2017-10-01 | BWBR0011453 | Wet studiefinanciering 2000
This commit is contained in:
parent
a42ec8934b
commit
a18f1b4b0b
1 changed files with 25 additions and 5 deletions
|
|
@ -362,7 +362,11 @@ De studerende die lesgeld is verschuldigd op grond van artikel 5, tweede lid, va
|
|||
|
||||
### Artikel 2.17a
|
||||
|
||||
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
|
||||
**1.** Een studerende heeft geen aanspraak op studiefinanciering indien hij een uitreiziger is.
|
||||
|
||||
**2.** Onze Minister kan besluiten dat een studerende een uitreiziger is indien het betreft een persoon ten aanzien van wie uit een melding van de door de daartoe bevoegde opsporingsdiensten of inlichtingen- en veiligheidsdiensten, gericht aan Onze Minister, is gebleken dat het gegronde vermoeden bestaat dat de studerende zich buiten het land Nederland bevindt met het doel zich aan te sluiten bij een organisatie die door Onze Minister van Veiligheid en Justitie, in overeenstemming met het gevoelen van de Rijksministerraad, is geplaatst op een lijst van organisaties die deelnemen aan een nationaal of internationaal gewapend conflict en een bedreiging vormen voor de nationale veiligheid.
|
||||
|
||||
**3.** In het besluit van Onze Minister dat een studerende een uitreiziger is, wordt vermeld vanaf welk moment een studerende als uitreiziger is aangemerkt.
|
||||
|
||||
## Hoofdstuk 3. Studiefinanciering
|
||||
|
||||
|
|
@ -1348,6 +1352,7 @@ h. de hoogte van het collegegeldkrediet wordt vastgesteld of gewijzigd,
|
|||
i. de hoogte van het levenlanglerenkrediet wordt vastgesteld of gewijzigd,
|
||||
j. een herziening van de keuze in een soort reisvoorziening is geweigerd,
|
||||
k. een bedrag is vastgesteld dat de studerende verschuldigd is omdat hij het reisproduct niet tijdig heeft stopgezet, of
|
||||
l. studiefinanciering ingevolge artikel 2.17a is geweigerd of stopgezet.
|
||||
l. de aanvraag van een studerende, bedoeld in artikel 3.7, tweede lid, om als reisvoorziening een reisrecht te ontvangen, is toegekend of geweigerd.
|
||||
|
||||
**2.**
|
||||
|
|
@ -1359,14 +1364,15 @@ b. de situatie van langdurige afwezigheid, bedoeld in artikel 4.3, zich niet hee
|
|||
c. te veel of te weinig studiefinanciering is toegekend, de vorm van de studiefinanciering onjuist is vastgelegd anders dan bedoeld in onderdeel b, de termijn te hoog of te laag is vastgesteld , de draagkracht van de debiteur te hoog of te laag is vastgesteld, de hoogte van het bedrag van de kwijtschelding, bedoeld in artikel 6.2, tweede lid, te hoog of te laag is vastgesteld, de hoogte van de veronderstelde ouderlijke bijdrage te hoog of te laag is vastgesteld, of een onjuist besluit met betrekking tot de reisvoorziening is genomen op basis van onjuiste of onjuist verwerkte gegevens anders dan bedoeld onder a,
|
||||
d. betrokkene heeft gehandeld in strijd met het bepaalde bij of krachtens deze wet,
|
||||
e. geen gevolg is gegeven aan de aanvraag tot peiljaarverlegging van de ouders, één van de ouders, of de studerende op grond van artikel 3.10 of aan de aanvraag van de debiteur op grond van artikel 6.12, omdat op dat moment niet werd voldaan aan de voorwaarde, genoemd in artikel 3.10, tweede lid, onderscheidenlijk artikel 6.12, tweede lid, maar blijkt dat wel aan die voorwaarde is voldaan,
|
||||
f. gevolg is gegeven aan de aanvraag tot peiljaarverlegging van de ouders, één van de ouders, of de studerende op grond van artikel 3.10 of aan de aanvraag van de debiteur op grond van artikel 6.12, en blijkt dat niet is voldaan aan de voorwaarde, genoemd in artikel 3.10, tweede lid, onderscheidenlijk artikel 6.12, tweede lid, of
|
||||
g. andere, nader gebleken feiten of omstandigheden, die, waren zij eerder bekend geweest, tot een andere beschikking zouden hebben geleid.
|
||||
f. gevolg is gegeven aan de aanvraag tot peiljaarverlegging van de ouders, één van de ouders, of de studerende op grond van artikel 3.10 of aan de aanvraag van de debiteur op grond van artikel 6.12, en blijkt dat niet is voldaan aan de voorwaarde, genoemd in artikel 3.10, tweede lid, onderscheidenlijk artikel 6.12, tweede lid,
|
||||
g. achteraf is gebleken van feiten of omstandigheden, die, waren zij eerder bekend geweest, niet tot toepassing van artikel 2.17a zouden hebben geleid, of
|
||||
h. andere, nader gebleken feiten of omstandigheden, die, waren zij eerder bekend geweest, tot een andere beschikking zouden hebben geleid.
|
||||
|
||||
**3.** Een herziening als bedoeld in het tweede lid de onderdelen a, b, c, voor zover het betreft de vorm van de studiefinanciering, e of f, kan, behoudens het geval van bedrog, slechts geschieden binnen 5 jaren na het einde van het desbetreffende studiefinancieringstijdvak, het kalenderjaar waarvoor de termijn is vastgesteld of het kalenderjaar waarvoor de draagkracht van de debiteur is vastgesteld. Behoudens in geval van bedrog, kan een herziening als bedoeld in het tweede lid onder c, voor zover het betreft de hoogte van de veronderstelde ouderlijke bijdrage, slechts geschieden binnen 3 jaren na het einde van het desbetreffende studiefinancieringstijdvak. Behoudens in geval van bedrog, kan een herziening anders dan bedoeld in de eerste en tweede volzin, slechts geschieden binnen 18 maanden na het einde van het desbetreffende studiefinancieringstijdvak, het kalenderjaar waarvoor de termijn is vastgesteld of het kalenderjaar waarvoor de draagkracht van de debiteur is vastgesteld.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.2
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
Indien een studerende op grond van artikel 2.17a geen aanspraak meer heeft op studiefinanciering wordt de beschikking waarbij studiefinanciering is toegekend van rechtswege herzien.
|
||||
|
||||
### Artikel 7.3
|
||||
|
||||
|
|
@ -1468,7 +1474,21 @@ Organen met een publiekrechtelijke taak zijn verplicht op een bij algemene maatr
|
|||
|
||||
### Artikel 9.6a
|
||||
|
||||
Vervallen
|
||||
**1.** Onze Minister verwerkt de persoonsgegevens die hij ontvangt of bezit ten behoeve van de toepassing van artikel 2.17a.
|
||||
|
||||
**2.** Bij de verwerking van gegevens op grond van het eerste lid kunnen bijzondere persoonsgegevens als bedoeld in artikel 16 van de Wet bescherming persoonsgegevens worden verwerkt, voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor de toepassing van artikel 2.17a.
|
||||
|
||||
**3.** Ten behoeve van de toepassing van artikel 2.17a verstrekt Onze Minister uitsluitend het gegeven of een persoon studiefinanciering heeft aangevraagd dan wel reeds ontvangt.
|
||||
|
||||
**4.** Artikel 1.7 is voor de gegevensverwerking, bedoeld in dit artikel, van overeenkomstige toepassing voor een persoon die studiefinanciering heeft aangevraagd.
|
||||
|
||||
**5.**
|
||||
|
||||
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld ter waarborging van de persoonlijke levenssfeer. Daarbij worden in ieder geval regels gesteld over:
|
||||
|
||||
a. op welke wijze de gegevensverwerking bedoeld in dit artikel, plaatsvindt;
|
||||
b. op welke wijze door passende technische en organisatorische maatregelen deze gegevens worden beveiligd tegen verlies of onrechtmatige verwerking;
|
||||
c. op welke wijze wordt gewaarborgd dat de verwerkte persoonsgegevens slechts worden verwerkt voor het doel waarvoor zij zijn verzameld, alsmede hoe daarop wordt toegezien.
|
||||
|
||||
### Artikel 9.6b
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue