic tank vrijkomende stoffen te lozen. -**10.** In afwijking van het zevende lid kan worden volstaan met een voorziening die wat het zuiveringsrendement betreft tenminste gelijkwaardig is aan een voorziening als bedoeld in dat lid, indien voldaan wordt aan door de waterkwaliteitsbeheerder te stellen nadere eisen ten aanzien van het zuiveringsrendement dan wel de doelmatigheid, het gebruik of het onderhoud van de voorziening. +**10.** In afwijking van het zevende lid kan worden volstaan met een voorziening die wat het zuiveringsrendement betreft tenminste gelijkwaardig is aan een voorziening als bedoeld in dat lid, indien voldaan wordt aan door de beheerder te stellen nadere eisen ten aanzien van het zuiveringsrendement dan wel de doelmatigheid, het gebruik of het onderhoud van de voorziening. ### Artikel 7 @@ -178,9 +185,9 @@ a. binnen een afstand van 40 m vanaf de plaats waar het afvalwater ontstaat geen b. het gehalte minerale olie in enig monster van het te lozen afvalwater niet meer dan 20 mg/l, bepaald volgens NEN-EN-ISO 9377-2, uitgave december 2000, bedraagt en het gehalte onopgeloste bestanddelen niet meer dan 100 mg/l, bepaald volgens NEN 6621, uitgave 1988, bedraagt en c. het te lozen afvalwater voorafgaand aan het lozen en voordat het vermengd wordt met ander afvalwater een doelmatige en goed toegankelijke controlevoorziening doorloopt. -**4.** De waterkwaliteitsbeheerder kan nadere eisen stellen ten aanzien van de uitvoering en de situering van de controlevoorziening. +**4.** De beheerder kan nadere eisen stellen ten aanzien van de uitvoering en de situering van de controlevoorziening. -**5.** Indien het wassen of uitwendig reinigen niet op verhard oppervlak plaatsvindt, wordt een zodanige afstand van het te reinigen voertuig, werktuig of apparaat tot de insteek van het oppervlaktewater aangehouden dat geen lozen plaatsvindt. De aan te houden afstand bedraagt tenminste 5 m. +**5.** Indien het wassen of uitwendig reinigen niet op verhard oppervlak plaatsvindt, wordt een zodanige afstand van het te reinigen voertuig, werktuig of apparaat tot de insteek van een oppervlaktewaterlichaam aangehouden dat geen lozen plaatsvindt. De aan te houden afstand bedraagt tenminste 5 m. ### Artikel 8 @@ -202,11 +209,11 @@ c. het te lozen afvalwater voorafgaand aan het lozen en voordat het vermengd wor **9.** Het naspoelwater doorloopt voorafgaand aan het lozen en voordat het vermengd wordt met ander afvalwater een doelmatige en goed toegankelijke controlevoorziening. -**10.** Indien aan het desbetreffende oppervlaktewater in een plan, vastgesteld ingevolge de Wet op de waterhuishouding, een bijzondere functie of waterkwaliteitsdoelstelling is toegekend kan de waterkwaliteitsbeheerder ten aanzien van het spoelproces nadere eisen stellen die voor de kwaliteit van dat oppervlaktewater voldoende bescherming bieden. +**10.** Indien aan het desbetreffende oppervlaktewaterlichaam in een plan, vastgesteld ingevolge de Waterwet, een bijzondere functie of waterkwaliteitsdoelstelling is toegekend kan de beheerder ten aanzien van het spoelproces nadere eisen stellen die voor de kwaliteit van dat oppervlaktewaterlichaam voldoende bescherming bieden. -**11.** Indien blijkens een toxiciteitsproef in enig monster van het op het desbetreffende oppervlaktewater te lozen water sprake is van acute toxiciteit voor waterorganismen kan de waterkwaliteitsbeheerder ten aanzien van het spoelproces nadere eisen stellen die voor de kwaliteit van dat oppervlaktewater voldoende bescherming bieden. +**11.** Indien blijkens een toxiciteitsproef in enig monster van het op het desbetreffende oppervlaktewaterlichaam te lozen water sprake is van acute toxiciteit voor waterorganismen kan de beheerder ten aanzien van het spoelproces nadere eisen stellen die voor de kwaliteit van dat oppervlaktewaterlichaam voldoende bescherming bieden. -**12.** De waterkwaliteitsbeheerder kan nadere eisen stellen ten aanzien van de uitvoering en de situering van de controlevoorziening, bedoeld in het negende lid. +**12.** De beheerder kan nadere eisen stellen ten aanzien van de uitvoering en de situering van de controlevoorziening, bedoeld in het negende lid. **13.** @@ -229,7 +236,7 @@ b. asperges. **5.** Het te lozen afvalwater doorloopt voorafgaand aan het lozen en voordat het vermengd wordt met ander afvalwater een doelmatige en goed toegankelijke controlevoorziening. -**6.** De waterkwaliteitsbeheerder kan nadere eisen stellen ten aanzien van de uitvoering en de situering van de controlevoorziening. +**6.** De beheerder kan nadere eisen stellen ten aanzien van de uitvoering en de situering van de controlevoorziening. ### Artikel 10 @@ -247,7 +254,7 @@ b. asperges. **7.** Het te lozen afvalwater doorloopt voorafgaand aan het lozen en voordat het vermengd wordt met ander afvalwater een doelmatige en goed toegankelijke controlevoorziening. -**8.** De waterkwaliteitsbeheerder kan nadere eisen stellen ten aanzien van de uitvoering en de situering van de controlevoorziening. +**8.** De beheerder kan nadere eisen stellen ten aanzien van de uitvoering en de situering van de controlevoorziening. ### Artikel 11 @@ -257,7 +264,7 @@ b. asperges. **3.** -De waterkwaliteitsbeheerder kan in het belang van de kwaliteit van het oppervlaktewater nadere eisen stellen ten aanzien van het gehalte aan chloride, ijzer of zuurstof of organische stoffen in het te lozen koelwater. Daarbij mag het gehalte niet bepaald worden op een waarde: +De beheerder kan in het belang van de kwaliteit van een oppervlaktewaterlichaam nadere eisen stellen ten aanzien van het gehalte aan chloride, ijzer of zuurstof of organische stoffen in het te lozen koelwater. Daarbij mag het gehalte niet bepaald worden op een waarde: – 1° lager dan 200 mg/l voor chloride; – 2° lager dan 2 mg/l voor ijzer; @@ -268,7 +275,7 @@ De waterkwaliteitsbeheerder kan in het belang van de kwaliteit van het oppervlak **5.** Condenswater wordt niet geloosd, indien dit afkomstig is uit ruimten waarin bestrijdingsmiddelen worden toegepast. -**6.** De waterkwaliteitsbeheerder kan nadere eisen stellen ten aanzien van de uitvoering en de situering van de controlevoorziening, bedoeld in het vierde lid. +**6.** De beheerder kan nadere eisen stellen ten aanzien van de uitvoering en de situering van de controlevoorziening, bedoeld in het vierde lid. ### Artikel 12 @@ -278,9 +285,9 @@ De waterkwaliteitsbeheerder kan in het belang van de kwaliteit van het oppervlak **3.** -Materialen, apparaten, voedingsstoffen, afvalstoffen en grondstoffen worden op onverhard oppervlak langs oppervlaktewater: +Materialen, apparaten, voedingsstoffen, afvalstoffen en grondstoffen worden op onverhard oppervlak langs een oppervlaktewaterlichaam: -a. op een afstand van tenminste 5 m tot de insteek van het oppervlaktewater opgeslagen of gestald of +a. op een afstand van tenminste 5 m tot de insteek van een oppervlaktewaterlichaam opgeslagen of gestald of b. zodanig opgeslagen of gestald dat te lozen hemelwater niet in contact kan komen met die materialen, apparaten, voedingsstoffen, afvalstoffen en grondstoffen. ### Artikel 13 @@ -289,7 +296,7 @@ b. zodanig opgeslagen of gestald dat te lozen hemelwater niet in contact kan kom **2.** Met betrekking tot het gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen worden de voorschriften, gesteld bij of krachtens het derde tot en met het veertiende lid, in acht genomen. -**3.** Langs oppervlaktewater wordt een teeltvrije zone aangehouden. +**3.** Langs een oppervlaktewaterlichaam wordt een teeltvrije zone aangehouden. **4.** @@ -317,10 +324,10 @@ c. tenminste 300 cm, indien: 1°. gebruik wordt gemaakt van een tunnelspuit, 2°. gebruik wordt gemaakt van een vanggewas, 3°. sprake is van biologische teelt, of -4°. gebruik wordt gemaakt van een dwarsstroomspuit met reflectiescherm en van een emissiescherm, waarvan geen afdruipende gewasbeschermingsmiddelen in het oppervlaktewater kunnen geraken; -d. met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, tenminste 300 cm, indien gebruik wordt gemaakt van een dwarsstroomspuit en bij de bespuiting van de buitenste gewasrij geen gebruik wordt gemaakt van naar het oppervlaktewater gerichte apparatuur en slechts gebruik wordt gemaakt van spuitdoppen waarvan door een deskundig, onafhankelijk instituut is vastgesteld dat het gebruik van die spuitdoppen bij die wijze van bespuiten resulteert in een driftdepositie in oppervlaktewater in de volbladsituatie van ten hoogste 1,5%. +4°. gebruik wordt gemaakt van een dwarsstroomspuit met reflectiescherm en van een emissiescherm, waarvan geen afdruipende gewasbeschermingsmiddelen in een oppervlaktewaterlichaam kunnen geraken; +d. met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, tenminste 300 cm, indien gebruik wordt gemaakt van een dwarsstroomspuit en bij de bespuiting van de buitenste gewasrij geen gebruik wordt gemaakt van naar een oppervlaktewaterlichaam gerichte apparatuur en slechts gebruik wordt gemaakt van spuitdoppen waarvan door een deskundig, onafhankelijk instituut is vastgesteld dat het gebruik van die spuitdoppen bij die wijze van bespuiten resulteert in een driftdepositie in een oppervlaktewaterlichaam in de volbladsituatie van ten hoogste 1,5%. -**7.** In afwijking van het zesde lid, onderdeel a, bedraagt de teeltvrije zone langs de kopakker tenminste 600 cm, indien bij de bespuiting van de buitenste gewasrij geen gebruik wordt gemaakt van naar het oppervlaktewater gerichte apparatuur. +**7.** In afwijking van het zesde lid, onderdeel a, bedraagt de teeltvrije zone langs de kopakker tenminste 600 cm, indien bij de bespuiting van de buitenste gewasrij geen gebruik wordt gemaakt van naar een oppervlaktewaterlichaam gerichte apparatuur. **8.** @@ -329,25 +336,25 @@ De teeltvrije zone bedraagt bij de teelt van: a. grasland, graszaad, haver, rogge, spelt, teff, triticale, vlas, zomertarwe, wintertarwe, zomergerst en wintergerst tenminste 25 cm; b. overige landbouwgewassen met uitzondering van de landbouwgewassen genoemd in het vierde tot en met zesde lid, tenminste 50 cm. -**9.** In afwijking van het vierde lid, het zesde lid, onderdelen b tot en met d, en het achtste lid bedraagt de teeltvrije zone langs de in de bijlage bij artikel 3 van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet aangewezen oppervlaktewateren tenminste 500 cm. +**9.** In afwijking van het vierde lid, het zesde lid, onderdelen b tot en met d, en het achtste lid bedraagt de teeltvrije zone langs de in de bijlage bij artikel 3 van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet aangewezen oppervlaktewaterlichamen tenminste 500 cm. -**10.** De teeltvrije zone bedoeld in het vierde tot en met het negende lid, wordt gemeten vanaf de insteek van het oppervlaktewater en strekt zich, met uitzondering van de teelt van grasland, uit tot het hart van de buitenste planten van de te telen landbouwgewassen. +**10.** De teeltvrije zone bedoeld in het vierde tot en met het negende lid, wordt gemeten vanaf de insteek van een oppervlaktewaterlichaam en strekt zich, met uitzondering van de teelt van grasland, uit tot het hart van de buitenste planten van de te telen landbouwgewassen. -**11.** Bij aanwezigheid van een talud dat breder is dan 200 cm kan de waterkwaliteitsbeheerder bij nadere eis een minder brede teeltvrije zone voorschrijven dan bedoeld in het vierde tot en met het tiende lid. In gevallen waarin toepassing is gegeven aan de vorige volzin, zijn die bepalingen niet van toepassing. +**11.** Bij aanwezigheid van een talud dat breder is dan 200 cm kan de beheerder bij nadere eis een minder brede teeltvrije zone voorschrijven dan bedoeld in het vierde tot en met het tiende lid. In gevallen waarin toepassing is gegeven aan de vorige volzin, zijn die bepalingen niet van toepassing. -**12.** Indien aan het desbetreffende oppervlaktewater in een plan, vastgesteld ingevolge de Wet op de waterhuishouding, een bijzondere functie of waterkwaliteitsdoelstelling is toegekend, kan de waterkwaliteitsbeheerder bij nadere eis een bredere teeltvrije zone voorschrijven dan bedoeld in het vierde tot en met het tiende lid. In gevallen waarin toepassing is gegeven aan de vorige volzin, zijn die bepalingen niet van toepassing. +**12.** Indien aan het desbetreffende oppervlaktewaterlichaam in een plan, vastgesteld ingevolge de Waterwet, een bijzondere functie of waterkwaliteitsdoelstelling is toegekend, kan de beheerder bij nadere eis een bredere teeltvrije zone voorschrijven dan bedoeld in het vierde tot en met het tiende lid. In gevallen waarin toepassing is gegeven aan de vorige volzin, zijn die bepalingen niet van toepassing. **13.** -In afwijking van het derde lid behoeft een teeltvrije zone niet te worden aangehouden langs andere dan de in het negende lid bedoelde oppervlaktewateren: +In afwijking van het derde lid behoeft een teeltvrije zone niet te worden aangehouden langs andere dan de in het negende lid bedoelde oppervlaktewaterlichamen: -a. bij de teelt van appelen, peren en overige pit- en steenvruchten van bomen, waarvan de laagste gesteltak op 175 cm of hoger uit de stam ontspringt, indien binnen een afstand van ten minste 900 cm vanaf de insteek van het oppervlaktewater geen gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast; +a. bij de teelt van appelen, peren en overige pit- en steenvruchten van bomen, waarvan de laagste gesteltak op 175 cm of hoger uit de stam ontspringt, indien binnen een afstand van ten minste 900 cm vanaf de insteek van een oppervlaktewaterlichaam geen gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast; b. bij teelt anders dan de teelt van appelen, peren en overige pit- en steenvruchten, indien: 1°. sprake is van biologische teelt; -2°. gebruik wordt gemaakt van een emissiescherm, waarvan geen afdruipende gewasbeschermingsmiddelen in het oppervlaktewater kunnen geraken. +2°. gebruik wordt gemaakt van een emissiescherm, waarvan geen afdruipende gewasbeschermingsmiddelen in een oppervlaktewaterlichaam kunnen geraken. -**14.** In afwijking van het derde lid behoeft een teeltvrije zone niet te worden aangehouden langs gegraven waterlopen, die van 1 april tot 1 oktober onder normale omstandigheden geen water bevatten, mits daaraan niet in een plan, vastgesteld ingevolge de Wet op de waterhuishouding, een bijzondere functie of waterkwaliteitsdoelstelling is toegekend. +**14.** In afwijking van het derde lid behoeft een teeltvrije zone niet te worden aangehouden langs gegraven waterlopen, die van 1 april tot 1 oktober onder normale omstandigheden geen water bevatten, mits daaraan niet in een plan, vastgesteld ingevolge de Waterwet, een bijzondere functie of waterkwaliteitsdoelstelling is toegekend. ### Artikel 14 @@ -355,9 +362,9 @@ Vervallen ### Artikel 15 -**1.** Met betrekking tot het lozen op een andere wijze dan met behulp van een werk in het kader van gewasbescherming worden binnen een afstand van 14 m vanaf de insteek van het oppervlaktewater de voorschriften, gesteld bij of krachtens het derde tot en met het zevende lid, in acht genomen. +**1.** Met betrekking tot het lozen op een andere wijze dan met behulp van een werk in het kader van gewasbescherming worden binnen een afstand van 14 m vanaf de insteek van een oppervlaktewaterlichaam de voorschriften, gesteld bij of krachtens het derde tot en met het zevende lid, in acht genomen. -**2.** Met betrekking tot het gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen binnen een afstand van 14 m vanaf de insteek van het oppervlaktewater, worden de voorschriften gesteld bij of krachtens het derde tot en met het zevende lid in acht genomen. +**2.** Met betrekking tot het gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen binnen een afstand van 14 m vanaf de insteek van een oppervlaktewaterlichaam, worden de voorschriften gesteld bij of krachtens het derde tot en met het zevende lid in acht genomen. **3.** Gewasbeschermingsmiddelen worden niet gebruikt met een luchtvaartuig. @@ -377,7 +384,7 @@ c. bij een windsnelheid van 5 m of meer per seconde gemeten op spuitdophoogte te **5.** Binnen de teeltvrije zone worden gewasbeschermingsmiddelen niet gebruikt met apparatuur die bestemd is voor het druppelsgewijs gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen, met uitzondering van pleksgewijze onkruidbestrijding met een afgeschermde spuitdop. -**6.** In afwijking van het vijfde lid is het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen op overhangend loof met een maximale omvang van een halve gewasrij toegestaan, tenzij daartoe gebruik wordt gemaakt van naar het oppervlaktewater gerichte apparatuur. +**6.** In afwijking van het vijfde lid is het toepassen van gewasbeschermingsmiddelen op overhangend loof met een maximale omvang van een halve gewasrij toegestaan, tenzij daartoe gebruik wordt gemaakt van naar een oppervlaktewaterlichaam gerichte apparatuur. **7.** @@ -392,30 +399,30 @@ b. wordt volgens een door Onze Ministers bij ministeriële regeling aan te wijze **2.** Het is verboden meststoffen toe te dienen op de ingevolge artikel 13 voorgeschreven teeltvrije zone. -**3.** In afwijking van het tweede lid is het verboden bij de teelt van opwaarts en zijwaarts te bespuiten boomkwekerijgewassen als bedoeld in bijlage I bij dit besluit of van appelen, peren en overige pit- en steenvruchten, meststoffen toe te dienen binnen 25 cm vanaf de insteek van het oppervlaktewater van andere dan de in artikel 13, negende lid, bedoelde oppervlaktewateren, indien in de teeltvrije zone geen ander gewas dan gras wordt geteeld. +**3.** In afwijking van het tweede lid is het verboden bij de teelt van opwaarts en zijwaarts te bespuiten boomkwekerijgewassen als bedoeld in bijlage I bij dit besluit of van appelen, peren en overige pit- en steenvruchten, meststoffen toe te dienen binnen 25 cm vanaf de insteek van een oppervlaktewaterlichaam, niet zijnde een oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in artikel 13, negende lid, indien in de teeltvrije zone geen ander gewas dan gras wordt geteeld. **4.** Bij gebruik van korrel- of poedervormige meststoffen op de strook gelegen naast de teeltvrije zone wordt direct langs de zone een kantstrooivoorziening toegepast. -**5.** In afwijking van het tweede lid is het pleksgewijs bemesten van een vanggewas op de teeltvrije zone toegestaan buiten een afstand van 50 cm gemeten vanaf de insteek van het oppervlaktewater van andere dan de in artikel 13, negende lid, bedoelde oppervlaktewateren, onverminderd het zevende lid. +**5.** In afwijking van het tweede lid is het pleksgewijs bemesten van een vanggewas op de teeltvrije zone toegestaan buiten een afstand van 50 cm gemeten vanaf de insteek van een oppervlaktewaterlichaam, niet zijnde een oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in artikel 13, negende lid, onverminderd het zevende lid. **6.** Bij de toepassing van bladmeststoffen op de strook gelegen naast de teeltvrije zone wordt direct langs de zone: a. bij het bemesten van landbouwgewassen als bedoeld in artikel 13, vierde en achtste lid, gebruik gemaakt van kantdoppen en andere driftarme doppen die zich maximaal op een hoogte van 50 cm boven het gewas of de kale grond bevinden; -b. bij het bemesten van landbouwgewassen als bedoeld in artikel 13, vijfde en zesde lid, geen gebruik gemaakt van naar het oppervlaktewater gerichte apparatuur. +b. bij het bemesten van landbouwgewassen als bedoeld in artikel 13, vijfde en zesde lid, geen gebruik gemaakt van naar een oppervlaktewaterlichaam gerichte apparatuur. -**7.** Bij de toepassing van bladmeststoffen bij de teelt van een gewas waarbij ingevolge artikel 13, dertiende lid, aanhef en onderdeel b, onder 2°, geen teeltvrije zone wordt aangehouden, wordt gebruik gemaakt van een emissiescherm waarvan geen afdruipende bladmeststoffen in het oppervlaktewater kunnen geraken. +**7.** Bij de toepassing van bladmeststoffen bij de teelt van een gewas waarbij ingevolge artikel 13, dertiende lid, aanhef en onderdeel b, onder 2°, geen teeltvrije zone wordt aangehouden, wordt gebruik gemaakt van een emissiescherm waarvan geen afdruipende bladmeststoffen in een oppervlaktewaterlichaam kunnen geraken. -**8.** Onverminderd het eerste tot en met het zesde lid zijn de artikelen 1a tot en met 6d van het Besluit gebruik meststoffen binnen een afstand van 14 m vanaf de insteek van het oppervlaktewater van overeenkomstige toepassing. +**8.** Onverminderd het eerste tot en met het zesde lid zijn de artikelen 1a tot en met 6d van het Besluit gebruik meststoffen binnen een afstand van 14 m vanaf de insteek van een oppervlaktewaterlichaam van overeenkomstige toepassing. ### Artikel 17 -**1.** Het is verboden apparatuur, die bestemd is voor het gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen, vanuit of nabij oppervlaktewater te vullen, tenzij daarbij het tweede en het derde lid in acht worden genomen. +**1.** Het is verboden apparatuur, die bestemd is voor het gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen, vanuit of nabij een oppervlaktewaterlichaam te vullen, tenzij daarbij het tweede en het derde lid in acht worden genomen. -**2.** Bij uit oppervlaktewater vullen van apparatuur die bestemd is voor het gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen wordt een voorziening getroffen die terugstroming van het mengsel van gewasbeschermingsmiddelen en water voorkomt. +**2.** Bij uit een oppervlaktewaterlichaam vullen van apparatuur die bestemd is voor het gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen wordt een voorziening getroffen die terugstroming van het mengsel van gewasbeschermingsmiddelen en water voorkomt. -**3.** Het vullen van de apparatuur die gebruikt wordt voor het gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen vindt op een afstand van tenminste 2 m van de insteek van het oppervlaktewater plaats. +**3.** Het vullen van de apparatuur die gebruikt wordt voor het gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen vindt op een afstand van tenminste 2 m van de insteek van een oppervlaktewaterlichaam plaats. ### Artikel 18 @@ -427,7 +434,7 @@ b. bij het bemesten van landbouwgewassen als bedoeld in artikel 13, vijfde en ze ### Artikel 19 -**1.** Degene die voornemens is agrarische activiteiten uit te voeren ten gevolge waarvan een lozing kan plaatsvinden meldt het lozen tenminste zes weken voordat daarmee wordt aangevangen aan de waterkwaliteitsbeheerder. +**1.** Degene die voornemens is agrarische activiteiten uit te voeren ten gevolge waarvan een lozing kan plaatsvinden meldt het lozen tenminste zes weken voordat daarmee wordt aangevangen aan de beheerder. **2.** @@ -445,19 +452,19 @@ i. gegevens waaruit kan worden afgeleid dat sprake is van biologische teelt. **3.** De melding wordt gedaan op een formulier waarvan het model wordt vastgesteld door Onze Minister. -**4.** Degene die voornemens is agrarische activiteiten ten gevolge waarvan een lozing plaatsvindt te veranderen, meldt veranderend lozen voordat daarmee wordt aangevangen aan de waterkwaliteitsbeheerder, tenzij het veranderend lozen uitsluitend het gevolg is van een wijziging in teelt en de gegevens omtrent het te telen landbouwgewas en de betreffende percelen op grond van artikel 26 van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet zijn gemeld aan Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing. +**4.** Degene die voornemens is agrarische activiteiten ten gevolge waarvan een lozing plaatsvindt te veranderen, meldt veranderend lozen voordat daarmee wordt aangevangen aan de beheerder, tenzij het veranderend lozen uitsluitend het gevolg is van een wijziging in teelt en de gegevens omtrent het te telen landbouwgewas en de betreffende percelen op grond van artikel 26 van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet zijn gemeld aan Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing. -**5.** De waterkwaliteitsbeheerder is bevoegd de krachtens artikel 26 van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet gemelde gegevens te gebruiken voor zover noodzakelijk voor het toezicht op de naleving van de bij of krachtens dit besluit gestelde regels. +**5.** De beheerder is bevoegd de krachtens artikel 26 van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet gemelde gegevens te gebruiken voor zover noodzakelijk voor het toezicht op de naleving van de bij of krachtens dit besluit gestelde regels. ## Hoofdstuk IV. Bijzondere omstandigheden ### Artikel 20 -Indien zich als gevolg van agrarische activiteiten dan wel van activiteiten die daarmee verband houden een ongewoon voorval voordoet of heeft voorgedaan, waardoor nadelige gevolgen voor de kwaliteit van het oppervlaktewater zijn ontstaan of dreigen te ontstaan, +Indien zich als gevolg van agrarische activiteiten dan wel van activiteiten die daarmee verband houden een ongewoon voorval voordoet of heeft voorgedaan, waardoor nadelige gevolgen voor de kwaliteit van een oppervlaktewaterlichaam zijn ontstaan of dreigen te ontstaan, a. worden onmiddellijk de maatregelen genomen die redelijkerwijs verlangd kunnen worden om de gevolgen van die gebeurtenis te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, om deze zoveel mogelijk te beperken en ongedaan te maken; -b. wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 8 uur, melding gemaakt van het voorval aan de waterkwaliteitsbeheerder van het desbetreffende oppervlaktewater; -c. worden onverwijld alle maatregelen die de waterkwaliteitsbeheerder voorschrijft ter voorkoming van verdere verontreiniging van oppervlaktewateren getroffen. +b. wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 8 uur, melding gemaakt van het voorval aan de beheerder van het desbetreffende oppervlaktewaterlichaam; +c. worden onverwijld alle maatregelen die de beheerder voorschrijft ter voorkoming van verdere verontreiniging van een oppervlaktewaterlichaam getroffen. ### Artikel 21 @@ -488,7 +495,7 @@ Vervallen ### Artikel 25 -In afwijking van artikel 13, zesde lid, bedraagt de teeltvrije zone van percelen die niet breder zijn dan 70 m en aan de zijde parallel of nagenoeg parallel aan de gewasrijen worden begrensd door oppervlaktewater tot 1 januari 2010 tenminste 150 cm, indien bij de bespuiting van de buitenste gewasrij geen gebruik wordt gemaakt van naar het oppervlaktewater gerichte apparatuur. +In afwijking van artikel 13, zesde lid, bedraagt de teeltvrije zone van percelen die niet breder zijn dan 70 m en aan de zijde parallel of nagenoeg parallel aan de gewasrijen worden begrensd door een oppervlaktewaterlichaam tot 1 januari 2010 tenminste 150 cm, indien bij de bespuiting van de buitenste gewasrij geen gebruik wordt gemaakt van naar een oppervlaktewaterlichaam gerichte apparatuur. ### Artikel 26