2026-01-01 | BWBW33099 | Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003
This commit is contained in:
parent
4045db1656
commit
a27529b9e4
1 changed files with 49 additions and 46 deletions
|
|
@ -789,9 +789,7 @@ Geen.
|
|||
|
||||
Tot 1 april 2003 verkreeg een minderjarige vreemdeling de Nederlandse nationaliteit door erkenning en/of wettiging door een Nederlander (artikel 4 RWN (oud)). Tussen 1 april 2003 en 1 maart 2009 kon een erkende en/of gewettigde minderjarige (uitsluitend) na drie jaar opvoeding en verzorging door de Nederlandse man het Nederlanderschap verkrijgen door optie. De verkrijging van het Nederlanderschap door wettiging is vanaf 1 maart 2009 opgenomen in artikel 4, derde lid RWN. Prenatale erkenning (erkenning van de ongeboren vrucht) door een Nederlandse man (en sinds 1 april 2014 ook door een Nederlandse vrouw) leidt tot onmiddellijke verkrijging van het Nederlanderschap vanaf de geboorte (zie artikel 3, eerste lid RWN).
|
||||
|
||||
Op 1 april 2014 is Boek 1 BW gewijzigd. Met ingang van 1 april 2014 kan de vrouwelijke partner van de moeder uit wie het kind is geboren door erkenning het juridisch moederschap verkrijgen
|
||||
|
||||
(artikel 1:198, eerste lid, aanhef en onder c BW).
|
||||
Op 1 april 2014 is Boek 1 BW gewijzigd. Met ingang van 1 april 2014 kan de vrouwelijke partner van de moeder uit wie het kind is geboren door erkenning het juridisch moederschap verkrijgen (artikel 1:198, eerste lid, aanhef en onder c BW).
|
||||
|
||||
Met ingang van 1 april 2014 is de bepaling over de rechterlijke tussenkomst voor de erkenning van een kind door een – op het tijdstip van erkenning – met een andere vrouw gehuwde ouder, vervallen. Tot 1 april 2014 gold dat een erkenning nietig is tenzij de rechtbank heeft vastgesteld dat aan bepaalde voorwaarden is voldaan (artikel 1:204 onder e BW, zoals dit artikel tot 1 april 2014 luidde). Deze nietigheidsgrond is op 1 april 2014 komen te vervallen. Dit geldt dus ook niet voor de erkenning van een kind door een met een andere vrouw of man gehuwde vrouw, die mogelijk is geworden per 1 april 2014.
|
||||
|
||||
|
|
@ -809,7 +807,7 @@ Tussen 1 april 1998 en 1 april 2014 kon op grond van artikel 1:207 BW (zoals d
|
|||
• is het kind geboren op 1 januari 1985 of daarna, en is het vaderschap vastgesteld vóór 1 april 2003, zie de toelichting in de paragrafen 3, 4 en 5.
|
||||
• is de vaststelling van het vaderschap ná 1 april 2003 onherroepelijk geworden, dan verkrijgt het kind het Nederlanderschap. Zie de toelichting bij artikel 4, eerste lid, RWN.
|
||||
|
||||
Vanaf 1 april 2014 kan op grond van artikel 1:207 BW (nieuw), zoals dit artikel luidt vanaf die datum, gerechtelijk worden vastgesteld wie de ouder (dit kan vanaf deze datum dan ook een vrouw zijn) is van een kind/persoon. Door deze gerechtelijke vaststelling van het ouderschap komt het kind/de persoon vanaf de geboorte in familierechtelijke betrekking met de ouder te staan. Is de persoon een minderjarige vreemdeling dan kan sprake zijn van het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit.
|
||||
Vanaf 1 april 2014 kan op grond van artikel 1:207 BW (nieuw) zoals dit artikel luidt vanaf die datum, gerechtelijk worden vastgesteld wie de ouder (dit kan vanaf deze datum dan ook een vrouw zijn) is van een kind/persoon. Door deze gerechtelijke vaststelling van het ouderschap komt het kind/de persoon vanaf de geboorte in familierechtelijke betrekking met de ouder te staan. Is de persoon een minderjarige vreemdeling dan kan sprake zijn van het verkrijgen van de Nederlandse nationaliteit.
|
||||
|
||||
Vanaf 2 juni 2007, met terugwerkende kracht tot 1 april 2003 werd een postnatale erkenning, in combinatie met een gerechtelijk bewijs van biologisch vaderschap, gelijkgesteld met een gerechtelijke vaststelling van het vaderschap. Het Nederlanderschap werd verkregen op de in artikel 4, eerste lid RWN genoemde datum. Een gerechtelijk bewijs van biologisch vaderschap is een rechterlijke uitspraak waarin is vastgesteld dat de erkenner ook de biologische vader is. Het kan hierbij gaan om een uitspraak van de artikel 17 RWN-rechter, de vreemdelingenrechter of een buitenlandse rechter, die op grond van DNA onderzoek oordeelt dan wel anderszins uitdrukkelijk vaststelt dat de erkenner de biologische vader van het kind is. Het enkel overleggen van DNA-bewijs volstond derhalve niet.
|
||||
|
||||
|
|
@ -819,6 +817,8 @@ Artikel 10:92 BW tot en met artikel 10:102 BW is hierbij van toepassing. Artikel
|
|||
|
||||
Ook een buitenlandse erkenning waarbij de biologische afstamming als voorwaarde geldt of een buitenlandse rechterlijke uitspraak waarbij het biologische ouderschap na de erkenning is vastgesteld, kan nationaliteitsrechtelijk gevolg hebben (verkrijging Nederlanderschap). Ten aanzien van een dergelijke rechterlijke uitspraak zijn de zorgvuldigheidseisen van artikel 10:100 BW en artikel 10:101 BW van toepassing. Het Nederlanderschap wordt van rechtswege verkregen op de datum van de erkenning, mits de rechterlijke uitspraak inzake de vaststelling van het ouderschap in kracht van gewijsde is gegaan.
|
||||
|
||||
Als in een buitenlandse rechterlijke uitspraak de afstamming van een kind van 7 jaar of ouder op grond van DNA-bewijs wordt vastgesteld, dan moet het bij de buitenlandse rechtbank geleverde DNA-bewijs zijn geleverd via een als zodanig herkenbaar en ondertekend rapport van een geaccrediteerd laboratorium dat voldoet aan internationale ISO/IEC-kwaliteitsnormen voor laboratoriumonderzoek in de zin van het Besluit DNA-onderzoek vaderschap (zie Staatsblad 2008, 417 en artikel 4, zesde lid, RWN). Pas hierna is sprake van aangetoond biologisch ouderschap en kan door het kind het Nederlanderschap zijn verkregen (zie ook HR 27 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:1024). Naast de buitenlandse rechterlijke uitspraak moet dus ook het DNA rapport worden overgelegd.
|
||||
|
||||
#### 2. Kind geboren vóór 1 januari 1985, Nederlandse vaststelling vaderschap vóór 1 april 2003
|
||||
|
||||
Indien het kind is geboren vóór 1 januari 1985 en de vaststelling van het vaderschap in beginsel25 Met (in beginsel) onherroepelijk wordt de situatie bedoeld dat de termijnen voor het instellen van rechtsmiddelen zijn verstreken. Dit neemt niet weg dat een onbekend gebleven belanghebbende alsnog de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap door middel van een rechterlijke procedure kan aantasten. onherroepelijk is geworden vóór 1 april 2003, heeft het kind het Nederlanderschap niet verkregen. Weliswaar vestigt de vaststelling van het vaderschap een familierechtelijke betrekking tussen vader en kind vanaf de geboorte, maar dit leidt dit niet tot verkrijging van het Nederlanderschap. Immers, artikel 1, aanhef en onder a, WNI (die gold tot 1 januari 1985) kent een limitatieve opsomming voor verkrijging van het Nederlanderschap, namelijk: “het wettig, gewettigd, of door den vader erkend natuurlijk kind”. In de opsomming wordt niet genoemd de familierechtelijke betrekking tussen vader en kind, ontstaan door gerechtelijke vaststelling van het vaderschap. Het ligt daarom niet in de rede om deze rechtsfiguur, die pas in 1998 werd ingevoerd in het Nederlands familierecht, met terugwerkende kracht ‘in te lezen’ in een wet die stamt uit 1892 en die bovendien niet meer van kracht is. De rechtszekerheid, die in het nationaliteitsrecht zware eisen stelt, staat hier geen ruimere dan een grammaticale interpretatie toe. Een andere opvatting zou in strijd zijn met artikel 25 RWN. Uit het voorgaande volgt tevens dat geen beroep mogelijk is op artikel 1, aanhef en onder b, WNI noch op artikel 2, aanhef en onder a, WNI.
|
||||
|
|
@ -4747,32 +4747,32 @@ De vader komt niet in aanmerking voor naturalisatie. De moeder wel. Ondanks dat
|
|||
|
||||
#### 3
|
||||
|
||||
| Beperkingen vvr bepaalde tijd (per hoofdstuk van de vreemdelingencirculaire) | Bron (Vreemdelingenbesluit) | Bedenkingen tegen verblijf voor onbepaalde tijd in de zin van de RWN? |
|
||||
| **Beperkingen vvr bepaalde tijd (per hoofdstuk van de vreemdelingencirculaire)** | **Bron (Vreemdelingenbesluit)** | **Bedenkingen tegen verblijf voor onbepaalde tijd in de zin van de RWN? ** |
|
||||
| --- | --- | --- |
|
||||
| *B2 Uitwisseling:* | | |
|
||||
| **B2 Uitwisseling:** | | |
|
||||
| Working Holiday Scheme (WHS) | Art. 3.4, lid 1, onder o, Vb | Wel bedenkingen, zie art. 3.5, lid 2, onder h, Vb |
|
||||
| – Working Holiday Programme (WHP) | | |
|
||||
| – Au pair | | |
|
||||
| – Particuliere uitwisselingsorganisatie | | |
|
||||
| – Europees vrijwilligerswerk | | |
|
||||
| *B3 Studie:* | | |
|
||||
| **B3 Studie:** | | |
|
||||
| – hoger onderwijs | Art. 3.4, lid 1, onder m, Vb | Wel bedenkingen, zie art. 3.5, lid 2, onder f, Vb |
|
||||
| – middelbaar beroepsonderwijs en voortgezet onderwijs | | |
|
||||
| *B4 Arbeid tijdelijk:* | | |
|
||||
| **B4 Arbeid tijdelijk:** | | |
|
||||
| – lerend werken | Art. 3.4, lid 1, onder k, Vb | Wel bedenkingen, zie art. 3.5, lid 2, onder e, Vb |
|
||||
| – seizoenarbeid | Art. 3.4, lid 1, onder f, Vb | Wel bedenkingen, zie art. 3.5, lid 2, onder b, Vb |
|
||||
| *B5 Arbeid regulier:* | | |
|
||||
| – arbeid in loondienst | Art. 3.4, lid 1, onder h, Vb | Geen bedenkingen, mits vrij op de arbeidsmarkt. Wel bedenkingen indien niet vrij op de arbeidsmarkt. |
|
||||
| **B5 Arbeid regulier:** | | |
|
||||
| – arbeid in loondienst | Art. 3.4, lid 1, onder h, Vb | Geen bedenkingen, als de betrokkene vrij is op de arbeidsmarkt. In dat geval staat op het verblijfsdocument de arbeidsmarktaantekening ‘Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist'. Wel bedenkingen indien niet vrij op de arbeidsmarkt. In dat geval staat niet op het verblijfsdocument ’Arbeid vrij toegestaan, TWV niet vereist’ maar staat er een andere arbeidsmarktaantekening. |
|
||||
| – grensoverschrijdende dienstverlening | Art. 3.4, lid 1, onder i, Vb | Wel bedenkingen, zie art. 3.5, lid 2, onder d, Vb |
|
||||
| – arbeid als niet-geprivilegieerd militair of niet-geprivilegieerd burgerpersoneel | Art. 3.4, lid 1, onder l, Vb | Geen bedenkingen |
|
||||
| *B6 Kennis en talent:* | | |
|
||||
| **B6 Kennis en talent:** | | |
|
||||
| – het zoeken naar en verrichten van arbeid al dan niet in loondienst | Art. 3.4, lid 1, onder n, Vb | Wel bedenkingen, zie art. 3.5, lid 2, onder g, Vb |
|
||||
| – arbeid als kennismigrant | Art. 3.4, lid 1, onder d, Vb | Geen bedenkingen |
|
||||
| – Onderzoek in de zin van richtlijn (EU) 2016/801 | Art. 3.4, lid 1, onder j, Vb | Geen bedenkingen |
|
||||
| – arbeid als zelfstandige | Art. 3.4, lid 1, onder c, Vb | Geen bedenkingen |
|
||||
| – houder van een Europese blauwe kaart | Art. 3.4, lid 1, onder e, Vb | Geen bedenkingen |
|
||||
| – Overplaatsing binnen een onderneming | Art. 3.4, lid 1, onder g, Vb | Wel bedenkingen, zie art. 3.5, lid 2, onder c, Vb |
|
||||
| *B7 Gezinsmigratie:* | | |
|
||||
| **B7 Gezinsmigratie:** | | |
|
||||
| – Huwelijk en (geregistreerd) partnerschap | Art. 3.4, lid 1, onder a, Vb | Geen bedenkingen, tenzij de hoofdpersoon in het bezit is van een verblijfsvergunning van tijdelijke aard of houder is van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Zie art. 3.5, lid 2, onder a, Vb |
|
||||
| – Minderjarige kinderen | | |
|
||||
| – In Nederland geboren kinderen | | |
|
||||
|
|
@ -4781,10 +4781,10 @@ De vader komt niet in aanmerking voor naturalisatie. De moeder wel. Ondanks dat
|
|||
| – Buitenlandse adoptiekinderen en adoptiefkinderen | | |
|
||||
| – Buitenlandse pleegkinderen | | |
|
||||
| – Familie of gezinsleven als bedoeld in Artikel 8 EVRM | | |
|
||||
| *B8 Humanitair tijdelijk:* | | |
|
||||
| **B8 Humanitair tijdelijk:** | | |
|
||||
| – Eergerelateerd en huiselijk geweld | Art. 3.4, lid 1, onder q, Vb | Wel bedenkingen, zie art. 3.5, lid 2, onder j, Vb |
|
||||
| – Slachtoffers en getuige-aangevers van mensenhandel | | |
|
||||
| – Vreemdelingen die buiten hun schuld niet uit Nederland kunnen vertrekken *Let op: geen bedenkingen bij het gelijknamige verblijfsdoel onder B9 Humanitair niet-tijdelijk* | | |
|
||||
| – Vreemdelingen die buiten hun schuld niet uit Nederland kunnen vertrekken Let op: geen bedenkingen bij het gelijknamige verblijfsdoel onder B9 Humanitair niet-tijdelijk | | |
|
||||
| – Verblijfsvergunning in het kader van remigratie op grond van de Remigratiewet | | |
|
||||
| – Amv die buiten zijn schuld niet uit Nederland kan vertrekken | | |
|
||||
| – Verblijfsvergunning in afwachting van verzoek ex artikel 17 RWN | | |
|
||||
|
|
@ -4794,9 +4794,9 @@ De vader komt niet in aanmerking voor naturalisatie. De moeder wel. Ondanks dat
|
|||
| – Verblijf als minderjarige vreemdeling met een kinderbeschermingsmaatregel | | |
|
||||
| – Beschermde getuige in beschermingsprogramma van de Politie Landelijke Eenheid | | |
|
||||
| – Medische behandeling | Art. 3.4, lid 1, onder p, Vb | Wel bedenkingen, zie art. 3.5, lid 2, onder i, Vb |
|
||||
| *B9 Humanitair niet-tijdelijk:* | | |
|
||||
| **B9 Humanitair niet-tijdelijk:** | | |
|
||||
| – Oud-Nederlanders | Art. 3.4, lid 1, onder s, Vb | Geen bedenkingen |
|
||||
| – Vreemdelingen die buiten hun schuld niet uit Nederland kunnen vertrekken *Let op: wel bedenkingen bij het gelijknamige verblijfsdoel onder B8 Humanitair tijdelijk* | | |
|
||||
| – Vreemdelingen die buiten hun schuld niet uit Nederland kunnen vertrekken Let op: wel bedenkingen bij het gelijknamige verblijfsdoel onder B8 Humanitair tijdelijk | | |
|
||||
| – Terugkeeroptie op grond van artikel 8 Remigratiewet | | |
|
||||
| – Terugkeeroptie (minderjarige vreemdelingen) | | |
|
||||
| – Afsluiting Definitieve Regeling langdurig verblijvende kinderen | | |
|
||||
|
|
@ -4812,7 +4812,7 @@ De vader komt niet in aanmerking voor naturalisatie. De moeder wel. Ondanks dat
|
|||
| – Verblijf als minderjarige vreemdeling met een kinderbeschermingsmaatregel | | |
|
||||
| – (Vervolg) Beschermde getuige in beschermingsprogramma van de Politie Landelijke Eenheid | | |
|
||||
|
||||
Let op! Een verzoeker die verblijfsrecht kan ontlenen aan het Associatiebesluit 1/80 van de *Assiociatieraad* EU-Turkije kan ook met een verblijfsvergunning met een tijdelijk karakter in aanmerking komen voor naturalisatie. Zie voor meer uitleg paragraaf 3.3 van de toelichting op artikel 8, eerste lid, onder b, RWN.
|
||||
**Let op! Een verzoeker die verblijfsrecht kan ontlenen aan het Associatiebesluit 1/80 van de Assiociatieraad EU-Turkije kan ook met een verblijfsvergunning met een tijdelijk karakter in aanmerking komen voor naturalisatie. Zie voor meer uitleg paragraaf 3.3 van de toelichting op artikel 8, eerste lid, onder b, RWN. **
|
||||
|
||||
#### 4
|
||||
|
||||
|
|
@ -6096,18 +6096,22 @@ Hierna volgt een lijst van landen met vermelding van behoud of verlies van de na
|
|||
De schrijfwijze van de namen van staten is conform de ‘lijst van landnamen’, de officiële schrijfwijze voor het Nederlandse taalgebied, van de Werkgroep Buitenlandse Aardrijkskundige namen, 1994.
|
||||
|
||||
A = automatisch verlies
|
||||
|
||||
B = geen automatisch verlies maar het doen van afstand is mogelijk.
|
||||
|
||||
Als volgens de vreemde nationaliteitswetgeving het doen van afstand mogelijk is, betekent dit niet dat dit altijd daadwerkelijk door de Nederlandse autoriteiten wordt verlangd. Van de verplichting om de oorspronkelijke nationaliteit te verliezen, bestaan vrijstellingen. Zie daarvoor artikel 9 lid 3 RWN en artikel 6 Regeling verkrijging en verlies Nederlanderschap (Stcrt. 2003, 54).
|
||||
|
||||
C = geen automatisch verlies; het doen van afstand is niet mogelijk
|
||||
|
||||
D = partij bij het Verdrag van Straatsburg
|
||||
|
||||
E = partij geweest bij het Tweede Protocol van het Verdrag van Straatsburg
|
||||
|
||||
Onbekend = geen automatisch verlies, tot het tegendeel bewezen is
|
||||
|
||||
Als betrokkene verplicht is afstand te doen, dan moet hij een bereidheidsverklaring tekenen. Als
|
||||
Als betrokkene verplicht is afstand te doen, dan moet hij een bereidheidsverklaring tekenen.
|
||||
|
||||
betrokkene is vrijgesteld van de plicht om afstand te doen, dan hoeft hij geen bereidheidsverklaring te tekenen.
|
||||
Als betrokkene is vrijgesteld van de plicht om afstand te doen, dan hoeft hij geen bereidheidsverklaring te tekenen.
|
||||
|
||||
**Let op!** Deze lijst geldt zowel bij optie als naturalisatie. De afstandsverplichting bij optie op grond van artikel 6, eerste lid en onder e, RWN is op 1 oktober 2010 ingevoerd. De afstandsverplichting geldt niet voor de overige optiecategorieën.
|
||||
|
||||
|
|
@ -6115,7 +6119,7 @@ Met bevoegde autoriteit wordt bedoeld de bevoegde instantie die de optieverklari
|
|||
|
||||
• in Europees Nederland: de burgemeester;
|
||||
• in Aruba, Curaçao en Sint Maarten: de Gouverneur van Aruba, van Curaçao onderscheidenlijk van Sint Maarten;
|
||||
• in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba: de minister (lees: IND-unit Caribisch Nederland);
|
||||
• in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba: de Minister (lees: IND-unit Caribisch Nederland);
|
||||
• in het buitenland: de hoofden van de Nederlandse diplomatieke en consulaire posten.
|
||||
|
||||
Daar waar staat basisregistratie personen geldt:
|
||||
|
|
@ -6146,9 +6150,9 @@ voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba: de bevolkingsregistra
|
|||
| Belize | B |
|
||||
| Benin | B |
|
||||
| Bhutan | A |
|
||||
| Bolivia | A: genaturaliseerde Bolivianen verliezen automatisch de Boliviaanse nationaliteit bij het aannemen van een vreemde nationaliteit. C: voor Bolivianen die bij geboorte die nationaliteit hebben verkregen, is het doen van afstand van de Boliviaanse nationaliteit niet mogelijk. B: tot 1 januari 2025. |
|
||||
| Bolivia | B: genaturaliseerde Bolivianen verliezen niet automatisch de Boliviaanse nationaliteit bij het aannemen van een vreemde nationaliteit, maar het doen van afstand is mogelijk. C: voor Bolivianen die bij geboorte die nationaliteit hebben verkregen, is het doen van afstand van de Boliviaanse nationaliteit niet mogelijk. |
|
||||
| Bosnië en Herzegovina | B Het doen van afstand wordt gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 1-7-2014 en bij optie (o.g.v. artikel 6, eerste lid, aanhef en onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 1-7-2014. |
|
||||
| Botswana | A tot 1 januari 2025 B Het doen van afstand wordt gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 1 januari 2025 en bij optie (o.g.v. artikel 6, eerste lid, aanhef en onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 1 januari 2025. |
|
||||
| Botswana | A: tot 1 januari 2025 B Het doen van afstand wordt gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 1 januari 2025 en bij optie (o.g.v. artikel 6, eerste lid, aanhef en onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 1 januari 2025. |
|
||||
| Brazilië | B |
|
||||
| Brunei | A |
|
||||
| Bulgarije | B |
|
||||
|
|
@ -6172,8 +6176,7 @@ voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba: de bevolkingsregistra
|
|||
| Dominicaanse Republiek | B (m.i.v. 1 oktober 2020) Het doen van afstand wordt bij naturalisatie gevraagd bij een naturalisatieverzoek en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN), ingediend vanaf 1 oktober 2020. Vanaf 1 oktober 2020 moet een bereidheidsverklaring tot het doen van afstand worden ondertekend. |
|
||||
| Duitsland | B Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 28.08.2007 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.10.2010. Geen partij meer bij het verdrag van Straatsburg m.i.v. 22.12.2002. Tot 28.08.2007 ging de Duitse nationaliteit automatisch verloren, tenzij de Duitse autoriteiten, met instemming van de Nederlandse autoriteiten, behoud van de Duitse nationaliteit hadden goedgekeurd. |
|
||||
| Ecuador | C, echter B ingeval van tot Ecuadoriaan genaturaliseerden. Het doen van afstand wordt alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek dat is ingediend op of na 30.08.2021 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 30.08.2021. Tot 30.08.2021: C. |
|
||||
| Egypte Met het oog op de actualiteit van de basisregistratie personen voegt de IND aan de bekendmaking aan de bevoegde autoriteit dat betrokkene het Nederlanderschap is verleend, een kopie van de toestemmingsverklaring van de Egyptische autoriteiten toe. Let op! De Egyptische nationaliteit is verloren gegaan met het verlenen van het Nederlanderschap, mits genaturaliseerd is ná verkregen toestemming**en** nadat het verlies van de Egyptische nationaliteit is gepubliceerd in de Egyptische Staatscourant. Zodra betrokkene een kopie van de publicatie in de Egyptische Staatscourant heeft overgelegd, zal de IND de bevoegde autoriteit hiervan op de hoogte stellen en verzoeken de (gemeentelijke) basisadministratie aan te passen. | B Betrokkene moet zich tot het Egyptische Ministerie van Binnenlandse Zaken wenden om toestemming te krijgen voor het verkrijgen van een andere nationaliteit. Betrokkene moet vóór het moment van verkrijging of verlening van het Nederlanderschap de beoogde toestemming van het Egyptische Ministerie van Binnenlandse Zaken hebben verkregen. Bedoelde toestemming blijkt uit een (gelegaliseerde) verklaring van de Egyptische ambassade. De verklaring van de Egyptische ambassade legt betrokkene over bij het afleggen van de optieverklaring of bij het indienen van het naturalisatieverzoek. De optieverklaring of het verzoek om naturalisatie kan eventueel ook worden afgelegd dan wel ingediend zonder de toestemmingsverklaring, maar dan moet betrokkene na ontvangst van bedoelde verklaring deze inleveren/opsturen bij/naar de bevoegde autoriteit waar de optieverklaring is afgelegd of het IND-kantoor waar zijn naturalisatieverzoek in behandeling is. Op de optieverklaring of het verzoek om naturalisatie wordt pas beslist als de verklaring van de ambassade is ontvangen. In dit kader kan bij naturalisatie gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid tot aanhouding uit artikel 9, vierde lid, RWN. Bij optie kan gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid om de beslistermijn met dertien weken te verlengen (artikel 6, vijfde lid, RWN). De optieverklaring of het verzoek om naturalisatie wordt na de verlengingstermijn/ laatste aanhoudingstermijn bevestigd of ingewilligd als nog geen toestemmingsverklaring is ontvangen, **mits** de betrokkene aan de hand van correspondentie aantoont meermaals bij de Egyptische autoriteiten navraag te hebben gedaan inzake zijn verzoek om een vreemde nationaliteit aan te nemen. Nadat het Nederlanderschap is verleend of verkregen moet betrokkene, totdat daadwerkelijk afstand is gedaan van de Egyptische nationaliteit, nog de volgende handelingen verrichten: – Inleveren van het Egyptische paspoort en/of ID-kaart bij de bevoegde autoriteit; – Verzoek indienen bij het Egyptische Ministerie van Binnenlandse Zaken om de Egyptische nationaliteit officieel te laten schrappen. Het opgeven van de Egyptische nationaliteit wordt gepubliceerd in de Egyptische Staatscourant; – Betrokkene moet een bewijs publicatie verlies Egyptische nationaliteit overleggen aan de IND. |
|
||||
| | Genoemde stukken moeten zijn voorzien van een vertaling, gemaakt door een beëdigd vertaler. Een afstandsplichtige betrokkene (die niet onder één van de vrijstellingscategorieën voor de verplichting tot het doen van afstand van de oorspronkelijke nationaliteit valt) wordt ook gevraagd een verklaring (model 1.14-1b bij optie en model 2.5/2.5a bij naturalisatie) dat de Egyptische autoriteiten niet is gevraagd noch zal worden gevraagd om behoud van de Egyptische nationaliteit. Uit artikel 10 van de Egyptische nationaliteitswetgeving blijkt namelijk dat de mogelijkheid bestaat om na de verkregen toestemming om een andere nationaliteit aan te nemen en het hieropvolgende verlies van de Egyptische nationaliteit binnen één jaar na verkrijging van de andere nationaliteit om behoud kan worden gevraagd van de Egyptische nationaliteit. Om de betrokkene duidelijk te maken dat dit niet de bedoeling is, moet model 1.14-1b (bij optie) en model 2.5/2.5a (bij naturalisatie) getekend worden. |
|
||||
| Egypte Met het oog op de actualiteit van de basisregistratie personen voegt de IND aan de bekendmaking aan de bevoegde autoriteit dat betrokkene het Nederlanderschap is verleend, een kopie van de toestemmingsverklaring van de Egyptische autoriteiten toe. Let op! De Egyptische nationaliteit is verloren gegaan met het verlenen van het Nederlanderschap, mits genaturaliseerd is ná verkregen toestemming **en** nadat het verlies van de Egyptische nationaliteit is gepubliceerd in de Egyptische Staatscourant. Zodra betrokkene een kopie van de publicatie in de Egyptische Staatscourant heeft overgelegd, zal de IND de bevoegde autoriteit hiervan op de hoogte stellen en verzoeken de (gemeentelijke) basisadministratie aan te passen. | B Betrokkene moet zich tot het Egyptische Ministerie van Binnenlandse Zaken wenden om toestemming te krijgen voor het verkrijgen van een andere nationaliteit. Betrokkene moet vóór het moment van verkrijging of verlening van het Nederlanderschap de beoogde toestemming van het Egyptische Ministerie van Binnenlandse Zaken hebben verkregen. Bedoelde toestemming blijkt uit een (gelegaliseerde) verklaring van de Egyptische ambassade. De verklaring van de Egyptische ambassade legt betrokkene over bij het afleggen van de optieverklaring of bij het indienen van het naturalisatieverzoek. De optieverklaring of het verzoek om naturalisatie kan eventueel ook worden afgelegd dan wel ingediend zonder de toestemmingsverklaring, maar dan moet betrokkene na ontvangst van bedoelde verklaring deze inleveren/opsturen bij/naar de bevoegde autoriteit waar de optieverklaring is afgelegd of het IND-kantoor waar zijn naturalisatieverzoek in behandeling is. Op de optieverklaring of het verzoek om naturalisatie wordt pas beslist als de verklaring van de ambassade is ontvangen. In dit kader kan bij naturalisatie gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid tot aanhouding uit artikel 9, vierde lid, RWN. Bij optie kan gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid om de beslistermijn met dertien weken te verlengen (artikel 6, vijfde lid, RWN). De optieverklaring of het verzoek om naturalisatie wordt na de verlengingstermijn/ laatste aanhoudingstermijn bevestigd of ingewilligd als nog geen toestemmingsverklaring is ontvangen, **mits** de betrokkene aan de hand van correspondentie aantoont meermaals bij de Egyptische autoriteiten navraag te hebben gedaan inzake zijn verzoek om een vreemde nationaliteit aan te nemen. Nadat het Nederlanderschap is verleend of verkregen moet betrokkene, totdat daadwerkelijk afstand is gedaan van de Egyptische nationaliteit, nog de volgende handelingen verrichten: – Inleveren van het Egyptische paspoort en/of ID-kaart bij de bevoegde autoriteit; – Verzoek indienen bij het Egyptische Ministerie van Binnenlandse Zaken om de Egyptische nationaliteit officieel te laten schrappen. Het opgeven van de Egyptische nationaliteit wordt gepubliceerd in de Egyptische Staatscourant; – Betrokkene moet een bewijs publicatie verlies Egyptische nationaliteit overleggen aan de IND. Genoemde stukken moeten zijn voorzien van een vertaling, gemaakt door een beëdigd vertaler. Een afstandsplichtige betrokkene (die niet onder één van de vrijstellingscategorieën voor de verplichting tot het doen van afstand van de oorspronkelijke nationaliteit valt) wordt ook gevraagd een verklaring (model 1.14-1b bij optie en model 2.5/2.5a bij naturalisatie) dat de Egyptische autoriteiten niet is gevraagd noch zal worden gevraagd om behoud van de Egyptische nationaliteit. Uit artikel 10 van de Egyptische nationaliteitswetgeving blijkt namelijk dat de mogelijkheid bestaat om na de verkregen toestemming om een andere nationaliteit aan te nemen en het hieropvolgende verlies van de Egyptische nationaliteit binnen één jaar na verkrijging van de andere nationaliteit om behoud kan worden gevraagd van de Egyptische nationaliteit. Om de betrokkene duidelijk te maken dat dit niet de bedoeling is, moet model 1.14-1b (bij optie) en model 2.5/2.5a (bij naturalisatie) getekend worden. |
|
||||
| El Salvador | B, echter in sommige gevallen A. B: voor Salvadoranen door geboorte. A: tot Salvadoraan genaturaliseerden verliezen de Salvadoraanse nationaliteit automatisch als zij vijf jaren zonder onderbreking buiten El Salvador verblijven. |
|
||||
| Equatoriaal-Guinee | A |
|
||||
| Eritrea | C (met ingang van 1 april 2016) Bij het indienen van een naturalisatieverzoek of het afleggen van een optieverklaring (ex artikel 6, lid 1 onder e) ingediend of afgelegd op of na 1 april 2016, hoeft geen bereidheidsverklaring tot het doen van afstand meer te worden ondertekend. Van 01.07.2010 tot 01.04.2016: B |
|
||||
|
|
@ -6279,7 +6282,7 @@ voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba: de bevolkingsregistra
|
|||
| Saint Vincent en de Grenadines | B |
|
||||
| Salomonseilanden | B Het doen van afstand wordt gevraagd bij een optieverklaring (ex artikel 6, lid1 onder e) of naturalisatieverzoek, afgelegd/ingediend op of na 1 september 2022. A: tot 1 september 2022. |
|
||||
| San Marino | B |
|
||||
| São Tomé en Principe | A |
|
||||
| São Tomé en Principe | B |
|
||||
| Saudi-Arabië Met het oog op de actualiteit van de basisregistratie personen voegt de IND aan de bekendmaking aan de bevoegde autoriteit dat betrokkene het Nederlanderschap is verleend, een kopie van de toestemmingsverklaring van de Saudische autoriteiten toe. De Saudische nationaliteit is verloren gegaan met het verlenen van het Nederlanderschap, mits genaturaliseerd is ná verkregen toestemming. | B Betrokkene moet zich tot de Saudische autoriteiten wenden om toestemming tot verkrijging van een andere nationaliteit te krijgen. Betrokkene moet vóór het moment van verkrijging of verlening van het Nederlanderschap de beoogde toestemming van de Saudische autoriteiten hebben verkregen. Bedoelde toestemming blijkt uit een (gelegaliseerde) verklaring van de Saudische autoriteiten. De verklaring van de Saudische autoriteiten legt betrokkene over bij het afleggen van de optieverklaring of bij het indienen van zijn naturalisatieverzoek. De optieverklaring of het verzoek om naturalisatie kan eventueel ook worden afgelegd dan wel ingediend zonder de toestemmingsverklaring, maar dan moet betrokkene na ontvangst van bedoelde verklaring deze inleveren/opsturen bij/naar de bevoegde autoriteit waar de optieverklaring is afgelegd of het IND-kantoor waar zijn naturalisatieverzoek in behandeling is. Op de optieverklaring of het verzoek om naturalisatie wordt pas beslist als de verklaring van de ambassade is ontvangen. In dit kader kan bij naturalisatie gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid tot aanhouding uit artikel 9, vierde lid, RWN. Bij optie kan gebruik worden gemaakt van de bevoegdheid om de beslistermijn met dertien weken te verlengen (artikel 6, vijfde lid, RWN). De optieverklaring of het naturalisatieverzoek wordt na het verstrijken van de verlengingstermijn/laatste aanhoudingstermijn bevestigd dan wel ingewilligd als nog geen toestemmingsverklaring is ontvangen, **mits** de betrokkene aan de hand van correspondentie aantoont meermaals bij de Saudische autoriteiten navraag te hebben gedaan inzake zijn verzoek om een vreemde nationaliteit aan te nemen. |
|
||||
| Senegal | B Op grond van artikel 19 van de nationaliteitswet kan een Senegalees met een buitenlandse nationaliteit toestemming krijgen om op zijn verzoek de Senegalese nationaliteit te verliezen. Deze toestemming wordt per decreet toegekend. Het doen van afstand wordt bij naturalisatie alleen gevraagd bij een naturalisatieverzoek op of na 01.04.2017 en bij optie (ex artikel 6, eerste lid onder e, RWN) als de verklaring is afgelegd op of na 01.04.2017 |
|
||||
| Servië | B |
|
||||
|
|
@ -6319,7 +6322,7 @@ voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba: de bevolkingsregistra
|
|||
| Wit-Rusland (Belarus) | B |
|
||||
| Zambia | B Het doen van afstand wordt gevraagd bij een optieverklaring (ex artikel 6, lid1 onder e) of naturalisatieverzoek, afgelegd/ingediend op of na 1 september 2022. A: tot 1 september 2022. |
|
||||
| Zimbabwe | B Het doen van afstand wordt gevraagd bij een optieverklaring (artikel 6, eerste lid, aanhef en onder e, RWN) of naturalisatieverzoek, afgelegd/ingediend op of na 1 oktober 2023. Vanaf 1 oktober 2023 moet een bereidheidsverklaring tot het doen van afstand worden ondertekend. A: tot 1 oktober 2023. |
|
||||
| Zuid-Afrika | A Betrokkene wordt gevraagd een verklaring te ondertekenen dat de Zuidafrikaanse autoriteiten niet is gevraagd noch zal worden gevraagd om behoud van de Zuidafrikaanse nationaliteit (model 1.14-1b bij optie en model 2.5/2.5a bij naturalisatie). |
|
||||
| Zuid-Afrika | B A: Tot 1 januari 2026. Betrokkene werd gevraagd een verklaring te ondertekenen dat de Zuid-Afrikaanse autoriteiten niet is gevraagd of zal worden gevraagd om behoud van de Zuid-Afrikaanse nationaliteit (model 1.14-1b bij optie en model 2.5/2.5a bij naturalisatie). |
|
||||
| Zuid-Korea | A |
|
||||
| Zuid-Soedan (Zuid-Sudan) | B |
|
||||
| Zweden | B (m.i.v. 01.07.2002) A, D: tot 01.07.2002 |
|
||||
|
|
@ -7172,14 +7175,14 @@ Met het oog op de jaarlijkse indexering van de optie- en naturalisatiegelden (zi
|
|||
|
||||
| Tariefgroep | Tarief(code) | Bedrag |
|
||||
| --- | --- | --- |
|
||||
| optie; enkelvoudig | A | € 231 |
|
||||
| optie; gemeenschappelijk | B | € 395 |
|
||||
| optie; medeopterende minderjarige | C | € 26 |
|
||||
| naturalisatie; enkelvoudig; standaard | D | € 1.091 |
|
||||
| naturalisatie; gemeenschappelijk; standaard | E | € 1.393 |
|
||||
| naturalisatie; enkelvoudig; verlaagd | F | € 811 |
|
||||
| naturalisatie; gemeenschappelijk; verlaagd | G | € 1.114 |
|
||||
| naturalisatie; meenaturaliserende minderjarige | H | € 161 |
|
||||
| optie; enkelvoudig | A | € 241 |
|
||||
| optie; gemeenschappelijk | B | € 412 |
|
||||
| optie; medeopterende minderjarige | C | € 27 |
|
||||
| naturalisatie; enkelvoudig; standaard | D | € 1.139 |
|
||||
| naturalisatie; gemeenschappelijk; standaard | E | € 1.454 |
|
||||
| naturalisatie; enkelvoudig; verlaagd | F | € 847 |
|
||||
| naturalisatie; gemeenschappelijk; verlaagd | G | € 1.163 |
|
||||
| naturalisatie; meenaturaliserende minderjarige | H | € 168 |
|
||||
|
||||
#### 1. Optiegelden
|
||||
|
||||
|
|
@ -7306,31 +7309,31 @@ Tevens regelt artikel 8 BON de hoogte van het bedrag dat de gemeente behoudt en
|
|||
|
||||
De afdracht van naturalisatiegelden alsmede het indienen van verzoeken tot vergoeding van leges waarvoor ontheffing is verleend door het hoofd van de Nederlandse diplomatieke en consulaire post in het buitenland geschiedt via de Minister van Buitenlandse Zaken aan Onze Minister.
|
||||
|
||||
De gemeente/het hoofd van de Nederlandse diplomatieke en consulaire post behoudt per enkelvoudig verzoek om naturalisatie € 231, ongeacht of betrokkene het standaard of het verlaagde tarief betaalt. Het resterende bedrag dat aan leges is ontvangen, wordt afgedragen aan Onze Minister (€ 860 bij standaard tarief en € 580 bij verlaagd tarief).
|
||||
De gemeente/het hoofd van de Nederlandse diplomatieke en consulaire post behoudt per enkelvoudig verzoek om naturalisatie € 241, ongeacht of betrokkene het standaard of het verlaagde tarief betaalt. Het resterende bedrag dat aan leges is ontvangen, wordt afgedragen aan Onze Minister (€ 898 bij standaard tarief en € 606 bij verlaagd tarief).
|
||||
|
||||
Bij een gemeenschappelijk verzoek of een gelijktijdig verzoek om naturalisatie van meerdere kinderen binnen één gezin behoudt de gemeente € 395 eveneens ongeacht of het standaard of het verlaagde tarief is betaald. Het resterende bedrag dat aan leges is ontvangen wordt afgedragen aan Onze Minister (€ 998 bij het standaard tarief en € 719 bij het verlaagd tarief). In het geval van een verzoek tot medeverlening als bedoeld in artikel 11, eerste lid, RWN behoudt de gemeente/het hoofd van de Nederlandse diplomatieke en consulaire post € 26 per kind. Het resterende bedrag dat aan leges is ontvangen (€ 135) wordt afgedragen aan Onze Minister. Als de verzoeker tijdens de naturalisatieprocedure verhuist, behoudt de gemeente/het hoofd van de Nederlandse diplomatieke en consulaire post die de leges geïnd heeft het gemeentelijk/consulair deel van de leges en draagt zorg voor de afdracht van het resterende bedrag.
|
||||
Bij een gemeenschappelijk verzoek of een gelijktijdig verzoek om naturalisatie van meerdere kinderen binnen één gezin behoudt de gemeente € 412 eveneens ongeacht of het standaard of het verlaagde tarief is betaald. Het resterende bedrag dat aan leges is ontvangen wordt afgedragen aan Onze Minister (€ 1.042 bij het standaard tarief en € 751 bij het verlaagd tarief). In het geval van een verzoek tot medeverlening als bedoeld in artikel 11, eerste lid, RWN behoudt de gemeente/het hoofd van de Nederlandse diplomatieke en consulaire post € 27 per kind. Het resterende bedrag dat aan leges is ontvangen (€ 141) wordt afgedragen aan Onze Minister. Als de verzoeker tijdens de naturalisatieprocedure verhuist, behoudt de gemeente/het hoofd van de Nederlandse diplomatieke en consulaire post die de leges geïnd heeft het gemeentelijk/consulair deel van de leges en draagt zorg voor de afdracht van het resterende bedrag.
|
||||
|
||||
Vanaf 1 januari 2025 gelden de volgende afdrachtbedragen en afdrachtcodes:
|
||||
Vanaf 1 januari 2026 gelden de volgende afdrachtbedragen en afdrachtcodes:
|
||||
|
||||
| Tariefgroep | af te dragen bedrag | afdrachtcode |
|
||||
| --- | --- | --- |
|
||||
| optie; enkelvoudig | nvt | nvt |
|
||||
| optie; gemeenschappelijk | nvt | nvt |
|
||||
| optie; medeopterende minderjarige | nvt | nvt |
|
||||
| naturalisatie; enkelvoudig; standaard | € 860 | 250 |
|
||||
| naturalisatie; enkelvoudig; verlaagd | € 580 | 251 |
|
||||
| naturalisatie; gemeenschappelijk; standaard | € 998 | 253 |
|
||||
| naturalisatie; gemeenschappelijk; verlaagd | € 719 | 254 |
|
||||
| naturalisatie; meenaturaliserende minderjarige | € 135 | 255 |
|
||||
| naturalisatie; enkelvoudig; standaard | € 898 | 260 |
|
||||
| naturalisatie; enkelvoudig; verlaagd | € 606 | 261 |
|
||||
| naturalisatie; gemeenschappelijk; standaard | € 1.042 | 263 |
|
||||
| naturalisatie; gemeenschappelijk; verlaagd | € 751 | 264 |
|
||||
| naturalisatie; meenaturaliserende minderjarige | € 141 | 265 |
|
||||
|
||||
Mocht er sprake zijn van een ontheffing van de naturalisatiegelden (artikel 8, tweede lid, BON) zal de vergoeding aan de afdrachtplichtige instantie worden meegenomen in de factuur met betrekking tot de afdracht van de leges. Als het verzoek door de IND wordt gehonoreerd, ontvangt de afdrachtplichtige instantie een bedrag van € 231 voor een enkelvoudig verzoek en € 395 voor een gemeenschappelijk verzoek.
|
||||
Mocht er sprake zijn van een ontheffing van de naturalisatiegelden (artikel 8, tweede lid, BON) zal de vergoeding aan de afdrachtplichtige instantie worden meegenomen in de factuur met betrekking tot de afdracht van de leges. Als het verzoek door de IND wordt gehonoreerd, ontvangt de afdrachtplichtige instantie een bedrag van € 241 voor een enkelvoudig verzoek en € 412 voor een gemeenschappelijk verzoek.
|
||||
|
||||
Vanaf 1 januari 2025 gelden voor ontheffing van de naturalisatiegelden de volgende bedragen en codes:
|
||||
Vanaf 1 januari 2026 gelden voor ontheffing van de naturalisatiegelden de volgende bedragen en codes:
|
||||
|
||||
| Tariefgroep | Te ontvangen | afdrachtcode |
|
||||
| --- | --- | --- |
|
||||
| Naturalisatie enkelvoudig | € 231 | 256 |
|
||||
| Naturalisatie gemeenschappelijk | € 395 | 257 |
|
||||
| Naturalisatie enkelvoudig | € 241 | 266 |
|
||||
| Naturalisatie gemeenschappelijk | € 412 | 267 |
|
||||
|
||||
### 13-2. Toelichting ad artikel 13, tweede lid
|
||||
|
||||
|
|
|
|||
Loading…
Add table
Reference in a new issue