2012-01-01 | BWBR0003296 | Sanctiewet 1977

This commit is contained in:
Coornhert 2012-01-01 12:00:00 +00:00
parent 4bbf70cd05
commit a26df68099

View file

@ -83,7 +83,7 @@ Vervallen
Onverminderd het eerste lid kan Onze Minister van Financiën een of meer rechtspersonen aanwijzen die belast zijn met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze afdeling bepaalde met betrekking tot het financieel verkeer, door:
a. financiële ondernemingen die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van kredietinstelling mogen uitoefenen,
a. financiële ondernemingen die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van bank mogen uitoefenen,
b. financiële ondernemingen die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland rechten van deelneming in een beleggingsinstelling mogen aanbieden of beheerder van een beleggingsinstelling mogen zijn,
c. de geldtransactiekantoren die zijn geregistreerd op grond van artikel 2 van de Wet inzake de geldtransactiekantoren,
d. financiële ondernemingen die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland beleggingsdiensten mogen verlenen,
@ -91,7 +91,8 @@ e. de pensioenfondsen, bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet en de beroepspens
f. financiële ondernemingen die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van verzekeraar mogen uitoefenen,
g. het notarieel pensioenfonds, bedoeld in artikel 4 van de Wet tot invoering van een leeftijdsgrens voor het notarisambt en oprichting van een notarieel pensioenfonds,
h. de trustkantoren die zijn ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Wet toezicht trustkantoren,
i. financiële ondernemingen, niet zijnde kredietinstellingen, die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van betaaldienstverlener mogen uitoefenen.
i. financiële ondernemingen die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van elektronischgeldinstelling mogen uitoefenen,
j. financiële ondernemingen, niet zijnde kredietinstellingen, die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van betaaldienstverlener mogen uitoefenen.
**3.** Ten aanzien van personen die door een op grond van het tweede lid aangewezen rechtspersoon belast zijn met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze afdeling bepaalde zijn de bepalingen van hoofdstuk 5, afdeling 5.2, van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
@ -155,7 +156,7 @@ De algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, bepaalt bij elke d
**3.** Het eerste en tweede lid laten, ten aanzien van degene op wie het tweede lid van toepassing is, onverlet de toepasselijkheid van de bepalingen van het Wetboek van Strafvordering.
**4.** Het in het eerste en tweede lid bepaalde laat evenzo, ten aanzien van degene op wie het tweede lid van toepassing is, onverlet de toepasselijkheid van de bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en van artikel 66 van de Faillissementswet welke betrekking hebben op het als getuige of als partij in een comparitie van partijen dan wel als deskundige in burgerlijke zaken afleggen van een verklaring omtrent gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van zijn ingevolge deze afdeling opgedragen taak, voor zover het gaat om gegevens of inlichtingen omtrent een kredietinstelling die in staat van faillissement is verklaard of op grond van een rechterlijke uitspraak is ontbonden. Het in de vorige volzin bepaalde geldt niet voor gegevens of inlichtingen die betrekking hebben op ondernemingen of instellingen die betrokken zijn of zijn geweest bij een poging de desbetreffende kredietinstelling in staat te stellen haar bedrijf voort te zetten.
**4.** Het in het eerste en tweede lid bepaalde laat evenzo, ten aanzien van degene op wie het tweede lid van toepassing is, onverlet de toepasselijkheid van de bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en van artikel 66 van de Faillissementswet welke betrekking hebben op het als getuige of als partij in een comparitie van partijen dan wel als deskundige in burgerlijke zaken afleggen van een verklaring omtrent gegevens of inlichtingen verkregen bij de vervulling van zijn ingevolge deze afdeling opgedragen taak, voor zover het gaat om gegevens of inlichtingen omtrent een bank die in staat van faillissement is verklaard of op grond van een rechterlijke uitspraak is ontbonden. Het in de vorige volzin bepaalde geldt niet voor gegevens of inlichtingen die betrekking hebben op ondernemingen of instellingen die betrokken zijn of zijn geweest bij een poging de desbetreffende bank in staat te stellen haar bedrijf voort te zetten.
### Artikel 10h