2007-10-31 | BWBR0012288 | Vreemdelingencirculaire 2000 (C)

This commit is contained in:
Coornhert 2007-10-31 12:00:00 +00:00
parent b934fe9ea0
commit a1a9408969

View file

@ -6426,32 +6426,67 @@ Ten aanzien van asielzoekers uit Somalië geldt geen besluit in de zin van artik
Deze landenparagraaf bevat het landgebonden asielbeleid voor Sri Lanka. Het landgebonden asielbeleid is een uitwerking van het algemene beleid van C1 tot en met C23 en kan niet worden gezien als een uitzonderingsregeling. De algemene wet- en regelgeving blijft steeds de basis voor de individuele beoordeling van een asielaanvraag.
Uit verschillende bronnen blijkt dat de veiligheidssituatie in Sri Lanka is verslechterd. Er vinden gevechten plaats in het noorden en oosten van Sri Lanka tussen de regeringstroepen en de Tamil Tijgers (LTTE). Ook in andere delen van Sri Lanka doen zich militaire confrontaties en aanvallen van de LTTE voor. Overleg tussen de regering van Sri Lanka en de LTTE eind oktober 2006 in Genève heeft geen resultaat opgeleverd. Als gevolg van het opgelaaide geweld is de mensenrechtensituatie verslechterd en het aantal ontheemden sterk toegenomen.
De beleidsconclusies in dit hoofdstuk zijn mede gebaseerd op het algemeen ambtsbericht van de Minister van BuZa van april 2007 over de situatie in Sri Lanka (zie de website van het Ministerie van BuZa).
Het is onvoldoende duidelijk welke consequenties de opgelaaide strijd heeft voor de wijze waarop de Sri Lankaanse autoriteiten Tamils, ook bij de terugkeer, behandelen. Gelet hierop kan momenteel niet zorgvuldig worden beslist op asielverzoeken van Tamils, noch over de terugkeer van Tamils. Derhalve is een besluit- en vertrekmoratorium ingesteld.
Er is besloten tot een beleidswijziging ten aanzien van Tamils. Deze beleidswijziging is neergelegd in een brief aan de Voorzitter van de Tweede Kamer van 12 juli 2007.
Het besluitmoratorium is ingesteld omdat naar verwachting voor een korte periode onzekerheid zal bestaan over de situatie in het land van herkomst en op grond daarvan redelijkerwijs niet kan worden beslist of de aanvraag op een van de gronden in artikel 29 Vw kan worden toegewezen. Gelet hierop is tevens voor Tamils afkomstig uit Sri Lanka een vertrekmoratorium ingesteld. De moratoria zijn ingesteld tot en met 30 juni 2007.
De beleidswijziging houdt in dat het besluitmoratorium op grond van artikel 43 Vw dat tot en met 30 juni 2007 gold voor Tamils, niet is verlengd.
Ten aanzien van de overige groepen in Sri Lanka is een besluit- en vertrekmoratorium niet aangewezen nu het gaat om een conflict tussen de Sri Lankaanse autoriteiten en de LTTE en er ook overigens geen redenen bestaan te veronderstellen dat zij bij terugkeer in het algemeen risico lopen op vervolging of een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM.
Het vertrekmoratorium dat op grond van artikel 45, vierde lid, Vw gold ten aanzien van dezelfde groep is met ingang van 1 juli 2007 ingetrokken.
#### 2. Besluitmoratorium
Ten aanzien van asielzoekers van de Tamil bevolkingsgroep uit Sri Lanka geldt een besluit in de zin van artikel 43 Vw. Dit besluit is gepubliceerd op 8 maart 2007 (Stcrt. 8 maart 2007, nr 48) en is inwerking getreden met ingang van 10 maart 2007.
Ten aanzien van asielzoekers uit Sri Lanka geldt geen besluit in de zin van artikel 43 Vw.
Voor asielzoekers van de Tamil bevolkingsgroep uit Sri Lanka geldt tot en met 30 juni 2007 een besluitmoratorium. Dit betekent dat tot en met 30 juni 2007 de individuele beslistermijn van aanvragen waarvan die termijn nog niet is volgelopen, wordt verlengd met één jaar. De reikwijdte van het besluitmoratorium beslaat niet die aanvragen die zijn ingediend vóór de invoering van de Vw op 1 april 2001. Voorts kan het voorkomen dat (ook) de (verlengde) beslistermijn reeds is verstreken. Echter, het ligt voor de hand dat het ook niet mogelijk is zorgvuldig te beslissen op deze aanvragen.
Het besluitmoratorium op grond van artikel 43 Vw dat gold voor Tamils uit Sri Lanka is met ingang van 1 juli 2007 komen te vervallen.
Het instellen van een besluitmoratorium betekent niet dat in het geheel geen beslissingen meer mogelijk zijn in zaken ten aanzien waarvan het moratorium geldt. Het instellen van een besluitmoratorium houdt immers verband met de situatie in het land van herkomst. Daarom zijn nog wel beslissingen mogelijk in onder meer de zaken waarin:
artikel 30 Vw van toepassing is;
de asielzoeker de mogelijkheid heeft te vertrekken naar een derde land (artikel 31, tweede lid, onder h en i, Vw);
artikel 1F Vluchtelingenverdrag van toepassing is;
de asielzoeker een gevaar vormt voor de nationale veiligheid doordat er sprake is van een zodanig ernstig misdrijf dat de aanvraag om die reden wordt afgewezen (artikel 31, tweede lid, onder k, Vw juncto artikel 33, tweede lid, Vreemdelingenverdrag).
Onder de werking van het besluitmoratorium zullen de individuele vreemdelingen wel in de gelegenheid worden gesteld zich omtrent de asielaanvraag te doen horen, met uitzondering van de Dublinprocedure die juist niet ziet op de inhoud van de asielaanvraag nu een ander land daar (mogelijk) verantwoordelijk voor is.
Dit laat overigens onverlet dat indien de beslistermijn op grond van artikel 43 Vw is verlengd, deze verlengde beslistermijn van kracht blijft.
#### 3. Groepen van personen die verhoogde aandacht vragen
##### 3.1. Dienstplichtigen en deserteurs
##### 3.1. Tamils
De veiligheidssituatie in het noorden en het oosten van Sri Lanka wordt dermate onveilig geacht, dat de terugzending van Tamils naar deze delen van het land niet opportuun is. Tamils uit het noorden en oosten hebben evenwel een verblijfsalternatief elders in het land.
Er is in Sri Lanka geen sprake van vervolging van Tamils als zodanig. Tamils hebben in regeringsgebied, waaronder Colombo, in het algemeen niet te vrezen voor vervolging of voor negatieve bejegening door derden. Wel is het zo dat Tamils in regeringsgebied te maken hebben met intensievere controles bij de controleposten.
Een ieder die niet (meteen) zijn identiteit kan aantonen, loopt het risico om opgepakt te worden voor verdere ondervraging. Aangezien Tamils vaak geen identiteitskaart hebben, lopen zij een groter risico hierop.
Blijkens het ambtbericht worden personen die op basis van de noodregelgeving zijn opgepakt, niet of nauwelijks mishandeld.
Het enkele feit dat iemand Tamil is, leidt niet tot verlening van een verblijfsvergunning asiel. Ook de enkele omstandigheid dat de vreemdeling niet beschikt over een identiteitskaart is op zichzelf onvoldoende voor verlening van een verblijfsvergunning asiel.
##### 3.2. Liberation Tigers of Tamil Eelam
Het verbod op de Liberation Tigers of Tamil Eelam is in Sri Lanka op 4 september 2002 opgeheven in het licht van de vredesbesprekingen. De Liberation Tigers of Tamil Eelam hebben een aantal politieke kantoren in het door de overheid gecontroleerd gebied opgericht, en is daardoor zichtbaar aanwezig.
Individuele leden van de Liberation Tigers of Tamil Eelam kunnen onderwerp zijn van (strafrechtelijke) vervolging door de autoriteiten. Strafrechtelijke vervolging leidt in het algemeen niet tot de conclusie dat een asielzoeker verdragsvluchteling is. Wel moet steeds onderzocht worden of er sprake is van onevenredige of discriminatoire bestraffing die verband houdt met de gronden van het Vluchtelingenverdrag (zie C2/2.5).
Ten aanzien van strijders van de Liberation Tigers of Tamil Eelam dient men erop bedacht te zijn of de betrokkene zich mogelijk schuldig heeft gemaakt aan gedragingen als omschreven in artikel 1F Vluchtelingenverdrag.
Tamils die door de autoriteiten worden verdacht van banden met de Liberation Tigers of Tamil Eelam lopen risico op intimidatie of arrestatie op basis van de noodwetgeving. Er is hierbij sprake van willekeur, rechtsonzekerheid en rechtsongelijkheid. De meeste arrestanten worden binnen twaalf uur of enkele dagen weer vrijgelaten. Zij worden niet meer mishandeld dan gebruikelijk is in Sri Lankaanse gevangenissen.
Blijkens het ambtsbericht komt het voor dat de Liberation Tigers of Tamil Eelam steun afdwingen bij de bevolking in het door hun gecontroleerde gebied. Dit betekent dat veel personen, met name Tamils, ongewild met de Liberation Tigers of Tamil Eelam geassocieerd (kunnen) worden. Daarmee lopen ook zij een reëel risico om gericht doelwit te worden van de regering. Indien Tamils weigeren om steun, in welke vorm dan ook, te geven, lopen zij het risico om door de Liberation Tigers of Tamil Eelam bedreigd, ontvoerd of zelfs vermoord te worden.
Gezien het bovenstaande kan een Tamil, indien hij aannemelijk maakt dat hij door de Sri Lankaanse autoriteiten wordt verdacht van banden met de Liberation Tigers of Tamil Eelam, in aanmerking komen voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, onder a of b, Vw, behoudens de gebruikelijke contra-indicaties, waaronder de toepasselijkheid van artikel 1F Vluchtelingenverdrag.
##### 3.3. Moslims
Moslims kunnen in Sri Lanka vrijelijk hun geloof belijden. In het noorden en oosten van Sri Lanka is sprake van geweld door de Liberation Tigers of Tamil Eelam tegen moslims, zoals intimidatie, mishandeling, ontvoering en moord, maar ook afpersing. Moslims die verdacht worden van infiltratie voor, of samenwerking met de regering, kunnen slachtoffer worden van bedreiging en ontvoering door de Liberation Tigers of Tamil Eelam.
De veiligheidssituatie in het noorden en het oosten van Sri Lanka wordt dermate onveilig geacht, dat de terugzending van moslims naar deze delen van het land niet opportuun is. Moslims uit het noorden en oosten hebben evenwel een verblijfsalternatief elders in het land.
##### 3.4. Christenen
Christenen kunnen in het algemeen hun godsdienst vrijelijk belijden in Sri Lanka. Het komt voor dat bekeerders en bekeerlingen het slachtoffer worden van geweld en intimidatie door boeddhistische monniken.
Christenen die aannemelijk maken dat zij het slachtoffer zijn van geweld of van discriminatie als vervolging (zie C2/2.5), terwijl de autoriteiten geen bescherming kunnen of willen bieden, kunnen op grond van artikel 29, eerste lid, onder a, Vw in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd
##### 3.5. Vrouwen
Het normale beleid, zoals onder andere weergegeven in C2/2.11, C2/3.2 en C14/4.3 is van toepassing.
##### 3.6. Dienstplichtigen en deserteurs
In Sri Lanka bestaat geen dienstplicht. Het Sri Lankaanse leger is een vrijwilligersleger.
@ -6467,11 +6502,15 @@ Het algemene beleid, zoals weergegeven in C2/4.2 is van toepassing. Voor het ove
Asielzoekers uit Sri Lanka komen niet op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel (zie C2/5).
De veiligheidssituatie in het noorden en het oosten van Sri Lanka wordt dermate onveilig geacht, dat terugzending van asielzoekers naar deze delen van het land niet opportuun is. Sri Lankanen hebben echter een verblijfsalternatief elders in het land.
#### 6. Verdere beleidsconclusies en aandachtspunten
##### 6.1. Vlucht- en/of vestigingsalternatief
Aan Singhalezen en Moslims die een gegronde vrees voor vervolging hebben of een reëel risico lopen op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM door de Sri Lankaanse autoriteiten of de LTTE wordt geen vlucht- of vestigingsalternatief tegengeworpen.
Het algemene beleid, zoals weergegeven in C4/2.2 is van toepassing.
Personen die in het noorden en het oosten van Sri Lanka te maken hebben met bedreigingen en in sommige gevallen met afpersing door de Liberation Tigers of Tamil Eelam, kunnen zich in beginsel aan deze (lokale) problemen onttrekken door zich elders in Sri Lanka bijvoorbeeld Colombo te vestigen. Bij de vraag of in een individueel geval een vluchtalternatief aanwezig is voor de betrokkene, zijn de individueel aangevoerde feiten en omstandigheden bepalend.
##### 6.2. Veilig land van herkomst
@ -6487,45 +6526,17 @@ Het beleid zoals neergelegd in C4/3.11.3 is van toepassing. Voor de procedure om
Verder zijn er nog de volgende aandachtspunten.
1F-aspecten kunnen in alle Srilankaanse asielaanvragen voorkomen en beperken zich niet enkel tot de leden van de LTTE.
Tevens wordt in dit kader aandacht besteed aan leden van politieke Tamilpartijen voor zover zij actief zijn geweest bij de paramilitaire vleugel van de partij.
1F-aspecten kunnen in alle Sri Lankaanse asielaanvragen voorkomen en beperken zich niet enkel tot de leden van de Liberation Tigers of Tamil Eelam. Ook organisatisch als Karuna, de Peoples Liberation Organisation of Tamil Eelam en Eelam Peoples Democratic Party maken zich schuldig aan mensenrechtenschendingen.
#### 7. Opvangmogelijkheden Amvs
Voor Amvs is adequate opvang in Sri Lanka voorhanden. Amvs van Sri Lankaanse nationaliteit komen derhalve niet in aanmerking voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd bedoeld voor Amvs.
Voor Amvs is adequate opvang in Sri Lanka voorhanden. Minderjarige asielzoekers van Sri Lankaanse nationaliteit komen derhalve niet in aanmerking voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd bedoeld voor Amvs. Bij de feitelijke terugkeer moet de toegang tot een concrete opvangplaats geregeld zijn, tenzij betrokkene zich zelfstandig kan handhaven.
#### 8. Vertrekmoratorium
Ten aanzien van asielzoekers van de Tamil bevolkingsgroep uit Sri Lanka is een besluit genomen in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw. Dit besluit is gepubliceerd op 8 maart 2007 (Stcrt. 8 maart 2007, nr 48) en is inwerking getreden met ingang van 10 maart 2007.
Ten aanzien van asielzoekers uit Sri Lanka geldt geen besluit in de zin van artikel 45, vierde lid, Vw.
##### 8.1. Toepasselijkheid
Voor asielzoekers van de Tamil bevolkingsgroep uit Sri Lanka geldt een vertrekmoratorium. Het vertrekmoratorium geldt tot en met 30 juni 2007. Van het vertrekmoratorium zijn de volgende categorieën uitgezonderd:
Dublinclaimanten (zie artikel 30, eerste lid, onder a, Vw);
Tamils die rechtmatig verblijf hebben op een andere grond als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e en l, Vw (zie artikel 30, eerste lid, onder b, Vw);
Tamils die al eerder een aanvraag tot een verblijfsvergunning (asiel of regulier) hebben ingediend waarop nog niet onherroepelijk is beslist en die op grond van die aanvraag rechtmatig verblijf hebben als bedoeld in artikel 8, onder f, g en h, Vw (zie artikel 30, eerste lid, onder c, Vw);
Tamils die op grond van verdragsverplichtingen tussen Nederland en een ander land zullen worden overgedragen aan dat land van eerder verblijf (zie artikel 30, eerste lid, onder d, Vw);
Tamils die hebben verbleven in een derde land dat partij is bij het Vluchtelingenverdrag en niet aannemelijk hebben gemaakt dat het bedoelde land die verdragsverplichtingen ten aanzien van hen niet nakomt (zie artikel 31, tweede lid, onder h, Vw);
Tamils die in een ander land van eerder verblijf zullen worden toegelaten totdat zij elders duurzame bescherming hebben gevonden (zie artikel 31, tweede lid, onder i, Vw);
Tamils die een gevaar vormen voor de openbare orde of nationale veiligheid (zie artikel 31, tweede lid, onder k, Vw).
##### 8.2. Voortgezet recht op opvang
Het vertrekmoratorium heeft tot gevolg dat de opvang van Tamils die een asielaanvraag hebben ingediend en van wie de vertrektermijn reeds is verstreken, niet wordt beëindigd. Dit voortgezet recht op opvang volgt van rechtswege uit het besluit zoals gepubliceerd in de Stcrt. Het voortgezet recht op opvang eindigt tevens van rechtswege wanneer het vertrekmoratorium eindigt.
Gedurende het vertrekmoratorium wordt de vreemdeling geacht, conform artikel 45, vijfde lid, Vw, rechtmatig verblijf te hebben als bedoeld in artikel 8, onder j, Vw. Het is niet noodzakelijk dat door deze personen een nieuwe asielaanvraag wordt ingediend. Voor zover betrokkene niet (meer) in het bezit is van een document, dient een document te worden verstrekt (zie artikel 3.5 VV).
Tamils die een asielaanvraag hebben ingediend waarop nog niet onherroepelijk is beslist, maar die geen rechtmatig verblijf in Nederland hebben, worden daarmee tevens geacht rechtmatig verblijf te hebben, indien zij onder de reikwijdte van het vertrekmoratorium vallen. Dit betekent dat Tamils die onder het vertrekmoratorium vallen, niet langer belang hebben bij een eerder ingediend verzoek om een voorlopige voorziening, voor zover dit verzoek is gericht op het voorkomen van de verwijdering of de beëindiging van de voorzieningen.
##### 8.3. Verkrijgen van opvang wanneer de opvang reeds was beëindigd
Om opnieuw voor opvang in aanmerking te komen, is geen nieuwe asielaanvraag noodzakelijk. Wel moet men eerder een asielaanvraag hebben ingediend en moet men zich melden bij het AC Ter Apel om voor opvang in aanmerking te komen. Om logistieke redenen kan na de aanmelding besloten worden betrokkene door te verwijzen naar de tijdelijke noodvoorziening, alvorens te beoordelen of betrokkene conform het geldende vertrekmoratorium in aanmerking komt voor opvang.
Vreemdelingen die reeds voorafgaand aan de instelling van het vertrekmoratorium een tweede of volgende aanvraag hebben ingediend, welke nog niet heeft geleid tot een onherroepelijke afwijzing, kunnen zich ter verkrijging van opvang eveneens melden bij het AC Ter Apel.
Asielzoekers die al een tweede of volgende aanvraag hebben ingediend welke niet in de AC-procedure is afgedaan, hebben al opvang en hoeven zich dus niet te melden.
Het vertrekmoratorium dat gold ten aanzien van Tamils uit Sri Lanka is ingetrokken met ingang van 1 juli 2007. Dit houdt in dat de rechtsgevolgen van de afwijzende beschikking herleven. De voortgezette opvang is met het eindigen van het vertrekmoratorium van rechtswege beëindigd. De vreemdeling wordt niet langer geacht rechtmatig verblijf te hebben als bedoeld in artikel 8, onder j, Vw en de vreemdeling dient Nederland te verlaten.
### [26]. Het asielbeleid ten aanzien van Turkije