2009-01-01 | BWBR0017745 | Wet financiering sociale verzekeringen

This commit is contained in:
Coornhert 2009-01-01 12:00:00 +00:00
parent 0a12fa2aa7
commit a186a5fbbb

View file

@ -527,43 +527,57 @@ De werkgever die zelf het risico draagt van de betaling van de arbeidsongeschikt
**2.** De startende werkgever, bedoeld in artikel 40, negende lid, is in afwachting van de door de inspecteur te nemen beslissing op aanvraag, bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel b, over het loon van de tot hem in dienstbetrekking staande werknemers de gedifferentieerde premie, bedoeld in artikel 38, niet verschuldigd.
### Afdeling 6. Premievrijstellingen en premiekorting
### Afdeling 6. Premiekortingen en premievrijstelling
#### Paragraaf 1. Premievrijstelling oudere werknemer
#### Paragraaf 1. Premiekortingen oudere werknemer en arbeidsgehandicapte werknemer
### Artikel 47
Over het loon van de werknemer wordt geen basispremie als bedoeld in artikel 36 geheven:
**1.**
a. indien de werkgever die werknemer in dienst neemt, terwijl die werknemer een leeftijd van 50 jaar of ouder heeft;
b. indien die werknemer bij het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 54,5 jaar heeft bereikt.
De werkgever past een korting toe op het totaal van de door hem en zijn werknemers op grond van de artikelen 27 en 31 verschuldigde premies en de door hem op grond van afdeling 4 verschuldigde premies bij een dienstbetrekking met een werknemer:
a. die onmiddellijk voorafgaand aan de aanvang van de dienstbetrekking recht heeft op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet werk en inkomen kunstenaars, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen, de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers, of op wachtgeld als bedoeld in artikel 6, vierde lid, van de Werkloosheidswet; en
b. die op het moment van in dienst treden bij die werkgever 50 jaar of ouder is.
De korting wordt toegepast voor zolang de dienstbetrekking met die werknemer duurt doch ten hoogste gedurende de eerste drie jaar vanaf de aanvang van die dienstbetrekking.
**2.** Dit lid is nog niet in werking getreden.
**3.** Ten aanzien van een werknemer die 62 jaar of ouder is, op wie in een tijdvak waarover premie wordt betaald het eerste of tweede lid niet van toepassing is, past de werkgever, voor zolang de dienstbetrekking duurt, een korting toe op het totaal van de verschuldigde premies, bedoeld in het eerste lid, met ingang van de eerste dag van het tijdvak waarover premie wordt betaald waarin de werknemer de leeftijd van 62 jaar bereikt.
**4.** De werkgever bewaart bij de loonadministratie een verklaring van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, de Sociale verzekeringsbank, het college van burgemeester en wethouders of een andere uitkeringsinstantie, dat de werknemer, bedoeld in het eerste of tweede lid, voorafgaande aan de datum van aanvang van dienstbetrekking recht had op een uitkering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, of voldoet aan het tweede lid.
### Artikel 48
De vrijstelling, bedoeld in artikel 47, is niet van toepassing op de premie over het loon van de persoon die arbeid verricht als bedoeld in artikel 2 van de Wet sociale werkvoorziening.
**1.** De korting, bedoeld in artikel 47, eerste en derde lid, bedraagt € 6 500 per jaar.
#### Paragraaf 2. Korting arbeidsgehandicapte werknemer
**2.** Het bedrag van de korting wordt naar evenredigheid verminderd, indien de met die werknemer overeengekomen gemiddelde arbeidsduur per week in het tijdvak waarover premie wordt betaald korter is dan de volledige arbeidsduur en indien geen vaste arbeidsduur is overeengekomen.
**3.** De volledige arbeidsduur wordt gesteld op 36 uur per week.
**4.** Voor een werknemer zonder vast overeengekomen arbeidsduur wordt de vermindering bepaald aan de hand van het aantal uren waarover de werkgever loon is verschuldigd in het tijdvak waarover premie wordt betaald herleid naar weken.
### Artikel 49
**1.**
De werkgever past, voor zolang de dienstbetrekking duurt doch ten hoogste gedurende de eerste drie jaar vanaf de aanvang van de dienstbetrekking, een korting toe op de door hem op grond van de artikelen 27 en 31 verschuldigde premies en op de op grond van afdeling 4 van dit hoofdstuk verschuldigde premie, voor de werknemer die op de dag van aanvang van die dienstbetrekking:
De werkgever past een korting toe op het totaal van de door hem en zijn werknemers op grond van de artikelen 27 en 31 verschuldigde premies en de door hem op grond van afdeling 4 verschuldigde premies bij een dienstbetrekking met een werknemer, die onmiddellijk voorafgaand aan de aanvang van de dienstbetrekking:
a. recht heeft op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;
b. recht heeft op een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
c. een indicatiebeschikking als bedoeld in artikel 11 van de Wet sociale werkvoorziening heeft;
d. naar het oordeel van de Centrale organisatie werk en inkomen een structurele functionele beperking heeft en voor wiens ondersteuning bij arbeidsinschakeling het college van burgemeester en wethouders, op die dag, op grond van artikel 7, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet werk en bijstand, verantwoordelijk is;
d. naar het oordeel van het UWV een structurele functionele beperking heeft en voor wiens ondersteuning bij arbeidsinschakeling het college van burgemeester en wethouders, op die dag, op grond van artikel 7, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet werk en bijstand, verantwoordelijk is;
e. de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt en in verband met ziekte of gebrek een belemmering ondervindt of heeft ondervonden bij het volgen van onderwijs en binnen vijf jaar na afronding van dat onderwijs arbeid in dienstbetrekking gaat verrichten; of
f. geen werknemer is als bedoeld in onderdeel b, achttien jaar is of ouder en in verband met ziekte of gebrek een belemmering ondervindt of heeft ondervonden bij het volgen van onderwijs en binnen vijf jaar na afronding van dat onderwijs arbeid in dienstbetrekking gaat verrichten.
De korting wordt toegepast voor zolang de dienstbetrekking met die werknemer duurt doch ten hoogste gedurende de eerste drie jaar vanaf de aanvang van die dienstbetrekking.
**2.** Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de werknemer, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, die zijn eigen arbeid geheel of gedeeltelijk heeft hervat of een andere functie bij dezelfde werkgever is gaan bekleden voor zolang de dienstbetrekking duurt doch ten hoogste gedurende een jaar nadat die werknemer zijn eigen arbeid geheel of gedeeltelijk heeft hervat of een andere functie bij dezelfde werkgever is gaan bekleden.
**3.** Ter uitvoering van het eerste lid, onderdeel d, wordt op verzoek van het college van burgemeester en wethouders, bedoeld in dat lid, de aanwezigheid van een structurele functionele beperking vastgesteld. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor het eerste lid, onderdeel d, en dit lid in ieder geval met betrekking tot de gegevens, die bij de aanvraag worden verstrekt en de kosten die voor de beoordeling van de aanvraag bij de aanvrager in rekening worden gebracht.
**4.** Dit artikel is niet van toepassing indien de werknemer werkzaam is in een dienstbetrekking in de zin van artikel 2 van de Wet sociale werkvoorziening.
**5.**
**4.**
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de werknemer van wie in een arbeidskundig onderzoek is vastgesteld dat hij op de eerste dag na afloop van de wachttijd, bedoeld in artikel 3.1 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of van het tijdvak, bedoeld in artikel 24 of 25, negende lid, van die wet:
@ -572,21 +586,33 @@ Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de werknemer
3°. niet in staat is tot het verrichten van eigen of andere passende arbeid bij de eigen werkgever, en
4°. binnen vijf jaar na die dag in dienstbetrekking werkzaamheden gaat verrichten bij een werkgever.
**6.** Bij ministeriële regeling kunnen voorwaarden worden gesteld met betrekking tot de toepassing van het eerste lid, aanhef en onderdeel d.
**5.** Bij ministeriële regeling kunnen voorwaarden worden gesteld met betrekking tot de toepassing van het eerste lid, aanhef en onderdeel d.
**7.** Het UWV verstrekt op verzoek van de werknemer of de persoon die verwacht een dienstbetrekking met een werkgever te zullen aangaan een verklaring of de aanvrager naar het oordeel van het UWV voldoet aan de voorwaarden voor toepassing van het eerste lid, onderdeel e of f.
**6.** Het UWV verstrekt op verzoek van de werknemer of de persoon die verwacht een dienstbetrekking met een werkgever te zullen aangaan een verklaring of de aanvrager naar het oordeel van het UWV voldoet aan de voorwaarden voor toepassing van het eerste lid, onderdeel e of f.
### Artikel 50
**1.** De korting, bedoeld in artikel 49, bedraagt € 1021 per jaar op de door de werkgever verschuldigde premies op grond van de artikelen 27 of 31 en € 1021 per jaar op de verschuldigde premie op grond van afdeling 4 van dit hoofdstuk.
**1.** De korting, bedoeld in artikel 49, bedraagt € 2 042 per jaar.
**2.** De korting, bedoeld in artikel 49, bedraagt € 227 per jaar indien het loon van de werknemer over het kalenderjaar minder dan 50% van het naar een jaarbedrag herleide minimumloon bedraagt zoals dat voor de werknemer gold op 1 januari van het desbetreffende kalenderjaar.
**2.** De korting, bedoeld in artikel 49, bedraagt € 454 per jaar indien het loon van de werknemer over het kalenderjaar minder dan 50% van het naar een jaarbedrag herleide minimumloon bedraagt zoals dat voor de werknemer gold op 1 januari van het desbetreffende kalenderjaar.
**3.** Onverminderd het eerste en tweede lid bedraagt de korting, bedoeld in artikel 49, € 680 per jaar voor de werknemer die tevens jonggehandicapte is als bedoeld in artikel 5 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de werknemer, bedoeld in artikel 49, eerste lid, onderdelen e en f, en voor de werknemer, bedoeld in artikel 49, eerste lid, die voor zijn zeventiende verjaardag tot de doelgroep van artikel 49, eerste lid, onderdeel a, c of d kon worden gerekend.
**3.** Onverminderd het eerste en tweede lid bedraagt de korting, bedoeld in artikel 49, € 1 360 per jaar voor de werknemer die tevens jonggehandicapte is als bedoeld in artikel 5 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de werknemer, bedoeld in artikel 49, eerste lid, onderdelen e en f, en voor de werknemer, bedoeld in artikel 49, eerste lid, die voor zijn zeventiende verjaardag tot de doelgroep van artikel 49, eerste lid, onderdeel a, c of d kon worden gerekend.
**4.** Indien de toepassing van dit artikel ertoe zou leiden dat een negatieve premie wordt geheven, wordt de premie op nihil gesteld.
#### Paragraaf 2. Algemene bepalingen en nadere regels premiekorting
**5.** Bij ministeriële regeling kunnen de bedragen, genoemd in het eerste, tweede en derde lid, worden gewijzigd.
### Artikel 50a
De artikelen 47 en 49 zijn niet van toepassing, indien de werknemer arbeid verricht in een dienstbetrekking in de zin van artikel 2 van de Wet sociale werkvoorziening.
### Artikel 50b
Indien de toepassing van artikel 48 en 50 ertoe zou leiden dat een negatieve premie wordt geheven, wordt de premie op nihil gesteld.
### Artikel 50c
**1.** Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, worden met betrekking tot de premiekortingen regels gesteld over de toepassing van die kortingen bij onderbreking van het dienstverband dan wel opeenvolgende en verschillende dienstverbanden bij dezelfde werkgever of bij overgang van ondernemingen en voor het in dienst treden.
**2.** Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, kunnen regels worden gesteld ten behoeve van een goede uitvoering van paragraaf 1 van deze afdeling, waaronder voor het berekenen van de evenredige vermindering en de samenloop van premiekortingen en premievrijstelling in het tijdvak waarover premie wordt betaald.
#### Paragraaf 3. Premievrijstelling bij marginale arbeid
@ -602,7 +628,7 @@ c. voor een dienstbetrekking van die uitkeringsgerechtigde in het kalenderjaar n
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid worden dienstbetrekkingen tussen de werkgever en de uitkeringsgerechtigde geacht eenzelfde niet onderbroken dienstbetrekking te zijn, indien die dienstbetrekkingen elkaar met tussenpozen van niet meer dan eenendertig dagen zijn opgevolgd.
**3.** Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder uitkeringsgerechtigde verstaan: degene wiens inkomen uit en in verband met arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven onmiddellijk voorafgaande aan de aanvang van de in het eerste lid, aanhef, bedoelde dienstbetrekking uitsluitend bestaat uit een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Werkloosheidswet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Toeslagenwet of uit een uitkering op grond van vergelijkbare regelingen dan wel uit een combinatie van deze uitkeringen en die bij de Centrale organisatie werk en inkomen als werkzoekende is geregistreerd.
**3.** Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder uitkeringsgerechtigde verstaan: degene wiens inkomen uit en in verband met arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven onmiddellijk voorafgaande aan de aanvang van de in het eerste lid, aanhef, bedoelde dienstbetrekking uitsluitend bestaat uit een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Werkloosheidswet, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Toeslagenwet of uit een uitkering op grond van vergelijkbare regelingen dan wel uit een combinatie van deze uitkeringen en die bij het UWV als werkzoekende is geregistreerd.
### Artikel 52
@ -622,20 +648,9 @@ c. voor een dienstbetrekking van die uitkeringsgerechtigde in het kalenderjaar n
**2.** De artikelen 51 en 52 zijn van overeenkomstige toepassing.
#### Paragraaf 4. Nadere regels
### Artikel 55
**1.** Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de verdeling van de korting op grond van paragraaf 2 over de premies op grond van de afdelingen 2 en 3 onderscheidenlijk afdeling 4 van dit hoofdstuk.
**2.** Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, worden met betrekking tot de korting, bedoeld in paragraaf 2, nadere en zo nodig afwijkende regels gesteld met betrekking tot onderbrekingen van het dienstverband dan wel opeenvolgende dienstverbanden bij dezelfde dan wel een andere werkgever.
**3.**
Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, kunnen nadere regels worden gesteld:
a. met betrekking tot de aanvragen, bedoeld in deze afdeling;
b. ten behoeve van een goede uitvoering van deze afdeling.
Bij regeling van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de aanvragen, bedoeld in deze paragraaf, en ten behoeve van een goede uitvoering van deze paragraaf.
### Afdeling 7. Dienstplichtigen
@ -645,7 +660,7 @@ b. ten behoeve van een goede uitvoering van deze afdeling.
**2.** De uitkeringen op grond van de Ziektewet en de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen uit hoofde van een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdelen i en j, van de Ziektewet, de daaraan verbonden uitvoeringskosten alsmede de op grond van enige wet over die uitkeringen verschuldigde premies en de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet die niet op die uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht, komen ten laste van het Rijk.
**3.** Ten laste van het Rijk komen voorts de kosten die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van artikel 30, eerste lid, onderdeel b, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen ten aanzien van een betrokkene, indien deze ten tijde van het aanvangen van de werkzaamheden van het reïntegratiebedrijf, bedoeld in het zesde lid van dat artikel, een uitkering als bedoeld in het tweede lid ontvangt ten laste van het Rijk.
**3.** Ten laste van het Rijk komen voorts de kosten die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van artikel 30a, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen ten aanzien van een betrokkene, indien deze ten tijde van het aanvangen van de werkzaamheden van het re-integratiebedrijf, bedoeld in het achtste lid van dat artikel, een uitkering als bedoeld in het tweede lid ontvangt ten laste van het Rijk.
## Hoofdstuk 4. De heffing en invordering van premies
@ -665,7 +680,7 @@ De rijksbelastingdienst heft de premie voor de volksverzekeringen en de premies
### Artikel 59
**1.** De premies voor de werknemersverzekeringen worden geheven met overeenkomstige toepassing van de voor de heffing van de loonbelasting geldende regels.
**1.** De premies voor de werknemersverzekeringen worden geheven met overeenkomstige toepassing van de voor de heffing van de loonbelasting geldende regels. Artikel 32d van de Wet op de loonbelasting 1964 is slechts van overeenkomstige toepassing indien degene aan wie het loon wordt afgestaan, werkgever van de werknemer is.
**2.** In de uitnodiging tot het doen van aangifte kan mede opgave worden verlangd van gegevens die noodzakelijk zijn ten behoeve van de vaststelling van de premiepercentages, bedoeld in de artikelen 27, 28, 31, 36, 37 en 38, alsmede ten behoeve van de doelen van de gegevensverwerking in de polisadministratie, bedoeld in artikel 33, tweede lid, onderdelen a en e, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, waarbij met betrekking tot die verlangde gegevens de regels die gelden voor de heffing van de loonbelasting van overeenkomstige toepassing zijn.
@ -1092,18 +1107,16 @@ c. de uitvoeringskosten, voorzover deze betrekking hebben op de in de onderdelen
d. de op grond van enige wet over de uitkeringen, bedoeld in onderdeel a en b, door het UWV verschuldigde premies of vergoedingen als bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet die niet op deze uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht;
e. de bedragen, die op grond van artikel 104, vierde lid, door het UWV ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds zijn gebracht;
f. de subsidies op grond van de Wet tijdelijke bijdrage herstructurering arbeidsvoorziening havens;
g. de bedragen van de korting arbeidsgehandicapte werknemer en van de premievrijstelling bij marginale arbeid, bedoeld in afdeling 6 van hoofdstuk 3, voorzover die worden toegepast op de premies berekend op grond van artikel 27;
g. de bedragen van de kortingen oudere werknemer en arbeidsgehandicapte werknemer en van de premievrijstelling bij marginale arbeid, bedoeld in afdeling 6 van hoofdstuk 3, voorzover die worden toegepast op de premies berekend op grond van artikel 27;
h. de op grond van artikel 2.8 van de Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen aan het Reïntegratiefonds af te dragen bedragen;
i. de tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Wet kinderopvang ten behoeve van de ouder die een persoon is als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel h, van die wet, met uitzondering van hetgeen op grond van artikel 108 ten laste komt van het Uitvoeringsfonds voor de overheid;
j. de op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg te betalen uitkeringen en de daaraan verbonden uitvoeringskosten, met uitzondering van hetgeen op grond van artikel 108 ten laste komt van het Uitvoeringsfonds voor de overheid;
k. de kosten in verband met de uitvoering van artikel 72 van de Werkloosheidswet;
l. de kosten in verband met de uitvoering van artikel 30, eerste lid, onderdeel b, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, ten aanzien van personen, die een uitkering ontvangen als bedoeld in onderdeel b.
k. de kosten in verband met de uitvoering van artikel 30a van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen ten aanzien van personen, die een uitkering ontvangen als bedoeld in de onderdelen a en b en de kosten van de re-integratiemaatregelen, bedoeld in hoofdstuk VI van de Werkloosheidswet en hoofdstuk IIA van de Ziektewet ten aanzien van deze personen;
l. vergoedingen aan gemeenten die worden overeengekomen ter uitvoering van artikel 30a, derde lid, onderdeel a, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen voor zover betrekking hebbend op personen, die een uitkering ontvangen als bedoeld in de onderdelen a en b.
### Artikel 101
**1.** Vergoedingen aan gemeenten die worden overeengekomen ter uitvoering van artikel 72, tweede lid, van de Werkloosheidswet, komen ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds.
**2.** De subsidies, bedoeld in artikel 73a van de Werkloosheidswet, en de kosten in verband met de uitvoering van dat artikel komen ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds.
Vervallen
### Artikel 102
@ -1122,7 +1135,7 @@ b. de bedragen, die het UWV ontvangt door toepassing van de artikelen 27a en 36
c. de bedragen, die het UWV op grond van artikel 100, onderdeel d, ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds brengt;
d. de bedragen, die het UWV ontvangt door toepassing van de artikelen 38, vierde lid, 39a, 63a, derde tot en met vijfde lid, 63b, tweede lid, en 63c van de Ziektewet;
e. de bedragen, die het UWV ontvangt door toepassing van artikel 45a van de Ziektewet, voorzover deze verband houden met op grond van artikel 29, tweede lid, onderdeel a, b en c, van die wet te betalen uitkeringen;
f. de bijdragen van de werkgever of de eigenrisicodrager of de werknemer in de kosten van het onderzoek, bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdelen e, f, g en p van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
f. de bijdragen van de werkgever of de eigenrisicodrager of de werknemer in de kosten van het onderzoek, bedoeld in artikel 32, eerste, tweede, derde en vierde lid van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
g. de bedragen, die het UWV ontvangt door toepassing van de artikelen 76, 91 en 99 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, voorzover deze bedragen betrekking hebben op uitkeringen die ten laste van dit fonds zijn gebracht.
### Artikel 104
@ -1138,7 +1151,7 @@ d. de door het UWV te betalen WGA uitkering aan degenen die op de laatste dag va
e. de uitvoeringskosten, voorzover deze betrekking hebben op de in de onderdelen a tot en met d bedoelde uitkeringen;
f. de op grond van enige wet over de uitkeringen, bedoeld in de onderdelen a tot en met d, door het UWV verschuldigde premies of vergoedingen als bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet die niet op deze uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht;
g. de kosten van de werkzaamheden, bedoeld in artikel 63a, vierde en vijfde lid, van de Ziektewet alsmede de schade, bedoeld in het zesde lid van dat artikel, die wordt vergoed aan een eigenrisicodrager als bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel a, en de daaraan verbonden uitvoeringskosten;
h. de kosten van onderzoek, bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdelen e, f, g en p, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
h. de kosten van onderzoek, bedoeld in artikel 32, eerste, tweede, derde en vierde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
i. de bedragen van de premievrijstelling bij marginale arbeid, bedoeld in afdeling 6 van hoofdstuk 3, toegepast op de sectorpremie;
j. de uitvoeringskosten, voorzover deze betrekking hebben op de uitvoering van de artikelen 38, vierde lid, 39 en 39a van de Ziektewet ten aanzien van anderen dan de personen, bedoeld in onderdeel c, en niet reeds op grond van onderdeel d ten laste van een sectorfonds worden gebracht, alsmede de uitvoeringskosten, voorzover deze betrekking hebben op de uitvoering van artikel 629, derde lid, onderdeel c, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
k. de kosten die in verband met de uitvoering van artikel 30, eerste lid, onderdeel b, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, ten aanzien van personen, die een uitkering ontvangen als bedoeld in onderdeel c.
@ -1149,7 +1162,12 @@ k. de kosten die in verband met de uitvoering van artikel 30, eerste lid, onderd
**4.** Het UWV brengt hetgeen ten laste van het sectorfonds komt, ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds voor zoveel dit meer bedraagt dan het voor het sectorfonds op grond van artikel 105, eerste of derde lid, vastgestelde maximum.
**5.** Ten laste van het sectorfonds komen voorts de kosten die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van artikel 30, eerste lid, onderdeel b, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen ten aanzien van een betrokkene, indien deze ten tijde van het aanvangen van de werkzaamheden van het reïntegratiebedrijf, bedoeld in het zesde lid van dat artikel, een uitkering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, ontvangt.
**5.**
Ten laste van het sectorfonds komen voorts:
a. de kosten die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van artikel 30a, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen ten aanzien van een betrokkene, indien deze ten tijde van het aanvangen van de werkzaamheden van het re-integratiebedrijf, bedoeld in het achtste lid van dat artikel, een uitkering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, ontvangt; en
b. de loonkostensubsidie, bedoeld in artikel 37a van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, indien de uitkeringsgerechtigde, met wie de werkgever aan wie de loonkostensubsidie wordt verstrekt een dienstbetrekking aangaat of is aangegaan, op de dag voorafgaand aan die dienstbetrekking recht heeft op een uitkering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d.
**6.** In afwijking van het eerste lid, onderdelen c, e en f, komen de uitkeringen, die worden betaald door een eigenrisicodrager als bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel a, of een werkgever die een onderneming verkrijgt als bedoeld in artikel 63b, derde lid, van de Ziektewet, en de door hem gemaakte kosten ter zake van de betaling van die uitkeringen en van de werkzaamheden, bedoeld in artikel 63a, eerste lid, van die wet, alsmede de op grond van enige wet over die uitkeringen verschuldigde premies of vergoedingen als bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet die niet op die uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht, niet ten laste van een sectorfonds.
@ -1189,7 +1207,7 @@ d. de bedragen die het UWV ontvangt door de toepassing van de artikelen 27a en 3
e. de bedragen die het UWV ontvangt door de uitoefening van zijn bevoegdheid op grond van artikel 66 van de Werkloosheidswet indien de in dat artikel bedoelde werkgever een overheidswerkgever is;
f. de bedragen die het UWV ontvangt door de toepassing van artikel 45a van de Ziektewet, voorzover deze bedragen betrekking hebben op uitkeringen, die ten laste van dat fonds zijn gebracht;
g. de bedragen die het UWV ontvangt door de toepassing van de artikelen 38, vierde lid, en 39a van de Ziektewet, indien de in het toegepaste artikel bedoelde werkgever een overheidswerkgever is;
h. de bijdragen van de overheidswerkgever of overheidswerknemer in de kosten van het onderzoek, bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdelen e, f en g, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
h. de bijdragen van de overheidswerkgever of overheidswerknemer in de kosten van het onderzoek, bedoeld in artikel 32, eerste, tweede, derde en vierde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
i. de bedragen die het UWV ontvangt door de toepassing van de artikelen 63a, derde tot en met vijfde lid, 63b, tweede lid, en 63c van de Ziektewet;
j. de bedragen die het UWV ontvangt door toepassing van de artikelen 76, 91 en 99 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, voorzover deze bedragen betrekking hebben op uitkeringen die ten laste van dat fonds zijn gebracht.
@ -1205,25 +1223,24 @@ c. de op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zo
d. de door het UWV te betalen WGA-uitkeringen aan de personen, bedoeld in artikel 24, die op de laatste dag van de wachttijd, bedoeld in artikel 23 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, een uitkering ontvingen als bedoeld in artikel 29, tweede lid, onderdeel a, b of c, van de Ziektewet, gedurende de periode die op grond van artikel 82, eerste lid, onderdeel b, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, geldt op de dag waarop het recht op uitkering op grond van de laatstgenoemde wet is ontstaan, te rekenen vanaf de laatstgenoemde dag;
e. de uitvoeringskosten, voorzover deze betrekking hebben op de in de onderdelen a tot en met d bedoelde uitkeringen;
f. de op grond van enige wet over de uitkeringen, bedoeld in onderdeel a tot en met d door het UWV verschuldigde premies of vergoedingen als bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet die niet op deze uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht;
g. de kosten van het onderzoek, bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdelen e, f en g, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, indien dat op verzoek van een overheidswerkgever of overheidswerknemer is ingesteld;
g. de kosten van het onderzoek, bedoeld in artikel 32, eerste, tweede, derde en vierde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, indien dat op verzoek van een overheidswerkgever of overheidswerknemer is ingesteld;
h. de uitvoeringskosten, voorzover betrekking hebbend op de uitvoering van de artikelen 38, vierde lid, 39 en 39a van de Ziektewet ten aanzien van overheidswerkgevers en overheidswerknemers, die niet reeds op grond van onderdeel c ten laste van dat fonds worden gebracht, voorzover deze betrekking hebben op de uitvoering van artikel 629, derde lid, onderdeel c, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
i. de op grond van artikel 2.8 van de Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen aan het Reïntegratiefonds af te dragen bedragen;
j. de op diens aanvraag aan de werkgever door het UWV te verlenen vergoeding van de schade, die de werkgever lijdt door toepassing van artikel 23, eerste lid, van de Werkloosheidswet en de daaraan verbonden uitvoeringskosten;
k. de uitvoeringskosten verbonden aan werkzaamheden gericht op het ontvangen van bedragen, premies en bijdragen als bedoeld in artikel 107;
l. de kosten van de werkzaamheden, bedoeld in artikel 63a, vierde en vijfde lid, van de Ziektewet alsmede de schade, bedoeld in het zesde lid van dat artikel, die wordt vergoed aan een eigenrisicodrager als bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel a, en de daaraan verbonden uitvoeringskosten;
m. de tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Wet kinderopvang ten behoeve van de ouder die een persoon is als bedoeld in artikel 24 en in artikel 6, eerste lid, onderdeel h, van die wet;
n. de bedragen van de korting arbeidsgehandicapte werknemer en premievrijstelling bij marginale arbeid, bedoeld in afdeling 6 van hoofdstuk 3, toegepast op de premies, berekend op grond van artikel 31;
o. de uitvoeringskosten die betrekking hebben op de uitvoering van artikel 30, eerste lid, onderdeel q, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
n. de bedragen van de kortingen oudere werknemer en arbeidsgehandicapte werknemer en premievrijstelling bij marginale arbeid, bedoeld in afdeling 6 van hoofdstuk 3, toegepast op de premies, berekend op grond van artikel 31;
o. de uitvoeringskosten die betrekking hebben op de uitvoering van artikel 32, vijfde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
p. vergoedingen aan gemeenten die worden overeengekomen ter uitvoering van artikel 30a, derde lid, onderdeel a, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen voor zover dat artikel wordt toegepast ten aanzien van personen als bedoeld in artikel 24 van de Werkloosheidswet.
**2.** Ten laste van het Uitvoeringsfonds voor de overheid komen voorts de kosten die rechtstreeks verband houdende met de uitvoering van artikel 30, eerste lid, onderdeel b, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen ten aanzien van een betrokkene, indien deze ten tijde van het aanvangen van de werkzaamheden van het reïntegratiebedrijf, bedoeld in het zesde lid van dat artikel, een uitkering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, ontvangt ten laste van het Uitvoeringsfonds voor de overheid.
**2.** Ten laste van het Uitvoeringsfonds voor de overheid komen voorts de kosten die rechtstreeks verband houdende met de uitvoering van artikel 30a, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen ten aanzien van een betrokkene, indien deze ten tijde van het aanvangen van de werkzaamheden van het re-integratiebedrijf, bedoeld in het achtste lid van dat artikel, een uitkering als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, ontvangt ten laste van het Uitvoeringsfonds voor de overheid.
**3.** In afwijking van het eerste lid, onderdelen b, d en f, komen de uitkeringen, die worden betaald door een eigenrisicodrager als bedoeld in artikel 40, eerste lid, onderdeel a, of een werkgever die een onderneming verkrijgt als bedoeld in artikel 63b, derde lid, van de Ziektewet, en de door hem gemaakte kosten ter zake van de betaling van die uitkeringen en van de werkzaamheden, bedoeld in artikel 63a, eerste lid, van die wet, alsmede de op grond van enige wet over die uitkeringen verschuldigde premies of vergoedingen als bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet die niet op die uitkeringen in mindering kunnen worden gebracht, niet ten laste van het Uitvoeringsfonds voor de overheid.
### Artikel 109
**1.** Vergoedingen aan gemeenten die worden overeengekomen ter uitvoering van artikel 72, tweede lid, van de Werkloosheidswet, komen, voorzover dat artikel wordt toegepast ten aanzien van personen als bedoeld in artikel 24, ten laste van het Uitvoeringsfonds voor de overheid.
**2.** De subsidies, bedoeld in artikel 73a van de Werkloosheidswet en de kosten in verband met de uitvoering van dat artikel komen, voorzover dat artikel wordt toegepast ten aanzien van personen als bedoeld in artikel 24, ten laste van het Uitvoeringsfonds voor de overheid.
Vervallen
### Artikel 110
@ -1282,14 +1299,14 @@ i. het gezamenlijke bedrag van de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en de vakant
1°. het bedrag aan premies dat het UWV bij wel-uitbetaling op grond van enige wet over dat bedrag verschuldigd zou zijn en dat niet op de uitkeringen in mindering kan worden gebracht, en
2°. de vergoeding, bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet, van de inkomensafhankelijke bijdrage, bedoeld in artikel 41 van die wet, over dat bedrag;
j. de reïntegratie instrumenten op grond van hoofdstuk IIB van de Wet op arbeidsongeschiktheidsverzekering, hoofdstuk 3A van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en paragraaf 4.2 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
k. de bedragen van de premiekorting en de premievrijstellingen, bedoeld in afdeling 6 van hoofdstuk 3, toegepast op de basispremie, bedoeld in artikel 36;
j. de re-integratieinstrumenten op grond van hoofdstuk IIB van de Wet op arbeidsongeschiktheidsverzekering, hoofdstuk 3A van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en paragraaf 4.2 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
k. de bedragen van de kortingen oudere werknemer en arbeidsgehandicapte werknemer en de premievrijstellingen, bedoeld in afdeling 6 van hoofdstuk 3 en in artikel 122c, toegepast op de basispremie, bedoeld in artikel 36;
l. het op grond van artikel 58, vierde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, aan 's Rijks kas af te dragen bedrag;
m. de kosten die verband houden met de uitvoering van artikel 30, eerste lid, onderdeel b, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
n. de subsidie, bedoeld in artikel 30b van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
m. de kosten die verband houden met de uitvoering van artikel 30a van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
n. de subsidie, bedoeld in artikel 32b van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
o. hetgeen op grond van artikel 83, tweede lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen op het UWV wordt verhaald of hetgeen op grond van artikel 91e van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering door het UWV wordt vergoed;
p. de op grond van artikel 2.8 van de Wet Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen aan het Reïntegratiefonds af te dragen bedragen;
q. vergoedingen aan gemeenten die worden overeengekomen ter uitvoering van artikel 30, vijfde lid, onderdeel a, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen voorzover betrekking hebbend op de uitvoering van een wettelijke arbeidsongeschiktheidsverzekering.
q. vergoedingen aan gemeenten die worden overeengekomen ter uitvoering van artikel 30a, derde lid, onderdeel a, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen voor zover betrekking hebbend op de uitvoering van een wettelijke arbeidsongeschiktheidsverzekering.
**2.** Het UWV bezigt de middelen die zijn gereserveerd ten behoeve van het Arbeidsongeschiktheidsfonds niet tot bestrijding van uitgaven ten laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds dan met toestemming van Onze Minister.
@ -1336,14 +1353,15 @@ e. het een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
**7.** Het UWV bezigt de middelen die zijn gereserveerd ten behoeve van de Arbeidsongeschiktheidskas niet tot bestrijding van uitgaven ten laste van de Arbeidsongeschiktheidskas dan met toestemming van Onze Minister.
**8.** Ten laste van de Arbeidsongeschiktheidskas komen voorts de bedragen van de premiekorting en de premievrijstelling bij marginale arbeid, bedoeld in afdeling 6 van hoofdstuk 3, toegepast op de uniforme premie ten behoeve van de Arbeidsongeschiktheidskas, bedoeld in artikel 37.
**8.** Ten laste van de Arbeidsongeschiktheidskas komen voorts de bedragen van de kortingen oudere werknemer en arbeidsgehandicapte werknemer en de premievrijstelling bij marginale arbeid, bedoeld in afdeling 6 van hoofdstuk 3, toegepast op de uniforme premie ten behoeve van de Arbeidsongeschiktheidskas, bedoeld in artikel 37.
**9.**
Ten laste van de Arbeidsongeschiktheidskas komen voorts:
a. de kosten die verband houden met de uitvoering van artikel 30, eerste lid, onderdeel b, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen ten aanzien van een uitkeringsgerechtigde, indien deze ten tijde van het aanvangen van de werkzaamheden van het reïntegratiebedrijf, bedoeld in het zesde lid van dat artikel, recht heeft op een uitkering die ten laste komt van de Arbeidsongeschiktheidskas;
b. de op grond van artikel 2.8 van de Wet invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen aan het Reïntegratiefonds af te dragen bedragen.
a. de kosten die verband houden met de uitvoering van artikel 30a, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen ten aanzien van een uitkeringsgerechtigde, indien deze ten tijde van het aanvangen van de werkzaamheden van het re-integratiebedrijf, bedoeld in het achtste lid van dat artikel, recht heeft op een uitkering die ten laste komt van de Arbeidsongeschiktheidskas;
b. de op grond van artikel 2.8 van de Wet invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen aan het Reïntegratiefonds af te dragen bedragen;
c. de loonkostensubsidie, bedoeld in artikel 65i van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, indien de uitkeringsgerechtigde, met wie de werkgever aan wie de loonkostensubsidie wordt verstrekt een dienstbetrekking aangaat of is aangegaan, op de dag voorafgaand aan die dienstbetrekking recht heeft op een uitkering die ten laste komt van de Arbeidsongeschiktheidskas.
**10.** Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere en zonodig afwijkende regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel.
@ -1374,9 +1392,14 @@ f. het een loonaanvullingsuitkering als bedoeld in artikel 60, eerste lid, onder
**4.** Het UWV bezigt de middelen die zijn gereserveerd ten behoeve van de Werkhervattingskas niet tot bestrijding van uitgaven ten laste van de Werkhervattingskas dan met toestemming van Onze Minister.
**5.** Ten laste van de Werkhervattingskas komen voorts de bedragen van de premiekorting en de premievrijstelling bij marginale arbeid, bedoeld in afdeling 6 van hoofdstuk 3, toegepast op de gedifferentieerde premie ten behoeve van de Werkhervattingskas, bedoeld in artikel 38.
**5.**
**6.** De kosten die verband houden met de uitvoering van artikel 30, eerste lid, onderdeel b, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen ten aanzien van een uitkeringsgerechtigde, indien deze ten tijde van het aanvangen van de werkzaamheden van het reïntegratiebedrijf, bedoeld in het zesde lid van dat artikel, recht heeft op een uitkering die ten laste komt van de Werkhervattingskas.
Ten laste van de Werkhervattingskas komen voorts:
a. de bedragen van de kortingen oudere werknemer en arbeidsgehandicapte werknemer en de premievrijstelling bij marginale arbeid, bedoeld in afdeling 6 van hoofdstuk 3, toegepast op de gedifferentieerde premie ten behoeve van de Werkhervattingskas, bedoeld in artikel 38; en
b. de loonkostensubsidie, bedoeld in artikel 37a van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, indien de uitkeringsgerechtigde, met wie de werkgever aan wie de loonkostensubsidie wordt verstrekt een dienstbetrekking aangaat of is aangegaan, op de dag voorafgaand aan die dienstbetrekking recht heeft op een uitkering die ten laste komt van de Werkhervattingskas.
**6.** De kosten die verband houden met de uitvoering van artikel 30a, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen ten aanzien van een uitkeringsgerechtigde, indien deze ten tijde van het aanvangen van de werkzaamheden van het re-integratiebedrijf, bedoeld in het achtste lid van dat artikel, recht heeft op een uitkering die ten laste komt van de Werkhervattingskas.
**7.** Ten laste van de Werkhervattingskas komen voorts de uitvoeringskosten, voor zover deze betrekking hebben op de in het eerste lid bedoelde uitkeringen.
@ -1412,7 +1435,7 @@ Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de overh
**3.** Onze Minister van Financiën brengt voor het beheer van de in artikel 119, vierde lid, bedoelde rekeningen-courant geen kosten in rekening.
**4.** Bij een tekort aan financiële middelen maken het College zorgverzekeringen, het UWV en de SVB uitsluitend gebruik van de kredietfaciliteiten die door Onze Minister van Financiën worden verleend.
**4.** Bij een tekort aan financiële middelen maken het College zorgverzekeringen, het UWV en de SVB uitsluitend gebruik van de kredietfaciliteiten die door Onze Minister van Financiën worden verleend of lenen het UWV en de SVB uit een door hen beheerd fonds.
**5.**
@ -1423,7 +1446,7 @@ b. alle dagelijks geboekte mutaties of transacties in de desbetreffende rekening
**6.** Het College zorgverzekeringen, het UWV en de SVB informeren Onze Minister van Financiën ten aanzien van de in artikel 119, vierde lid, bedoelde rekeningen-courant, in elk geval met betrekking tot de prognoses van de saldi van de desbetreffende rekening-courant.
**7.** Bij regeling van Onze Minister en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kunnen, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën en na overleg met het College zorgverzekeringen, het UWV en de SVB, nadere regels worden gesteld omtrent het vijfde en zesde lid.
**7.** Bij regeling van Onze Minister en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kunnen, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën en na overleg met het College zorgverzekeringen, het UWV en de SVB, nadere regels worden gesteld omtrent het vierde, vijfde en zesde lid.
**8.**
@ -1443,6 +1466,10 @@ b. een begroting van de te verwachten uitgaven uit elk afzonderlijk fonds in het
**2.** Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld omtrent de aard en inrichting van de in het eerste lid bedoelde rapportage en de begroting van uitgaven.
### Artikel 121a
Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld over de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de aan het UWV en de SVB toegekende rijksbijdragen worden afgedragen en vastgesteld.
### Artikel 122
Bij regeling van Onze Minister en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport kunnen, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, en na overleg met het College zorgverzekeringen, regels worden gesteld over de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de afdracht van gelden plaatsvindt aan de fondsen die geheel of gedeeltelijk door het Rijk worden gefinancierd.
@ -1476,11 +1503,15 @@ De werkgever die in 2005 of 2006 zelf het risico droeg van betaling van WGA-uitk
### Artikel 122b
Vervallen
**1.** Tot het jaar 2013 bedraagt de korting, bedoeld in artikel 47, derde lid, € 2 750 per jaar.
**2.** Tot het jaar 2010 worden de premiekortingen, bedoeld in de artikelen 47 en 49, toegepast op enerzijds de op grond van de artikelen 27 en 31 door de werkgever verschuldigde premies en anderzijds op de op grond van afdeling 4 van hoofdstuk 3 verschuldigde premies.
**3.** Bij de toepassing van het tweede lid bedragen de premiekortingen per soort verschuldigde premies de helft van de in de artikelen 48 en 50 en in het eerste lid, genoemde bedragen.
### Artikel 122c
Vervallen
Artikel 47, aanhef en onderdeel b, zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van de wet van 29 december 2008 tot wijziging van de Wet financiering sociale verzekeringen en enige andere sociale verzekeringswetten in verband met de invoering van een premiekorting voor het in dienst nemen van uitkeringsgerechtigden van 50 jaar en ouder en het in dienst houden van werknemers van 62 jaar en ouder (Stb. 598), blijft van toepassing voor zover de betreffende premievrijstelling op die dag werd toegepast voor het in dienst hebben van werknemers van 54,5 jaar en ouder, tot die werknemers de leeftijd van 62 jaar hebben bereikt.
### Artikel 122ca
@ -1488,7 +1519,7 @@ Vervallen
### Artikel 122d
Vervallen
De premie die op grond van artikel 27 is vastgesteld wordt met ingang van het jaar 2015 in verband met de ontwikkeling van de lasten voor werkgevers voortvloeiend uit de toepassing van artikel 47, 122b en 122c verlaagd met 0,35% in 2015, 0,45% in 2016, 0,55% in 2017, 0,60% in 2018, 0,70% in 2019 en 0,75% in 2020.
### Artikel 122e
@ -1510,7 +1541,7 @@ De SVB, het UWV, het College zorgverzekeringen, de zorgautoriteit, de organen di
### Artikel 124a
Het UWV is bevoegd de van de rijksbelastingdienst afkomstige gegevens, genoemd in de krachtens artikel 13, vierde lid, artikel 73, vierde lid, of artikel 73, zevende lid, in verbinding met het eerste en tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen uitgevaardigde algemene maatregel van bestuur, te verstrekken aan de in de krachtens artikel 13, vierde lid, of artikel 73, vierde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen uitgevaardigde algemene maatregel van bestuur, onderscheidenlijk de in artikel 73, eerste en tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen genoemde derden.
Het UWV is bevoegd de van de rijksbelastingdienst afkomstige gegevens, genoemd in de krachtens artikel 73a, eerste lid, artikel 73, vierde lid, of artikel 73, zevende lid, in verbinding met het eerste en tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen uitgevaardigde algemene maatregel van bestuur, te verstrekken aan de in de krachtens artikel 73a, eerste lid, of artikel 73, vierde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen uitgevaardigde algemene maatregel van bestuur, onderscheidenlijk de in artikel 73, eerste en tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen genoemde derden.
### Artikel 125
@ -1520,6 +1551,10 @@ Het UWV is bevoegd de van de rijksbelastingdienst afkomstige gegevens, genoemd i
**3.** De in het eerste en tweede lid bedoelde strafbare feiten zijn overtredingen.
### Artikel 125a
Onze Minister zendt twee jaar na de inwerkingtreding van de artikelen 47 en 48 over de premiekorting oudere werknemers, en vervolgens telkens na twee jaar, in overeenstemming met Onze Minister van Financiën, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid van de premiekorting oudere werknemers voor de werkgelegenheid van oudere werknemers en de effecten van die premiekorting op de arbeidsinschakeling van oudere werknemers, op de omstandigheden waarin deze oudere werknemers dienstbetrekkingen aangaan en op de duur van de dienstbetrekkingen van oudere werknemers.
### Artikel 126
Voor de plaatsing in het Staatsblad stelt Onze Minister de nummering van de artikelen, paragrafen, afdelingen en hoofdstukken van deze wet opnieuw vast en brengt hij de in deze wet voorkomende aanhalingen van de artikelen, paragrafen, afdelingen en hoofdstukken met de nieuwe nummering in overeenstemming.